Maandelijks archief: februari 2017

Wat lilith las – februari 2017

watiklasAan het einde van elke maand deel ik welke boeken ik heb gelezen, en of ik ze goed vond of niet. 

Wat lezen betreft, was het in februari krak hetzelfde als het was wat eten, sporten, ademen en mijn huis onderhouden betreft: een rommeltje. Alsof ik op 31 januari het licht uitknipte in een situatie die behoorlijk onder controle was en op 1 februari in complete chaos wakker werd. Dat gaat zo in mijn leven. Deze keer heeft het te maken met een groot nieuw project waarop ik geen neen wilde zeggen, in combinatie met het afwerken van Blogboek 2 dat binnenkort in de winkel ligt. Schrijf je in op de nieuwsbrief als je daar meer nieuws over wilt, trouwens. Ondertussen liepen mijn andere bezigheden door, en waren er plots nog eens dingen op televisie die ik daadwerkelijk wilde zien. (Hotel Römantiek, iemand? KOMAAN. ZOVEEL HARTJES EN ZWAANVORMIGE PEDALO’S <3) Toch op de dagen waarop ik niet om kwart voor negen knock-out in bed lag. Had ik al mijn kindjes vermeld van wie sommigen drie keer griep kunnen krijgen op zes weken?

Ik weet het, het is overal wel iets.
Ik heb dus wel gelezen, maar echt zonder enig systeem. Een beetje hier, een beetje daar. Op dat vlak mis ik mijn Kindle en vervloek ik het feit dat ik me had voorgenomen om eens mijn papieren boeken uit te lezen. Die laatste heb ik nooit in mijn handtas zitten als ik onverwacht ergens moet wachten. Geur van een echt boek of geen geur van een echt boek, hoe mensen honderden jaren lang boeken gelezen kregen op echt papier, beats me! Al helemaal in het donker.

Het zijn dus drie volledig uitgelezen boeken geworden deze maand. Waarvan dan nog eens twee uit de bib, zo ga ik er ook niet komen met het uitlezen van mijn boeken op papier. Kort maandje, maar na een vliegende start in januari toch een serieuze terugval. Ik zit evenwel nog altijd drie boeken voor op mijn leesschema op Goodreads om aan het einde van dit jaar aan dertig boeken te geraken. De moed, ik geef ze niet op.

IMG_6081

Deze boeken las ik uit in februari:

  • Wil van Jeroen Olyslaegers: dit was het eerste boek dat ik van Jeroen Olyslaegers las en ik heb dat erg graag gedaan. Omdat de personages en het verhaal me nooit tot in het diepste van mijn vezels wisten te raken, gaf ik dit boek net geen vijf sterren, maar dankzij een overdaad aan slimme en mooie zinnen en een verhaal dat bleef boeien, kan ik niet anders dan zeggen dat ik erg onder de indruk was.
    **** op Goodreads.
  • Temperamentvolle kinderen van Eva Bronsveld: dit boek werd me al een hele tijd door heel wat lezers aangeraden, telkens ik het had over Dexter en zijn soms indrukwekkende woedeaanvallen. Ik heb het lang niet gelezen omdat ik niet het gevoel had dat mijn kind de lading van een temperamentvol kind dekte. Als ik hem dan toch een stempel moest geven dan eerder een zeer gevoelig kind van wie de radertjes in zijn hoofd erg lang blijven draaien. Zo eentje dat te voorbeeldig is op school en thuis dan weer compleet het tegenovergestelde om stoom af te laten. Dit boek blijkt ook over dat soort kindjes te gaan, wat het heel herkenbaar maakte. Ik kwam een hoop tips tegen over praten en luisteren, sommige las ik al eerder of hoorde ik in podcasts als Unruffled van Janet Lansbury. Die laatste volg ik niet in alles maar heeft me toch al van een hoop trucjes voorzien om de situatie in de crib wat leefbaarder te houden tijdens fases die maar niet lijken te willen passeren. In elk geval: dit boek was interessant. De tips helpen, en nog geen beetje. Als ik voel dat Dexter en ik (onze persoonlijkheden durven al eens botsen, maar daar komt wel nog eens een post over) van het padje afraken dan neem ik even de basisdingen ter hand, en als ik focus gaan dingen instant beter. Een serieuze aanrader voor ouders van kleine temperamentjes.
    **** op Goodreads.
  • The Life-changing Magic of not Giving a Fuck van Sarah Knight: posts als deze geven aan dat geen fuck geven om dingen niet echt te rijmen valt met mijn persoonlijkheid, maar het is wel een feit dat ik niet om alles een fuck kan geven. Dit heerlijke, grappige boekje van Sarah Knight dikte dat besef weer wat aan. Heel graag gelezen, en ondertussen een pagina in mijn bullet journal gestart met dingen waar ik echt geen fuck om geef. Zoals soupers van de basket, anonieme bellers en fermettes. Of talentenjachten, strijken en tombola’s. Erger nog: tombola’s op soupers van de basket. Zeker als je er paté op kunt winnen. Ik geef geen fuck om paté. Het enige dat nog erger is om te winnen is een strijkijzer, denk ik. Met alle respect voor uw tombola en het werk dat ge erin steekt, uw fermette en het feit dat uw vader artisanale paté maakt, dat spreekt!
    **** op Goodreads.

Interessant? In deze blogpost legde ik uit waarom ik iedereen een Kindle kan aanraden.

Op naar een nieuwe leesmaand! Heb jij leuke dingen gelezen? Deel het dan in de reacties hieronder! 

lilith en de haast vergeten vruchtbaarheidsbehandelingen

IMG_1544Bestaat de kans dat het niet lukt?”, vroeg ik, terwijl ik voor de zoveelste keer met mijn benen in het bekende gareel lag.
We kunnen heel veel”, zei de gynaecologe.
Dat was geen ja, maar ook geen neen.
Het antwoord weerhield me niet van me bij het naar buiten gaan een leven zonder kinderen voor te stellen.
Ik wilde ze, dacht ik, maar misschien kreeg ik ze wel nooit.
Die kans bestond, wist ik na nog maar eens een behandeling die niet aansloeg.
Die kans leek na elke poging groter in mijn hoofd.
Zou het ons dan ook lukken om gelukkig te zijn? Vast wel.
Al was ik daar niet altijd zeker van als de schrik me sommige nachten om het hart sloeg als een laag snel opkomend ijs.

Ik herinner me niet eens meer hoeveel behandelingen we gehad hebben voor ik een positieve test in mijn handen kreeg en alles ook echt bleef duren.
Ik herinner me vele uren in de wachtzaal.
Veel bijten op nagels.
En ja, soms liep het mis.
Als je door een achteruitkijkspiegel kijkt vallen dingen beter mee dan ze toen waren, omdat je vanuit je huidige positie weet hoe ze aflopen.
Met twee kindjes. Een jongen en een meisje.
De twee onwerkelijkste kindjes die ik me toen kon voorstellen.

Ik heb nooit over mijn vruchtbaarheidsproblemen gesproken.
Die van mij, ja. Dat was van in het begin duidelijk.
Ik wilde er niet over praten terwijl we aan het proberen waren.
Niet omdat ik me schaamde. Daar heb ik weinig last van.
Gewoon geen zin in tips.
Geen zin in weer iets aankaarten dat ik had.
Ik had toen namelijk al veel andere dingen om niet weer over te willen praten.

Opmerkingen met een knipoog, ook geen zin in. Ik voelde ze al komen.
Ik stopte meer dan een jaar eerder met de pil dan ik iedereen had wijsgemaakt.
Achteraf gezien was dat het slimste dat ik kon doen, om mij en het feit dat er geen zwangerschap kwam geen spotlights te geven waar ik geen nood aan had.
Of we kinderen wilden? Misschien. Zouden we nog wel zien.

Bij Flo ging het vlotter, omdat we wisten welke dosissen van welke medicatie we nodig hadden om het allemaal gedaan te krijgen. Ik heb toen altijd gezegd dat ik er gerust wel eens iets over wilde zeggen als ik de kindjes had die ik wilde. Maar kijk, toen waren er andere dingen waar iets over moest gezegd worden. Dacht ik er nog maar zelden aan terug.

En toen las ik vanmorgen het stuk van Maartje Luif in De Standaard. (koop die krant!)
Over wat je ontnomen wordt als je geen kinderen krijgt.

Het ging recht door mijn hart.
Wat weet ik het nog goed, alles.
En wat ben ik dankbaar dat ik het bijna weer vergeten kon zijn.

Lilith wil leren trunten

shutterstock_343460951

Trunten (ww. trunte, getrunt)
De flauwerik uithangen.
Ge moet niet zo zitten trunten, het is maar een klein wondje.

Het is een constante in mijn blogbestaan. De posts waar ik over twijfel of ze een goed idee zijn, blijken vaak de posts waar mensen me voor bedanken. Wat me de laatste tijd dikwijls doet terugdenken aan dit citaat van Neil Gaiman dat ik uit Tools of Titans haalde:

“The moment that you feel, just possibly, you are walking down the street naked, exposing too much of your heart and your mind, and what exists on the inside, showing too much of yourself…

That is the moment, you might be starting to get it right.”

Op dat vlak is het ouderschap een gigantische eyeopener.
Want hoe kan ik mijn kinderen leren dat onzekerheid en verdriet en frustratie emoties zijn die er mogen zijn, die niet weggeduwd hoeven te worden, als ik ze zelf blijf wegduwen?

“Het is niet erg”.
“Trek het u niet aan.”
“Denk aan alle positieve dingen”.
“Niet trunten”.
“Lachen en doorgaan”.

Ik heb dat ook allemaal geprobeerd, eigenlijk al mijn hele leven, maar het resultaat is dat ik een ongelooflijke pleaser ben geworden die dag in dag uit worstelt met gevoelens waar niet eens mee zou geworsteld moeten worden, omdat ze ook gewoon zouden moeten kunnen bestaan. Ja, ik voel me soms gekwetst als ik heel erg mijn best doe en mensen tikken me op de vingers. Ja, ik weet dat 98 procent van de reacties superlief zijn en ja, toch raken die 2 procent me meer. Is dat kinderachtig? Misschien. Zou ik daar rationeler mee om kunnen? Vast en zeker wel. Ben ik de enige? Ik doechtet niet.

Dat inslikken, ik merk door kinderen te hebben hoe snel we dat al moeten leren.
Altijd maar weer.
Ik vind dat zeer confronterend om zien.
Misschien moeten mensen elkaar eens wat vaker durven zeggen dat ze iets echt niet fijn vinden.
Dat iemand hen een beetje zeer heeft gedaan.
Misschien moeten we iemand die verdriet heeft eens wat vaker durven laten wenen.
En misschien moeten we wat meer oprecht proberen te luisteren in plaats van “trek het u niet aan” te zeggen.

Wat ik niet bedoel als een verwijt naar de mensen die dat zeggen.
Ik ben even schuldig.
Ik zeg dat ook al heel mijn leven, dat mensen niet moeten wenen.
Dat het allemaal zo erg niet is.
Maar waarom eigenlijk?
Ge trekt het u duidelijk wel aan, en in plaats van dat te erkennen minimaliseer ik uw gevoel.

Lang verhaal kort. Als ik mijn eigen gevoelens die in onze maatschappij vaak als zwak worden aanzien blijf negeren, verzwijgen, wegduwen en wegwuiven, hoe kan ik dan aan mijn kinderen leren dat ze een plaats verdienen?

Het is een gigantisch leerproces, geloof me, om mijn zoon die ook vaak heftig op dingen reageert te laten huilen in plaats van te zeggen dat hij zich niet druk moet maken. Ik moet mezelf elke dag leren dat als hij verdriet heeft, dat dat verdriet voor hem het echtste is dat hij heeft. Dat het hem niet helpt als ik zeg dat het zijn verdriet niet waard is. Dat hij moet stoppen met triest zijn. Niet moet trunten. Ik moet mezelf er op dagelijkse basis aan herinneren dat ik hem een veel groter cadeau doe als hij weet dat hij bij mij zo lang mag komen huilen als hij wil. Altijd. Ook over iets dat andere mensen te stom vinden om verdriet over te hebben.

Voor elke stap die ik al in dat proces heb gezet heb ik er drie teruggezet. Een processie van Echternach met roepen en vloeken is het. Voor elke keer dat ik voel dat ik iets goed en kalm heb aangepakt heb ik mijn geduld een paar keer verloren en op een manier gereageerd die ik liever onder de zetel zou vegen. Vandaag nog. Meerdere keren. Ziek en moe en een gigantisch drukke week en dan dat er nog allemaal bij. Maar ik doe mijn best. Ik hoop dat hij dat ooit zal beseffen.

Bedankt voor jullie reacties op mijn vorige post.
Bedankt om mij geen trunte te vinden, of toch niet luidop.
Bedankt om het niet te minimaliseren.

Als je iets voelt dan voel je iets.
Wat dat is heeft vaak met opvoeding te maken, en met persoonlijkheid.
Niet iedereen is even zelfzeker.
Niet iedereen heeft eendenpluimen, waar alles gewoon pijnloos vanaf druipt.
Je weet nooit welke stemmen iemand gevormd hebben, vroeger of zelfs vorige week nog.

Daar hoef je je nooit voor te schamen.
Dat wil ik leren aan mijn kindjes.
En in het verlengde, met heel wat vertraging, ook aan mezelf.

lilith deed van ach fuck it

achfuckitIk denk dat ik het in de vorige versie van het Blogboek dat op dit moment de laatste correcties ondergaat zo makkelijk liet lijken. Iets van wie op een podium kruipt krijgt al eens een steentje naar het hoofd. Soms een steen. Ik vertelde in hetzelfde hoofdstuk dat ik op jaarlijkse basis zowat honderd keer meer rozen naar mijn hoofd kreeg dan stenen. Waardoor ik steeds beter geworden was in het plaatsen ervan. Ik besef dat, dat die balans hier na al die jaren waarin ik vaak maar iets deed nog steeds waanzinnig goed zit, en ik ben daar zeer dankbaar voor. Deze blog is nog altijd mijn warm dekentje. Dat komt door jullie.

Maar soms he. Als het ongelooflijk druk is, met een boek dat gecorrigeerd moet worden en veel opdrachten en deadlines en al eens kloterij met opvang en zieke kinders. En ge hebt eigenlijk echt echt geen tijd om te bloggen, maar ge doet het nog altijd zo graag dat ge er toch tijd voor maakt. Op onmogelijke uren en momenten. Om boekenlijstjes te maken waar veel meer werk in kruipt dan voorzien. Om na te denken over nieuwe rubrieken, naast uw al intensieve dagtaak in de schrijverij. Om iets nieuws te bedenken voor binnen een paar weken als het hopelijk weer wat rustiger wordt (spoiler: dat gaat niet gebeuren, waarover later misschien meer).

Ik heb het even voor u nageteld: dan zijn er maar drie mensen nodig die uw blog zo weinig komen lezen dat je ze moet goedkeuren in de reacties. Plus een situatie van niets die je de indruk geeft dat mensen het nodig vinden dat je verantwoording aflegt voor hoe je de dingen hier aanpakt. Net voldoende om plots alsnog overvallen te worden door een hele dikke “ach, fuck it“.

Ik merk dat ik de laatste tijd vaak dingen incalculeer. Dat ik iets ga posten en dat iemand me ergens op gaat wijzen. Hoe vlees? Hoe een nieuwe jas? Hoe Studio 100? Soms op mijn blog, soms in het echte leven. Ik weet dat dat erbij hoort, met een archief vol meninkjes waarvan ik zelf meestal het bestaan niet meer afweet. Maar ik ben helemaal niet consequent. Nergens in, eigenlijk. Ik kan je vandaag zeggen hoe je het makkelijkst een tomaat kunt snijden en het morgen compleet anders doen. Ik probeer niet te preken, maar doe vast soms wel iets vanuit enthousiasme dat er hard op lijkt. Als je het op een bepaalde manier leest. Als ik het op een bepaalde manier schrijf. Dat gebeurt. Dat weet ik na veertien jaar ook. No biggie. Ik probeer mijn best te doen, maar ik ga ook regelmatig de mist in bij dingen die ik probeer. En ik ben daar doorgaans ook gewoon oké mee. Zo ken ik mezelf.

Maar soms word ik er wat moe van.
Ge hebt dat toch gezegd?
Waarom doet ge dat dan?
Hoe? Ik dacht dat ge dit?
Zei jij niet dat je dat?
Dat slaat toch nergens op?

Het slaat ook allemaal nergens op.
Dat is gewoon het ding.
En als ik voldoende slaap en tijd heb voor dingen snap ik de vragen zelfs beter dan nu.
Kan ik de doodgewone interesse onderscheiden van de geweertjes.
Maakt het me ook allemaal niet zoveel uit.

Ik was niet van plan om dit blogpauzetje te verduidelijken.
Ik wilde gewoon wachten tot het weer over was.
Tegelijk denk ik: waarom delen mensen het als ze content zijn en gaan ze in een hoekje zitten zwijgen als dat niet zo is? Wil ik daar niet wat van weg?
Dus ach fuck it, het is gewoon even wat het is.

Het blijft een leerproces, ook nu nog. Het zou niet het hele verhaal van deze blog zijn als ik een suikerlaagje over mezelf zou leggen en zou doen alsof ik op dat vlak niet te raken ben. Ik deel het niet om te horen dat ik geweldig ben, of omdat ik vind dat niemand me in vraag mag stellen. Wel omdat ik denk dat ik de eerste en de laatste niet ben die even haar mojo verliest. En ik weet dat ik het me allemaal niet moet aantrekken. Dat het niks voorstelt. Dat is lief. Er is voor de rest ook niks meer aan de hand dan dat: een blogdip. Er zijn geen traantjes gevloeid maar ik heb wel een beetje met mijn ogen gerold en gezucht. Zo’n situaties. Komt voor in de best families.

Het feit dat er hier al weer woorden staan is geen slecht teken.
Maar tegelijk: neem me vooral niet op mijn woord.
Dat zou ik zelf ook niet doen.