Lopen
Eind jaren negentig, een middelbare school in Ieper: in het veel te warme omkleedlokaaltje waren de meningen verdeeld. De enen hadden van mensen uit andere klassen gehoord dat we het wel zouden moeten doen, de anderen waren ervan overtuigd dat het wel weer volleybal zou worden, of handenstand. Ik hoopte keihard met de tweede helft mee. Een paar minuten later zakte de moed in onze baskets: 'Meisjes! Allemaal verzamelen aan de deur, we gaan lopen!'
Als ik in die tijd ÈÈn activiteit moest kiezen waar ik een bloedhekel aan had, dan was het wel lopen. Lopen stond in mijn lijstje van hatelijke schoolactiviteiten zelfs ver boven mondeling frans, of een examen wiskunde afleggen. De wetenschap dat ik in de namiddag L.O. had, en hoogst waarschijnlijk zou moeten lopen, was genoeg om heel mijn schooldag en humeur te verknallen.
Er waren een paar factoren die die afkeer in de hand werkten:
*de looplocatie: lopen gebeurde bij ons nooit binnen de veilige muren van de school. Er werd gestart aan de uitgang van het gebouw, en er moest door de bewoonde wereld worden gelopen in een grote cirkel rond de school. Bejaarden en werklozen die in de omgeving van de school woonden maakten er dan ook een sport van om zich zo strategisch mogelijk op te stellen om heel de dag van het loopspektakel te kunnen genieten. Maar dat was natuurlijk nog niet vernederend genoeg. Zie punt 2.
*de loopkledij: geloof me vrij, over lopen heb ik me nooit illusies gemaakt. Niemand ziet er goed uit als hij een paar kilometer lopend moet afleggen. Maar het helpt al helemaal niet als je getooid bent in een onflatteus veel te wijd en wit t-shirt met het lelijke logo van je school op. En een korte broek is enkel mooi als je mooie, lange en vooral bruine benen hebt. Mijn benen behoren tot het andere uiterste. Op elk gebied.
*mijn fysieke conditie: een roker met kilo's teveel laten lopen is als een gehandicapte in een vijver duwen: je weet dat het niet goedkomt. Terwijl de gazelles van de klas even gracieus als altijd na drie seconden uit beeld waren verdwenen, begonnen de minder gracieuzen aan een lange en uitputtende tocht langs aanmoedigende bejaarden en werklozen.
Lopen zorgt voor een vreemd soort verbondenheid in belachelijkheid. Want hoe populair je ook was en tot welk groepje je ook hoorde, alle kliekjes werden gescheiden tijdens het loopproces. Plots liep je tussen de mensen waar je anders geen aandacht aan besteedde, maar zij liepen al even belachelijk als jij, en ze hadden een even rood hoofd. En dus steunde je elkaar.
*het mentale aspect: Lopen is saai. Tijdens het lopen zoek ik steeds wanhopig naar onderwerpen om over na te denken, zodat er toch nog enig nut aan verbonden kan worden. Het enige waar ik op die momenten op kan komen zijn dingen als: 'Zou mijn hoofd erg rood zijn?', 'Blijven ademen, Kelly' en 'Die oude rukkers zouden beter een beetje werken in plaats van in mijn gezicht te grijnzen, godverdomme!'
Toen ik afstudeerde heb ik gezworen om nooit nog een kilometer te lopen. Het afschuwelijke toeval wil dat ons appartement uitkijkt op mijn vroegere looproute, en gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik even overwoog om het toch nog eens te proberen. Uit nostalgische overweging, en als aanvulling op mijn hometrain/fitnessprogramma om mijn overtollige kilo's te verliezen. Ik beloof niks, maar ik ga in elk geval op zoek naar mijn versleten schoolshirt.
