Maandelijks archief: november 2010

hoe lilith de winter toch nog poogt te overleven

kutwinter2.jpgMaat, het is nog altijd vollen bak november. *lang gezicht*

Veel valt daar precies niet aan te doen, en dus doe ik een ultieme poging om op zoek te gaan naar tips om de winter te overleven. En tenminste te doen alsof het allemaal zo erg niet is enal. Wat het natuurlijk wel is. Maar dat hebben jullie niet van mij.

* Lezen. Veul! Op mijn Kindle, de allerbeste uitvinding sinds de bananenbeschermhuls. Mede dankzij mijn nieuwe precious ben ik as we speak mijn drieëntwintigste boek van het jaar aan het uitlezen. Dat zal niet ver van een persoonlijk record zitten. Om maar te zeggen: ze mogen mij veel afpakken, maar als het mijn Kindle is zal het toch from my cold dead hands zijn, zulle.

*Een extra poging doen om gezond te leven. Hoewel ik in de winter vooral zin heb om met een gigantische zak paprika chips en een paar flessen witte wijn in de zetel onder een deken te liggen ruften spreek ik mezelf vermanend toe dat ik verstandig moet zijn. Door soep te drinken, en ervoor te zorgen dat ik genoeg fruit en groenten binnen speel. Mijn laatste fruitverslavink, trouwens: kaki. <3 kaki.jpg

* Naar buiten. Ik dwing mezelf en mijn hubby om in het weekend naar buiten te gaan. Stappers aan en de bossen in, manneke! Afgelopen weekend was het superkoud en vroren mijn immer tranende winterogen bijna dicht van de ijswind, maar achteraf waren wij daar al bij al toch wreed content van. Zeker omdat wij met zijn tweeën zeker de coolste hipsters van heel Dikkebus Vijver waren, en onze aanwezigheid het leeftijdsgemiddelde direct met drie generaties naar beneden trok.

dikkebus.jpg

* Gaan lopen. Ik ben nog maar eens herbegonnen, na bijna twee maand niks. Letterlijk voor de dertigste keer. En ik ga dood, maar ik heb er toch zoveel deugd van. Maak ik mezelf met de moed der wanhoop wijs als alles aan mij pijn doet en mijn kaken paarser zijn dan ik ooit had kunnen vermoeden. Maar als ik door de sneeuw loop, dan voel ik me wel keihard Rocky.

* toastjes. Zonder dat er een feest is. Ge moet dat echt een keer proberen, want dan is het ineens precies toch feest.

* Youtubevideo’s van katten. Kilo’s.

Ahahaaaahaaaa!

En jullie?

weekmenuten: van 26/11 tem 3/12

tongschrijven.jpgOke, ’t is gebeurd. Mijn menu voor volgende week is een feit, en terwijl ik het normaal gezien alleen maar in onze iCal steek heb ik nu zelfs de moeite genomen om het mooi voor u op een blaadseken te schrijven MET EEN ECHT STIFTJE. I know! Grafologen onder mijn lezers, gelieve discreet te blijven over de nutcase die waarschijnlijk niet eens zo diep in mij verborgen zit. Danke.

Dus, dit is wat ik mezelf en mijn meneer de komende week schik voor te schotelen.

weekmenu48.jpg

Die bucatini oreganata van de vrijdag, dat klinkt geweldig fancy, maar dat is eigenlijk gewoon een gigantisch basic pastagerecht met tomaatjes zoals wij dat hier graag hebben. Recept vind je hier.

Zaterdag is bij ons nogal dikwijls visdag, omdat ik dan al eens tijd heb om naar het viskraam op de markt te trekken. Tonijnfilet is met voorsprong mijn favoriete vis van de afgelopen drie jaar, en al helemaal als ik het zo rosé bak op de grill en overgiet met Evelien haar vreselijk lekkere vissaus. Yum! Ik serveer dat met tomaatjes, ofzo.

Zondag en maandag eten wij chili con carne, maar dan zonder het gehakt, volgens dit recept.

Op dinsdag krijgt mijn leaf die ik leaf blijf noemen macaroni met kaas en hesp, want hij lust geen broccoli. Woensdag is easy, dan haal ik dit uit mijn diepvries: balletjes in tomatensaus van Peter Goossens. (zo lekker dat die zijn, maat!)

En op vrijdag, dan ga ik voor drie dagen naar Londonbaby voor het werk, wat wil zeggen dat ik donderdagavond eens ga gaan eten met mijn meneer, en hij op vrijdag waarschijnlijk voor pizza zal kiezen. En ik voor sushi in een fancy doeninge, als dat enigszins kan.

Heb ik trouwens al eens gezegd dat mijn hart zich verwarmt met vreugd als ik zie dat jullie met zijn allen minstens zo’n dikke neuroten zijn als ik? Echt hastn, merci!

weekmenuten: de proloog (waarin jullie beseffen dat ik een neuroot ben)

husband-and-wife-making-list.jpgIk moest eigenlijk feitelijk niet veel moeite doen toen ik de vraag kreeg om mee te doen aan weekmenuten, want ik weekmenu al meer dan drie jaar van mijn eigen. Sommige mensen verklaren mij luidkeels cuhrazy om zoveel organisatorisch vernuft, maar echt: wie het eens heeft gedaan en heeft beseft wat voor een gemak het is om niet ’s avonds bij thuiskomst te moeten bedenken wat men gaat klaarmaken om te eten kan nooit meer terug. Bij mij was de oplossing op dat vraagstuk trouwens altijd: “brol”.

But no more!

Voordelen van een weekmenu, voor de non-believers:

  • Eén nadenkmoment per week, één boodschappenlijstje.
  • de mogelijkheid om verschillende maaltijden op elkaar af te stemmen, als in: ik ga nog tomaten overhebben van de saus van de maandag, en die draai ik dan de dinsdag wel in een omelet. Aha!
  • Minder moeten weggooien, zodus!
  • overzicht! Dat ik weet of ik wel genoeg vegetarische dagen heb, en genoeg diepvriesdagen, en genoeg 1 keer koken drie keer eten-dagen. (Neuroot? Ikke?)
  • planning equals al eens iets kunnen koken uit mijn miljard kookboeken. En dat vind ik geweldig fijn.
  • rust in mijn hoofd, y’all. RUST IN MIJN HOOFD. :aah:

Mijn weekmenu wordt doorgaans op vrijdag in elkaar geflanst tot aan de volgende vrijdag (want boodschappendag). Het ritueel involves: ikzelf, een blad en een stylo, een paar kookboeken en mijn Evernote, alwaar ik met de regelmaat van de klok internetrecepten in opsla (en de rest van mijn leven, maar daarover later eens meer). En dan is het bladeren, en opdelen, met een paar vaste factoren.

Zijnde!

  • Enkele vegetarische dagen. (ik zeg enkele, wegens dat ik in mijn volledig vegetarische periode tekorten begon op te stapelen, en het volgens mijn maagverkleiningschirurg bijzonder onverstandig was om ook nog eens op dat gebied tekorten op te bouwen. En dus moest ik doseren. En dwaalde ik weer af naar stoofvlees en brochetten. En ben ik nu een nieuwe poging aan het doen met drie dagen veggie per week. Zo.)
  • 1 diepvriesdag, waarop ik dus kook uit mijn diepvries. Aja!
  • Zondag 1 keer koken drie keer eten-dag. Wat wil zeggen dat ik op zondagnamiddag in mijn keuken sta, mij volledig smijt om een overheerlijke gigantische maaltijd te maken, waar dan op zondagavond en maandagavond van gegeten wordt, en als ik nog over heb een portie de diepvries ingaat voor diepvriesdag. Nothing short of amazing, Mike!

Ik post straks mijn menu voor volgende week. Eerst een fijn stiftje en een blad vinden. En een handschrift dat ergens op trekt.

(zij en zij doen het trouwens ook, ter mijner verdediging. Stop met staren. Maar echt.)

lilith haat november

regennovember.jpg‘Komaan, niet trunten’, was een spreuk die bij ons thuis werd gebezigd als iemand zijn lip iets te lang en hardnekkig liet hangen. Wij waren daar geen amateur van, van zelfmedelijden. Als ik tegenwoordig van mezelf vind dat ik me te lang blijf wentelen in negatieve gedachten over mijn gat dat te dik is, mijn huishouden dat mij van langs achter blijft bespringen, de vakantie die maar niet dichterbij komt en bv’s die zich gedragen alsof de meridiaan van Greenwich door hun achterwerk loopt, dan grijp ik ernaar terug. Niet trunten, lilith, niet trunten.

Meestal slaag ik er dan na een tijdje in om in te zien dat mijn gezaag niets zal bijdragen aan de werking van het heelal. En dat ik mijn energie beter zou gebruiken om nuttiger werk te verrichten, of te bloggen, bijvoorbeeld. Maar niet wat betreft november. Hell, ik haat november zo hard dat ik me moet inhouden om er niet non-stop tegen de sterren op over te klagen.

Dat grijze schurftweer, dat over de wereld hangt als een stuk nat krantenpapier. Naar treinstations moeten lopen in de regen, om daar tussen naar natte hond ruikende medereizigers op je trein te staan wachten. Die elke avond te laat is, want er liggen drie herstbladeren op het spoor, het signaal voor de NMBS om af te schaffen wat af te schaffen valt. Stekedonker om vijf uur, en nog lang geen zicht op toastjes en zakouski’s . En dat ze dan ineens afkomen met de eerste misselijkmakende “Driving home for Christmas” op de radio, en dat je zin hebt om je hoofd keihard tegen het laddertje van een verdwaalde hangkerstman te slaan. TOT HIJ MET ZIJN KLIKKEN EN KLAKKEN NAAR BENEDEN VALT. :aah:

Ik adem in en uit, maak herfstwandelingen, duw kilo’s comfort food in de oven, lees onder dekentjes, doe alsof het allemaal geweldig knus is, heel dat november.

En dan kom ik buiten, en is het godverdorie november.

OVERAL.

lilith leeft in de toekomst

toekomststad.jpgAllez jongens, kijkt!

Ik heb een applicatie op mijn iPhone, en als ik daarmee een barcode van een boek scan (in dit geval een nerdenboek van mijn nerdenechtgenoot) dan weet dat ding welk boek het is. En hoeveel het kost. En kan ik het stante pede bestellen!

Sterker nog: als ik een foto neem van een ander nerdenboek van mijn nerdenechtgenoot herkent hij zelfs dat boek! :UNK: Ik vind dat ongelooflijk straf. Zo straf dat ik dat op mijn blog zet, en daarmee het risico loop dat u mij in het mapje “saaie nerden” steekt in uw RSS-reader. Zo straf, ja. (het is nogal flou, maar het is ook nogal vroeg)

How zeg.

de profielfoto des doods

facebook_logo-2.jpg“Twintigjarige Ramses verongelukt met fiets”, staat er op de internetpagina van de krant, met daarbij een foto van de onfortuinlijke jongen waarvan sprake. In de tijd dat Facebook nog niet bestond zou Ramses vast gezichtsloos gebleven zijn op de dag dat hij veel te jong het leven liet.

Net zoals het meisje Yasmine, op haar dramatische dag een tijdje geleden, of alle andere mensen die ineens heel zichtbaar worden doordat hun profielfoto op Facebook blijft staan. En dus zien we Ramses zoals hij van zijn pagina werd geplukt door de reporter van dienst: sushi etend, met een grote glimlach, zich van geen kwaad bewust. “Het zag er mij nog een toffen uit”, denk ik dan, vlak voor ik het nieuwsbericht weg klik.

Gevolgd door “als ik straks onder een auto loop, dan kom ik waarschijnlijk zo in de krant”:

60247_473772436348_637666348_6651565_4703527_n.jpg

Misschien een beetje raar, maar tegelijk toch ook: “ziedekeer wuk een zotte doze dat het was!” en “Het zijn toch dedie die het beste in een ring kunnen bijten die het eerste gaan, hé”.

Een tijdje geleden was ik zelfs de eeuwigheid in gegaan als Dennie Christianlover.

7516_171645806348_637666348_3704957_3623150_n.jpg

En daarvoor als prinses.

22679_315935496348_637666348_4642392_771508_n.jpg

Mjah. Misschien toch best een beetje mee opletten in het vervolg.

de zoektocht naar de perfecte tomatensaus

tomatensaus.jpgIk ben geen moeilijke, maar wel als het over tomatensaus gaat. Omdat ik vind dat tomatensaus van dat eten is dat vast hangt aan herinneringen, denk ik, en dan moet het goed zijn. Zo probeer ik al jaren de saus na te maken die ik als kleutertje kreeg voorgeschoteld door de mollige keukenmeiden van de basisschool van V., de saus die er mede voor heeft gezorgd dat ik nog voor mijn vijfentwintigste aan de maagverkleining moest. Hetzelfde met de werkelijk zot lekkere tomatensaus die één of andere Italiaander mij ooit serveerde op een terras aan de waterkant in Murano. Doodsimpel, maar nooit meer zo’n lekkere saus gegeten als daar.

Het is een beetje uitgedraaid op een persoonlijke obsessie/queeste. Ik ging te rade bij mama’s en schoonmama’s, bij koks en hobbykoks, en toch was ik altijd teleurgesteld in mijn resultaat. Het was of te Italiaans, of niet zoet genoeg, of te zoet, of te dik of te dun. Niet goed dus. En dan heb ik het nog niet gehad over de saus die ik kocht uit pakjes. Niet te vreten, doorgaans. Tot! Ik enkele weken geleden op dit recept van niemand minder dan Peter Goossens stootte.

Voor de tomatensaus:

25g boter
1 ui
1 wortel
3 teentjes look
300g trostomaten (ofte drie stuks)
1koffielepel kristalsuiker
75g bleekselder
20g bloem
1 takje tijm
1 takje rozemarijn
1 takje marjolein
5 blaadjes basilicum
1 blaadje laurier
1 takje dragon
1,1kg bliktomaten
25g geconcentreerde tomaat
1 dl madeira

Zo maak je het:

– ui, look, wortel, selder aanstoven in de boter
– indien goed aangestoofd de geconcentreerde tomaat toevoegen samen met de verse tomaten,licht bestrooien met de bloem en de bliktomaten toevoegen
– kruiden met peper,zout en suiker
– de madeira 2/3 inkoken en samen met alle fijngesneden kruiden toevoegen aan de saus,deze een uur zacht laten pruttelen

saus.jpg

– vervolgens mixen en passeren door een puntzeef

zeef.jpg

Serveren met balletjes, of koeientong, of eitjes, of champignons, of pasta zonder iets, allemaal lekker! En perfect invriesbaar voor als het snel moet gaan.

saus2.jpg

Het is smaak hé hastn, daar valt over te discussiëren, maar wat mij betreft heb ik mijn tomatensaus toch nog maar zelden lekkerder gegeten. Ik ben evenwel allesbehalve een gediplomeerde chef, ik zit net in de fase dat ik ongeveer weet wat ik doe en nog maar zelden dingen kook die echt niet te vreten zijn, maar als ik hier dingen beweer die tegen alle regels ingaan, roep hé. Hou mij tegen! En Peter ineens ook! (Trouwens! Niks zo vrolijkmakend als tien minuten boven een pot inkokende Madeira hangen. Ge moet dat eens proberen.)

(Mocht u zich allen afvragen waar mijn recente blogopstoot vandaan komt: ik heb even beslist om niet meer zo zot veel te werken als de afgelopen maanden. En dus heb ik even iets meer tijd, en zin om te schrijven. Is nice.)

de opa van lilith is me er eentje

gobelijn.jpgLittle do you guys know, maar ik ben op de wereld gezet met een geweldig natuurlijk voordeel in het machtige spelletje “Jij mag mij niet pijn doen, want mijn vader is poliesie en hij zal je in de bak steken“. Namelijk: mijn vader is soldaat. Een echte, met een geweer, medailles, een vrachtwagenrijbewijs en genoeg mitrailletten om jullie hoofdjes aan frieten te schieten indien nodig.

Ik weet het, als jullie in zo’n bevoorrechte situatie zouden geboren zijn hadden jullie vast tot in den treure gestoeft met jullie legervader, maar geloof het of niet: geen enkele keer heb ik mijn voordeel uitgespeeld. Dat was ook helemaal niet nodig, want ik had een nog veel indrukwekkender familielid in mijn mouw zitten. Een grootvader die uitvinder was. Nu gulder!

Ooit was hij banketbakker geweest, maar na een betrekkelijk vroeg pensioen had hij zich bekeerd tot het uitvinden. Dat wist ik, want als ik bij hem op bezoek ging nam hij me mee naar zijn garage waar het vol hing met roestige tangen en vijzen en draaiers en stukken oud ijzer die mijn hoofdje deden duizelen. “Kijk eens goed”, zei mijn pepe dan, “Ik steek hier een appel op, en ik draai aan dit hendeltje, en de appel schilt zichzelf. Zelf uitgevonden.” En warempel, een paar seconden later had ik een geschilde appel in mijn handjes.

Geen kind of leerkracht in de Rijksbasisschool van het dorpje V. die ik niet heb lastig gevallen met het verhaal van de appelschiller, of de grandioze uitvinding van het lichtje dat aansprong als je voor de garage passeerde. Mijn pepe was niet minder dan geniaal. Heelder opstellen heb ik daarover geschreven, en ik stelde me voor hoe mijn pepe een paar keer per jaar hoge toppen scheerde op uitvindersbeurzen over heel de wereld, waar mannen met baarden zich goedkeurend mompelend rond zijn appelschiller verdrongen.

Tot ik een paar jaar geleden zowel de appelschiller als een lichtje met een bewegingssensor aantrof in de Suprabazar, bijna in extase naar Youri wilde roepen dat mijn pepe en niemand minder dan mijn pepe dat had uitgevonden en plots mijn frank gigantisch hard hoorde vallen. Het was niet waar geweest. Hij had me dat wijsgemaakt, begot. Een mens moet de vijfentwintig voorbij zijn om dat dan ineens te beseffen.

Ik was er zo door aangedaan dat ik een tijdje getwijfeld heb of hij dan wel echt ooit bakker was geweest. Maar zie, mijn favorietste pepe is vorige week tachtig geworden, en bakte voor de gelegenheid het ultieme en overheerlijke bewijs:

mafketeltaart.jpg

Congrats, jij oude mafketel van me! Congrats indeed!

Bewaren

honing

Honing.jpgEén van de allermoeilijkste dingen die ik na de dood van mijn moeder heb gedaan was de inhoud van haar kleerkast in plastieken zakken steken. Ik was tot op dat moment redelijk sterk geweest. Tot op zekere hoogte kan dat, blijkbaar, als je al maanden weet dat je je moeder binnenkort zal verliezen. Ineens ben je haar verloren, en blijkt dat de wereld toch nog draait.

Maar dan komt dus het moment dat je met een t-shirt in je handen staat dat je nog samen hebt gekocht. Dat je de rok die ze aanhad toen je de laatste keer een wandeling hebt gemaakt aan zee in een zak moet gooien, toen het eigenlijk al bijna niet meer ging van de rugpijn, maar niemand dat teveel wilde laten merken. Dat de handtas die ze nog zo graag wilde plots in je blikveld komt, de handtas waarvan je je vooral herinnert dat je vader haar met de auto tot aan de handtassenwinkel moest brengen die maar vijfhonderd meter stappen ver was. En dan de blik van je oma, die duidelijk maakte dat zelfs zij het niet langer kon ontkennen.

Ik heb zo hard staan janken voor de kleerkast van mijn moeder die namiddag dat ik toen heb beslist dat ik me niet te hard wilde vastklampen aan materiële zaken. Ik wilde geen huis vol herinneringen aan mijn moeder, ik had voldoende aan de foto’s en de beelden in mijn hoofd. En dus heb ik eigenlijk niet veel meer gehouden dan een trui, een paar schoenen, een t-shirt en een handgeschreven recept voor de allerlekkerste spaghetti bolognaise die de wereld ooit heeft gekend. We maken hem hier nog altijd met geweldig veel liefde na.

Mijn papa heeft vorige week zijn keuken herschilderd, en daarvoor het kadertje van de muur gehaald dat daar al jaren hangt. Met de kruisjessteken van mijn mama op, een hobby waar ze zich een tijdje met evenveel enthousiasme op heeft gesmeten zoals ik het altijd doe, en er met evenveel enthousiasme mee is gestopt zoals alleen wij dat konden. Of ik het mocht hebben. Ik mocht.

honing2.jpg

Dat een mens zo’n steek door zijn hart kan voelen bij het zien van een kruisjessteekkadertje over honing, dat hadden ze mij vijf jaar geleden toch ook niet kunnen wijsmaken.

lilith skipt haar examen wiskunde

examenwiskunde.jpgDe gedachte komt even onverwacht als glashelder bij me op terwijl ik een boek lees waarin studenten voorkomen. Dat ik dit jaar niet zal meedoen aan mijn examens, want dat ik letterlijk geen enkele keer naar wiskunde ben geweest en dus ook onmogelijk kan slagen. Ik heb geen notities, ik heb geen benul waar de lessen over gingen, en examens doen heeft dus ook geen enkel nut.

Eigenlijk feitelijk is dat ook niet eens zo erg niet, want ik heb al werk. Ik heb helemaal geen diploma meer nodig, ik ben al een freelancer. Ik moet het alleen nog aan mijn ouders uitgelegd krijgen, maar hey, die zullen het vast wel snappen. Dat iemand die al freelancer is geen diploma nodig heeft, en dus ook door het leven kan zonder dat examen wiskunde nog te gaan doen.

De gedachte flitst zo snel en zo vertrouwd door mijn hoofd dat het even duurt voor ik door heb dat dit echt compleet geen sense maakt, allemaal. Tot ik besef dat ik hier al minstens zeven keer over heb gedroomd, zonder me er bij het ontwaken blijkbaar nog al te goed van bewust te zijn. En dat iets in mijn boek ervoor heeft gezorgd dat de gedachte me nu zelfs in wakkere toestand bereikt: ik snap geen zak van mijn wiskunde. Ik heb straks examen. En ik ga niet meedoen, want ik heb al werk, bij de boekskes. Het komt ondanks mijn gebrekkige kennis van de stelling van Pythagoras vast wel goed met mijn leven. OF TOCH NIET?!? :aah:

Un peu getraumatiseerd, moi?