lilith breekt een lans voor de moeilijke eter

Nog eens over die man die enkel tomaat en champignons lust. Die van mij, dus. Ik krijg er vaak reacties op. Dat het van anderen geen waar zou zijn. Dat hij zou moeten eten wat de pot schaft. En ik doe het normaal niet snel, journalistieke stukken op mijn blog zetten, maar ik maakte er onlangs een reportage over, voor De Standaard Magazine. Een stuk waarin ik een lans probeer te breken voor de moeilijke eter. Omdat ik na tien jaar besef dat die het ook niet zo heeft gewild.

Mijn moeilijke eter was er blij mee, en omdat ik er nogal wat vraag naar heb gekregen post ik het even, zoals het in het Magazine is verschenen, enkele weekends geleden.

This one’s for you, baby. Voor alle keren dat ik op je heb gevloekt, omdat je geen worst wil eten, maar wel gehakt.

kokhalzers.jpg

De maaltijdstrijd van de moeilijke eter

Koken voor kokhalzers

Je neus ophalen voor een bord groenten of een stukje vlees, er valt wat voor te zeggen als je nog geen twaalf bent. Maar wat als je het na je dertigste nog steeds doet, zoals de man van onze redactrice?

“Scampi. Aubergine. Gekookte aardappel. Spek. Peren. Prei. Augurk. Courgette. Mosselen. Ijs. Abrikozen. Spruitjes. Pancetta. Dille. Asperges. Groentensoep. Olijven. Schorseneren. Braadworst. Bloemkool. Chocoladecake. Dadels. Erwten. Chorizo. Groene pesto. Wild. Bonen. Rundstong. Perzik. Avocado. Eend. Spinazie. Anijs. Oesters. Worteltjes. Varkenskotelet. Truffel. Witloof. Sla. Gekookte vis. Selder. Koriander. Spinazie. ”

Ik wou dat het een boodschappenlijstje was, maar dat is het niet. Het is de opsomming die ik voorgeschoteld kreeg toen ik een paar weken samen was met mijn nieuwe liefje, en zijn afkeer voor nogal wat voedingsmiddelen ter sprake kwam. Als iemand die wat eten betreft bekend staat als een wandelende vuilnisbak vond ik deze eigenschap in het begin best aandoenlijk, tot we een paar maanden later gingen samenwonen en het menens bleek.

“Ik vind het zelf ook vreselijk lastig”, zei Youri toen ik voor de zevenendertigste keer op evenveel dagen mijn hoofd zat te breken over het avondeten, “maar tomaten en champignons zijn eigenlijk de enige groenten die ik lust”. Pogingen om iets anders voor te schotelen en hem culinair bij te scholen faalden miserabel. Dan zat hij met een triest glimlachje zijn walging te verbergen boven een met liefde klaargemaakt bord wortelpuree met worst. “Leg het mij uit”, zei ik dan met de moed der wanhoop, “Je lust gehakt, maar geen worst?”. O ja, dat moest hij inderdaad nog eens uitleggen, van die worst. Daar had hij namelijk een textuurprobleem mee. Dat vliesje, vreselijk gevoel in zijn mond. Gaf ik hem een bord aardappelpuree met balletjes in tomatensaus, dan fleurde hij evenwel helemaal op. Dan at hij zelfs meer dan ik. Hetzelfde voor boterhammen met kaas. Daar kon hij een heel brood van op.

Creatief met tomaat en champignon

Hoe langer we samenwoonden, hoe kleiner ik het lijstje zag worden van gerechten die ik mijn huisgenoot zonder problemen kon voorzetten. Er zijn immers geen honderd manieren om creatief te zijn met tomaat en champignons, al heb ik er door de jaren heen wel zoveel verzameld dat ik een gewichtig themakookboek kan samenschrijven. “Voed hem dan toch op”, zeiden vriendinnen waartegen ik mijn beklag deed over de culinaire depressie waarin ik terecht dreigde te komen, “Als die van mij zo zou zitten zeuren over zijn eten dan kon hij er zijn hoofd bijleggen”. Allemaal goed en wel, maar ik zag dat die van mij echt wel zijn best deed om dingen te lusten die hem reflexmatig deden kokhalzen. Hoe hard hij ook probeerde, de ervaring aan tafel bleef stresserend, zowel voor hem als voor mij.

Uit pure wanhoop ging ik te rade bij zijn moeder, die bevestigde wat ik al vreesde: dat de man van mijn leven als kind al de moeilijkste eter van haar vier kinderen was. Dat ze echt alles geprobeerd had, dokters had afgelopen, en dat er niks aan te doen was geweest. Na een strijd van jaren waarbij hij soms uren langer dan de anderen aan tafel moest blijven zitten om zijn bord toch niet leeg te eten (“Hij walgde als het eten in de buurt van zijn mond kwam”) schotelde ze hem één keer op twee een boterham voor, terwijl de rest warm at. “Ik was zo gelukkig toen”, herinnert hij zich, “Boterhammen lust ik wel. Eindelijk geen geruzie aan tafel”. Hij is er ook van overtuigd dat zijn ouders geen schuld treffen. Zijn broer lust immers zo goed als alles dat hem wordt voorgeschoteld.

Als Youri’s moeder had gehoopt dat het, zoals bij de meerderheid van kinderen die aan neofobie of een angst om nieuw voedsel te proberen lijden, wel zou overgaan met ouder worden, dan had ze het bij het verkeerde eind. Drieëndertig is hij ondertussen, haar moeilijke eter, en nog steeds ziet hij vreselijk op tegen familiediners met een groentenkrans, of veel erger nog, een etentje bij mensen thuis (‘Dan hebben ze zo veel moeite gedaan om lekker te koken, en zit ik daar supergeneerd omdat ik de enige ben die vanalles niet lust’). En terwijl het bij kinderen nog sociaal aanvaard wordt, en zelfs verklaard door wetenschappelijk onderzoek (het zou iets te maken hebben met bescherming tegen giftige planten, nvdr.) zien mensen het bij volwassenen vooral als een storend persoonlijkheidskenmerk. Ook ik heb vaak met het een dramatische oogrol opgemerkt dat hij er zich maar over moest zetten en wat minder koppig/lastig/kinderachtig moest doen als het over eten ging. Want andere mensen aten ook niet alles even graag, maar lieten ze het daarom staan? Neen, zij deden wel hun best.

Geen keuze

Youri mag het dan vaak gedacht hebben, hij is lang niet de enige bij wie het aantal zaken die hij niet lust “groot genoeg is om een negatieve impact te hebben op zijn gezondheid en zijn sociaal leven”, zoals de definitie van een slechte eter volgens psychologen luidt. De Amerikaanse Stephanie V.W. Lucianovic worstelt al heel haar leven zo hard met hetzelfde probleem dat ze er een boek over schreef: “Suffering Succotash, a picky eater’s quest to understand why we hate the foods we hate”. Haar maag krimpt samen als ze nog maar denkt aan rozijnen, bananen en rijstpap, en net als mijn man heeft ook zij last van textuurproblemen, de manier waarop iets aanvoelt in haar mond is vaak een groter probleem dan de smaak ervan. Tijdens haar zoektocht sprak zij dan weer met mensen die alleen wit voedsel lusten, of niks akeliger vonden dan twee voedingsmiddelen die elkaar aanraken op het bord. Stephanie ging praten met voedingsdeskundigen en psychologen, en die bevestigden tot haar grote opluchting wat zij al jaren vermoedde: dat slechte eters ontstaan door een complex samenspel van biologische, genetische en emotionele factoren, en dat het een onvrijwillige eigenschap is, geen keuze.

“Een moeilijke eter zijn is niet leuk”, zegt Stephanie, “Het is zelfs vreselijk. Het is niet fijn om bang te zijn om op restaurant te gaan, het is niet fijn om nerveus te worden als je op reis bent in een vreemd land en niet weet wat je zal moeten eten, het is niet fijn om op te zien tegen sociale evenementen waarop gegeten moet worden. Het allerergste aan een moeilijke eter zijn? De schaamte die je voelt. Het is geen keuze, een moeilijke eter is geen zeur of een lastigaard of xenofoob, het is iemand die net als anderen reageert op zijn instincten, genen en ervaringen uit het verleden.”

Het is een stelling die ook bevestigd wordt door mijn persoonlijke moeilijke eter: “Mensen vinden mij lastig omdat ik moeite heb om een bord groenten op te eten, maar geloof me: niemand vindt dat lastiger dan ikzelf. Als ik een pil kon nemen die ervoor zorgde dat ik niet zou walgen van de rauwkost die standaard bij de croque monsieur ligt die ik ergens bestel, dan nam ik hem. Desnoods elke dag opnieuw.”

Druk van de ketel
Een pil bestaat niet, maar is er dan niks anders dat je kunt doen? “Therapie bestaat voor kinderen met eetproblemen, omdat zij erdoor belemmerd kunnen worden in hun groei. Voor volwassenen die erdoor afzien, op gezondheidsvlak maar ook sociaal, is er minder begeleiding. Al wordt er nu wel onderzoek naar gedaan, zodat therapeuten er op langere termijn mee aan de slag kunnen”, aldus Stephanie.
Toch zijn er volgens mensen die zich in de materie verdiepen een paar zaken die kunnen helpen.

Stap 1 is educatie, zowel voor de moeilijke eter als zijn omgeving. “Als mensen snappen dat het probleem biologisch is, en geen persoonlijkheidsstoornis waarover iemand zich moet schamen, dan staan we al een stap verder”, aldus een deskundige. “Iedereen heeft een leergeschiedenis. Slechte en goede ervaringen met bepaalde voedingsmiddelen zorgen ervoor dat we bepaalde dingen wel of niet lusten. Dat het logisch is dat we ze wel of niet lusten. En dat is voor elk individu anders”.
De tweede stap bestaat erin om het negatieve aspect van maaltijden weg te nemen. Moeilijke eters zien immers vaak op tegen maaltijden, omdat ze al hun hele leven een strijd voeren aan tafel, niet enkel met het eten dat geserveerd wordt, maar ook met hun disgenoten die niet snappen wat het probleem is. Als zij erin slagen om de druk van de ketel te nemen en gezelligheid te laten primeren op iemand zijn bord te laten leegeten, dan kan dat ook helpen.

De laatste stap die psychologen aanraden? Het gebruik van progressive muscle relaxation, of spierontspanning. Moeilijke eters zijn vaak zo gespannen voor een maaltijd dat hun spijsvertering al overhoop ligt voor ze de eerste hap naar hun mond hebben gebracht. Door ontspanningsoefeningen te combineren met observatie van het voedsel kunnen zij erin slagen om eten op een rustige en neutrale manier te benaderen, zonder te veel last te hebben van hun emoties.

Of het ooit helemaal goed kan komen? Best wel, zo bewijzen zowel Stephanie als mijn halve trouwboek. De eerste deed zo hard haar best om vanalles te proeven en zich niet te hoeven schamen tegenover haar partner dat ze uiteindelijk van heel wat voedselangsten afraakte, en zelfs een echte foodie werd. De kans dat je mijn groentenhater ooit zal betrappen met een slaatje in zijn handen is dan wel nog altijd enorm klein, ondertussen gaat hij wel met plezier op restaurant, waar hij van alles proeft en af en toe ontdekt dat hij zaken lust waarvan hij dertig jaar overtuigd was dat het niks voor hem was. Even goed stuurt hij nog een half bord terug, maar er is dus hoop. Misschien hoeft het grote champignon- en tomatenkookboek er dan toch niet te komen.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Reacties

  1. Er is hoop, dat is het belangrijkste! ;-)
    Mijn vriendin was er ook zo eentje: groot geworden op gezeefde soep met wit brood en gebakken patatjes. Al de rest deed kokhalzen. Haar ouders hadden het opgegeven en de dokter had altijd gezegd dat het wel goed ging komen. Niet dus.
    Toen kwam ik, onvoorstelbare alleseter en allesluster op haar pad. Geen gemakkelijke combo…
    Maar ook hier, onder lichte dwang van mij, is dat probleem opgelost geraakt. Stap voor stap: eerst eten tegen haar lippen houden, dan in haar mond houden, dan een ministukje inslikken,… En het heeft 5 jaar geduurd, maar ondertussen eet ze àlles (maar is ze wel vegetariër).
    En nu ben ik best wel trots!

  2. lilith

    @ishku: haha, dat lukt al soms als hij goed gekruid is. Zou een paar jaar geleden een totale no go geweest zijn, dus als hij ervan heeft gegeten dan is het een goed teken. ;) Als hij het niet lust eet hij het zelfs niet uit beleefdheid op.

    Of misschien alleen bij jou wel. <3

  3. Ik ben ook altijd een moeilijke eter geweest, lustte niets en was ook altijd gegeneerd als ik ergens op bezoek kwam en ik de helft van alles niet lustte.
    Ik deed wel altijd mijn best maar ja…
    Het is ferm beginnen beteren toen ik zelf kookte (dus toen ik alleen ben gaan wonen) en alles dan op MIJN manier kon klaar maken, zo proefde ik geleidelijk aan alles.
    Ook is dat gebeterd toen de kindjes begonnen mee te eten aan tafel en toen voelde ik me geroepen om het goede voorbeeld te geven.
    Ik eet nog steeds geen vis, wat ik zelf heel erg jammer vindt want het is zo gezond he maarik krijg het totaal niet in mijn mond, word ook misselijk als ik op de visafdeling van een winkel kom (of de vismarkt, bweeeeurk!).
    Eens om de maand kookt Manlief dan vis en fishsticks voor de kinderen, dan eet ik een broodje.
    De kindjes lusten het gelukkig wel.

  4. Ik hoop dat ik mag juichen dan … laten champignons en tomaten nu net het enige zijn wat Kamiel (mijn zoon he) niet lust :-)

    Maar ik kan dat gevoel van iets te moeten eten wat je niet wil echt wel begrijpen. Ik moest jarenlang tegen mijn zin gekookte prei eten van mijn ouders. Ook hetzelfde tafereel: kokhalzen en braken als het nog maar in de buurt van mijn mond kwam. Ik moest ook achter mijn bord blijven zitten tot het op was … Urenlang kon ik dat volhouden tot mijn mama van miserie de prei wegsmeet. Tot mijn dertigste heb ik geen prei gegeten, totdat ik groentepap moest maken voor mijn dochter en ik voor haar prei wilde maken. En ineens lustte ik wél prei!

    Nu heb ik nog altijd last met melkproducten. Geef me geen Activia of van die protëine-drankjes of ik projectielbraak alles er weer uit. Een overblijfsel van mijn gastric bypassoperatie waar ik na de operatie tig van die drankjes moest drinken om weer aan te sterken maar die nooit binnenkreeg. Brrr …

    Fijn artikel!

  5. HF

    ik had net hetzelfde, echt waar, alleen kreeg ik jammer genoeg geen boterhammen ter afwisseling… tot een vriendin mij zei: drink eerst een glaasje cava of wijn en proef dan – alles is lekkerder na alcohol… en nu lust ik bijna alles, toch op restaurant. Behalve bananen. die eet ik niet.
    of lust hij geen alcohol?

  6. Ilke

    Haha, textuurprobleem…is exact het woord dat ikzelf ook gebruik.
    Is ook de reden waarom ik geen aardbeien eet, bijvoorbeeld. Die pitjes of bolletjes aan de buitenkant, brrr!
    Bij mij begint het wel stilaan te verbeteren, door te proeven van alles. Ze zeggen ook dat je smaakpapillen veranderen naarmate je ouder wordt, misschien komt het ook wel daardoor.
    However, slaatjes en andere rauwe groenten komen er niet in, no thanks. :)

  7. Veerle

    Het textuurprobleem ken ik héél goed, dat is excat de reden waarom ik geen vlees lust. Dat gevoel in mijn mond, iets elastiekerigs, iets vies, iets dat heeft geleefd: dat kan ik onmogelijk doorslikken. Ik merk de laatste tijd trouwens dat ik ook al problemen heb met het aanraken van vlees. Als mijn dochter (die hier thuis vegetarisch eet) op verplaatsing salami op haar brood wil, dan vraag ik soms aan iemand anders om het erop te leggen, en dan schaam ik me ook. Maar het kan echt mijn eigen maaltijd vergallen.

  8. Whiep whiep whiep. Ik ben niet zomaar een moeilijke eter en er zijn er nog. Hiep ende hoi.
    Neen, leuk is het niet. Aan welke kant van de tafel je ook zit. En soms denk ik dat het erfelijk is, want zowel mijn broer als ik zijn moeilijke eters en zowel mijn oudste als zijn dochter zijn zo mogelijk nog moeilijkere eters. Geweldige culinair boeiende familiefeesten bij ons…

  9. ik ben niet zo’n slechte eter als jouw vriend maar ik heb toch ook dingen die ik niet graag in mijn mond steek: boerenkost (gekookte aardappelen en groenten: bweirk en een stuk vlees is ook niet echt mijn ding) – appelmoes (door de textuur) – verse spinazie (door de textuur, en diepvriesspinazie eet ik alleen als het ergens goed verstopt zit bvb in een ovenschotel) – witloof (door de smaak) – een gegratineerd korstje met emmentael of gruyère (de smaak; korstjes met mozzarella, feta of parmezaan vind ik echter wel lekker en maak ik vaak) – fruit verwerkt in eten (is echt een no go voor mij, maakt niet uit of het warm of koud is, fruit eet je rauw tussendoor en niet in een voor- of hoofdgerecht, in desserts hangt het er vanaf)
    wauw, zo opgelijst ben ik toch wel erger dan ik dacht :)

  10. Veerle

    Fijn om te lezen dat er nog mensen zijn met een ‘textuurprobleem’, vaak leidt dit tot onbegrip en leg dat maar eens uit…
    Zelf had ik vroeger, en nu nog (zei het in mindere mate) problemen met vloeibare dingen waar brokjes inzitten, zoals joghurt (gelukkig is Danone zo lief om ook de zeldzame, gemixte versie nog steeds te verkopen) of soep met brokjes, die moet voor mij steeds volledig gemixt worden… Rijstpap, jakkes…

    Merci aan jou, en toch ook wel aan de man die alleen naar tomaat en champignons lust om dit verhaal met ons te delen… Respect!

  11. Oh zo herkenbaar! Ik wilde vroeger ook niets liever dan “het gewoon opeten” zoals die mensen zeiden, maar bij mij lukte dat echt niet! Ik wil graag zeggen wat voor mij geholpen heeft, ookal heeft hij het zelf allemaal al geprobeerd en is dat niet wat werkt voor hem. Eerder uit de gedachte: misschien zit er iets bij wat helpt?

    – Groenten leerde ik makkelijker eten in combinaties waarin je ze niet zo goed voelt/smaakt. Ik eet keigraag pasta, en at liever “nieuwe” groenten in een tomaten/kaassaus bij pasta dan zo apart op mijn bord.

    – Ofwel kookte ik zelf, ofwel wilde ik precies weten wat er in het eten zat.

    – Probeer dingen lekkerder te maken. Gratineren, kaassaus, veel kruiden, een pikante/zoute smaak afzwakken door suiker,… Ik vind witte kool niet zo lekker bv, maar in kokosmelk is het yummie! Texturen worden ook anders door koken, stoven, evt mixen.

    – Als je iets “al wat beter” lust, of alleen op een bepaalde manier klaargemaakt, is dat een vooruitgang. Dan zal je het op den duur gewoon liever eten

    – Leg je er (een beetje) bij neer. Ik ga nooit spruitjes lusten, of mayonaise. Maar iedereen heeft recht op een paar dingen niet lusten!

    – Praat jezelf moed in. Zelfs de moeilijkste eters lusten altijd wel IETS

    – Ik ben nu bezig met een projectje: champignons leren eten. Elke keer als mijn kotgenoten dat klaarmaken, proef ik er eentje. Ik lust ze nog niet, maar ik vind ze ook al niet meer vreselijk! Oh ja, en een projectje per keer, het moet motiverend zijn.

    – Neem iets wat je heel graag eet, en doe er iets bij wat je niet graag eet. Bijvoorbeeld omelet met tomaat en champignons, met courgette erin. Je gaat het zeker niet zo lekker vinden als de tomaat-champignonomelet, maar je gaat het ook zeker niet zo vies vinden als courgette apart.

    – Houd in je hoofd dat je bord niet leeg moet zijn. Probeer te eten van een gerecht dat je niet lust, tot je voelt dat je moet stoppen. Liever een half bord en een boterham dan een heel bord en slecht gevoel na het eten.

  12. Ik ben/was zelf ook een moeilijke eter. Vroeger een pak erger dan nu dus er zit toch beterschap in.
    Ik vind het gruwelijk als ik bvb denk dat ik al de pitjes uit de meloen heb gepeuterd en ineens blijkt er toch een in mijn mond te zitten.
    Wat bij mij weleens “helpt” is iets nieuws proberen als ik helemaal alleen ben. Moet ik niks uitleggen, gaat niet zeuren als ik het toch echt niet lekker blijk te vinden en kan ik het nog altijd aan de kippen geven als ik het echt vreselijk vind.

  13. Ik vond dit echt een geweldig artikel! Veel mensen denken dat je je aanstelt als je niet veel lust, maar het tegendeel is waar. Niets zo lastig als op voorhand te moeten polsen wat vrienden gaan klaarmaken, of elk resto online te moeten controleren. Ik wil heel graag alles lusten, maar helaas.

    Bij mij zijn zowel smaken als texturen een probleem. De knisperige smaak van ajuin, de blubberige massa van rauwe sint-jacobsvruchten, …

    Maar ook bij mij is het de laatste jaren veel verbeterd, sinds ik alleen woon. Al komen sausjes en mengpotjes nog steeds niet in huis.

  14. Lara

    Ik ben ook best wel een moeilijke eter, is inderdaad schaamtelijk soms. Als een klein kind aanzien worden … Ben blij dat ik eindelijk het wat kan benoemen (textuurpobleem), dat omvat het bij mij ook wel.

  15. Lara

    Nog even aanvulllen: ik heb gelukkig keilieve vrienden en een lieve mama die er altijd wel op letten wat ze klaarmaken :)

Reageer zelf

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>