Maandelijks archief: november 2004

We hebben het bakken te pakken

Het begon vrijdagnamiddag. Vol voorpret wandelde ik de crib in met een zak vol chocolade, eieren, room en boerenboter. Snel pende ik een receptje over van op een nederlandse kooksite, en even later stond ik glunderd tussen alle ingredÔenten die ik op de site had gezien, maar dan in het echt in plaats van in woordjes.

Ik klopte en klutste en mengde dat het geen naam had, en eens mijn eerste echte chocoladetaart in de oven kwam de kleine lilith in mij weer helemaal naar boven geborreld. Net als vroeger kon ik het niet laten om alle vijf minuten naar de oven te trippelen om te gaan kijken of de taart er al goed uitzag. Even overwoog ik zelfs om in kleermakerszit voor de oven te blijven zitten, maar stel dat er plots iemand binnenkwam, hoe leg je dat dan uit als je 23 bent?

Apetrots zette ik ’s avonds na het avondeten de taart bij mijn ouders op tafel, en ik kreeg het nog hoger in mijn bol toen mijn broer zelfs voor een tweede stuk ging. En toen hij de volgende dag in de keuken stond om het overschotje op te warmen in de microgolfoven, zodat het laagje chocolade bovenaan er mooi af kon smelten.

Mijn eerste taart was zo’n succes dat ik vanavond eens een cake wou uitproberen. Maar dat was buiten Youri gerekend: het enige wapenfeit dat vanavond uit mijn handen is gekomen was het opkloppen van een potje room. Voor in zijn eigenste zelfgemaakte sjokoomoeskes.

Buik

jokebuik_06_02.jpg

Het scheen erg moeilijk te zijn, volgens het internet. Maar eens alle lichten goed opgesteld en een goede achtergrond gevonden viel dat zwangerschapfotograferen best mee. Al hielp het ook wel dat Youri’s zus gewoon heel mooi zwanger is. Nog een paar maanden wachten, en dan kunnen we beginnen met het fotograferen van kleine handjes en voetjes. Als Anne Geddes het kan, dan kunnen wij het namelijk ook.

De volledige buikreeks staat hier.

Televisie

Het gebeurt bitter weinig, maar er zijn op dit moment waarachtig dingen op tv waarvoor ik gewoon blijf zitten.

* Bloemen en kransen (omdat die Gert ondanks zijn dom hoofd toch echt wel leuk is om naar te kijken/luisteren)
* S.O.S. Piet ( dit programma moet gewoon in prime time. Al was het maar omdat Piet zo lekker meedogenloos met zijn ogen kan rollen als iemand hele eieren in haar broodpudding doet, ipv enkel het eigeel)
* Miss BelgiÎ achter de schermen ( omdat het heerlijk is om te beseffen dat je misschien wel geen maat 38 hebt, maar wel zeker drie keer zo intelligent als de helft van de kandidaten samen)
* Idool 2004 ( een zondagavondtraditie die gewoon niet te doorbreken valt)

Het is jaren geleden dat ik nog zoveel tv heb gekeken. Vier programma’s per week, het moet echt niet gekker worden.

Verveling

Als kleine lilith was er ÈÈn zinnetje dat bij mij altijd op de loer lag. Sterker nog, als ik als kleine lilith mijn mond opendeed was de kans enorm groot dat dat ene zinnetje eruit kwam. ‘IK VERVEEHEEL ME!!’

Ik verveelde me niet alleen als ik niks te doen had. Vaak verveelde ik me ook als ik wel iets aan het doen was. Dan zat ik me gezellig te kleuren in mijn kleurboek, of een boek te lezen, en plots kwam het op. ‘Mamaaa! Ik verveel me!’ ‘Ga dan buiten spelen ofzo’ zei mijn moeder. ‘Of maak je huiswerk’. Diep vanbinnen wist mijn moeder al op voorhand dat ik geÔrriteerd zou terugroepen dat ik daar geen zin in had. Want soms zei ik ook gewoon dat ik me verveelde omdat ik anders niet wist wat zeggen. ‘IK VERVEEL ME!’ was gewoon mijn allerfavoriete zinnetje als kind, en het was niet de bedoeling dat iemand een oplossing zocht als ik het uitsprak.

Toen ik vanmorgen nog slaperig in mijn hoofd overliep wat er nog allemaal moest gedaan dit weekend en we daarna van de post naar de supermarkt naar de dierenwinkel naar huis kwamen gespurt om te beginnen met alles hier een beetje op orde te krijgen was er maar ÈÈn ding waarnaar ik echt verlangde: een weekend gevuld met eindeloze verveling. Of een hele week, for that matter.

Kriekepitten

‘Het leukste in de lagere school was spelletjesdag’ vond ik.
‘Het leukste was kriekepitten, zeker weten!’ vond Youri.

Ik luisterde niet echt, want het was niet de bedoeling dat dit een discussie zou worden ofzo, spelletjesdag had toch op voorhand al gewonnen.
Ik opende mijn mond om te vertellen waarom spelletjesdag eigenlijk zo gigantisch leuk was, maar hij luisterde niet. Hij vond dat kriekepitten, wat het dan ook mocht zijn, al op voorhand gewonnen had. Want zijn lagere school had er ooit mee in de krant gestaan. Zijn school was namelijk de enige school in heel G. waar er werd gekriekepit, en dat is in die regionen blijkbaar reden genoeg om er een krantenartikel over te schrijven.
Was mijn lagere school ooit zo te gek uit de hoek gekomen dat er een krantenartikel aan werd besteed? Hij dacht het niet.

(mijn lagere school is ooit ÈÈn keer op het nationale nieuws geweest toen er een kleuter hersenvliesontsteking had, maar toen zat ik al lang in het middelbaar en dus telde het waarschijnlijk niet. Mede door het feit dat de kleuter gewoon bleef leven, achteraf. Kriekepitten vs hersenvliesontsteking: 1-0)

‘Het kan gewoon niet dat dat kriekepitten van jou ook nog maar in de buurt kwam van spelletjesdag’ repliceerde ik. ‘Op die dag mocht iedereen al zijn gezelschapsspelletjes meenemen naar school, en sommigen hadden zelfs pig pong‘.

‘Kan wel zijn’ zei hij, weinig onder de indruk, ‘ maar bij kriekepitten waren er verschillende disciplines, en je kon er stickers mee verdienen.

‘Wat moest je dan doen met die stickers?’
‘Gebruiken om kriekepitten mee te verdienen’
‘En als je de sticker zo leuk vond dat je hem wilde houden?’
‘Dan mocht je hem houden.’
‘En als iedereen alle stickers gewoon wilde houden, wat dan?’
‘Dat gebeurde niet, want dan kon je niet meer verder kriekepitten.’
‘Wie heeft er dan uiteindelijk gewonnen?’
*denkt na* –‘Niemand, bij kriekepitten kon je niet winnen’
‘En dat komt dan in de krant?’
‘Euhm, ja.’

Ik redde Youri uit zijn uiterst penibele situatie door hem te vragen wat zijn lievelingsgezelschapspelletje was, behalve kriekepitten dan, want dat telt niet. Hij vond Dokter Bibber wel oke (‘behalve dat ene orgaan dat er nooit uitwilde’) en Trivial Pursuit, behalve als ik meespeel. Ik vond Trivial Pursuit het leukst, omdat ik het altijd win. Wat is jullie lievelingsspel, en doen jullie het ooit nog, spelen?

lilith heeft het spelletje door

Allemaal goed en wel hoor, dat solliciteren, maar ik begin interimkantoren stilaan te verdenken van het gebruik van een vacature-generator met maar tien termen.

* allround
* duizendpoot
* van A tot Z
* een must
* polyvalente kracht
* vlot
* flexibel
* ingesteldheid
* van nature uit
* woonachtig te

Zo kan ik het ook, natuurlijk.

Lilith is best wel ziek

Vorige week donderdag, Station Ieper:

Je zult het gewoon nooit anders zien. Een hele avond was ik beziggeweest met het voorbereiden van dingen die ik moest gaan voorstellen. Een soort plan, eigenlijk. Mijn eerste, echte plan. Hoezee! En het zag er best goed uit. Dat vond Youri ook, en dus nam ik me voor om met dat goed gevoel onder de arm richting Kortrijk te sporen. Ik was een vrouw met een plan, en hoeveel zijn dat er uiteindelijk nog, tegenwoordig? Weinig, als het van mij afhangt.

‘Ieper-Kortrijk’ sprak ik de volgende dag tien keer zwakker dan ik het me de avond voordien had voorgesteld door de gaatjes tegen de kaartjesverkoper. Aangezien het zelden of nooit voorvalt dat ik mijn aangeboren schwung verlies bij de aankoop van een treinticketje, was er duidelijk iets loos. Met een trillende hand greep ik het kaartje, ademde diep in en bevend weer uit, en liet me op het eerste het beste stationsbankje zakken. Intussen was de kleur van mijn gezicht van witter dan wit naar een soort doorzichtig groen geÎvolueerd.

‘Het komt wel goed’ sprak ik mezelf moed in toen ik tien uitputtende minuten later op de trein stapte. Ik werd nog bleker. Vier van de zeven wagons bleken gereserveerd voor een groep gillende schoolkinderen op schoolreis. En ik bevond me zo maar eventjes midden in dat zootje ongeregeld. En ik stond godbetert in de eerste wagon, en moest dus all the way naar wagon vijf lopen om van het gekrijs en getier van de kleuters verlost te zijn. En ik wist niet eens of ik daar nog lichamelijk capabel voor was.

Met een protesterende maag en een bonkend hoofd waggelde ik verslagen door de gangen. Nog drie wagons. ‘Chelsea!!! Stop met Casey pijn te doen!!’ Nog twee fucking wagons. In de voorlaatste wagon werd mijn waggel onderbroken door een stoere kleuter die zich in het midden van het gangpad had gepositioneerd: met blinkende ogen en gekruiste armen dacht hij me even te melden dat ik er niet door mocht. ‘Ga weg of ik kots je helemaal onder’ siste ik stil genoeg zodat geen enkele leerkracht het kon horen. Het had effect. Met grote ogen ging het jongentje aan de kant.

Vanaf dat moment stuikte heel mijn planning in elkaar. Tijdens de voorstelling van mijn eerste echte plan verontschuldigde ik mezelf zeven keer om naar het toilet te spurten. Met een bleek gezicht probeerde ik het enthousiasme dat ik er de avond ervoor nog over had te reconstrueren. Het lukte met moeite.
De volgende avond zat ik kermend van de pijn in het publiek van de nieuwste show van Wim Opbrouck. Het etentje achteraf werd voor onbepaalde tijd gecancelled wegens slingerziek.
De planning van de rest van het weekend (broek kopen, Horeca Beurs bezoeken, langsgaan bij ons beider ouders,..) heb ik wonder boven wonder nog afgewerkt, weliswaar terwijl ik mezelf in honderd bochten wrong om te vergeten dat al mijn ingewanden liever waren thuisgebleven.

Ik was van zin om alle uitgestelde plannetjes gisterenavond in te halen, maar de enige activiteit die nog enigzins lukte was kriepen en in bed kruipen. Ziek ben ik, en nog niet lichtjes. Ik denk dat ik vanavond maar eens ga luisteren welk wicked plan de dokter met mij heeft.