Maandelijks archief: juni 2016

Vijf heerlijke boeken voor op vakantie (en een aankondiging)

vakantieboeken2016

Hij komt nu wel erg dichtbij, die zomervakantie, dat besefte ik toen ik een mail kreeg van lezeres Emilie om te vragen of ik nog eens een blogpost over vakantieboeken kon doen. En oké, ik besefte het ook toen ik de negen weken in mijn agenda zag staan waar een oplossing voor gevonden moest worden. Maar goed, lezen dus, in de vakantie. Ik vind zelf niet dat een goed vakantieboek van de vederlichte Sophie Kinsella-achtige soort moet zijn. Niks tegen Sophie Kinsella, maar in de vakantie hou ik net als anders van boeken die me in hun greep weten te houden, en niet al te lichtvoetig zijn. U bent dus gewaarschuwd: de boeken in mijn lijstje zijn niet uitgekozen op basis van hun hap-slik-weggehalte. Maar ze zijn wel goed. Om niet te zeggen supergoed, maar dat is een persoonlijke mening waarvan ik besef dat die evenveel waard is als zowat elke persoonlijke mening: weinig.

  • Het Smelt van Lize Spit: ik weet het, uw moeder heeft u gewaarschuwd: wees voorzichtig met hypes etc. Ik heb ook al gemerkt dat mensen die vanuit de hypegedachte aan dit boek beginnen het meestal ernstig vinden tegenvallen. Terwijl je er natuurlijk gewoon aan moet beginnen vanuit de gedachte dat dit het debuut is van een schrijfster die nog een stuk jonger is dan ikzelf (en ik ben nog zo jong!), en wat mij betreft zeer terecht wordt bejubeld. Lize Spit heeft een zeer goed boek geschreven. Ik las het op een weekend uit vlak voor Flo werd geboren, en ik vond het een cadeautje, maar dan zo eentje met een zwart lint rond. Het wringt, en het trekt en het nijpt, en is tegelijk zo herkenbaar. Het dorp waarin het verhaal zich afspeelt ligt in de Kempen, maar voelt bij momenten erg als het dorpje V., waarin ik opgroeide. Misschien omdat het hoofdpersonage Kwakies uit de Aldi eet, en er miniatuurfopspeentjes aan haar rugzak hangen. Misschien omdat er mannen aan de deur komen die haar luchtfoto’s van haar huis proberen aan te smeren. (“Uit de flard die ik opving bleek ons eigendom zelfs in vogelvlucht niet meer dan een verzameling halvelings uitgevoerde plannen”) Ik hield ervan.
  • A Little Life van Hanya Yanagihara: ik kan er niet over zwijgen, het spijt me. Dit is geen boek waar je vrolijk van wordt, maar wat mij betreft is dat geen vereiste, zelfs niet op vakantie. Niet in je koffer stoppen als je alle miserie van de wereld wilt vergeten, wel meenemen als je geraakt wilt worden tot in het diepste van je zwembroek. Ik krijg regelmatig de vraag of je hem in het Engels moet lezen, en neen, natuurlijk niet, niks moet. Ik hoor dat de vertaling ook zeer oké is, dus lees hem gerust in de vorm van “Een klein leven“. En misschien net als Het Smelt best op je e-reader zetten, want meer dan zevenhonderd pagina’s.
  • Us van David Nicholls. Geen nieuwke, maar ook dat is geen voorwaarde voor een goed vakantieboek, vind ik. Ik ben een geweldige fan van David Nicholls en zou geld geven om deze nog eens voor de eerste keer te kunnen lezen aan een zwembad met een palmboom boven mijn hoofd. Deze is dan ook de luchtigste van allemaal, en tegelijk is het verhaal ook weer helemaal niet zo luchtig. (wat raaskal je, vrouw) Maar wel zeer de moeite, zeker als je houdt van kijken naar mensen en dat soms zou willen kunnen tot in hun hersenkokers.
  • Gloed van Sandor Maraj. De meest uitdagende van allemaal, maar ik hield ervan met heel mijn hart. Het is een verhaal uit 1942, dat werd vertaald uit het Hongaars, en gaat over twee vrienden die elkaar eenenveertig jaar lang niet hebben gezien en om een of andere reden hebben afgesproken in een afgelegen kasteel waarin een van de twee woont. Een boek over unfinished business. Dit is zeker geen walk in the park qua leeservaring, maar ik genoot van elke bladzijde en bleef verbijsterd achter.
  • The World According to Garp van John Irving. Een herontdekking, maar wat voor een. Voor iedereen die deze nog niet heeft gelezen: doe uzelf een cadeau en neem het leven van T.S. Garp mee voor aan het zwembad. Ge zult het u niet beklagen, behalve op het moment dat ge afscheid moet nemen van de geweldige personages die het boek bevolken. Dat heb ik bij elk geweldig boek, dus daarvoor moet ge het ook niet laten.

Oh, en dan heb ik nog een kleine, maar niet onbelangrijke mededeling. Deze blog gaat even op zomerretraite. Even, het is te zeggen: een tijdje. Tot 1 september, meer bepaald. Zodat ik wat kan herbronnen, de tijd heb om mijn freelancersbestaan weer met manieren op de rails te krijgen, een paar weken vakantie kan nemen en eens op mijn gemak achterover kan leunen om na te denken over wat nieuwe rubrieken en thema’s.

Dit was dus de laatste post in een voor mijn doen behoorlijk lange tijd.
Ook voor mij is dat gek, maar ik voel dat het me deugd zal doen om even een stap terug te nemen.
So there: geniet van jullie vakantie, als die er is, bedankt voor alle fijne reacties en andere interacties, en heel graag tot in september.

Wie toch benieuwd is naar hoe het ons ondertussen vergaat: ik zit op Instagram en Facebook.
Ge moet er wel tegen kunnen dat ik geweldig veel foto’s van mijn loopschoenen post. Just sayin.

Tips voor andere fijne vakantieboeken zijn trouwens zoals steeds erg welkom in de reacties onder deze post. Lees ze!

Wil je elke maand op de hoogte gehouden worden van mijn favoriete boeken en die van Dexter en Flo? Schrijf je dan zeker in voor #nevernotreading, mijn maandelijkse boekennieuwsbrief!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

As we speak #11

IMG_9385
  • Lezen: ik ben weer in een hoop verschillende boeken bezig, wel allemaal non-fictie dus het is in principe niet zo erg, want geen verhaallijnen die vergeten kunnen worden of personages waarvan ik begot niet meer weet wat hun functie in de historie ook weer was. Op dit moment liggen op mijn imaginair nachtkastje: Telling true stories: a nonfiction writers’ guide from the Nieman foundation at Harvard University (fan-fucking-tastic), Deep work, rules for focused success in a distracted world van Cal Newport, en uit de bib nam ik Nooit meer te druk van Tony Crabbe mee. De laatste twee hebben een beetje hetzelfde thema, en dat heeft te maken met hoe beu ik het ben om aan mijn smartphone vast te hangen zoals ik doe. Ik zit niet meer op Facebook (behalve voor mijn blog, maar ik volg bijna niemand meer), heb Twitter weer verwijderd omdat ik er krakjorem van werd, maar ik heb genoeg aan Instagram om betikketakt te blijven van dat spel. En ik ben dat toch beu. Inspirerend zijn de boeken zeker, of ze zoden aan de dijk zullen brengen is weer een ander verhaal.
  • Eten: ik zal het maar zeggen zoals het is, ik vind dat ik goed bezig ben. Mijn weegschaal is het daar niet altijd mee eens, maar ik heb al zeven keer gezworen dat ik dat ding op zolder ga zetten, en misschien is de tijd wel gekomen om het daadwerkelijk te doen. Mijn kleren zitten in elk geval losser, ik ben wat afgestapt van 5:2 maar eet nog altijd gezond en verstandig, en vooral: ik voel me goed. Dat heeft ook te maken met drie keer per week lopen. Zoveel deugd dat ik daarvan heb, niet in het minst voor mijn hoofd dat soms in overdrive gaat. Als ik me gefrustreerd voel of zin heb om te janken, dan ga ik tegenwoordig vaker lopen dan dat ik een zak chips opentrek. In the long run (ejem) ga ik daar dankbaar voor zijn, denk ik. En ik ben het nu eigenlijk ook al. Best trots op mezelf. Of neen: zeer trots op mezelf. Omdat ik aan het leren ben om terug te plooien en mezelf wat marge te geven. En niet zoals vroeger al lang had opgegeven omdat ik een totale mislukkeling ben als ik chips eet. Of boterhammen met americain. Deze keer doe ik gewoon voort. Serieus, watch me.
IMG_9304 IMG_9626
  • Trots op: ik ben geen heilig boontje, maar ik vond het wel geweldig grappig om mezelf vorige week in die gedaante afgebeeld te zien in het Huis van de Stad in Ieper, een bijzonder fijn participatietraject in aanloop naar het nieuwe stadsmuseum. Voor mensen van de streek: de tentoonstelling die op dit moment loopt in de oude loketten van het stadhuis is echt de moeite. Als is het omdat je er live mijn vlammetje van “Inspirerende Ieperling” (I know, could it BE any more flattering?) kunt gaan aansteken. Zeker doen, zulle!
  • Werken aan:  het vinden van uren om te werken. Het hielp niet dat Flo deze week twee dagen thuis was van de crèche, maar gelukkig kon ik rekenen op mijn man, lieve opa’s die op woensdagnamiddag en vandaag voor Dexter zorgden en een crèche die met wat uren kon wisselen waardoor ik toch nog een en ander gedaan heb gekregen. Ik heb trouwens iets nieuws geïntroduceerd in mijn agenda: het gedaanlijstje. Omdat een to do lijst allemaal goed en wel is, maar toch altijd blijft groeien waardoor je nooit een echt voldaan gevoel hebt. Nu schrijf ik ook gedurende de hele week op wat ik gedaan heb en welke vorderingen ik heb gemaakt. Het zorgde ervoor dat ik ging van “MAAAAAAT, IK MOET NOG ZOVEEEEEEL DOEHOEHOEN!” naar “Amai zeg, ik heb echt wel behoorlijk veel gedaan in de tijd die ik had.” Als niemand mij een speekmedaille geeft, dan geef ik er een aan mezelf. Soms zelfs twee.
IMG_9258IMG_9606
  • Onder de indruk van: de open brief van Alicia Keys over make-up. Die raakte een serieuze snaar, omdat het een onderwerp is waar ik op dit moment zelf mee bezig ben. Jezelf accepteren zoals je bent. Je niet schamen omdat je er niet uitziet zoals de boekjes het je voorschrijven. Ophouden met je te verstoppen achter een masker. “Het is makkelijk om zoiets te zeggen als je eruit ziet als Alicia Keys” is dikke bullshit, vind ik. Alicia is een moedige vrouw, en ik vind haar bijzonder inspirerend. Of zoals ik ergens las: self love is the greatest middle finger of all time. Hell yes.
  • Graag gezien: de laatste aflevering van mijn geliefde Topdokters, waarbij ik mijn televisiecrush op dokter Lannoo echt niet langer kon ontkennen. Over televisiecrushes gesproken: ook heel graag gekeken naar A Different Brain van Louis Theroux, mijn televisiecrush tot in het einde der tijden. Hashtag laminated list. Voor de rest de volle twintig minuten van de eerste match van de Belgen (maar ik geloof dat ik niet veel heb gemist) en dat zal het zowat zijn.

Zin om mee te doen? Post dan een linkje in de comments, en dan komen we lezen wat jij momenteel aan het uitvreten bent. (de andere as we speaks staan hier)

Hoe Flo een Flo werd

naamkeuze

Ach, een naam kiezen voor je toekomstig kind, het is toch elke keer weer wat. Ik wist al van de vorige zwangerschap dat ik bij Youri niet zou moeten afkomen met mijn indrukwekkende namenlijstje in Evernote voor we het geslacht wisten. Op de echo op veertien weken lag kind twee met de beentjes dicht, dus neen, hij moest het niet weten. Youri is er de man niet naar om tijd te steken in een discussie over een naam voor een jongen als het dan een meisje blijkt te zijn of omgekeerd. En dus beet ik op mijn tanden tot aan de echo op twintig weken. Waarop ze gelukkig wel het geslacht konden zien, en maar goed ook, want anders hadden ze me daar vast moeten houden voor een severe case van onhoudbare nieuwsgierigheid.

“We moeten het dan maar eens over de naam hebben”, sprak ik voorzichtig bij thuiskomst.
Maar daar moest de man des huizes toen nog niet van weten. Hij zou eerst eens goed nadenken over een lijstje van vijf namen (neen, DAT HAD HIJ NOG NIET GEDAAN :aah:), en dan moest ik ook maar mijn favoriete meisjesnamen oplijsten en dan zouden we nog wel zien. Ja echt, zijt daarmee getrouwd. Maar goed, op die manier was het bij Dexter ook gelukt en ik was gewonnen, dus ik ging mee in het verhaal. Door elke avond die daarop volgde te vragen of hij zijn lijstje al had gemaakt. Nog niet, zei hij, maar hij was ermee bezig. U begrijpt dat mijn dochter ondertussen in mijn hoofd al een naam, tweede en derde naam en al wat de hemel geven kan had. En neen, dat was niet Flo, maar ik zou toch winnen. Al was het omdat ik er al zo ongeveer duizend keer langer mee bezig was geweest dan hij en dus dat recht wel mocht opeisen. Dacht ik.

“Oké, ik heb een lijstje”, zei Youri op een avond.
“Lieve hemel eindelijk!!”, riep ik.Waarna de stress me toch een beetje om het hart sloeg, want wat als we er deze keer niet uit zouden geraken?

Of neen, zei hij toen.
Ik heb eigenlijk een naam die ik al heel lang heel erg mooi vind. Er is alleen een probleem mee.
De naam bleek Flo te zijn, het probleem dat mijn ex-collega Lien -waarmee ik lang en veelvuldig bij Story en later Flair heb samengewerkt- een Flo had, die iets jonger is dan Dexter. Meteen ook de reden dat Dexter Dexter werd en geen Jack, want ik had destijds een collega bij Story die Kelly heette en al een Jack had. Waardoor Youri ervan uit ging dat een Flo nu ook out of the question zou zijn. (Kelly kreeg niet zo lang geleden trouwens een Eliott, een naam die ook al in mijn top vijf zou gestaan hebben als kind twee een jongen was geweest)

Maar Flo stond dus ook in mijn Evernote document. Al lang.
Alleen niet in mijn top vijf, door Lien haar Flo.
Maar tegelijk: Lien en ik zien elkaar maar zelden meer, door veranderende werkomstandigheden in de boekjesmakerijwereld. En zij woont in de Kempen en ik in de Westhoek.

“Lien…”, vroeg ik haar dus op een dag. “Hoe erg zou jij het vinden als mijn kind twee een Flo zou worden?”.
“Ik zou vereerd zijn”, sprak Lien.

En zo werd onze Flo een Flo.
Werd dat ook nog eens op een goede drie minuten en half beslist, zonder discussie.
En het staat haar als gegoten.

(Met als bijzonder grappig neveneffect dat Dexter even in de war was, omdat er in Cars een auto zit die Flo heet. En hij zijn zus in het begin soms aansprak met Ramone, want aja, er zit ook een auto in Cars die Ramone heet. (“Papa, ik denk dat Ramone honger heeft“. <3))

Deze blogpost werd geïnspireerd door een vraag van Kleine Atlas in de comments. Benieuwd naar jullie verhalen over de naamkeuze van jullie kindjes. Deel ze gerust hieronder of in een blogpost die ook gelinkt mag worden in de reacties, en dan komen we lezen!

5 beelden, 5 dingen

IMG_2293IMG_9495 IMG_9511 IMG_9602 IMG_9612
  1. Het is niet meteen een romantisch verhaal van hij viel op een knie voor het volledige restaurant en droeg een zelfgeschreven gedicht voor op de tonen van een instrumentale versie van Hello van Adele, maar omdat ons huwelijk in Las Vegas nooit rechtsgeldig is gemaakt in België en wij ondertussen in zonde leefden met twee kindjes trokken Youri en ik vrijdag richting Iepers stadhuis om geniepig te trouwen. En omdat je daar getuigen voor nodig hebt lokten we onze vaders in de val met een smoesje. Lang verhaal kort: het was gezellig, we zijn eens lekker gaan eten, en de meeste mensen vonden het fijn voor ons en wij vonden het ook fijn voor onszelf. Geslaagd dus. Topdag. En als er een man is met wie ik wel wil blijven trouwen, dan is het die van mij.
  2. De dag na ons huwelijk werd Dexter vier. Wij dus verder feesten. Hij genoot zeer hard van alle cadeautjes en het feestje voor de familie en de dag erna met de vriendjes. Zo hard dat hij even leek te vergeten dat hij in een hardnekkige fase van testen en neen zeggen en nog eens testen zit. We hebben ervan genoten zolang het duurde, want zo gaat dat, als je kindjes hebt. Even met je ogen knipperen en de fase is voorbij. Behalve als het een lastige fase is. Dan mag je op je kop staan, dertig keer met je ogen knipperen en een driedubbele salto doen en hij blijft toch duren.
  3. Kleine domper op de feestvreugde: na twee weken crèche had het zonnetje van de crib het al vlaggen. Ziek. Slechte nachten. Weinig drinken. Hoesten alsof het haar hoofdberoep is. Tussen alle miserie in blijft Flo wel lachen, af en toe, maar ik was vergeten hoe zielig zieke baby’s zijn. Mijn werkendag werd vanmorgen dus een thuis met zieke babydag, en straks is het richting kinderarts.
  4. Positiever nieuws van mijn weegschaal: ik ontdekte gisteren dat ik al twee kilo minder weeg dan vlak voor mijn zwangerschap. Daar heb ik wel voor gewerkt, dus zo verbazingwekkend is het niet, maar ik vind wel dat ik een goede manier heb gevonden om vol te houden. Ondertussen is 5:2 weer een beetje naar de achtergrond verschoven omdat ik eigenlijk niet genoeg profiteerde van mijn niet-vastendagen om het nog zo te noemen. Ik probeer gewoon op te letten op wat in mijn mond verdwijnt (en daar was 5:2 een zeer goede start voor, met dat calorieën tellen op vastendagen en je daardoor bewuster worden van wat goed is en wat minder), genoeg te bewegen, en vooral: mezelf momenten toe te laten om met vriendinnen in de wijn te vliegen of zoals afgelopen weekend op zaterdag een stukje taart mee te eten en op zondag een pannenkoek met choco. Ik ben geen nonnetje en ik zal er nooit een worden, maar vergevingsgezindheid goes a long way. Net als de dag erna gewoon opnieuw beginnen met verstandige keuzes maken. Volgens mij doe ik stiekem een mengeling van 5:2 en low carb en paleo en het wijndieet, en het werkt behoorlijk. Ik ben in elk geval zeer content en voel het al aan mijn kleren. Hoezee!
  5. Voor de rest is het hier nog altijd behoorlijk kalm naar mijn zin, maar opstarten met een zieke baby en weken waarin er verlof moet genomen worden om te trouwen blijken ervoor te zorgen dat ik wat uren te weinig heb. No biggie, komt wel weer goed, en wees vooral content dat mijn blog lezen niet impliceert dat ge moet helpen met mijn achterstallig huishouden weer op poten te krijgen. De was en de onbestaande strijk zijn ontploft, en alle onderbroeken zijn op, ik zal het maar toegeven. Real life enal.

Fijne werkweek, allen!

zeven dingen die ik niet wist voor ik mijn maag liet verkleinen

zevendingenmaagverkleining2Tien jaar geleden is het vandaag, de dag waarop ik het ziekenhuis binnen ging om te ondergaan wat op dat moment niet langer uit te stellen viel. Morgen is het dag op dag tien jaar geleden dat ik uit narcose kwam met een omgebouwd spijsverteringsstelsel. Het is onwerkelijk, en ook nog steeds gek om aan terug te denken. Aan hoe diep ongelukkig en verslagen ik was, in de maanden voor ik de beslissing nam die mijn leven zou veranderen. Aan hoe kalm en zen ik werd eens de beslissing was genomen, omdat er eindelijk, na een gevecht dat mijn volledige leven leek te beslaan, een oplossing in zicht leek. En er honderd kilo van mijn schouders viel. Pun intended. Ik zal niet al jullie vragen van onder de vorige post kunnen beantwoorden in deze post, al zal ik mijn best doen, maar ik beloof nog een afsluitende post binnenkort, waarin ik op de meeste zaken die jullie nog wilden weten zal ingaan. Niet allemaal, omdat sommige dingen te persoonlijk zijn, of in mijn ogen minder relevant voor het grote verhaal.

zevendingen_maagverkleining

In elk geval.

Dit zijn zeven dingen die ik niet wist voor ik mijn maag liet verkleinen:

* dat het leven een pak makkelijker is zonder vooroordelen

Had je me voor mijn maagverkleining verteld dat sommige kansen mij ontnomen werden door mijn overgewicht, dan had ik daar eens mee gelachen. Dat ik bepaalde jobs niet kreeg had volgens mij niks met mijn uiterlijk te maken, wel met het feit dat iemand anders gewoon beter was dan ik. Dacht ik dus, tot één van mijn opdrachtgevers (hij weet wie hij is) een dikke foto van mij onder ogen kreeg en zei: “Ik weet dat het fout is, maar als je zo was geweest toen ik je leerde kennen had ik je nooit aangenomen.” Met de nadruk op ‘zo’. “Ik zou geconcludeerd hebben dat je lui was”, voegde hij eraan toe, “labiel ook, en niet in staat om je gewicht onder controle te krijgen, laat staan je leven of je job.” Als dat het geval was, dan was ik nu nog minstens even labiel en lui en niet in staat om mijn leven of job naar behoren uit te voeren, zei ik hem toen. Je opereert een obesitaspatiënt immers onder het middenrif, en niet tussen de oren. Ik besef nu wel dat het feit dat ik een ongelooflijke pleaser ben geworden ook te maken heeft gehad met mijn gewicht. Ik zal maar goed mijn best doen, en niet te veel pruttelen of zagen, want ik ben al dik, en mag eigenlijk content zijn dat ik de job überhaupt mag doen. Ik zal maar niet te veel praten want dan zien ze dat ik dik ben. Als ik mijn mening laat gelden, dan roept er vast iemand “dikzak” naar mijn hoofd. Als iemand me ziet, dan zien ze ineens hoe dik ik ben. Alles is goed voor mij, en sorry dat ik zo degoutant dik ben. Baha en boehoe. Met ouder worden gaat dat er gelukkig ook beetje bij beetje weer uit.

* hoe minder plaats je inneemt, hoe zichtbaarder je wordt

Voor mannen bijvoorbeeld, en op je werk, en in heel wat andere situaties waarin je plots niet meer over het hoofd wordt gezien. Nagefloten worden door bouwvakkers of aangesproken worden op café, dat overkwam mij zelden of nooit voor mijn operatie. Als er op kantoor iets werd gevraagd over de teamsportdag of om iets te organiseren, dan werd het dikke meisje toch vaak overgeslagen. Ik heb gemerkt dat je als dik meisje vooral zichtbaar bent als je ergens iets aan het eten bent. Als ik heel het terras naar me zag kijken terwijl ik ergens een croque monsieur zat te eten, met een blik van ‘zou je niet beter stoppen met eten, je bent al dik genoeg’, had ik altijd zin om een bordje op te houden met “Dikke mensen moeten ook eten. Anders gaan ze dood.”

* dat het leven zoveel zorgelozer kan zijn

Alles was moeilijk toen ik dik was: als we een terrasje gingen doen met collega’s was ik bang dat mijn achterwerk niet in de rieten terrasstoeltjes zou passen. Was er een verrassingsuitstapje, dan vreesde ik voor een death ride, muur moeten klimmen, karten of iets anders waarvan ik met een rood hoofd zou moeten zeggen dat ik niet kon meedoen, doordat ik te dik was. Moest ik een studentenjob doen, en zag ik alle andere jongeren moeiteloos hun fabrieksuniform aantrekken, dan was ik diegene die na twintig minuten zweten en alle maten uitproberen moest toegeven dat zelfs de grootste mannenmaat een verloren zaak was. En dat hadden ze dan meestal in al hun jaren jobstudenten nog nooit meegemaakt, dus hoe schaamtelijk ver was het dan wel niet met mij gekomen? Letterlijk alles wordt een probleem als je broekmaat 52-54 hebt. Zelfs leuke dingen, zoals winkelen met vriendinnen of naar de sauna. Omdat je het altijd met jezelf moet doen, en je gewicht nooit even af kunt leggen.

* dat je het meisje wel minder dik kan maken, maar het vanbinnen altijd een dik meisje blijft

Je mag dan wel ineens een pak slanker worden, twintig jaar van zwaarlijvigheid wis je niet zomaar uit je hoofd. Niet alleen voel ik me nu nog dikwijls dikker dan ik ben, ik zal ook nooit vergeten hoe mensen naar je kunnen kijken omwille van je overgewicht. Alsof je een vieze ziekte hebt, of eruit ziet als een afgrijselijk monster. En dat het je eigen schuld is, moest je maar wat minder eten. Fijn was het niet, maar mijn ervaringen hebben me wel gewapend. Als er iemand rond me komt hangen waarvan ik weet dat die tien jaar geleden niet eens in dezelfde ruimte als ik gespot had willen worden, dan valt het me bijzonder makkelijk om nu zelf de andere kant op te kijken.

* dat mensen weinig begrip hebben voor maagverkleiningen en gewichtsproblemen

Soms doen vragen me nog altijd pijn, merk ik. Of misschien eerder de manier waarop die worden geformuleerd, want iedereen mag mij in principe alles vragen. Het zijn de vragen als “Hoe heb je het in godsnaam zo ver kunnen laten komen?”. De vragen die in mijn hoofd impliceren dat ik iets verkeerds gedaan moet hebben, terwijl ik gewoon het product ben van mijn genen, opvoeding en ervaringen die op mijn pad zijn gekomen. Het is soms hard om aan te voelen dat ik nog steeds word veroordeeld, alsof ik een moord heb gepleegd of iets vreselijk beschamend heb gedaan. “Als het allemaal zo moeilijk blijft, ook na een maagverkleining, had je dan niet beter gewoon minder gegeten en gesport?” is er nog zo een die pijn doet. Ik besef dat de vraagsteller -doordat die nooit mijn pad heeft bewandeld en zich niet kan inbeelden hoe zwaar die wandeling moet geweest zijn- oprecht niet kan begrijpen hoe het allemaal mogelijk is. En dus ergens diep vanbinnen denkt dat ik dan wel een freak moet zijn. Zo iemand die maar opdoet, zonder na te denken over de implicaties. Dat ik zo iemand ben die zich laat gaan. Vier keer een bord opschept en nog niet genoeg heeft. Na een tijd ben je het moe om jezelf te verdedigen, en leg je je erbij neer dat dat is wie je als hele dikke vrouw bent, in de ogen van “de mensen”. Lelijk. Labiel. Geen karakter. Lui. Vies. Na een tijd ga je dat zelf ook geloven. Ik woog 72 kilogram toen ik mijn plechtige communie deed, en ik ben een heel kleintje. Ik kan daar een hele uitleg over geven, maar daar heb ik geen zin in. Ik wil alleen zeggen: zoiets gebeurt niet zomaar. De meeste dingen gebeuren niet zomaar, en de meeste zaken zijn niet zo simpel als reacties van toevallige omstaanders doen vermoeden. En ja, dat kan allemaal nog steeds nijpen en wringen, merk ik. Deel van het verwerkingsproces, waarschijnlijk, en ik ben al lang blij dat ik nu wel voor mezelf weet dat ik geen mislukkeling ben door mijn verleden als heel dik meisje. Integendeel. Ik vind dat ik een zeer indrukwekkende weg heb afgelegd, en ik ben daar bijzonder trots op. Steeds trotser, ook.

Medemenselijkheid is zo belangrijk in dit verhaal. Daarom zat ik ook ineens te janken toen de obesitasdokter in Topdokters niet zoals zovelen een negatief oordeel velde over het meisje van 25 dat doodverlegen 125 kilogram zat te wegen in zijn kabinet, maar achteraf tegen de camera zei dat hij zo trots was op dat meisje. Waterlanders, maat, en nog geen beetje. Er zijn weinig mensen die trots zijn op dikke meisjes van 25, en zijzelf meestal nog het minst van allemaal. Net daarom was het zo ongelooflijk mooi, van dokter Lannoo.

* dat je leven niet perfect wordt als je een normale broekmaat hebt

Voor mijn operatie dacht ik dat er engelenkoren zouden nederdalen op de dag dat ik minder dan tachtig kilogram zou wegen. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat ik die dag in een ziekenhuis zou zitten met mijn zevenenveertigjarige mama die terminaal ziek was. Om maar te zeggen: mijn leven is niet perfect geworden door af te vallen, maar dankzij mijn operatie was mijn gewicht niet nog eens een extra probleem in de periode dat mijn mama ziek was. En dat is het nu ook niet. Ik ben nog steeds niet slank, en soms droom ik van een maatje 36, maar eerlijk: dat er soms maanden voorbij gaan zonder dat ik de wanhoop nabij ben omdat ik mijn gewicht totaal niet meer onder controle krijg, dat is eigenlijk nog het allermooiste cadeau dat ik gekregen heb van mijn chirurg.

* dat het een blijvend gevecht is met eten en kilo’s

Eerlijk? De angst om ooit weer zo dik te worden als ik was zal me altijd blijven achtervolgen in mijn dromen. Ik, die toen ik dik was altijd alles kapot minimaliseerde en beweerde dat het allemaal wel meeviel, wil echt nooit meer terug naar toen. Hoe meer tijd er tussen nu en de operatie zit, hoe meer ik begin te vergeten waarom het destijds mijn enige optie was. Maar af en toe zie ik nog eens een jong meisje lopen dat even dik is als ik was, of kom ik een foto tegen van mezelf in mijn dikste periode. Dan voel ik plots weer heel even de totale wanhoop die ik toen voelde. Die van ’s morgens wakker worden en denken: alles dat ik vandaag moet doen zal ik doen als dikke vrouw. Het gevoel van rond te kijken in een grote ruimte, en beseffen dat je dubbel zo dik bent als alle andere mensen. Op een bus stappen, en de andere passagiers verschrikt zien kijken en hopen dat die dikke niet naast hen zal komen zitten en al hun plaats innemen.

Het blijft ook een groeiproces. Toen ik mijn laagste gewicht bereikte was er maar een grote complicatie: dat ik mezelf nog steeds niet graag zag. Dat is doodjammer, maar jezelf graag leren zien is ook vreselijk moeilijk als je van kindsbeen af hebt gehoord dat je niet mooi bent, en altijd iets dat niet goed is. Te dik. Te lelijk. Te brutaal. Te verlegen. Te jongensachtig. Er is veel hard werk nodig om dat ook maar een beetje te doen keren. Maar dat werk heb ik de laatste jaren wel gedaan, in de vorm van therapie die in mijn ogen best wel mee in het pakket zou mogen zitten, bij veel obesitasoperaties. Als ik eens de tijd vind, dan wil ik het heel graag eens hebben over jezelf graag leren zien. Herinner me daar eens aan binnen een paar weken, want hell, wat heb ik daar ondertussen een weg in afgelegd en wat is die weg tegelijk nog lang.

Maar goed, lang verhaal kort. Ik wil niet meer terug. Al was het maar omdat ik nooit meer gedwongen wil worden om te veel geld neer te tellen voor een lelijke legging met een katjesmotief op, omdat dat nu eenmaal de enige legging is die ze hebben in maat 52-54.

Nooit meer.

Dexter spreekt IXX

IMG_8173

Vier jaar geleden was ik nu al over mijn uitgerekende datum heen. Ik zou moeder worden, dat wist ik, maar ik wist achteraf bekeken vooral duizend dingen niet. Dat ik moeder zou worden van een jongen die mij achterover zou slaan met zijn mondigheid, bijvoorbeeld. Een jongen die op dit moment in een erg hardnekkige dinosaurusfase zit, wat jullie wel zullen merken. Dit is mijn buit van de afgelopen weken:

  • Kunnen triceratopsen ze horens balommen ontploffen?“.
  • Mama, voel eens hoe scherpe tanden de team rex heeft!“.
  • Weet je hoeveel killimeter dat die ankylosaurus weegt? Vierenzestig!“.
  • Is snot eten gezond?“.
  • Zijn er in Bellewaerde ook mensen die geen kindjes hebben?“.
  • Bliksem McQueen is de goedste, maar niet de beste.” En zo is het maar net.
  • Bijen laten honing, maar ze eten dat niet op hoor, met hun staartje.”
  • Mama, weet jij waar regen echt niet tegen kan? Tegen jassen. Regen kan echt niet tegen jassen.”
  • Papa, lust jij de pitjes van een afrika?“. Hij bedoelde paprika.
  • Flo, er gaan weer traantjes bij zijn he?“.
  • Wij kunnen nu echt niks voor jou doen hoor Flo“. Flo zit wat te pruttelen in haar autostoeltje.
  • Als een baby weent dan betekent dat dat hij niet moe is. Ik heb al voor veel baby’s gezorgd hoor.
  • Kom maar mama, je moet hier voorzachtjes naast stappen.” Dexter helpt me langs een hindernis.
  • Doe maar gewoon de voetjes eraf“. Ik vroeg of ik de hoedjes van zijn aardbeien moest snijden.
  • Maar ik oplet altijd goed hoor!”. Ik zei dat hij moest opletten dat hij niet op zijn knietjes viel.
  • Ik moet iets zeggen in jouw oor! *fluistert* Papa is een vogel! *schatert*”.
  • Papa, doe wat je moet doen!“. Youri wacht net iets te lang om op Dexter zijn vraag in te gaan.
  • Ik kan daar wel tegen hoor.” Ik zei dat hij een beetje stil moest zijn omdat Flo slaapt.
  • Mama, ben jij eigenlijk heel dik?“.
  • Ik heb honger“. “Waar heb je zin in?“. “In iets heel ongezonds maar ik weet nog niet wat.”
  • Als ik aan het eten ben mag ik toch niet praten?“. Ik gaf hem op terugweg van school een sandwich en vroeg hoe zijn dag was. Betrapt!
  • Ik hou ook van jullie wi“. Ik uitte mijn liefde tegenover Youri terwijl Dexter een eind verder zat te spelen.
  • Pipi stinkt niet zo lekker als kaka hé?“.
  • Ze is aan het overlopen!“. Flo geeft wat melk terug.

Iemand vroeg me onlangs hoe ik erin slaag om alles te verzamelen. Behoorlijk simpel: door alles stante pede in een Evernote document in te geven en daar niet langer dan een halve minuut mee te wachten, want anders is het weg.

Nog meer Dexter spreekt? Hier staan ze allemaal.

5 beelden, 5 dingen

IMG_8881 IMG_8903 IMG_8950 IMG_8972 IMG_8976
  1. Drie maanden werd ze deze week, onze Flo, en sinds maandag gaat ze naar de crèche. Het was toch weer met een klein hartje, vooral bij mij dan, maar ze doet het goed en ik moet toegeven dat het toch ook best weer fijn is om te genieten van de luxe om op mijn gemak een koffie te drinken/naar het toilet te gaan/ iets te ondernemen zonder dat het simpele geluk op elk moment verstoord kan worden door iemand die mij onmiddellijk nodig heeft. Al ben ik wel altijd zotcontent als ze allebei weer thuis zijn en de ene ziedend naar mij roept dat ik zijn vriend niet meer ben en nooit naar zijn verjaardagsfeestje mag komen en de andere naar mij schreeuwt omdat haar pamper stante pede moet vervangen worden. Dat ik daar nog mijn gelukzaligheid uit zou halen, eigenlijk.
  2. Er werd hier weinig geblogd deze week, maar dat is omdat ik voelde dat ik weer te veel aan het willen was. En mijn werk hervatten, én mijn mailbox leeg krijgen, én drie keer per week sporten én op mijn eten blijven letten terwijl er twee kleine kindjes rond mij hangen, er moest iets geschrapt worden en dat waren de blogposts die ik eigenlijk voor deze week in mijn hoofd had. Die komen er nog wel, ik ga alleen eerst even de tijd nemen om gewoon te worden aan ons nieuwe ritme en dan loopt dat ook wel weer los.
  3. In het midden van de week had ik even een dip, en dat had net zo veel met de gigantische schommelingen op mijn weegschaal te maken als met het weer. Beslissing: die weegschaal gaat de zolder op en dat weer, dat weet ik nog niet helemaal. Daar moet ik nog even iets op vinden.
  4. Ik heb iets zots gedaan dat zo hard buiten mijn comfort zone ligt, maar als ik het op mijn blog aankondig dan zit ik helemaal vast qua peer pressure en accountability, dus bij deze: ik ben ingeschreven voor een urban trail run door Ieper. Ineens meer dan acht kilometer lopen, wel maar in oktober. Het gaat best oké met weer beginnen lopen en ik wilde mezelf op een uitdaging trakteren. Deze kan wel tellen: lopen door gebouwen en leuke plekken in de stad, check het filmpje dat mij zin gaf om zot te doen hier. Dus ja, ik ga nog veel moeten trainen en ik voorspel nog heel wat slapeloze nachten en huilpartijen voor het zover is, maar het staat zwart op wit dus dan is het vanaf nu voor echt.
  5. En om te bewijzen dat ik het meen heb ik een goede sport-bh gekocht. No way back jongens, ge ziet het. Als iemand een fijn loopschema heeft om van 3 naar 8,5 kilometer mét trappen te gaan op een maand of vijf tijd, dan mag dat altijd gemaild worden.