Maandelijks archief: augustus 2016

Zes maanden Flo

flozesmaanden4U heeft toch niet echt gedacht dat het aan u lag?“.
Natuurlijk heb ik dat gedacht. U wilt niet weten wat ik allemaal heb gedacht“.
De kinderarts keek me aan met een mooi afgemixte mengeling van begrip en compassie.
“Wat jammer dat u dat heeft moeten denken.”

En ik weet het best. Sinds Flo er is weet ik het allemaal nog veel beter, dat er geen twee kinderen gelijk zijn en dat een ander zijn ouderschapservaring met die van jou vergelijken nergens op slaat. Elke keer als ik iemand hoorde zeggen dat ze de babytijd ge-wel-dig vond gingen er messen door mij heen, ooit. Ik vond de babytijd van Dexter een van de ergste ervaringen uit mijn leven. Omdat mensen me verzekerden dat alle baby’s nu eenmaal huilden en ik daardoor ging geloven dat ik simpelweg niet opgebouwd was uit materiaal dat moederen mogelijk maakte. Dat ik misschien minder goed tegen huilende baby’s kon. Dat ik zwakker was dan andere moeders die het wel aankonden en glimlachend met hun baby’s in de buggy over straat liepen, in plaats van dat ze zin hadden om in foetushouding op de grond te liggen wachten tot het voorbij was, dat eeuwige en steeds opnieuw beginnende gekrijs waarvoor geen oorzaak werd gevonden.

Een kennis met een hele makkelijke baby zei ooit dat ze heel goed tegen huilende baby’s kon, dat dat haar nu eens echt niks deed. En daar stond ik dan weer, met mijn amper verwerkte postnatale depressie als een bewijs van teergevoeligheid op mijn CV. Me in stilte af te vragen of het gewoon dat was, dat ik simpelweg niet goed tegen huilende baby’s kon en er dus gewoon misschien beter geen had gekregen. Waardoor ik me dan weer schuldig begon te voelen omdat ik zo lichtvoetig en naïef aan het hele babyavontuur was begonnen. Ondertussen weet ik dat er huilende baby’s zijn en huilende baby’s. Dat wist ik toen ook, maar die avond was het gewoon niet wat ik wilde horen.

flozesmaanden2

En nu is Flo er. Volgende week al zes behoorlijk fantastische maanden. Zes maanden die voorbij zijn gevlogen, terwijl de eerste zes maanden van Dexter jaren leken te duren.

flozesmaanden3

Flo, die sinds de dag dat ze er ineens was opgetrokken lijkt uit zonnestralen. Ze had even wat last van krampjes, wat me deed beseffen dat er een groot misverstand bestaat over ouders van huilbaby’s. Een misverstand dat ik de laatste maanden regelmatig op mijn pad vond: “Jullie hebben al zoveel meegemaakt, nu wordt alles een makkie“. Wel. Tijdens de paar moeilijke dagen (en het waren zelfs geen dagen maar namiddagen, als ik eerlijk ben) besefte ik dat het net het tegenovergestelde is. Ik heb minder draagkracht dan andere ouders. Ik heb in de eerste maanden met Dexter zoveel gehuil doorstaan dat mijn emmer nog steeds vol zit. Misschien wel voor altijd.

Een huiluurtje van Flo bracht direct weer paniek met zich mee die niet evenredig was met de situatie die zich aandiende. Dat ik het niet zou kunnen stoppen. Dat het weer begonnen was. Dat ik er zo geen zin meer in had, ook. Een posttraumatische stress-stoornis, zei mijn psychologe ooit. En ik denk echt dat ik reageer op een huilende baby als een Vietnamveteraan flipt op onverwachte geluiden. Alle alarmen aan. Code rood. Wat een ongelooflijk geluk dus, dat Flo zo goed als nooit niet vrolijk is.

Ik moet daar niet onnozel over doen, en ik wil het ook niet met de mantel der liefde bedekken en doen alsof je zo’n dingen vergeet: tot nu toe was voor Flo zorgen zowat honderd keer simpeler als voor Dexter zorgen, destijds. Alles is makkelijker. Flo’s aanwezigheid en de manieren waarop ze het een walk in the park voor ons maakt doet ons nu nog een keer beseffen hoe vreselijk dat eerste jaar met Dexter was. Ik hou niet zo van terugkijken, maar als ik terugkijk, dan is dat met nog grotere ogen dan voor Flo. Dat wij dat overleefd hebben. Als koppel, als mens. Dat ik er niet met meer blutsen en builen ben uitgekomen. Dat we zoveel pech gehad hebben ook. Natuurlijk niet in vergelijking met mensen met een kindje dat echt ziek is. Dat was tegelijk mijn grootste frustratie dat eerste jaar en het grootste cadeau: Dexter had niks, dus kon er niks aan gedaan worden. Nu ben ik blij dat hij, behalve dat hij zeer gevoelig is, “niks heeft”. Zelfs geen lactose-intolerantie. Helemaal niks dat kan verklaren waarom hij non-stop moord en brand heeft gekrijst in zijn eerste maanden.

Net zoals niks kan verklaren waarom Flo altijd blij is. Het ligt niet aan ons, dat weet ik na zes maanden Flo nog beter dan ervoor. Wij maken geen malcontente kindjes (zoals ik in de eerste maanden met Dexter dacht), en ook geen altijd contente (zoals ik had kunnen denken als Flo mijn eerste was geweest). Ze kunnen niet meer van elkaar verschillen, die twee van ons, op het eerste zicht. Maar ze vinden elkaar wel geweldig, en dat maakt mij dan weer geweldig content.

flozesmaanden1

De komst van Dexter gaf me het gevoel dat ik niet gemaakt was om een kindje te hebben, de komst van Flo geeft me het gevoel dat er niet veel dingen simpeler zijn dan dat. De waarheid ligt ergens in het midden, zoals dat altijd gaat. Maar ik ben zo blij dat ik nog eens de kans heb gekregen om mezelf tegen te spreken. Ik heb alles gedacht, toen Dexter er net was, maar geen enkel moment dat ik een bijzonder geschikte moeder was.

Om dat te geloven moest ik nog eens durven springen, en ik ben elke dag ongelooflijk dankbaar dat iets in mij dat nog heeft gedurfd.

Gelukkige halve verjaardag, lieve Flo.
Het lijkt alsof je er altijd al was, en tegelijk moet ik elke dag een paar keer met mijn ogen knipperen omdat ik niet kan geloven dat je er bent.

Dikke zoen,

je mama

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

I’m a runner, see me run!

imarunner3

Net zoals het jaren heeft geduurd voor ik mezelf een journalist kon noemen zonder me belachelijk te voelen (“Ik schrijf eigenlijk gewoon tekstjes“) vond ik erg lang dat ik geen loper was, ook al liep ik regelmatig. Dat is soms het probleem met een discipline waarin zoveel gradatie zit qua uithouding en moeilijkheidsgraad. Elke keer als ik ongelooflijk trots was dat ik er eindelijk in slaagde om vijf kilometer aan een stuk te lopen zonder dood te vallen zag ik wel ergens een ultrarunner posten dat hij net honderd kilometer door de Alpen had gelopen in een berenpak. Daar sta je dan, met je bijna zestig schamele kilometers van je eigen absolute toploopmaand. Bedankt, berenpakman, en loop ze! (liefst zo ver mogelijk van bij mij vandaan)

Dan maar vergelijken met mensen die nog trager en minder lang konden lopen dan ik, dacht ik. Daarvoor is de couch to 5 K groep op Reddit een godsgeschenk, al was het omdat mensen er durven toegeven dat ze 47 minuten doen over hun eerste 5K, of dat ze eerst een pre-couch to 5K met veel meer wandelen moeten doen omdat hun conditie te slecht is voor de eerste lessen. Zo verfrissend, zo’n groep met verhalen van echte trage stervelingen zoals ik. Andere mensen die paarse selfies online durfden zetten gaven me duizend keer meer moed om door te gaan dan foto’s van mensen die net een marathon hadden uitgelopen. In vergelijking met dat soort patsers lijkt elke kilometer die ik loop zo futiel. Maar in vergelijking met mezelf van drie jaar geleden is het fantastisch wat ik doe. Ik loop. Zie mij lopen, eigenlijk! Ge moet maar mijn Instagramaccount volgen om te weten dat ik niet kan gaan lopen zonder er een foto van te posten. Omdat ik het zelf amper kan geloven, ja. Neem het mij eens kwalijk, na alles van ervoor.

IMG_1413

Mijn belangrijkste ontdekking was dat ik wel begon te lopen omdat ik een strakker lichaam wilde, maar dat ik ben blijven lopen omdat ik er een rustiger hoofd van krijg. Omdat ik deugd heb van de mooie stukken natuur waarin ik loop, en van de gouden uurtjes en de geluiden bij de opkomende of ondergaande zon. Omdat ik altijd beter terug naar huis keer. Met minder zorgen, minder angsten, minder stress en minder wanhoop. Omdat ik klaarder zie nadat ik een paar kilometer voetje na voetje op een strook asfalt neer heb geplant.

imarunner4

Runner’s high heb ik nog niet veel gehad. Ik zie vaak af, of vind het lastig, en zelden loop ik echt op wolkjes. Ik heb regelmatig last van mijn heup, waar ik een chronische slijmbeursontsteking heb die kan opgelost worden met een cortisone-inspuiting, maar ik durf nog even niet. En dus heb ik de ene keer veel pijn en de andere keer minder, maar nooit echt geen. Maar dat geeft allemaal niet. Ik kan een paar keer per week sporten, en dankzij het looppaadje aan mijn deur ben ik nooit langer dan vijfenveertig minuten weg. Waardoor ik dus ook kan vertrekken als de kindjes in bed zitten of als de wereld nog in bed zit.

imarunner2

En ja, ik ga nog steeds traag. Dat is zelfs bewust. Ik doe gemiddeld zeven en een halve minuut over een kilometer. Soms zeven minuten, maar dat moet ik vaak bekopen, dus ik probeer mezelf systematisch te pushen om niet al te snel te vertrekken. En ik ga toch nog veel sneller dan iedereen die in zijn zetel zit en andere Pinteresttegeltjes. Ik zie het nu als iets dat ik doe. Ik ontbijt. Ik werk. Ik poets mijn tanden. Ik loop, soms drie keer per week, soms twee keer een iets langer stuk. Ik zie mezelf vooruitgang boeken en ik ben trots. Eerst tot aan 5K, nu soms al eens 6, binnenkort vast eens eentje van 7. Daarnaast is het ook zeer fijn meegenomen dat ik kan eten wat ik wil en toch traag afval. In broeken passen die al jaren op het stapeltje “komt niet meer goed” lagen is ook niet slecht voor mijn enthousiasme.

imarunner5

Ik loop niet uitzonderlijk graag, maar vind weinig dingen leuker dan gelopen hebben.
Elke keer opnieuw.
En dus ben ik een loper.
En ik heb er ZO. ONGELOOFLIJK. VEEL. DEUGD. VAN.

Wie nog? En helpt het ook zo voor jullie mentale gezondheid?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd

35voor35Vandaag word ik vijfendertig. Say whut? Wil dat zeggen dat ik mijn crop tops en hot pants vanaf nu echt wel in de kast moet laten hangen en me volwassener moet gaan kleden? Dju toch, dat voelt haast net zo confronterend als op mijn zesentwintigste geen Go-pass meer mogen kopen. En dat, mijn vrienden, is vandaag dus ook alweer negen jaar geleden.
Vrees niet, dit wordt geen zaagpost. Op heel wat vlakken vind ik mijn jaren dertig stukken beter dan de periode ervoor. Niet door een gigantische metamorfose, maar wel door een trage en gestage evolutie die ervoor heeft gezorgd dat ik mezelf beter ken, mijn angsten beter onder controle heb, wat successen op mijn revers heb kunnen spelden (mijn rijbewijs, mijn werk, mijn algemene staat van welzijn, het overwinnen van een postnatale depressie, etc..) en me beter voel in mijn vel dan toen. Er is minder schaamte en gene, er is meer acceptatie, en al is de weg nog lang, als ik achterom kijk zie ik toch ook al een serieuze strook asfalt.

Dit zijn 35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd:

  1. Het leven is te kort om groenten fijn te snijden die gemixt zullen worden, te strijken of een kapsel te hebben waaraan elke ochtend meer dan vijf minuten werk is. Hetzelfde geldt voor een boek uitlezen dat je niet kan boeien. Leg het weg. Er zijn er veel te veel die wel de moeite zijn.
  2. Ouder worden is confronterend, maar het alternatief is nog veel erger: niet ouder worden. Daarom probeer ik er elk jaar dankbaarder om te zijn dan angstig of gechoqueerd. Er zijn er heel wat die wilden dat ze geraakt waren waar wij nu zijn. Dus hoera voor vijfendertig, begot!
  3. Als het geen “hell yes” is, dan is het meestal beter neen.
  4. Angst, wanhoop en kakdagen horen even hard bij een goed leven als euforie, optimisme en zekerheid. Dirk De Wachter kan dat veel schoner en met een dieper stemgeluid zeggen dan ik, maar we hebben allebei gelijk.
  5. Als het flets smaakt is de kans groot dat er te weinig zout in zit. Voeg meer zout toe.
  6. Vergeet “work more so you can shop harder”. Denk eerder “Make yourself rich by making your wants few“, om het met de woorden van Henry David Thoreau te zeggen. En in dezelfde categorie: minder hebben is veel simpeler dan beter organiseren.
  7. Als iedereen zichzelf graag zou leren zien ligt er een miljardenindustrie op haar gat. Vanuit die richting moeten we dus geen beterschap verwachten, content leren zijn met wie we zijn zal van onszelf moeten komen. En is volgens mij honderd keer belangrijker dan voldoen aan het schoonheidsideaal van het moment.
  8. De tijd nemen om te weten met welke kleren je staat loont zo hard de moeite. Om een persoonlijke stijl te ontwikkelen en niet slaafs de mode te moeten volgen als een kip zonder kop. Het mag dan misschien oppervlakkig klinken, maar hoe je je kleedt verandert hoe je je voelt. Ik kan het weten. Nadat ik mezelf jaren heb weggestoken in wijde grijze dingen ging ik kleur en strak dragen, en maatje, ik ben dezelfde niet meer. Het maakt je keuzes ook zoveel makkelijker. Ik vind sowieso dat we te veel beslissingen moeten nemen op een dag. Weten dat je dat rek met zalmroze kleren gewoon kunt overslaan tijdens het winkelen is al heel wat.
  9. Vroeger lukte het ook. Iets dat ik mezelf inprent als ik een of ander zot snufje wil kopen dat ik echt nodig heb of twijfel aan mijn opvoedingstactieken en of ik wel een goede moeder ben en en en. In de tijd van onze moeders deden ze het met zoveel minder. Mijn schoonmama woonde een tijd in een huisje zonder stromend water met vier kleine kindjes. En het lukte ook. Als zij het kon, dan ik ook.
  10. Hoe zwak het ook voelt om ergens hulp voor te moeten vragen, geen hulp durven vragen is nog zwakker.
  11. Soms is therapie het mooiste cadeau dat je jezelf en je omgeving kunt geven. Een warm bad en een nacht slaap kunnen veel oplossen, maar niet alles. Een wandeling in de natuur doet wel zo goed als altijd ergens deugd.
  12. Je bent nooit helemaal klaar voor kinderen. Andere mensen ook niet.
  13. Boeken zijn van het meest geweldige dat er bestaat. Ik ben ook fan van broodroosters en het internet, zoals je kunt zien, maar boeken, jongens.
  14. Schrap guilty in guilty pleasures. Er is niks guilty of fout aan zot zijn van Bon Jovi of Marco Borsato. Het is niet omdat iemand anders voor een hele groep mensen heeft beslist dat Bon Jovi niet oké is dat hij voor jou niet een gigantische bron van plezier kan zijn in dit aardse bestaan. Own it, zeg ik, die liefde voor John en Marco. Doe jezelf en John en Marco geen oneer aan door het guilty te noemen. ‘Ik leef niet meer voor jou‘ is in mijn wereld op het juiste moment een Pleasure met hoofdletter P. Als ik me daarvoor begin te verontschuldigen ben ik niet eerlijk tegenover mezelf en tegenover Marco.
  15. Zij die het snappen snappen het al lang en zij die het niet snappen gaan het waarschijnlijk ook deze keer niet snappen. Ik ben gestopt met mijn keuzes uit te leggen of in discussies per se mijn gelijk te halen. Al die verloren energie die ik daarmee heb opgestapeld in alle jaren waarin ik het wel deed, ik mag er bijna niet aan denken. Nog zo een: het besef dat niemand al ooit van mening veranderd is door iets dat hij op internet heeft gelezen. Daarom probeer ik me ook niet meer te mengen in eindeloze discussies. Behalve over borstvoeding krijg ik het niet afgeleerd. Maar ik bijt op mijn tong en zit op mijn handen. En faal. Miserabel.
  16. Wie tegen jou roddelt roddelt ook over jou. En op je eerste werkdag is het altijd interessant om te zien wie ook vriendelijk is tegen de poetsvrouw.
  17. Vergelijken is zelden een goed idee. Jij kunt net superveel moeite gestoken hebben om van nooit lopen naar vijf kilometer aan een stuk lopen te geraken, om dan iemand te kruisen die bezig is aan een achterwaartse dubbele marathon met een koelkast op zijn voorhoofd gelijmd.  Het maakt niet uit. Andere mensen, andere verhalen. Boeiend, maar ze mogen nooit een reden zijn om te denken dat jouw weg belachelijk, schaamtelijk of het vermelden niet waard is. We vergelijken allemaal onze rommelige kelder met een ander zijn etalage. Dit. Altijd weer dit.
  18. De beste manier om voor iedereen goed te doen is niks doen, niks zeggen en niks zijn, sprak Aristoteles. Aristoteles was een slimme gast.
  19. De beste manier om je ambetant te voelen is nadenken over het verleden, de beste manier om angstig te worden is nadenken over de toekomst. Het maakt allemaal niks uit.
  20. Hoe vaker je iets doet, hoe minder stress je hebt. Autorijden. Spreken voor publiek. Posten op je blog. Het vliegtuig nemen. Koen Wauters interviewen.
  21. Er zitten maar vierentwintig uren in een dag. En je kunt jezelf wel wijsmaken dat het niet zo is, het blijft zo: voeg er iets aan toe, en er is minder tijd voor iets anders. Overal ja op zeggen is dus een beetje dom. Het goede nieuws is: je moet niet altijd uitleggen waarom je neen zegt. Je mag ook gewoon neen zeggen, zonder meer.
  22. Soep met brood is ook een maaltijd.
  23. Het is nooit te laat om ergens mee te beginnen. Het beste moment om een eik te planten was dertig jaar geleden, maar het tweede beste moment is nu. Hetzelfde geldt voor een blog beginnen, een boek schrijven, sporten of stoppen met roken. We vertellen onszelf zoveel verhalen over wat we nog kunnen doen en wat de moeite niet meer is, maar die verhalen zijn vaak ook niet meer dan dat: verhalen. Die misschien niet kloppen, als je er wat langer over nadenkt.
  24. Iedereen hoort graag dat hij iets goed doet. Ik moet toch nog de eerste tegenkomen die daar niet content mee is. Ik probeer zo vaak mogelijk aan mensen te laten weten dat wat ze doen mij op een aangename manier is opgevallen. Door een mail te sturen naar de schrijver van een blogpost of artikel. Door te zeggen dat ik dankbaar ben voor de snelle dienstverlening. Door een compliment te geven dat ze niet hadden zien komen. Ik doe het nog niet genoeg, maar ik werk eraan. En ik word zelf ook altijd blij van de reacties terug, dus win win.
  25. Een diploma stelt veel minder voor dan ik ooit dacht. Het talent om kansen te zien als ze zich voordoen en de goesting om te ondernemen schat ik tegenwoordig zowat tien keer hoger in. Net als de goesting om te blijven leren.
  26. Een ontbijtbuffet is een van de simpelste manieren om even heel content te zijn.
  27. Niemand anders denkt zoveel na over jou als jijzelf. Er staat geen spotlight op je gericht. Andere mensen zijn vooral bezig met zichzelf. Chill.
  28. Een leven zonder grote problemen of drama’s is geen recht. Het is hoerenchance.
  29. De persoonlijkheidskenmerken waaraan je je stoort bij anderen zijn vaak de dingen waaraan je je het meeste stoort bij jezelf. Serieus. Check het.
  30. Als een zin begint met “ik wil niet zagen maar…” dan volgt er waarschijnlijk gezaag. Hetzelfde met “ik wil me niet moeien maar…” en “ik weet dat het mijn zaken niet zijn maar…“.
  31. Bij een compleet gebrek aan overzicht is even gaan neerzitten met een stylo en een blad papier altijd een goed idee. In dezelfde categorie kan een weekmenu je leven gigantisch vergemakkelijken. Spontaan zijn is top, maar wat het avondeten betreft mag het voor mij ook gewoon wat minder spontaan.
  32. Je moet een emmer zand eten voor je groot bent. Iets dat ik van de oude buurman van mijn oma heb geleerd en nooit ben vergeten. Hij gebruikte het in de jaren tachtig al als mensen fopspeentjes probeerden schoon te maken die op de grond waren gevallen. Ik gebruik het nog altijd als ik geen zin heb om mijn hele huis met Dettol te reinigen of als ik een van mijn kinderen iets van de grond zie oprapen en in hun mond steken. “Je moet e seule zand eetn vo daj growt ziet!“.
  33. Je kunt niet alles oplossen, maar je kunt altijd luisteren.
  34. Geen betere manier om je huis proper te houden dan de ABC-regel. Ofte “Always Be Carrying“. Als ik van de ene ruimte naar de andere moet check ik altijd of ik iets kan meenemen. En meestal is dat het geval.
  35. Mijn waarheid is niet per se een ander zijn waarheid. Het kan dat je dit lijstje gelezen hebt en niet bent gestopt met knikken, en het kan dat je vooral hebt gefronst. Zeer benieuwd naar wat jullie hebben geleerd, ondertussen. Comments of eigen blog, ge weet ze te vinden!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Hoe ik voel dat ik erover ga

IMG_1131Deze maand neem ik op mijn Facebookpagina deel aan de #augustbreak2016 fotochallenge van Susannah Conway. De opdracht van dinsdag was “Red”, en dus postte ik ’s avonds de foto boven dit stukje met onderstaand bijschrift:

RED* Hoe vermoeider de moeder, hoe roder haar maaltijden. Easy one pot pasta met tomatensaus all the way voor zij die de laatste weken een beetje het gevoel heeft niks anders te doen dan pampers te verversen en mee te gaan naar het toilet. ‪#‎respectvoordezorgsector‬ ‪#‎augustbreak2016‬ ‪#‎red‬ ‪#‎withextracheese‬

Therapie volgen heeft mij tot bergen inzicht gebracht. Niet in het minst wat mijn alarmsignalen betreft. Vroeger ging het zo: ik deed en deed en deed maar op, en plots, zonder dat ik het had zien aankomen, stond er een muur voor mij waar ik met een doodsmak tegenaan knalde. Om dan de volgende weken murw voor me uit te zitten staren omdat ik niet kon snappen wat er gebeurd was. Alles ging toch super? Het was toch gewoon druk, maar ook leuk? Waar kwam die muur dan ineens vandaan?

IMG_0659

Ondertussen heb ik geleerd dat ik oog moet hebben voor de kleine struikelblokken die die muur al van ver aankondigen, als ik er maar op let. Regelmatige hoofdpijn is er een van. Mijn doos Dafalgan forte die er snel doorgaat moet dan een belletje doen rinkelen. Rare dromen, nog zo iets. Geen zin meer hebben om na te denken over dingen waarover ik eens een beslissing zou moeten nemen, wegens hardnekkige mist in mijn hoofd. Maar ook en bovenal het verwaarlozen en laten vallen van de activiteiten die me eigenlijk energie geven.

Als ik over mijn grenzen begin te gaan en mezelf begin uit te rekken dan kom ik steeds weer in dezelfde straatjes terecht. Dan heb ik plots totaal geen zin meer in koken, terwijl ik anders zo hard kan genieten van een nieuw recept proberen of gewoon wat groentjes staan snijden in mijn keuken. Dan raak ik geen kookboek meer aan, maar zou ik het liefst elke avond afhaalmaaltijden halen of een blik ravioli opentrekken. Geen fruitsla meer ’s ochtends, maar makkelijke boterhammen of ontbijtgranen of alles waar ik weinig of geen moeite voor moet doen. Geen verse groenten meer, maar bokaals. Of geen groenten. Whatever. Ver weg van hoe ik doorgaans probeer te koken en leven, en net daarom een van de eerste tekenen dat ik mezelf voorbij hol.

Niet meer lezen is er nog zo een. Niet meer bloggen net zo, nu ik erover nadenk, dus dat was al geen goed teken aan het begin van de vakantie. Geen zin meer hebben om te gaan lopen. Bleh denken als iemand vraagt om nog eens af te spreken, omdat ik dan uit mijn huis moet komen en mijn best moet doen om er iets van te maken. Als ik moe ben, en te veel van mezelf heb gevergd, dan begin ik juist alle dingen te schrappen die me erbovenop zouden helpen.

Gelukkig weet ik dat ondertussen, en heb ik het steeds sneller door.

De afgelopen weken waren er van fulltime voor de kinderen zorgen, mijn huishouden proberen te beredderen en me druk maken over de extra maand van geen inkomen vlak na mijn zwangerschapsverlof omdat de crèche een maand bleek te sluiten en ik dat pas laat wist. Lees: de kans bestaat dat ik de avond dat ik het hoorde geweend heb. Niet omdat ik geen maand bij mijn dochter wilde zijn, wel omdat ik gespaard had om drie maanden bij haar te kunnen blijven en niet had gerekend op vier maanden, na amper vier weken van kunnen heropstarten. “If you can not get out of it, get into it”, sprak Gretchen Rubin net voor ik eraan begon in haar geweldig aan te raden Happier podcast, en dus deed deze kleine zelfstandige dat zo goed en kwaad als ze kon. Gelukkig ook met behoorlijk wat hulp van mijn teerbeminde echtgenoot, in de weken dat hij verlof had, en de mogelijkheid om al eens eentje van de twee een paar uur uit te besteden aan een lieve opa of schoonzus.

IMG_0259

Ik heb me erop gesmeten, en het al bij al goed doorstaan, maar ik voel dat ik dringend nood heb aan ademruimte en wat tijd voor mezelf. Tijd om een koffie te drinken zonder dat iemand komt zeggen dat hij honger heeft, pipi moet doen of gevallen is. Tijd om door een tijdschrift te bladeren zonder dat er een volle pamper roept, een yoghurt uit de koelkast moet gehaald worden of iemand mij vraagt waarom de “team rex” de koning van de dino’s is en niet de brachiosaurus, want die is toch groter? Tijd om te schrijven, projecten op te starten waar ik al lang weer aan begonnen diende te zijn, me weer op de arbeidsmarkt te begeven zonder dat ik daar bijna onmiddellijk weer mee moet stoppen.

Nog een goede week, en dan valt alles hier in een vakantieritme waarbij Flo vier dagen per week naar de crèche gaat en Dexter drie dagen naar de opvang en een dagje naar opa. En dan is het in een rechte lijn naar september, de maand waarvoor ik me heb voorgenomen om door middel van naschoolse opvang en andere ingrepen weer wat meer op mijn strepen te staan wat werkuren betreft, zodat er niet nog van alles op me afkomt als de kindjes in bed liggen. Leuk dat het kan, maar mijn schuldgevoelens zorgen er te vaak voor dat ik er vooral zelf keihard het slachtoffer van word.

Bedankt dus aan de alarmsignalen.
Als die er niet waren, dan bleef ik vast weer gaan tot er plots een keiharde verrassingsmuur tegen mijn gezicht knalde. En dat is al net een keer te vaak gebeurd.

Lange disclaimer: ik weet uit ervaring dat dit soort posts vaak verschillende (en doorgaans goedbedoelde) reacties uitlokt. Gaande van ‘geniet toch van je kinderen zolang ze klein zijn, het gaat allemaal zo snel’ over “ik zou willen dat ik thuis KON blijven met mijn kinderen! Stel je voor dat je een baas had!”.  Ik wil het de komende tijd op mijn blog al eens hebben over op de rem staan, durven toegeven dat sommige dagen voelen als maanden, hulp inschakelen waar het kan, en daar niet beschaamd om zijn. En ja, ondertussen geniet ik wel van mijn kinderen als het me uitkomt, maar dat is niet de boodschap die ik met deze posts wil meegeven of het onderwerp dat ik bespreekbaar wil maken

Deze posts zijn er niet om te bewijzen hoeveel zwaarder mijn leven is dan dat van iemand anders. Ik weet zeker dat er alleen al in mijn lezerspubliek heel wat mensen zitten die voor nog veel grotere uitdagingen staan dan ik. Dat neemt niet weg dat ik soms moe ben. Dat neemt niet weg dat veel mensen het soms moe zijn, ook al hebben ze het makkelijker dan heel wat andere mensen. Erover spreken zorgt soms voor opmerkingen als “ge kunt niet alles hebben”. “Ik heb ook geen tijd om te lezen, maar dat komt wel terug”. Allemaal waar, maar sommige mensen verliezen elke vorm van zelfzorg als ze in een nieuwe rol terechtkomen. Het moederschap is er daar een van, en ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat het moment waarop ik mezelf bij Dexter had wijsgemaakt dat ik alleen nog moeder mocht zijn en vooral niet mocht klagen het moment was waarop ik mezelf verloor. Die fout heb ik bij Flo niet meer gemaakt, en daar heeft zij een veel blijere en ook beschikbaardere moeder voor gekregen. Die nu weer dringend wat tijd voor zichzelf moet reserveren als ze dat zo wil houden.

Nog iets dat ik heb geleerd: als het voor jou zwaar is, dan is het zwaar. Los van of iemand anders vindt dat je het wel heel snel zwaar vindt, of dat een ander het veel zwaarder heeft. Als jij vindt dat je een huilbaby hebt, dan heb je een huilbaby, ook al huilt hij volgens anderen niet genoeg om een huilbaby te zijn. Als jij vindt dat je doodop bent, dan ben je doodop, ook al vindt een ander dat je niet te klagen hebt.

Is het iets dat jullie herkennen? Geeft jullie lichaam jullie signalen, en slagen jullie erin om die op tijd op te pikken? En nog interessanter: wat doen jullie als dat het geval is? 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Een rustige comeback en wat dienstmededelingen

zomer2016Het plan was om deze zomer een break te nemen en eens goed na te denken over het hoe en wat van deze blog, om er dan in september keihard in te vliegen met een fris hoofd en kraakverse ideeën. Maar toen ik vorige week besefte dat ik eigenlijk nog altijd compleet geen tijd had gehad om na te denken over mijn blogtoekomst, laat staan over zotte rubrieken of innovatieve projecten, bedacht ik me dat ik een nog veel beter plan heb: er wat minder over nadenken.

De druk niet opbouwen om in september met iets van enig niveau te komen, maar gewoon nu al op het gemak herbeginnen, zonder druk. Mezelf niet opleggen om drie keer per week iets te schrijven, maar bloggen als er iets opborrelt. Dat wil zeggen dat het sommige weken wreed gaat borrelen en andere amper, maar dat geeft niet. Niks geeft, want ik vind het al straf dat ik ertoe kom om nog eens te bloggen, na enkele weken stevig thuisblijfmoederschap in het gezelschap van mijn bloedjes. Het was intensief met heel wat dagen die omstreeks vijf uur ’s morgens uit de startblokken schoten, maar ik heb er ook wel van genoten. Zie de collage hierboven voor de momenten die voldoende idyllisch waren om op de gevoelige plaat vast te leggen .

IMG_0134 blogboekv2IMG_0309 IMG_0319

En qua drukte zitten we alleen maar in stijgende lijn.
Richting een najaar zonder veel gaten.
Wat me naadloos bij wat dienstmededelingen brengt.

  • We hebben een stuk grond gekocht. Een wondermooi stukje Westhoek met uitzicht op weilanden en koeien, op een kilometer of drie van onze huidige crib. Een stuk dat volgens ons ideaal is om de crib zoals wij hem in gedachten hebben uit de grond te doen rijzen. Misschien wordt het hier de komende tijd wel een bouwblog met stukken als “Vijf redenen om te investeren in een warmtepomp (de vierde zal je verbazen!)“. Misschien ga ik hier wel bloggen over hoe ik beter notaris was geworden in plaats van journalist, wegens duizend keer meer betaald per op papier gezet woord. Of misschien wordt het ook niks van dat alles. In elk geval: wij gaan een huis bouwen en zijn zotcontent en een beetje zenuwachtig omdat we er eindelijk aan kunnen beginnen.
  • Er komt een nieuw Blogboek. De vorige druk was al een hele tijd volledig uitgeput (wat voor heel wat wanhopige mailtjes uit Nederland en België zorgde van mensen die hem wilden en echt nergens meer konden krijgen). Keischattig vaneigens, maar ook behoorlijk frustrerend, omdat het mooie papier en de manier van drukken een herdruk erg prijzig maakten. Omdat de vraag bleef ga ik nog dit jaar een nieuwe en verbeterde versie schrijven voor 2017. Met nieuwe hoofdstukken en aanvullingen die ervoor moeten zorgen dat het niet leest alsof er ondertussen twee jaar zijn overgegaan. Ook de lay-out wordt nog eens herbekeken. Suggesties zijn welkom, hieronder of in mijn mailbox. Het Blogboek verschijnt omstreeks maart 2017 bij Uitgeverij Vrijdag, en zal ook veel vlotter te krijgen zijn in Nederland. Hoera!
  • Ik ben nog altijd aan het lopen. En het plan is nog steeds om in oktober deel te nemen aan een urban trail van een kilometer of acht door Ieper. Het zou moeten lukken, ook al sukkel ik weer wat met blessures. Ondertussen liep ik al eens iets meer dan zes kilometer aan een stuk door, een absoluut levensrecord, en hoop ik mijn tempo van drie keer lopen per week te kunnen blijven aanhouden. Ik heb er in elk geval deugd van, en het is ondertussen ook ernstig te zien op de weegschaal dat ik mijn gat een maand of twee geleden van de zetel heb weten te stampen.
  • Ik blijf ondertussen ook gewoon freelancen. Niet dat er ooit sprake was om ermee te stoppen, maar er staan dus ook op dat vlak weer een hoop fijne dingen op stapel waar ik erg naar uitkijk. Ik zou dus maar De Standaard Magazine blijven kopen, en niet enkel omdat het het fijnste magazine ooit is, maar ook omdat ik er van alles voor aan het maken en uitdokteren ben.

Het wordt dus in combinatie met bloggen en mijn kindjes en echtgenoot voldoende aandacht geven vooral kwestie van er niet over te gaan, dit najaar. Ik ga mijn grenzen extra hard moeten bewaken om het allemaal leuk en leefbaar te houden, mezelf kennende, maar je grenzen bewaken en afbakenen is hip, dus there goes.

Waarmee ik dus eigenlijk gewoon lang heb gezegd wat ook heel kort kon: ik blijf gewoon bloggen. Met plezier zelfs. En ik ben bij deze herbegonnen.

Welkom terug!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren