Maandelijks archief: januari 2013

lilith doet van gedichtendag

Ik denk dat dit ooit aan de muur van mijn kot heeft gehangen. Of dat ik het ooit heb moeten voorlezen, ergens. Er is iets mee. En het past best goed.

Vijfjarenplan

Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte
nu en dan.

Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht
tegen me aan.

Ik hou van wat is. Jij van wat zou.
Hou jij van mij. Ik hou van jou.

~Herman de Coninck

Ik kom snel terug op alle dingen waar ik nog op moet terugkomen, na gisteren, en alle lieve mails en berichten en andere dingen die mij geweldig blij hebben verrast en soms ook een beetje triest hebben gemaakt.

Tot dan een geweldig mooie gedichtendag, y’all.

lilith moet even een deur openstampen

“Het is niet dat ik iets te verbergen heb”, zei de man die ik aan het interviewen was, “alleen ben ik bang om de deur open te zetten. Bang dat ze je dan ook voor andere zaken zullen weten te vinden”.

Daar moest ik even over nadenken van mezelf. Ik zet de deur namelijk zelf best vaak open. Zo ver als ik zelf wil, dat klopt, maar open, dat zeker.

“Het is niet iets waar ik mee te koop loop”, hoorde ik mezelf de afgelopen dagen een paar keer zeggen, tegen verschillende mensen. Ik had het telkens over hetzelfde onderwerp, en terwijl ik er tegen hen wel een beetje mee te koop liep merkte ik dat ik dat eigenlijk stom vond. “Neen natuurlijk niet”, zeiden die mensen me, “Met zo’n dingen loop je niet te koop”. En dat ik dacht: “Waarom niet?”. Omdat ik me schaamde? Niet echt, dacht ik.

Toen ik mijn maag liet verkleinen had ik twee opties. Erover zwijgen, en doen alsof ik het perfecte koolsoep meets weight watchers meets montignac meets atkinsdieet had ontdekt waar heel de wereld naar op zoek was, of gewoon toegeven dat ik het zelf niet meer kon en hulp had gezocht. Ik deed het laatste, schreef er artikels en blogposts over en heb me er nog geen moment over geschaamd. Ik zie niet in waarom ik zou moeten.

Toen ik bevallen was, en het allemaal niet zo van een leien dakje liep, had ik ook opties. En iedereen weet welke ik koos.

En toen las ik dit stuk. En dit.

Het leven is niet altijd een lolletje, neen.
De kruik gaat maar zo lang te water tot ze keihard in duizend stukken uit elkaar spat, and then some. Tot ze als een hoopje ellende bij een vreemde in een stoel gaat zitten, starend naar een doos papieren zakdoeken op een tafel, en het er beetje bij beetje en in stukken en brokken uitkomt.

Dat je denkt dat je geen uur volgepraat krijgt over wat er in je hoofd gebeurt. Maar dat je hoofd zo vol zit, met kleine en grote drama’s en onnozelheden en pijntjes en verdriet en dikke zever, gemengd met een hoop angsten en onverwerkte trauma’s, dat je in de maanden die erop volgen bijna niet toekomt met een uur per week. Dat de kraan open gaat, en je je afvraagt hoe die zo lang dicht is kunnen blijven. Dat je je afvraagt bij hoe veel mensen die kraan al te veel jaren dicht zit.

Ik ken best veel mensen die naar een therapeut gaan. Mensen die naar therapeuten gaan, trekken mensen die ook naar therapeuten gaan namelijk aan. Geloof het of niet: jullie kunnen niet geloven welke mensen naar therapeuten gaan. Leuke mensen. Superfijne. Heerlijke lieve mensen waarvan je het nooit van zijn leven zou verwachten. Mensen die er geen beetje batshit crazy uitzien. En het ook niet zijn.

Mensen die net hetzelfde zeggen als ik erover te zeggen heb. Dat het een verrijking is, om door de ogen van een complete buitenstaander naar jezelf en je denkpatronen te kijken. Dat het een zaligheid kan zijn, om elke week een uur door te ratelen over alle kleine en grote twijfels in je hoofd, tegen een mens die betaald wordt om ernaar te luisteren. Om erdoorheen te prikken. Om een spiegel voor je gezicht te houden en te zeggen: “Lilith, dit is wat jij doet. Dit is hoe jij denkt. Kijk eens goed. En ja, pak nog maar een zakdoekje, anders. En neen, het geeft allemaal niet, ik ken er die nog veel meer janken dan jij.” Dat het dat is, of een tijd van de radar verdwijnen. Dat of pillen nemen. Dat of honderd keer tegen dezelfde muren aanknallen, zonder dat het helpt.

Als ik deze deur openstamp, moet iemand zich dan schamen?
Ik, omdat ik met een doos vol zwaktes aan de bel heb getrokken? Omdat ik wel wat hulp kon gebruiken?
Mijn man, omdat hij samen is met een vrouw die in therapie moest?
Mijn kind, omdat hij een moeder heeft die dingen doet waarvan anderen vinden dat ze er zich om zou moeten schamen?

Ik hoop uit de grond van mijn hart, dat als hij ooit niet zo sterk staat, hij ook in staat is om aan bellen te trekken, en zijn handen open te houden voor alle hulp die hij kan krijgen. Zonder schaamte.

psych.jpg

Als ik daar ook maar een beetje in slaag, dan zal ik geweldig content zijn.

lilith gaat erin op

Heerlijk, dat restjeskoken.

Alsof de eiersalade nog niet genoeg was flanste ik in het weekend een kom overheerlijke tomatensoep in elkaar, en at ervan tot woensdag. Met een restje rijst erin werd het een geweldig lekkere maaltijdsoep voor ’s middags. Ik maakte een kom vegetarische curry met linzen en zoete aardappel, die ik serveerde met pittabroodjes. En die met een overschotje pasta met kaassaus in een frittata verdween voor de woensdag.

restjesfritata.jpg

Zot wat je allemaal in zo’n frittata kunt gooien, vind ik, tot nu toe altijd met een lekker resultaat. Chili sin carne, en ovenpatatjes, en pasta, met of zonder saus, en rijst. De overgebleven pittabroodjes vulde ik met kaas en ik toastte ze om bij de tomatensoep te eten op maandagavond. Ik pickelde uien in azijn, en legde de ringen in de loop van de week op boterhammen met brie en serveerde ze in heerlijke tomatenslaatjes. Lekker jong. Ik kocht een grote bos selder, want dat gaat overal bij en is perfect voor restjesopfrissing. Oud brood veranderde ik in broodkorstjes voor in toekomstige soepen (want supermakkelijk te bewaren in frigo of diepvries). Ik gaf ook een beetje aan mijn kind.

dexbrood.jpg

Een appeltje dat er niet meer honderd procent uitzag en een rijpe banaan verdwenen met wat honing en een paar rozijntjes in de halve pot griekse yoghurt die ik nog had staan van bij mijn curry. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mijn vuilnisbak weet niet wat hem overkomt, jong.

(Allemaal dankzij dit boek, dat ik zo goed vind en nog zo vaak wil herlezen dat ik het in het echt ga bestellen, als aanvulling op de elektronische versie. Dat is hier nog nooit gebeurd, meneer. Dorien schreef er ook eens een leuk stuk over, trouwens)

lilith schrijft nieuwsbrief zeven

Lieve Dexter,

een paar dagen geleden zette ik volgende tweet op Twitter: (Twitter is iets waarop mensen in 140 tekens dingen met de wereld delen die ze anders enkel in zichzelf zouden mompelen, wat als we daar eens langer over nadenken misschien vaak beter zou zijn. En dat tegen dat jij deze brieven leest iets zal zijn als mIRC. Jij hebt geen idee wat mIRC is, en dat is goed. /me slaps Dexter with a large trout).

Anywayz. Ik zette dus op Twitter: “Het is na drie uur. Het moment bij uitstek om te beginnen verlangen naar weer in mijn zoon zijn kaken kunnen bijten. #moedertweet”. Mellow als de beesten, ik geef dat toe, een gedachte die snel werd bevestigd door een reply van Aardbeiwormpje: “mamatweets. Komaan, slap yourself woman. Straks vertelt ge nog uitgebreid over z’n stoelgang en gebruik je verkleinwoorden”. Ik keek eens lang en hard naar mezelf, en begot ja, zo iemand ben ik geworden, eigenlijk. Een vrouw die op Facebook met andere verse moeders over pampers en bijtringen en perdolan baby kwebbelt. Een moederke. En potverdorie zeg Dexter, dat is allemaal jouw schuld.

maand7_1.jpg

De afgelopen maand krijgt als hashtags mee: #kerstvakantieoverlevenmetbaby (gelukt, al had iemand mij wel eens op voorhand mogen vertellen dat één vakantiedag met een baby tien keer zwaarder is dan een lastige werkdag. Uitgerust weer gaan werken na een vakantie, dat bestaat zeker niet meer als er kinders in het spel zijn, hé? :/), #hetnorovirusoverleven (ikke, zeven kilo kwijt op een week en alleen een bord gekookte aardappel kunnen eten met oudejaarsavond, the works), en #tandjeshel. Jij, dat laatste. Al weken dikke miserie, maar geen tandjes. Alleen genoeg kwijl om ons eigen waterzuiveringsstation te beginnen, en opgezwollen rode wangen die Alvin de chipmunk doen verbleken, maar meer niet. En slechte nachten, doordat dat allemaal pijn doet, dat sneeuwwit tandvlees van jou. Gelukkig maak je die nachten weer goed door af en toe zo koddig te liggen slapen tegen je baarmoederbeer dat ik bijna te hard sterf om mijn gsm te gaan halen voor een foto. Ik zei bijna. Ik ben immers je dolle immer foto’s nemende moedertje voor iets, jongen. (the hair! I die!)

maand7_2.jpg

Voor de rest vond ik het eigenlijk een toffe maand. Je zit bijna rechtop, al kun je je evenwicht ook met zoveel show verliezen en jezelf wegkatapulteren op je hoofdje dat je vader en ik nu al ons hart vasthouden voor wat er ons nog allemaal te wachten staat. We vangen je hoofdje dan altijd op, trouwens. Met onze handen of met je speelmat. De kinderbescherming heeft hier niks te zoeken, beste lezer. *wijst* Je lacht veel. In vergelijking met de eerste drie maanden zelfs zot veel. Ik vind jou een toffen, en jij ons ook, geloof ik.

maand7_3.jpg

Als ik de kleine borelingskes zie die na jou geboren zijn, bij nichtjes en vriendinnen, dan vind ik die allemaal koetjiekoetjieklein en superkoddig, maar eerlijk? Dit is zo veel leuker. Je houdt je eigen fles al vast om te drinken enal.

maand7_4.jpg

Echt, zo’n zevenmaander, dat is een gemak. Een mens heeft daar bijna geen werk meer aan! Dat voedt zichzelf eigenlijk bijna op, vind ik. Baha.

En voor de rest moet je je geen illusies maken, kleine man. Zo lang jij hier vrolijk over het tapijt blijft rollen zal ik om de zoveel tijd in je kaken komen bijten. Ik mag dat, ik ben je moedertje.

maand7_5.jpg

Elke maand liever en liever, zelfs.

*bijt in kaken*

Je mama

lilith en haar goede voornemens

Ik heb het nog niet gehad over mijn goede voornemens voor het spiksplinternieuwe jaar. Waarschijnlijk omdat ik er dit jaar niet zo veel heb gemaakt. Ja, de typische die ik al dertig jaar maak, zoals gezonder eten en mijn rijbewijs eens halen, maar die zijn onderhand zo cliché geworden dat zelfs ik ze niet meer serieus neem.

Maar ik heb er natuurlijk nog. Vaker afspreken met vriendjes en vriendinnetjes. Meer koken uit mijn kookboeken. Meer lachen en minder bleiten. Tien boeken lezen. Meer echt eten eten, en minder uit de fabriek. En minder eten weggooien.

Dat laatste idee is weer een beetje aan het opflakkeren na het lezen van Goed Eten, het geweldige boek van Dorien van Jonge Sla. En in het verlengde daarvan: van An Everlasting Meal, het boek dat in dat eerste boek werd vermeld en mij geweldig aan het inspireren is.

De gedachte erachter is dat het einde van elke maaltijd het begin is van een nieuwe. Restjeskoken dus. Alles opgebruiken, en niks weggooien. Frittata maken van een overschot pasta met saus. Pesto van groentjesresten. Bruschetta van oud brood. The works.

Ik ben zo hard voor. Het is al ferm verbeterd ten huize crib, maar ik vind dat wij nog altijd te veel eten weggooien. Terwijl het gewoon een denkoefening is: wat kan ik nog maken van wat ik over heb? En kwestie van wat beter in de gaten houden wat er in de frigo zit. Dikwijls bespaart het u een maaltijd die volledig van nul moet beginnen.

Ik ben mijn jaar goed begonnen met een geweldig lekkere versgemaakte eiersalade met appeltjes, want ik had nog eiers die op moesten, en appeltjes. Aja.

eiersla.jpg

Hij smaakte niet alleen geweldig, ik kreeg er ook nog eens het “Mijn god, ben ik een goddelijke huisvrouw of wat eigenlijk?!”-gevoel gratis en voor niks bij.

Niks beter op een witte boterham met wat tomaat, ik kan het u verzekeren.