Maandelijks archief: februari 2011

uitgetest: de Havearosa

rosabag.jpgSoms ben ik een lucky ducky, vind ik. Als mensen mij mailtjes sturen om te vragen of ze me iets mogen laten bezorgen, alleen maar omdat ik een blog heb en er dan eventueel misschien als het niet geeft iets over zou kunnen schrijven. Als ik er niet al te veel moeite of kinky dingen voor moet doen zeg ik nogal gemakkelijk: “stuur maar een keer op!”. Net zo toen Margriet van Havearosa mij mailde. Een tas waar een fotocamera in past, en dat ik die wel een weekje mocht testen.

Mijn hart maakte een sprongetje toen de tas hier in een grote doos werd afgeleverd, want hemeltjelief, wat was hij groot. En roze! En wat was er veel plaats in. Zei ik al dat hij groot was?! En dat ik iemand ben die altijd op zoek is naar die ene tas die net een beetje groter is, en toch niet groot genoeg om mensen zich te laten afvragen waar die tas met lilith naartoe gaat? En kijk dan toch hoe mooi hij is! En stevig! EN ROZE! :aah: En ze heet Sophia!

rosa1.jpg

De afgelopen week heb ik onze grote spiegelreflexcamera niet aangeraakt, en dus ook niet meegenomen in de tas, al heb ik wel gezien dat hij er perfect in zou passen dankzij alle vakjes die erin voorzien zijn.

rosa4.jpg

De onderverdeling kan eruit wegens bevestigd met velcro, en dus kon ik Sophia tot mijn vreugde helemaal vol stouwen met de dingen die ik meeneem naar mijn werk. Elke dag vindt er een halve volksverhuizing plaats tussen Ieper en Antwerpen, dus toen bleek dat de Sophia niet eens moeite leek te hebben met het gewicht van onderstaande gemiddelde tasinhoud was ik volledig in de wolken.

rosa2.jpg rosa3.jpg

Toen ook bleek dat Sophia geen problemen had met hels regenweer en af en toe een duw op de trein was ik helemaal verkocht. Ik heb de eer en het genoegen om hem binnenkort weer op vakantie te sturen voor een week, naar een andere blogster die graag fotografeert, maar eerlijk? Dat vooruitzicht maakt me een beetje somber. De kans is nogal bijzonder groot dat ik hem gewoon koop, vrees ik. Al twijfel ik nog tussen de roze en de groene. En voor de rest twijfel ik eigenlijk niet meer.

Conclusie: Topproduct, Margriet! Zowel voor fotografen als vrouwen die geen talent hebben voor licht reizen.

Check Havearosa voor prijzen en betere foto’s dan die van mij. :)

lilith verzoent zich met vegetarische hesp

vegham.jpgEr is een periode in mijn leven geweest waarin ik gespecialiseerd was in dingen stom vinden. Ik noem het “mijn stomme periode”. Ik was een jaar of zestien, en ik vond letterlijk alles dat op mijn pad kwam stom. En als het niet op mijn pad kwam, dan vond ik het nog stommer, want het moest maar moeite doen om op mijn pad te komen. *rolt met ogen*

Deze dingen vond ik in mijn stomme periode zelfs nog stommer dan gewone stomme dingen: kerels met een Wallaroo. Van die seuten die hun vinger opstaken in de les. Bowling. Jassen van Système Nouveau. Mensen die jassen van Système Nouveau droegen. Fuiven in Westhoek Expo in Ieper. De johnny’s die daar naartoe gingen. Gaten in de ozonlaag. Petjes. Light sigaretten. Turnleraars. Housemuziek. Kerels met een scooter. Negentig procent van de vrouwen in mijn klas. Hastn met een helm op een Wallaroo. Dat programma van Urbanus en Werther Van Der Sarren. En zo kan ik wel nog een uurtje of drie doorgaan.

Maar de tijd heelt alle wonden, en ik kan met enige vorm van trots zeggen dat ik me over al deze ergernissen heb weten heen te zetten. Het raakt mij allemaal niet meer. Ik vind tegenwoordig nog maar weinig dingen stom, omdat ik zo niet meer ben. Ik ben openminded geworden. Ik ben zen. Tot een paar maanden geleden vond ik eigenlijk nog maar één ding echt gigantisch stom: vegetariërs die vleesvervangers eten in de vorm van dode dieren.

Zo, dat is eruit.
Ik heb het echt nooit gesnapt: tegen vlees zijn, maar wel plantaardige worstjes zitten eten, in de vorm van echte worstjes, gevuld met één of andere schimmelchampignon. Worstjes, als in dode beesten. Sterker nog: dat de fabrikanten ervan er alles aan doen om de schimmelchampignons te laten smaken naar dode beesten. Het scheelt niks of ze voegen er paprikasap en dikmiddel aan toe om dat lekkere gevoel van druipende bloederigheid mee te geven, dacht ik. Hetzelfde @ vegetarische hesp, spek, stoofvlees, gehaktballetjes, salami en martino. Echt, ik vond dat allemaal zo hilarisch dat Geert Hoste zijn doortocht op CNN er niks bij was. Tot ik dus zelf overschakelde op minder vlees.

En een diëtiste me wist te vertellen dat dat toch echt wel voordelen heeft, van die vleesvervangers. Proteïnen enzo, die je niet altijd voldoende uit je gewone maaltijden haalt als vegetariër. En ik al helemaal niet, met mijn omgeleide spijsverteringsstelsel. En dus deed ik onlangs iets waarvan ik nooit had vermoed dat ik het op mijn lijstje van verwezenlijkingen zou moeten zetten: vegetarische hesp, op mijn boterham. En daarna nog eens.

En man, ik ben verkocht. Want het smaakt naar vlees, met een beetje verbeelding en goede wil, en ik eet nog altijd geweldig graag vlees. [crowd goes: O NOES SHE DOESN’T!] Erger nog: vegetarische worstjes blijk ik dan weer echt niet te lusten, omdat ze niet voldoende naar vlees smaken. Ik had mezelf als zestienjarige echt zo’n stomme seute gevonden, het zou niet normaal geweest zijn.

Maar als bijna dertigjarige denk ik maar één ding: dat ik het allerlaatste dat ik op deze wereld stom vond, ineens ook al niet meer stom vind. En dat dat toch fantastisch is, dat ik zo’n gemakkelijk mens ben geworden!

Allez ja, het voorlaatste, dan: mensen die beire zeggen, dat vind ik wel nog altijd ongelooflijke dikke mutns.

lilith neemt de woensdagmiddagtrein

teenagecombover.jpgIk zat op de trein en ik las een boek. Of beter: ik probeerde een boek te lezen, terwijl ik me vertwijfeld afvroeg waarom ik mijn afspraak in hemelsnaam op woensdagvoormiddag had gezet. Had ik dan niet kunnen voorzien dat de kans groot was dat ik daarna de woensdagmiddagtrein terug zou moeten nemen? Wist ik dan na al die jaren nog steeds niet dat dat die overvolle trein is vol puisterig gespuis dat zich bezig houdt met veel te luid alles “beire” te vinden en zich aan te stellen terwijl ik een boek probeer te lezen? MAN TOCH.

Voor mij aan het raampje zat een jongeling van een jaar of veertien die een serieuze case van Gilles de la Tourette met zich meesleurde, of zich gewoon ongelooflijk ongemakkelijk voelde. Dat zag ik aan zijn bles, en de bijzonder agressieve manier waarop hij die telkens uit zijn ogen sloeg met een bijna kopstoot in mijn richting. Ik werd er samen met hem compleet ongemakkelijk van, maar ik zei er niks over. Een jaar of veertien zijn is op zich al moeilijk genoeg.

De trein stopte. Ik hoopte dat het oerkreten makende zootje ongeregeld achter mij ergens in de omgeving van de desbetreffende halte huisde, maar niks bleek minder waar. Zij bleven staan. Er stapten zelfs nog meer zwaar met hun puberteit worstelende adolescenten op, waardoor de wagon begon te ruiken naar talg en sigaretten waarvan de rook alleen werd ingetrokken als er iemand keek. Iemand heette Tjorven, mocht ik vernemen, en hij had een nota in zijn agenda. En hetzelfde kapsel als Alana Dante, in den tijd.

In het volgende station kwam een rij giechelende tienermeisjes binnen, met een rode draad om u tegen te zeggen. Gigantische combovers, meerbepaald, startend aan hun ene oor en op lachwekkende wijze over hun voorhoofd gedrapeerd en opnieuw vastgespeld achter het andere. Om puisten te camoufleren, dacht ik. En dat jonge meisjes van tegenwoordig vast niet meer weten die Donald Trump is, en wie Marla Maples.

Ik merkte dat ik al drie keer dezelfde pagina in mijn boek had gelezen zonder ook maar één woord te hebben gezien. Ik begon dan maar opnieuw. Achter mij zei iemand echt beireveel beire. Maar dan echt wel beireveel te veel.

lilith heeft ook wel een paar vragen

trainSleep.jpgHet moet de vraag zijn die me al het vaakst is gesteld sinds ik mijn werkterrein heb verplaatst van Ieper naar de wereldstad genaamd ’t Stad. “Hoe lang ben jij dan eigenlijk onderweg met de trein?”. Ik ken het antwoord vanbuiten: van deur tot deur twee uur, enkele reis. Van trein op tot trein af een uur en twintig minuten, in een ideale wereld die dankzij de NMBS al jaren niet meer bestaat”. Waarop de persoon die tegenover me staat me meestal aankijkt alsof ik net heb gezegd dat ik een vieze ziekte heb waarbij één en ander aan het wegrotten is. “Ocharm dat kiend”.

Pas op, fijn is het allemaal niet hé. Ik ben de eerste om daar op Facebook of Twitter of hoe heten al die ingewikkelde sociale mediadingen allemaal over te klagen als was het het laatste dat ik deed. “Lilith zit weer naast een stinkende vuilnisbak”, zeg ik dan, en elke regelmatige pendelaar weet dat dat dan net zo goed over een onhygiënische buurman als over een echte vuilnisbak kan gaan. Altijd dubbele bodems gebruiken in jullie facebookstatussen, kinders, dat houdt de mensen geboeid.

In het uur en twintig minuten enkele reis maakt een mens wat mee, dat is waar. De uren duren er zo lang dat een mens zich al eens vragen gaat stellen. Als daar zijn:

* hoe komt het dat er soms een oorverdovend tuut-tuut-tuutgeluid uit de luidsprekers weerklinkt, en dat niemand ooit omroept waar dat voor nodig was?

* hoe kunnen conducteurs van een hele trein onthouden wiens ticketje ze al hebben geknipt, en wiens niet? Die doen van “is gezien” alsof het niks is, maar ik vind dat bijna even indrukwekkend als de tijd waarin kassadames van de ALDI alle codes UIT HUN HOOFD KONDEN. Echt waar jonge lezertjes, dat is dus ooit gebeurd.

* waarom vinden mensen het niet erg om kwijlend en met open mond te liggen slapen naast een andere kwijlende en onbekende reiziger waar ze in andere omstandigheden niks mee te maken zouden willen hebben als het op slapen aankomt? En zijn die mensen nooit bang dat ze niet op tijd wakker gaan worden, of dat heel de wagon in de gaten heeft dat ze er afzichtelijk uitzien als ze liggen te ronken?

* hoe komt het dat sommige mensen ermee weg komen om maar een ticketje te kopen als de conducteur voor hun neus staat? Als die conducteur niet komt, dan rijdt die toch zwart? En dat is toch ILLEGAAL?!

* waarom worden de boodschappen over de wagons die naar Lille (F.) rijden afgeroepen in het Nederlands, terwijl negentig procent van de mensen die naar Lille moeten Frans spreken en geen benul hebben van wat de conducteur zegt?!

Eens deze vragen door jullie zijn opgelost in de comments van deze post beloof ik dat ik me tijdens de vele uren op de trein ga bezig houden met interessantere vraagstukken. Maar eerst antwoorden, jullie, en snel wat. Ik heb een trein te halen, sebiet.