Maandelijks archief: juli 2005

Giant

home.jpgIn de Pizza Hut aan de Boulevard des Italiens is het zodanig druk dat het spannend wordt: boven de toonbank hangt een bordje waarop staat dat de drankjes gratis zijn als je langer dan twintig minuten moet wachten op je bestelling. Na een korte observatie blijkt dat de diensters getraind zijn om alles af te handelen in achttien minuten en een beetje, maar niemand klaagt: vijf meter verderop in de straat betaal je makkelijk het dubbele voor een cola die de helft kleiner is dan die van Pizza Hut. En je wacht er gemiddeld tot een ober moeite doet om je op te merken in de drukte. Als je geluk hebt. Van gratis drank is in de rest van Parijs zelfs geen sprake.

In die drukte valt het niemand op dat Youri en ik doodstil naar elkaar zitten te glimlachen als stoute kinderen. Hij aan de ene kant van het kleine tafeltje met drie stukken pizza op zijn bord, ik aan de andere kant, prikkend in de goodies uit de salad bar. Voor een buitenstaander lijkt het alsof wij elkaar weinig tot niks te vertellen hebben, en rond ons weerklinken alle geluiden en talen die een stad als Parijs rijk is, maar aan de grijns die we elkaar soms stiekem toewerpen kunnen we zien dat we allebei maar naar ÈÈn ding luisteren: het gesprek tussen de vier mannen aan het tafeltje naast het onze.

“So I saw this movie about a camel giving birth to her child” horen we de oudste van de vier mannen zeggen. Hij heeft een grijze baard en praat met een lijzige stem die niet zou misstaan om trailers in te spreken. Maar dan wel trage trailers, voor films waar weinig actie in zit. Kamelenfilms, bijvoorbeeld. “The mother was in so much pain during labor that she abandoned the child, and that’s where the story begins”, vervolgt de man met de baard met een zwaar amerikaans accent. Aan de overkant van de tafel knikt een neger ongelooflijk geÔnteresseerd bij elke zin van de oude man, die plots helemaal begint op te gaan in een verhaal over kamelen die zo groot zijn dat het “simply unbelievable” is!

Youri en ik kijken elkaar schuldbewust aan: we doen het weer. Elk amerikaans woord dat binnen ons gehoorveld wordt uitgesproken luisteren we af. Want het is zo leuk ook. Alsof je plots in een film zit. En het hoort eigenlijk niet, maar het is geweldig om luidop nederlands commentaar te geven op mensen die geen idee hebben waarover je het hebt. In Parijs is er keuze uit duizenden gesprekken, van frans naar engels naar duits en hollands, maar amerikaans blijkt onze overduidelijke afluisterfavoriet.

Het meisje op Pere Lachaise dat twintig keer “like” zei in ÈÈn zin. (“And I was like hey like why would you like do that? Like du-uh! And she was all like “I dunno” so like whatever!“)
Toeristen die er niet in slagen om Champs ElysÈes uit te spreken zoals het hoort, en het dan maar verkrachten tot “The Sjemps!”. En met voorsprong dat ene kleine blonde jongetje in de Jardin du Luxembourg dat wel heel erg op Macaulay Culkin leek, en met een wegwerpfototoestelletje achter zijn vader aanholde die net twee zeilbootjes naar het zeilbootjeskraampje wilde terugbrengen: “Daaaaad, I have this really great idea!”.
Waarop geen reactie.
“Daaaaaaaaaad!!!! I have a great idea!”
Dad (verveeld) : “What?”
Macaulay Culkin: “I’m gonna take a picture of you holding the little boats, and everyone’s gonna believe that you’re a GIANT!”

Gesprekken afluisteren, kan dat?
En doe je het zelf wel eens?

Check!

  • het Louvre
  • het MusÈe d’Orsay
  • les Tuileries
  • de SacrÈ Coeur
  • Place du Tertre
  • het kerkhof van Montmartre
  • het graf van Jim Morrisson
  • de Moulin Rouge
  • Les Halles
  • de Eifeltoren
  • de Seine per boot
  • La DÈfense
  • Jardin du Luxembourg
  • Place de la Concorde
  • Galeries Lafayette
  • de OpÈra
  • la Madeleine

En als u wilt weten hoe lekker een bolletje Ben and Jerry’s van drie euro smaakt onder een zonovergoten Eifeltoren: zeer!

ben_kl.jpg

Tripreport en foto’s volgen, nu eerst weer even gewoon worden aan een rustig stadje in het midden van nergens, waar de kans dat er een bom ontploft in de metro zo goed als nihil is. Evenals de kans dat je om de drie minuten door een metaaldetector moet. En dergelijke!

Il est cinq heures…

Cost526.JPG
De koffers moeten nog gepakt, ik mag de tickets niet vergeten, Bill moet nog in zijn hippe draagtas richting mijn ouderlijk huis om er te verbroederen met de blindwordende gele hond en gigantische grijze kater J., de camera’s moeten nog eventjes in hun lader en ik moet nog beslissen welke schoenen het comfortabelst zijn om vijf dagen door Parijs te slenteren.

Het lijstje van dingen die we willen zien en doen begint steeds langer te worden. Aangezien ik op vakantie steevast op zoek ga naar plaatselijke kerkhoven staan er meteen drie op het programma (wat Youri deed voorstellen om er meteen een heuse kerkhofdag van te maken. Yay!). Maar we willen natuurlijk ook eens onze tijd nemen voor het Louvre, en we moeten ook de AmÈlie Poulain-wandeling volgen, en naar Place du Tertre en het Quartier Latin. En ’s avond de bootjes op om vanaf de Seine de Eifeltoren te zien schitteren.

Duimt u mee dat de weergoden toch nog van gedacht veranderen?

We komen terug op 29 juli! Tot dahaan!

lilith en de oostblok-bib

The_Great_Willie_Wonka_by_Av3r.jpg
Onderweg naar de bioscoop begon het weer allemaal op te borrelen. De kleine bibliotheek op het kerkplein van het dorpje V. was niet groter dan een klaslokaal, en altijd weerklonk vanuit een oude transistor op de kast Radio 1. Aan de muur een poster van Sander en Saartje, een kinderserie op de BRT. In de winter brandde er een grijze kachel, waarnaast de bibliothecaris aan een houten lessenaar alle geleende boeken op een steekkaart schreef. Computers, die bestonden in die tijd namelijk enkel in Amerika. In mijn herinnering ziet de bibliotheek van weleer er een beetje uit als hoe je je een oostblok-bib zou voorstellen, maar in de jaren tachtig stak het allemaal zo nauw niet, natuurlijk. Wat er ook van is: ik hield oprecht van de woensdagnamiddagen waarop ik een voorraad boeken mocht gaan halen. Ook al was ik stiekem een beetje bang van de bibliothecaris, die nors en baardig was.

De meeste boeken waren vrij toegankelijk, maar voor de boeken van ÈÈn schrijver moest je reserveren. Marc De Bel en J.K. Rowling schreven toen nog niet, en dus zochten de kindertjes die van letters hielden hun heil bij ene Roald Dahl, een oude kalende man met een dik hoofd, volgens de foto op de achterflap. Niks geen muffe oude boeken over saaie kinderen met hun saaie avonturen, wel boeken over kleine meisjes die heel slim waren en over een GVR (Grote Vriendelijke Reus) die dromen in potjes bewaarde. De boeken waren zo populair in de kleine bib dat je je beurt moest afwachten. Wat ik dan ook devoot deed.

Toen ik de boeken van Roald Dahl wat ontgroeid was begon mijn drie jaar jongere broer aan de collectie. En ook hij heeft er even goede herinneringen aan, zo bleek gisteren toen we met zijn drieÎn enthousiast uit de bioscoopzaal wandelden. De Oempa-Loempa’s! De liedjes! De danspasjes! Veruca Salt! Mike TV! En natuurlijk Willie Wonka zelf, sinds gisteren weer met voorsprong onze favoriete chocolateer ooit.

Met andere woorden: er is geen excuus om Tim Burton’s versie van Charlie and the Chocolate Factory niet te gaan bekijken. Het kind in u zal u dankbaar zijn.

Zesentwintig

Ik kijk op mijn kalender. Het is nog steeds 18 juli. In de stad hangt het vol Charlie and the Chocolate Factory-posters, maar ik weersta. Als ik de kamer binnenloop hoor ik hoe de grote doos scrapbookmateriaal vanuit de slaapkamer mijn aandacht probeert te trekken met lieve, zeer aantrekkelijke woorden. Stempel met mij! Knip ende plak!
Vanop de kast kijken twee Harry Potter-boeken (die nog gelezen moeten worden voor ik aan de laatste nieuwe kan beginnen) me spottend aan, en telkens ik mijn concentratie even verlies (wat steeds meer gebeurt naar mate de uren verstrijken) zie ik mezelf onder de Eifeltoren staan met een croissant in mijn hand. Zwaaiend.

Nog even doorbijten en typen zodat ik mijn laatste deadline haal, nog twee dagen mensen bellen die op een spaans strand liggen en toch geen telefoon kunnen beantwoorden, en dan is het aan mij om zesentwintig zich-zalig-voor-mij-uitstrekkende-vakantiedagen te vullen.

Crash boom bang

supergran-(s4w).jpg
We stonden aan de kassa van de supermarkt.
Voor ons een mevrouw van wel zeer respectabele leeftijd, van het type dat je eigenlijk niet meer in de supermarkt verwacht, maar eerder aan de babbel in een buurtwinkeltje, of op een bingonamiddag.
Ze legde een pakje Melo Cakes op de band, en diepte heel traag een bruine leren portfeuille op uit haar netzak. De kassa-bediende noemde de prijs voor een pakje Melo Cakes. De oude mevrouw keek vluchtig in haar kleingeld-portemonneetje en griste toen naar een briefje van vijftig.

“Heeft u niks kleiners?” vroeg de kassadame.
Zenuwachtig keek de mevrouw nog eens naar al het kleingeld dat in haar portemonnee zat.
Neen, dat had ze niet.
“Moet ik u even helpen tellen?” sprak de kassadame op luide toon.
Toen zag ik dat de oude mevrouw een doorzichtig hoorapparaat droeg.
De kassadame mocht helpen tellen.

Na een kleingeld-telsessie die wel eeuwen leek te duren en waarin de oude mevrouw erin slaagde om heel haar portfeuille met geld en al uit haar handen te laten vallen werden de Melo Cakes betaald. Ik was oprecht blij voor de oude mevrouw, en zij duidelijk ook, dat alles goed was verlopen met al die euro’s en dat ze straks van haar negerinnetetten kon smullen. En dergelijke.

Vijf minuten later stonden bibi en Youri in de verzengende hitte op de parking van de supermarkt de schade aan onze zilvergrijze bolide te bekijken. Onze zilvergrijze bolide, die net geramd was door de echtgenoot van de Melo Cake mevrouw. Ook de echtgenoot van mevrouw was dover dan goed voor hem was, en dat maakte het niet bepaald simpel om met het koppel van gedachten te wisselen over het feit dat het beter was om achter je te kijken als je met een auto achteruit rijdt.

It goes a little something like this:

Lilith: “Heel onze deur is ingedeukt”
Melo Cake mevrouw glimlacht innemend.
Lilith kijkt naar de mevrouw.
Melo Cake mevrouw: “WAT ZEI U JUFFROUW??!”

Leuke weetjes:

  • het invullen van een aanrijdingsformulier duurt dubbel zo lang als normaal als de andere chauffeur bejaard en niet erg snugger is
  • sommige bejaarde mensen moeten vijf minuten nadenken voor ze weten wat het woord “rijbewijs” wil zeggen
  • bejaarden weten niet dat ze hun paspoort en rijbewijs altijd bij moeten hebben wanneer ze met de auto rijden
  • volgens de melo cake madam had haar echtgenoot nochtans net ‘een punt’ gekregen omdat hij al zoveel jaren zonder accidenten reed
  • een punt?

En haar Melo Cakes, die zouden wel gesmolten zijn, fluisterde de mevrouw me toe terwijl the blokes de papieren invulden. ‘Ik denk het ook’ knipoogde ik. Even later nam het bejaarde koppel na lang sukkelen afscheid van ons en onze zilvergrijze bolide, en terwijl ze van de parking reden scheelde het geen haar of ze maaiden een voetgangster van het trottoir. Aan de volledige 6 kilometer per uur.

Zomerbezigheden

Ananas-barquette.jpg
Zo goed als dagelijks:

  • mango en ananas in duizend stukjes snijden voor de fruitsla
  • haribo colaflesjes eten
  • funky roze teenslippers dragen
  • zodanig veel vakantieplannen maken dat ik teveel plannen heb, en te weinig vakantie
  • aftellen (nog zeven dagen!)

Al zes maanden en dertien dagen niet meer:

  • vieze asbakken leegmaken voor het slapengaan
  • het hele huis afzoeken naar een aansteker
  • hoestend wakkerworden
  • snakken naar een rookpauze
  • stilgestaan bij hoe oneerlijk het is dat je niet meer mag roken in trein, op werk of restaurant

Yay me and my wicked, wicked ways!

(deze post kwam tot stand onder het motto: “als er niemand boft met mij dan bof ik wel lekker met mezelf” )

Besef

ipod.jpg
In tegenstelling tot alle geel/groen/roze mini-iPodjes die de youngsters dezer dagen met gepaste trots dragen ziet mijn grote, tweede generatie-iPod er na twee jaar en veelvuldig gebruik iets minder fris uit. Ik heb er destijds dan wel een draagtasje bijgekregen, maar toch ben ik erin geslaagd om het schermpje langs alle mogelijke kanten van kleine krasjes te voorzien, en ook de zilvergrijze achterkant ziet er verre van nieuw uit. Soms zie ik hem helemaal verpletterd onderaan mijn tas liggen tussen de hoop fototoestellen, zakdoekjes en deo’s die er ook in huizen, en dan breekt mijn hart. Al die kindertjes in Afrika die zo graag een iPod zouden willen, en daar ligt de mijne dan, respectloos behandeld en al.
Om maar te zeggen dat het beestje al heeft afgezien.

Toen ik gisteren door de stad slenterde besefte ik dat we die twee jaar hebben nodig gehad om elkaar te leren kennen, mijn iPod en ik. Want ik heb er twee jaar over gedaan om te beseffen dat het geen nut heeft om het ding vol te pompen met R.E.M., Tori Amos en Dave Matthews Band: het mag dan geweldig klinken thuis, ik vind er mijn wandelkadans niet op.

Eerlijk is eerlijk: het enige dat mijn iPod nodig heeft om mij gelukkig en wel door de stad te laten stappen is de volledige collectie van Spring!

lilith en de gigantische aanval der mini-kikkers

albeir.jpg
Kom maar kinderen, en zit rondom mij, want ik zal jullie een verhaal vertellen van ‘ik zal je een keer gaan en’!

Toen ik deze morgen de crib verliet om de broodnodige boodschappen te gaan plegen (naar bank 1 om bankkaart 1 af te halen, naar bank 2 om bankkaart 2 af te halen, naar de dokter om iets te betalen, naar de zeeman om basic zwarte onderbroeken (uhuhuh), om het nog niet te hebben over de tussenstop bij de apotheker) werd mijn blik gegrepen door iets dat zich op de grond bevond. Klein en donker, dat zag je meteen. En levend.
‘Hey hey, een insectje’, zou je dan kunnen denken. Wat ik dan ook deed. Maar het bewoog ietwat vreemd, dus keek ik van dichterbij. En verhip! Dit was helemaal geen insectje, dit was een kikkertje, maar dan zo klein dat het leek op een kikkervormig insectje! Aan de deur van het appartementsblok kreeg ik plots een enorme flashback.

‘Wacht kikkertje’ zei ik, ‘Ik ga je redden’.
Ik vind: als je ÈÈn keer een kikker hebt gered kun je het niet maken om andere kikkers dan niet te redden. En zeker niet als ze zo petieterig en hulpeloos zijn als het exemplaartje dat zich voor mijn ogen probeerde te verstoppen onder een heel erg klein blaadje. En erin slaagde. Ik was werkelijk amazed door de kleinheid van de kikker. Dit was echt wel een duidelijk geval van een micro-kikker.

Terwijl ik begon na te denken over een reddingsactie zag ik in mijn ooghoek plots nog iets bewegen. Ook al klein. En glibberig. Nog een kikker. Ik moest heel erg goed kijken om het te zien, maar het was er wel. Ik breidde mijn blikveld uit. Nog twee kikkertjes. En links nog ÈÈntje. Met open mond keek ik naar de trap die omhoog leidde naar de bewoonde wereld. Ik telde zeker twintig piepkleine kikkertjes.

Ondertussen hadden de eerste bejaarde medebewoners zich al op hun balkon begeven, om uit te vissen wat die vreemde punker van het eerste verdiep nu weer stond kapot te maken aan de ingang. ‘Allemaal kikkertjes’ wees ik verbaasd naar de meest toegankelijke bejaarde.
‘Ja, ik heb al eens kikkers gezien’ zei de bejaarde.
‘Ik heb ook al eens een kalkoen gezien, maar toch geen honderd aan de ingang van mijn appartement, dwoazn’, had ik moeten zeggen, maar ik zei maar bitter weinig.

Eerlijk, heeft u al ooit zo’n kleine kikkertjes gezien?
En wat heeft u er dan mede gedaan?

kiekertjeu_kl.jpg

Dabbertje dabbertje dab, een kikkertje op de trab.

kiekertjeu3_kl.jpg

En pas op, dit zijn dus geen grote tegels!

kiekertjeu2_kl.jpg

Lilith wordt volledig geÔntimideerd door een kikkertje.