Maandelijks archief: november 2012

lilith neemt wat dingen terug

“Je zult het wel niet zo bedoelen”, zei Mirjam op mijn Facebookpagina, “maar ik lees veroordeling in je blogpost. Net of je vindt dat alle ouders die veel speelgoed in huis halen het slecht aanpakken.” Toen ik mijn blogpost herlas dacht ik: “Ze heeft gelijk”. Ik deed exact waar ik zelf zo hard kriebels van krijg: een opvoedkundig waardeoordeel uitspreken. En dat had ik eigenlijk niet moeten doen.

Ik snap waarom ik het deed. Ik snap het vanuit mijn achtergrond, ik bedacht me ook dat het me zo fel maakt omdat er een pak andere dingen spelen die ik eigenlijk niet in mijn post heb opgenomen. Maar dat het eigenlijk allemaal op hetzelfde neer komt: natuurlijk doet elke ouder het vanuit liefde, een kind verwennen met speelgoed. En wie ben ik, met mijn kind van nog geen zes maanden die in zijn mond steekt wat ik hem geef, en niet zaagt als ik hem iets niet geef, om te zeggen dat anderen het slecht aanpakken met hun kinders. Kinders die op school worden aangepraat dat een bepaald stuk speelgoed zo cool is dat het niet te snappen is dat je het niet in huis hebt. Die elke dag de druk van de reclame en de Studio 100-merchandising op zich af zien komen.

Ik denk dat ik me vooral daar kwaad over maakte. Niet over die individuele ouders, die blij zijn als ze de gezichten van hun individuele spruiten zien oplichten als ze thuiskomen met een tof stuk speelgoed. Wel over het feit dat al die ouders het gevoel krijgen dat ze niet anders kunnen, omdat de manier waarop we met kinderen en met bezittingen omgaan in dertig jaar zo hard veranderd is. Omdat het nooit meer genoeg lijkt. Waardoor kinderen de kans niet meer krijgen om tegen hun twaalfde al deze dingen te hebben gedaan. (bedankt voor de link, Tine!)

Ik sta nog altijd achter mijn vurig betoog, alleen was het meer gericht tegen een zeer moeilijk te stoppen verandering in opvoeding, niet tegen iemand in het bijzonder. Niet tegen u in het bijzonder, speelgoedkopende ouder met de beste bedoelingen ter wereld. Sinds ik een kind heb doe ik mijn petje af voor alle ouders, trouwens. Superhelden zijn het. Maar ook alle mensen zonder kinderen vind ik tof. *wijst*

lilith en dat stoppen met shoppen, babystyle

Gisteren kreeg Youri telefoon van de nieuwsdienst van een televisieprogramma. Of wij nog altijd minimalistisch leefden, het was namelijk voor een reportage. “Wel”, zei Youri, “Wij hebben ondertussen een baby. Qua minimalistisch valt dat toch wat tegen”. Hij heeft natuurlijk een punt, maar als we de baby even niet meetellen zijn we nog altijd even goed bezig als toen, vind ik. Voor mezelf ben ik nog altijd zo goed als gestopt met winkelen. Er komen geen reclameblaadjes meer binnen die doorspit moeten worden op zoek naar een goede koop, ik struin nog altijd niet door winkelstraten en ik ben nog altijd superblij, want ik heb alles al.

Maar dan is er dus Dexter. Die had en heeft vanalles nodig. Ik probeer er niet te zot in te doen en bewust te kopen, maar voor je het weet staat je crib toch vol sitters en mobieltjes en speelmatten. En ook al heb ik me ooit voorgenomen om hem compleet back to basics naakt op te voeden en lompen als pampers te gebruiken, het kind heeft kleertjes nodig en groeit daar na twee uur al weer uit, dus op dat gebied is minimalisme nogal een utopie. Het moederschap heeft mij trouwens geleerd dat elk principe dat ik op voorhand had over baby’s na twee uur in het gezelschap van een baby overboord kan worden gegooid als ware het niks. En toch heb ik één principe waarvan ik hoop dat het niet het geval zal zijn, omdat ik het zo zo belangrijk vind: speelgoed.

Mijn broer en ik hadden niet ongelooflijk veel speelgoed. Onze ouders hadden er de middelen niet voor, maar ook al hadden ze die wel, dan zou dat volgens mij niet veel veranderd hebben. Wij kregen iets met onze verjaardag, en als de sint kwam. Voor de rest geen speelgoed. Achteraf gezien ben ik daar zo blij om dat ik het voor mijn eigen kind krak hetzelfde wil.

Ik wil mijn kind niet leren dat het in het leven draait om kopen en hebben. Al helemaal niet om verzamelen. Omdat ik nergens meer frustratie zie dan bij mensen die zichzelf en hun kinderen hebben laten geloven dat ze alleen maar gelukkig kunnen zijn als ze blijven kopen en krijgen. Als je op je zesde al een iPad wilt en krijgt, hoe hoog ligt de standaard dan tegen dat je twintig bent en zelf slag om slinger zal moeten gaan werken om de luxe die je gewend bent te kunnen betalen? En in hoeverre doe je een kind daar op langere termijn een plezier mee?

In mijn omgeving zie ik kindjes die veel vaker speelgoed krijgen dan op een paar vaste momenten per jaar. Die ook veel meer krijgen dan ik ooit bij elkaar heb gezien in mijn tijd. Allemaal met de allerbeste bedoelingen, daar ben ik van overtuigd, en vaak ook omdat het ergens goedkoop te krijgen was. Ik ben er alleen niet van overtuigd dat dat op lange termijn het beste idee is. Niet voor de kindjes, die volgens mij nooit met zoveel liefdevolle gevoelens zullen kunnen terugdenken aan die ene doos Play-Doh die bij ons jaren is meegegaan en kapotgespeeld werd door mijn broer en ik omdat we gelijk maar dat hadden. Eén doos: de keukeneditie. Niet elke doos die daarvoor en daarna uitkwam. Maar fun! En leute! Ik vind het ook jammer voor de ouders, die ervan overtuigd zijn dat hun kind een speelgoedverzameling nodig heeft om een fijne kindertijd te hebben, en zichzelf dus verplichten om te gaan werken om die gekke kronkel te blijven bekostigen.

Of ik Dexter dan geen speelgoed gun? O jawel. Alleen hoop ik vanuit het diepste van mijn hart dat hij ooit even zotcontent kan zijn als ik was op de ochtend dat de Sint was geweest, omdat hij al maanden aan het aftellen was. Niet omdat er een gigantische berg duur spul ligt. Ik kan me niet voorstellen dat dat kan als je al een kamer hebt met een verzameling speelgoed die om de zoveel weken zonder reden wordt aangevuld.

Eén van mijn allerfijnste herinneringen is hoe ik als kind salamanders en lieveheersbeestjes ging verzamelen bij ons in de straat, heelder zomers lang. Nodig? Een confituurbokaal om ze in te steken, en een namiddag die zich eindeloos voor ons uit leek te strekken. Plezier? Onbetaalbaar. Als ik voor dat gevoel kon tekenen, voor mijn kind, ik deed het.

lilith en de dingen die ze anders niet zou weten

* hoe je hersenen voelen als je ondertussen al meer dan honderd nachten verschillende keren hebt moeten opstaan
* (het is een mengeling van vertrappeld, gekookt en verdoofd)
* met hoeveel brute kracht een baby snot tegen een muur kan katapulteren tijdens het niezen
* hoe lang ik daarom kan blijven lachen als ik doodmoe ben
* dat sommige kindertjes doen alsof ze superoverdreven gewurgd worden van het moment dat je hun armpje durft vastpakken om hun outfit van de dag aan te doen
* dat ze dat zo overtuigend kunnen dat je alleen maar kan hopen dat er nooit iemand van de kinderbescherming in de buurt is als deze scène zich ontplooit
* dat er ’s nachts soms twee naaktslakjes op de vloer van onze keuken zitten, die overdag altijd op miraculeuze wijze verdwenen zijn
* dat verslaving al heel jong kan beginnen, met van rug naar buik rollen en dan van buik naar rug en dan weer van rug naar buik en dan weer van buik naar rug en dan weer naar buik. Dat, en kousen aftrekken maal tienduizend
* hoe lang het kan duren om een fles te geven aan een baby die door alles wordt afgeleid. *drinkdrinkdrink*”Oe, een lichtje!” *stopt met drinken en draait hoofd weg* *drinkdrink* “Moh! Een vader!” *draait hoofd naar andere kant en stopt met drinken* *drink* “UNK! Een moeder of wuk!” *draait hoofd nogmaals en is zo verbaasd dat iemand zijn flesje geeft dat hij vijf minuten staart zonder drinken* (herhaal met de tv, iemand die binnenkomt, een hond die blaft in de verte, een vlinder die blijft plakken in een spinnenweb, …)
* hoe ingewikkeld dat systeem is van een kind in de juiste kledingmaat steken. Want de ene maat 62 is eigenlijk een 68 en omgekeerd, en soms is elke 62 te klein en elke 68 te groot, behalve de 68 die valt als een 62, en weet een mens niet welke maat hij best uithaalt en welke niet, en dan zijn plots alle pyjama’s te klein en weet je niet wat er gebeurd is. Kernfysica is er niks bij, maat

Maar voor de rest alles onder controle.

lilith moet wennen

Ik ben zo hard aan het wennen. Elke dag opnieuw. Dat doet iets met een mens, eenendertig jaar geen moeder zijn, en dan plots wel. Het doet toch zeker iets met mij.

De eerste weken ging het zowat vanzelf. Toen leek er zich iets oer over mij meester te maken, en stelde ik me weinig vragen bij wat ik deed. Hij lag op mijn borst, en tot mijn verbazing voelde ik me direct zijn moeder. Dat was fijn.

Maar toen kwam er een geweldig zware periode. Zo zwaar dat ik mezelf emotioneel moest afsluiten, omdat ik het niet aankon om mijn kind elke dag uren te zien afzien. En plots ging het allemaal helemaal niet meer vanzelf. Sloeg alles in een knoop. Sloop er vanalles mijn dagen in. Twijfel. Angst. Wanhoop. Kwaadheid. Nog meer twijfel.

Nu de zware dagen over zijn lijkt het alsof ik weer opnieuw moet beginnen. Is het weer gigantisch wennen. Moet ik opnieuw durven om me emotioneel open te stellen voor alles dat me overkomt.

Ik blijf het wennen vinden. Dat ik een zoon heb. Dat ik zijn moeder ben. Dat er hier plots een klein jongentje in huis woont. Dat ik hem zo graag zie dat ik hem tegen alles zou willen beschermen, zoals tegen die hoest die hem ’s nachts wakker houdt en die snotvalling waar hij al weken mee kampt. Dat ik een uur kan zitten snikken als ik lees dat baby Jasper gestorven is. Dat ik niet meer de lilith ben van een jaar geleden, en nog elke dag moet zoeken welke lilith ik dan eigenlijk wel ben.

wennen.jpg

Het blijft superhard wennen, maar het wordt elke dag beter.

lilith schrijft nieuwsbrief vijf

Lieve Dexter,

het feit dat ik deze nieuwsbrief schrijf is een goed teken. Die van vorige maand heb ik immers geskipt, en toen ik hem skipte was ik erg bang dat ik die van de volgende maand ook zou moeten skippen omdat het zo moeilijk zou blijven. Ik was bang dat elke dag zou blijven voelen als pompen of verzuipen, zoals het toen al heel veel weken deed. Maar als ik terugkijk op de afgelopen maand, dan kan ik alleen maar zeggen dat het beter ging. Niet perfect -maar wat gaat dat wel- maar rustiger. Minder chaotisch. Leuker, ook.

Soms lijkt het alsof ik even met mijn ogen geknipperd heb en je veranderd bent van dat kleine hulpeloze hummeltje dat in een draagdoek tegen mijn borst lag in een klein mannetje met een eigen wil en persoonlijkheid. Je lacht veel, je kan best hevig zijn als het aankomt op dingen vastnemen en er lawaai mee maken, je wil met veel zwier op je buik draaien maar slaagt er tot je frustratie nog net niet in, en het wordt met de dag boeiender om naar je te kijken. Je krampen zijn ook volledig over. Zo zo dankbaar daarvoor.

maand5_2.jpg

Doordat heel de darmkrampepisode zo zwaar was ben ik niet geneigd om je snel snel aan allerhande groentenpapjes te krijgen, maar af en toe doen we eens een poging. Tot op heden ziet het er allemaal uit alsof je net passioneel hebt staan kussen met een Halloweenpompoen, maar al bij al lijk je de worteltjes wel oke te vinden.

maand5_1.jpg

Volgens Kind en Gezin blijf je ondertussen een kleintje: je volgt dapper de onderste curves, en weegt op vijf maanden 6 kilo 260 en meet 62,5 centimeter. Je wangetjes zijn ronder geworden, en de max om in te bijten, maar je past nog altijd in kledingmaatje 62, wat je nogal een pocketbaby maakt. Gelukkig kan je er zelf wel om lachen.

maand5_3.jpg

Voor de rest zijn je voornaamste bezigheden dingen in je mond steken, voornamelijk vingers en handen, tot je er van moet kokhalzen. Je vindt het ook extreem boeiend om je stemgeluid en volume te testen, en het maakt je niet uit of het drie uur ’s nachts is of overdag. Hele vertellementen horen we soms uit je slaapkamer komen tot een kot in de nacht. We zullen het maar schattig noemen.

maand5_4.jpg

Ondertussen blijf ik het allemaal wennen vinden, jouw mama zijn en een evenwicht zoeken tussen dat gegeven en een deel van mijn vorig leven terug oppakken. Werken, koken, dingen doen in huis, het heeft allemaal een tijd noodgedwongen stilgelegen, en ik merk dat ik het niet evident vind om het allemaal op gang te trekken en jou er ook nog eens in te passen. Het lukt vast wel, maar ik ben benieuwd wat ik daar in nieuwsbrief zes over te vertellen zal hebben. Tegen dan ben je er al een half jaar, vriendje.

Hoe zotjes, allemaal.

Dikke zoen,

je mama

lilith ging eens naar een huiskamerconcert

En bedacht zich het volgende:

* dat het de max is om vrienden te hebben die al eens dingen voorhebben, zoals een huiskamerconcert van Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal in hun living. Only de groep wiens CD “Ploegsteert” in de crib veelvuldig grijs werd gedraaid, en mensen die de bewoners van de crib kennen weten dat dat weinig CD’s gegund is. Dat het nog veel meer de max is dat die vrienden de bewoners van de crib ook nog eens uitnodigen om op een regenachtige avond in oktober in hun huiskamer te komen meegenieten van dat huiskamerconcert.

* dat huiskamerconcerten erop of eronder kunnen zijn. Want ge zit daar, alleen met uw gitaar, met wat mensen rond u, in een living die ge niet kent. Ge zult maar eens niks van connectie vinden met uw publiek. Dan zit ge daar geweldig bloot. En het publiek ook. Dat moet wreed ambetant zijn. Het was bijzonder hard niet het geval in dit geval. Huiskamerconcerten kunnen er dus ook boenk boenk op zijn.

wannesc.jpg

* dat het ongelooflijk is, hoe er twee soorten mensen bestaan. Zij die hun mond opendoen, en ervoor zorgen dat mensen onmiddellijk denken dat ze veel liever iets anders zouden doen dan luisteren, en verhalenvertellers. Wannes Cappelle is een verhalenverteller, zo één met bindteksten die even lang mochten duren als zijn liedjes zelf, omdat hij sympathiek is en aangenaam en grappig. Beetje verliefd, ikke?

* dat het West-Vlaams een supermooi dialect is. Met woorden als akkatemets (dat ik zou vertalen als “mocht ik eventueel”, maar betere vertalingen zijn zeker welkom in de comments) en prestopot (snelkookpan in het Wevelgems), om er maar een paar te noemen. Wannes zingt in het dialect van mijn vent, dat een stukje scheelt van dat van mij. Een kilometer of dertig, om precies te zijn, maar elke Westvlaming weet dat dat alles kan schelen.

* dat er weinig mensen zijn die de Vlaamse way of life zo mooi kunnen schetsen. En dat pakt mij elke keer weer. Hoe hij in Ploegsteert weergeeft hoe het dorp over de ster denkt. Of die ene zin in “Ier bie oes”: “Zoe se gediend zien met e kartje?”. Om de één of andere reden krijg ik daar elke keer rillingen van. Dat is zo hard waar ik vandaan kom, die vraag.

* En dan was er nog een supercover van Eels, en het magistraal mooie “Ge Zwiegt”.

* dat ik tegen het einde van de avond zo fanboy was geworden dat ik mijn CD had laten signeren. Als het er geen van op iTunes was. Dat was dan weer wel een beetje stom

lilith en de valse suiker

Come on baby let’s talk zwangerschapskilo’s!

In welke mate? Achttien kilo, astemblieft. Zorgvuldig bijeen gespaard gedurende negen maanden zwangerschap waarin ik eigenlijk niet eens zo veel zotte dingen heb gedaan, vind ik. Niks drie keer per week frieten van de frituur, crazy goestjes of mijn vent om de haverklap naar de nachtwinkel sturen omdat IK NU EEN ZAK RINGLINGS MOET HEBBEN GODVERDOMME. :aah:

Maar toch, achttien kilo, dat is niet niks als je het omrekent in zakken patatjes.

Sinds de bevalling zijn er al een stuk of tien af, zonder dat er chirurgische messen of zuigpompen aan te pas kwamen zelfs, maar de laatste acht lijken hardnekkiger. Ik moet daar eerlijk in zijn: ik maak me er op dit moment misschien wel niet druk genoeg om. Andere dingen genoeg aan mijn hoofd, precies. Maar toen ik van de reclameregie het voorstel kreeg om eens iets te maken met twee valse suikers, zijnde Canderel Sucralose en Canderel Stevia, bedacht ik me dat het misschien geen kwaad kan om al eens koeken te eten die zich wat minder ter hoogte van mijn heupen vastplakken.

sucralose1.jpg

Ik greep terug naar het recept voor de allerlekkerste koeken ever, en las op de verpakking dat ik om te bakken best koos voor de Sucralose, een zoetstof die afkomstig is uit suiker maar geen suiker is. Je hebt er tien keer minder van nodig dan van gewone suiker, en er zitten tien keer minder calorieën in. In plaats van 115 gram echte suiker mocht ik het hier dus doen met amper tien gram Sucralose. Zotjes.

sucralose2.jpg

Ik was dan ook bijzonder benieuwd of het resultaat even lekker zou smaken.

sucralose3.jpg

And boy, did it.
Ik heb eigenlijk geen enkel verschil geproefd, het was even absurd lekker, en dat met zoveel minder slechte dingen in.
Wahey voor Sucralose, zeg ik. En als ik me morgen echt avontuurlijk voel, dan doe ik misschien wel Stevia in mijn koffie. Die overbodige acht kilo kunnen zich maar beter vasthouden aan de takken van de bomen, van nu voort.