Maandelijks archief: april 2016

de drie dingen die ik had willen weten toen ik thuiskwam met baby 1

thuiskomenbaby2

In de crib zijn we amper bekomen van de komst van Flo, of het is al aftellen naar de volgende baby. Gelukkig niet van ons, god sta me bij, maar wel de eerstgeborene van mijn kleine broer, die zich als alles goed gaat al binnen enkele weken laat zien. Mijn kleine broer zal niet kwaad zijn als ik zeg dat hij op dit moment niet ongelooflijk gespecialiseerd is in pasgeboren mensenkinderen. Hij heeft er al wel eens een gezien, maar de echte nuts en bolts zullen zich de komende maanden op natuurlijke wijze aan hem en mijn schoonzus moeten openbaren.

Je kunt jezelf dan wel wat sussen met lijstjes afvinken en geboortelijsten leggen, als puntje bij paaltje komt is er een voor en een na de komst van de baby, en dat krijg je pas uitgelegd aan iemand die die transitie zelf heeft doorgemaakt. Life can only be understood backwards but must be lived forwards en andere Pinterestspreuken, ik weet het, maar toch zijn er een paar zaken die ik ondertussen heb geleerd die de eerste weken met een kersverse baby wat makkelijker kunnen maken. Wat werkt is voor iedereen anders, dat besef ik wel. “Slaap als je baby slaapt” werkt bijvoorbeeld niet voor mij, maar andere zaken hebben wel een en ander vergemakkelijkt. Je weet maar nooit dat ze iemand helpen die met de handen in het haar zit.

Drie dingen die ik had willen weten toen ik thuiskwam met mijn eerste baby:

– hoe goed het nachtelijke shiftensysteem werkt:

Ik weet het, uw man moet gaan werken den duts, en gij moet niet anders doen dan wat in de zetel lummelen met uw pasgeboren baby, dus is het maar normaal dat gij elke nacht opstaat terwijl hij blijft liggen. Gelukkig zijn de jaren vijftig gepasseerd, en mogen mannen ook gerust eens een hand toesteken als het lastig wordt. Zelfs als het niet lastig wordt. Waarom hebben we anders onze bustehouders verbrand, eigenlijk? Youri en ik werken met het systeem van opgesplitste nachtelijke verantwoordelijkheid. Mede omdat er weinig dingen irritanter zijn dan ’s nachts niet weten aan wie het is om op te staan voor een huilende baby of voeding. Als wij uit een diepe slaap komen zijn wij allebei soms zo cranky dat we elkaar zouden kunnen slaan, en om dat te voorkomen doen wij van afspraak. De ene nacht geef ik de laatste voeding (meestal rond tien uur) en ben ik vanaf dan van dienst tot aan de volgende voeding. In het begin was dat een shift van een uur of vier, en als ze in die shift niet wilde slapen dan was het aan mij om dat op te lossen.

Ondertussen slaapt Flo al blokken van een uur of zeven na elkaar (wij zijn dankbaar en hopen het niet gejinxt te hebben nu), dus begint de shift van Youri in dit geval om vijf uur ’s morgens met een voeding. De volgende nacht is het dan omgekeerd. Op die manier weet je altijd dat je toch zeker vier uur kunt slapen, ook al zorgt het kind voor een zware nacht. Helemaal in het begin lieten we Flo de eerste shift beneden slapen en sliep de verantwoordelijke van dienst in de zetel tot aan de aflossing, maar nu loopt alles zo vlot dat we al weer met zijn allen samen slapen. Zij in haar bedje naast ons bed, evenwel. En dat werkt perfect. (ik weet het: als je borstvoeding geeft dan kan de man niet veel doen bij honger, maar een baby is lang niet altijd wakker van de honger. En voor vrouwen die kolven kan dit natuurlijk wel perfect, al is het om wat rust te hebben)

thuiskomenbaby1

dat je het zo klein mogelijk moet maken:

Een gouden raad uit de tijd dat we compleet kapot bij de kinderarts zaten met Dexter de kleine huilbaby. Ook al kun je soms weinig doen om krampen weg te nemen bij een baby, toch kun je het voor hem of haar wel zo klein mogelijk maken. Dat was toen nieuw voor mij, maar ondertussen heb ik al zoveel gelezen dat die theorie bevestigt (zie het werk van de geweldige Harvey Karp, over inbakeren en sussen en wiegen en andere tovermiddeltjes) dat het eigenlijk logisch is: een baby heeft negen maanden krap behuisd in je buik gezeten, en als hij het zwaar heeft, dan is dat meestal omdat zijn omgeving plots te groot is, te imposant en te veel impulsen op hem afvuurt. De oplossing is dan om het weer klein en knus te maken. Inbakeren helpt bij ons geweldig (Flo wordt elke nacht ingebakerd en ondergaat dat ook veel makkelijker dan Dexter destijds, die zich elke nacht als een Houdini los wist te maken. De kans bestaat evenwel ook dat wij toen nog niet zo goed konden inbakeren, maar kom), en een draagdoek waarin de baby dicht tegen je hartslag aanzit is ook fantastisch. Iemand raadde het me aan in de reacties van de vorige post, maar Flo wordt dus al eens gedragen.

Ik volgde deze keer een draagconsult aan huis bij Bieke van Draaggraag (en kan dat iedereen aanraden). Flo wordt of in mijn tricot slen (een rekbare doek zoals deze) gehesen als ze het lastig heeft, of als ik het lastig heb dan kies ik voor de fantastische Bondolino die ik heb van bij Babybij, de draagdoekenshop van Webkim. Het grote voordeel aan die Bondolino is dat je hem niet hoeft te knopen, en je baby dus nog veel sneller in de juiste houding in de drager krijgt. Lees: echt waar op een paar seconden. Ik zou iedereen die wat bang is voor het knopen maar toch wil kiezen voor een ergonomische drager waarin de baby perfect in kikvorshouding zit (en dus niet zoals in de Baby Bjorn carrier die je vaak ziet wat hangt te hangen) de Bondolino aanraden. Fantastisch geboortegeschenk ook, volgens mij, en Webkim is de perfecte vrouw om je alles uit te leggen, zo bewijzen ook haar geweldig populaire filmpjes op Youtube die mij alles geleerd hebben dat je maar over dragen wilt leren.

thuiskomenbaby3

dat vergelijken alle pret wegneemt.

Zeker als je zo’n eeuwige piekeraar bent als biebie hier. De curves van Kind en Gezin. Het aantal voedingen en de hoeveelheden waaraan een baby al vanaf dag één moet zitten. Of de baby al doorslaapt (dat wordt tegenwoordig soms al gevraagd als het kindje twee weken oud is, merkte ik. Met een zorgelijke “ah, oei” als je ontkennend moet antwoorden). Ik kan alleen maar zeggen dat ik me al over van alles zorgen heb gemaakt en dat de meeste dingen gewoon goed komen als je het tijd geeft. Is dat niet zo, ga dan naar een goede kinderarts en ga niet te veel voort op volkswijsheden en internetfora. Allemaal goed bedoeld, maar ik heb vorige week nog meegemaakt dat een veronderstelling rond medicatie die iedereen van elkaar overneemt helemaal nergens op leek te slaan. Altijd best eens checken, dus.

Heb jij nog tips voor ouders in spé? Ik lees ze graag in de reacties hieronder!

(Het zijn dit soort blogposts die ervoor zorgen dat ik tegenwoordig vaker aangesproken word met “beste mamablogger,” dan ik op een nuchtere maag aankan hé? Dju toch.)

Acht weken Flo: over luide baby’s en nieuwsbrieven die er geen zijn

flo_achtweken

“Twee dingen”, zei ik tegen de kinderarts terwijl ik de buggy met een tukkende Flo gezwind naast haar bureau parkeerde: “U heeft ons niet van honderd meter ver horen aankomen, en ik heb het volgehouden tot ze zeven en een halve week oud was voor ik haar aan u ben komen voorstellen.” De dokter moest lachen, en ik ook. Het is een bijzonder mooie dag als het moment is aangebroken waarover je ooit radeloos huilend “MAAR OOIT GAAN WE HIERMEE KUNNEN LACHEN!!” hebt gezegd. Want zie: ook om extreme huilbaby’s en de hopeloosheid die ermee gepaard gaat kun je dus ooit lachen. Als er maar genoeg tijd en boterhammen overheen gaan dan kun je volgens mij overal om lachen.

Een bezoek aan dokter kinderarts drong zich evenwel ook deze keer op, omdat Flo last heeft van krampen, soms van bijzonder venijnige. Doordat we het bij haar broer hebben moeten uitzweten ziet ons parcours er deze keer anders uit, zonder tripjes naar osteopaten en winkels vol dingen die toch niet helpen en waarvan we dat nu dus al weten. Er is al enkele keren van voeding veranderd, maar dat haalt even veel/weinig uit als de vorige keer, en dus bracht ik voor de zekerheid toch maar eens een bezoek aan de kinderarts. Dezelfde kinderarts die ons door de eerste maanden van Dexter sleurde door te luisteren en samen met ons te wensen dat het snel zou beteren. Meer kon ook zij niet doen, maar er zijn weinig mensen die in die periode meer voor ons hebben gedaan dan zij. Eeuwig respect dus.

Ze luisterde weer, bevestigde wat ik al dacht (dat ik de afgelopen weken exact had gedaan wat zij me zou hebben aangeraden, en dus alle stappen had doorlopen die maar gezet konden worden), en ik vertrok met de wetenschap dat de tijd er weer over moet gaan en ik mezelf niet kan verwijten niet voldoende te hebben geprobeerd. Meer moet dat soms niet zijn, of kan dat soms niet zijn, weet ik ondertussen

IMG_7935

“Na Dexter is alles relatief zeker voor jullie?” vragen mensen mij soms, maar dat valt tegen. Het is niet omdat je ooit zwaar verbrand bent geweest dat een blaar geen pijn meer kan doen, zo blijkt. Als ik moe ben, en mijn kleuter is lastig, en ik krijg mijn hysterisch huilende dochter maar niet getroost omdat ze krampen heeft/ zwaar geconstipeerd is/ een sprongetje doormaakt, dan denk ik eigenlijk nooit “Chill, want het is niet zo extreem als de eerste keer”. Tegelijk blijven de paniekaanvallen die ik na enkele weken onophoudelijk huilen bij Dexter had tot op heden uit. Er blijkt een vat kalmte in mij te zitten dat ik in de tijd van Dexter maar niet aangeboord kreeg, maar de kans dat iemand mijn manier van moederen ooit met het zenboeddhisme zal vergelijken blijft bijzonder klein. Misschien heeft dat ook te maken met het feit dat ze bijzonder luid en indrukwekkend kan wenen, onze Flo. Een vermoeden dat werd bevestigd toen onze kinderarts fijntjes opmerkte dat wij wel “zeer luide baby’s maken”. Niet een wedstrijd die ik per se wilde winnen, maar kom, een medaille is een medaille.

Aandachtige lezers hebben ondertussen al opgemerkt dat ik geen maandelijkse nieuwsbrief heb geschreven toen Flo een maand oud was. Bezorgde lezers hebben zelfs al laten weten dat ze dat maar jammer vinden voor Flo, en ermee inzitten dat zij me dat ooit kwalijk zal nemen, onder de hashtag ocharmedatkiendje. Ik ben zelf niet zo van de “als uw broer dat krijgt dan gij ook”-cultuur (zie ook: borstvoeding), dus dat is al het probleem niet. Ge kunt uw kindjes allebei graag zien zonder exact hetzelfde te doen, ben ik van mening. Dus neen, er komt deze keer geen perfect getimede maandelijkse nieuwsbrief met een lieflijke aanspreking en een schoon slot, vrees ik. Mocht ze daar evenwel ooit haar beklag over doen gooi ik volgende zaken op tafel: een linkerlichaamshelft die al een week of twee pijn doet van het vele dragen, sussen en rondlopen op krampenmomentjes. Een hoofd dat wazig is van de gebroken nachten. Een kapsel dat op niks trekt omdat ik geen tijd heb om naar de kapper te gaan, laat staan om mijn uitgroei bij te kleuren. En een hart dat elke dag vol is van hoe geweldig leuk en schoon en fantastisch ik mijn dochter en haar broer vind, en dat daardoor soms ontploft van algehele dankbaarheid.

Ha, en gullie maar denken dat ik gevoelloos was geworden.

THINK. AGAIN.

As we speak #9

aswespeak9_1Is het belachelijk om een rubriek op te diepen die je ondertussen reeds meer dan een jaar hebt laten verpieteren in de diepste krochten van deze website? Misschien, maar ik ga het om verschillende redenen toch doen. De ‘As we speak‘ was een wendbaar en daardoor leutig rubriekje, al zeg ik het zelf. Het soort rubriekje waarin ik zaken kwijt kon die geen volledige blogpost waard zijn, maar het ook niet verdienen om hier stiefmoederlijk behandeld te worden. In deze drukke tijden waarin ik soms een week totaal niet aan bloggen toekom (en daar bij momenten best ambetant van word, ik geef het toe) zijn dat soort posts van goud. Ik ga er dus weer mee starten en een poging doen om er wat regelmaat in te steken. We zien wel waar we komen. Wie zin heeft om mee te doen op zijn eigen blog, dat mag nog altijd en ik juich dat zelfs toe.

  • Bezig met: zorgen voor Flo en Dexter, proberen te zorgen voor mezelf, en terwijl ik daarmee bezig ben inmiddels in mijn laatste anderhalve maand zwangerschapsverlof zitten. Ten tijde van Dexter was ik nu al zo zwaar aan het crashen dat ik me niet kon inbeelden hoe ik het nog een week of vijf zou volhouden. Dat is nu niet het geval, al moet ik wel weer toegeven dat ik niet gemaakt ben voor langdurig thuisblijven met een baby. Ik doe mijn job veel te graag, denk ik. Ik mis het schrijven, en het onderzoeken, en het rondkijken naar de wereld en me afvragen wat ik kan doen met wat ik zie. Ik mis de inspiratie en het maken van dingen die er eerder nog niet waren, ik mis de volwassen gesprekken en de zuurstof die ik krijg van nieuwe opdrachten en ideeën. Tegelijk zie ik best weer op tegen de week waarin Flo in de crèche start, ook al weet ik dat ze daar goed zal zitten en zie ik dat allemaal vlotter gaan dan bij haar broer. Dubbel, dat ouderschap. Dat wist ik al, en dat weet ik nu opnieuw. Omdat ik ondertussen twee kindjes heb. Ik ga dat vorige zinnetje nog eens herlezen om het te geloven, want soms overvalt die gedachte me en kan ik het bijna niet bevatten.
  • Genieten van: de momenten waarop ik tijd heb om iets te doen waarvoor ik anders nooit de tijd maak. Een documentaire over Janis Joplin onder mijn vel laten kruipen, bijvoorbeeld. (en nu pas ontdekken dat je vanalles moois kunt herbekijken op de site van Canvas) Eindelijk de tijd nemen om te beginnen aan de meer dan twintig afleveringen Alleen Elvis Blijft Bestaan die ik nog op de digicorder bleek te hebben staan. Eens door de tv-gids bladeren en ontdekken dat er series zijn als Five Star Babies, over The Portland, een Londense materniteit waar de rijksten van de hele wereld komen om te bevallen. Zo veel goede dingen, zo weinig tijd. Behalve als er een baby even op je arm in slaap wil vallen en je dus niet anders kunt dan in je zetel blijven zitten. Een beetje zoals in de magistrale nieuwe clip van Kenji Minogue, dus eigenlijk.
aswespeak9_2
  • Lezen: het geweldige boek dat ik aan het lezen was toen ik deze post over zelfzorg schreef is ondertussen uit. Meer dan zevenhonderd pagina’s, en ik was er niet goed van. Nog steeds niet, eigenlijk. Een goed boek kan een fantastisch cadeau voor de ziel zijn, en dit was zo’n fantastisch cadeau.
  • Een beetje gefrustreerd over: mijn kleren die een maat te klein zijn. Of mijn lichaam een maat te groot. Niet beginnen roepen, ik weet dat ik zwanger ben geweest, ik weet dat zes kilo boven mijn startgewicht zitten geweldig goed meevalt, ik weet dat ge uw lichaam negen maanden moet geven om weer op zijn plooi te komen. Maar het steekt tegen dat mijn jas met moeite dicht kan, en ik ben mijn zwangerschapskledij echt wel vreselijk beu, al is het omdat er al twee mensen gevraagd hebben of ik al bevallen ben. Dat moet toch aan mijn jas liggen? HE?! HE?! Ik ben ondertussen wel weer begonnen met gezond eten, maar ik ben dit weekend tot het besef gekomen dat ik ook weer minder zal moeten eten. En dat is minder, vlinder. Ik eet namelijk niet graag minder en heb de neiging om daar geweldig hangry van te worden. Maar goed, van spannende broeken en jassen word ik ook geen blije burger, dus something has got to give. (en ik vrees dat het de kast vol koeken en paaseitjes van Dexter zal zijn, wegens dat die dezelfde uitwerking op mij heeft als de sirenen op een arme zeebonk)
aswespeak9_3
  • Blij met: de start van een Buurderij in Ieper. Een buurderij is een vereniging buren die rechtstreeks aankoopt bij boeren uit de streek, en sinds vorige week kan dat in Ieper. Ik ben daar zo blij mee, dat ik tegelijk melk en boter van de zuivelboer kan gaan ophalen en terwijl een mand groenten van deze fantastische boerderij in de koffer van mijn auto kan laden en ondertussen ook superlekker volkorenbrood mee kan nemen van een bakker in Poperinge waar ik anders door mijn eeuwige tijdsgebrek nooit kom. Echt zo content als een klein katje, ik.
  • Ook blij met: het feit dat het kleuterschooltje van Dexter vanaf 1 september een Freinetschool wordt, en Dexter en Flo ook hun lagere school in het Freinetonderwijs zullen kunnen doen. Mensen die mij kennen weten dat ik geen grote fan van het traditionele zit stil en luister naar de juf-onderwijs ben, en dus kon ik niet contenter zijn.
aswespeak9_4

Zin om mee te doen? Post dan een linkje in de comments, en dan komen we lezen wat jij momenteel aan het uitvreten bent. (de andere as we speaks staan hier)

Dexter spreekt XVIII

IMG_7447

De Dexter waarvan sprake is een grote broer, nu. Daar had hij het in het begin niet al te makkelijk mee, zeker niet toen bleek dat er nogal luid geschreeuw uit zijn zusje kan komen. Het zorgde ervoor dat hij op de dag dat we uit de materniteit kwamen met grote ogen vol paniek “ik vind haar veel te luid” zat te snikken aan de eettafel. Hart in duizend stukjes.

Maar het werd ondertussen beter, gelukkig. Hij is zot van “Flootje” zoals hij haar noemt als hij het niet heeft over “mijn baby”, en hij voert hele gesprekken met haar met het hoogste en meest schattige stemmetje dat hij speciaal voor haar lijkt te hebben bewaard. En dat was niet het enige memorabele dat ik de afgelopen weken hoorde.

  • Mama, ik vind het heel lief dat jij er een baby hebt uitgeduwd“. Zijn manier om te melden dat hij blij was met de komst van zijn zus. Misschien heeft hij toch meer meegekregen van de bevallingsprogramma’s waaraan ik verslaafd was dan ik dacht.
  • Wat is een okkerhoofd?“. Op school werd gewerkt rond indianen.
  • Waarom is K3 nooit boos?“. Ik vind dat ook verdacht, jongen.
  • Waarom kijkt die eend zo streng?“.
  • Waarom drinkt die superveel theetjes?“. Er zit zich iemand te bezatten aan een toog op tv.
  • Laten pandaberen eitjes?“. Hij is enorm bezig met eitjes of levende wezens eruit duwen, ineens.
  • Als ik een tekening maak, ga jij hem dan sturen naar Kitmit?“. Ketnet, ge zijt gewaarschuwd.
  • Oooo-ooow, de rij is schuim“. Dexter zet al zijn auto’s naast elkaar op de grond, en ik heb een Rainman flashback.
  • De meisjes zijn de slapste he papa?“.
  • Ik vind dat een heel slap idee“. Dexter heeft geen zin om naar de winkel te gaan.
  • Dat is Spider-Man, en dat is Ider-Man“. Iron Man, dus.
  • Mag ik kijken naar Flapvoet?“. Want Platvoet was nog niet erg genoeg, qua fysieke afwijking.
  • Ik moet geen appelmoes meer hebben. Punt.
  • Jah. Dan moeten ze er maar gaan halen naar de markt hé“. Ik zei dat er kindjes zijn die geen centjes hebben om auto’s van Cars te kopen. Dexter gaat soms mee naar de geldautomaat op de markt, dus echt moeilijk is het allemaal niet.
  • Je moet wel kijken waar je je teen zet“. Iemand heeft net keihard op mijn teen getrapt.
  • Ik wil een boterham met pisteloospasta“. Speculoospasta. I die.
  • Je moet het pelleke van de kaas afsmeren.”
  • Lasagna is me lievelingseten.” Vanuit zijn kamer. Om DRIE. UUR. ‘S NACHTS.
  • Slaap lekker, Kelly Deriemaeker“. Met een gigantische grijns, op mijn “slaap lekker, Dexter”.
  • Het is wel onze Flo“. Ik sprak haar aan met “Mijn kleine Flo”.
  • De meisjes zijn slaapkoppen hé papa“. Als Flo en ik vijf minuten langer blijven liggen.
  • En je knie stinkt“. Dexter is boos, en wil me diep raken. Toch even niet goed van.
  • Maar ik weet niet meer hoe ik lief moet zijn.” It shows, bij momenten.
  • Zeg papa, je moet wel je baard een keer afmaaien“.

Nog meer Dexter spreekt? Hier staan ze allemaal.

Supertip voor de vakantie: het dinopark van Middelkerke

dinoparkmiddelkerke2

Wie Dexter kent weet dat hij veel dingen interessant vindt, maar als hij moet kiezen tussen om het even wat en auto’s, dan kiest hij toch auto’s. En dus gaan zijn favoriete uitstapjes meestal richting rally’s en automusea en samenkomsten voor sympathisanten van oude bolides. Al een chance dat de papa daar ook nogal wat fun van inziet, want ik heb ondertussen genoeg spoilers (spoiders, volgens Dexter) gezien voor de rest van mijn dagen.

En toen gebeurde er plots iets. Ik weet niet of het kwam doordat ik dit geweldige boek, dat ik al kocht toen Dexter nog maar enkele weken oud was, systematisch onder zijn neus ben blijven duwen. Misschien was het omdat ik geweldig enthousiast bleef over elke film van Platvoet en zijn vriendjes die er op Netflix te zien was, of door het dolle heen was telkens Dinopoot op Ketnet voorbij kwam. Maar plots was er een vonk, en sindsdien blijven de auto’s steeds vaker in de bakken en zitten we keihard in de dinosaurusfase. Wat ik compleet fantastisch vind, omdat de fase mij doet terugdenken aan mijn eigen kindertijd waarin mijn broer zot was van Jurassic Park en woorden als pterodactylus en allosaurus even courant voorkwamen in ons huis als boekentas en boterham met hespeworst.

Er waren plannen om eens naar het dinomuseum in Brussel te gaan, maar daar waren we nog niet geraakt. En toen stuurde I. van de leesclub me enkele weken geleden een link door met het heuglijke nieuws dat er in de paasvakantie een heus Dinopark de deuren opende in Middelkerke, of all places. Gisteren trokken wij er onder een prachtig lentezonnetje heen. En man, ik heb mijn kind zelden zo enthousiast rond weten stuiteren.

dinoparkmiddelkerke1 dinoparkmiddelkerke3 dinoparkmiddelkerke6

Het park heet Extreem Dinopark Middelkerke en telt een zeventigtal levensgrote dino’s. In deze fase duizend keer indrukwekkender voor Dexter dan geraamtes in een museum, denken we, en dat bleek ook. Eigenlijk zagen we gisteren vooral onderstaand beeld, een Dexter die maar bleef sjezen tussen dino’s die hij anders enkel in boeken of op televisie zag. Het woord van de dag was “WOOOOOOOW”, en hij heeft zeker twintig keer gezegd dat hij het dinopark echt superleuk vond.

dinoparkmiddelkerke4 dinoparkmiddelkerke5 dinoparkmiddelkerke8

Het blijft trouwens niet bij naar plastieken dino’s kijken. Je kunt er ook een dino uitgraven (Dexter wil archeoloog worden, dus hij vond dat compleet geweldig), in zandbakken zoeken naar dinotanden, en ook een dino naar keuze schilderen en meenemen naar huis. Dexter koos een “team rex”. <3

dinoparkmiddelkerke7 dinoparkmiddelkerke9 dinoparkmiddelkerke10 dinoparkmiddelkerke11

Er is ook een groot terras voor de mama’s en de papa’s, en zelfs een kinderboerderij en een kar met ijsjes. De moeite van de trip dus. Naast het Dinopark ligt ook een kartingparcours, dus ook dat was om zot van te worden.

Wij vonden het de max, en ik heb even gecheckt: het park blijft er zeker de komende drie jaar, en er komen zelfs nog dino’s bij. Allen die een hart voor dino’s hebben, daarheen!