Maandelijks archief: april 2006

lachen omdat huilen zoveel meer pijn doet dan geroep

wimdecraene.jpgIk heb de kans nog niet gehad om naar “Zo is er maar ÈÈn” te kijken op ÈÈn, en dat is om verschillende reden jammer. Eerst en vooral heb ik best wel een boon voor Yasmine. Always have, always will, en toen ik haar vorige week intelligent en oke hoorde wezen in Brussel Midi werd dat gevoel enkel nog versterkt. Wat mij betreft heeft dat weinig met haar geaardheid te maken, maar het is opvallend dat er in mijn hokje “vrouwen die ik wÈl kan pruimen” (pun sooo intended, hastn) opvallend veel lesbisch aangedane meiden zitten. Zo heb ik bonen op overschot voor Truus Druyts, vond ik Marianne van de Mol een ongelooflijk sexy madam en kan Sarah Bettens wat mij betreft ook al niet veel verkeerd doen. Trek er uw conclusie uit.

Reden twee is dat ik gewoonweg een aanhanger ben van het Vlaamsche lied, en kleinkunst in het bijzonder. Ik ben opgegroeid in een gezin waar Boudewijn De Groot de plaats van meest voorkomende artiest in de platenkast enkel moest delen met Urbanus. Mijn vader heeft de complete kleinkunstcollectie zodanig veel vollen bak door onze living doen schallen dat ik ze stuk voor stuk kan meezingen: Pastorale van Liesbeth List en Ramses Shaffy, de Kauwgomballenboom van Elly en Rikkert, Ben ik te Min van Armand, de Zotte Morgen van Zjef Van Uytsel, Rozanne van Wim Decraene, ze maken even veel deel uit van mijn jeugd als jeugdpuistjes en ldvd.

Ik heb ondertussen ontdekt dat alle nummers uit “Zo is er maar ÈÈn” kort beluisterd kunnen worden op de website van ÈÈn, en je al vooruit kunt kijken naar welke nog komen. Het lijkt me een leuke selectie, en ik zal volgende week zeker mijn best doen om het eens te bekijken, maar ik mis toch enkele nummers.

Waar is “Amsterdam” van Kris Debruyne?
En echt niet “Rozanne” van Wim Decraene?
Herman Van Veen?
Willem Vermandere?
“Avond” van Boudewijn de Groot?

“Rode Wijn” van Bram Vermeulen zit er wel in. Door Sioen, begot.
Ze houden blijkbaar wel van vergezochte contrasten bij EÈn.

En u? Heeft u nog iets met het Vlaamsche lied en kleinkunst in het bijzonder?

het gazetje

gazetje.jpgErgens tussen de zee en het binnenland verschijnt elke week een krantje waarvan ik en ik alleen de redactionele inhoud bepaal. Meer dan vijfendertigduizend gezinnen krijgen mijn krantje elke week in de bus, en het is een goed krantje want er staan niet alleen soms bonnetjes in om een gratis zak chips te gaan halen, je kunt er ook je patatten op schillen, bijvoorbeeld. In elk geval: feit is dat de twaalfjarige in mij het soms nog steeds een rare ervaring vindt om ergens binnen te komen en mijn volledig zelf volgepende en volgefotografeerde gazetse gedrukt en wel op de respectievelijke salontafel te zien liggen.

In het gazetje verschijnen enkel de artikels die door mijn meedogenloze selectie geraken. Ik ben met andere woorden de persoon bij uitstek die je moet weten te charmeren als je volgende week in het gazetje wil staan met een foto en een verhaal over je vereniging/aankomende LAN-party/verkiezing van Prins of Prinses Hoppescheute. Veel van mijn lokaal nieuws komt uit persberichten die van officiÎle instanties als het stadsbestuur komen, maar veruit het meeste plezier ervaar ik als ik mijn computer ’s morgens een hoop goedbedoelde mailtjes zie binnenhalen van mensen die mij een keer een gunstje willen vragen. Voor die mailtjes hebben ze het woord “priceless” uitgevonden.

Ik probeer meestal zo objectief mogelijk te selecteren, maar toch zijn er enkele zaken die mij net dat ietsje meer charmeren dan andere. Hoe ouder de mailer, hoe smeltender de redactrice, bijvoorbeeld.
Mailtjes die beginnen met “een Goeden namiddag” hebben bij mij telkenmale een serieus streepje voor, net als afsluiten met “Van een oma dit de turnklub een goed hart toe draagt.

Raken bij mij ook steevast een gevoelige snaar:

  • “Onze web is www.turnklukfrinkenflis.be”
  • bijgevoegde word-documenten van 6Mb vol experimentele word-art en .bmp’s waar duidelijk avonden werk in gekropen zijn
  • mailtjes in felgroene Comic Sans met gekleurde achtergronden en clip-arts van coureurs en berggeiten vanwege de koninklijke wielerclub van Vleteren
  • een thumbnailtje van 4 pixels op 4 doormailen met de vraag of ik het op de cover van het gazetje kan plaatsen met een artikel bij
  • overdreven plechtstatigheid als “Hopende dat U hieraan welwillend enig gevolg zou willen geven, tekenen wij met, De meeste hoogachting.Frans Devos. Voorzitter.

Nooit pakken ze het mij nog af.

oude vriendjes-dag

friendship.gifDe laatste dagen heb ik mezelf een paar keer ondergedompeld in het warme gevoel dat “de goeie oude tijd” heet. De eerste keer hoorde ik een nummer van Soul Asylum voorbijkomen op de radio en moest ik denken aan de tijden in mijn leven dat mijn vrienden langer haar hadden dan mijn vriendinnen. De jaren zeventig, het was aglijk een schonen tijd. De tweede keer groef ik in mijn geheugen onder het mom van een blogstokje, en ik kwam daar zoveel hilarische en minder hilarische situaties tegen dat ik er week van werd. Toen kreeg ik als bij wonder plots een mail van oude vriend B. die ik al zeker vijf jaar niet meer gezien of gehoord had (en dat is een ware schande!), met daaronder een URL die leidde naar een website met foto’s van oude vriend B. en zijn huidige bezigheden als DJ zowaar. Gedachten als “dammit, oude vriend B., wij moeten dringend nog een keer samen alcohol gaan drinken” schoten door mijn met nostalgie gevulde hersenpan.

Hoe langer ik met de moed der wanhoop in het arbeidscircuit meedraai (en lord knows dat het mijn kloten uithangt), hoe harder ik besef dat ze dungezaaid liggen, de mensen waarmee je kan lachen tot je erbij bleit en bij kan bleiten tot je weer moet lachen. En toch is het zo makkelijk om die mensen plots uit het oog te verliezen terwijl je met zijn allen iets anders aan het doen bent. Oude vriend B. en ik zijn duidelijk in andere richtingen geÎvolueerd, maar hell, ik herken op de foto’s nog steeds heel veel dingen die in vijf jaar evolutie niet meer zijn weggegaan. Een typische blik, iets aan een houding, allemaal dingen die ik eigenlijk een beetje vergeten was en mij nu terug katapulteren naar het einde van de twintigste eeuw.

En het waren net die nostalgische overpeinzingen die ertoe hebben geleid dat ik een uurtje geleden mijn telefoon heb gepakt en gebeld heb naar een uit het oog verloren kotgenoot. Een beetje onder de noemer van een lang geleden beloofd interview, maar ook gewoon, om te weten hoe het was. En het was geweldig fijn, en tegelijk amazing om te beseffen dat je na een drietal jaar complete windstilte nog steeds zo makkelijk een eind weg kan lullen met iemand als de basis oke was.

Ik weet wel zeker dat iedereen een handjevol mensen heeft waar het ooit fantastisch goed mee klikte, en die nu omwille van verschillende redenen van het toneel zijn verdwenen. Er bestaan dagen om secretaressen te eren, aan de aarde en AIDS te denken, weken om bossen te bezoeken en weekends waarin monumenten the next best thing zijn, en dan vind ik het doodjammer dat er niet zoiets bestaat als “neem eens contact op met een oude vriend”-dag. Want neem het van mij aan: het kan serieus deugd doen om plots een stem te horen uit een tijd waarin alles een stuk simpeler was, bijvoorbeeld.

Ik zeg: beste lezers van tales from the crib, denk even na over vroeger. Over vriendjes en vriendinnetjes, mooie herinneringen en herhalingsbeurten van Frans, en wie er toen naast u zat. Wordt het niet eens tijd om te checken of bepaalde mensen nog even fijn zijn als ze toen waren? En zou het geen cool idee zijn om een line hun way te droppen in de vorm van een mail, brief, telefoontje ofzo? Iets heropstarten is zoveel geestiger dan van nul beginnen, y’all. Doedet dan! En laat een keer weten hoe het geweest is. Er is vanavond toch niks op tv en al.

Music maestro

manicmondaylogo.gif De Manic Monday van deze week gaat over muziek, maestro.

Van welk liedje krijg je koude rillingen en een krop in je keel elke keer je het hoort?

Cannonball van Damien Rice, zoals wel meer van zijn nummers. Ik krijg het ook moeilijk bij Madrid van Kommil Foo en Anna Begins van Counting Crows.

Welk liedje vind jij totaal overgewaardeerd?

Love Generation van Bob Sinclar. Het suckte toen ik het de eerste keer hoorde, en elke keer daarna suckte het nog meer. Ik geloof dat we hier van een redelijk immense suck-factor kunnen spreken. Dat kan ook gezegd worden van zijn nieuw liedje, trouwens.

Naar welk nummer zouden alle lezers van tftc vandaag nog moeten luisteren bij wijze van tip from you to them?

Clarity van John Mayer. Het is mij in den tijd aangeraden door ishku, en zij moet mij nogal muzikaal doorgrond hebben want ik vond het van de eerste keer super. Instant vrolijk word ik ervan, man.

Wat is je favoriete meezingnummer? Voorkeur voor een bepaald stukje?

Carrie van Europe. “Caaaaaahaaaarie, Caaahaaaaarie. Things they chaaange, my friehiend. Caaaaarie, Caaaaahaaaarie. Maybe we’ll meeeeet. Agaaaaain.” Fenomenaal goed nummer om kattevals mee te zingen.
“Het regent zonnestralen” van Acda en de Munnik. Ik weet niet waarom, maar ik kan niet anders dan meezingen bij het “oooohoooohooow, eejve ruustig aaademhaaleuh”-stukje. En Mandy van Barry Manilow, samen met mijn leaf in de auto. Want mijn leaf en ik, wij zingen veel en graag in de auto.

Op welk lied kan jij onmogelijk stil blijven staan?

Ik ben geen ster op de dansvloer, maar voor foute disco als “Ring my bell” van Anita Ward mag je mij altijd komen halen. Als het op gewoon hoofdknikken aankomt kies ik voor Slow Hands van Interpol. Uhuh.

Koortje kapen?

kaarting.jpgIk kan zonder veel moeite een boompje opzetten over dingen die rammelen aan ons huidige onderwijssysteem. Het mag dan wel als ÈÈn van de beste systemen ter wereld gelden, en na veel trial and error als beste manier uit de bus zijn gekomen om mensen te onderwijzen, toch zal mijn kroost als het van mij afhangt niet per definitie meedraaien in het regulier lager onderwijs. Onder andere omdat ik vind dat de leermethodes zo achterhaald zijn als wat, en kindjes van zeven hun avonden niet moeten spenderen aan huiswerk maar aan boomhutten maken en salamanders vangen.

Ik wil mijn kinderen tijdens hun kindertijd zoveel mogelijk behoeden voor prestatiedrang, faalangst, competities, geforceerde sociale verplichtingen en studeren, en ik vind dat mijn goed recht. Toch is dat niet de hoofdreden van mijn colËre tegenover het lager onderwijs in Vlaanderen. Boven alles wil ik mijn spruiten beschermen tegen de kaartjesverkoop voor de schooltombola en andere commerciÎle uitbuitingsvormen.

In de lagere school van V. werden wij, naÔeve kindertjes van een jaar of negen, steevast ingeschakeld om zieltjes te ronselen voor de schoolkaarting. Meester Vanspranghe riep ons ÈÈn na ÈÈn in alfabetische volgorde naar voren om onze kinderhandjes te vullen met twee hoopjes van tien kaarten en een missie om als ware getuigen van Jehova van deur tot deur te gaan in onze straat en zoveel mogelijk kaarten aan de man te brengen. Veertig frank per kaartje. Fijntjes werd eraan toegevoegd dat we de blauwe kaartjes ook moesten meenemen als we op bezoek gingen naar meme en pepe, nonkel en tante en alle andere potentiÎle kopers die we geld uit de zakken konden slaan in naam van het onderwijssysteem. Niet vergeten te vertellen dat ze een leuke prijs konden winnen in de schooltombola. Heel belangrijk!

Ik was een stil, verlegen kind dat veel te veel belang hechtte aan deze opdracht. Met een hart dat in mijn keel klopte ging ik op pad, en bij elke deurbel had ik het gevoel dat ik flauw zou vallen van opkomende verlegenheid. Vaak deed er niemand open, en als er wel iemand in de deuropening verscheen was ik zodanig over mijn toeren dat ik vreemde woordcombinaties uitbrabbelde als “koortjes kapen vaar de koorting van de RBS” in een soort geforceerd school-A.N. dat niemand in onze streek bezigde. Na twee uur en een half rondlopen door de wijk had ik drie kaartjes verkocht van de twintig die ik meegekregen had. Uit puur medelijden kocht mijn mama er ook drie. Dat waren er zes. Ik had al mijn moed samengeraapt en helse zenuwen doorstaan voor zes miezerige kaartjes.

De volgende dag bleven sommige andere kindjes maar kaartjes bijvragen. Zij hadden blijkbaar een pak meer commercieel talent en hun eerste twintig kaarten waren de deur uitgegaan als zoete broodjes. Ik ondernam nog eens een poging in de wijk om nog meer kaartjes te verkopen, en verkocht er uiteindelijk nog ÈÈn. Meteen ook mijn eindresultaat: ik had zeven kaartjes verkocht en had dus absoluut geen enkele reden om te gaan aanschuiven voor extra kaartjes, of ik had ze met mijn zakgeld moeten betalen. En ja, als ik me niet vergis heb ik dat even overwogen ook. Dag na dag bleven andere kindjes maar kaartjes bijvragen, met dertig in een keer nu. Toen we uiteindelijk ons geld mochten indienen samen met de andere kaarten hadden sommige klasgenoten meer dan tweehonderd kaarten verkocht. Ik schaamde met dood toen ik dertien kaartjes van mijn initiÎle hoopje moest teruggeven, samen met het geld voor de zeven kaartjes waarvoor ik de beentjes van onder mijn gat had gelopen. Ik voelde me compleet mislukt.

Achteraf gezien kan ik alleen maar met mijn hoofd schudden om de geflipte moeders van die streefkindjes die al hun familieleden en collega’s en verre nonkels in Amerika tot in den treure moeten lastiggevallen hebben met die stomme blauwe kaartjes in de hoop dat hun kindertjes er iets positiefs aan zouden overhouden, of tenminste goed zouden overkomen bij de meester.
Maar toen, op dat eigenste moment verging het lachen mij volledig.

Ik val dus nog liever dood dan dat mijn negenjarige kinderen ooit in naam van een kiekebillenkaarting worden beoordeeld op hun commercieel talent, ja. En ik heb niet eens kinderen.

Hib hib hib voor tales from the crib! (x2)

cake2.gifMorgen ben ik de hele dag virtueel jarig.

Dan is het twee jaar geleden dat ik mijn eerste stukje schreef op tales from the crib. Toen nog in een fifties-look en met mijn lief als occasioneel meeschrijver. Heuglijk, heuglijk!

Ik had een overzichtje kunnen maken van een paar al dan niet memorabele postjes, ik had kunnen vertellen hoe lastig en leuk en saai en stimulerend een weblog bijhouden is, en hoe erg je dat onderschat als je je eerste postjes typt. Maar ik dacht: ik maak een kwiesje.

De bedoeling is dat je het oplost zonder te spieken op tales from the crib. Is dat niet retespannend? Ik dacht anders van wel!

Kwies er maar ne keer volledig op los dus, en moge de beste winnen ook, begod!

woekerworst

kermes.jpgDrie jaar geleden kenden Youri en ik elkaar een goeie maand toen we samen de Paasfoor in Kortrijk uitcheckten. Het was op dat moment het beste excuus om aan elkanders billen te kunnen frotten, en sindsdien zijn we het blijven doen. De Paasfoor bezoeken, that is, met dat billen frotten zijn we ondertussen gestopt na verschillende klachten van de wijkagent.

Dat ene tripje naar de foor zorgt er steevast voor dat ik weer helemaal mee ben kwestie van wat leeft bij de modale Vlaming. Dit jaar zijn dat vooral roze en blauwe pluchen Playboykonijntjes, Albert Motards inclusief zichtbare vieze penis op een evenement voor de kindjes (!), beertjes met valse Scapa en Bikkembergstruitjes en slangen van drie meter lang. Blij om te zien dat de lelijke Nemo’s en Dory’s het vorige kermisseizoen niet hebben overleefd. Schele visogen scare the shit out of me.

Hebben het dan wel weer overleefd: vrouwen met (genummerde) polo’s (wat mij betreft de lelijkste en lompste kledingvorm ooit aan elkaar genaaid), beenverwarmers, burberry brol, me to you-beertjes, waterstofperoxide en het eeuwige Scapa-kruis, waar de drager zodanig lang voor heeft moeten sparen dat het niet uit te roeien zal zijn voor de zomer van 2012, vrees ik.

Zijn friggin’ hiep op de kermis: korte broeken tot net boven de knokige knie, jeansrokjes op witte billen en cowboybotten.

Sjiekste truc op de kermis dit jaar: je petje zo hoog mogelijk op je hoofd plaatsen zonder dat het eraf valt.

Zijn bijna niet meer te betalen: hamburgers en braadworsten. Geloof het of niet, maar een snelle omrekening maakte duidelijk dat die beesten respectievelijk 120 en 160 (!) frank het stuk kosten tegenwoordig, en dat aan elk kraam. Waar is den tijd dat ik van mijn moeder 150 frank kreeg om naar de kerremesse te gaan, en mij daarmee compleet ziek kon eten? Het zou triestig kotsen zijn op de Donna-shake dezer dagen, en op die manier werken we de knokige knietjessituatie dus compleet in de hand, volgens mij.

Het beloven alvast weer geanimeerde avondmarkten te worden aan de kust dit jaar, aldus mijn kleine teen.

blogstok

stokje.jpgDe geweldige Henk Rijckaert, om wie ik exact een week geleden nog smakelijk heb zitten lachen tijdens de Trukendoos Comedy Marathon, gooide mij zowaar een stokje toe. Mijn oog ziet dat der hankster zelfs zeer binnenkort in mijn eigenste Ieper optreedt met Loebas, en aangezien ik wil eens wil weten waar en hoe doe ik bij deze een oproep. Waar en hoe, hankster, waar en hoe?

Hemmingway, het stokje!

Waar was ik…

EÈn jaar geleden?

Een jaar geleden woonde ik met Youri in ons eerste appartementekijn en deden we ons uiterste best om te vergeten dat de huisbazen from hell elk moment aan de bel konden hangen om iets te komen opmeten/vragen/ons tot waanzin te drijven. De gedachte aan een eigen crib zonder huisbazen from hell begon zich lichtjes te manifesteren, en als het van ons afhing zou het een oud te renoveren boerderijtje in het Heuvelland worden. Na alle verbouwperikelen die we ondertussen doorstaan hebben en nog moeten doorstaan ben ik doodgelukkig dat we van dat oorspronkelijke idee zijn afgestapt.
Ik werkte toen bijna vier maanden bij het bedrijf dat ik binnen een maand verlaat, en ik was volop bezig om voet aan de grond proberen te krijgen als journalist/tekstjesschrijver. Lees: ik holde van hot naar her om dwaze artikeltjes te schrijven over zilveren bruiloften en de paddentrek, en dat voor een hongerloon als ik het vergelijk met wat ik nu verdien. Niet dat dat overdreven is, maar als ik zeg hongerloon dan bedoel ik SomaliÎ-style, met vliegen op mijn ogen en scheurbuik.
Ik was ook net voor de eerste keer tante geworden van ChloÎ, ondertussen al een heuse madam die vol overgave wartaal uitkraamt als “mooooo” en “mama”, ik had mijn Tupperwaredoop doorstaan en was net begonnen met fitnessen. Beter nog: ik was ook nog eens drie maanden en twintig dagen gestopt met roken, na een verslaving die meer dan tien jaar in alle hevigheid om zich heen had geslagen. Nog beter: ik heb sindsdien geen enkele sigaret meer aangeraakt.

Vijf jaar geleden?

Ik was negentien en deelde samen met drie goede vrienden een huis in Ledeberg onder de noemer “kot”. Ik studeerde journalistiek in Gent en zou me binnen een paar weken registreren op het internetforum waarop ik Youri zou leren kennen. Mijn leven bestond uit spaghetti gaan eten met mijn maten in de Kastaar, bruine Leffe drinken tot gat in de nacht op die boot in de buurt van het Sint-Pietersplein en kotfeestjes frequenteren. Ik had nog grote dromen over werken voor de Flair en ik had geen idee dat dat allemaal niet zo simpel was als ik toen dacht.
Ik was volop bezig met mezelf in medelijden te wentelen na een uit de hand gelopen ruzie met mijn toenmalige beste vriend en ook wel de liefde van mijn leven, zoals ik toen dacht. Vijf jaar later blijkt dat gelukkig fout gedacht, en heb ik enkel nog mijn volgeblate dagboeken als getuige van heel wat hartepijn. Nooit meer met elkaar gesproken, trouwens. NOOIT. :aah:

Tien jaar geleden?

Veertien jaar oud als ik was zat ik in het tweede jaar Latijn-Moderne Talen in het Koninklijk Atheneum in Ieper en begon ik net van het uitgaansleven te proeven. Mijn eerste fuif werd best een teleurstelling toen iedereen rond Nele van de handel draaide en ik mij samen met een paar maten moest bezatten op de Summer of 69. Hoogtepunt van die avond: het kwijtspelen van Bram, ÈÈn van mijn toenmalige bestest friends, en het terugvinden van Bram, drie uur later tussen de velorekken. Kotsend van het vaderland weg, dat spreekt.

Ik gooi het stokje naarrrrrrrrrrrrr:

sunnymoon
ishku
zezunja

chipknip, schmipknip

CK10_middle-1.jpgKunt u even checken of winkelcentrum Alexandrium vandaag open is?” vroeg ik aan de hoteljongen die daar het meeste capabel toe leek. De jongen tokkelde een paar woordjes op de computer (ik gok “openingsuren” en “Alexandrium”) terwijl ik hoopvol in zijn richting staarde. En ja hoor, Alexandrium was vandaag open van 11 tot fijf. Pieh00w!

Eens aan dat Alexandrium aangekomen bleek minder dan een derde van de winkels open, en natuurlijk net dat derde waar we eigenlijk het minste in geÔnteresseerd waren. Met de moed der wanhoop vatten we de terugtocht naar het centrum aan, enkel om te zien dat ook alle andere winkels in Rotterdam gezellig gesloten waren ter ere van Paasmaandag. Niet eens zo erg, want wij hadden nog steeds een hotelkamer met een supergroot bad, een dvd-speler en tons of afleveringen van The Office en Carnivale die we al lang wilden zien. In het ergste geval hadden we zelfs nog The Sopranos mee ook. Dat winkelen, dat zouden we dinsdag wel doen.

U kunt begrijpen dat wij er dinsdag helemaal klaar voor waren. Ondergetekenden hadden ondertussen alle coole winkels in de binnenstad minstens tweemaal in gesloten toestand gezien en konden er blindelings naartoe wandelen. Na het inchecken eerst nog even snel naar het Centraal Station om onze bagage snelsnel in een kluisje te dumpen, en dan: SHOPPING SPREE!8!8!!88!

En daar ging het compleet mis.
Toen we onze eurocentjes wilden bovenhalen om de drie euro twintig huurgeld voor het kluisje te betalen viel ons oog op een onheilspellend bordje.

“Enkel pinpas of chipknip” stond er op het hypermoderne kluisje dat leek weggelopen uit Back to the Future II. En wij hadden helemaal geen pinpas of chipknip, zo bleek nadat we al onze kaarten in de gleuf hadden laten verdwijnen, inclusief mijn klantenkaart van de Ici Paris XL. Naast ons twee verwarde Japanners die ook al geen pinpas of chipknip in hun bezit hadden. Ik voelde de bui al hangen.

“Mevrouw”, sprak ik tot een spoorwegmevrouw,“Ik heb een pinpas/chipknip nodig voor de kluisjes, maar ik ben een Belg. Ik heb helemaal geen pinpas/chipknip”.
De spoorwegmevrouw knikte.
“Kaik.” zei de mevrouw. “Ik vinnet self oowk reujze oneerluk, maar buitenlanders moeten een chipknip koowpe in het wisselkentoor. Die kost twintig euroows, maar u kunt er gelukkig wel meej betalluh in de kroeg of de winkels in de stad.” De spoorwegmevrouw wees ons schouderophalend de wisselbalie aan, en toen ging het pas echt mis.

Wij wilden basically enkel onze bagage in een kluisje steken, maar moesten daarvoor een zwaardere procedure ondergaan dan de gemiddelde shoebomber die een land in wil. Een half uur later stonden wij namelijk nog steeds in het kokend hete wisselkantoor tussen malafide Russen en Albanezen die louche zaakjes probeerden te doen in onze shoppingtijd. Toen we er uiteindelijk in slaagden om een chipknipkaartje te bemachtigen (dat we betaalden met ons laatste kleingeld), ons kluisje te vullen met onze bagage en de stad in te trekken stonden we zo aggressief tegenover Nederlanders als maar kon wezen, en was de helft van onze winkeldag aan ons voorbij gegaan.

Wat volgde was een lilith die in ELKE winkel werd uitgelachen toen ze vroeg of zij toevallig chipknipkaartjes aanvaarden. “NEEJ, wel pinnen, niet chippen!”, zo was het devies. Geweldig was dat: ik had een klotechipknip van 20 euro (achthonderd frank! veertig gulden!) op zak waarvoor we meer dan een half uur in de rij hadden gestaan, geen geld meer, en half Nederland die zo maar eventjes de draak met mij stak omwille van de stomme chipknipval waarin de domme Belg gelopen was. Blikjesautomaten werken niet met chipknip. Kroketje uit de muur weigert chipknip. Krantenwinkels hebben nog nooit van chipknip gehoord. Waarvoor dient die kut-chipknip dan, in de naam van god?!

Wie het mij kan vertellen mag er eentje komen halen van wel zestien euro en tachtig cent.

chipknip, my ass!

CK10_middle-1.jpgHier kunnen Belgen nog wat van leren” was de zin die we tijdens ons eerste etmaal in Nederland het meeste hebben uitgesproken. Tijdens ons laatste etmaal was dat vooral “achterlijke klote-hollanders” in combinatie met een blik van totale verontwaardiging. En ergens daar tussenin een voorval met de kut-chipknip from hell.

Rotterdam begon goed: klingelende trammetjes, bootjes, een fantastisch hotel aan de haven en zelfs een zonnetje dat meewilde. Nog beter werd het toen alle Nederlanders die onze weg kruisten megavriendelijk en spontaan waren, kaartjesknippers ons lieten weten wanneer we af moesten stappen en hotelboys het zo goed met ons voorhadden dat ze de helft van onze bestelde drankjes niet aanrekenden. Wij knikten goedkeurend toen we mensen uit de meest uiteenlopende culturen leuk met elkaar zagen omgaan in plaats van als bange Belgen in een hoekje van de tram te kruipen, bijvoorbeeld. We waren weg van de brede fietspaden, de fancy gebouwen, de experimentele Koopgoot (al was die dicht) en het enthousiasme waarmee wij telkens werden begroet alsof we al jaren vaste bezoekers van de bar waren.
Ook fijn: bij de melding dat je komt ontbijten “Gezellig!” als antwoord krijgen, in plaats van bijvoorbeeld “Ja madam, zet u maar daar dan kom ik sebiet”.

We arriveerden op Pasen en konden enigzins snappen dat er geen winkels open waren. Hoewel. In zo’n grote stad hadden we toch verwacht dat er ÈÈn of andere verwaaide Pakistaan tegen de regels van Pasen in wel zijn Shope had geopend, zodat wij toch minstens cola en chips konden kopen. Maar niks dus. Met Pasen was heel Nederland potdicht. Resultaat: wij gingen paasbrunchen in de Witte de Withstraat, dronken champagne op hotel, keken naar The Office, deden massa’s badschuim in ons hemels bad en alsof dat nog niet genoeg was kregen we de boodschap dat er ook een driegangenmenu in ons arrangement inbegrepen zat. Zelden zo’n zalige hoogdag gehad. Daar konden de Belgen nog wat van leren!

Maar toen kenden we de kut-chipknip from hell natuurlijk ook nog niet.

***wordt vervolgd***

(ik ben kelly, ik ben vijf jaar en ik doe Woody Woodpecker na! :aah:)