Maandelijks archief: mei 2009

De dag dat vriendin J. een tönissteiner bestelde

tonissteiner.jpgIk zat op een terrasje in de zon, in het gezelschap van Stieg Larsson en een glas alcohol. Zo zou ik de rest van mijn dagen wel willen doorbrengen, durf ik dan wel eens denken, maar daar steken mijn oversten en een dode schrijver met veel plezier een stokje voor. Enkele minuten later werd die schielijk overleden schrijver al weer aan de kant geschoven voor vriendin J., die zomers en wel het terras kwam opgewaaid.

Wij kwetterden en tetterden over het leven en vooral waar ik mijn knalblauwe zonnebril had gehaald en zij haar handtas, en alles ging smooth, tot de serveerster kwam.
“Wat wil je hebben om te drinken”, vroeg de serveerster met een Frans accent. Dat doet ze al vijftien jaar, met een Frans accent spreken, dus hier ligt de pointe nog even niet.
“Euhm.. Doe mij maar een Tönissteiner”, zei vriendin J.

Ik draaide mijn hoofd met een ruk om. WHAT? EEN TONISSTEINER?

Staan vriendin J. en ik er in deze regionen niet om bekend om bij elke gelegenheid waarop het niet enigszins problematisch overkomt (om negen uur ’s morgens, op een kinderfeestje met een clown die ballons plooit, en dat zal het dan zowat zijn) de gelegenheid aan te grijpen om in de alcohol te vliegen, liefst in niet al te bescheiden hoeveelheden?!! Hebben wij niet jaren hard aan die reputatie gewerkt? Ik dacht toch van wel! Maar ik ben een goede vriendin, dus ik zei er niks van. Vriendin J. en ik kennen elkaar al sinds we elke woensdag gevechten op leven en dood leverden om als eerste de horoscoop in de Joepie te mogen lezen, en hebben al zoveel watertjes doorzwommen dat dit geen punt van ruzie mocht zijn. Maar toch. Daar zat ik ineens met mijn alcohol, en zij met haar belachelijke limonade. Wilde zij mij het gevoel geven dat ik een probleem had?

“Ik moet je eens iets tonen”, doorbrak vriendin J. de spanning.
“Een bewijsje waarop staat hoe oud en saai je geworden bent?”, antwoordde ik in mijn hoofd, een beetje gekwetst maar ook gewoon bitchy.
En toen gooide ze ineens een papiertje op tafel dat toch wel gigantisch hard op een echografie met een witte boon op leek!

“Is dat een echografie?” riep ik.
“Ja”, riep zij.
“MOHOWHIE!” riep ik, en ik stootte bijna mijn glas alcohol tegen dek.

Om het nieuws te verwerken bestelde ik ineens twee nieuwe porties alcohol tegelijk.
Voor mij alleen, ja.

We worden helemaal niet oud, wij, we zitten gewoon met een foetus!
Komt dat tegen.

Het liefste wat ik heb is vijf geworden

vijfjaar.jpgHet liefste wat ik heb is vijf geworden, en geen mens die er iets van zei.
Ik merkte het zelf ook niet, en dus sta ik hier, exact een maand en een dag nadat het liefste wat ik heb vijf is geworden, met een mond vol tanden.

In die vijf jaar ging ik samenwonen met mijn leaf, won ik achthonderd euro met een belspelletje (voor mijn moeder), ging ik zeker dertig keer op dieet (en ging ik zelfs fitnessen), schaften we ons een pratende kat aan, onderging ik een maagverkleining om niet langer een Afrikaans sekssymbool te zijn en kochten we een crib, om maar iets te zeggen.

En niemand die er iets van zei, zeg, dat ik jarig was.
Bij zes moet dat toch beter kunnen, zulle.

(denkt u de vreemde ÈÈ’s even weg in de archiefpostjes, trouwens? Er gaat iets mis en ik heb nu eens echt geen zin om na te gaan wat.)

just another day at the office

dayattheoffice.jpgIk zat op het Bedrijf. Mijn telefoon rinkelde. Ik nam dan maar op. Wat moet je anders?

“Ik heb iemand aan de lijn die een paar vraagjes heeft voor zijn eindwerk”, zei redactiesecretaresse I.
“Zou jij hem even kunnen helpen?”

En doorschakelen deed ze, nog voor ik helemaal zeker was van wel.
“Hallo?”, sprak ik zo professioneel en journalistiek mogelijk.
“Hallo mevrouw, met die en die van die en die school, ik maak een eindwerk over [insert iets waar ik me werkelijk niets bij kan voorstellen]”, sprak de jongen. Hij las het duidelijk af van een blad.
“Zou ik u enkele vragen mogen stellen?”
“Doe maar”, zei ik vriendelijk doch nog steeds professioneel, en ik vroeg me af hoe vaak de jongen dit gesprek had uitgesteld. Als hij een beetje mee had van mij op die leeftijd minstens zeven jaar.

“Wat vindt u van de band tussen PR-bedrijven en de journalistiek?” vroeg de jongen.
Hij deed het op dezelfde toon waarop je “eet je iets mee?” zegt.
Ik voelde mijn mond droog worden. Zweetpareltjes tekenden zich af op mijn fronsende voorhoofd.
“Wat bedoelt u daar eigenlijk precies mee?” vroeg ik om tijd te winnen. PR-bedrijven? Que le fuque?!

“Hoe u de band ziet tussen PR-bedrijven en uw medium”, probeerde de jongen opnieuw.
“Hmmm”, zei ik.
De jongen bleef stil.
Ik ook, maar minder lang dan hij. Anders werd het wel heel ongemakkelijk.
“Ik interview eigenlijk vooral BV’s”, zei ik uiteindelijk, naar waarheid.
“Oke”, zei de jongen beleefd.
“Maar ik heb een collega!”, riep ik, een beetje high van de geniale oplossing die zich plots aan me openbaarde.
“Die doet iets met PR-bedrijven, hoor. Ofzo.”

Desbetreffende collega schoot mij neer met haar ogen toen ik aanstalten maakte om haar door te geven.En het hielp vast niet dat ik de hoorn in haar richting duwde als kon hij elk moment ontploffen. Maar overnemen deed ze, moehaha. Mijn lichaam ontspande zich al na een paar seconden weer, maar de overheersende emotie bleef hangen. “Heel de nacht geblokt voor een examen, en toch geen zak kunnen invullen.”

Na een kwartier haakte mijn PR-collega de hoorn weer in.
“Dat was vreemd”, zei ze.
“Op het einde zei hij: bedankt voor uw zeer interessante antwoorden.”

Ik voelde een gigantische steek van jaloezie door mijn hart gaan, maar liet niks merken.

lilith is verliefd

brompton.jpgIk ben verliefd.

Het begon als iets dat zo hard moest groeien dat het er bijna niet inzat. Omdat ik nog niet was geworden wie ik nu ben. En wat ik nu ben. Verliefd dus.

De vonk sloeg keihard over toen collega M. (ook wel gekend als zij van Oostblog) ochtend na ochtend ter redactie verscheen met een rood samengeplooid ding in haar hand. Het soort samengeplooid ding waarvan ik, telkens ik er minstens tien zag staan in een statie near me, altijd dacht “wat een geklooi toch, met die kleine plooivelootjes”.

Ik zeg het, het moest groeien.
En het groeide.
En ik zag zowaar ineens in waarom ik mijn leven niet meer kon verder zetten als ik niet nu en rap en vandaag nog een vouwfiets zou gaan kopen, YOURI!

Noodzaak was het, als in trein ende vouwfiets, een combinatie waarmee ik keihard overal ter wereld kan geraken in een aanvaardbaar tempo. En ik ben de benenwagen gewend, dus zelfs met tegenwind is een fiets al supersonisch wat mij betreft. Dat ik daar nu eens niet eerder was opgekomen, al die eindeloze uren dat ik aan een mistroostig bushokje in Reetveerdegem stond te wachten op een bus die maar niet kwam, en waarvan ik ineens helemaal niet meer zeker was of het wel de juiste bus zou zijn en de bus mij dan niet zomaar ineens in één steek door naar Bangladesh zou brengen. En hoe zou ik dan thuis geraken? IN GODSNAAM?!!

Maar ik ben dus verliefd. Nog erger dan in de fietsenwinkel, toen ik zei: “Ik wil die roze.”
Vanmorgen moest ik immers in the middle of nowhere een brulboei van een voetbalman gaan interviewen, en ik fietste, in de zon, langs velden en wegen, en ik was zowaar gelukkig. En ik wou dat er een liedje bestond. Over roze Brompton vouwfietsen. Dan had ik het gezongen, ik zweer het u.

“Hoi”, zei de brulboei toen ik aanbelde.
“Leuke fiets heb je”.
En ik zei: “Ik weet het.”

Bij de kapper

varkensgriep.jpgDe Radio: “In ons land is een half uur geleden een tweede geval van varkensgriep vastgesteld. Het gaat om een bladiebladiebladiebla.”

Lilith: *leest boekje*

Vrouw naast lilith tegen kapster: “Je mag drie keer raden naar waar ik op vakantie ga volgende week.”
Kapster: “Turkije?”
Vrouw naast lilith: “Neeneen, Mexico”
*stilte*

Kapster: “Aja, oei, met die ziekte. Ben je niet bang?”
Vrouw naast lilith: “Ba neen, mijn dokter zegt dat ze daar veel te veel spel van maken.”
Kapster: “Het is dat hé madam. Gewoon goed opletten en zo weinig mogelijk rundsvlees eten is het belangrijkste dat je kan doen.”
Vrouw naast lilith: “’t Is dadde.”

Lilith: *staart werkelijk keihard naar boekje*

En u? Nog dommigheden gehoord anders?

Een prachtig cadeau voor de moeder van lilith

moederdagboeket.jpgHet is echt niet zo dat mijn gemis bepaald wordt door datums.

Ik tel al tijden niet meer in “zoveel maanden geleden”, en ik let er al heel lang niet meer op of de negende van de maand eraan komt of niet. Op 9 september zal mijn mama twee jaar gestorven zijn, maar het is geen dag waar ik maanden op voorhand tegenop kijk. De sterfdag van mijn moeder is vorig jaar voorbij gegaan zonder dat ik me ongelooflijk veel slechter heb gevoeld dan anders. Ook op de verjaardag van mijn mama probeer ik me niet extra veel te wentelen in zelfmedelijden of verdriet. Dagen zijn dingen die we zelf hebben uitgevonden, en voor mij zijn de gebeurtenissen niet erger of minder erg omdat er weer een jaar is over gegaan.

Alleen de gedachte dat ik haar al zo lang niet meer heb horen spreken dat ik haar stem begin te vergeten zorgt soms voor een onverwachte steek in mijn hart.

Maar de week voor moederdag, daar heb ik het vreemd genoeg dus wel lastig mee. Niet omwille van moederdag zelf. Ik hecht niet bijzonder veel waarde aan dergelijke feesten, al gaf ik haar wel elk jaar iets onwaarschijnlijk cools, dat spreekt.

Als ik de feestdag aller moeders dichterbij voel komen neem ik me nochtans voor om me er niets van aan te trekken. Om de vele mailtjes en brieven waarin vrolijke teksten me eraan herinneren dat ik nog maar even heb om een cadeautje voor mijn moeder te kopen gewoon straal te negeren.

Dat gaat even goed, maar na een paar keer “Lilith, weet jij al waarmee je je moeder wilt verrassen?” begin ik in mijn hoofd terug te antwoorden dat ik geen moeder heb. Dat ze veel te jong gestorven is aan kanker. Dat ik het al bijna twee jaar elke dag zonder moet doen. Ook op moederdag, dus. Nu jullie.

En hoe verder de week voor moederdag vordert, hoe erger alle boodschappen in mijn maag beginnen te stompen. Als mensen in mijn omgeving beginnen te klagen dat ze nog niks hebben voor die van hun. Of ik al iets heb voor die van mij. Gevolgd door een pijnlijke “oei, ja, juist”, en ik die dan snel iets zeg om hun ongemakkelijk gevoel weg te nemen.

Het is vreemd dat ik me er zo door laat beïnvloeden, vind ik van mezelf. Maar er is weinig ontkennen aan. Als u het mij dus niet kwalijk neemt: dit jaar tel ik gewoon af naar de Kattenstoet, in plaats van naar Moederdag. Het is op dezelfde dag, en het is een pak minder confronterend. Zolang ik niet te hard nadenk over dat ze er vorige keer nog bij was, that is.

dubaidingen

maktoum.jpgDingen die geweldig waren in Dubai:

* winkelcentra met wel 1200 winkels, waarin ik van mijn lief een hele dag mocht rondlopen zonder dat hij ook maar één keer heeft gezucht of gestoken
* spotgoedkope taxi’s
* dat alles er nog groter en zotter is dan datgene dat je een minuut eerder al groot en zot vond
* Iced Vanilla Latte (al geldt dat voor de volledige geciviliseerde wereld min België. En Zaventem telt niet.)
* de stilte van de woestijn des avonds, en kamelen zien in het wild
* de temperatuur. Nu was dat nog een graad of 37 met een briesje, en dat voelde alsof iemand constant met een haardroger in onze richting blaasde/bliesdigde. Binnen een maand gaan ze naar de vijftig, waarschijnlijk alsof iemand hetzelfde doet met een vlammenwerper
* de gedienstigheid van iedereen die we tegen kwamen. Als we aan iemand hadden gevraagd om ervoor te zorgen dat de zon stante pede achter een wolk verdween, ik ben zeker dat ze het zouden geprobeerd hebben

Dingen die minder geweldig waren in Dubai:

* een voedselvergiftiging die me één van de allerslechtste nachten van mijn leven bezorgde, en nog steeds nasluimert en ervoor zorgt dat ik me niet bijzonder patent voel
* de muezzin die me elke morgen om half vier wakker zong, als ik al sliep, that is. Meestal was het gewoon een extra pijniging terwijl ik lag dood te gaan van de maagkrampen
* het verkeer. Al is het wel een ervaring om drie keer per minuut te denken dat het voertuig waarin je je bevindt zal worden aangereden door iets dat groot en snel is

Om maar te zeggen dat het volgens de berekening van plussen en minnen serieus cool was, daar in de Emiraten. Al zou mijn maag u vast andere dingen proberen wijs te maken.