Exotisch

Ik woonde in een rijtjeshuis in Ledeberg. Niet echt wonen natuurlijk, want elke vrijdagavond trok ik braaf en geladen met een zak vol vuile was in een overvolle trein terug naar mama, maar op kot, dat zat ik niet. Ik krijg het altijd even lastig als mensen me vragen of ik in Gent op kot heb gezeten, of elke dag terug naar huis ging. Alsof dat de enige opties zijn. Ik zat helemaal niet op kot, meneer, ik deelde een huis met drie vrienden. Zoals in Friends, weetjewel. Of zoals in het leven van jonge, hippe studenten die hun eigen boontjes kunnen doppen.

In ons rijtjeshuis was ik het enige meisje, de andere drie waren voornamelijk jongens. Dat heeft een beetje te maken met het feit dat zo goed als al mijn vrienden jongens zijn plus dat ik er niet mocht aan denken om drie jaar te moeten samenhokken met iemand van het vrouwelijk geslacht. ‘Wie heeft mijn nagellak gepikt?! Wat doet die natte handdoek hier in de badkamer?! Vind je mijn gat niet te dik in deze rok?’ The horror!

Het rijtjeshuis leek in niets op het dure appartement waarin Monica en Rachel woonden, maar we hadden wel elk onze eigen kamer, een tv-hoek met de zachtste en tegelijk lelijkste zetels die je je kan inbeelden en een klein koertje waarop we elkaar bij nachte leerden jongleren. En een keuken met een blaadje op de frigo waarop een ongebruikt afwasreglement stond, daar opgehangen omdat het zo echt niet verder kon. Later werden ook in de rest van het huis reglementjes opgehangen (vuilniszakken niet vergeten buiten te zetten! frigo uitkuisen voor je naar huis vertrekt! servies wegzetten na het avondeten! Wanneer gaan jullie nu eindelijk eens aan die afwas beginnen?!) maar echt baten deed het niet. Soms wilde ik dat ik toch maar met een kuisziek vriendinnetje was gaan samenhokken, maar dat was enkel heel soms.

Het leukste aan ons huis in Ledeberg vond ik dat het in een multi-culturele buurt lag. In de straat hing vaak de geur van cous-cous, ’s avonds speelden er afrikaanse kindjes buiten en door het raam van mijn kamer hoorde ik keiharde turkse schlagers binnenwaaien. Winkeltjes met exotisch eten rezen er als paddestoelen uit de grond, en eens in de week ging ik naar den turk om verse tomaten en overheerlijk plat turks brood te gaan halen. Turks brood met boter en choco, ik zou er mijn koninkrijk voor wegschenken. En voor ÈÈn appel moest je er niet betalen, die kreeg je gewoon met een glimlach mee, weet ik uit ervaring.

Eens afgestudeerd en naar de westhoek teruggekeerd verbaasde ik me over het feit dat er in geen kilometers omtrek een turks brood te krijgen was. En als je bij nachte plots zonder sigaretten zat dan was het wachten tot de volgende dag op je dosis nicotine, want nachtwinkels waren er ook niet meer. Deze namiddag was ik dan ook lichtjes in mijn nopjes toen ik zag dat Ieper nu ook zijn eigen turks winkeltje heeft, compleet met bokalen vol vreemde ingemaakte groenten en onuitspreekbare merken. Toen ik mijn exotische lekkernijen wilde betalen legde de turkse eigenaar me in gebrekkig engels uit dat hij de prijs was vergeten, waarop hij naar zijn gsm greep en zijn turkse vriend opbelde, die de prijzen blijkbaar wel uit het hoofd kende. Na vijf minuten en veel heen en weer geroep door zijn oude nokia drukte hij af: dat was dan drie euro.

‘Thank you!’ zei ik, en ik meende het heel erg.

Reacties

Reageer zelf

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>