dear diary moments

diary2.jpgErgens op de zolder van de nieuwe crib staat een doos, en als u dacht dat het zomaar een doos is, dan heeft u dat mis. Het is dÈ doos, als in “de doos die ik met mijn blote, hevig smeulende handen uit een brand zou redden”-doos. In de doos ligt mijn hele puberale leven uitgesmeerd over zo’n vijftien dagboekjes in alle formaten waarin dagboekjes ooit verschenen zijn. Met slotjes, zonder slotjes, met Ray en Anita van 2-unlimited op de cover, zonder Ray en Anita maar wel met een Nick Carter-sticker uit de Joepie (niet omdat ik verliefd was op Nick Carter, wel omdat ik verliefd was op Nick van de computerwinkel in Ieper, nvdr.), en zo goed als alles daar tussenin.

Ik ben er in de tijd als elfjarig meisje mee begonnen op de blaadjes van een cursusblok, en de tekening die ik toen ter illustratie maakte van een stukje over al mijn huisdieren die ooit overleden waren is nog steeds legendarisch. Picture grafzerkjes met blomkes op en de namen van Pluche, Laika en Ramses in een kindergeschriftje. Aw. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik illustreerde en hoe meer ik koos voor puberale verslaggeving in de stijl van “ik hou van bram maar ik denk dat hij verslaafd is aan cocaÔne en alles want soms doet hij zo raar maar toch hou ik van hem. Voor eeuwig!” om dan de dag daarna Bram in te wisselen voor Jan, Pier en Pol en hen ervan te verdenken ’s nachts het bloed van kippen te drinken. In die tijd was er nog geen sprake van vogelgriep en was ik nogal in de ban van jongens die “bad” all over hun pokdalig voorhoofd geschreven hadden staan. Ook al kwamen die jongens dan met hun velootjen uit Kemmel in plaats van met hun Harley uit Big Bear, het was het beste dat wij westhoekchicks konden krijgen.

Elke avond voltrok zich hetzelfde ritueel: na het avondeten trok ik getormenteerd naar mijn kamer om er in het schijnsel van kaarslicht en wierrookwalmen boven een dagboek te zitten zuchten dat de wereld mij niet begreep en die kerel van de vierdes in het bijzonder ook niet, en ik vulde pagina na pagina met het pathetische geblaat dat enkel pubers meester zijn. Stylo’s die erin waren geslaagd om niet leeggeschreven te worden op het slagveld van mijn dagboek gingen ten onder aan de honderden brieven die ik naar mijn beste vriendin stuurde. Mijn vriendin en ik, wij stelden elke week een kanjer top-10 op waarin wij in een hot-or-nohot avant la lettre al onze mannelijke klasgenoten raten dat het weinig naam had, om maar te zeggen.

Ik schreef en schreef, ook toen ik in Gent studeerde en mijn onderwerpen zowaar iets volwassener werden, ook toen ik uit Gent terugkwam en een dieetavontuur op geweldige wijze wist te volbrengen (wat me eraan doet denken: binnenkort meer GLEEEDI!), ook toen ik Youri leerde kennen en helemaal verliefd werd, en toen plots niets meer. Blijkbaar is een dagboek bijhouden niet meer zo fijn als je niks hebt om over te zagen ende huilen ende snotteren, en je niet leeft onder de genade van een leaf dat je alle kanten van de kamer laat zien als je een opmerking durft maken over zijn pokdalige cocaÔneverslaving. Toen ik plots wel weer dingen had om over te zagen was dat meteen ook het startschot voor de illustere voorgangers van tales from the crib en uiteindelijk tales from the crib zelf.

Voor mij liggen heden een Moleskine-schrift met lijntjes en een zwarte rollerbal, want ergens diep vanbinnen mis ik het gevoel van ranten en ranten for the sake of it en alles dat op mijn lever ligt in intieme kring met mezelf te delen. Na vier jaar ga ik weer echt schrijven in een echt dagboek over de echte dingen die tales from the crib niet halen.

Wat jullie?

Reacties

  1. Ik hou heel onregelmatig een soortement dagboek bij op de kempjoeter. Misschien wordt het ook wel eens tijd dat ik weer op papier overschakel.

  2. “(niet omdat ik verliefd was op Nick Carter, wel omdat ik verliefd was op Nick van de computerwinkel in Ieper, nvdr.), en zo goed als alles daar tussenin.”

    Ik hou al een dagboek bij sinds ergens in het tweede middelbaar. Periodes waarin ik gelukkig ben en effectief bezigheden heb, zijn periodes waarin weinig op papier vloeit. Miserie on the other hand. Ik vind dat dat heel bevrijdend kan werken, zo’n dingen toevertrouwen op papier. Op computer zou ik het nooit vertrouwen, want wat als hij crasht, binnenmoet in de computerwinkel, de computerdude hem kan herstellen en op het einde van de dag van je ganse leven op de hoogte is? Het zweet breekt me alvast uit.

    Maar de vraag ihis: wat gebeurt er uiteindelijk met je schrijfsel? Ik dacht eerst: “Doorgeven aan je kinders.”, maar God, ik val dood van schaamte als ze sommige feiten ooit te weten komen!

    Anyway, ik schrijf wel meestal elke dag op wat voor weer het is. Op die manier moet ik geen forfaitair bedrag van Ä25 betalen wanneer ik wil weten welk weer het was op 25 mei 1975, ja.

  3. Zo lang je hier ook dingen blijft neerpoten schrijf je al wat je maar wil in je hippe papieren boekje… pardon… Moleskine-schrift.

  4. ann

    Dat schrijven gaat zo traag … maar kan je toch weer makkelijker overal meenemen … ook geen tokkelgeluiden zodat iedereen hoort dat je weer bezig bent.

  5. i remember the day’s…
    savonds voor ik ging slapen mijn beklag doen over de voorbije dag… en dan het boekje onder mijn burau of matras steken.. of in mijn matras…
    geen mens die ze ooit vond…
    MOEHA

  6. anais

    Ik had reeds een dagboek in het tweede leerjaar… ik was mijn tijd nogal vooruit denk ik. Ik heb geschreven tot ik in het vierde middelbaar zat, en ik heb mijn dagboeken buitengegooid toen ik 18 was, onder druk van mijn ‘gooi-alles-maar-weg’-moeder. Ik heb er een beetje spijt van, maar niet heel veel. Verder dan liefdesperikelen en vriendinnen-ruzies kwam het toch meestal niet. Mijn dagboek heette trouwens ‘Hanne’. Ik zal haar nooit vergeten.

  7. Ik heb wel eens een lijst gemaakt ik m’n dagboek van alle jongens die ik gekust had – toen reeds indachtig dat sommigen van hen zo on-memorabel waren dat ze ooit wel door de mazen van m’n geheugennet zouden glippen. Op die manier moet ik geen forfaitair bedrag van Ä25 betalen wanneer ik wil weten wie ik kuste op 25 mei 1995 :D

  8. Ik heb een dagboek of 5 bijgehouden, telkens een week of twee. EÈn ervan heette ‘Brieven aan Sylvester’, mijn toenmalige grasparkiet.

Reageer zelf

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>