Categorie archief: personal

lilith is een introverte moeder (en jij misschien ook)

shutterstock_538823587Ik ken mensen die het ouderschap alleen maar leuk lijken te vinden.
Of toch veel vaker leuk en compleet fantastisch dan ik.
Niet een significant deel van de tijd ook best zwaar, of vermoeiend.
Laat staan uitputtend.
Die mensen schijnen uit een bodemloos vat energie te tappen dat ik niet weet staan.
Eerst dacht ik dat ze niet honderd procent eerlijk waren, en alleen maar deden alsof.
Dat ze alleen maar de mooie kant lieten zien, en voor de rest in de ontkennende fase zaten.

Later kreeg ik door dat er mensen zijn die het menen als ze zeggen dat ze kindjes zo extreem geweldig vinden op elk moment dat ze er wel 17 zouden willen. Dat ze hun bloedjes al missen als ze een kwartier aan het slapen zijn, en zich moeten inhouden om ze niet te gaan wekken. Toen die mensen me verzekerd hadden dat ze de waarheid spraken voelde ik me ineens de slechtste moeder ooit. De grootste truntemie, ook. Wat een contrast met hoe ik me soms voel.

Want hoe kon het dat zij altijd maar bij hun kind wilden zijn, en ik de moeder was die blij was dat ze na een maand of drie zwangerschapsverlof weer mocht beginnen werken? Hoe komt het dat sommige andere ouders naar het schijnt liefst jaren fulltime met hun kindjes zouden willen thuisblijven? Bij hen willen slapen, terwijl ik zo blij ben als ze in hun eigen bedje liggen? En hoe komt het dat ik soms moordlustig word als mijn kindje maar tien minuten wil slapen over de middag terwijl ik echt op een uur voor mezelf had gerekend? Hoe kan het dat ik kan wenen van vermoeidheid na een hele dag alleen met mijn kinderen? Ook al zie ik ze zo graag dat ik er meer voor over heb dan ik me op voorhand ooit kon inbeelden?

IMG_0546

Ik heb lang gedacht dat het aan mij en mijn gebrek aan oermoedertalent lag. Wat dat ook moge zijn. Ik zie Dexter en Flo doodgraag, en toch moeten ze niet per se op elk moment bij mij zijn. Kindjes zijn veel, en luid, en impliceren chaos, en ik hou al mijn hele leven van stil, en minder, en rustig. Ik ben diegene die in stilte wegsloop van uw trouwfeest. Er niet mocht aan denken om in uw studentenvereniging te zitten. Dat is niks persoonlijks. Ik blijk weinig aan die neiging om weg te blijven van grote evenementen met veel verwachtingen te kunnen veranderen, en had me er zelfs bijna bij neergelegd. En toen werd Dexter geboren.

Een baby krijgen is op zich al een behoorlijke schok voor elk systeem, en zeker voor het systeem dat graag wat tijd voor zichzelf heeft: plots is daar een hulpbehoevend wezen dat je op elk moment van de dag nodig heeft en verlies je van de ene dag op de andere de me-time waarover je al heel je leven beschikt. Plots wordt een toiletbezoek luxe, en alleen naar de supermarkt vakantie. Ik ben niet meteen wat je noemt verlegen, laat staan dat iemand mij snel als stil zou bestempelen. Meteen de reden dat het zo lang heeft geduurd voor ik doorhad wat er aan de hand was. Ik had mezelf nooit van zijn leven als een introvert bestempeld, had iemand me daarnaar gevraagd.

Uiteindelijk was het een podcast over introverten en extraverten die me zo door elkaar schudde dat ik even op de rand van het bad moest gaan zitten. Extraverten blijken mensen die energie krijgen van sociale gebeurtenissen, introverten moeten zichzelf weer opladen na sociaal contact. Die definitie gaf psychiater Carl Jung al in de jaren twintig van de vorige eeuw, en net geen honderd jaar later ging in een Ieperse badkamer het licht aan. Ik praat best veel en ontmoet graag mensen, maar het vergt zeker wat van me. Ik heb het liever in kleinere dosissen en wat diepgaander dan veel en van alles. En graag gecombineerd met voldoende tijd voor mezelf. In stilte. Wat me dus wel een introvert maakt.

Een introvert die keihard haar best doet, soms zelfs om een extraverte moeder te zijn die het allemaal aankan. Ik heb mezelf zeer regelmatig weggecijferd om dan toch keihard tegen de muur van mijn beperkingen aan te lopen. Ik heb zo lang gedacht dat ik faalde.

Tegelijk heb ik het niet zo voor vakjes, omdat ik soms bang bent dat je ernaar gaat leven.
Daarom ben ik altijd zo voorzichtig als iemand me vraagt of ik of Dexter niet een beetje hoogsensitief zijn. Zeker nu, met het succes van het boek van Fleur Van Groningen. Ik weet het niet. Soms herken ik iets, vaak ook niet. “Hoe weet ik dat ik sensitiever ben dan iemand anders?“, vraag ik me dan af. Maar dat ik soms doodop ben na sociaal contact, daar moet ik mezelf niet eens gek hard voor met anderen vergelijken. Alleen weten dat er anderen bestaan die op een compleet ander punt van de graadmeter zitten, was in mijn geval voldoende.

Ik schreef enkele weken terug een stuk voor de krant en nu deze blogpost vanuit de hoop dat anderen zich ook zouden herkennen, en zich minder alleen zouden voelen. En amai, dat deden ze.

IMG_0379

Jezelf kennen, dat blijkt bij mij met de jaren waardevoller.
Dat leerde ik in therapie, en ik merk dat dat me zachter heeft gemaakt.
Zeker ook voor mezelf.
Lezen dat anderen ook regelmatig worstelen met introvert zijn en kindjes hebben, dat zorgt ervoor dat ik het beter begrijp. Mezelf minder verwijten maak. Besef dat het ook voordelen heeft. Dat het me ook een alerte moeder maakt, een met goed afgestelde voelsprieten. Ik heb heel snel door dat er iets scheef zit bij Dexter. Dexter, die op dat vlak al van dag een duidelijk in mijn kamp zit. Iets waarmee ik rekening kan houden, iets dat ik ook heel goed snap. Ik hoop dat hij ook dat ziet, en niet alleen de overprikkelde kleuter van 36 waarin ik soms verander, aan het einde van een drukke dag met oneindig veel vragen over triceratopsen en vleermuizen.

Ik ben dan wel niet de hippe kruising tussen Mary Poppins en moeder Theresa geworden die ik in mijn hoofd had, maar ik doe mijn best met wat ik heb. En dat is exact wat ik aan mijn kinderen wil leren: dat je niet meer kunt doen dan dat. En dat dat oké is. Al behoorlijk wat, zelfs.

(Dit stuk verscheen in een iets andere vorm in De Standaard Magazine. Ik kreeg er zo veel reactie op dat ik het hier nog eens deel. Wil je het volledige stuk lezen, met duiding van een expert en andere introverte ouders, dan moet je je even registreren)

Wil je graag nog meer lezen over het onderwerp? Ik had heel veel aan “Stil- De kracht van introvert zijn in een wereld die niet stopt met kletsen” van Susan Cain. Er is ook een TED-talk

lilith en youri bouwen, dag 91

IMG_8513Wij zijn aan het bouwen. Dat zou je niet meteen opmaken uit het aantal posts dat ik al over onze bouw schreef, maar dat heeft zijn redenen. Het is zoals met het ouderschap, precies. Mensen kunnen wel zeggen dat het soms lastig kan zijn en kan tegenvallen terwijl je keihard aan het aftellen bent naar de bevalling, maar het is maar als de baby begint te huilen en niet stopt dat je beseft hoe hard het soms kan tegenvallen.

Niet dat er iets ergs is gebeurd, maar laat ons zeggen dat de wittebroodsweken snel over waren. Iets met mensen wiens maskers afvielen vanaf ongeveer bouwdag acht en ik die niet kon geloven dat we zo vroeg in het bouwproces al te maken kregen met liegen en beloftes niet nakomen. Ik had het ooit wel eens verwacht, ik weet hoe dingen gaan, alleen niet al van zo vroeg. Sweet lord baby jesus is al wat ik daarover te zeggen heb. Denk er ook zevenhonderd oogrollen bij.

15. de werf

Maar goed, ik hoop dat we het ergste ondertussen hebben gehad. De ruwbouw staat er.
De meeste aannemers liggen vast en zien er betrouwbaar uit. Echt. Dat doen ze meestal als ze aan je livingtafel zitten, ik weet het, maar ik weiger te geloven dat ze allemaal in mijn gezicht gaan spuwen binnen een paar maanden. Of ik in dat van hen. Ik ga jullie nog laten weten wat ik daar binnen enkele maanden over te vertellen heb.

In elk geval: sinds vanmorgen is er een aansluiting voor de elektriciteit.
Er staat van alles op de planning voor de komende weken.

24. teletubbielandSoms ben ik daar, tussen de speelbergen, en zie ik zwaluwen vliegen en kikkers springen en kan ik niet geloven dat ik daar mag gaan wonen, met tijd en boterhammen. En soms denk ik: waar zijn wijlie eigenlijk aan begonnen jongens?!

IMG_9279

Tegelijk: ik ga een waskoker hebben van de badkamer naar de berging. Coolste shit ever?
COOLSTE SHIT EVER.

lilith heeft geen idee waar de weken naartoe vliegen

IMG_0019 (1)Sinds ik mijn laatste blogpost schreef bedacht ik me al een paar keer dat ik er nog zoveel over te vertellen heb. Ik bedacht een post in bad over de zeven dingen die me opvallen sinds ik ben gestopt met drinken. Met als nummer zeven hoe vrouwenbladen bijzonder handig inspelen op wine-o-clock en hoe gek dat eigenlijk is als je leest hoeveel vrouwen volgens de enorme hoeveelheid reacties onder mijn post sukkelen met dat leutige glaasje wijn. Maar het is er dus nog niet van gekomen. Net als die post over hoe ik zonder veel miserie door dat eerste jaar ben geraakt, en nog wel wat andere ideetjes die goed leken, maar waar altijd weer te weinig tijd voor was.

De weken gaan zo snel, de laatste tijd. Zelfs met een bouw die sinds de start van het bouwverlof meer stilligt dan vooruitgaat. Plots is het midden september, and what have we done? Behoorlijk veel, nochtans. Na een moeizame zomer op werkvlak (dat is elk jaar zo, geen paniek. Allez jawel, ik sla elk jaar weer in paniek) vloog september weer keihard uit de startblokken met allerhande opdrachten en wordt het najaar vakkundig dichtgepland. Workshops! De boekenbeurs! (daar ga ik een paar leuke dingen doen, snel meer daarover) Geheime plannetjes met toffe mensen. En ik zou nog eens een weekendje wegwillen met mijn leaf zoals afgelopen zomer want dat was zo nodig. Ge moogt er nu op inzetten of het er ook werkelijk van gaat komen.

Ik denk dat ik hier gewoon even wilde komen zeggen dat ik nog leef.
Dat alles goed gaat.
Dat er best wel van alles zit aan te komen, maar nog even geduld.
En dat ik mijn lievelingssjaal uit North Carolina sinds vandaag weer kan aandoen, want net genoeg koelte in de lucht.

IMG_0250De herfst, gaan we hem omarmen?
Door af en toe bloemen en mooie vazen te kopen in de vorm van een vis, omdat we dat verdiend hebben?

IMG_0180
Door soep te drinken en kastanjes te poffen en al eens tijd te maken voor een wandeling?
En lief te zijn voor onszelf en malkander?
Het zou zo tof zijn.

lilith drinkt al een jaar geen alcohol meer (en is niet van plan om te herbeginnen)

IMG_2489

Laat mij starten met een disclaimer: ik heb getwijfeld of ik deze post zou schrijven. Ik heb me afgevraagd waarom die twijfel er was. Ik schrijf over huilbaby’s en postnatale depressies. Ik heb het gehad over mijn strijd met eten en stoppen met roken. Maar om de een of andere reden vond ik het lastiger om het over alcohol te hebben. Op een dag had ik het er met Youri over, en dacht ik: alleen al daarom moet je erover schrijven, kind. Omdat het duidelijk iets is waar eens over geschreven moet worden. En waarom dan niet door jou?

2 september 2016. Toen ik de gin tonic die ik bij mensen thuis kreeg op mijn gemak had opgedronken wist ik het. Het is klaar. Omdat ik het er niet met bijzonder veel mensen over heb gehad op voorhand leek het vast een impulsieve beslissing. Maar heel de zomer voor die gin tonic dronk ik ook amper, op een uitspatting na die het vermoeden dat al lang in mij leefde bevestigde: ik kan niet matig drinken.

IMG_1776

Dit is hem. De laatste gin tonic.

Mijn verhaal is er gelukkig geen van drinken voor het ontbijt en ik ben ook blij dat ik hier geen dingen moet vertellen over betrapt zijn op dronken rijden of ander grensoverschrijdend gedrag. Tegelijk vind ik dat de hoeveelheid die je drinkt er eigenlijk minder toe doet dan je op het eerste zicht zou denken. Toen ik de eerste keer tegen Youri zei dat ik wilde stoppen met drinken snapte hij niet waarom. Zoveel dronk ik niet, vond hij, en een mens mocht zich af en toe toch eens laten gaan? Zelf dronk hij toen al zelden of nooit, en misschien maakte dat het contrast tussen ons wel groter op de avonden dat ik in de wijn vloog en hij op het gemak een gini of twee dronk. Ik heb heel vaak dezelfde reactie gekregen als ik tegen iemand in mijn omgeving zei dat ik wat minder wilde drinken. Dat er toch geen probleem was. Er lag ook geen rock bottom aan de basis, zoals ze dat noemen. Wel een artikel over alcohol en angsten.

Angst is een thema bij mij, daar heb ik eerder al over geschreven. Ik ben bang opgevoed. En alcohol was er al rond mijn veertiende, en wat bleek? Het was de gemakkelijkste en leukste manier om even een break te nemen van mijn angstige hoofd. Het ene moment kon ik dan nog wel denken dat niets ooit goed kwam, na vier pintjes kwam alles goed. En voelde ik me minder sociaal ambetant en was ik volgens mij ook nog eens veel grappiger en leuker. Win fucking win.

Ik heb hele periodes in mijn leven niks gedronken, maar het zal niet als een verrassing klinken dat in tijden waarin zowel mijn moeder als mijn schoonmoeder stierven, ik niet bijzonder vruchtbaar bleek te zijn, uiteindelijk toch een baby kreeg die maar niet stopte met krijsen, en er nog wat dingen minder smashing liepen, een glas wijn op het einde van de dag wel een bijzonder gemakkelijke vakantie weg uit mijn hoofd kon zijn. Net als in de periodes waarin ik verzoop in het werk en moederschap, en het altijd wel ergens wine-o-clock was. En ik het verdiend had, dat vooral.

IMG_5197Ik heb me er lang weinig vragen rond gesteld. Tot ik me wel vragen begon te stellen. Over het feit dat ik altijd meer dronk dan ik me op het begin van de avond had voorgenomen. Over de regeltjes die ik met mezelf afsprak: nooit in de week, wel in het weekend. Waarop ik op vrijdagnamiddag al op het gemak aan de aperitiefjes ging want TGIF. Aja.

Wat alcoholinname betreft had ik volgens de regels in de krant amper een probleem. Maar als je er zoveel energie in begint te steken door constant met jezelf in discussie te gaan over of je al dan niet een probleem hebt of zult krijgen, dan heb je volgens mij al een alcoholprobleem. Ik kon het na een tijd niet meer opbrengen. Het nadenken over al dan niet drinken. De twijfel over of het me wel deugd deed, met mijn baby van een paar maanden oud. Tijdens de zwangerschap van Flo had ik niet gedronken, en erna was ik stilletjes weer aan het herbeginnen, en hell, heb ik mezelf soms vervloekt als ik de avond ervoor was weggeweest en al rond zes uur werd gewekt door mijn twee bloedjes. Ik begon me ook vragen te stellen over hoe ik wilde dat zij mij zagen. Een moeder die om de zoveel tijd als een zombie in de zetel tegen een kater zat te vechten, of erger nog: een moeder die niet naar huis wilde omdat ze liever met de minuut zatter werd, ik bedacht me dat ik dat eigenlijk allemaal niet zo fijn vond.

Mijn zoon en ik delen een mocktail.

Mijn zoon en ik delen een mocktail.

Dus ben ik gestopt. Eigenlijk zonder veel moeite. Ik ben beter in helemaal niks dan in een beetje. Ik heb niet gedronken toen Trump president werd. Ik dronk geen druppel tijdens de feestdagen. Op mijn verjaardag dronk ik een limonade bij mijn eten. Ik ben al meerdere keren zwaar uit geweest op bruiswater. En ik ken ondertussen elke plek in Ieper waar ze lekkere mocktails of homemade icetea verkopen. Het loopt allemaal veel makkelijker en beter dan ik op voorhand kon vermoeden.

Na een jaar kan ik wel wat dingen vertellen:

  • alcohol maakte mij net depressief en angstig. Ik was al een tijd in therapie, en toen ik het artikel las dat zei dat alcohol angsten net in de hand kon werken, vond ik dat dat geen sense maakte. Keihard aan jezelf werken en dan elke week wat dingen in je lichaam gieten die dat weer teniet doen. Ik was die angsten zo beu dat ik het minstens eens zonder wilde proberen. Awel, na een jaar kan ik het u met zekerheid zeggen: bij mij blijkt het te kloppen. Ik ben emotioneel stabieler, en veel minder bang. Mijn angsten zijn nooit helemaal weg, maar ze zijn heel doenbaar geworden. En ja, ik ben nog soms heel erg moe, en ik voel me soms alleen in alles, en dan ween ik even heel hard en roep ik dingen die ik niet meen. Maar ik ga niet over tot het openen van een fles wijn, ik kruip niet in bed om daar slecht te slapen en ik word de dag erna niet wakker met het gevoel dat ik weer heb gefaald en het allemaal niet kan. Ik ga wandelen, of lopen, of schrijven, of iets eten met vriendinnen. Geloof me: dat scheelt, qua zelfbeeld.
  • niet drinken maakt mij productiever. Mijn leven zit bij momenten zo vol dat het eigenlijk een beetje belachelijk is om het moeilijker te maken door iets in mijn lichaam te gieten dat mij niet zoveel deugd doet. Ik las ergens dat iemand een kater vergeleek met “playing life in extra hard modus“. Hoe waar is dat? Laat ons eerlijk zijn: twee jonge kindjes, een job als zelfstandige, weinig uren waarin ik veel gedaan moet krijgen, dan is een kater echt geen cadeau.
  • ik ben fitter. Niet enkel in mijn hoofd. Mijn spijsvertering ligt minder vaak overhoop. Ik heb minder de neiging om vet te eten, wat ervoor heeft gezorgd dat ik ook een kilo of vier ben afgevallen die ik toeschrijf aan stoppen met drinken. Ik voel me fysiek gewoon beter.
  • ik amuseer me beter als ik niet drink. Ik weet het, dit klinkt als iets dat alleen iemand die zo ongezellig is om nooit nog alcohol te drinken zou zeggen om zichzelf te troosten. Ik mag doodvallen als het niet waar is: ik amuseer me nu beter als ik met vrienden afspreek. Hoe dat komt? Ik denk nooit meer na over of ik ga drinken en hoeveel. En of ik niet te veel aan het drinken ben. En waarom andere mensen zoveel trager drinken dan ik. En of het fout zou overkomen als ik al een nieuw glas wijn bestel. Niks van dat. Nog beter: ik blijf heel de avond fris en ad rem. Dat kon niet gezegd worden van mijn vroegere avondjes uit, toen ik vaak al na een glas of drie minder geconcentreerd was en na nog meer soms gewoon hele flarden miste. Ik ben er ondertussen behoorlijk zeker van dat ik veel leutiger gezelschap ben als ik niet drink dan als ik wel drink. En dat was eigenlijk het beste besef van het afgelopen jaar, want daar was ik bang voor: dat het allemaal minder leuk zou zijn zonder wijn. Totaal niet waar. Ik heb op mijn nuchtere avondjes bij momenten zo hard gelachen dat mensen zich afvroegen of ik niet te veel had gedronken. Neen jong. Gewoon high on life. En geen kater de dag erna.
  • ik mis het veel minder dan ik op voorhand dacht. De voordelen zijn te veelvuldig, denk ik. Ik denk er zo goed als niet meer over na. Dacht ik in de eerste weken nog dat mensen me er constant over zouden aanspreken, dan is dat nu helemaal voorbij. Mensen zijn vooral met zichzelf bezig. Heel soms kijkt iemand naar mijn fruitsapje en krijg ik de vraag waarom ik niet gewoon een glas cava meedrink. Dan zeg ik iets als: ik heb al meer dan genoeg gedronken in mijn leven. En dan is het meestal voorbij. Als mensen echt meer willen weten, dan vertel ik er over, maar ik ben geen anti-alcohol warrior geworden. Helemaal niet. Af en toe krijg ik de vraag wanneer ik weer ga herbeginnen, en als ik dan zeg: “ik hoop nooit”, dan wordt er al eens bezorgd gefronst, alsof ik plots veranderd ben in een non die nooit nog plezier in haar leven kan hebben. Maar het ding is: ik heb plezier. Ik ga nog uit, ik ga nog op restaurant, ik amuseer me minstens even hard. En ik voel me beter en gezonder. Als het van mij afhangt, dan herbegin ik niet meer. En neen, dat is niet altijd makkelijk. Dat is bij elk etentje of aperitief weer beslissen om voor fruitsap of een watertje te gaan in plaats van voor de cava of wijn die van mij wordt verwacht, maar ik vind dat het het waard is. Ik ben blij met hoe dingen zijn gelopen, en als ik me al iets beklaag, dan is het dat ik niet eerder ben gestopt. Ik heb nog nooit gedacht: “damn, ik wou dat ik gisteren toch alcohol had gedronken“. Wat niet wil zeggen dat ik vind dat de rest van de wereld ook moet stoppen, verre van. Er zijn veel mensen die heel verantwoordelijk met alcohol kunnen omgaan. Maar ik was geen van hen.

Wil je graag meer lezen?

Ik had veel aan deze boeken:

This Naked Mind van Annie Grace was geweldig om te snappen hoe alcohol werkt en vooral: hoe alcohol niet werkt. Wat Stoppen met roken van Allen Carr was toen ik daarmee stopte was This Naked Mind nu. Zeer zeer boeiend en motiverend.

Blackout van Sarah Hepola. Grappig, herkenbaar, confronterend, en heerlijk geschreven.

IMG_0018

Lien Braeckevelt heeft as we speak een nieuw boek uit, dat “30 dagen zonder alcohol” heet. Het staat vol getuigenissen, tips en recepten om er eens dertig dagen voor te gaan. Misschien een ideaal geschenk voor mensen die eens een testje met zichzelf willen doen. Ik mag er vijf weggeven. Het enige dat je hoeft te doen is hieronder posten waarom je het boek graag wilt winnen. Kan anoniem, als dat makkelijker is, ik heb wel een mailadres nodig maar je kunt je naam gewoon aanpassen. Deelnemen kan tot woensdagnacht 6 september om 12 uur, op donderdagochtend mail ik de winnaars. Succes! (je mag ook gewoon posten als je geen boek wilt winnen, natuurlijk. Zet het er dan gewoon even bij, dan haal ik je uit de loting met de onschuldige kinderhand)

Nog een disclaimer: ik weet dat diegenen die het vaakst geneigd zijn om op dit soort posts te reageren doorgaans de mensen zijn die zelden of nooit alcohol drinken. Dat lijkt een constante, mensen die posten dat ze niet snappen wat er zo moeilijk is aan geen alcohol drinken. Dat soort reacties zorgt er vaak voor dat mensen die het wel snappen niet durven reageren. Ik vind dat altijd jammer. Alsof je tegen iemand met een depressie zegt “ik ben altijd vrolijk, ik snap niet waar jij zo’n drama rond maakt”. Dat helpt niet. Compassie helpt, je proberen in te beelden hoe dingen er voor iemand anders uitzien ook. Oordelen of zeggen dat jij het helemaal anders zou aanpakken is soms behoorlijk kwetsend bij gevoelige thema’s als verslaving en afhankelijkheid. Tegelijk snap ik de frustratie van mensen die nooit drinken en daar in onze maatschappij op worden aangesproken ondertussen ook. Deze blogpost heb ik vooral geschreven voor iedereen die mij de laatste maanden heeft opgebiecht ook te twijfelen en te sukkelen. Ik hoop dat iemand uit die doorgaans stillere groep er iets aan heeft. 

lilith was onderweg

IMG_7295Afgelopen weekend staarde ik een kwartier naar een foto. Op die foto sta ik met mijn leuke man, mijn geweldige zoon van vijf en de mooiste dochter van de wereld, ondertussen vijftien maanden oud. Het voetje van mijn zoon steunt op een spade die groter is dan hijzelf, en die steekt dan weer in het stukje grond dat we vorig jaar kochten en waarop als u dit leest misschien al de eerste werken aan de gang zijn aan het huis van onze dromen.

De foto werd genomen door mijn schoonvader op onze eerste spadesteek, en toen ik hem onder ogen kreeg werd ik ongebruikelijk stil.

Zo stil, dat ik de telefoon waarop de foto stond een paar keer weg heb gelegd, om hem daarna weer vast te nemen en opnieuw naar de foto terug te keren. Alsof ik moeite had om te geloven dat hij echt was. De overheersende gedachte was: “Amai”. En hij kwam eerder uit de mond van de tienjarige Kelly die plots door mijn veel oudere ogen leek te kijken. “Dit is mijn leven”, dacht die Kelly van tien. “Dit is het echt”.

De foto bracht me met een flits terug naar de uren dat ik op mijn kinderkamertje had gedroomd van hoe mijn leven er later zou uitzien. Zou ik trouwen? Met welke man? Zou ik kindjes krijgen? Misschien ooit een huisje? Als kind leek dat nog vanzelfsprekend, dat het allemaal op mijn pad zou komen. Maar hoe ouder ik werd, en hoe meer zijweggetjes en hindernissen er waren, hoe vaker ik twijfelde. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik nooit een lief zou vinden. Ik heb vele bange uren doorgebracht bij de gynaecoloog omdat ik maar niet zwanger raakte, en het niet duidelijk was of dat ooit zou lukken. Ik werd eerst heel dik, en toen weer slanker, nadat ik mijn maag liet verkleinen. Ondertussen verloor ik mijn mama aan kanker, en daarna mijn schoonmama. Het leken op het moment zelf allemaal enorme bomen die op mijn weg richting toekomst vielen. De ene boom een linde, de andere een onoverkomelijke sequoia. Ik keek naar de foto van op onze werf, en zag alle momenten voorbij flitsen waarop ik heb gedacht dat mijn leven over was. Toen mijn mama stopte met ademen. Toen ik een kindje kreeg dat maar bleef huilen en niemand me kon zeggen wat er scheelde. Toen ik zo depressief was dat ik ervan overtuigd raakte dat er geen zonnige dagen meer in het verschiet lagen.

En toch. Ergens onderweg heb ik altijd weer de juiste afslag genomen om te zijn waar ik moest zijn. Hier, met mijn kleine gezinnetje op ons charmante stukje grond. Ik heb elke hobbel en hindernis nodig gehad om hier te geraken. En ten volle te appreciëren wat ik heb.

(Als alles goed gaat beginnen ze vandaag aan de bouw van ons huis. De ideale dag voor deze column die in Femma verscheen)

lilith kijkt in de spiegel (en is blij met wat ze ziet)

IMG_7740

Ik herinner me geen magisch moment.
Het was niet dat ik van de ene dag op de andere dacht dat ik gearriveerd was. Er waren heel veel dagen. Goede en minder goede. Verdeeld over de afgelopen vijf jaar.

Er waren de dagen waarop ik “Shrill: Notes from a loud woman” las (lees het, lees het, lees het!), en daarna zo goed als alles van Lindy West, en haar wilde high fiven bij elke heerlijke selfie die ze postte op Instagram.  Er waren de dagen waarop ik ineens ging zwemmen in zee zonder dat ik verdronk van schaamte over mijn cellulitis. Nadat ik jaren alleen nog maar had gedroomd van zwemmen, omdat de gedachte aan mezelf op de wereld loslaten in badpak me tot complete wanhoop dreef. Er waren de momenten waarop ik op een feestje was en dacht: “Mo, ik voel me niet beschaamd om hoe ik eruit zie. En ik heb niet eens gedronken.”

Als ik nadenk over hoe ik me vele jaren heb gevoeld over mezelf, dan kan ik wel janken. Het ergste was niet dat er kerels waren die het altijd wel oké vonden om met mij te konkelfoezen, zo lang hun vrienden het maar niet wisten want hoe beschamend zou dat niet zijn, gespot worden met een dikke vrouw als ik? Het ergste was dat ik hen snapte. Dat ik me schaamde omdat zij zich voor mij moesten schamen. Dan zit je ver, besef ik nu. Het was niet het ergste, dat ik op straat werd nageroepen, maar wel dat ik dat eigenlijk maar normaal vond. Ik was dan ook beschamend degoutant in omvang. Wat had ik gewild? Het ergste was dat ik veel ergere dingen over mezelf dacht dan wat naar me werd geroepen. Geloof me, dan zit je ver.

Als ik lees en zie hoeveel leuke vrouwen en mannen zichzelf dag in dag uit afmaken omdat ze niet lijken op het beeld waar ze volgens de media aan moeten voldoen, dan moet ik weinig moeite doen om te wenen. Dan denk ik aan mijn zoon en mijn dochter, en dat ik dat niet wil. Dan denk ik dat ik wil dat ze zichzelf zien zoals ik hen zie: als de fantastische mensen die ze zijn.

IMG_7700

Thuis loop ik rond in korte broeken die tonen dat ik mijn levenslange lidkaart van team cellulitis en de chub rub club heb verdiend. Omdat het warm is, en vooral: omdat ik gestopt ben met me daarvoor te schamen. Ik loop ook zo rond, omdat ik wou dat ik in mijn eigen kindertijd meer echte lichamen had gezien van mensen die zich niet schaamden. Mijn moeder vond zichzelf openlijk te dik, ook al was ze veel slanker dan ik ooit zal zijn. Als ik daaraan terugdenk kan ik wel wenen, wetende dat ze daar heel wat kostbare jaren heeft aan gegeven voor ze zo ziek werd dat ze in sneltempo afviel en zei: “ik ben blij dat ik niet juist veel was vermagerd, of er schoot helemaal niks meer van me over”.

IMG_7514

Ik steek mezelf niet weg omdat ik eigenlijk niet goed meer weet waarom. Mijn kinderen moeten zien dat de boekjes maar een klein stuk van de realiteit tonen. Als zij het niet tonen, dan is het maar mijn taak en die van hun opvoeders om nuance te brengen in dat verhaal. Om te tonen dat er lichamen zijn die dik zijn, en dun, en gehandicapt, en lang, kort, behaard, sterk, ziek en in een hoop kleuren. Om hen te leren dat die lichamen misschien niet zijn zoals de media het op dit moment voorschrijft, maar dat dat niet wil zeggen dat de eigenaars ervan zich moeten schamen. Dat dat niet impliceert dat zij zich kapot moeten zweten in de zomer omdat ze hun dikke armen en benen niet durven tonen. Been there, done that, bought the t-shirt met lange mouwen.

Denk er eens over na: hoe vaak zie je vetrollen en armfilets en cellulitis als je de reguliere media volgt? En dan niet in een context van: hoe krijg je dat hier zo rap mogelijk weg, want beschamend? Zelfs in 2017 is het nog steeds zo dat alles oké is, zolang het maar keihard wordt weggestopt.

Is het voor mij nu makkelijker praten, omdat ik me volgens sommigen heb geplooid naar bepaalde maatstaven door tien jaar geleden voor een maagverkleining te kiezen? Ik zie het in elk geval helemaal anders.

Ik ben mezelf niet graag gaan zien omdat ik een bepaald gewicht heb bereikt. Ik heb op dit moment een BMI van rond de 30, met wat zagen en zoeken vind je een chirurg in dit land die snapt dat je zo niet verder kunt leven en dus een maagverkleining kunt gebruiken. Ik snap dat mensen zwaar ongelukkig zouden kunnen worden als ze het lichaam hadden dat ik nu heb. Ik heb dikke billen en een dikke kont, en als ik enthousiast naar u zwaai zwaaien de kipfilets onder mijn armen enthousiast mee. Ik heb een grotere kledingmaat dan een jaar na mijn maagverkleining, toen ik bedolven werd onder de complimentjes omdat ik zo slank was geworden en ik alleen maar dacht: eindelijk ben ik goed genoeg om graag gezien te kunnen worden. Om daarna te beseffen dat ik nog exact dezelfde Kelly was die met een reden dik was geworden, en dat al die gevoelens er nog altijd zaten. Alleen werd ik vanaf die maagverkleining ziek als ik mezelf wilde troosten met eten. Het zag eruit als een overwinning, maar ik besef nu dat ik toen nog altijd niet gelukkig was. Dat dat ook niet anders kon.

Ik moest eerst crashen. En dan nog eens. Zo hard dat ik antidepressiva kreeg aangeboden, en toch eens checkte of therapie een optie kon zijn. Pas toen is alles beginnen kantelen. 

Ik heb mezelf eerst graag moeten leren zien zoals ik ben, eerder vanbinnen dan vanbuiten, om blij te zijn met wie ik nu in de spiegel zie. Ik besef nu pas dat je nooit een gewicht kunt bereiken waarop je je wel gelukkig voelt als je jezelf niet graag ziet. Als je afhangt van complimenten van anderen om je goed te voelen, dan kan een negatieve opmerking er ook voor zorgen dat je met maatje 36 en al in een diepe put valt. En we zijn allemaal mensen, dus die negatieve opmerkingen zullen er ook altijd zijn. Het verschil is dat ik ze niet meer per definitie voor waarheid aanneem. Dat ik bij het dragen van een jurkje waaronder mijn imperfecte knieën zichtbaar zijn niet verschrikt rondkijk of niemand me dat gegeven naroept, om dan vol schaamte naar binnen te lopen omdat ik dacht dat ik dat aankon. No more. Echt, roep maar.

Ik zie mijn gewicht voor het eerst in jaren zonder gigantische moeite zakken, traag maar zeker, en dat is niet omdat ik een magisch dieet heb ontdekt. Dat is enkel en alleen omdat ik niet langer walg van mezelf. Omdat ik die walging niet meer moet wegeten en drinken leef ik plots gezonder dan ooit. Het lijkt de ironie van het lot, dat ik er nog nooit minder mee bezig ben geweest dan nu, en nog nooit minder moeite heb moeten doen om gezond te leven.

Ik denk dat ik voor het eerst in mijn leven niet het gevoel heb dat wat ik nu ben tijdelijk is, onderweg naar beter. Ik ben al goed. Mijn dochter vindt mijn vetrollen de max om op te liggen, en ik heb een man die mij net zo graag zag toen ik vijftig kilo meer woog. I’m good. Eindelijk.

IMG_8081

Het hangt aan elkaar vast. Ik zorg voor mezelf omdat ik mezelf graag zie. Het is niet perfect, mijn haar is al heel lang niet meer gekleurd en ik moet al weken naar de kapper maar weet om allerhande redenen even geen moment te vinden om daar tijd voor te maken. Het grote verschil: vroeger had ik in de spiegel gekeken en de conclusie getrokken dat ik een sloor was die zichzelf niet eens deftig kon verzorgen. Dat mijn man het nog uithield met iemand als ik, ik had het niet gesnapt. Nu denk ik: die grijze haren zijn zo lelijk niet, en binnen een paar weken lukt het vast wel eens. Ik heb nu gewoon even een drukke periode. En dan? En meer heeft mijn grijzere, warrigere kapsel eigenlijk niet te vertellen over wie ik ben en waar ik voor sta. Ook als ik beslis om het niet langer te kleuren. Ook een valabele optie.

De kans is lang niet onbestaande dat er periodes in mijn leven zullen zijn waarop ik weer wat zwaarder ben. Ik ben mijn doodsangst kwijt, denk ik. Want ook dan ben ik goed genoeg.

Zeg eens dat ik dat nooit, maar dan ook nooit meer mag vergeten.
Het was een lange weg, maar ik ben hier graag.

(beluister aub deze podcast)
(hij is geweldig in so many ways, juist gelijk gij. En ik.)

lilith kiest haar vergelijkingen zelf

IMG_0960Ik rij ondertussen vier jaar wettig met de auto. Stel u daar niet te veel bij voor. Ik rij voornamelijk rond in groot-Ieper. Elke weekdag, af en toe in het weekend. Boodschappen doen, Dexter naar school of ergens anders brengen, mijn vader bezoeken, dat soort glamoureuze toestandjes. Als ik mezelf zou vergelijken met de duizenden mensen die ik ken, die zonder verpinken naar Brussel en Parijs rijden en met de vingers in de neus parallel parkeren op de Périférique, dan ben ik de grootste sukkelaar die ooit achter een stuur is gekropen.

Gelukkig doe ik dat niet meer.
Ik vergelijk nog wel, maar als ik het doe, dan probeer ik te focussen op mezelf.
Ik vergelijk met de chauffeur die ik vijf jaar geleden was, en die van twee jaar geleden, en een jaar. Als ik me met haar vergelijk, dan kan ik alleen maar blinken in mijn vel.

Aja. Ik laat nooit nog slaap als ik weet dat ik de dag erna moet rijden. Ik rij niet meer verkrampt zoals in het begin, maar vind het vaak zelfs zeer fijn om in het zonnetje ergens naartoe te rijden met de radio aan. Als ik mezelf vergelijk met de Kelly van vijf jaar geleden, die bijna moest overgeven bij de gedachte dat ze ooit zou moeten rijden met een auto waar haar kind inzat, dan denk ik: dikke vette chapeau.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik het verslag van Sofinesse haar Dwars door Brugge las. Ik snap het, ik zou ook niet graag het gevoel hebben dat ik de laatste ben. Tegelijk kun je maar beter goed kiezen met wie je vergelijkt, en haal je het meeste contentement uit de vergelijking die je het meeste eer aandoet. In Sofie haar geval: met zichzelf van een jaar geleden, of toch minstens met iedereen die in de zetel is blijven zitten, of nooit 15 kilometer zou aandurven, zoals ik.

Jammer dat het al maandag is, of het was er eentje voor Cherokee Friday.

lilith doet even niks

shutterstock_287117135“Wat gaan we doen?”.
“Dat zullen we wel zien, jongen”.
“Maar ik wil het nu weten voor de hele dag”.

Bijna vijf is hij, en hij slaagt er als geen ander in om me een spiegel voor te houden. Alsof ik mezelf bezig hoor. Niet alleen als kind, maar ook als wie ik nog steeds ben. Iemand met een totaal gebrek aan talent voor niets doen, en nog minder voor niets plannen. Ook ik wil namelijk op elk moment weten hoe de planning eruit ziet, altijd en overal. En als er om een of andere onverklaarbare reden niks op die planning blijkt te staan, dan wil ik daar iets aan doen. Tot in den treure.

In bad lees ik een boek. Op de trein organiseer ik brainstorms met mezelf, over mijn werk, of mijn blog. Op het toilet blader ik door mijn Instagramfeed. Ga ik lopen, dan luister ik niet naar de stilte van de natuur, maar wil ik op de hoogte blijven van alle boeiende podcasts die ik volg. Ik kan zo jaloers zijn als ik zie dat anderen een uur door een treinraam kunnen staren. Want ik kan het niet.

Is het stil, dan wil ik praten. Een vreselijke default voor een journalist, want het is net in de stiltes dat het vaak gebeurt. Dat weet ik, maar het wil daarom niet zeggen dat zwijgen makkelijker geworden is. Ergens het belang van inzien betekent niet per se dat je er ook in slaagt om het tot een goed einde te brengen.

Zo zalig als mijn lief een dag niks doen vindt, zo compleet moorddadig word ik ervan. Vlieg me asjeblieft niet naar een zonnige plek waar ik verondersteld word om een week aan een zwembad te liggen, want hoe graag ik ook lees, na ongeveer drie kwartier moet er iets gebeuren. Wil ik iets zien. Iets eten dat ik nog nooit heb gegeten. Iets ontdekken.

Vermoeiend is het.
Uitputtend ook.

En confronterend om zien dat ik die onhebbelijke gewoonte nu al heb doorgegeven aan Dexter. Geen idee of dat via mijn genen was of via hoe ik overkom in de dagelijkse omgang, maar op dat vlak is hij mij, alleen ongeveer zestig centimeter korter.

Niks is verloren, we zijn aan het oefenen. Op zondagen zonder dingen op de planning. Om Dexter te leren dat ook die leuk kunnen zijn. En dus probeer ik te fluisteren als ik rond een uur of tien, ergens na het ontbijt, zo ongemakkelijk begin te worden dat ik niet anders kan dan het vragen aan mijn lief. “Ik weet dat we niks zouden doen, maar gaan we echt niks doen?”.

Waarop hij neen zegt en Dexter komt zeuren of we echt niks gaan doen. “Niks doen kan ook heel fijn zijn hoor, jongen”, hoor ik mezelf dan zeggen.

Een grote leugen, dat ouderschap, maar wel bijzonder goed bedoeld.

Deze column verscheen een tijdje geleden in Femma Magazine.
Ondertussen kan ik het zelfs nog een heel klein beetje beter, dat niks doen. 

Met lilith is alles oké

shutterstock_439360372 (1)Het zegt veel over je gebruik van internet en sociale media als mensen na enkele dagen lieve berichtjes beginnen sturen omdat je er wat te stil op bent. Of toch veel stiller dan anders. Daar zit niet veel meer reden achter dan dat het hier de laatste maanden nogal druk is geweest. Ik wil er niet te veel over zagen, omdat ik het gevoel heb dat ik te vaak kom vertellen hoe druk het is. Ik heb net mijn tweede boek in zes maanden ingediend, en het gaat de max zijn. We gaan bouwen, binnenkort, dat is ook nog iets. Naast een hoop andere zaken die ik door tijdsgebrek nog niet geblogd kreeg, zaten de dagen dus properkes vol.

Ik snak al een tijdje naar een paar dagen vakantie, maar dat zit er op dit moment niet in, laat staan zonder de kindjes. En daarom ben ik mezelf even aan het trakteren op minder dingen die ik van mezelf gedaan moet krijgen op dagelijkse basis.

Het valt niet mee om los te komen uit het tempo van de laatste maanden, maar het lukt. Wat minder Instagrammen en bloggen en wat meer lezen en wandelen blijkt een bijzonder goed idee. Er staan twee dagen verlof gepland voor volgende week. Nood aan, jong, geen zever.

In een vorig leven was ik gewoon blijven doorsjezen tot tegen de muur.
Dat vorig leven is voorbij, merk ik, en daar ben ik zo blij mee.
Net als met de bezorgde berichtjes, die zijn lief.
Maar het gaat dus goed. Beter dan in lang. :)

lilith is geen loper

IMG_6764Ik ben geen loper.
Nooit geweest.
Ook al loop ik al meer dan tien jaar.
Wie mij om de twee drie dagen over het jaagpad langs de vaart Ieper-Diksmuide ziet strompelen ziet korte, dikke beentjes en daarop een lichaam dat afziet. De ene keer harder dan de andere, maar echt zweven wordt het nooit.

Ik denk dat ik eerder een lichaam heb om vijanden tegen te houden of hout te sprokkelen dan om achter schichtige hindes aan te zitten. Mijn botten zijn zwaar, ik weeg altijd veel meer dan mensen me inschatten. Ik sta stevig op de dijk, zoals ze zeggen. Dat had mijn moeder ook al, maar zij ging nooit lopen.
Ik wel, en daardoor weet ik dat ik me zelden vederlicht voel. Als mijn voeten neerkomen dan moeten ze wat opvangen aan gewicht. Net als mijn enkels. En mijn knieën.

Dat eindigt dan regelmatig eens bij weer een andere kinesist.

“Niet iedereen is gemaakt om drie keer per week te lopen”, zei de laatste die me onder handen nam, terwijl ze allemaal naalden in mijn bovenbeen prikte. En dat ik ook minder kilometers kon afleggen, als ik echt niet van plan was om eens te gaan fitnessen of te zwemmen in de plaats.

IMG_6710
Dat was ik niet van plan. Als ik in mijn auto moet kruipen om te gaan zwemmen heb ik al geen zin meer. Als ik nog maar denk aan de overbevolking in het zwembad van Ieper ook niet. Ik moet mijn tegenzin om te vertrekken verdrijven door mijn loopschoenen aan te trekken en de eerste stap over de drempel te zetten. Als ik weg ben, ben ik weg. Dan is het zo stom om nog terug te keren zonder eerst te lopen. En ik ben altijd weer zo blij en trots en zot van contentement als ik geweest ben.

Ik heb het al geprobeerd, maar het lukt niet: gaan lopen zonder minstens een foto van mijn schoenen te nemen. Niet alleen omdat ik niet kan geloven dat ik het na al die jaren nog steeds vol zie te houden om regelmatig die schoenen aan te trekken, maar ook omdat mijn schoenen zelden het beangstigende rood met paarse vlekken uitslaan dat mijn wangen aannemen na een paar kilometer strompelen. Als de neus van een alcoholieker een pantonekleur heeft, dan hebben mijn wangen die er vlak naast.

Ik ben geen loper, maar deze pluim ga ik op mijn hoed steken: ik loop toch. Ook al kan ik het niet. Ook al weet ik dat het niet mooi is om zien.
Ook al ga ik altijd de laatste en de traagste zijn van iedere loper die ik ken.
Ik ben zo’n loper als Kelly De Ridder.

En damn, wat heb ik massief veel respect voor Kelly De Ridder.