nostalgifood

lepers.jpgToen mijn broer en ik nog klein waren mochten wij tijdens schoolvakanties vaak op vakantie bij mijn grootouders. Dat was leuk, want mijn grootouders wonen aan zee in een groot huis dat nog veel groter lijkt als je zelf klein bent. De bedden hadden geen lattenbodems zoals thuis maar springveren waarmee je bijna tegen het plafond kon springen, er was een wit-met-bruine jachthond die Tango heette en die altijd klaarstond om te gaan wandelen (de hond ging eigenlijk feitelijk met jou wandelen, want niemand is er ooit in geslaagd om het beest te leren dat wandelen niet gelijk is aan jezelf ophangen aan de leiband terwijl je in je kielzog een mensenkind meesleurt langs de boulevards) en het eten was er helemaal anders dan thuis.

Het eten van mijn moeder was weliswaar duidelijk geÔnspireerd op het eten van haar moeder, maar er waren ook maaltijden die mijn moeder niet had overgenomen van thuis uit, en gerechten die ze bewust had gerevampt zodat wij ze zouden lusten, bijvoorbeeld. En mijn moeder had natuurlijk ook heel wat maaltijden zelf uitgevonden, en die kon je dus niet krijgen aan de kust. En ook andere maaltijden die in de streek rond Ieper al lang gemeengoed geworden waren moest je in Koksijde ontberen. Gyros was in het begin erg moeilijk, en pizza kon je er ook niet krijgen. En over frietjes van de frituur werd er simpelweg niet gesproken. Punt uit.

Niet alleen het eten was anders, ook de namen van het eten kwamen niet honderd procent overeen met het eten dat wij thuis aten. Mijn meme legt de klemtoon van spaghetti bijvoorbeeld helemaal anders: geen spaGHEtti, maar SPAghetti, bijvoorbeeld. En de SPAghetti bij mijn meme smaakte ook helemaal anders dan de spaGHEtti bij mijn mama. Mijn mama maakt de allerlekkerste, maar die van mijn meme mocht er ook zeker wezen. Met dikke zachte sliertjes en kleine stukjes gehakt, in plaats van de grote stukken die zo overheerlijk zijn bij mijn moeder.

Ik noem het nostalgifood: voedsel dat je niet meer naar binnen kunt werken zonder erbij aan vroeger te denken.

  • Ravioli: hoewel mijn grootmoeder een zeer goede en toegewijde kokkin is had ook zij soms van die momenten dat ze zonder inspiratie zat, of simpelweg niet veel zin had om voor de zoveelste keer een ingewikkelde maaltijd uit haar gebloemde voorbindschort te schudden. Dan was het simpel: dan was het ravioli, uit blik. Met korte o, want grootmoeders spreken nog een ander soort italiaans dat tijdens den oorlog werd gebezigd. Ravioli was de enige voedselgroep die niet zozeer proper aan de lange houten eettafel moest gegeten worden: het mocht ook gewoon voor de televisie, en dat was super! Wij aten ravioli, en ondertussen keek mijn opa naar “Questions pour un champion” op France 3. Voor de rest van mijn dagen associeer ik ravioli dan ook met Questions pour un champion, en omgekeerd.
  • Sprite: somewhere along the way had mijn grootvader een sprite-verslaving opgedaan. Ik herinner me hoe de helft van de koelkast ingenomen werd door grote groene twee literflessen, en dat hij het altijd dronk met ijsblokjes uit een geribbeld bierglas. Tot hij door de suiker in korte tijd meer dan tien kilo bijkwam, en overschakelde op Ice Tea Light. Tot op heden kan ik geen ijskoude sprite drinken zonder aan mijn opa te denken.
  • braambessen: onlangs zag ik ze staan in de etalage van een fruitwinkel, aan woekerprijzen, maar als kind heb ik emmers braambessen aangesleept uit de duinen die toen nog rond het huis van mijn grootouders lagen. Gewapend met paarse vingers vol stekels gingen wij door tot we er geen meer konden zien, en ’s avonds kregen we dan een grote soepkom vol bramen met suiker. Superbe!
  • King-muntjes: flashback van bij mijn andere grootouders, die van mijn vaders kant. Telkens er bezoek was (zijnde bijvoorbeeld mijzelf, mijn broer en mijn ouders) werd de snoepjeskast opengetrokken en toverde mijn oma blikken dozen vol zandkoeken, onsmakelijke pims-koeken met ingewerkte jello-appelsienflappen en madeleintjes boven. Soms waren er geen madeleintjes meer, maar wel zebrakoeken bijvoorbeeld, of van die zandkoekjes met rode plakkende fruitvulling. En als die er niet meer waren, dan waren er vast wel cakes met confituur tussen, tenminste als mijn opa ze niet had opgegeten. Mijn opa, die meer dan honderd kilo woog en dat te danken had aan in het geniep confituurcake eten en heelder dagen patience spelen. Op tafel dus he, niet op de computer. Wat er ook van zij: kingmunten, die waren altijd in voorraad! Want kingmunten, dat lust NIEMAND! Geen zot die het eet. Waarom koopt iedereen het dan? Und so weiter und so fort.

Het grappige is dat ik nooit meer van die associaties afraak in dit leven, wat er ook gebeurt.
Heeft iedereen dat, nostalgisch eten? En wat is het bij jou?

Reacties

  1. Hetzelfde heb ik ook bij braambessen vanuit de koeienwei achter onze tuin (wel afwachten tot de koeien er eens niet sonden ;) !) Maar wij aten ze gewoon op het moment zelf op … de helft dan, hehe, we moesten ook een buit hebben.

  2. malder

    De ravioli uit blik is ook hier quasi onopgemerkt uit mijn eetgewoontes verdwenen. Wat best jammer is, aangezien het de beste ravioli is. :(

  3. Met eten heb ik dat niet zo, met geuren absoluut wel. De laatste weken is het de geur van het bos, dennenaalden die op de grond liggen en hun geur afgeven door de zon die op de dauw schijnt. Doet me denken aan de tijd van de bosspelen met de Scouts, dat je een kamp moest bouwen waar de vijand niet inkon, en waar je heel stil moest blijven zitten, want de anderen mochten je kamp niet direct vinden. En dan hing je soms verstopt achter een berg takken met je neus tegen de bosgrond. En die geur ruik ik nu af en toe als ik ga fit-o-meteren in het bos… Ik ga er nu nog eens voor gaan sË…

    Voor wanneer is de akte van jullie huis eigenlijk voorzien? Maken jullie al druk plannen? Blijft buiten de verf aan de muren en de vloer alles zoals het is? Of maken jullie plannen voor badkamers en keukens ook?

  4. Witte boterhammen associeer ik nog altijd aan die keer dat ik bij een schoolvriendje ging eten en ik als 10 jarige verzekerst 3 kwart brood (een groot!) heb opgefret. Wij hadden thuis namelijk nooit (echt nooit hÈ) wit brood en ik moet ÈÈn of andere survival-reflex in gang gestoken en gezegd hebben: “nu eet ik genoeg wit brood dat ik er terug een paar jaar tegenaan kan”. Ze klappen er daar nog altijd van, van die keer dat tomadde boterhammen komen eten is en nog altijd volop aan het smeren was toen heel de familie na de afwas al voor de televisie zat.

  5. Mijn grootouders keken ook altijd naar Question pour un Champion… Elke keer als ik voorbij dat afkooksel op VTM zap (de kluis ofzo?), dan moet ik denken aan die Franse krollenkop die daat zo expressief presenteerde op de Frans 2 (of was het op TF1?). En om dan terug on topic te komen, doet me dat steeds denken aan de verse chocolademelk die we toen kregen!

  6. Boterhammen met choco heb ik jaren niet meer gegeten. op kamp kregen we altijd boterhammen met choco, maar ze waren nogal gierig met de choco, which makes it taste awfull. Nu smeer ik ze zelf lekker dik.

    Suissen, ronde of lange zwitserse koeken, staat voor mij nog altijd voor de warmte bij ons thuis na een ongezellige schooldag, en terwijl ik mijn suis opat, zat mijn moeder te luisteren.

    De slechtste herinnering heb ik aan die suikerwafels met aan de ene kant chocolade. Het smaakte zo fake, en we kregen die in de lagere school eens per week. En je mocht niet van tafel vooraleer je dessert op was. Ik kwam vaak thuis met broekzakken vol kruimels.

    En mijn oma associeer ik nog altijd met Elexir d’Anvers, Nieuwjaarwafeltjes van Destrooper, en CrÍpes Dentelles.

  7. Als we bij mijn oma bleven logeren, mochten we zelf kiezen hoe ons ontbijt er uit zag. Het uitgebalanceerde resultaat: warme chocomelk, boterhammen met choco aangevuld met chocoladerepen. Jammer dat ze amper een kilometer van bij ons thuis woonde …

  8. ishku

    En toen merkte ik dat ik al maanden te zuchten zat op sunnymoon’s dezelfde ‘on a sunny day: slightly disturbing’- pagina toen ik tot mijn grote verbazing zag dat ik nu al 3 maanden achterzit.. *tiert*

    Hoe kan da na gaste?

  9. Elias

    Chocotoffs! In de kleuterschool had de juf van de eerste kleuterklas daar altijd een hele voorraad van, en als je die juf juist wist aan te pakken, kon je al eens een Chocotoff krijgen.

    La Vache Qui Rit! In het vijfde studiejaar was de juf eens een boterham aan het smeren met La Vache Qui Rit. “Ik lust dat ook graag,” zei ik, waarop ik er tot mijn grote verbazing eentje kreeg.

    Prince fourrÈs, ook wel gekend als Prince-koeken. De vaste kost tijdens de zondagse bezoekjes aan mijn oma. Tot op de dag van vandaag! (Hoewel het gisteren een stuk flan-taart was.)

    Grote chocoladeletters: kregen we thuis altijd met nieuwjaar van onze opa en oma (de eerste letter van mijn voornaam had gelukkig meer chocolade nodig dan die van mijn broer en zus: allebei een T).

    @ El Mystica: suikerwafels met chocolade zijn heel lekker. Laat daar geen onduidelijkheid over bestaan!

  10. JT

    Destrooper nieuwjaarswafels blijven voor mij steeds verbonden aan de eindejaarsperiode (waar ze uiteindelijk ook naar vernoemd zijn gedorie). De fijne sfeer van op oudejaar veels te laat in bed te zijn gekropen om rond 11 uur te worden gewekt voor alweer -nog lichtelijk dufjes in het hoofd door slaaptekort- een ferme aperitief en dan een uitgebreid maal met kalkoen en kroketten en veel goede wijn en zo en dan achteraf truffels (chocolade) en die wafeltjes (die mijn vader steevast Lukken noemt) eten aan de tafel rond een bord monopolie of zo. Tot het plots weer donker wordt buiten en je alle besef van tijd bent verloren en de geluiden allemaal van iets verder lijken te komen. Heerlijk.

    En Chocomelk met boterkoeken of klaaskoeken op vrijdagavond. Of pistolets met kaas. Door agenda-items was er op dinsdag geen tijd om te koken / uitgebreid te eten bij mijn ouders, en dan aten we pistolets met kaas. Ik eet nooit met pistolets, tenzij ik ergens op hotel ben of aan een brunch, maar ik denk dan nog steeds aan die dinsdagen.

    Ook aan rijstpap heb ik een levenslange verslaving overgehouden door de sfeer en de leute die er rond hing.

  11. babotsjka

    De manier waarop je grootmoeder ravioli uitspreekt, doet me denken aan mijn pepe. Proton is niet “proo-ton”, maar “proton”, met een megakorte eerste o. En mijn meme zei altijd “spreit” tegen Sprite :-)

    Als ik nu savooikool eet, moet ik altijd aan mijn overgrootmoeder denken. Ik heb het voor de eerste keer bij haar gegeten. Ik dacht eerst: “Jak, savooien, dat smaakt zoals spruiten.” Maar het was jammie! Met spekjes in. Mmmmm….

  12. Elias

    Nu we het toch over grootouders en de Engelse taal hebben: mijn groutouders zijn al jaren lid van de Lion’s Club. Enkel begreep ik dat als kind als Laeyens Club, en heb ik me jarenlang zitten afvragen wat die meneer of mevrouw Laeyens toch gedaan had om een club te verdienen.

    Mijn moeder heeft onlangs chicken nuggets ontdekt, enkel heeft ze het zelf over kippen nuggËs, of ook wel kippen nuggËkes. En ze slaagt er al jaren in om op een of andere manier de klemtoon van ‘microgolfoven’ op ‘golf’ te leggen.

  13. Kan iemand zich de Duitse kinderserie Ravioli op Holland nog herinneren? Ouders op vakantie, Pruisenkinders een hele voorraad ravioli ingeslagen. Lachen! (Of ben ik toch te oud geworden?)

  14. kim

    danish butterskotch/butterkechkens – boterkoekjes dus met zo’n rondje gelei in het midden.

  15. Marc

    Wel…. reken dan maar dat de twee “memé’s” gelijk hadden toen ze een “Sprite” als “Spreit” uit te spreken, want zo stond het dus op veel reklame panelen… Dus.. reklame voor Sprite, en onderaan het paneel in kleine letterkes “Sprite, zeg Spreit”… en als ze nu maar slim genoeg hadden geweest en er een fonetisch correctere “Sprite zeg Spraait” van te maken, dan hadden de memé’s helemaal correct geweest.. :-)

Reageer zelf

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>