Categorie archief: personal

lilith was onderweg

IMG_7295Afgelopen weekend staarde ik een kwartier naar een foto. Op die foto sta ik met mijn leuke man, mijn geweldige zoon van vijf en de mooiste dochter van de wereld, ondertussen vijftien maanden oud. Het voetje van mijn zoon steunt op een spade die groter is dan hijzelf, en die steekt dan weer in het stukje grond dat we vorig jaar kochten en waarop als u dit leest misschien al de eerste werken aan de gang zijn aan het huis van onze dromen.

De foto werd genomen door mijn schoonvader op onze eerste spadesteek, en toen ik hem onder ogen kreeg werd ik ongebruikelijk stil.

Zo stil, dat ik de telefoon waarop de foto stond een paar keer weg heb gelegd, om hem daarna weer vast te nemen en opnieuw naar de foto terug te keren. Alsof ik moeite had om te geloven dat hij echt was. De overheersende gedachte was: “Amai”. En hij kwam eerder uit de mond van de tienjarige Kelly die plots door mijn veel oudere ogen leek te kijken. “Dit is mijn leven”, dacht die Kelly van tien. “Dit is het echt”.

De foto bracht me met een flits terug naar de uren dat ik op mijn kinderkamertje had gedroomd van hoe mijn leven er later zou uitzien. Zou ik trouwen? Met welke man? Zou ik kindjes krijgen? Misschien ooit een huisje? Als kind leek dat nog vanzelfsprekend, dat het allemaal op mijn pad zou komen. Maar hoe ouder ik werd, en hoe meer zijweggetjes en hindernissen er waren, hoe vaker ik twijfelde. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik nooit een lief zou vinden. Ik heb vele bange uren doorgebracht bij de gynaecoloog omdat ik maar niet zwanger raakte, en het niet duidelijk was of dat ooit zou lukken. Ik werd eerst heel dik, en toen weer slanker, nadat ik mijn maag liet verkleinen. Ondertussen verloor ik mijn mama aan kanker, en daarna mijn schoonmama. Het leken op het moment zelf allemaal enorme bomen die op mijn weg richting toekomst vielen. De ene boom een linde, de andere een onoverkomelijke sequoia. Ik keek naar de foto van op onze werf, en zag alle momenten voorbij flitsen waarop ik heb gedacht dat mijn leven over was. Toen mijn mama stopte met ademen. Toen ik een kindje kreeg dat maar bleef huilen en niemand me kon zeggen wat er scheelde. Toen ik zo depressief was dat ik ervan overtuigd raakte dat er geen zonnige dagen meer in het verschiet lagen.

En toch. Ergens onderweg heb ik altijd weer de juiste afslag genomen om te zijn waar ik moest zijn. Hier, met mijn kleine gezinnetje op ons charmante stukje grond. Ik heb elke hobbel en hindernis nodig gehad om hier te geraken. En ten volle te appreciëren wat ik heb.

(Als alles goed gaat beginnen ze vandaag aan de bouw van ons huis. De ideale dag voor deze column die in Femma verscheen)

lilith kijkt in de spiegel (en is blij met wat ze ziet)

IMG_7740

Ik herinner me geen magisch moment.
Het was niet dat ik van de ene dag op de andere dacht dat ik gearriveerd was. Er waren heel veel dagen. Goede en minder goede. Verdeeld over de afgelopen vijf jaar.

Er waren de dagen waarop ik “Shrill: Notes from a loud woman” las (lees het, lees het, lees het!), en daarna zo goed als alles van Lindy West, en haar wilde high fiven bij elke heerlijke selfie die ze postte op Instagram.  Er waren de dagen waarop ik ineens ging zwemmen in zee zonder dat ik verdronk van schaamte over mijn cellulitis. Nadat ik jaren alleen nog maar had gedroomd van zwemmen, omdat de gedachte aan mezelf op de wereld loslaten in badpak me tot complete wanhoop dreef. Er waren de momenten waarop ik op een feestje was en dacht: “Mo, ik voel me niet beschaamd om hoe ik eruit zie. En ik heb niet eens gedronken.”

Als ik nadenk over hoe ik me vele jaren heb gevoeld over mezelf, dan kan ik wel janken. Het ergste was niet dat er kerels waren die het altijd wel oké vonden om met mij te konkelfoezen, zo lang hun vrienden het maar niet wisten want hoe beschamend zou dat niet zijn, gespot worden met een dikke vrouw als ik? Het ergste was dat ik hen snapte. Dat ik me schaamde omdat zij zich voor mij moesten schamen. Dan zit je ver, besef ik nu. Het was niet het ergste, dat ik op straat werd nageroepen, maar wel dat ik dat eigenlijk maar normaal vond. Ik was dan ook beschamend degoutant in omvang. Wat had ik gewild? Het ergste was dat ik veel ergere dingen over mezelf dacht dan wat naar me werd geroepen. Geloof me, dan zit je ver.

Als ik lees en zie hoeveel leuke vrouwen en mannen zichzelf dag in dag uit afmaken omdat ze niet lijken op het beeld waar ze volgens de media aan moeten voldoen, dan moet ik weinig moeite doen om te wenen. Dan denk ik aan mijn zoon en mijn dochter, en dat ik dat niet wil. Dan denk ik dat ik wil dat ze zichzelf zien zoals ik hen zie: als de fantastische mensen die ze zijn.

IMG_7700

Thuis loop ik rond in korte broeken die tonen dat ik mijn levenslange lidkaart van team cellulitis en de chub rub club heb verdiend. Omdat het warm is, en vooral: omdat ik gestopt ben met me daarvoor te schamen. Ik loop ook zo rond, omdat ik wou dat ik in mijn eigen kindertijd meer echte lichamen had gezien van mensen die zich niet schaamden. Mijn moeder vond zichzelf openlijk te dik, ook al was ze veel slanker dan ik ooit zal zijn. Als ik daaraan terugdenk kan ik wel wenen, wetende dat ze daar heel wat kostbare jaren heeft aan gegeven voor ze zo ziek werd dat ze in sneltempo afviel en zei: “ik ben blij dat ik niet juist veel was vermagerd, of er schoot helemaal niks meer van me over”.

IMG_7514

Ik steek mezelf niet weg omdat ik eigenlijk niet goed meer weet waarom. Mijn kinderen moeten zien dat de boekjes maar een klein stuk van de realiteit tonen. Als zij het niet tonen, dan is het maar mijn taak en die van hun opvoeders om nuance te brengen in dat verhaal. Om te tonen dat er lichamen zijn die dik zijn, en dun, en gehandicapt, en lang, kort, behaard, sterk, ziek en in een hoop kleuren. Om hen te leren dat die lichamen misschien niet zijn zoals de media het op dit moment voorschrijft, maar dat dat niet wil zeggen dat de eigenaars ervan zich moeten schamen. Dat dat niet impliceert dat zij zich kapot moeten zweten in de zomer omdat ze hun dikke armen en benen niet durven tonen. Been there, done that, bought the t-shirt met lange mouwen.

Denk er eens over na: hoe vaak zie je vetrollen en armfilets en cellulitis als je de reguliere media volgt? En dan niet in een context van: hoe krijg je dat hier zo rap mogelijk weg, want beschamend? Zelfs in 2017 is het nog steeds zo dat alles oké is, zolang het maar keihard wordt weggestopt.

Is het voor mij nu makkelijker praten, omdat ik me volgens sommigen heb geplooid naar bepaalde maatstaven door tien jaar geleden voor een maagverkleining te kiezen? Ik zie het in elk geval helemaal anders.

Ik ben mezelf niet graag gaan zien omdat ik een bepaald gewicht heb bereikt. Ik heb op dit moment een BMI van rond de 30, met wat zagen en zoeken vind je een chirurg in dit land die snapt dat je zo niet verder kunt leven en dus een maagverkleining kunt gebruiken. Ik snap dat mensen zwaar ongelukkig zouden kunnen worden als ze het lichaam hadden dat ik nu heb. Ik heb dikke billen en een dikke kont, en als ik enthousiast naar u zwaai zwaaien de kipfilets onder mijn armen enthousiast mee. Ik heb een grotere kledingmaat dan een jaar na mijn maagverkleining, toen ik bedolven werd onder de complimentjes omdat ik zo slank was geworden en ik alleen maar dacht: eindelijk ben ik goed genoeg om graag gezien te kunnen worden. Om daarna te beseffen dat ik nog exact dezelfde Kelly was die met een reden dik was geworden, en dat al die gevoelens er nog altijd zaten. Alleen werd ik vanaf die maagverkleining ziek als ik mezelf wilde troosten met eten. Het zag eruit als een overwinning, maar ik besef nu dat ik toen nog altijd niet gelukkig was. Dat dat ook niet anders kon.

Ik moest eerst crashen. En dan nog eens. Zo hard dat ik antidepressiva kreeg aangeboden, en toch eens checkte of therapie een optie kon zijn. Pas toen is alles beginnen kantelen. 

Ik heb mezelf eerst graag moeten leren zien zoals ik ben, eerder vanbinnen dan vanbuiten, om blij te zijn met wie ik nu in de spiegel zie. Ik besef nu pas dat je nooit een gewicht kunt bereiken waarop je je wel gelukkig voelt als je jezelf niet graag ziet. Als je afhangt van complimenten van anderen om je goed te voelen, dan kan een negatieve opmerking er ook voor zorgen dat je met maatje 36 en al in een diepe put valt. En we zijn allemaal mensen, dus die negatieve opmerkingen zullen er ook altijd zijn. Het verschil is dat ik ze niet meer per definitie voor waarheid aanneem. Dat ik bij het dragen van een jurkje waaronder mijn imperfecte knieën zichtbaar zijn niet verschrikt rondkijk of niemand me dat gegeven naroept, om dan vol schaamte naar binnen te lopen omdat ik dacht dat ik dat aankon. No more. Echt, roep maar.

Ik zie mijn gewicht voor het eerst in jaren zonder gigantische moeite zakken, traag maar zeker, en dat is niet omdat ik een magisch dieet heb ontdekt. Dat is enkel en alleen omdat ik niet langer walg van mezelf. Omdat ik die walging niet meer moet wegeten en drinken leef ik plots gezonder dan ooit. Het lijkt de ironie van het lot, dat ik er nog nooit minder mee bezig ben geweest dan nu, en nog nooit minder moeite heb moeten doen om gezond te leven.

Ik denk dat ik voor het eerst in mijn leven niet het gevoel heb dat wat ik nu ben tijdelijk is, onderweg naar beter. Ik ben al goed. Mijn dochter vindt mijn vetrollen de max om op te liggen, en ik heb een man die mij net zo graag zag toen ik vijftig kilo meer woog. I’m good. Eindelijk.

IMG_8081

Het hangt aan elkaar vast. Ik zorg voor mezelf omdat ik mezelf graag zie. Het is niet perfect, mijn haar is al heel lang niet meer gekleurd en ik moet al weken naar de kapper maar weet om allerhande redenen even geen moment te vinden om daar tijd voor te maken. Het grote verschil: vroeger had ik in de spiegel gekeken en de conclusie getrokken dat ik een sloor was die zichzelf niet eens deftig kon verzorgen. Dat mijn man het nog uithield met iemand als ik, ik had het niet gesnapt. Nu denk ik: die grijze haren zijn zo lelijk niet, en binnen een paar weken lukt het vast wel eens. Ik heb nu gewoon even een drukke periode. En dan? En meer heeft mijn grijzere, warrigere kapsel eigenlijk niet te vertellen over wie ik ben en waar ik voor sta. Ook als ik beslis om het niet langer te kleuren. Ook een valabele optie.

De kans is lang niet onbestaande dat er periodes in mijn leven zullen zijn waarop ik weer wat zwaarder ben. Ik ben mijn doodsangst kwijt, denk ik. Want ook dan ben ik goed genoeg.

Zeg eens dat ik dat nooit, maar dan ook nooit meer mag vergeten.
Het was een lange weg, maar ik ben hier graag.

(beluister aub deze podcast)
(hij is geweldig in so many ways, juist gelijk gij. En ik.)

lilith kiest haar vergelijkingen zelf

IMG_0960Ik rij ondertussen vier jaar wettig met de auto. Stel u daar niet te veel bij voor. Ik rij voornamelijk rond in groot-Ieper. Elke weekdag, af en toe in het weekend. Boodschappen doen, Dexter naar school of ergens anders brengen, mijn vader bezoeken, dat soort glamoureuze toestandjes. Als ik mezelf zou vergelijken met de duizenden mensen die ik ken, die zonder verpinken naar Brussel en Parijs rijden en met de vingers in de neus parallel parkeren op de Périférique, dan ben ik de grootste sukkelaar die ooit achter een stuur is gekropen.

Gelukkig doe ik dat niet meer.
Ik vergelijk nog wel, maar als ik het doe, dan probeer ik te focussen op mezelf.
Ik vergelijk met de chauffeur die ik vijf jaar geleden was, en die van twee jaar geleden, en een jaar. Als ik me met haar vergelijk, dan kan ik alleen maar blinken in mijn vel.

Aja. Ik laat nooit nog slaap als ik weet dat ik de dag erna moet rijden. Ik rij niet meer verkrampt zoals in het begin, maar vind het vaak zelfs zeer fijn om in het zonnetje ergens naartoe te rijden met de radio aan. Als ik mezelf vergelijk met de Kelly van vijf jaar geleden, die bijna moest overgeven bij de gedachte dat ze ooit zou moeten rijden met een auto waar haar kind inzat, dan denk ik: dikke vette chapeau.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik het verslag van Sofinesse haar Dwars door Brugge las. Ik snap het, ik zou ook niet graag het gevoel hebben dat ik de laatste ben. Tegelijk kun je maar beter goed kiezen met wie je vergelijkt, en haal je het meeste contentement uit de vergelijking die je het meeste eer aandoet. In Sofie haar geval: met zichzelf van een jaar geleden, of toch minstens met iedereen die in de zetel is blijven zitten, of nooit 15 kilometer zou aandurven, zoals ik.

Jammer dat het al maandag is, of het was er eentje voor Cherokee Friday.

lilith doet even niks

shutterstock_287117135“Wat gaan we doen?”.
“Dat zullen we wel zien, jongen”.
“Maar ik wil het nu weten voor de hele dag”.

Bijna vijf is hij, en hij slaagt er als geen ander in om me een spiegel voor te houden. Alsof ik mezelf bezig hoor. Niet alleen als kind, maar ook als wie ik nog steeds ben. Iemand met een totaal gebrek aan talent voor niets doen, en nog minder voor niets plannen. Ook ik wil namelijk op elk moment weten hoe de planning eruit ziet, altijd en overal. En als er om een of andere onverklaarbare reden niks op die planning blijkt te staan, dan wil ik daar iets aan doen. Tot in den treure.

In bad lees ik een boek. Op de trein organiseer ik brainstorms met mezelf, over mijn werk, of mijn blog. Op het toilet blader ik door mijn Instagramfeed. Ga ik lopen, dan luister ik niet naar de stilte van de natuur, maar wil ik op de hoogte blijven van alle boeiende podcasts die ik volg. Ik kan zo jaloers zijn als ik zie dat anderen een uur door een treinraam kunnen staren. Want ik kan het niet.

Is het stil, dan wil ik praten. Een vreselijke default voor een journalist, want het is net in de stiltes dat het vaak gebeurt. Dat weet ik, maar het wil daarom niet zeggen dat zwijgen makkelijker geworden is. Ergens het belang van inzien betekent niet per se dat je er ook in slaagt om het tot een goed einde te brengen.

Zo zalig als mijn lief een dag niks doen vindt, zo compleet moorddadig word ik ervan. Vlieg me asjeblieft niet naar een zonnige plek waar ik verondersteld word om een week aan een zwembad te liggen, want hoe graag ik ook lees, na ongeveer drie kwartier moet er iets gebeuren. Wil ik iets zien. Iets eten dat ik nog nooit heb gegeten. Iets ontdekken.

Vermoeiend is het.
Uitputtend ook.

En confronterend om zien dat ik die onhebbelijke gewoonte nu al heb doorgegeven aan Dexter. Geen idee of dat via mijn genen was of via hoe ik overkom in de dagelijkse omgang, maar op dat vlak is hij mij, alleen ongeveer zestig centimeter korter.

Niks is verloren, we zijn aan het oefenen. Op zondagen zonder dingen op de planning. Om Dexter te leren dat ook die leuk kunnen zijn. En dus probeer ik te fluisteren als ik rond een uur of tien, ergens na het ontbijt, zo ongemakkelijk begin te worden dat ik niet anders kan dan het vragen aan mijn lief. “Ik weet dat we niks zouden doen, maar gaan we echt niks doen?”.

Waarop hij neen zegt en Dexter komt zeuren of we echt niks gaan doen. “Niks doen kan ook heel fijn zijn hoor, jongen”, hoor ik mezelf dan zeggen.

Een grote leugen, dat ouderschap, maar wel bijzonder goed bedoeld.

Deze column verscheen een tijdje geleden in Femma Magazine.
Ondertussen kan ik het zelfs nog een heel klein beetje beter, dat niks doen. 

Met lilith is alles oké

shutterstock_439360372 (1)Het zegt veel over je gebruik van internet en sociale media als mensen na enkele dagen lieve berichtjes beginnen sturen omdat je er wat te stil op bent. Of toch veel stiller dan anders. Daar zit niet veel meer reden achter dan dat het hier de laatste maanden nogal druk is geweest. Ik wil er niet te veel over zagen, omdat ik het gevoel heb dat ik te vaak kom vertellen hoe druk het is. Ik heb net mijn tweede boek in zes maanden ingediend, en het gaat de max zijn. We gaan bouwen, binnenkort, dat is ook nog iets. Naast een hoop andere zaken die ik door tijdsgebrek nog niet geblogd kreeg, zaten de dagen dus properkes vol.

Ik snak al een tijdje naar een paar dagen vakantie, maar dat zit er op dit moment niet in, laat staan zonder de kindjes. En daarom ben ik mezelf even aan het trakteren op minder dingen die ik van mezelf gedaan moet krijgen op dagelijkse basis.

Het valt niet mee om los te komen uit het tempo van de laatste maanden, maar het lukt. Wat minder Instagrammen en bloggen en wat meer lezen en wandelen blijkt een bijzonder goed idee. Er staan twee dagen verlof gepland voor volgende week. Nood aan, jong, geen zever.

In een vorig leven was ik gewoon blijven doorsjezen tot tegen de muur.
Dat vorig leven is voorbij, merk ik, en daar ben ik zo blij mee.
Net als met de bezorgde berichtjes, die zijn lief.
Maar het gaat dus goed. Beter dan in lang. :)

lilith is geen loper

IMG_6764Ik ben geen loper.
Nooit geweest.
Ook al loop ik al meer dan tien jaar.
Wie mij om de twee drie dagen over het jaagpad langs de vaart Ieper-Diksmuide ziet strompelen ziet korte, dikke beentjes en daarop een lichaam dat afziet. De ene keer harder dan de andere, maar echt zweven wordt het nooit.

Ik denk dat ik eerder een lichaam heb om vijanden tegen te houden of hout te sprokkelen dan om achter schichtige hindes aan te zitten. Mijn botten zijn zwaar, ik weeg altijd veel meer dan mensen me inschatten. Ik sta stevig op de dijk, zoals ze zeggen. Dat had mijn moeder ook al, maar zij ging nooit lopen.
Ik wel, en daardoor weet ik dat ik me zelden vederlicht voel. Als mijn voeten neerkomen dan moeten ze wat opvangen aan gewicht. Net als mijn enkels. En mijn knieën.

Dat eindigt dan regelmatig eens bij weer een andere kinesist.

“Niet iedereen is gemaakt om drie keer per week te lopen”, zei de laatste die me onder handen nam, terwijl ze allemaal naalden in mijn bovenbeen prikte. En dat ik ook minder kilometers kon afleggen, als ik echt niet van plan was om eens te gaan fitnessen of te zwemmen in de plaats.

IMG_6710
Dat was ik niet van plan. Als ik in mijn auto moet kruipen om te gaan zwemmen heb ik al geen zin meer. Als ik nog maar denk aan de overbevolking in het zwembad van Ieper ook niet. Ik moet mijn tegenzin om te vertrekken verdrijven door mijn loopschoenen aan te trekken en de eerste stap over de drempel te zetten. Als ik weg ben, ben ik weg. Dan is het zo stom om nog terug te keren zonder eerst te lopen. En ik ben altijd weer zo blij en trots en zot van contentement als ik geweest ben.

Ik heb het al geprobeerd, maar het lukt niet: gaan lopen zonder minstens een foto van mijn schoenen te nemen. Niet alleen omdat ik niet kan geloven dat ik het na al die jaren nog steeds vol zie te houden om regelmatig die schoenen aan te trekken, maar ook omdat mijn schoenen zelden het beangstigende rood met paarse vlekken uitslaan dat mijn wangen aannemen na een paar kilometer strompelen. Als de neus van een alcoholieker een pantonekleur heeft, dan hebben mijn wangen die er vlak naast.

Ik ben geen loper, maar deze pluim ga ik op mijn hoed steken: ik loop toch. Ook al kan ik het niet. Ook al weet ik dat het niet mooi is om zien.
Ook al ga ik altijd de laatste en de traagste zijn van iedere loper die ik ken.
Ik ben zo’n loper als Kelly De Ridder.

En damn, wat heb ik massief veel respect voor Kelly De Ridder.

Over witte en zwarte wolven

shutterstock_38585698Ik ben geen vrouw van parabels. Ik ben eerder van de statistiek en de wetenschap dan dat ik vatbaar ben voor dromenvangers en te lang in mijn kracht blijven staan. En toch. De laatste weken hangt er een parabel rond in mijn hoofd. De laatste zin ervan, eigenlijk. Een parabel die sommigen onder jullie vast al hebben gehoord of gelezen, maar ik kwam hem recent pas tegen. Twee keer op enkele weken. Mocht ik in tekens geloven, ik dacht: het is een teken!

An old Cherokee is teaching his grandson about life. “A fight is going on inside me,” he said to the boy.

“It is a terrible fight and it is between two wolves. One is evil – he is anger, envy, sorrow, regret, greed, arrogance, self-pity, guilt, resentment, inferiority, lies, false pride, superiority, and ego.” He continued, “The other is good – he is joy, peace, love, hope, serenity, humility, kindness, benevolence, empathy, generosity, truth, compassion, and faith. The same fight is going on inside you – and inside every other person, too.”

The grandson thought about it for a minute and then asked his grandfather, “Which wolf will win?”

The old Cherokee simply replied, “The one you feed.”

The one you feed.

Het is een zin waar ik de laatste tijd vaak aan denk.
Als ik duidelijk weer te veel horrorshownieuws in mijn hoofd heb toegelaten en ten onder ga aan de gedachte dat we allemaal doomed beyond repair zijn. Als ik op Google zit te zoeken naar symptomen van alvleesklierkanker. (Don’t ask) Als ik maar blijf zagen over wat niet goed gaat en vergeet wat wel goed gaat. Dan denk ik dat ik mijn zwarte wolf dringend eens een paar dagen op regime moet zetten.

The one you feed.

Blijkt er zelfs een podcast te bestaan met die naam.
Keigoed gevonden, vind ik.
En checkt die hast zijn tattoo.

Cherokee friday, zou dat hier niks zijn?

lilith en de haast vergeten vruchtbaarheidsbehandelingen

IMG_1544Bestaat de kans dat het niet lukt?”, vroeg ik, terwijl ik voor de zoveelste keer met mijn benen in het bekende gareel lag.
We kunnen heel veel”, zei de gynaecologe.
Dat was geen ja, maar ook geen neen.
Het antwoord weerhield me niet van me bij het naar buiten gaan een leven zonder kinderen voor te stellen.
Ik wilde ze, dacht ik, maar misschien kreeg ik ze wel nooit.
Die kans bestond, wist ik na nog maar eens een behandeling die niet aansloeg.
Die kans leek na elke poging groter in mijn hoofd.
Zou het ons dan ook lukken om gelukkig te zijn? Vast wel.
Al was ik daar niet altijd zeker van als de schrik me sommige nachten om het hart sloeg als een laag snel opkomend ijs.

Ik herinner me niet eens meer hoeveel behandelingen we gehad hebben voor ik een positieve test in mijn handen kreeg en alles ook echt bleef duren.
Ik herinner me vele uren in de wachtzaal.
Veel bijten op nagels.
En ja, soms liep het mis.
Als je door een achteruitkijkspiegel kijkt vallen dingen beter mee dan ze toen waren, omdat je vanuit je huidige positie weet hoe ze aflopen.
Met twee kindjes. Een jongen en een meisje.
De twee onwerkelijkste kindjes die ik me toen kon voorstellen.

Ik heb nooit over mijn vruchtbaarheidsproblemen gesproken.
Die van mij, ja. Dat was van in het begin duidelijk.
Ik wilde er niet over praten terwijl we aan het proberen waren.
Niet omdat ik me schaamde. Daar heb ik weinig last van.
Gewoon geen zin in tips.
Geen zin in weer iets aankaarten dat ik had.
Ik had toen namelijk al veel andere dingen om niet weer over te willen praten.

Opmerkingen met een knipoog, ook geen zin in. Ik voelde ze al komen.
Ik stopte meer dan een jaar eerder met de pil dan ik iedereen had wijsgemaakt.
Achteraf gezien was dat het slimste dat ik kon doen, om mij en het feit dat er geen zwangerschap kwam geen spotlights te geven waar ik geen nood aan had.
Of we kinderen wilden? Misschien. Zouden we nog wel zien.

Bij Flo ging het vlotter, omdat we wisten welke dosissen van welke medicatie we nodig hadden om het allemaal gedaan te krijgen. Ik heb toen altijd gezegd dat ik er gerust wel eens iets over wilde zeggen als ik de kindjes had die ik wilde. Maar kijk, toen waren er andere dingen waar iets over moest gezegd worden. Dacht ik er nog maar zelden aan terug.

En toen las ik vanmorgen het stuk van Maartje Luif in De Standaard. (koop die krant!)
Over wat je ontnomen wordt als je geen kinderen krijgt.

Het ging recht door mijn hart.
Wat weet ik het nog goed, alles.
En wat ben ik dankbaar dat ik het bijna weer vergeten kon zijn.

Lilith wil leren trunten

shutterstock_343460951

Trunten (ww. trunte, getrunt)
De flauwerik uithangen.
Ge moet niet zo zitten trunten, het is maar een klein wondje.

Het is een constante in mijn blogbestaan. De posts waar ik over twijfel of ze een goed idee zijn, blijken vaak de posts waar mensen me voor bedanken. Wat me de laatste tijd dikwijls doet terugdenken aan dit citaat van Neil Gaiman dat ik uit Tools of Titans haalde:

“The moment that you feel, just possibly, you are walking down the street naked, exposing too much of your heart and your mind, and what exists on the inside, showing too much of yourself…

That is the moment, you might be starting to get it right.”

Op dat vlak is het ouderschap een gigantische eyeopener.
Want hoe kan ik mijn kinderen leren dat onzekerheid en verdriet en frustratie emoties zijn die er mogen zijn, die niet weggeduwd hoeven te worden, als ik ze zelf blijf wegduwen?

“Het is niet erg”.
“Trek het u niet aan.”
“Denk aan alle positieve dingen”.
“Niet trunten”.
“Lachen en doorgaan”.

Ik heb dat ook allemaal geprobeerd, eigenlijk al mijn hele leven, maar het resultaat is dat ik een ongelooflijke pleaser ben geworden die dag in dag uit worstelt met gevoelens waar niet eens mee zou geworsteld moeten worden, omdat ze ook gewoon zouden moeten kunnen bestaan. Ja, ik voel me soms gekwetst als ik heel erg mijn best doe en mensen tikken me op de vingers. Ja, ik weet dat 98 procent van de reacties superlief zijn en ja, toch raken die 2 procent me meer. Is dat kinderachtig? Misschien. Zou ik daar rationeler mee om kunnen? Vast en zeker wel. Ben ik de enige? Ik doechtet niet.

Dat inslikken, ik merk door kinderen te hebben hoe snel we dat al moeten leren.
Altijd maar weer.
Ik vind dat zeer confronterend om zien.
Misschien moeten mensen elkaar eens wat vaker durven zeggen dat ze iets echt niet fijn vinden.
Dat iemand hen een beetje zeer heeft gedaan.
Misschien moeten we iemand die verdriet heeft eens wat vaker durven laten wenen.
En misschien moeten we wat meer oprecht proberen te luisteren in plaats van “trek het u niet aan” te zeggen.

Wat ik niet bedoel als een verwijt naar de mensen die dat zeggen.
Ik ben even schuldig.
Ik zeg dat ook al heel mijn leven, dat mensen niet moeten wenen.
Dat het allemaal zo erg niet is.
Maar waarom eigenlijk?
Ge trekt het u duidelijk wel aan, en in plaats van dat te erkennen minimaliseer ik uw gevoel.

Lang verhaal kort. Als ik mijn eigen gevoelens die in onze maatschappij vaak als zwak worden aanzien blijf negeren, verzwijgen, wegduwen en wegwuiven, hoe kan ik dan aan mijn kinderen leren dat ze een plaats verdienen?

Het is een gigantisch leerproces, geloof me, om mijn zoon die ook vaak heftig op dingen reageert te laten huilen in plaats van te zeggen dat hij zich niet druk moet maken. Ik moet mezelf elke dag leren dat als hij verdriet heeft, dat dat verdriet voor hem het echtste is dat hij heeft. Dat het hem niet helpt als ik zeg dat het zijn verdriet niet waard is. Dat hij moet stoppen met triest zijn. Niet moet trunten. Ik moet mezelf er op dagelijkse basis aan herinneren dat ik hem een veel groter cadeau doe als hij weet dat hij bij mij zo lang mag komen huilen als hij wil. Altijd. Ook over iets dat andere mensen te stom vinden om verdriet over te hebben.

Voor elke stap die ik al in dat proces heb gezet heb ik er drie teruggezet. Een processie van Echternach met roepen en vloeken is het. Voor elke keer dat ik voel dat ik iets goed en kalm heb aangepakt heb ik mijn geduld een paar keer verloren en op een manier gereageerd die ik liever onder de zetel zou vegen. Vandaag nog. Meerdere keren. Ziek en moe en een gigantisch drukke week en dan dat er nog allemaal bij. Maar ik doe mijn best. Ik hoop dat hij dat ooit zal beseffen.

Bedankt voor jullie reacties op mijn vorige post.
Bedankt om mij geen trunte te vinden, of toch niet luidop.
Bedankt om het niet te minimaliseren.

Als je iets voelt dan voel je iets.
Wat dat is heeft vaak met opvoeding te maken, en met persoonlijkheid.
Niet iedereen is even zelfzeker.
Niet iedereen heeft eendenpluimen, waar alles gewoon pijnloos vanaf druipt.
Je weet nooit welke stemmen iemand gevormd hebben, vroeger of zelfs vorige week nog.

Daar hoef je je nooit voor te schamen.
Dat wil ik leren aan mijn kindjes.
En in het verlengde, met heel wat vertraging, ook aan mezelf.

lilith deed van ach fuck it

achfuckitIk denk dat ik het in de vorige versie van het Blogboek dat op dit moment de laatste correcties ondergaat zo makkelijk liet lijken. Iets van wie op een podium kruipt krijgt al eens een steentje naar het hoofd. Soms een steen. Ik vertelde in hetzelfde hoofdstuk dat ik op jaarlijkse basis zowat honderd keer meer rozen naar mijn hoofd kreeg dan stenen. Waardoor ik steeds beter geworden was in het plaatsen ervan. Ik besef dat, dat die balans hier na al die jaren waarin ik vaak maar iets deed nog steeds waanzinnig goed zit, en ik ben daar zeer dankbaar voor. Deze blog is nog altijd mijn warm dekentje. Dat komt door jullie.

Maar soms he. Als het ongelooflijk druk is, met een boek dat gecorrigeerd moet worden en veel opdrachten en deadlines en al eens kloterij met opvang en zieke kinders. En ge hebt eigenlijk echt echt geen tijd om te bloggen, maar ge doet het nog altijd zo graag dat ge er toch tijd voor maakt. Op onmogelijke uren en momenten. Om boekenlijstjes te maken waar veel meer werk in kruipt dan voorzien. Om na te denken over nieuwe rubrieken, naast uw al intensieve dagtaak in de schrijverij. Om iets nieuws te bedenken voor binnen een paar weken als het hopelijk weer wat rustiger wordt (spoiler: dat gaat niet gebeuren, waarover later misschien meer).

Ik heb het even voor u nageteld: dan zijn er maar drie mensen nodig die uw blog zo weinig komen lezen dat je ze moet goedkeuren in de reacties. Plus een situatie van niets die je de indruk geeft dat mensen het nodig vinden dat je verantwoording aflegt voor hoe je de dingen hier aanpakt. Net voldoende om plots alsnog overvallen te worden door een hele dikke “ach, fuck it“.

Ik merk dat ik de laatste tijd vaak dingen incalculeer. Dat ik iets ga posten en dat iemand me ergens op gaat wijzen. Hoe vlees? Hoe een nieuwe jas? Hoe Studio 100? Soms op mijn blog, soms in het echte leven. Ik weet dat dat erbij hoort, met een archief vol meninkjes waarvan ik zelf meestal het bestaan niet meer afweet. Maar ik ben helemaal niet consequent. Nergens in, eigenlijk. Ik kan je vandaag zeggen hoe je het makkelijkst een tomaat kunt snijden en het morgen compleet anders doen. Ik probeer niet te preken, maar doe vast soms wel iets vanuit enthousiasme dat er hard op lijkt. Als je het op een bepaalde manier leest. Als ik het op een bepaalde manier schrijf. Dat gebeurt. Dat weet ik na veertien jaar ook. No biggie. Ik probeer mijn best te doen, maar ik ga ook regelmatig de mist in bij dingen die ik probeer. En ik ben daar doorgaans ook gewoon oké mee. Zo ken ik mezelf.

Maar soms word ik er wat moe van.
Ge hebt dat toch gezegd?
Waarom doet ge dat dan?
Hoe? Ik dacht dat ge dit?
Zei jij niet dat je dat?
Dat slaat toch nergens op?

Het slaat ook allemaal nergens op.
Dat is gewoon het ding.
En als ik voldoende slaap en tijd heb voor dingen snap ik de vragen zelfs beter dan nu.
Kan ik de doodgewone interesse onderscheiden van de geweertjes.
Maakt het me ook allemaal niet zoveel uit.

Ik was niet van plan om dit blogpauzetje te verduidelijken.
Ik wilde gewoon wachten tot het weer over was.
Tegelijk denk ik: waarom delen mensen het als ze content zijn en gaan ze in een hoekje zitten zwijgen als dat niet zo is? Wil ik daar niet wat van weg?
Dus ach fuck it, het is gewoon even wat het is.

Het blijft een leerproces, ook nu nog. Het zou niet het hele verhaal van deze blog zijn als ik een suikerlaagje over mezelf zou leggen en zou doen alsof ik op dat vlak niet te raken ben. Ik deel het niet om te horen dat ik geweldig ben, of omdat ik vind dat niemand me in vraag mag stellen. Wel omdat ik denk dat ik de eerste en de laatste niet ben die even haar mojo verliest. En ik weet dat ik het me allemaal niet moet aantrekken. Dat het niks voorstelt. Dat is lief. Er is voor de rest ook niks meer aan de hand dan dat: een blogdip. Er zijn geen traantjes gevloeid maar ik heb wel een beetje met mijn ogen gerold en gezucht. Zo’n situaties. Komt voor in de best families.

Het feit dat er hier al weer woorden staan is geen slecht teken.
Maar tegelijk: neem me vooral niet op mijn woord.
Dat zou ik zelf ook niet doen.