Categorie archief: how to

lilith loves the salad jar #boostyourpositivity

IMG_8367

Het klinkt vreemd, maar ik werd pas een slaatjesadept toen ik enkele weken het paleodieet mocht uittesten voor de krant. Daarvoor associeerde ik slaatjes vooral met sla. Ik vind sla niet bijzonder smakelijk, toch niet culinair interessanter dan een glas water met slasmaak. Ook niet als iemand er een komkommer en een tomaat overheen doet. Zelfs niet met een kwak mayonaise.

Het paleodieet, dat voornamelijk uit vlees en groenten bestond, leerde me dat er ook slaatjes zijn die vullen. En dat opende perspectieven, want toen ik ermee gestopt was en weer overschakelde naar minder vlees en vis, bleef de gedachte hangen dat je vanalles door een slaatje kunt doen waardoor je niet uitgehongerd en hangry like the wolf achterblijft. Ik ben nu nog steeds fan van slaatjes met avocado, gekookte eitjes, verse kruiden, (geroosterde) pitten en noten, edamame bonen, fruit, fantastische dressings (oosterse zijn mijn favoriet), en oh ja, van die Thaïse met runderreepjes, zoals je zo heerlijk kunt eten op de markt van Ieper.

IMG_7521

Ik slaagde er lang niet in om vaak slaatjes te eten, omdat mijn middagpauzes doorgaans kort zijn, en ik het dan niet zo zie zitten om witlof te beginnen snijden en dressings te kloppen. Maar toen ontdekte ik de salad jar: very pinterest, maar oh zo handig. En sindsdien eet ik dus wel gigantisch veel slaatjes, als ik er maar aan denk om op zondag aan wat food prepping te doen.

IMG_7893

De salad jar of slaatjesbokaal is even geniaal als simpel. Je prepareert alles voor je slaatje op voorhand, en dankzij een slim stapelsysteem in een glazen bokaal (ik gebruik deze van Kilner) slaag je erin om dat slaatje een dag of vier crispy te houden in de koelkast. Het enige dat je hoeft te doen is zo’n bokaal in je handtas steken, hem op je werk nog even koel bewaren, en ’s middags giet je hem uit over een kom of bord en kap je er de dressing overheen die je in een potje apart hebt meegenomen. Like. A. Boss.

En doodsimpel dus, zolang je de stapelregels goed volgt. (ik volg altijd deze regels, en die zijn mij al goed bekomen) De stapelregels zorgen ervoor dat je een droog slaatje hebt, en geen zompig slaatje. Bijzonder essentieel, dunkt me, qua mondgevoel en slaatjesenthousiasme.

IMG_7933

(een handig toestel als dit kan ook helpen, wat enthousiasme betreft, heb ik geleerd)

Stapelregels van de slaatjesbokaal:

de dressing gaat onderaan. Ik doe die meestal niet in de bokaal, maar in een potje apart, maar als je liever alles in één pot doet, dan doe je de dressing eerst in de pot. Op die manier raakt die de andere ingrediënten niet aan. Met een lepel of drie dressing kom je doorgaans wel toe, al wil ik zeker niet dat je je inhoudt. Een goede dressing is vaak het verschil tussen een bleh slaatje en een machtig lekker slaatje.

de harde groenten komen erna. Je wilt een soort schild vormen waardoor de dressing niet in aanraking komt met de sla. Groenten die dus niet helemaal van textuur veranderen bij contact met een dressing, dus. Denk komkommer, tomaat, witlof, selder, wortel, paprika, etc.

de derde laag is tussen de twee. Niet hard, en niet zacht, zoals boontjes, of champignons, of avocado, al is het misschien aan te raden om die er nog snel achteraf bij te snijden zodat die groen is, en niet bruin. Al moet ik zeggen dat die van mij het leven in de bokaal altijd behoorlijk heeft doorstaan.

Laag vier is voor pasta of granen. Quinoa, of bulgur, of rijst, of whatever floats your boat.

Laag vijf is voor eieren, of kaas, of vlees, of vis. Die van mij zijn doorgaans vegetarisch, dus ik heb persoonlijk geen idee hoe lang die laatste twee ingrediënten houden. Mocht iemand daar ervaring mee hebben, dan lees ik dat graag.

Laag zes is voor de sla, en noten of zaden.

Er zijn geen regels voor het aantal ingrediënten, je kunt het zo sober of zot maken als je zelf wilt. Daarna is het gewoon kwestie van de potten goed dicht draaien, en bewaren in de koelkast.

Heb jij ervaring met deze manier van slaatjesprepareren? Goede of slechte? Of extra tips? Mijn comments zijn jouw comments, zoals altijd.

Deze post maakt deel uit van #boostyourpositivity van Activia. De komende tijd gaan we op zoek naar tips om de werkdag aangenamer te maken, en hem ook nog wat gezond door te komen. Heb jij tips voor lunch breaks, of deel je graag hoe jij je dag zo efficiënt of vlot mogelijk doorkomt? Er zijn ook weer twee instagram challenges voor deze week: #showyourjob, en #myworktools.

showyourjob myworktools

Erg benieuwd naar hoe jullie werken. Deelnemen kan via de site, waar je ook een onvergetelijke lunch met collega’s kunt winnen.

lilith deelt haar favoriete foto’s uit Zuid-Frankrijk (en wat tips voor uw Instagramfoto’s)

draguignan_1

Ieper-Draguignan (FR), dat is een slordige 1135 km rijden. Ieper-Disneyland Parijs (FR) is 286 km, en wat ik me vooral herinner van die laatste trip is dat Dexter op de terugweg ongeveer 276 km lang achter mij heeft zitten brullen alsof iemand net had gezegd dat Bumba niet bestaat. Ziedaar: de reden dat ik er niet helemaal gerust in was, vorige zaterdag, toen we bij het krieken van de dag de tocht aanvatten die ons naar onze vakantiebestemming moest brengen.

Maar echt, los van een uur waanzinnige hysterie waarbij onze gloednieuwe iPadhouder eraan moest geloven viel het geweldig mee. Zelfs toen we er drie uur extra tijd moesten tegenaan knallen in de file op de autoroute du soleil.
En dus herinner ik me vooral een fijne week met veel zon, leuke uitstapjes, elke maaltijd buiten kunnen eten en elke nacht zelf opgegeten worden door killer muggen en andere vreselijke insecten.

Dat, en het feit dat mijn iPhonecamera niet stil heeft gestaan. Nieuwe omgevingen geven mij vaak een geweldige fotoboost, en dat was deze vakantie niet anders. Het resultaat is een reeks foto’s waar ik content van ben, en die perfect passen bij de herinneringen aan onze zonovergoten reis. Verre van perfect, en ook niet te vergelijken met die van een professional, maar wel geschoten met mijn telefoon, en dus helemaal goed voor mij.

Processed with VSCOcam with c1 preset

Mijn favoriete tips voor leukere instagramfoto’s, speciaal voor u:

hoe meer foto’s je neemt, hoe meer kans op een goede:
De foto hierboven was geen lucky shot, maar de enige goede uit een reeks van zeven waarin of Dexter of Youri wegkeken. Hij is technisch en fotografisch niet perfect, want ik had gewild dat die tabac er volledig opstond en ik er wat meer achtergrond uit had kunnen croppen, maar hij is wel perfect om weer te geven wat ik wilde tonen: hoe goed Dexter zich bij Youri voelt.

probeersel

licht boven alles.
Ik ben zot van goed licht. Vaak is een moment van geweldig licht voor mij een grotere aanzet om mijn camera boven te halen dan het feit dat ik voor de Mona Lisa sta. Omdat het verschil tussen een goede foto en een fantastische foto vaak net dat licht is. Natuurlijk licht is het beste om mee te werken, en dan nog best ’s ochtends of een paar uur voor de zon ondergaat, omdat de schaduwen dan minder hard zijn. Deze foto nam ik knal op de loeihete middag in het centrum van Draguignan, en dat werkte dus niet omdat alles veel te hard is. Licht kan dus ook tegen je werken.

draguignan3

Croppen is geen schande.
Integendeel zelfs. Ik crop me een ongeluk voor ik een beeld online gooi. Omdat het zelden zo is dat mijn kadrage van de eerste keer goed is. Soms geraak ik gewoon niet dicht genoeg met mijn camera, soms ligt er iets in beeld dat heel de foto verknalt, soms wil ik achteraf focussen op iets dat me het moment zelf niet zo was opgevallen.

Op de foto bovenaan dit stuk lijkt het alsof ik mee in het zwembad stond, maar ik lag gewoon een stuk verder in een ligstoel te vegeteren en heb achteraf alle afleiding eraf gesneden, en vierkant gemaakt voor Instagram. Check het origineel:

draguignan1_ongecropt

Je moet niet alles op Instagram zetten. En ook niet direct.
Dat is helemaal niet nodig, en vaak zelfs niet bevorderlijk voor de kwaliteit van je posts. Soms moet het licht nog beter, of wil ik er een filter overheen gooien, of wat trekken en sleuren aan de kleurwaarden. Dat doe ik tegenwoordig liefst in de app VSCO, maar er zijn er honderden die vast even goed zijn. En soms is een foto gewoon niet goed of interessant genoeg. Dat mag ook.

Processed with VSCOcam with c1 preset

– maak gebruik van de mogelijkheden van je telefoon:
Als ik een zotte zonsondergang zie, zoals op een avond in Draguignan, dan weet ik gewoon dat mijn standaard camera er geen weg mee zal kunnen. Tijd voor een app als Pro HDR, die twee foto’s neemt met dezelfde belichting in plaats van één waarop iets onderbelicht is en een ander deel misschien te veel. Het samengesmolten resultaat is zoveel psychedelischer dan ik ooit had kunnen bereiken zonder LSD.

Processed with VSCOcam with c1 preset

durf jezelf in bochten wringen:
Een beeld dat genomen is vanuit een onverwachte hoek is vaak veel leuker en verrassender dan vanop ooghoogte. Het ziet er vaak niet uit, zo’n fotograaf die op zijn buik ligt of vanuit kikvorsperspectief schiet, maar er is wel een reden voor. Probeer eens wat dingen uit, doorbreek wat regels (soms is tegenlicht net heel cool in plaats van slecht), en verbaas je over de mogelijkheden. Wees extra blij als je er in geslaagd bent om een meeuw in beeld te krijgen.Processed with VSCOcam with g3 presetJullie nog leuke tips voor betere beelden of apps of andere zaken die kunnen helpen? Ik lees ze erg graag in de comments!

lilith en de styliste: deel 3, waarin ik vertel wat het me heeft opgeleverd

styliste_3_1

Ik denk dat het onderhand wel duidelijk is dat ik geweldig content ben dat ik een styliste heb ingeschakeld om mij te adviseren bij het winkelen en kleren kiezen. Ondertussen zijn we een paar maanden verder, en nog elke ochtend bedenk ik me wat voor een gemak het is om niet meer te staan twijfelen over wat ik moet aandoen. Het was even aanpassen en een knop omdraaien in mijn hoofd, maar jongens, daar kreeg ik wel een hoop voor terug.

ik vind stukken op de meest onmogelijke plaatsen. Plaatsen waar ik vroeger geen stap binnen zette, omdat ik dacht dat dat toch geen zin had. I’m talking C&A en Kiabi en Bel & Bo, peoples. Doordat ik nu een beter beeld heb van wat mij staat en wat niet kan ik overal binnenstappen, checken of ze mijn kleuren hebben (waarover later meer), en indien wel bekijken of de stukken in mijn kleuren ook bij mijn lichaamsvormen passen. Het is opvallend hoe vaak ik al een match heb gescoord op plaatsen waarvan ik het niet had verwacht. Om maar te zeggen: de gele rok is een C&A’ke, het rode topje iets van tien euro in de Kiabi in Frankrijk. Dat geweldige rode jasje? Voor geen geld in de Pimkie.

styliste_3_2 styliste_3_3 styliste_3_4
ik durf geld uitgeven voor een goed stuk. Dat durfde ik vroeger nooit, omdat ik geen idee had of ik wat ik kocht nog wel veel zou dragen. Nu weet ik dat ik heel veel draagbeurten zou halen uit een mooie blazer in kobaltblauw, omdat ik het net zo goed over een jurkje als een topje en high waisted jeans zou kunnen gooien. En als het echt goed is voor mij (rechte lijnen, getailleerd, kort en afgesneden ter hoogte van mijn taille) dan zou ik er wel wat geld voor over hebben. Basisstukken for the win. En kennis is macht.

ik combineer als een baas. Doordat ik weet welke kleuren mij staan kan ik ze op elkaar afstemmen. Mijn kast past bij elkaar, en ik kan ermee spelen. Complementaire kleuren als blauw en oranje versterken elkaar, en ik vind het leuk om vanuit die wetenschap al eens te spelen met accessoires en schoenen en dingen.

styliste3_5 styliste_3_6

ik vind winkelen plots weer ongelooflijk leuk. Het is zo fijn om te weten waar je naar op zoek bent. Om hele stukken winkel links te laten liggen omdat je in één oogopslag ziet dat er niks van je kleuren bijhangt. Om iets te kopen en constant complimenten te krijgen. Dat is geweldig nieuw, en zeer fijn. Winkelen gaat nu trouwens veel sneller. In plaats van winkels te doorploegen en het toch allemaal niet te weten heb ik nu een arendsoog ontwikkeld voor dingen die bij mij passen of die ik nog ontbreek. Heerlijk.

ik wil niemand anders meer zijn. Vroeger droomde ik van een Kelly die er goed uitzag doordat ze tien kilo was afgevallen. Nu besef ik dat je ook visueel tien kilo kunt afvallen door je beter te kleden. Ik vind echt dat ik er nu slanker uitzie dan ik doorgaans deed, terwijl ik niet eens echt veel ben afgevallen. Het heeft allemaal met balans vinden te maken, en jezelf niet breder en korter maken met de kleren die je draagt.

styliste_3_8

ik boor hele nieuwe koopsegmenten aan. Accessoires jong, wat een leutige wereld om zot in te gaan als je weet dat het helpt. Het begin van een verzameling, jongens, ik zeg het u.

ik leerde pimpen. Sille raadt aan om eens textielverf te gebruiken, of je kleren interessant te maken op plekken waar je aandacht op wilt vestigen door bijvoorbeeld studs uit de Veritas erop te zetten. Zo had ik het allemaal nog niet bekeken.

styliste_3_7 styliste_3_9

Conclusie: het heeft mij zoveel deugd gedaan. Er zijn vast vrouwen met een aangeboren gevoel voor stijl, maar ik was er echt geen. Ik had geen idee wat me stond, werd daar heel onzeker van en deed dan maar zo saai en onopvallend mogelijk. Terwijl damn, nu vind ik het zo de max om wat kleur te brengen in het grijs rond mij.

Ik moest van Sille zeggen dat afstanden voor haar niet per sé een probleem hoeven te zijn, en dat ze altijd wil bekijken wat kan binnen jullie budget. Meer info is te krijgen via de gegevens op haar website. Nog vragen? Roep maar!

Bewaren

You need a budget. Yes you do.

youneedabudget

Ik zit de laatste tijd steeds vaker na te denken over geld. Moolah. Rosse en minder rosse klutters. En geloof me: dat is niet van mijn gewoonte. Mijn relatie met centen is er zeker geen van dubbele regenbogen en rozenblaadjes. Toen ik opgroeide hadden we het niet breed, en dat heeft me opgezadeld met een angst voor vensterenveloppen en alles dat met cijfers te maken heeft. Tot mijn gigantische opluchting ontmoette ik een man die mij het hele financiële gebeuren en het buitenzetten van de vuilnisbakken uit handen wilde nemen, in ruil voor mijn aangename gezelschap, het opstellen van een weekmenu en de zorg voor de was en de plas. Ik vond dat een dikke vette topdeal, en betrok sneller een appartement met die kerel dan ik schuldsaldoverzekering kon zeggen.

Bij nader inzien bleek dat een verkeerde inschatting. Niet dat samenwonen, wel alles uit handen geven. Ergens rond 2004 besliste ik immers dat de beste manier om met geld om te gaan was om te doen alsof het niet bestond. Ik werkte, en ik werkte bepaalde jaren zelfs als een halve zot, maar al de rest liet ik met plezier aan Youri over. Dat nam heel veel stress weg, dacht ik in het begin, maar later besefte ik dat het ook voor heel veel stress zorgde. Doordat ik geen benul had van wat we hadden en waar dat allemaal naartoe moest voelde ik me of ambetant als ik een uitgave deed, of niet ambetant genoeg.

Dan zat Youri peentjes te zweten omdat er vanalles en nog een rekening betaald moest worden, en kwam ik doodleuk aangewaaid met twee paar schoenen (hoe? Ik heb toch hard gewerkt? Wat is het probleem dan wel?), of ik wilde graag een paar schoenen maar wist niet of dat wel gepermitteerd was en dus deed ik het maar niet. Ik was clueless. Leefde de ene maand alsof ik een alleenstaande moeder met drie kinderen was, constant paniekerig over financieel onheil dat de fundamenten van onder mijn gat kon wegslaan, en de maand erop dankzij een meevaller alsof ik de lotto had gewonnen. Tot er een overwachte rekening in de bus viel, en ik helemaal de lotto niet bleek gewonnen te hebben. Het verkakte mijn schoenenshopplezier mateloos. Er waren goede maanden, en hele slechte. En er was vooral veel gefrons over hoe het kwam dat we nooit geweldig zot konden doen voor het problematisch werd.

In het verleden deed ik al eens een poging om te doorgronden waaraan al ons geld in godsnaam opging, door middel van het bijhouden van een huishoudboekje. Dat ging een tijd goed, en ik vond het razend interessant, maar toen vloog er plots een vogeltje voorbij en vergat ik het bij te houden. Terug naar af. Niet dat dat zo erg was, want het was niet meer dan dat: vaststellen. Bijhouden. Vaststellen zonder dat je aanpast maakt eigenlijk helemaal niets uit, en is alleen maar meer werk dan niet vaststellen.

Maar toen! Toen las ik voor het eerst over YNAB (spreek uit: waaineb), kort voor You Need A Budget. Ik deed er niks mee, omdat ik toen nog (foutief, kan ik u nu al vertellen) veronderstelde dat budgetteren niks voor mij en geweldig moeilijk was. Zeker in mijn geval: ik ben een freelancer, ik weet niet eens of er geld binnen komt, laat staan wanneer, want elke maand ziet er anders uit. Sommige opdrachtgevers betalen mij immers bij publicatie, en er kan al eens wat tijd zitten tussen het schrijven van het stuk en het factureren. Om maar iets te noemen.

Blijkt dat dat er dus echt compleet niet toe doet. Ik gebruik YNAB ondertussen een goede maand (het was een enthousiaste post van Kathleen die me de gratis trialversie deed installeren, en daarna heel snel de echte versie, omdat ik zelf na even zoeken hoe het werkte ook zo enthousiast werd), en ik ben zeer blij dat ik dat doe.

Dit is een voorbeeldbudget, ge zijt niet naar mijn persoonlijke rekeningstand aan het kijken.

Dit is een voorbeeldbudget, ge zijt niet naar mijn persoonlijke rekeningstand aan het kijken.

De tijd die ik steek in bijhouden wat we uitgeven (iets dat keihard meevalt dankzij het superhandige mobiele appje van YNAB) betaalt zich dubbel en dik terug in een grote dosis gemoedsrust. Want het is niet dat ik per se ongelooflijk rijk wil worden, ik wil vooral geen slaaf zijn van geld en alles dat het al dan niet hebben ervan impliceert. Kennis blijkt in dit geval echt wel macht: afgelopen week heb ik de tijd genomen om eindelijk eens te bekijken wat we elke maand, om de drie maanden of jaarlijks uitgeven. Wanneer de brandverzekering betaald moet worden, hoeveel dat is, en hoeveel dat bedrag gedeeld is door twaalf zodat ik elke maand een klein bedrag kan budgetteren in plaats van plots en onverwacht een paar honderd euro te moeten ophoesten die ik niet had zien komen.
Ik weet daardoor ook eindelijk hoeveel ik als freelancer met een variabel inkomen moet verdienen om in al onze basisbehoeften te voorzien, en vanaf wanneer er ruimte is voor extraatjes als kleren en schoenen en restaurantbezoek. Doordat ik dat weet kan ik -naar analogie met Opgeruimd van Marie Kondo- een belangrijke vraag stellen: “Does this spark joy?“. En die opdrachtjes die ik doe voor het geld en niet voor de fun opschorten, vanuit de wetenschap dat ik ze niet eens nodig heb om toch rond te komen. Zolang ik budgetteer wat binnen komt en elke euro een taak geef (een van de vier basisregels van YNAB) dan weet ik dat ik er kom. En maat, dat is een zalig gegeven dat ik de komende tijd wil uitmelken tot ik zo zen ben als Lao Tzu. Toch wat geld betreft.

Boeiende links:

Ik schreef ondertussen een blogpost met meer uitleg over YNAB.
Hier vertel ik hoe ik erin ben geslaagd om als kleine zelfstandige meer zwangerschapsverlof te nemen dan ik ooit voor mogelijk hield. 
Hier lees je hoe ik de kosten van onze bouw overleef zonder dood te gaan van de stress, en ook doelen voor de toekomst blijf stellen.
Wil je meer weten over de online cursus die ik heb gemaakt om makkelijk te starten met YNAB? Klik dan hier, en lees ineens hoe de cursisten hun leven zien veranderen.

Heb je nog vragen? De kans is groot dat ik die beantwoord in een van deze blogposts: “Help, ik krijg mijn man niet mee en andere vragen“, of “Is dat dan niet hetzelfde als Excel, maar betalend?“.

(de titel heb ik trouwens van de bijzonder interessante Whiteboard Wednesdays filmpjes van YNAB, die altijd met dat zinnetje beginnen. Ik ben niet honderd procent zeker dat jij een budget nodig hebt, maar ik denk wel dat de kans groot is dat het voor gemoedsrust kan zorgen. En gemoedsrust is da bomb.)

Wil je zelf ook testen of het iets voor jou is? Via deze link krijg je een maand gratis, en ik ook. :)

Wil je op de hoogte gehouden worden over de volgende datum van mijn online cursus “YNAB voor beginners”? Geef je hier op om daarvan op de hoogte gehouden te worden! Je inschrijven op de wachtlijst houdt geen enkele verplichting in. 

Bewaren

Hoe dat autorijden plots toch lukte

Tip 1: zet u aan de juiste kant van het stuur.

Tip 1: zet u aan de juiste kant van het stuur.

Zelfs ik stond versteld van de vele reacties die ik kreeg op mijn post over rijangst. Ik wist dat ik niet de enige was, wat mijn schaamte erover net voldoende temperde om er eindelijk een blogpost over te schrijven, maar het bleef schaamte. En een onderwerp waar ik in het echte leven altijd weer rond fietste (want te bang om de auto te nemen, badum tss), vanuit het gevoel dat iedereen en zijn nonkel met gemak over de Brusselse ring reed, behalve ik. Dat bleek dus niet waar.

Dat werd ook duidelijk uit het aantal keer dat ik er in het echt over werd aangesproken door collega-angstigen zonder rijbewijs of met rijbewijs dat vaak ergens weggepropt zat om nooit meer bovengehaald te moeten worden. Hoe ik dat had gedaan. Of ik tips had. Ik heb er, evenwel niet per se wereldschokkende, maar ze hebben mij toch geholpen om ervoor te zorgen dat iets dat zo goed als heel mijn leven tot begin dit jaar compleet ondenkbaar leek (ik die in een auto stapte en ergens heen reed) ondertussen wel dagelijkse kost is. Dit hielp:

  •  speel open kaart met de rijschool: ik nam lessen, en niet eens weinig, maar het ging pas echt beter na een crisis met een boerse instructeur die mij met de grond gelijk maakte, waarop ik zo in de put zat dat ik mijn examen afbelde en mijn lief naar de rijschool liet bellen om uit te leggen dat er misschien toch andere middelen aan te pas zouden moeten komen als dit meisje ooit dat rijbewijs wilde halen. Omdat ik zelf te trots was om toe te geven hoe erg het met mijn angsten zat. En toen kreeg ik de instructeur voor moeilijke gevallen (die sindsdien mijn blog leest, dag Dirk en nog eens merci voor het engelengeduld en de honderd manieren waarop ik “natuurlijk kan jij dat wel” te horen kreeg <3) en sleurde hij me erdoor. Eeuwige eeuwige dank. Ik las dat er ook psychologen zijn die soms in samenwerking met rijscholen aan angsten werken, dus misschien kan dat ook helpen. En er is ook interessante literatuur.
  • leg niet te veel druk, maar wel een klein beetje. Als ik na het behalen van mijn rijbewijs van de ene dag op de andere naar Gent had moeten rijden zou dat de absolute doodsteek geweest zijn, maar plots elke dag van en naar de school van Dexter rijden (op anderhalve kilometer van de crib) was natuurlijk wel haalbaar. En ik weet het, groene jongens, anderhalve kilometer doe je voor het milieu maar beter met de fiets, maar ik had hier een doodsangst te tackelen, en het was winter. Gelieve de wijzende vingertjes weer richting jullie zakken te verplaatsen. Die verplichte anderhalve kilometer heen en terug op een vast parcours zorgde er al snel voor dat ik al eens een rondje deed naar de supermarkt, en toen nog twee kilometer verder, en plots dacht ik er niet meer over na.
  • elke dag een kilometer is beter dan een keer om de week vijftig kilometer. Dat bleek toch te gelden voor mij. Voor Dexter met school begon reed ik meestal alleen in het weekend, of als ik eens op reportage moest. Dan reed ik op zaterdagmorgen dertig kilometer om boodschappen en naar de schoonouders en dan weer terug. Omdat dat niet meer dan een keer per week gebeurde was dat altijd iets waar ik tegen op zag. Als in “Oh neen pfffft bleh morgen moet ik weer rijden” en slecht slapen van de gedachte alleen al. Als rijden iets is dat je elke dag doet dan valt dat gegeven weg. Zeer en zeer bevrijdend, vind ik dat, dat ik tegenwoordig in mijn auto kruip zonder stress of nadenken.
  •  zie het als een leerproces waarvoor je tijd hebt: een van mijn grootste fouten was dat ik vanaf dag één wilde kunnen rijden zoals iemand die al tien jaar met de auto rijdt, maar zo werkt dat dus niet. Nu zie ik het als elke dag een beetje beter doen, en zo gaat het ook. Ik merk dat ik beetje bij beetje verkeerssituaties beter inschat, ik kijk goed naar hoe andere mensen een parkeerplaats inrijden, stel vragen als ik Youri iets zie doen dat ik zelf misschien anders had aangepakt, en beetje bij beetje word ik beter. Dat is op dit moment mijn enige doel: beter worden. Dat vlotjes achteruit parkeren of een parkeergarage inrijden zonder klotsende oksels komt nog wel eens.
  • omarm je nieuwe leven. Een leven zonder rijbewijs lijkt op een leven zonder rijbewijs. Lees: met een hoop beperkingen. Het duurde even voor ik doorhad wat ik nu plots wel allemaal kan. Boodschappen doen als ik wil. Mijn kind meenemen naar pretparken en binnenspeeltuinen en bossen en andere zaken die niet op wandelafstand liggen. Ergens naartoe gaan zonder rekening te houden met het openbaar vervoer. Gaan sporten op verdere locaties. Allemaal dingen die ik niet deed, omdat ze niet in me opkwamen, want altijd dikke miserie om ergens te geraken. Sinds dat niet meer zo is en ik niet meer afhankelijk ben van de goede wil van andere mensen lijkt de wereld elke dag een beetje meer voor me open te gaan.
  • leve de automaat. Last, maar zeker not least. Leren rijden en je rijbewijs halen moet in dit land nog altijd met versnellingen, en dat heb ik dus ook gedaan. Jan fluit me in de comments terug met “er is geen enkel reglement dat dit zou verbieden. Wel is het zo dat als je het examen aflegt met een automaat dit duidelijk op je rijbewijs wordt vermeld en je ook beperkt wordt tot die automatische versnellingsbak. Omgekeerd geldt deze beperking niet“. Had ik dat geweten! Maar goed, van zodra ik mijn eigen autootje kocht was het voor mij duidelijk: alles dat ertoe kon bijdragen dat het makkelijker werd om de weg op te gaan was welkom. En aangezien een chauffeur betalen net iets te hoog gegrepen was werd het een automaat. Sindsdien is het dikke liefde tussen mij en mijn auto. Omdat hij nooit stilvalt. Omdat ik alleen maar op de weg moet letten, en niet op in welke versnelling ik zit. Youri zijn aanstaande auto wordt er trouwens ook één, dus vanaf dan ben ik pas helemaal de koning te rijk.

Veel van deze tips zijn vast te persoonlijk om voor iedereen handig te zijn, maar ik hoor het graag mocht het helpen. Of mochten jullie nog andere tips hebben. Dat geweldige Fiatje op de foto is jammer genoeg niet van mij, trouwens. En vast ook net iets te klein voor mij en mijn angsten.

Meer lezen? Dit is een heel goed boek over rijangst.

Getting Things Done: het systeem dat mij behoedt voor totale chaos

gettingthingsdone

Toen ik een tijd geleden een foto deelde op Instagram van Getting Things Done, het boek van David Allen dat ik aan het herlezen was, kreeg ik behoorlijk wat vragen. Dat verbaasde me. Doordat ik zijn systeem al jaren gebruik om mijn to do’s te organiseren ging ik er precies van uit dat andere mensen vast ook een dergelijk systeem gebruiken. Omdat ik me niet kan voorstellen hoe je het anders doet, zonder te verzuipen in wat er dagelijks op je afkomt van dingen die gedaan en onthouden moeten worden.

Dat bleek evenwel helemaal niet zo te zijn, en heel veel mensen wilden weten hoe ik het dan precies aanpak en wat dat magische systeem dan wel is, dat ervoor zorgt dat ik continu mensen verbaas door iets voor hen mee te brengen waarvan ze zelf vergeten waren dat ze het me hadden gevraagd. #tadaaaa #partytrick

Een tijdje geleden schreef ik er dit over voor De Standaard Magazine:

Je uitstelgedrag te lijf met Getting Things Done

Ik val op regelmatige basis ten prooi aan één van de grootste ziektes van deze tijd: systematisch overweldigd raken. Door het aantal mails dat elk uur mijn mailbox binnenkomt, door de aanhoudende stroom facebookstatussen van vrienden die ik niet wil missen, door de dertig afspraken die ik nog moet regelen en door het constant knagende gevoel dat ik ondertussen ook nog eens vijfentwintig andere dingen aan het vergeten ben. Het is een gevoel waar ik bijzonder weinig levensvreugde uit weet te putten, en ik blijk lang niet de enige te zijn: duizenden surfers googelen zich op dagelijkse basis suf, op zoek naar een remedie voor krak hetzelfde probleem. Eén van de takken waar zij zich wanhopig aan vastklampen lijkt David Allen te zijn. De Amerikaan verkocht sinds het verschijnen van zijn boek ‘Getting Things Done: The Art of Stress-Free Productivity’ in 2001 meer dan een half miljoen exemplaren van zijn productiviteitsreligie. Op Twitter hangen elke dag een kleine anderhalf miljoen volgelingen aan ’s mans lippen, en over de hele wereld verdringen mensen zich om één van zijn dure seminaries te kunnen bijwonen. Allemaal met één doel voor ogen: dingen gedaan krijgen, Getting Things Done.

Open eindjes
Het devies van mijn moeder was nochtans simpel, in mijn tijd, en overweldigend goedkoop: als je iets gedaan wil krijgen moet je eraan beginnen. Ook nog: altijd eerst datgene doen dat je minst graag doet, om daarna over te gaan op wat leuker is. Waarom zou ik dan in godsnaam betalen voor Allen’s boek, laat staan voor een duur seminarie, kun je je dan afvragen. Wel. Volgens Allen hangt er boven de werkdag van de gemiddelde hedendaagse mens een wolk van zich constant opstapelende verplichtingen met een open einde. Mails blijven onbeantwoord in je inbox hangen voor later, gesprekken met een collega in de gang worden afgebroken met “we bespreken het nog wel”, en zo komt het dat jij en ik en alle mensen om ons heen op de meest onmogelijke momenten erg ongemakkelijk worden van alles dat nog gedaan moet worden. Vaak om drie uur ’s nachts, als de slaap niet wil komen en dat alles nog honderd keer erger doet lijken dan het eigenlijk is.

Free your mind
En dan is daar dus David Allen. Zijn succes is niet alleen overweldigend in de boekhandel, ook het internet bulkt van de websites rond zijn GTD-systeem, en de tools en applicaties die erop gebaseerd zijn verkopen als zoete broodjes.
Allen’s idee is nochtans vrij simpel: free your mind, and the rest will follow. Zet alle zorgen en to do’s en niet vastgeknoopte eindjes uit je hoofd door te beginnen met ze op te schrijven. Allemaal, zonder ook maar één item over te slaan. Niet het feit dat je al een jaar die keukenkast moet leegmaken, niet dat je een fles tapijtreiniger moet meebrengen als je de volgende keer in de supermarkt staat, en ook niet dat dat belastingsformulier nu toch al heel lang in je richting aan het grijnzen is. Alles vanuit je hoofd op papier gooien, zegt David Allen. Ook al duurt het uren, toch doen! En dus schrijf ik mezelf te pletter, breek ik mijn hoofd over verbouwingswerken die maar binnen een half jaar op de planning staan maar waar ik eigenlijk best al één en ander voor kan regelen, en als ik klaar ben, denk ik nog een uurtje langer na. Hoe langer ik dat doe, hoe langer mijn lijst wordt, tot ik echt het gevoel heb helemaal leeg geschreven te zijn. Volgens Allen is er maar één perfecte uitkomst bij deze oefening: letterlijk niks meer aan je hoofd hebben. Geen to do itempje dat nog ergens achter in je hoofd kan rondzweven, om dan op een ongepast moment meedogenloos toe te slaan. Niks overhouden. Een hoofd waar geen sprietje wind meer doorwaait. Pas dan is je mind sweep geslaagd.

gtd_2

Acties, en volgende acties
Als je mindsweep achter de rug is is het tijd voor één van Allen’s volgende stokpaardjes: de ‘volgende actie’. Volgens de auteur komen veel gevoelens van onzekerheid voort uit het feit dat onze doelen te vaag geformuleerd zijn. Hij laat de deelnemers aan zijn seminaries voor elk to do-item dat ze tijdens hun mind sweep hebben opgeschreven een volgende actie aanduiden, die de zaken in de goede richting zal doen evolueren. Staat er “tuin opruimen”, dan is de volgende actie misschien wel “compostzakken kopen”. Zijn de compostzakken ingeslagen, dan kan je overgaan tot de volgende stap in het opruimproces. Et voila, zolang je stapje per stapje dingen afwerkt kom je er wel, verzekert Allen, en blijft wat je te doen staat overzichtelijk. Bij wijze van aanvulling voegt hij eraan toe dat geen enkele meeting mag eindigen zonder dat iedere deelnemer zijn volgende actie kent.
Tijd om de proef op de som te nemen. Het duurt een tijdje voor ik voor elk item een volgende actie heb bepaald, en soms voelt het echt heel stom en regelneverig om letterlijk al die acties tot in de details te noteren, maar het werkt wel. Als ik er klaar mee ben heb ik het gevoel dat alle losse eindjes zwart op wit staan, en ik dus even nergens meer aan moet denken. Ik ben er ook voor het eerst in een lange tijd van overtuigd dat ik niks over het hoofd heb gezien.

Context is alles
Eens het aanduiden van volgende acties achter de kiezen, is het tijd om je to do items te ordenen. Niet volgens prioriteit, zoals ik het gewoonlijk aanpak, wel volgens context. Alle telefoontjes bij elkaar, zodat je als je even een kwartier over hebt in de buurt van een toestel voluit gebruik kan maken van de mogelijkheden. Alle mails bij elkaar, alle aankopen die je nog moet maken op één lijstje, zodat je het bijhebt als je in de winkel staat. Kan je geen volgende actie bedenken voor een to do? Dan is de kans groot dat je het gewoon moet opbergen in een mapje, voor verder nazicht. Ook daar heeft Allen regeltjes voor. Alleen is het hele werkje zo omslachtig dat ik dit deel van zijn theorie snel aan me laat voorbijgaan. Foldertjes maken met lettertjes op zodat je alles mooi kan klasseren, ik heb de indruk dat dit net iets te weinig spek naar mijn bek is en haak af. Sorry, David.

Werkt het ook?
Neem het aan van een chaoot die de chaos in haar hoofd plots op een relatief korte tijdspanne grotendeels geëlimineerd zag: hoe zweverig het systeem van David Allen bijtijds mag klinken (zo raadt hij zijn volgelingen aan om projecten te bekijken alsof je er op een bepaalde hoogte boven zweeft, om maar iets te noemen), het zorgt er wel voor dat je dingen gedaan krijgt. Ik werd geholpen in mijn organisatorische queeste door een productiviteitsapplicatie met de naam “Omnifocus”, die volledig ontwikkeld is om het volgers van het GTD-principe extreem makkelijk te maken. Want te bekijken op mijn computer, en gesynchroniseerd met mijn smartphone. Komt er een mail of een telefoontje binnen, dan zit ik met één toetsencombinatie in mijn inbox, waar ik er een aantekening van kan maken. Mind gesweept. Elke morgen overloop ik mijn inbox en de rest van mijn geplande activiteiten voor de dag, bij een kopje thee. En het moet gezegd: ik voel me een pak rustiger dan anders.
Onthou ik echt alles? Natuurlijk niet, maar na een paar dagen merk ik dat het wel een reflex wordt om alles direct in mijn inbox te gooien, voor latere review.
Het grote voordeel van letterlijk alle to do items te zien staan in een overzichtelijk contextlijstje is dat ik dingen ook echt in gang steek, zoals het legen van mijn kleerkast en het wegbrengen van de zakken naar het containerpark. Elke to do die ik kan afvinken geeft me zo’n fijn gevoel dat ik me voorneem om te proberen elke dag minstens twee huishoudelijke taken weg te werken. Van vinkjes zetten word je vrolijk, zo blijkt!

Conclusie:
Zoals met zoveel systemen is er maar één gigantische adder onder het gras: laat je je consequentie om dingen bij te houden en te reviewen even varen, dan ben je verbazingwekkend snel terug naar af. Getting Things Done werkt fantastisch, en er bestaan heerlijke zakboekjes en computerprogramma’s voor, maar eerlijk: het vergt wel wat werk en volharding om je systeem op de rails te houden. En toch zou het bovenaan op iedereen’s to do lijstje moeten staan, vind ik na een week volharden in de boosheid. Dat bijna niet voelbare briesje van gemoedsrust dat na een paar dagen hardnekkig GTD-en door je hoofd waait: niet minder dan onbetaalbaar.

Nog enkele GTD-stokpaardjes
– de twee minutenregel: alles dat je binnen de twee minuten kunt uitvoeren voer je volgens Allen best meteen uit. Duurt het langer, dan kan je het in je inbox zetten om later in de juiste context te plaatsen, of je kan de taak aan iemand anders delegeren.
– inbox nul: elke mail moet direct behandeld worden, want een volle inbox zorgt voor stress en onrust. Eens behandeld stop je je mail in een mailmapje, zodat het niet meer in je zicht staat. Kan je niet direct iets doen, maak er dan een to do item van.
– het reviewmoment: je lijst in je inbox bekijk je best met enige regelmaat. Bepaal je volgende acties en je contexten bij voorkeur één keer per dag, op een vast tijdstip. Zo blijf je helemaal mee.

Meer lezen? Ook Prinses op de kikkererwt kan niet zonder het systeem, en ik plan binnenkort nog een post met hoe ik het dan concreet aanpak en welke lijsten ik heb staan en in welk programma, als daar interesse voor zou zijn.

Nog vragen of opmerkingen? Ik lees ze graag in de comments!

(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard Magazine)

14 tips om je volgende feestdiner perfect te organiseren

thanksgivingjaar2Afgelopen weekend organiseerde ik dus net als vorig jaar een thanksgivingdiner. En ook nu zaten Youri en ik na afloop weer verbaasd naar elkaar te kijken, omdat we het hadden klaargespeeld zonder een halve centimeter stress. Alles was op tijd klaar, stond warm op tafel en werd op warme borden gelegd, en ik slaagde er op de dag zelf in om op mijn gemak een koffietje te gaan drinken in de stad met mijn geliefden. Mijn gasten kwamen aan om half zeven, en ik was al van rond drie uur klaar met al mijn voorbereidingen. Geschift.

thanksgivingkoffie

En neen, het was geen klein menu. Er was heerlijke zalmtartaar en devilled eggs en rauwkost en nog enkele hapjes. Er was een kalkoen van bijna zes kilogram, opgevuld met gevogeltegehakt en cranberries en champignons volgens dit geweldige recept. Er was appelmoes en knolselder in witte saus, er was aardpeerpuree en puree van zoete aardappel, ik serveerde wilde rijst met champignons in marsala en groene boontjes met pancetta en een kom gravy die to die for was, al zeg ik het zelf. Als dessert serveerde ik brownies die gemaakt werden door mijn schoonbroer, want ook delegeren maakt deel uit van de job.

Dat het me allemaal lukte zonder kleerscheuren heeft superveel te maken met een artikel dat ik vorig jaar rond deze periode schreef voor De Standaard Magazine: wow-koken voor beginners. Ik heb toen zo veel geleerd van chef aan huis Philippe Van den Bulck dat ik zijn tips eigenlijk gewoon nog eens wil delen. Je weet maar nooit dat ik er een paar kerstdiners mee van de verdoemenis red.

kerstmisinieper

Tips om niet kapot te gaan van de stress bij het organiseren van een feestdiner:

1. Scoor met je specialiteiten
Philippe: “Vaak loopt het fout omdat de kok wil uitpakken met een spectaculair gerecht van op tv of uit een magazine waar hij geen ervaring mee heeft. Terwijl een diner net het moment is om te tonen wat je goed onder de knie hebt. Is dat vol-au-vent, dan til je die naar een hoger niveau door te kiezen voor boschampignons, fazant of parelhoen in plaats van kip, truffelolie en een krokant gebakken stukje kalfszwezerik, en daar versgesneden frietjes bij. Wees maar zeker dat je je gasten er harder mee inpakt dan met een ingewikkeld gerecht dat je door de stress koud en niet naar wens voor hun neus moet zetten.”

2. Details maken het verschil
Snij je groenten erg fijn, zelfs voor in de bouillonsoep. Als mensen zien dat je daar de tijd voor hebt genomen maakt dat indruk. Zorg voor koude en warme garnituren als gemarineerde rode ui, gecutterde nootjes of fijngesneden venkel. Blaas je gasten weg met zelfgebakken koekjes bij het dessert. Dit is ook het uitgelezen moment om die zilveren soepkom van je grootmoeder boven te halen. Je gasten verwachten het niet, en toch schreeuwt het “feest”. Vermijd felgekleurd servies, dat neemt de aandacht weg van je gerecht.

3. Plan, plan, en plan nog eens

Philippe: “Een hele avond niet bij je gasten kunnen zijn omdat je staat te stressen in de keuken is ergernis nummer één op een diner. Lijstjes en schema’s maken je leven makkelijker. Schrijf al je to do’s neer, plak er een timing op, hang een blad met je menu in je keuken en streep af wat voltooid is. Check en dubbelcheck op voorhand, en slijp je messen.” Voor mijn kalkoen maak ik een retroplanning: drie uur in de oven en een half uur rusten, als we om half negen willen eten dan moet ik dan beginnen en heb ik een half uur om al mijn bijgerechten op te warmen.

de boodschappen doe je best een dag op voorhand, zodat je tijd hebt om alles in de koelkast te schikken volgens gerecht, en aan je voorbereidingen te beginnen. Zet alle ingrediënten op je lijst, ook olijfolie en andere basisproducten die ervoor kunnen zorgen dat je in het heetst van de strijd tijd naar de winkel moet rijden. Philippe gebruikt doorzichtige potten voor zaken als bloem, noten, paneermeel en suiker, zodat hij altijd overzicht houdt van wat bijna op is.

zorg dat je plaats hebt: begin met fruitpersen, toasters en fruitschalen te verhuizen. De koffiezet haal je pas terug boven als je het dessert afwerkt. Bedenk je dat elk warm bijgerecht een plaats én aandacht vereist op je vuur of in je oven. Overloop of je die plaats hebt, of je voldoende potten hebt, en denk na over in welke kom je wat gaat serveren. (ik doe dat door kleine briefjes op mijn schalen te leggen) Voorzie zeker een extra tafel of schraag waarop je je borden kunt dresseren. Plaats om te koken is vaak veel belangrijker dan hoogtechnologische toestellen.

4. Volg een draaiboek

Op de dag voor je diner: maak je je keuken kookklaar. Stel je je checklist op. Doe je alle boodschappen, eventueel via een caddy service om tijd te besparen. Wil je vlees of vis klaarmaken, laat dan het schoonmaakwerk over aan de slager of visboer, dat zorgt voor minder stress en opruimwerk. Sorteer al je boodschappen en zet ze per gang in de koelkast. Maak alle groenten schoon. Kruiden spoel je schoon en verpak je in een vochtige keukendoek met plasticfolie, hetzelfde geldt voor sla. Zet altijd een bak ijswater klaar om je groene groenten in af te koelen zodat ze mooi al dente en frisgroen blijven. Dit kun je een dag op voorhand doen. Bewaar je groenten in folie in de koelkast, en warm ze de dag erna op in een pannetje met wat boter en een versnipperde sjalot voor extra smaak. Maak dan je bouillon en sauzen, die moeten vaak extra lang trekken. Groentenpuree en stoverijen maak je best vandaag al klaar. Als je nagerecht nog moet opstijven maak je dit ook vandaag. Zet de tafel klaar en verzamel alle borden en schalen voor de hapjes, en zet ze klaar per gang.

Op de dag van het diner: maak je de garnituren en bereid je de hapjes voor. Op dat moment breng je alles in gereedheid voor het diner en kijk je na of alles klaarstaat. De soep kan al in de ketel, de sauzen mogen in de sauspannetjes, enzovoort.

 5. Doe zoveel mogelijk op voorhand
Philippe: “Ik zorg altijd voor hapjes die op voorhand klaarstaan, zodat ik mijn gasten kan ontvangen. Ga voor één hapje waar meer afwerking aan is, en hou het voor het laatste. Mensen vergelijken graag, als je ermee begint moet je het daarna ook nog kunnen waarmaken. De verwachtingen opbouwen is veel leuker. Soep, patisserie, saus, denk na over wat je op voorhand kunt maken en invriezen. De meeste zaken boeten absoluut niet in aan kwaliteit.”

6. Ruim tussendoor op
Philippe: “Ruim zoveel mogelijk op tussendoor, maar ga niet afwassen terwijl er pannen op het vuur staan en koekjes in de oven. Hoe meer handelingen, hoe meer risico op mislukking. Ik zorg voor vuilnisbakjes zodat ik niet verzuip in de groenteresten, en zet curverbakken klaar voor de afwas. Zo blijft de spoelbak vrij, want die heb ik vaak nodig. Het bestek gaat in een emmer met een sopje, allemaal voor de dag erna.”

7. Liever warm en simpel dan moeilijk en koud
Philippe: “Eén van de allerbelangrijkste kwaliteiten van eten is dat het warm is, en warm eten hoort op een warm bord. Je borden kun je opwarmen door ze een drietal minuten in de microgolfoven te zetten, zodat je niet moet stressen dat alles koud is voor je klaar bent met dresseren.”

Nog meer tips nodig?

– Zet al je ingrediënten klaar in potjes. Meer afwas, maar ook meer overzicht en minder chaos.

– Tijd winnen door gepelde lookteentjes en versnipperde ui te kopen is geen schande, als je bereid bent om er extra voor te betalen zijn die even goed.

– Beleg je ovenplaten met aluminiumfolie, dat zorgt al voor minder afwas.

– Eventuele spatten op het bord veeg je weg met een in azijn gedrenkt doekje dat je op voorhand hebt klaargelegd. Hoe eenvoudig het gerecht ook is, op een proper bord ziet alles er stukken professioneler uit.

– Werk je aan delicate zaken die je niet uit het oog mag verliezen? De kookwekker is je vriend.

– Het verschil tussen een middelmatige chef en een goede is de manier waarop hij met zijn oven kan werken. Zie die als een extra kast waarin je zaken kunt garen en warm kunt houden.

– Investeer in goed materiaal, zoals een mandoline om je groenten snel en efficiënt fijn te snijden.

(de tips uit dit stuk verschenen eerst in De Standaard Magazine)

(vlak voor mijn kalkoen uit de oven mocht belde mijn papa om te zeggen dat Luc De Vos dood was. Ik had plannen om er vanalles over te schrijven, maar ondertussen hebben anderen dat veel mooier gedaan dan ik het kan. Ik heb een keer moeten huilen en een paar keer bijna, en ik schrok daarvan.)

Ga jij deze feestdagen zelf koken? Heb je nog tips? Vul gerust aan hieronder!

lilith schrijft een ode aan haar leesclub (en verklapt hoe je er zelf een kunt beginnen)

reading between the wines ieperAch, mijn leesclub. Ik weet nog hoe het een vaag idee was, eentje dat evenveel kans leek te maken om mijn slechtste als beste idee van het jaar te worden. Zo voelde het toen ik in februari voor de eerste editie onderweg was naar een groep vrouwen van wie ik de meerderheid enkel kende van mails met subject line “Ik wil meedoen met de leesclub!”. Het resultaat van een oproep op de Facebookpagina van deze blog, ook al iets waarvan ik niet wist of iemand zou reageren. Ik wilde meer lezen, ik wilde in contact komen met anderen die ook graag lezen, en ik wilde een excuus om mijn huis uit te komen. Daar een leesclub aan koppelen was een complete sprong in het duister. Zoals zo vaak bleek een sprong in het duister de beste sprong die ik kon maken.

leesclub reading between the wines ieper

Ondertussen bestaat Reading Between The Wines vijf maanden (al lijkt het veel langer), hebben we een kick ass logo (met dank aan mijn hubster), en zijn we al vier keer samengekomen in ons knusse zaaltje boven een van de leukste cafés van Ieper. Tot zover het voorspelbare nieuws, want dat was ook de bedoeling, dat we regelmatig zouden samenkomen. Het onvoorspelbare nieuws is dat de leesclub ondertussen is uitgegroeid tot een groepje vrouwen dat mij erg na aan het hart ligt. Of zoals een van de leden het onlangs zei: ‘op enkele maanden tijd van een groep perfect strangers naar de mensen die het vast als eerste zullen weten als ik nog eens zwanger ben‘. Dat laatste kan ook te maken hebben met de wijnconsumptie die plots opvallend stil zou vallen, maar toch. Mooi gezegd.

leesclub reading between the wines ieper

Samenkomen met gelijkgestemde zielen die ondanks hun verschillende achtergronden zot zijn van lezen is geweldig. Ik heb al zo veel bijgeleerd, de laatste maanden. Niet enkel over boeken, maar over vanalles en nog wat. Het is zot hoe snel je mensen leert kennen als je ze in de context van leesclubmeetings ziet. Ik had op voorhand niet eens kunnen vermoeden dat er zo veel geweldige vrouwen in mijn buurt woonden, ook. Onder het motto “we zijn eens buiten” beleven wij behoorlijk epische avonden, het moet gezegd. Ik kan het dus iedereen ten zeerste aanraden, zo’n leesclub.

Omdat ik vaak vragen krijg over het beginnen van een leesclub en onze werkwijze (“zitten jullie dan een hele avond naast elkaar te lezen?”): een lijst met tips. Let wel: ik heb hiervoor nooit deel uitgemaakt van een leesclub en heb dus geen idee hoe typisch die van ons is. Wat ik wel weet is dat onze werkwijze voor ons marcheert. En dat iedereen altijd erg enthousiast terugkomt naar de meetings en we ondertussen zelfs een wachtlijst voor nieuwe leden hebben. Not too shabby, dus.

Acht tips voor het opstarten van je eigen leesclub

  • zorg voor een handige locatie: omdat ik niet elke meeting wilde overleggen waar we de volgende keer zouden afspreken en het mij ook niet ideaal leek om telkens een plaats bij iemand thuis te zoeken waar meer dan tien luidruchtige vrouwen wijn zouden komen drinken en ik al hoofdpijn kreeg bij de gedachte aan hoe we dat dan betaaltechnisch zouden overeenkomen qua drankjes en hapjes ben ik direct op zoek gegaan naar een andere optie. Dat werd een zaaltje boven een lokaal café, waar we de fijne overeenkomst hebben dat we alles uit de koelkast mogen halen dat we nodig hebben (ze weten daar ondertussen perfect waarmee die koelkast gevuld moet worden) en op het einde van de avond mogen afrekenen. Aan het begin van de avond stel ik een penningmeester aan die streepjes op een blad zet, en dat lukt perfect. Een gemak!
  • denk na over je ledenaantal: in het begin dacht ik “laat de honderden leden tot mij komen!”, maar nu besef ik dat een limiet zetten op je aantal leden een beter idee is. Wij waren de laatste keer met elf, en volgens mij is dat net goed om voldoende verschillende meningen te hebben en iedereen aan het woord te laten, zonder dat je verzuipt in de meningen en het lawaai van een bende vrouwen. De overeenkomst is dat er nu even niemand meer bijkomt. We’re good.
  • zorg voor een systeem: een leesclub heeft een systeem nodig. Ons systeem is: we komen om de zes weken samen. In die zes weken lezen we het boek dat door de leden is gekozen. Op de avond zelf bespreken we het boek en kiezen we een nieuw boek. We duiden dan ook de volgende aan die de boekenselectie mag maken. De boekenselectie bestaat altijd uit drie boeken waaruit de leden met handopsteking het volgende leesclubboek kiezen. De echte die hards lezen soms ook de twee andere boeken, maar dat zijn een beetje strevers. En toch zien we hen graag.
  • zorg voor duidelijke verwachtingen: er bestaan heel wat verschillende leesclubs. Sommige zijn eerder academisch, andere dan weer losser. Ik vond het belangrijk om van in het begin te checken wat de verwachtingen waren. Al snel bleek dat wij niet het soort leesclub zouden worden waarin verhaallijn na verhaallijn en personage na personage wordt besproken. Wij hebben meer een keuvelleesclub die met erg zachte hand (of mijn leden zouden me hieronder moeten tegenspreken) wordt geleid met een vragenlijst als hulpmiddel. De eerste vraag is altijd: wie vond het goed? Wie vond er niks aan? En dan vertrekken we van daaruit. Soms laten we iedereen aan het woord, soms is het een discussie, ik schrijf al eens een zin op die ik uitmuntend vond, iemand anders heeft het dan weer over het hoofdstuk dat haar het meeste geraakt heeft en waarom. Ik zoek op voorhand soms wat reviews en meningen op om voor te leggen, of check de wikipediapagina van de schrijver op dingen die interessant kunnen zijn als aanvulling. Aan het einde bespreken we ook of we het boek zouden gelezen hebben zonder de leesclub (negen keer op tien is het antwoord neen), of we meer of minder van dat willen, en vaak krijg je ook wat extra boekentips mee naar huis. (awel, als jullie dit graag lazen moeten jullie zeker ook dat eens lezen!)
  • zorg voor een draaiboek: het zal wel zijn dat er gegniffeld werd toen deze voorzitster de eerste keer haar draaiboek bovenhaalde, maar het gaat nog altijd mee en het maakt de avonden net iets overzichtelijker. Mind you: mevrouw de voorzitter is een lijstjesninja/controlefreak van jewelste, dus misschien gaan andere leesclubs volledig mee met de flow van het moment, dat kan. Ik zorg altijd dat ik een lijst heb met aanwezigen (aan de hand van het Facebookevent dat ik heb aangemaakt), een lijst met agendapunten (Gaan we nu op leesclubuitstap? Wie gaat dat organiseren? Wanneer laten we nu eindelijk die tote bags met ons logo drukken bij Jean-Pierre?) en een hoop vragen voor de bespreking van het gelezen boek.
  • maak goede afspraken: op verschillende vlakken. Er is een ongeschreven regel dat we geen boeken van meer dan vierhonderd pagina’s lezen, of het zou moeten zijn dat iedereen erop staat dat we de laatste nieuwe knaller moeten lezen, ook al is hij immens. Tot nu toe zijn alle leden er altijd in geslaagd om het boek op zes weken uit te lezen, al heb ik een lid dat er altijd maar twee dagen op voorhand aan begint. Ook goed! De regel is ook: als je het boek niet hebt kunnen uitlezen (life happens, gelijk ze zeggen) ben je ook welkom. Behalve als je nooit een boek uitleest en alleen komt om te drinken, dan moeten we toch een keer klappen.
    Andere regels zijn: je kiest zelf of je een vertaling leest of het origineel, je kiest zelf of je op papier leest of op je e-reader, je kiest zelf of je een thema in je selectie steekt of niet, je kiest eigenlijk behoorlijk veel zelf.
  • sluit een deal met een boekhandel: als twaalf vrouwen hetzelfde boek willen lezen dan is naar de plaatselijke bibliotheek gaan geen optie. In onze leesclub worden de boeken dus meestal aangekocht, en af en toe doorgegeven van een snelle lezer naar die ene die toch maar de dag voor de leesclub begint te lezen. Onze leesclub werkt samen met een fantastische boekhandel die ons adviseert bij de selectie van onze boeken. Kan altijd handig zijn.
  • zorg voor een Facebookgroep: ik ben ervan overtuigd dat we veel langer vreemden die elkaar eens om de anderhalve maand zien waren gebleven als we elkaar niet elke dag zouden bestoken met berichtjes op Facebook. Niet enkel in onze geheime leesclubgroep, waar veel meer wordt besproken dan enkel boeken, maar ook via Instagram en Facebook walls en Goodreads. Een Facebookgroep is ook een geweldig gemak om iedereen tegelijk te bereiken als er een verandering is in de planning, of om een event of doodle te delen.
rbtw_meeting3

En dat is het zowat, denk ik. Ik kan alleen maar hopen dat iedereen die plannen heeft om een leesclub te beginnen dat ook effectief doet, en het geluk heeft om in zo’n geweldige groep terecht te komen als die van mij. No shit jongens, ik heb de beste leesclub ooit.

Nog vragen? Stel ze gerust in de comments!

Acht ultieme tips om van uw weekmenu een succes te maken

tips voor uw volgend weekmenu

Weten jullie nog, mijn lofzang aan het weekmenu? Ondertussen las ik op verschillende plaatsen dat niet iedereen dat systeem zo geweldig in zijn of haar leven krijgt gepast. Omdat het niet lukt met het opstellen van het menu, omdat mensen het moeilijk hebben met het idee dat je een week op voorhand moet weten waar je zin in zult hebben, omdat de gedachte aan op een bepaald moment diepvries moeten eten omdat die groenten tegen het einde van de week toch al volledig verlebberd moeten zijn tegensteekt. I hear you. Vandaar: mijn ultieme tips om van het weekmenu iets te maken dat  minder pijnlijk en moeilijk is dan het lijkt.

  1. Stel je menu op op een vast moment. Bij mij is dat op vrijdagmorgen, omdat ik op zaterdagvoormiddag mijn boodschappen voor een hele week doe. Maak er iets leuks van, met een lekkere kop koffie, een hoop kookboeken en kookmagazines in de buurt, duik eens in je Pinterestborden (of die van mij), en op een kwartier is dat gebeurd. Stel tegelijk je boodschappenlijst op. Ik bekijk ook altijd eens de bonusfolder van mijn supermarkt (via inmijnbus.be, omdat dat beter marcheert dan de site van de supermarkt zelf) en laat me ook daardoor inspireren. Is de prei in afslag, dan zet ik bijvoorbeeld preisoep op het menu en de dag erna risotto met prei.
  2. Bekijk ook eens wat er nog in je diepvries zit of op je voorraadrek staat. Ik probeer een dag per week uit onze diepvries te eten, en die dag plan ik altijd in op donderdag of vrijdag, omdat ik tegen dan inderdaad door mijn verse groenten en kruiden begin te zitten. Dus op donderdag eten wij al eens chili sin carne of veggie groentecurry of diepvriespizza. Soms soep uit de diepvries met brood. De truc hier is: als je dan eens aan het koken bent voor echt, een dubbele of driedubbele portie maken. Ge zijt toch al bezig. Uw keuken is toch al ontploft.
  3. Ik koop elke week een grote bak kerstomaatjes of gewone tomaten (meestal allebei), en die blijven heel de week goed. Wat wil zeggen dat ik op vrijdag vaak pasta met een saus van (al dan niet geroosterde) kerstomaten maak, waar ik vaak ook nog wat restjes van de vorige dagen in kwijt kan. Niks diepvries, gewoon vers. Niet alle groenten zijn na twee dagen onbruikbaar, op internet vind je heel wat lijsten met hoe lang dingen meegaan en hoe je ze best kunt bewaren. Handig zulle!
  4. Als ik thuiskom van de winkel (of binnenkort weer van de zelfplukboerderij, nog beter!) hou ik me altijd even met liefde bezig met mijn aangekochte groenten en verse kruiden. Die laatste wikkel ik in vochtig keukenpapier, omdat ik merk dat die in het plastiek waarin je ze soms koopt veel sneller sterven. Groenten die in een plastieken verpakking zitten waarin ze geen lucht krijgen haal ik eruit en steek ik in een bak, wat in de koelkast moet gaat in de koelkast, en ik doe er alles aan om ze voor de rest zo lang mogelijk te laten meegaan.
  5. Denk ook na over verval. Sommige groenten zoals broccoli kun je geen drie dagen laten liggen, want dan worden die zo vies geel. Die zet ik dan eerst op het menu.
  6. Besef dat je weekmenu niet in steen gebeiteld staat. Het is een hulpmiddel, niet iets waarop je afgestraft kunt worden. Ik schuif heel vaak, als Youri ’s avonds zegt dat hij eigenlijk zin heeft in iets anders of als ik bij thuiskomst denk dat ik vreselijk veel zin heb in Chinees. Dat mag allemaal, dan check ik mijn menu en zie ik hoe ik dat kan oplossen. Dat kan meestal. Als het eens niet kan dan is dat ook geen ramp, volgende keer beter en ge hebt toch tenminste uw best gedaan.
  7. Elke week hetzelfde doen mag. Je moet niet altijd het warm water opnieuw proberen uit te vinden. Zoals ik in de comments van de vorige post las: sommige mensen eten elke vrijdag soep met boterhammen omdat dat gemakkelijk uitkomt met andere activiteiten. Et voila: je hebt al elke week een dag ingevuld, wees blij. Hetzelfde met dagen waarop er gesport moet worden of waarop de kinderen in bad moeten: zet daar je simpele gerechten die op drie seconden klaar zijn. Of zo ongeveer.
  8. Improviseren mag. Soms had ik een simpele pasta in mijn hoofd voor een bepaalde dag en is het aan het einde van de rit een zotte pasta met vanalles en nog wat geworden dat ik uit mijn voorraadrek heb opgevist. Soms brengt het leven mij onverwacht op een markt vol leuke groenten en dan moet ik die meebrengen en daar iets mee doen. Ik heb daar nog nooit een boete voor gekregen.
  9. Maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk, door een lijst te maken met alle gerechten die je graag eet en daarop terug te vallen bij het kiezen. Ik doe dat in Evernote, en schreef daar hier al eens over. (merci om me eraan te herinneren, Mme Zsa Zsa! En voor het feit dat het ondertussen negen ultieme tips zijn en de titel niet meer klopt)

Nog tips voor zij die sukkelen?

lilith doet nog eens van weekmenu

weekmenu, hoera!

Sommige dingen sluipen uw leven binnen en nestelen zich daar op zo’n overtuigende wijze dat ge u niet eens meer kunt inbeelden dat ze er niet meer zouden zijn. Bij mij is dat zo met het weekmenu. Ik kan ondertussen nochtans een half kerkhof vullen met alle systeempjes die ik in de loop der jaren heb proberen invoeren om de chaos van mijn huishouden te bezweren. Allemaal stierven ze een even stille en gewisse dood. Omdat ik mijn vent niet meekreeg, omdat ze toch niet zo praktisch bleken als je doorheen de leuke labeltjes en stickertjes en tabbladen uit de HEMA keek, of omdat ik ze even snel weer beu raakte als ik er enthousiast van werd.

Maar niet zo met het weekmenu, o neen! Daarover schreef ik in 2010 al dat ik het toen al drie jaar met erg veel enthousiasme deed. Tel maar mee: dat wil zeggen dat ik ondertussen al zeven jaar elke week een menu maak. Valt daar eigenlijk geen lintje voor verdienstelijke huismoeder mee te verdienen?

In elk geval: het weekmenu is de cornerstone van mijn menage geworden. Het is voor mij zelfs een van de grootste mysteries van deze tijd: dat er mensen zijn die kunnen functioneren zonder. Nogal wat, zo bleek uit het gesprek in onze top secret moedergroep waarover i. hier heeft gepost. (superinteressante post over efficiënt koken trouwens, allen daarheen!) Als ik voel dat iemand verzuipt is het altijd een van mijn eerste vragen: “Maar werkt gij al met een weekmenu?”.  (Jep, ze zien mij graag komen, mijn verzuipende vriendinnen. In de plaats dat ik een kom soep binnensteek ofzo)

Dit wordt het hier voor de week die komt:

weekmenuut

Jullie wisten al dat wij door omstandigheden veel tomaten eten, right?

De pasta al forno is deze (poepsimpel en lekker), dit zijn de gevulde tomaten.

In deze drukke tijden waarin ik vooral schrijf en weinig energie heb voor andere dingen is het een godsgeschenk dat ik ’s avonds niet moet beslissen wat er gegeten wordt. Dat ligt immers al vast. Op een kwartiertje door kookboeken bladeren ben ik klaar voor een hele week. Ik weet dat ik op zondag voor twee dagen kook en dus op maandagavond vrij ben van kookduty. Ik weet dat ik woensdag leesclub heb en daar ga eten. Rust jong, rust.

Inspiratie nodig?

Dit is een weekmenu van in de tijd dat ik thuis nog dode dieren at.
Dit ook.
En Zsa Zsa kan dat ook goed.
Net als ninfita.