Categorie archief: personal

lilith is geen loper

IMG_6764Ik ben geen loper.
Nooit geweest.
Ook al loop ik al meer dan tien jaar.
Wie mij om de twee drie dagen over het jaagpad langs de vaart Ieper-Diksmuide ziet strompelen ziet korte, dikke beentjes en daarop een lichaam dat afziet. De ene keer harder dan de andere, maar echt zweven wordt het nooit.

Ik denk dat ik eerder een lichaam heb om vijanden tegen te houden of hout te sprokkelen dan om achter schichtige hindes aan te zitten. Mijn botten zijn zwaar, ik weeg altijd veel meer dan mensen me inschatten. Ik sta stevig op de dijk, zoals ze zeggen. Dat had mijn moeder ook al, maar zij ging nooit lopen.
Ik wel, en daardoor weet ik dat ik me zelden vederlicht voel. Als mijn voeten neerkomen dan moeten ze wat opvangen aan gewicht. Net als mijn enkels. En mijn knieën.

Dat eindigt dan regelmatig eens bij weer een andere kinesist.

“Niet iedereen is gemaakt om drie keer per week te lopen”, zei de laatste die me onder handen nam, terwijl ze allemaal naalden in mijn bovenbeen prikte. En dat ik ook minder kilometers kon afleggen, als ik echt niet van plan was om eens te gaan fitnessen of te zwemmen in de plaats.

IMG_6710
Dat was ik niet van plan. Als ik in mijn auto moet kruipen om te gaan zwemmen heb ik al geen zin meer. Als ik nog maar denk aan de overbevolking in het zwembad van Ieper ook niet. Ik moet mijn tegenzin om te vertrekken verdrijven door mijn loopschoenen aan te trekken en de eerste stap over de drempel te zetten. Als ik weg ben, ben ik weg. Dan is het zo stom om nog terug te keren zonder eerst te lopen. En ik ben altijd weer zo blij en trots en zot van contentement als ik geweest ben.

Ik heb het al geprobeerd, maar het lukt niet: gaan lopen zonder minstens een foto van mijn schoenen te nemen. Niet alleen omdat ik niet kan geloven dat ik het na al die jaren nog steeds vol zie te houden om regelmatig die schoenen aan te trekken, maar ook omdat mijn schoenen zelden het beangstigende rood met paarse vlekken uitslaan dat mijn wangen aannemen na een paar kilometer strompelen. Als de neus van een alcoholieker een pantonekleur heeft, dan hebben mijn wangen die er vlak naast.

Ik ben geen loper, maar deze pluim ga ik op mijn hoed steken: ik loop toch. Ook al kan ik het niet. Ook al weet ik dat het niet mooi is om zien.
Ook al ga ik altijd de laatste en de traagste zijn van iedere loper die ik ken.
Ik ben zo’n loper als Kelly De Ridder.

En damn, wat heb ik massief veel respect voor Kelly De Ridder.

Over witte en zwarte wolven

shutterstock_38585698Ik ben geen vrouw van parabels. Ik ben eerder van de statistiek en de wetenschap dan dat ik vatbaar ben voor dromenvangers en te lang in mijn kracht blijven staan. En toch. De laatste weken hangt er een parabel rond in mijn hoofd. De laatste zin ervan, eigenlijk. Een parabel die sommigen onder jullie vast al hebben gehoord of gelezen, maar ik kwam hem recent pas tegen. Twee keer op enkele weken. Mocht ik in tekens geloven, ik dacht: het is een teken!

An old Cherokee is teaching his grandson about life. “A fight is going on inside me,” he said to the boy.

“It is a terrible fight and it is between two wolves. One is evil – he is anger, envy, sorrow, regret, greed, arrogance, self-pity, guilt, resentment, inferiority, lies, false pride, superiority, and ego.” He continued, “The other is good – he is joy, peace, love, hope, serenity, humility, kindness, benevolence, empathy, generosity, truth, compassion, and faith. The same fight is going on inside you – and inside every other person, too.”

The grandson thought about it for a minute and then asked his grandfather, “Which wolf will win?”

The old Cherokee simply replied, “The one you feed.”

The one you feed.

Het is een zin waar ik de laatste tijd vaak aan denk.
Als ik duidelijk weer te veel horrorshownieuws in mijn hoofd heb toegelaten en ten onder ga aan de gedachte dat we allemaal doomed beyond repair zijn. Als ik op Google zit te zoeken naar symptomen van alvleesklierkanker. (Don’t ask) Als ik maar blijf zagen over wat niet goed gaat en vergeet wat wel goed gaat. Dan denk ik dat ik mijn zwarte wolf dringend eens een paar dagen op regime moet zetten.

The one you feed.

Blijkt er zelfs een podcast te bestaan met die naam.
Keigoed gevonden, vind ik.
En checkt die hast zijn tattoo.

Cherokee friday, zou dat hier niks zijn?

lilith en de haast vergeten vruchtbaarheidsbehandelingen

IMG_1544Bestaat de kans dat het niet lukt?”, vroeg ik, terwijl ik voor de zoveelste keer met mijn benen in het bekende gareel lag.
We kunnen heel veel”, zei de gynaecologe.
Dat was geen ja, maar ook geen neen.
Het antwoord weerhield me niet van me bij het naar buiten gaan een leven zonder kinderen voor te stellen.
Ik wilde ze, dacht ik, maar misschien kreeg ik ze wel nooit.
Die kans bestond, wist ik na nog maar eens een behandeling die niet aansloeg.
Die kans leek na elke poging groter in mijn hoofd.
Zou het ons dan ook lukken om gelukkig te zijn? Vast wel.
Al was ik daar niet altijd zeker van als de schrik me sommige nachten om het hart sloeg als een laag snel opkomend ijs.

Ik herinner me niet eens meer hoeveel behandelingen we gehad hebben voor ik een positieve test in mijn handen kreeg en alles ook echt bleef duren.
Ik herinner me vele uren in de wachtzaal.
Veel bijten op nagels.
En ja, soms liep het mis.
Als je door een achteruitkijkspiegel kijkt vallen dingen beter mee dan ze toen waren, omdat je vanuit je huidige positie weet hoe ze aflopen.
Met twee kindjes. Een jongen en een meisje.
De twee onwerkelijkste kindjes die ik me toen kon voorstellen.

Ik heb nooit over mijn vruchtbaarheidsproblemen gesproken.
Die van mij, ja. Dat was van in het begin duidelijk.
Ik wilde er niet over praten terwijl we aan het proberen waren.
Niet omdat ik me schaamde. Daar heb ik weinig last van.
Gewoon geen zin in tips.
Geen zin in weer iets aankaarten dat ik had.
Ik had toen namelijk al veel andere dingen om niet weer over te willen praten.

Opmerkingen met een knipoog, ook geen zin in. Ik voelde ze al komen.
Ik stopte meer dan een jaar eerder met de pil dan ik iedereen had wijsgemaakt.
Achteraf gezien was dat het slimste dat ik kon doen, om mij en het feit dat er geen zwangerschap kwam geen spotlights te geven waar ik geen nood aan had.
Of we kinderen wilden? Misschien. Zouden we nog wel zien.

Bij Flo ging het vlotter, omdat we wisten welke dosissen van welke medicatie we nodig hadden om het allemaal gedaan te krijgen. Ik heb toen altijd gezegd dat ik er gerust wel eens iets over wilde zeggen als ik de kindjes had die ik wilde. Maar kijk, toen waren er andere dingen waar iets over moest gezegd worden. Dacht ik er nog maar zelden aan terug.

En toen las ik vanmorgen het stuk van Maartje Luif in De Standaard. (koop die krant!)
Over wat je ontnomen wordt als je geen kinderen krijgt.

Het ging recht door mijn hart.
Wat weet ik het nog goed, alles.
En wat ben ik dankbaar dat ik het bijna weer vergeten kon zijn.

Lilith wil leren trunten

shutterstock_343460951

Trunten (ww. trunte, getrunt)
De flauwerik uithangen.
Ge moet niet zo zitten trunten, het is maar een klein wondje.

Het is een constante in mijn blogbestaan. De posts waar ik over twijfel of ze een goed idee zijn, blijken vaak de posts waar mensen me voor bedanken. Wat me de laatste tijd dikwijls doet terugdenken aan dit citaat van Neil Gaiman dat ik uit Tools of Titans haalde:

“The moment that you feel, just possibly, you are walking down the street naked, exposing too much of your heart and your mind, and what exists on the inside, showing too much of yourself…

That is the moment, you might be starting to get it right.”

Op dat vlak is het ouderschap een gigantische eyeopener.
Want hoe kan ik mijn kinderen leren dat onzekerheid en verdriet en frustratie emoties zijn die er mogen zijn, die niet weggeduwd hoeven te worden, als ik ze zelf blijf wegduwen?

“Het is niet erg”.
“Trek het u niet aan.”
“Denk aan alle positieve dingen”.
“Niet trunten”.
“Lachen en doorgaan”.

Ik heb dat ook allemaal geprobeerd, eigenlijk al mijn hele leven, maar het resultaat is dat ik een ongelooflijke pleaser ben geworden die dag in dag uit worstelt met gevoelens waar niet eens mee zou geworsteld moeten worden, omdat ze ook gewoon zouden moeten kunnen bestaan. Ja, ik voel me soms gekwetst als ik heel erg mijn best doe en mensen tikken me op de vingers. Ja, ik weet dat 98 procent van de reacties superlief zijn en ja, toch raken die 2 procent me meer. Is dat kinderachtig? Misschien. Zou ik daar rationeler mee om kunnen? Vast en zeker wel. Ben ik de enige? Ik doechtet niet.

Dat inslikken, ik merk door kinderen te hebben hoe snel we dat al moeten leren.
Altijd maar weer.
Ik vind dat zeer confronterend om zien.
Misschien moeten mensen elkaar eens wat vaker durven zeggen dat ze iets echt niet fijn vinden.
Dat iemand hen een beetje zeer heeft gedaan.
Misschien moeten we iemand die verdriet heeft eens wat vaker durven laten wenen.
En misschien moeten we wat meer oprecht proberen te luisteren in plaats van “trek het u niet aan” te zeggen.

Wat ik niet bedoel als een verwijt naar de mensen die dat zeggen.
Ik ben even schuldig.
Ik zeg dat ook al heel mijn leven, dat mensen niet moeten wenen.
Dat het allemaal zo erg niet is.
Maar waarom eigenlijk?
Ge trekt het u duidelijk wel aan, en in plaats van dat te erkennen minimaliseer ik uw gevoel.

Lang verhaal kort. Als ik mijn eigen gevoelens die in onze maatschappij vaak als zwak worden aanzien blijf negeren, verzwijgen, wegduwen en wegwuiven, hoe kan ik dan aan mijn kinderen leren dat ze een plaats verdienen?

Het is een gigantisch leerproces, geloof me, om mijn zoon die ook vaak heftig op dingen reageert te laten huilen in plaats van te zeggen dat hij zich niet druk moet maken. Ik moet mezelf elke dag leren dat als hij verdriet heeft, dat dat verdriet voor hem het echtste is dat hij heeft. Dat het hem niet helpt als ik zeg dat het zijn verdriet niet waard is. Dat hij moet stoppen met triest zijn. Niet moet trunten. Ik moet mezelf er op dagelijkse basis aan herinneren dat ik hem een veel groter cadeau doe als hij weet dat hij bij mij zo lang mag komen huilen als hij wil. Altijd. Ook over iets dat andere mensen te stom vinden om verdriet over te hebben.

Voor elke stap die ik al in dat proces heb gezet heb ik er drie teruggezet. Een processie van Echternach met roepen en vloeken is het. Voor elke keer dat ik voel dat ik iets goed en kalm heb aangepakt heb ik mijn geduld een paar keer verloren en op een manier gereageerd die ik liever onder de zetel zou vegen. Vandaag nog. Meerdere keren. Ziek en moe en een gigantisch drukke week en dan dat er nog allemaal bij. Maar ik doe mijn best. Ik hoop dat hij dat ooit zal beseffen.

Bedankt voor jullie reacties op mijn vorige post.
Bedankt om mij geen trunte te vinden, of toch niet luidop.
Bedankt om het niet te minimaliseren.

Als je iets voelt dan voel je iets.
Wat dat is heeft vaak met opvoeding te maken, en met persoonlijkheid.
Niet iedereen is even zelfzeker.
Niet iedereen heeft eendenpluimen, waar alles gewoon pijnloos vanaf druipt.
Je weet nooit welke stemmen iemand gevormd hebben, vroeger of zelfs vorige week nog.

Daar hoef je je nooit voor te schamen.
Dat wil ik leren aan mijn kindjes.
En in het verlengde, met heel wat vertraging, ook aan mezelf.

lilith deed van ach fuck it

achfuckitIk denk dat ik het in de vorige versie van het Blogboek dat op dit moment de laatste correcties ondergaat zo makkelijk liet lijken. Iets van wie op een podium kruipt krijgt al eens een steentje naar het hoofd. Soms een steen. Ik vertelde in hetzelfde hoofdstuk dat ik op jaarlijkse basis zowat honderd keer meer rozen naar mijn hoofd kreeg dan stenen. Waardoor ik steeds beter geworden was in het plaatsen ervan. Ik besef dat, dat die balans hier na al die jaren waarin ik vaak maar iets deed nog steeds waanzinnig goed zit, en ik ben daar zeer dankbaar voor. Deze blog is nog altijd mijn warm dekentje. Dat komt door jullie.

Maar soms he. Als het ongelooflijk druk is, met een boek dat gecorrigeerd moet worden en veel opdrachten en deadlines en al eens kloterij met opvang en zieke kinders. En ge hebt eigenlijk echt echt geen tijd om te bloggen, maar ge doet het nog altijd zo graag dat ge er toch tijd voor maakt. Op onmogelijke uren en momenten. Om boekenlijstjes te maken waar veel meer werk in kruipt dan voorzien. Om na te denken over nieuwe rubrieken, naast uw al intensieve dagtaak in de schrijverij. Om iets nieuws te bedenken voor binnen een paar weken als het hopelijk weer wat rustiger wordt (spoiler: dat gaat niet gebeuren, waarover later misschien meer).

Ik heb het even voor u nageteld: dan zijn er maar drie mensen nodig die uw blog zo weinig komen lezen dat je ze moet goedkeuren in de reacties. Plus een situatie van niets die je de indruk geeft dat mensen het nodig vinden dat je verantwoording aflegt voor hoe je de dingen hier aanpakt. Net voldoende om plots alsnog overvallen te worden door een hele dikke “ach, fuck it“.

Ik merk dat ik de laatste tijd vaak dingen incalculeer. Dat ik iets ga posten en dat iemand me ergens op gaat wijzen. Hoe vlees? Hoe een nieuwe jas? Hoe Studio 100? Soms op mijn blog, soms in het echte leven. Ik weet dat dat erbij hoort, met een archief vol meninkjes waarvan ik zelf meestal het bestaan niet meer afweet. Maar ik ben helemaal niet consequent. Nergens in, eigenlijk. Ik kan je vandaag zeggen hoe je het makkelijkst een tomaat kunt snijden en het morgen compleet anders doen. Ik probeer niet te preken, maar doe vast soms wel iets vanuit enthousiasme dat er hard op lijkt. Als je het op een bepaalde manier leest. Als ik het op een bepaalde manier schrijf. Dat gebeurt. Dat weet ik na veertien jaar ook. No biggie. Ik probeer mijn best te doen, maar ik ga ook regelmatig de mist in bij dingen die ik probeer. En ik ben daar doorgaans ook gewoon oké mee. Zo ken ik mezelf.

Maar soms word ik er wat moe van.
Ge hebt dat toch gezegd?
Waarom doet ge dat dan?
Hoe? Ik dacht dat ge dit?
Zei jij niet dat je dat?
Dat slaat toch nergens op?

Het slaat ook allemaal nergens op.
Dat is gewoon het ding.
En als ik voldoende slaap en tijd heb voor dingen snap ik de vragen zelfs beter dan nu.
Kan ik de doodgewone interesse onderscheiden van de geweertjes.
Maakt het me ook allemaal niet zoveel uit.

Ik was niet van plan om dit blogpauzetje te verduidelijken.
Ik wilde gewoon wachten tot het weer over was.
Tegelijk denk ik: waarom delen mensen het als ze content zijn en gaan ze in een hoekje zitten zwijgen als dat niet zo is? Wil ik daar niet wat van weg?
Dus ach fuck it, het is gewoon even wat het is.

Het blijft een leerproces, ook nu nog. Het zou niet het hele verhaal van deze blog zijn als ik een suikerlaagje over mezelf zou leggen en zou doen alsof ik op dat vlak niet te raken ben. Ik deel het niet om te horen dat ik geweldig ben, of omdat ik vind dat niemand me in vraag mag stellen. Wel omdat ik denk dat ik de eerste en de laatste niet ben die even haar mojo verliest. En ik weet dat ik het me allemaal niet moet aantrekken. Dat het niks voorstelt. Dat is lief. Er is voor de rest ook niks meer aan de hand dan dat: een blogdip. Er zijn geen traantjes gevloeid maar ik heb wel een beetje met mijn ogen gerold en gezucht. Zo’n situaties. Komt voor in de best families.

Het feit dat er hier al weer woorden staan is geen slecht teken.
Maar tegelijk: neem me vooral niet op mijn woord.
Dat zou ik zelf ook niet doen.

Waarom ik in 2017 niet meer met bedrijven ga samenwerken

geencommercieledealsblogDe eerste keer dat iemand mij een stofzuiger opstuurde in ruil voor een blogpost keek ik mijn ogen uit. Ik wist oprecht niet wat me overkwam. Een stofzuiger van vierhonderd euro? En ik kreeg die gewoon? In ruil voor een stukje op mijn blog? What in the blue hell. Daarna volgden de manden met Belgische kazen, de boeken, de dozen met eten voor een week, de flessen sterke drank. Later ook de vakanties en weekendjes weg, en toen baarde ik een kind en had ik daar geen tijd meer voor maar had ik zonder dat ik het doorhad een ander segment aangeboord. Speelgoed, pampers, kinderboeken, ik heb de dozen allemaal gretig aangenomen en schreef twee jaar geleden nog in mijn Blogboek hoe leutig dat toch allemaal kon zijn. Elke dag kerstmis, dat bloggen. En toen had ik die mail nog niet eens gekregen van een bedrijf dat kattenvoer maakte met het voorstel om een kitten in huis te nemen, compleet met krabpaal en eten en alles voor een jaar, in ruil voor vier blogposts waaronder “de eerste kerstmis met jouw kitten”. I kitten you not. Badum tss.

Ik voelde het al een tijdje, dat de stemming in mijn hoofd zwaar aan het omslaan was. Ik voelde het toen ik steeds meer bloggers begon te ontvolgen omdat ik tussen de commercie de echte verhalen niet meer kon vinden. De verhalen waarvoor ik hen was beginnen volgen. Niet de reviews van glutenvrije koekjes, de teksten vol overgenomen zinnen vanop verpakkingen van beautyproducten, de paragrafen over de geweldige absorptiegraad van een nieuwe soort pampers.  Ik merkte het toen ik het commerciële luik van het nieuwe Blogboek (uit in maart 2017! KOOP HET!) aan het schrijven was: twee jaar geleden vond ik het nog leutig, dat een blogger soms eens een haardroger kreeg. Nu denk ik vooral: bleh. Daar gaat het niet over. Daar ging het eigenlijk ook nooit over. Niet over persdagen en reviews en sponsordeals. Niet over gratis reiskoffers en winterbanden. Het ging over ons. Onze verhalen, onze authentieke stem.

En neen, ik weet het, ik was mijn handen zelf absoluut niet in onschuld. Ik heb altijd geprobeerd om voorzichtig te blijven, denk ik, maar ik zal zeker ook inschattingsfouten gemaakt hebben. Dat hoort er volgens mij ook bij. Soms heb ik gedacht dat ik eens een bannertje in mijn zijbalk had moeten laten draaien om te laten zien op hoeveel zaken ik al neen heb gezegd in vergelijking met op hoeveel ja. Maar tegelijk maakt het niet uit. Ik heb soms dingen geprobeerd en er kwamen al eens mooie samenwerkingen uit, en ik heb van weinig dingen echt spijt, maar eerlijk? Dat zijn niet de zaken waar ik aan terugdenk als mensen me vragen naar het mooiste dat bloggen mij heeft opgeleverd. Of het zouden de vakanties moeten zijn, die waren wel heel fijn. Maar ik word toch nog altijd warmer van de connecties. De lezers die me door de jaren hebben bedankt, via een mailtje, of persoonlijk, op een straathoek nadat ze me hadden herkend en me “gewoon moesten komen merci zeggen voor alles”. Dat was fantastisch. Daar verbleekten de deals altijd zo snel bij.

Ik heb het gevoel dat er veel kapot aan het gaan is. Niet enkel door bedrijven die bloggers bombarderen met dingen, maar net zo goed door bloggers die hun grenzen niet bewaren en alles doen voor freebies. Die duidelijk besloten hebben om full force te gaan in de commercie, los van wat hun lezers daarvan denken. Dat gaat niet blijven duren. Dat hoorde ik bij zo goed als iedereen die ik de afgelopen weken ging interviewen voor mijn boek. Dat er aan veel zaken zo’n wrange nasmaak zit. Dat bepaalde bloggers soms bijna niks meer durven schrijven over iets waar ze enthousiast over zijn omdat het al heel snel ruikt naar nog maar eens commerce.

En dus is het voor mij gedaan met de deals.

Er zullen daardoor aan beide kanten wat offers gebracht worden, natuurlijk. Ik die mijn vakanties weer uit eigen zak zal betalen (en dus gewoon thuis ga blijven want een pokkeduur huis aan het bouwen), jullie die niet meer hier moeten zijn voor een pakketje kinderboeken of een fotokalender. Ik hoop wel dat jullie in ruil een blogger terugkrijgen die als ze eens tien minuten tijd heeft niet moet zitten zoeken welke links ze weer moest integreren om een commerciële deal na te komen. Een blogger die in 2017 alvast niet geweldig veel tijd moet steken in nadenken of ze ergens wel of niet op zal ingaan. Omdat het standaard niet wordt. En dat op dit moment als een gigantische last voelt die van haar schouders afvalt. Weer gewoon bloggen en verhaaltjes vertellen, jongens, hoe cool zou het zijn? Zie het als een eindejaarscadeautje from me to you.

Fijne feesten!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Op de foto/ niet op de foto: de Centerparcs edition

cp_2016Wij zijn net terug van een midweek Erperheide. Dat deden we al twee keer, een keer met een kindje van anderhalf en een keer met een kindje van twee jaar en half. Nu was het met twee kindjes, eentje van vier en half en eentje op een boogscheut van negen maanden.

Ik zou hier zoals vorige jaren een verslag kunnen maken aan de hand van de schoonste foto’s. Maar eerlijk: die vertellen het verhaal eigenlijk helemaal niet. Soms denk ik: wij vertellen ons verhaal eigenlijk helemaal niet. Omdat schone foto’s en enthousiasme gemakkelijker zijn. Maar dat is niet fair, want dan gaan jullie jullie dingen met die van mij vergelijken en denken dat het bij ons van een leien dakje loopt. Dat is niet waar. Bij momenten zelfs ferm hard niet waar.

Dus bij deze: een nieuwe rubriek.
Op de foto/niet op de foto.

Omdat we het waard zijn.

cp2016_1

Op de foto: mijn zoon die op een klimzeil kruipt in de binnenspeeltuin.

Niet op de foto: hoe hij enkele seconden later op dat bovenste ding zat, er niet meer afdurfde, waarop zijn moeder aan de zijkant omhoog klom op van die klimuitsteeksels en Dexter zich met zijn volle gewicht op haar liet vallen. Hoe het been van de moeder tegen alle klimuitsteeksels knalde tot ze sterren zag. Hoe de moeder een kwartier lang zat te wenen en dacht dat haar vakantie amper twee uur na aankomst al voorbij was.

cp2016_4Op de foto: een keigezellig gezinsmoment in Evergreenz, alwaar wij op donderdagochtend gingen ontbijtbuffetten.

Niet op de foto: het feit dat Dexter bij aankomst besliste om ontbijtbuffetten maar compleet niks te vinden en nog liever doodviel dan net zoals de andere kindjes een leuk bordje van Orry de Centerparcsmascotte te nemen en een pannenkoek te gaan halen die je helemaal zelf mocht versieren. Neen, hij lustte plots niks meer behalve Honey Loops die hij thuis ook eet. En dus betaalden wij meer dan zes euro voor twee potjes Honey Loops. In de winkel krijg je daar bijna een kilo Honey Loops voor. Ook niet op de foto: Flo die zowat zevenhonderd keer een pakje vochtige doekjes op de grond liet vallen dat ik haar had gegeven om zich in stilte bezig te houden, behoorlijk ranzige koffie in glazen in plaats van tassen, en dat na een nacht waarvoor we van die koffie die uitgekakt wordt door aapjes hadden moeten krijgen. Uit gouden kopjes.

cp2016_2

Op de foto: mijn zoon en ik in de autootjes van de Efteling.

Niet op de foto: de combinatie met twee kinderen van verschillende leeftijden naar een pretpark. Lees: een kind dat overal op wil en een kind dat heel de dag in de buggy moeten zitten terecht maar niks vindt. De papa en de mama die om beurten met het jongste kind op de arm door de Efteling tjolen en knikken naar de andere ouders die ook tjolen met het jongste kind terwijl de andere ouder op de attractie zit met het kind dat al iets aan de Efteling heeft.
Ook niet op de foto: de terugweg met een hysterisch jongste kind dat scheel van de honger is omdat de ouders de files niet goed hebben weten in te schatten.

img_4163

Op de foto: man en kind bij de draak van Joris en de Draak.

Niet op de foto: de vrouw die niet op Joris en de Draak kon, noch op de meeste andere dingen waarop ze had gewild, omdat haar been echt monsterachtige kleuren begon uit te slaan en zo pijnlijk was dat ze gedurende de midweek Centerparcs zeker vierhonderd keer “pas op voor mijn beeeeen!” schreeuwde naar iedereen en niemand in het bijzonder.

img_4261

Op de foto: mijn schattigste dochter ooit.

Niet op de foto: de fase waarin ze verkeert, die ervoor zorgt dat ze hier al meer dan een week elke vorm van vaste voeding in ons gezicht aan het uitspuwen was, en ’s nachts zo goed als niet sliep. De vele uren van nachtelijk geween in onze bungalow. De vrees van de ouders dat kind 1 ook hele nachten wakker zou zijn, wat eigenlijk gelukkig wel meeviel. De uitputting. Het oudste kind dat gedurende de hele week geen seconde zweeg en het parkrecord woedeaanvalletjes brak. Het besef dat wij eigenlijk veel meer aan een kinderloos weekje hadden gehad na de afgelopen maanden, en het besef dat dat zo zonder oma’s echt heel moeilijk is, op dit moment.

Maar het was dus tof.
En heel echt allemaal, ook.

Bewaren

Bewaren

lilith voelt de angst en doet het toch

angst_tftcZeggen dat ik talent heb voor angst is een understatement.
Ik moet weinig moeite doen om overal wel iets in te vinden dat mijn angsten op gang trekt.
Krantenartikels. Reportages. Een rinkelende telefoon. Het leven.

Ik weet niet of het nature of nurture is, en het doet er ook niet toe. Ik weet wel dat ik opgevoed ben door een moeder die zelf met de nodige angsten af te rekenen had, en ik weet ook dat ik daardoor moet opletten dat ik zelf geen moeder word die dag in dag uit allerhande rationele en irrationele angsten over haar kinderen uitstort. “Pasoppen“, noemt Dexter het. Als in “Mama, we moeten hier pasoppen, hé“, als we een drukke straat inlopen. Waarop ik denk: ja, maar misschien ook weer niet te hard. Pasoppen is goed, maar niet als het je dagen in beslag neemt. Niet als het de levensvreugde uit je aderen zuigt.

Toen ik jaren geleden in therapie ging was angst een belangrijk thema.

En dat ik ervan af wilde, liefst vandaag nog. “Ik ben gewoon zo bang“, zei ik dan. “Waarvoor?“, vroeg de psychologe. Waarop ik op mijn stoel ging schuiven en niet anders kon dan “Waarvoor niet?“, antwoorden. Had ze een dag of vijf? Ik was overal bang voor, toen. Voor de ochtenden, waarop ik wakker werd en wist dat de baby zou beginnen huilen maar niet wanneer hij weer zou ophouden.  Voor autorijden. Voor mijn kind toevertrouwen aan de zorgen van iemand anders. Voor het noodlot en hoe dat mijn leven kon ruïneren. Voor ziek worden. Voor geliefden die ziek zouden worden en zouden sterven. Voor een tweede kind. Voor de spijt van nooit een tweede kind aangedurfd hebben. Voor alles dat op mijn dak kon vallen.

Toen ik te horen kreeg dat mijn angsten nooit helemaal zouden weggaan, maar een deel van mij waren, toen sloeg de paniek me nog veel genadelozer om het hart. Die angsten, die moesten echt weg. Omdat ze mijn dagen soms ondraaglijk maakten. “Jij bent opgegroeid met een alarmbel in je hoofd“, verwoordde mijn psychologe het treffend, vele weken van therapie later. En zo voelde het, bij alles dat ik deed. Niet kunnen genieten omdat ik zeker wist dat het in mijn gezicht ging ontploffen. Altijd bang zijn voor wat om de hoek lag, want zeker niet veel goeds. Mijn hart dat van het ene moment op het andere drie ijskoude tellen kon overslaan voor iets dat voor iemand anders iets van niets leek.

Het was slopend, en dat is het in sommige periodes van mijn leven nog steeds.

Maar ik werk eraan, en ik heb de afgelopen weken beseft dat het veel beter met me gaat sinds ik een belangrijke beslissing nam. Want neen, die angsten, die gaan niet weg. Helaas pindakaas. Ze horen bij mij zoals mijn grote groene ogen en mijn dik gat. Maar sinds een paar jaar ga ik er niet meer per definitie met een grote boog omheen. Ik heb mijn rijbewijs gehaald, ook al ben ik opgevoed met een complete doodsangst voor auto’s en ongevallen en dingen die sneller rijden dan vijfentwintig per uur. Het heeft me verschrikkelijk veel moeite gekost, en heel veel paniekaanvallen en slapeloze nachten. Ik rij nog altijd niet alleen naar Brussel, maar de kans is niet onbestaande dat ik het wel ooit doe. Ik rij elke dag, ondertussen, en ik ben niet meer bang om te vertrekken. Helemaal niet meer. Daar ben ik zeer trots op. Zeer blij mee. Fucking content van.

Net als dat ik, die de meest geschifte telefoonangst ever had, telefoniste op een callcenter ben geworden. En ondertussen zelfs goed ben in telefoneren. Het is niet mijn grootste hobby, maar door het honderden keren te doen (soms per dag, op het callcenter) ben ik niet meer bang. Ik, die doodsbang was voor oogcontact, spreken met onbekenden en iemand iets moeten vragen, ben journalist geworden, en ik doe mijn job zeer graag. Ik heb het niet makkelijk met een stap naar voor zetten en het oordeel van anderen trotseren, maar ik heb al honderden blogposts gepubliceerd (en vind dat nog steeds spannend), en mijn artikels staan in de krant en worden door heel veel mensen gelezen.

Ik heb kinderen gekregen, en ik wist niet hoe dat zou uitdraaien. Ik was zeer bang voor het soort moeder dat ik zou worden. Ik kan u nu al verklappen: verre van een perfecte. Ik roep te veel en te gemakkelijk naar mijn goesting, en ik maak me veel zorgen, onder meer over mijn eerstgeborene die ook sukkelt met angsten. Ik pieker soms over mijn invloed op hem. Maar ik doe mijn best, en het gaat, en ik ben niet elke dag meer bang en voel soms veel meer leute en plezier dan angst. Op sommige dagen neemt het beest nog de overhand, maar het duurt veel minder lang dan vroeger. En ik heb door wat er gebeurt en waarom. Wat het uitlokt, en dat het weer overgaat als ik weer voor mezelf zorg.

Iemand zei me ooit dat het met angst is zoals met een bal die je in het zwembad onder water probeert te houden. Je kunt hem wegduwen, en soms heel lang, maar ooit springt hij weer naar de oppervlakte, en dan is het met grote kracht. Dat beeld klopt, bij mij. En sinds ik het toelaat, en toch doe wat me vreselijk lijkt en besef dat het gewoon een deel van mij is gaat het beter. Wat me dan weer aan een ander zinnetje doet denken dat ik onlangs op Pinterest las. “Sinds ik weet dat het af en toe slecht mag gaan voel ik me veel beter“. Dat.

Om maar te zeggen dat ik vorige week op een podium stond, en daar anderhalf uur babbelde over een thema dat voor mij belangrijk is. Ik, die als kind niet naar de winkel durfde omdat ik dan luidop moest spreken en zeven doden stierf per spreekbeurt van vijf minuten die ooit moest gedaan worden in de klas. Ik was een beetje bang, en deed het toch. Goed, naar het schijnt. En achteraf ging ik in een reuzenrad van meer dan vijftig meter hoog om mijn innerlijke angsthaas pas helemaal de mond te snoeren. Ha! En ik genoot er nog van ook.

Hebben jullie last van angsten? Wordt het beter, of erger? Heb je er trucs voor, of laat je je begeleiden? Benieuwd naar jullie ervaringen!

Bewaren

Bewaren

lilith wil al haar geld naar de zanger gooien

wannescappelle_yprianaHet was allemaal stomweg gekomen. Ik had Het Zesde Metaal nog eens gezien op een klein festivalletje in mijn stad aan het einde van de vakantie, en voor de zoveelste keer beseft dat ik een überfan ben van Wannes Cappelle en alles dat hij doet. Drie dagen later zag ik een poster in de bibliotheek, en omdat ik geen zin had om weer na te denken over babysits en met de jaren steeds meer kan genieten van dingen alleen doen checkte ik bij mijn lief of hij het zag zitten om de avondshift alleen te draaien. No biggie, aldus mijn lief.

img_2298

En dus bleek ik gisteren zowaar op de eerste rij te zitten, met een vriendin naast mij wiens man ook een ticket voor haar alleen had geboekt en dat toevallig net naast de stoel van mij had gedaan. Wat zijn de kansen? Op schoot bij Wannes en de geweldige harmonie Ypriana had ik een van de beste avonden in lang.

Ik kan er niet over wat een talent die kerel heeft. Hoe hij snaren raakt zonder daar luid voor te moeten roepen. Hoe alles even hard aankomt met een klein gitaartje als onder begeleiding van een enorme harmonie. Al moet ik wel toegeven dat ook die harmonie zo indrukwekkend was, en de arrangementen alleen al voldoende waren om stil achter te blijven. En het hielp ook dat hij begon met het nummer dat al weken in mijn hoofd leeft, mijn persoonlijke anthem voor een mildere herfst.

‘ik e geleerd oe da j’ook kiest
daj soms wind mee et en soms verliest
’t is gin getie da ‘k nie kan keren
toont mie uw foutn en ‘k ga u leren
dat ’t gine mens is die nooit faalt
die zonder blinn’n de mete haalt
och, ge moet da toch nie verduken
aj een kop et kunjem stuken

Het is zo belangrijk in deze tijden, dat er mannen en vrouwen zijn die iets in woorden kunnen gieten op een manier waarop het ons bereikt. Iemand die iets uit kan leggen zodat het aankomt waar het moet aankomen. Echt, in ons erte, zoals Wannes zou zeggen. Niet een beetje, maar als een stomp. Of als een duwtje. Zonder dat alles hopeloos moet zijn, want dat vind ik misschien nog het machtigste, hoe wat hij doet nooit belerend is, en het altijd ook wel hoopvol en sympathiek blijft. Zelfs als hij een ietwat fout mopje maakt over de Eerste Wereldoorlog. Misschien net dan.

Soms heb ik het lastig, als ik post dat ik een artikel heb geschreven voor de krant die die dag in de winkel ligt en mensen bijna in dezelfde seconde vragen “Nergens gratis te lezen online?”. Dan denk ik: maar lieve vriendjes en vriendinnetjes, zo werkt het niet. Dit is mijn job, ik verdien mijn geld doordat jullie betalen om mijn teksten en die van anderen te lezen. Oké, hier gooi ik het er gratis op, en misschien heb ik het zo uitgelokt, maar als jullie niet meer willen betalen voor wat ik schrijf, dan houdt het allemaal zeer snel op.

En dus wilde ik gisteren zeven cd’s kopen van Wannes en Het Zesde Metaal, als het niet was dat ik zijn cd’s al had. Vond ik dat we hem al ons geld zouden moeten toegooien, omdat mannen die naar de stad komen om pleisters op onze harten te plakken in deze tijd veel te ondergewaardeerd zijn.

Hun nieuwe komt in november uit, en nadat ik gisteren de titelsong “Calais” hoorde en mijn keel dichtsnoerde omdat het zo aankwam kan ik eigenlijk niet wachten. Tot dan gaat al de rest van mijn collectie voor de honderdste keer op repeat.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

lilith moedert zonder moeder

moederzondermoeder

Dit schreef ik vanmorgen op Instagram, toen ik in alle vroegte besefte welke dag het was:

‘In mijn omgeving zijn spijtig genoeg teveel mensen die hun moeder niet meer hebben. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe zoiets moet zijn. Hoe overleef je als kersverse mama zonder eigen moeder? Hoe moet dat zijn om in het moederhuis of de rare periode die na die materniteit volgt geen moeder in de buurt te hebben? En later, met opgroeiende kinderen?’, schreef Lieselot gisteren op haar blog. Je doet het gewoon, en daarna doe je het nog eens, tot je bijna vergeten bent dat het niet de bedoeling was. Negen jaar moederloos vandaag. Twaalf jaar jonger nog maar dan zij was toen ze stierf. En het gaat goed met mij, beter dan ik negen jaar geleden op deze dag kon denken. Meer kon ik toen niet hopen, dus blijkbaar overleef je het zo. Een dag met een keer en dan nog een, tot je het kunt.

Ik heb ooit een boek gelezen over moeders zonder moeders, omdat ik plots tot het besef kwam dat ik er een was. En dat dat iets zei over mij, of over het soort moeder dat ik zou gaan worden. Ik had daar nooit echt bij stilgestaan, dat moeders zonder moeders een soort groepje vormden, zoals marathonlopers of mensen met maar één been. Moederloos moederen, het is me uiteindelijk tot nu toe allemaal best meegevallen, ik denk omdat ik het niet anders heb gekend. Mijn moeder was er niet toen ik net bevallen was van Dexter, mijn papa was de eerste die zijn hoofd van achter de deur van de materniteit stak, met zijn vriendin. Toen Flo geboren was was ze er ook al niet, mijn moeder, en dat was ik al gewend, maar toen kwam mijn schoonmoeder ook niet omdat zij er ook niet meer was en moest ik daar weer aan wennen. Maar het ging. En het gaat nog altijd.

Er zijn momenten die mijn ogen onverwacht uitsteken, soms ligt mijn hart in flarden op de vloer.

Grootouderdagen vallen me tegenwoordig veel zwaarder dan moederdagen. Daar heb ik me ondertussen bijna overheen gezet. Dat mijn kinderen geen grootmoeders hebben, daar kan ik nog onverwacht mee sukkelen. Moeders zien die winkelen met hun volwassen dochters, dat vind ik lastig. En het hele praktische aspect van opvang in de vakantie en babysitdiensten die zo goed en zo kwaad mogelijk worden opgevangen door hun achterblijvende mannen, die ik ook niet te zwaar wil belasten en die me tegelijk zo dankbaar maken omdat ze alles doen om ons te helpen als het nodig is. Het tussen de oma’s zitten op de bankjes in de gang na school. En proberen er niet al te hard bij stil te staan, dat ik er in haar plaats zit. En het ook wel oplos.

Ik vind dat ik dat best goed doe, moeder zijn zonder moeder.
Ik wou soms dat ik iemand had om naar te bellen als ik het allemaal niet meer weet, iemand die “Kelly geruststellen en bevestigen in haar pril moederschap” in haar natuurlijk takenpakket heeft zitten en in haar gat zou gebeten zijn als ik niet belde. Iemand die me zou sms’en om te vragen of Dexter nog altijd koorts heeft. Ook al doet mijn papa erg zijn best om die plaats in te nemen, het moet gezegd. Ik wou soms dat ik diegene die ik anders het eerste had gebeld als een van mijn kindjes ziek viel kon bellen, en “hij is ziek” kon zeggen, en zij dan “breng hem maar naar hier”, omdat dat in mijn hoofd bij vriendinnen zo gaat, wat natuurlijk ook niet waar is. Net alsof iedereen in mijn hoofd tijdens de afgelopen vakantie de luxe heeft gehad van grootouders die “breng ze maar een paar dagen naar hier”, hebben gezegd, zodat ze even zalig kinderloos konden zijn. En wij niet. Maar ook dat is niet waar, overal, en ik vind dat ik niet te klagen heb. Maar soms. Maar soms maar soms.

Negen jaar al zeg.
De iPhone moest nog uitkomen, en nu zitten we al aan nummer zeven.
En we doen er nog zeker negen jaar bij, zoals ze dat zo vrolijk zeggen over vrolijker dingen.
Dat is nog het gekste, vind ik na al die tijd.
Dat ze volgend jaar nog altijd niet terugkomt.

Bewaren