Maandelijks archief: maart 2016

Mijn leven in parfum

mijnleveninparfumGeuren kunnen mij in een-twee-drie transporteren naar een vorig bestaan. Ruik ik recent gemaaid gras dan zit ik weer met mijn rugzak behangen met trollen en plastieken tutjes op de speelplaats van de lagere school van het dorpje V., kringelt de geur van allesreiniger langs mijn neusvleugels omhoog dan krijg ik een wee gevoel ter hoogte van mijn maag en flashbacks naar mijn dagen in de detergentenfabriek. Posteer mij achter de uitlaatpijp van een middelgroot voertuig en ik zit met mijn vijfjarig kinderhoofd gekneld tussen de deuren van een wegrijdende Duitse schoolbus. Op de achtergrond het hysterische gegil van mijn moeder. True story. (behalve dat laatste stukje over Dachau dan. Go easy on the komieke sigaretten, lilith uit 2004)

Maar er zijn dus ook odeuren die ik mezelf bewust aandoe.
Onderstaande luchtjes lieten ooit een onuitwisbare indruk na in mijn neus en hoofd.

Oilily Classic Eau de Parfum

Geen idee wie met het cadeau kwam aanzetten en waarom, maar dat ik het kreeg op een kerstavond in de jaren tachtig doet me vermoeden dat ik niet ouder was dan tien. Mijn eerste parfum was het, en ik ontving er ook een blikken doosje met de lekkerst geurende zeep ooit bij. De fruitige essence brengt me terug naar een tijdperk waarin Gertie van de Babysitters Club mijn spirit animal was, ik ganser dagen naar Hoezo? van Clouseau luisterde op mijn kamer en er nog niet uit was of ik dierenarts wilde worden of toch maar schrijfster. Ik heb al overwogen om nog eens een flesje Oilily te kopen, vanuit onversneden nostalgie en oprukkend oud zot, maar dan bedenk ik me dat ik niet per se wil ruiken naar “meisjes en vrouwen met een jong hart”, zoals de marketingtekst de doelgroep omschrijft op de site van Oilily. En toch: gisteren spoot ik nog eens wat op mijn pols tijdens mijn research in de parfumerie, en ik ben niet meer gestopt met ruiken en “aaaah” denken. Misschien is het in deze woelige tijden waarin beelden van bloed en rampspoed niet verder dan een finger swipe van ons verwijderd zijn wel een troost om weten dat de geur van je ogenschijnlijk simpele kindertijd ook maar zo ver van je af ligt als je pols.

Salvador Dali Vandenaldi

Ik kan geen stukje schrijven over geuren zonder het over de parfums die mijn moeder droeg te hebben. Ik bezit een herinnering waarin mijn vader na zes maanden als blauwhelm in ex-Joegoslavië naar huis terugkeerde met tien flessen clandestien gesmokkelde rum (de feiten zijn verjaard, officer) en een doosje met miniatuurparfumflesjes in de vorm van een neus en lippen. Google leert me dat het er van Salvador Dali kunnen zijn, maar als ik me de geur voor de geest haal denk ik dat het eerder van het minder bekende Joegoslavische merk Sulvidor Dila was. Anyway. Mijn mama had de neiging om zware en bedwelmende parfums te dragen waar mijn hersenen spontaan van verpulverden, genre Angel van Thierry Mugler (BUT WHYYY?!) en Opium van Yves Saint Laurent. De migraines die ze me bezorgden waren zo vernietigend dat ik nog steeds van wagon verander als ik iemand mijn trein ruik binnenkomen die een van beide geuren opheeft.

Patchoeli

Eerst mijn beklag doen over de bedwelmende koppijnparfums van mijn moedertje, en het in het volgende blokje hebben over de jaren waarin ik mezelf en mijn arafatsjaals marineerde in patchoeli, de ironie ontgaat mij niet. Ik haalde mijn hippie-olie en arafatsjaals in de Youskaro in Ieper, een winkeltje van een kleerkast groot dat werd uitgebaat door een moeder en dochter die grossierden in lange blaadjes en vlaggen van Bon Jovi. Er was een tijd dat ik geen enkel kledingstuk in mijn bezit had dat niet meurde naar patchoeli en daar ook nog trots op was. Het was dezelfde tijd waarin ik mijn haar oranje kleurde met Henna, houten vriendschapspoppetjes aan mijn Dr Martens knoopte en protesteerde tegen kernafval en racisme en gaten in de ozonlaag, niet alleen uit overtuiging maar ook omdat die ene kerel van mijn klas waarop ik jaren stiekem verliefd was ook ging protesteren. Zo, dat is eruit.

White Musk van The Body Shop

In de nasleep van mijn “liever een gat in mijn pennenzak dan een gat in de ozonlaag”-periode vertoefde ik tijdens mijn studententijd regelmatig in The Body Shop. Toen het gamma van White Musk daar op mijn pad kwam had ik maar een keer snuffelen nodig om te beseffen dat ik mezelf wilde verzuipen in alles dat ook maar een beetje naar de inhoud van de flesjes rook. Wat ik dan ook deed door de eau de toilette en de olie en het badschuim en de douchegel te kopen, zo veelvuldig dat ik bijna geen geld meer over had voor sigaretten en de belegde broodjes waarmee ik mezelf traag maar zeker richting mijn eerste maagverkleining aan het eten was. White Musk doet me nog steeds vol nostalgie terugdenken aan mijn studentenkot in Ledeberg, en met studentenkot bedoel ik varkensstal van drie verdiepingen die ik deelde met drie vrienden die even hard als ik hoopten dat de beschimmelde en aangekoekte afwas van weken ver plots op magische wijze zou verdwijnen als we er zo vaak mogelijk in bogen bleven rondlopen. Wat ook gebeurde als een van onze moeders het echt niet meer kon aanzien en zich vol walging aan een taak van een paar uren zette. Dat ik terugdenk aan de geur van White Musk en niet die van beschimmelde pannen waarvan de inhoud bijna kon lopen wil zeggen dat de andere penetrante geuren ondertussen of verwerkt of verdrongen zijn. Good for me.

Amazing Grace van Philosophy

Na White Musk beleefde ik op parfumvlak een even losbandige als saaie episode waarin ik Noa van Cacharel afwisselde met Gucci Rush en nog wat andere usual suspects. Ik werd nooit meer halsoverkop verliefd op een geur, tot ik in de Ustated Nights of Amerika kennismaakte met Amazing Grace. Ik bracht een flacon mee, en wist dat ik op een osmologisch klompje goud was gestoten toen ik bij thuiskomst constant werd gevraagd naar de oorzaak en herkomst van mijn welriekendheid. Wat mij betreft ruikt het naar een mengeling van schone lakens en eerste lentedagen. Sinds de complimentjes mij begonnen te overspoelen bracht ik van elke trip naar Amerika wat flesjes mee, en er overviel me een gelijktijdig gevoel van “wahey!” en “dju toch” toen Ici Paris XL het enkele jaren geleden gewoon in België begon te verkopen. Aangezien ik in geen tijden meer in Amerika ben geraakt overheerst wahey wel, ondertussen.

Van alles van Juliette Has a Gun

De laatste parfumcrush in dit rijtje kwam tot stand toen ik Valerie De Booser een jaar of vijf geleden interviewde voor Flair. Zij zat naast me, als onwetende maar glansrijke winnares van een bikkelharde wedstrijd die zich enkel in mijn hoofd had afgespeeld en die we voor het gemak het Grote Concours Mevrouw Koen Wauters noemen. Niet alleen dat, maar ze rook er ook nog eens fenomenaal lekker bij. Omdat ik besefte dat ik nooit dichter zou komen bij het zijn van Mevrouw Koen Wauters dan naar Mevrouw Koen Wauters te ruiken vroeg ik haar welk parfum ze droeg. Dat bleek Lady Vengeance van Juliette Has A Gun te zijn. Nadat ik een fles had aangeschaft ontdekte ik hoe rond de cirkel was: er blijkt patchoeli in te zitten, begot. Eerst moest ik ervoor naar Selfridges in Londen (altijd een goed excuus), maar toen ontdekte ik dat een parfumerie in Ieper ook een groot deel van het gamma stockeert. Op een keer was de Lady Vengeance evenwel op en kocht ik de Miss Charming, en daarna de Not a Perfume en onlangs nog de Anyway. Geen zever: allemaal op hun eigen manier even geweldig. Vooral de Not a Perfume heeft een speciale plek in mijn hart, omdat hij net als Amazing Grace ruikt naar proper, zoals frisse lakens en zeep en schoongeboende oksels in combinatie met een zuchtje wind. Zei ik echt schoongeboende oksels in combinatie met een zuchtje wind? En was dat luidop? Ik durf wedden dat Valerie me ook op vlak van geuromschrijvingen ver achter zich laat, en leg me daar dan maar, als een eervolle verliezer, bij neer.

Deze blogpost werd ernstig geïnspireerd door deze geweldige blogpost. Zin om mee te doen? Dat mag, in de reacties of op uw eigen blog, vaneigens. 

Mijn tip voor een vlottere kraamperiode: zelfzorg

zelfzorgGisteren stond ik in een pashokje, verheugd omdat ik een jeansbroek en t-shirt had gevonden die de rondingen doen uitkomen die ik wil doen uitkomen en de andere zo goed als mogelijk van het oog onttrekken. Ik zit in de gevreesde nazwangerschapse fase waarin mijn zwangerschapsbroeken te groot zijn, en mijn kleren van voor de bevalling een kledingmaat te klein. Niet dat ik daarover te klagen heb, want ik hou al bij al maar zes kilo over en dat valt me geweldig mee. Niet dat deze post daarover gaat. FOCUS DAN TOCH VROUW.

Flo is ondertussen drie en een halve week oud, en ik stond dus in een pashokje. Dat deed ik terwijl de kraamhulp even op mijn dochter aan het passen was. Een combinatie van zaken die de eerste keer ondenkbaar waren, om niet te zeggen ondenkbaar ondenkbaar. “Je ziet er goed uit“, zegt mijn lief de laatste dagen al eens, en zo voel ik me ook. En dat heb ik dus onder meer te danken aan het feit dat ik al eens in een pashok ga staan, ook al is mijn baby nog geen maand oud. (Ik ga trouwens eens een stuk schrijven over de mindere kantjes van mijn lief, dat jullie niet denken dat ik met de ideale man ben getrouwd. Zo een die enkel wijze dingen zegt en met complimentjes en rozenblaadjes in mijn richting gooit. Laat ons bijvoorbeeld vooral niet vergeten dat hij niks lust, en geloof me, zo zijn er nog wel een paar hoeken af. nvdr.)

zelfzorg2

Flo is een makkelijkere baby dan Dexter, dat is ondertussen duidelijk, maar dat ik me nu veel beter voel dan de vorige keer ligt niet helemaal aan haar. Deze keer ligt mijn eigen focus ook honderd keer meer op zelfzorg. Toen Dexter geboren werd dacht ik maar aan één ding: voor mijn kind zorgen. Ik cijferde mezelf weg, at slecht, zat heel de dag ongewassen in pyjama, kwam amper buiten, deed niks meer. Ik maakte mezelf wijs dat dat nu eenmaal was hoe het ging: je krijgt een baby, je stelt alles in functie van die baby, de rest is niet belangrijk. Je wereld komt met piepende banden tot stilstand, je blijft binnen een eigen bubbel, afgesloten van de rest van de wereld. Lekker samen met je baby in een cocon, klinkt het lieflijk. Allemaal goed en wel, maar mijn cocon werkte alleen maar versmachtend, besefte ik achteraf, toen ik me samen met mijn psychologe afvroeg waar het zoal mis was gelopen. En dus stond ik erop om het deze keer anders aan te pakken.

Dit doe ik deze keer anders:

  • ik roep hulp in:
    In verschillende vormen. Natuurlijk zou ik Flo ’s morgens en in de namiddag in de autostoel kunnen proppen om haar broer naar school te brengen en op te halen, maar het is stress die ik niet nodig heb. En dus werden er afspraken gemaakt zodat ik me daar de eerste weken niks van aan moet trekken. Met dank aan Youri, de opa’s en de kraamhulp, waarover later meer. Ik schakelde naast kraamhulp ook een zelfstandige vroedvrouw in, zodat ik iemand heb die hier af en toe komt checken of ik vragen heb, of Flo goed groeit, en er altijd iemand beschikbaar is om naar te bellen als ik ergens over twijfel. Ik heb geen mama en geen schoonmama, ik moet dus voor mijn eigen gemoedsrust zorgen. En soms is dat door een professional in te schakelen.
  • ik denk bewust na over de functie van de hulp:
    Vorige keer had ik ook kraamhulp, maar toen kwam die vooral neer op iemand die stond te strijken terwijl ik mijn baby suste. Deze keer wilde ik dat de hulp er vooral voor zou zorgen dat ik ademruimte kreeg. En dus ga ik Dexter van school halen terwijl de helpende handen even voor Flo zorgen, ga ik een uur winkelen, vraag ik of de kraamhulp een ovenschotel voor twee dagen kan maken zodat ik in die halve uren die plots beschikbaar worden een bad kan nemen en verder kan lezen in dat geweldige boek dat ik aan een razend tempo van acht pagina’s per dag aan het lezen ben. Acht pagina’s per dag lijkt weinig, maar ze doen me vreselijk veel deugd. Waarover meer in het volgende punt.
  • ik bouw momenten in voor mezelf:
    Lezen, een bad nemen met duur maar heerlijk geurend badschuim, blogstukjes schrijven. “Dat jij daaraan toekomt”, schreef iemand die ook net een kersvers kindje heeft op Instagram, “ik raak mijn zetel met moeite uit”. Ik kom eraan toe omdat ik weet dat ik er zo’n deugd van heb. Net als van alleen naar de supermarkt gaan, wat bij momenten voelt als een vakantie van een half uurtje. Koken. Even over en weer naar een tweedehandsbeurs, terwijl mijn lief op de kindjes past. Vorige keer kwam ik na vier maanden tot het besef dat ik niks meer deed dat me blij maakte. Nu probeer ik elke dag iets te doen dat goed is voor mezelf. Vanuit de gedachte van eerst je eigen zuurstofmasker opzetten in het vliegtuig voor je iemand anders kan helpen. Dexter en Flo hebben niks aan een ongelukkige moeder, en deze keer besef ik dat beter dan ooit. Ik zorg dat mijn basisbehoeftes prioriteit krijgen. Dat ik aan slaap toekom, dankzij een shiftensysteem dat ervoor zorgt dat ik zeker een blok van vier uur ononderbroken slaap per nacht heb. (en Youri dus ook) Toen Dexter er was ben ik in de eerste weken eens een halve dag gaan winkelen, en verzoop ik in het schuldgevoel en de gedachte dat ik een slechte moeder was. Dat een moeder altijd bij haar kind moet zijn. Dat doe ik nu niet meer. Ik zie mijn kinderen doodgraag, maar dat moet ik niet bewijzen door mezelf te laten verwelken.
  • ik maak plannen:
    Toen ik de vorige keer weer moest beginnen met werken leek ik van een andere planeet te komen. Alle fundamenten waren van onder mijn voeten geslagen, en het duurde maanden voor ik weer aan het soort stukken en reportages kon beginnen denken die ik voor het moederschap maakte. Nu voel ik dat de kloof tussen deze periode en weer gaan werken minder groot zal zijn. Omdat ik het al heb gedaan, werken in combinatie met moederen, en weet dat ik het kan. Omdat ik door kranten blader en denk “Damn, als ik weer aan het werk ben dan wil ik daar een stuk over maken. En daar, en daar”. Omdat de ideeën er zijn, en de goesting. Ook voor blogposts, bijvoorbeeld. En vakanties met het gezin, weer gaan sporten binnen een paar weken, en etentjes met mijn lief over de middag, omdat we dan geen babysit nodig hebben en we dat weer eens meer moeten doen.

Ik moet opletten dat dit soort blogstukjes vanuit mijn enthousiasme niet als een vingerwijzing overkomen, heb ik gemerkt. Dat is helemaal niet de bedoeling. All hail aan de mama’s die genieten van hun cocon en net energie halen uit de exclusieve zorg voor hun kind. Voor zij die de eerste maanden geen seconde willen en kunnen missen van de zorg voor hun dropje, en er niet aan mogen denken om hen een uur achter te laten om in een pashok te gaan staan. Ik weet dat zij er zijn, en ik snap hen. Maar ik voel dat ik een betere en blijere moeder ben als ik zelfs van in het begin af en toe durf loslaten.

Ik wil trouwens ook de indruk niet wekken dat alles hier gesmeerd loopt. Gisteren dacht ik bijvoorbeeld “moh, ze heeft melkkorstjes“, en toen bleken het kruimels te zijn van een inderhaast boven haar hoofd naar binnen geslokte wafel die als middagmaal had gefungeerd.

Hoe ging dat bij jou? Bleef jij voor jezelf zorgen in de periode met een pasgeboren kindje, of had je dat minder hard nodig? Leken je kraamperiodes op elkaar, of leerde je dingen na de eerste of tweede keer? Benieuwd naar jullie ervaringen, die zoals altijd welkom zijn in de reacties hieronder.

Over filters, en Brussel.

aanslagenbrussel

Mensen zouden veel vaker lang en op het gemak met elkaar moeten babbelen“, sprak mijn slim lief terwijl we deze uitzending aan het bekijken waren, gisterenavond. Ik had me heel de namiddag bewust wat weggehouden van extra journaals en updates na een ochtend waarin het vreselijke nieuws over de aanslagen in Brussel maar bleef binnenstromen via het internet en de radio. Omdat ik me bedacht dat ik niemand hielp met mezelf plat te laten bombarderen door wat vaak toch vooral neerkomt op informatie die vooral snel moet en daardoor niet per se correct. Of zoals ik het Faroek tegen Stef hoorde zeggen: “Maar we zijn hier natuurlijk zwaar aan het speculeren“. Ik vraag me soms af of dat allemaal helpt, uren journaals met eigenlijk niet echt veel extra info, waardoor we dus een paar uur extra moeten gaan speculeren over van alles en nog wat om zendtijd gevuld te krijgen. En dus ging ik een grote wandeling maken met mijn dochter, in de zon. Zonder constant mijn telefoon te checken op zoek naar meer nieuws. Omdat ik zuurstof nodig had, in plaats van een overdosis aan info die de zuurstof uit mijn longen sloeg.

Toen de aanslagen in Parijs gebeurden waren we net in Gran Canaria aangekomen. Het internet in het hotel lag die dag plat, dus ik had lang geen idee tot ik naar mijn vader belde om de palmbomen te bestoefen en toen de vraag kreeg of ik het al had gehoord. Ik had niks gehoord. Het was toen al tien uur ’s morgens, en ik had geen benul wat voor nacht het was geweest. En ik koos er toen, net zoals nu, voor om me in de mate van het mogelijke wat af te schermen tegen de overvloed aan informatie. Niet omdat ik een struisvogel ben, maar wel omdat ik er niet beter van word, van elke bloederige foto of video met eigen ogen te zien, en er niemand mee help. Ik blogde er toen ook niet over, omdat ik het een hele moeilijke oefening blijf vinden, en dit er eigenlijk ook de plaats niet voor vind. Tegelijk probeer ik in andere gevallen moeilijke zaken niet uit de weg te gaan, en is het misschien ook gek om hier te doen alsof er niks is gebeurd. Moeilijke oefening, dus, al jaren, omdat ik altijd denk: moet ik wel zeggen hoe hard dit me raakt? Zou het niet gek zijn als het niet zo was? En in hoeverre heeft dat iets mij raakt ook maar iets van meerwaarde in een vreselijk en gecompliceerd verhaal?

Maar ik ben er natuurlijk net zo goed mee bezig. En vind het bijvoorbeeld net zo boeiend als zorgwekkend, dat we zo begaan zijn met de vraag hoe we onze jonge kinderen kunnen afschermen en weghouden van alle vreselijke informatie, maar van onszelf niet echt lijken te vinden dat we een beetje beschermd moeten worden. We lijken collectief betikketakt om het allemaal zoveel mogelijk en in grote porties mee te krijgen via de kranten en allerhande supersnelle internetkanalen, vaak geweldig ongefilterd door die snelheid, en ik vraag me dan af wat dat met ons en onze hoofden doet. Op lange en op korte termijn.

Daarom vond ik dat mijn lief gelijk had, gisteren. Deze kalme, respectvolle gesprekken vanuit verschillende standpunten en belevingen waren van het beste dat ik gisteren hoorde en zag. Van het meest hoopvolle, ook. En ik vind echt dat we dat nu nodig hebben, oren om te luisteren naar mensen die weten waarover ze het hebben (zelfs al komen hun standpunten niet per se overeen met die van jou), die als een soort filter fungeren in de chaotische en constante stroom aan informatie, in plaats van monden die vooral om ter luidst roepen waardoor we niks meer horen. Laat staan leren. Ook al snap ik het natuurlijk, dat ze willen roepen, uit onmacht en kwaadheid en alle emoties die erbij komen. Maar stilte is soms nog beter, denk ik, net als echte gesprekken onder echte mensen zonder dat daar computerschermen tussen zitten. Of zonder dat er per se en snel een kamp moet gekozen worden. Zonder dat het helemaal zwart is, of helemaal wit. Dat, en ogen die het mooie willen blijven zien.

(Dit vond ik trouwens ook een mooi en oprecht stuk. Over niet bang willen zijn, en het toch zijn)

Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan …

flo_eerstekind
  • had ik me vast niet zo’n waardeloze moeder gevoeld. Dan hadden gedachten als “Waarom kan iedereen dit en ik helemaal niet?” waarschijnlijk niet zo vaak de kop op gestoken, net als de vraag waarom ik zo nodig kinderen wilde en of ik dan niet gelukkig genoeg was zonder. Dan zou ik me vast niet op bijzonder regelmatige basis afgevraagd hebben of er mensen zijn die nu eenmaal niet gemaakt zijn om zich voort te planten, en of ik dan zo’n mens was. Of ik er niet beter wat langer over had nagedacht, terwijl ik al de dertig gepasseerd was toen ik zwanger werd.
  • was er vast sneller een tweede gekomen, en was de vraag of die er überhaupt wel zou komen en of dat niet een gigantisch risico was voor mijn mentale gezondheid waarschijnlijk zelfs niet gevallen. Terwijl die vraag deze keer erg lang en prominent boven onze hoofden is blijven hangen. Misschien zelfs tot na de bevalling.
  • was ik veel minder geld kwijt geweest. Aan osteopaten, aan tien verschillende soorten flesjes en speentjes, aan die ene stinkend dure vibrerende kinderstoel waarover ik op internet las dat hij kolieken wegnam als sneeuw voor de zon (nog nooit zo snel een bom geld uitgegeven voor iets dat niks bleek te doen, behalve vibreren), aan homeopatische (say what Kelly, say what?) krampenwatertjes, astronautenvoeding die ook al niet hielp en herhaaldelijke bezoeken aan de kinderarts. Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan had ik dat allemaal op mijn spaarboek kunnen zetten, maat. Het resultaat zou hetzelfde zijn gebleven.
  • was ik veel meer geld kwijt geweest. Aan kleertjes en uiterlijkheden en dingen die mij bij Dexter niet boeiden, omdat er geen tijd en energie over was en ik vooral probeerde te overleven. Het was uiteindelijk dus vast toch op een nuloperatie uitgedraaid.
  • zou ik gedacht hebben dat een huilbaby een kindje is dat drie uur per dag weent, en zou ik ook gedacht hebben dat dat verschrikkelijk moet zijn. Terwijl ik bij Dexter op mijn blote knietjes in een paar houten klompen zou hebben gezeten voor een dag met maar drie uur wenen.
  • was ik nu vast ook al met haar naar de osteopaat geweest, en had ik vast gevonden dat ze veel weende. De laatste week is de eeuwig contente baby die nooit weent er wat af, wegens op gang komende spijsvertering en al wat daar bijhoort. Nu denk ik: het gaat wel over, en ‘ze hebben allemaal krampjes’. Honderd keer kalmer dan toen ben ik nu, en ik kan ook veel meer hebben. Tegelijk moet ik niet zoveel kunnen hebben, want door wat we met Dexter hebben meegemaakt stellen een paar lastige uurtjes bijzonder weinig voor.

Maar Flo was mijn eerste kind niet, en eerlijk? Het moederschap had mij ook met een makkelijkere baby overweldigd, daar ben ik van overtuigd. Ook met Flo zou ik geschrokken zijn van hoe het krijgen van zo’n kindje je leven overhoop haalt. Hoe je van iemand die elke nacht gewoon slaapt en elke dag gewoon invult naar believen gaat naar iemand die flink wat extra werk heeft aan moederen en heel wat controle over dag- en nachtinvullingen moet opgeven. Ik zou ook geschrokken zijn van hoe vaak je zo’n klein wormpje moet verschonen, voeden en van TLC moet voorzien. Omdat ik niet zo’n moeder ben bij wie zo’n dingen compleet vanzelf gaan en zonder nadenken. Alleen zou het niet in een klimaat van constante moordende stress zijn geweest, met het eeuwige gekrijs op de achtergrond.

Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan zou ik alles zeker niet als zo ontspannen ervaren hebben als nu, met Flo als mijn tweede kind en tien jaar extra ervaring in mijn mouw. Want zo voelt het echt: in het eerste jaar met Dexter ben ik niet alleen tien jaar ouder geworden wat rimpels en grijze haren betreft, maar ook op vlak van persoonlijke ontwikkeling. En dat is niet alleen een gigantisch cadeau gebleken voor mezelf, maar ook voor Flo en Dexter. Nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar ja echt, ik ben dankbaar voor hoe de dingen gegaan zijn. Hoe gek dat ook is, en hoe pikdonker het ook was. Als mensen die nog steeds op deze pagina’s stranden na het intikken van “huilbaby niet meer aankunnen” of “hoe lang tot huilbaby stopt met huilen?” zich daar ook maar een klein beetje aan kunnen optrekken, dan ben ik door het delen en blijven delen van een verhaal dat mij nog steeds pijn doet in mijn opzet geslaagd.

lilith op een ander: over bloggen, freelancen en prikklokken #zekervanhaarzaak

zekervanhaarzaakkellyderiemaekerHet is een beetje gek dat ik best graag blogs lees over werken en ondernemen, maar er hier zelden over schrijf. Er was eens een How I Work-blogpost, waar vreselijk veel fijne reacties en blogposts uit ontstonden, maar verder vind ik het vaak wat vreemd om over mijn werk als freelancer te bloggen. Misschien omdat veel van mijn opdrachtgevers meelezen, of omdat ik denk dat het een beetje saai is, ik weet het zelf niet goed. Vlak voor mijn zwangerschapsverlof kwam ex-collega Katrien langs voor een interview voor Zeker Van Haar Zaak, het netwerk voor vrouwelijke ondernemers (hoe zot dat ik dat überhaupt ben), en het resultaat daarvan staat deze week online, samen met een podcast van bijna een uur. Zeker doorklikken op de links onderaan als je hier de laatste maanden soms niet aan je trekken kwam als het gaat over werken, journalistiek en media, bloggen voor niks en voor geld, en andere onderwerpen.

Wat die podcast betreft: vooral daar heb ik zoveel fijne reacties op gehad. Mijn leaf luisterde in de auto en kwam thuis met de woorden “waarom begin jij eigenlijk niet met die podcast die je zo graag wil maken?”. Tegelijk kreeg ik op een dag wel drie voorstellen van mensen die samen met mij een podcast willen maken. En ja, ik wil heel graag, maar damn: vierentwintig uur in een dag en geen uur meer. Elk uur dat naar de podcast zou gaan zou een uur minder zijn om te bloggen/ iets leuks met mijn kinderen (waha, kinderen, zei ze!) te doen/ binnen een paar weken weer te werken. Hoe graag ik het ook zou doen en hoeveel ideeën er ook opborrelen als ik er nog maar aan denk, ik weet niet waar ik een extra uur zou halen, en volgens mij is een uur niks als het over podcasten gaat. Dju toch.

Maar dus, wie mij een uur wil horen ratelen met een bij momenten behoorlijk slordig West-Vlaams accent moet hier zijn, en het interview over freelancen staat hier. Ondertussen ben ik benieuwd of dat een thema is dat boeit, ook voor deze blog. Zijn er mensen die meer willen weten over zelfstandig zijn, schrijven als job of journalistiek? Ik lees graag in de reacties of ik daar in de toekomst al eens meer rond moet doen, misschien, eventueel.

5 beelden, 5 dingen

IMG_6719 IMG_6780 IMG_6801 IMG_6819 IMG_6845
  1. Twee weken is ze vandaag, Flo. Wij kunnen dat amper bevatten. Bij Dexter ging de tijd namelijk zo ongelooflijk traag. Elke dag leek een eeuw te duren met al dat wenen en krijsen, en toen hij zo oud was als Flo was hij al eens twee dagen opgenomen in het ziekenhuis om hem volledig binnenstebuiten te keren om het wenen te verklaren. Nu zijn die eerste twee weken zo goed als geruisloos gepasseerd, en dat is zo gek. Ze groeit en bloeit, het drinken gaat vlot na een luie start, en ja, ze heeft net als haar broer venijnige krampjes, maar het is niet zo hels en ik had me eraan verwacht, dus het valt allemaal al bij al wel mee. Net als de nachten. Neen, we kunnen echt niet klagen, en gaan dat dus ook niet doen.
  2. Het is ook niet dat het op elk moment een walk in the park is, natuurlijk. Een pasgeboren kindje blijft behoorlijk intensief, zeker in combinatie met een kleuter die vindt dat hij meer aandacht verdient dan hij op dit moment kan krijgen. Tijdens de week waarin Youri nog niet moest werken zat die kleuter ook nog eens alweer ziek thuis, zodat het niet even rustig was als ik had gehoopt, maar we hebben het overleefd. En ik geef het toe: ik ben blij als de papa thuis komt van het werk, zodat ik de zorg voor de kleuter die plots niks meer lust en nog minder geduld lijkt te hebben dan ooit tevoren even kan doorgeven. Twee kinders combineren en niet verzuipen in chaos, ik moet het nog een klein beetje leren.
  3. Ik geloof ook dat ik een beetje te veel van mezelf verwacht, net omdat Flo makkelijker is dan haar broer. Gisteren bedacht ik me tijdens een krampjesepisode waarbij ze op mijn buik lag bij te komen dat ik veel minder gedaan zou krijgen dan ik wilde. Terwijl ik van Dexter compleet niks gedaan kreeg, en dat gewoon zo was. Ik raakte zelfs niet aangekleed, at niet, verzoop alleen maar in de miserie. Nu lijk ik van mezelf te verwachten dat ik gezonde slaatjes maak, niet alleen aangekleed maar ook geschminkt raak, en mijn huis proper krijg. “Ik verwacht alleen dat je hebt gerust als je kan, en hoogstens wat naar Netflix hebt gekeken”, sprak mijn lief gisteren. Mijn voice of reason, zoals altijd. En zie, ik kan zelfs bloggen, vandaag. Dat alleen al is extra punten.
  4. Heb ik trouwens al gezegd dat Flo een dotje is? Om op te eten, dat kind, met gekke smoeltjes en zot gefrons en al. Gek hoe je toch op voorhand niet zeker weet of je een tweede kindje wel even graag kunt zien als de eerstgeborene, en al van bij de eerste keer dat ze haar op je borst leggen weet: ik heb me weer zorgen gemaakt voor niks. Zorgen gemaakt voor niks is mijn middle name. En vergis u niet: haar broer is ook helemaal zot van zijn kleine zus. Zeker als hij haar kan versieren of zijn auto’s kan voorstellen, dan vindt hij haar zelfs helemaal geweldig.
  5. Ik ben er nog niet in geslaagd om iedereen te bedanken voor de vele lieve wensen en kaartjes en cadeautjes, maar ze zijn stuk voor stuk zwaar geapprecieerd. Dikke merci, y’all, jullie zijn allemaal de max.

Cheeky wipes: mijn beste investering van ronde twee (en een give-away!)

cheekywipes3

Dat bloggen, dat heeft mij al zoveel gebracht en geleerd. Soms volg ik een blog omdat het onderwerp me boeit, maar soms gaat het ook anders en volg ik een blog omdat de blogger me boeit en merk ik vanzelf dat de onderwerpen me ook beginnen boeien. Dat had ik met Kelly van Ma Vie en Vert: ooit beginnen lezen, en zo terechtgekomen in een wereld waarin ik helemaal niet thuis was. Kelly is groener dan gras in zowat elke beslissing die ze neemt, en ik steek daar tot mijn spijt behoorlijk schril tegen af. Ik probeer wel te letten op niet te veel verspillen en weggooien, maar mensen als Kelly, die lopen zo ongeveer vijf kilometer voor. En man, ik vind dat boeiend. Blogposts over alternatieven voor wegwerpproducten waar ik zelfs nog nooit bij had stilgestaan (my bad), tips voor minder plastic verpakkingen, stukjes over fair wear, het zorgt beetje bij beetje voor een kentering in mijn hoofd. Niet belerend, maar wel heel boeiend en aanstekelijk. Ook leuk: ondertussen mocht ik met Kelly brunchen in de Vlaamse Ardennen, en het blijkt nog een toffe te zijn in het echt ook. Om maar te zeggen: die bloggers, ge kunt daar dus wat mee.

Het was de combinatie van blogposts als die van Kelly en een paar omineuze nieuwsberichten over de producten in vochtige doekjes die mij triggerden om eens te kijken of er geen alternatieven waren. Ik herinnerde me dat mijn schoonmama ooit vertelde hoe dat in haar tijd niet bestond en het met doeken en washandjes te doen was. Toen ik zwanger was van Dexter heb ik wel eens geïnformeerd voor wasbare luiers, maar toen durfde ik het extra werk niet aan, en achteraf gezien was dat misschien maar goed ook. Verzuipen met een huilbaby tussen stinkende luiers die maar niet gewassen raken, het had mij geen deugd gedaan. Maar herbruikbare doekjes, dat leek mij deze keer dus wel haalbaar. En dus bestelde ik een maxi kit van Cheeky Wipes bij Klein Spook. Vanuit de gedachte dat ik nu eenmaal niet zo DIY-begaafd ben om ze makkelijk zelf te maken, Youri niet zou kunnen overtuigen om het vanaf nu met alleen washandjes te doen, en de investering zich bijzonder snel zou terug betalen aangezien ik geen vochtige doekjes meer moest kopen. Volgens de site zou je makkelijk driehonderd euro uitsparen door drie jaar lang wasbare doekjes te gebruiken in plaats van vochtige. En daar kan je al iets mee budgetteren in YNAB, niewaar. (Ik ben trouwens bezig aan een cursus YNAB voor beginners. Wil je meer weten? Dan kun je je hier inschrijven)

cheekywipes1

Ondertussen is Flo anderhalve week oud, en man, ik ben heel erg fan van de Cheeky Wipes. Zo erg dat ik het jammer vind dat ik ze bij Dexter niet had. Het systeem is poepsimpel (#PUNINTENDED) en helemaal niet arbeidsintensiever dan een pak vochtige doekjes opentrekken. De maxi kit bestaat uit twee plastieken dozen, een voor propere doekjes en een voor vieze. Je vult die voor propere tot aan een vullijntje met water en doet er indien gewenst wat geurende essential oil bij. Doekjes erin, even aanduwen, doekje eventueel wat uitwringen voor gebruik. Vies doekje in het wasnetje dat in de doos voor te wassen doekjes zit. Het netje sluit je en gooi je zo in de wasmachine, zodat je de vieze doekjes dus niet aan hoeft te raken. In de kit zitten ook nog handige zakjes om vochtige doekjes mee te nemen voor onderweg en weer hygiënisch weg te steken tot je thuis bent.

cheeky4

Meer is het niet. Maar dus ook niet minder. De doekjes doen wat ze moeten doen, en ik ben een zeer tevreden gebruiker. Zo tevreden, dat ik van de mensen van Klein Spook twee maxi kits onder mijn lezers mag verloten. Eén met gekleurde doekjes en één met jungle print. Het enige dat je hoeft te doen om kans te maken is in de reacties hieronder posten wat jij al hebt geleerd of veranderd door blogs te lezen. Ik trek maandagmiddag om twaalf uur de winnaars en contacteer hen om verder af te spreken. Veel succes!

(meer lezen? Bewustverbruiken.be heeft een blogpost met filmpje!)

lilith wist niet dat het kon

flootjecadeautje2

“Flootje cadeautje”, schreef iemand onder een van de eerste foto’s die ik van Flo op Instagram zette. En die naam blijft meegaan, geloof ik. Omdat het zo voelt. De eerste dag dacht ik “het is door de bevalling dat ze zo rustig is”, al scheelde die al dag en nacht met de eerste dag van haar broer, die begon te krijsen en niet meer stopte. Zo hard dat Youri elke nacht op de materniteit moest blijven slapen, zodat we konden afwisselen in krijsbaby doorgeven. Dat dat nu niet zou kunnen, daar zat ik op voorhand wel wat mee in. En dat bleek dus nergens voor nodig.

Al dacht ik op dag twee ook dat het nu wel snel zou beginnen keren, net als op dag drie en vier en vijf en zes. Maar neen, Flo is, above all, een contente baby. Een rustige, perfect troostbare baby ook. Die krampjes heeft, maar met wat simpele trucjes uit wat mij betreft het beste boek om met ontroostbare baby’s om te gaan perfect te troosten valt. Bij Dexter hielp het hele arsenaal amper, bij Flo lijk ik wel een tovenaar die op twee minuutjes voor rust zorgt bij baby’s. Het lag dus echt niet aan mij. Bleef ze tegen zichzelf herhalen.

flootjecadeautje

Het voelt als een cadeautje, om rustig en zonder stress te mogen starten. Met nachten die doenbaar zijn, en zalige momentjes met een kalm rondkoekeloerend baby’tje op mijn arm. Zelfs de combinatie met Dexter valt me tot nu geweldig mee, ook al is die laatste weer ziek en hangerig en thuis van school. Had ik dat op voorhand geweten, ik was in paniek geslagen, maar het lukt. Een gigantische opluchting if there ever was one.

Neen, wij wisten niet dat het kon. Een baby die amper huilt, en content de wereld inkijkt. Maar het kan dus. En ik knipper er nog elke dag twintig keer door met mijn ogen omdat ik het amper kan geloven, dat ik doe waar ik zo kwaad van werd als mensen het me de eerste keer vroegen: ik geloof echt dat ik geniet.

Hoe de bevalling beviel

IMG_6439

Eerlijk duurt het langst: ik zag tegen de bevalling op als tegen een bevalling.

Bij Dexter werd ik op bijna een week over tijd ingeleid omwille van problemen met mijn bloeddruk. Lang, pijnlijk en bloederig verhaal kort: Dexter was anders vast nog een week langer blijven zitten en liet dat merken door er een bevalling van 17 uur van te maken met weeën die ik alleen maar als demonisch kan omschrijven. Ik probeerde er de afgelopen weken niet al te veel aan terug te denken, maar moet toegeven dat een keizersnede me bij momenten zo aantrekkelijk leek. Even goed doorsnijden, en dat was dat. Al zag ik de gevolgen achteraf niet zitten, en bleef ik dus hopen op een bevalling die spontaan op gang zou komen en zich ook zo spontaan mogelijk af zou wikkelen.

(Ow ja, de rest is zo ongeveer een bevallingsverhaal. Er staat hier ergens een kruisje voor mensen die geen visuals willen over mij en mijn geboortekanaal. En neen, ik neem dat niet persoonlijk)

Maandag was mijn uitgerekende bevallingsdatum, waardoor er een laatste check-up bij de gynaecoloog op de planning stond. De vele nachten vol voorweeën bleken twee centimeter opening opgeleverd te hebben, iets waar ik tijdens de vorige bevalling al uren voor had moeten afzien. Maar voor de rest leek het er niet op dat er snel iets zou gaan gebeuren, dus mocht ik langs bij de monitor waar wat afspraken werden gemaakt voor de volgende week. Er werd al eens gepolst naar al dan niet inleiden, en ik zei: als er geen reden is wacht ik het liever nog even af. Dat was dat.

Tot plots. Vochtverlies om kwart na één ’s nachts. Mijn eerste gedachte was: damn, nu al aan de Tena Lady of wat? Daarna dacht ik: of zou dat vruchtwater zijn? Derde actie: naar de klok kijken en opgelucht zijn omdat de schrikkeldag net zijn hoepels had gekeerd. Ik ben opgestaan, heb naar de materniteit gebeld waar ze me aanraadden om nog even te slapen en tegen een uur of vier naar de monitor te komen. Opa gebeld, Youri wakker gemaakt, en dan in de badkamer beseft dat ik behoorlijk stevige weeën kreeg en de procedure daardoor beter wat kon versnellen. Om kwart na twee waren we op het verloskwartier, waar ik nog altijd dacht dat ze vast zouden zeggen dat ik weer naar huis mocht en het vals alarm was. Maar eens aan de monitor voelde ik tijdens een gezapig gesprekje met de vroedvrouw plots een ballon in mezelf ontploffen. En bij mijn “oei, hier lekt precies iets” besefte ik dat heel mijn bed nat was. Vliezen gebroken, maat. Vanzelf! Zonder naalden of niks! Zou lilith hier toch nog de verhoopte spontane bevalling krijgen die ze wilde?

Voor de cijferliefhebbers. We zaten toen al aan vijf centimeter opening. Daar had ik bij Dexter uren voor moeten afzien tot ik bijna moest kotsen van miserie. Deze keer dacht ik toen zelfs nog niet aan epidurale. Ik ving mijn weeën op als een baas (met dank aan de tip van Mme Zsazsa over hypnobirthing en de filmpjes die ik daar vorige week nog over had bekeken), en deed dat tot ik aan een centimeter of zeven zat. Toen nam de hevigheid ineens behoorlijk toe, en omdat ik wist dat er aan het einde van de bevalling geen medailles worden uitgereikt voor moed en zelfopoffering heb ik toen wel de man van de epidurale uit zijn bed laten bellen. Net als bij Dexter was het doen werken van een epidurale bij mij dikke miserie, maar nadat hij mijn ruggengraat bijna in een schelleke gatenkaas had veranderd lukte het na een lang half uur toch. Bliss jong, en benen die als dode gewichten onder mij hingen en ik die daar ineens wat ambetant van werd, maar toch: bliss en leve de wetenschap!

Uiteindelijk deed ik tien uur minder over deze bevalling dan over die van Dexter: afgeklokt op een uur of zeven arbeid. De laatste fase bij Dexter ging zo gezwind dat ik dacht dat ik nu wel meer en langer zou moeten persen, maar kijkt: ook al bleek deze baby een halve kilo meer te wegen, ze kwam nog sneller. Zelfs zonder persen, op een bepaald moment. Na twee keer duwen was ze er, tot mijn gigantische verbazing.

flobevalling1

Flo Bridget Marilyn, een goedje van 3kg520 en 49 cm.

flobevalling2

Ik dacht direct: maar wat een schoon kindje is mich dat?
En ik ben daar nog niet mee gestopt.

Voor de rest van het verhaal: stay tuned!

Welkom Flo!

IMG_6541

Ja hoor, ze is er, ondertussen. Niet eens ingeleid of niks. En net geen schrikkelbaby, tot mijn grote opluchting. Ik had mijn laptop niet mee naar de materniteit, dus ik kon het alleen melden via Instagram en mijn Facebookpagina. Die ik dan maar heb ondergespamd met foto’s van het kleine wondertje dat extreem hard op haar broer lijkt.

IMG_6563

De blogposts met meer details komen er binnenkort aan, maar sinds deze namiddag zijn we thuis, en dat is wennen, maar fijn. Vertrokken voor een heel nieuw hoofdstuk, oh yes.