Maandelijks archief: oktober 2008

doodgraag leven

doodgraagleven.jpg“Voor ik begin wil ik eerst iedereen bedanken die het lef hebben gehad om te kijken naar DOODGRAAG LEVEN ! Dat is geen gemakkelijke keuze geweest,het is gewoon realiteit”, schrijft Maria, één van de vijf terminaal zieken uit Doodgraag Leven op haar blog.

En neent Maria, dat was het niet.

Maar toen ik enkele weken geleden het persbericht kreeg en al bijna moest janken bij het lezen van de korte inhouden dacht ik “sod it, ik moet gewoon kijken.” Ook al wil dat dan waarschijnlijk zeggen dat ik mezelf bloot stel aan iets dat pijnlijke dingen zal oprakelen, en kan ik alleen maar kan hopen dat het ergens diep vanbinnen evenveel deugd zal doen als dat het zeer doet.

En dus keek ik.
En man, was dat even een golf van herinneringen die in mijn gezicht werd gegooid.
Ik keek naar de vrouw die er op de persfoto zo oud uitzag, en op de beelden die een jaar eerder waren opgenomen twintig jaar jonger leek, en mooi. Net als mijn mama, die in negen maanden tijd alleen nog maar herkenbaar was voor de mensen die dag na dag bij haar waren. Die op het einde bijna in niets meer leek op de knappe hippe madam die ik altijd heb gekend.

Ik keek naar de beelden van Natacha die in een ziekenhuiskamer zat te wachten op de uitslag van een echografie die haar zou duidelijk maken of de kanker verder was uitgezaaid of niet. En ik herkende haar blik, ik kon mijn ogen niet van haar port-a-cath afhouden, en toen Kobe Ilsen opmerkte dat ze precies een beetje zenuwachtig was kwam het allemaal terug. Alle keren dat ik samen met mijn mama op van de zenuwen heb zitten wachten in ziekenhuiskamers, op een dokter die maar niet kwam met uitslagen die letterlijk zouden zeggen of ze nog drie maanden had of een paar weken. Zenuwachtig is een woord dat compleet niet sterk genoeg is om uit te drukken wat een mens dan voelt.

Ik brak bij de scène waarin de schoonzus van Maria in snikken uitbarste, omdat ze maar niet kon geloven dat het meisje van 27 zo ziek was dat ze ervan zou sterven. Ik brak nog meer toen de camera zich haar vriend richtte, die ook begon te snikken.

En ik, ik snikte mee. Twintig minuten aan een stuk.
Toen Youri, die niet had meegekeken, uit bad kwam was ik nog steeds aan het snikken.
“Waarom doe je dat jezelf toch aan?” vroeg hij een beetje bezorgd. “Je moet daar toch helemaal niet naar kijken?”
“Maar jawel”, zei ik in stukken en brokken. “Ik wil juist huilen. Denk ik.”
En ik snikte zo hard dat het laatste restje mascara uit mijn ooghoek wegliep.

“Weet je wie er voor ze ziek werd compleet verslingerd zou geweest zijn aan het programma?” vroeg ik na mijn huilbui aan Youri.
“Je mama”.
Ik knikte, en aangezien ik toch bezig was huilde ik nog een minuutje of vijf verder.

waar ik me deze week dood aan ergerde

prijssticker.jpgDisclaimer: dit is een gigantische zaagpost vol negatieve energie. Indien u vandaag nog vrolijk door de velden wilde gaan huppelen leest u hem beter op een andere moment.

Prijsstickertjes: man, ik word zot van de manier waarop prijsstickertjes tegenwoordig geplakt worden. Zijn het gedachten, of plakken die kleine klootzakjes tegenwoordig honderd keer beter dan tien jaar geleden? Het is dat, of ik ben met de jaren seniel en incapabel geworden om basishandelingen tot een goed einde te brengen.
Ik zou graag een oproep doen aan alle stickerplakkers dezer aardkloot om in het vervolg langer dan een halve seconde na te denken bij het aanbrengen van een prijssticker. Stickerplakker, denk “locatie”.
Op de onderkant van een wok? Slecht idee, als je ooit nog van plan was om effectief met dat spel te koken zonder dat je keuken na twee minuten ruikt naar verschroeide lijm en brandend papier. Op het venstertje van je portefeuille? Cool, mocht ik er ooit nog in slagen om het eraf te krijgen zonder dat heel dat venstertje volhangt met repen papier en lijm en andere stickertjesviezigheid. Oe, en don’t get me started over alle keren dat het stickertje net geplakt is op de plaats waar je normaal kunt lezen hoe je bepaalde etenswaren moet klaarmaken. Ware het dus niet dat je bij het aftrekken van het stickertje heel die beschrijving naar de eeuwige jachtvelden scheurt, en dus geen idee hebt of je die Indische bonen moet koken of drie maal in een neerwaartse beweging over je linkerschouder moet gooien.

Terugbellen: als er één thema is waarvan ik wekelijks zevenhonderd keer goesting krijg om met mijn schedel tegen de dichtsbijzijnde muur te knallen dan is het deze wel. Ik heb er deze week speciaal extra hard op gelet: ik ben wel zeker dertig keer beloofd dat men mij zou terugbellen. Voor interviews, voor dienstverlening allerhande, om uitsluitsel over iets te krijgen, over een bestelling die niet aankwam, whatever.
En mind you, het was niet ikzelf die tijdens het gesprek aandrong op een belletje terug, neen, telkens was het de persoon aan de andere kant van de lijn die zelf voorstelde dat hij of zij asap terug zou bellen. U mag drie keer raden hoeveel mensen mij effectief hebben teruggebeld. De tip is: nul.
Kijk, misschien erger ik me daar wel steendood aan omdat ik de enige resterende mens ben die alleen maar zegt dat ze zal terugbellen als ze dat ook effectief gaat doen, maar hey, wat is dat eigenlijk tegenwoordig? Is “Ik zal terugbellen” dan zonder dat ik ervan op de hoogte ben gebracht iets als vragen hoe het is zonder een antwoord te verwachten? Een vullertje tegen de stilte waar ik verder geen aandacht aan moet besteden? Ik weet niet ze.Het enige dat ik weet is dat ik deze week tachtig procent van mijn tijd heb gevuld met mensen proberen te bereiken die mij hadden beloofd om binnen de halve dag terug te bellen.
Dus waarde lezer: als u er ook zo eentje bent, dat zegt dat er zal teruggebeld worden zonder dat dat ook ooit echt gebeuren zal, weet dan dat ik u een ongelooflijke incompetente jeanedde vind.

Volgende sessie: Les Lacs du Connemara.

start spreading the news

living-in-manhattan.jpgDe tickets en de pokkedure yet superkleine hotelkamer zijn geboekt, beste vrinden, en dus vraag ik u: New York in januari, een dag of zes, wat zegt u dat?

De reisgidsen zijn al een beetje doorspit, maar ik ben natuurlijk net op zoek naar die ene geweldige inside info die u alleen in uw bezit heeft.

Duus. Stel u voor dat u een klein meisje uit de verste der Vlaanders bent.
Wat zou u er dan mee doen, azo?

(en nint, vliegtuigtickets en pokkedure yet kleine hotelkamertjes stonden niet op mijn no shopping lijstje. A neens.)

Stand van zaken, part deux

no_shopping_today-tyn06u-s.jpgMet nog één week te gaan is mijn tussenstand als volgt:

Gekocht:

* Een pak scrapbookpapier van een euro of tien wegens dat ik op weekend was en er anders ging moeten bestellen op internet, wat veul en veul duurder is.
* een cd op iTunes voor 6,99 euro. Allez hastn, mijn iPhone was zo leeg en ik vond dat toch echt geen geld.


Niet gekocht:

* truien
* bottekes
* alle andere cd’s die ik zo hard wilde
* boeken
* parfum
* schmink
* broeken
* juwelen
* jassen
* kleedjes

Nu gijlie.

dingen die ik echt niet tof vind: de tonguitsteeksmiley

tonguitsteeksmiley.jpgLaat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik haat de tonguitsteeksmiley.

De tonguitsteeksmiley moet zowat de meest overbodige smiley zijn die ooit is in elkaar gepixeld. Zelfs nog overbodiger dan de “kijk hastn, ik ben een alien“-smiley of de “ik rij dus met een Lancia“-smiley.

Kent u iemand die ouder is dan vijf jaar en half die in het echte leven na een grapje zijn of haar tong naar u uitsteekt (down-syndroom niet meegerekend)? Ik hoop toch van ganser harte van niet hé zeg.

Een tonguitsteeksmiley na een semi-grappige opmerking wil gewoon zeggen dat uw opmerking niet grappig genoeg was. Een tonguitsteeksmiley is het equivalent van een “verstajem? Hé, verstajem? *por*” of van het geweldig irritante “graptjen é pol”. Bij momenten doet het me ook akelig veel denken aan “meisjes plagen is liefde vragen”. Echt serieus hastn, een goeie klucht heeft geen tonguitsteeksmiley nodig. Stop er gewoon mee.

Dus, als u ooit nog met mij pleegt te chatten, hou er dan rekening mee dat uw gevoels-iq bij mij dertig punten zakt per gebruikte tonguitsteeksmiley. Danku.

Ipper

ieperlaken.jpgEr stond een stukje in de krant over Ieper. Mensen uit Antwerpen of Brussel zullen dat vast zo erg niet hebben, maar als Ieper in de krant of op tv komt, dan vult mijn hart zich nog steeds met een knusse warmte. Dan ben ik immer een heel klein beetje trots. Behalve die keer dat ze Jo Lernout in een combi afvoerden als een gangster. Daar wil ik het liever niet meer over hebben.

Het stukje ging over de brain drain, over hoe slimme mensen de Westhoek verlaten, en eigenlijk ook niet anders kunnen. Ieper, beste mensen, is namelijk ver. Van alles. Er loopt één autostrade naartoe. Die hier stopt. Het openbaar vervoer trekt op weinig. De laatste bus vertrekt ’s avonds om zeven uur dertig. Gelukkig is het uitgaansleven niet zo wild, en mis je dus over het algemeen weinig geflipte nachten en hippe feestjes in clubs met witte leren zetels. Je komt hier alleen maar voorbij als je hier echt moet zijn, en dat is zo goed als nooit. Als mensen horen dat ik in Ieper woon, dan bekijken ze mij alsof ik gek ben. En gelijk hebben ze.

Ieper is iets raars.
Nachtwinkels kennen we hier nog maar een jaar of vijf. Er is geen enkele McDonalds, Pizzahut, Quick of Italiaan in heel Ieper of twintig kilometer in de omtrek. Veel Aveve tuincentra, dat dan weer wel. De winkelstraat telt geen enkele H&M, Zara of Brooklyn, wel een Panos waar we erg trots op zijn, omdat hij ons het gevoel geeft dat we ook een beetje mee mogen doen met de groten. Er is één Delhaize die niet alleen de hele stad, maar ook nog eens een heel Heuvelland moet bevoorraden. Er is geen bioscoop, wel een maandelijks filmclubje waar je op een doek een film van jaren geleden kan gaan bekijken voor een euro of drie.

Maar in de straten ruikt het hier nooit naar verschaalde urine. En het is wel een stad, maar het lijkt op een dorp. Met echte lokale gekken en mensen die iedereen kent. En dat hier niemand komt die hier niet moet zijn, dat is best wel een voordeel. Ieper is anoniem genoeg, maar net niet te. Hier zijn geen achterbuurten. We spreken het geestigste dialect, dat niemand begrijpt. Wij zeggen “enni” als we een zin afsluiten, en zeggen geen Ieper maar Ipper. Er zijn niet veel restaurantjes, maar ik kan u direct een lijstje geven met vijf plaatsen waar je zo lekker kan eten dat het strafbaar zou moeten zijn. Hetzelfde met café’s. Ik heb er al heel veel geproefd, tot in Key West, maar de allerlekkerste Mojito, die drink je in een zijstraatje van de Grote Markt in Ieper. Ziet u mij lachen? Ik meen het.

Dacht u echt dat ik elke dag meer dan drie uur op een trein zou zitten, en Yves Leterme minstens even lang in de auto, als het hier niet nogal de moeite was?

Zo dom zijn Yves en ik nu ook weer niet.

Stand van zaken

zattebotn.jpgAnderhalve week. Zo lang heb ik al geen boeken, geen muziek, geen kleren, geen halskettingen en geen andere niemendalletjes gekocht. En you know what? Zonder moeite, ook nog. Behalve twee vrolijkgekleurde vuilnisbakken, die we echt nodig hadden (er stond nergens dat ik geen vrolijkgekleurde vuilnisbakken mocht kopen, mind you), ben ik helemaal clean. In sommige verenigingen geven ze je voor zo’n dingen een sterretje. Maar niet hier.

Om mezelf te belonen voor zoveel niet-commerciële heldenmoed vertrek ik morgen op scrapbookweekend naar het cosmopolitische Lichtervelde. Het plan? Steek twintig vrouwen voorzien van kilo’s lijm, scharen, papier en de nodige alcohol in een huisje, wacht twee dagen en zie hoe ze naar buiten komen gestrompeld met een wazige blik en twintig scheef aaneengeplakte scrapbookpagina’s.

Kan niet misgaan, dunkt mij.