lilith voelt een lied opborrelen

Met een hoofd dat op mijn rechterschouder rustte liep ik over het groene seventiestapijt. Of beter: ik schreed. Ik schuifelde. Ik verzette ÈÈn voetje per twintig seconden en las in stilte de titels die op de boekenruggen stonden. 'Smoothies maken', en 'Koken in VenetiÎ'. "Waar is Wally?" naast een ongetwijfeld dol avontuur featuring de Boeboeks, allemaal voor weinig geld. Ik hou waarlijk van de Slegte. De Slegte in Kortrijk is dan ook nog eens fantastischer dan de Slegte in Gent, want aan de muren hangen spiegels en op de grond liggen wollige tapijten met retro-bollen op. En ik word er rustig van, als ik na mijn werk nog even in alle stilte over groen tapijt kan schuifelen. Ik ben dan ook maar een simpel boer'nkind dat niet veel nodig heeft om gelukkig te zijn, bedacht ik me. Dat was een mooie gedachte. Ergens diep in mij begon een liedje te spelen.

Het ging van tum tumerumtum tum, tummerumtum tumtumtumtumtum. Het kwam me bekend voor, maar ik kon het niet meteen plaatsen. Toch zong ik inwendig vrolijk het deuntje mee. Opborrelende liedjes aan je voorbij laten gaan, het zou zonde zijn op een mooie lentedag als het was. Boedieboediboe, deed ik. Tumtummerumpumpum. Biediebiediebie. In mijn bovenbeen voelde ik een lichte trilling. Een mooi opborrelend lied laat bij mij werkelijk geen enkel lichaamsdeel onberoerd, besefte ik, en ik pinkte terstond een klein traantje weg in mijn linkerooghoek. Hoe ÈÈn kan een mens zijn met zijn chakra? Hoe ÈÈn wel niet?!

Ik zoog de seventieslucht in mijn longen. Ik was puur. Het deed goed. De trilling in mijn been hield aan. Het lied ook. Hoe ging de Hare Krishna-rijm ook al weer? Hare Hare, Hare Rama, Rama Rama,... Ik was amper een paar seconden verwijderd van het vinden van mijn power animal, toen ik besefte dat het mijn gsm was die rinkelde. Ow. Ja. Ow ja.

'Hallooow?' fluisterde ik, terwijl ik heftig de tranen van religieuze emotie begon weg te slikken.
'Jeroen van mobistar, mevra', sprak een jongemannenstem aan de andere kant.
'Kuunt u effekes taad moake voor een poar vraagskes?'
'Iek...' stamelde ik.
'Wacht op een trein' deed ik.
Het werd stil.
'Die daar juist is'.
'Geen probleem, mevra' zei Jeroen van mobistar.
De winkelbediende keek me aan alsof ik een leugenaar was.

Op dat eigenste moment overleed Terri Schiavo.
Maar dat had er volgens mij niet echt ongelooflijk veel te mee te maken.

31 maart 2005 | | 2 reacties

Oh yeah, and I have met my destiny in quite a similar way

Zuchtend vatte ik de tocht aan die ik me net door Youri had laten aanpraten.
Tweehonderdzesentwintig treden spreidden zich voor mij uit.
Bergop.
Ik kon me nog vaag herinneren hoe we ons hadden voorgenomen om heel het weekend gewoon niks te doen, heejlegansen niks. Een beetje rondhossen in een witte badjas en savatjes, dat had ik me voorgesteld, maar bij 18 ‡ 19 graden in een te dikke trui en geladen met een grote zak zomaar nergens heen klimmen, dat was veel minder. In mijn ooghoek zag ik Youri de eerste trede bedwingen. En dan de tweede. Ik wist dat ook ik iets moest doen wilde ik niet hopeloos achterop raken, en dus nam ik een ongemerkte aanloop en stootte ik mezelf af, richting Leeuw van Waterloo! Voor Youri liep een oude man van zeker vijfenzestig, gehuld in een lange zwarte jas en met een zwarte oorklepjespet op het hoofd. Via zijn oortjes (valse witte) luistert hij naar de radio. "Die krijgt zeker een hartaanval, straks!", riep ik naar Youri, die het niet meer hoorde omdat hij al volop in de climber's high-fase terechtgekomen was. Dit, beste lezers, was elk voor zich.

oudeman_th.jpg

Honderd treden later: nog steeds als op wolkjes zweeft Youri voor mij naar boven. Ik probeer puffend te verbergen dat mijn wangen ondertussen meer paars dan roze zijn en mijn geveinsde 'toch fenomenaal hÈ, dat napoleon dat allemaal kon'-glimlach niet te verliezen. Nog eens vijftig stappen verder ben ik er zodanig van overtuigd dat ik nooit ever boven zal geraken in dit leven, dat ik stilsta en 'Youuri' prevel. Hij stopt. Ik begin te ijlen dat ik eigenlijk toch weer niet zoooo graag dat uitzicht wil zien en dat ik een foto ga nemen en de camera nodig heb enzo. Terwijl ik betrekkelijk shaky van elke extra seconde stilstaan probeer te genieten merk ik de oude man weer op. Hij neemt de trappen alsof hij nooit iets anders heeft gedaan en is ons ondertussen al een tiental meter voor. Ik probeer te vergeten dat mijn bovenbenen aanvoelen alsof er bommen in exploderen en begin aan het tweede deel van mijn calvarietocht. Na drie trappen besef ik weer waarom ik daarnet gestopt was. Ik kan niet meer. Mijn kuiten doen zeer. En die leeuw kan mij ondertussen vierkantig gestolen worden. Maar ik ben er bijna ik ben er bijna ik ben er bijna denk ik. En stap stap stap. Stap STAP stap. STAP STAP STAP. Ik kijk op, enkel en alleen om te beseffen dat er nog eens vijftig treden op mijn zere benen liggen te wachten. Tot mijn grote vreugde zie ik dat ook Youri minder en minder zweeft en meer en meer sleept. Achter mij hoor ik het gepuf en geblaas van al even erg afziende klimmers. Maar de oude man, die is bijna boven. De oude man, die zweet zelfs geen druppel.

Als we bijna boven zijn kruisen we de oude man. Hij is in dezelfde beweging weer naar beneden aan het komen, zonder rusten. Ik gaap hem hijgend na en trotseer mijn laatste vijftien treden. Ik ben dood. Ik heb warm. Ik wil zitten. Na tien minuten uithijgen tussen een hoop chinezen en amerikaanders die net hetzelfde doen staat de oude man weer voor ons. Hij is opnieuw de trappen opgewandeld, om onmiddellijk daarna weer naar beneden te wandelen. Terwijl Youri en ik uitrusten op het monument zien we de ouderling wel zes keer naar boven en naar beneden gaan. Zes maal 226, being meer dan 1300 trappen.

Ik weet het wel zeker: het was god zelf. 'Lilith, lilith' sprak hij via zijn oortjes, 'Hef je luie kont op en ga iets aan je conditie doen, kalle!'.
'Allemaal goed en wel god' zei ik, 'maar eerst ga ik het monument van Waterloo omver duwen bij wijze van closure.'

En zo geschiedde.

waterloew_th.jpg

30 maart 2005 | | 9 reacties

Wow wow wow wow waterloo!

a-okey.jpg

'In het gemoedelijke dorpje Waterloo (op 10 minuten met de wagen) zijn veel boetiekjes te vinden', las ik met voldoende gevoel voor drama voor uit het boekje van het Chateau. Hierbij wentelde ik languit op het kingsize-bed van het hotel en liet ik een gratis verkregen superzacht pantoffeltje met 'St-Martinshotels' op aan mijn teen slingeren. 'Alsook staat er een leeuw van Napoleon op een hoge berg'.
Ik keek betekenisvol op. Het laatste deeltje had ik er namelijk stiekem ter plekke bijverzonnen om het geheel wat meer cachet te geven en te verdoezelen dat ik enkel nog oog had voor het onderdeel 'shopping' in de hotelgids. Het was zaterdag en ik kon wel een nieuwe broek gebruiken.

Youri en ik waren er beiden nog nooit geweest, in Waterloo, en daar hadden we niet direct onoverwinbare hartepijnen van. Ik geloof dat je wel kan zeggen dat Waterloo ons al onze levensjaren redelijk ijskoud had gelaten. Maar nu stond het dus in het boekje. En dus reden we een kwartiertje later opgewekt en wel richting boetiekjes, leeuw en ongelooflijke kutstad die Waterloo bleek te zijn. Het was dat, of het plannetje dat we in het hotel hadden gekregen was vervaardigd door een dikke vette leesblinde dommerik.

Eerst vonden we de leeuw niet.
'Volg CENTRUM' zei ik. (voor de winkels dus, stiekemerd die ik ben)
'CENTRUM CENTRUM!!' wees ik bij elk bordje dat ons pad kruiste en waar centrum opstond.
'Maar de leeuw is niet in het centrum' zei Youri, terwijl hij onze bolide langs lelijke gebouwen stuurde.
'Hoe weet je het wel? En wat is er te doen aan die leeuw behalve een berg ofzo?'
Youri begrijpt mij, en dus reden we even later weg van de vermoedelijke locatie van de leeuw en hop naar het centrum. Het centrum van Waterloo, dat bij nader inzien niet eens bestond. Behalve als een centrum in de walen gewoon een lelijke stinkende straat is met zeven pittakoten en een Etam, zonder parkeerplaatsen. 'Dit is geen gemoedelijk centrum' fluisterde ik naar Youri, die alle moeite van de wereld aan het doen was om geen drie sans-uniquen tegelijk in te rijden. Voor mij hoefde het niet meer. Voor hem ook niet. Wij zouden de terugweg aanvatten en hier nooit meer over spreken. Tot!

Een leeuw doemde op in het tegenlicht van de verzengende zon. Onder de leeuw een berg. Voor ons plots weer een zee van mogelijkheden. We parkeerden onze wagen. We waren gelukkig. We wisten nog niet dat een akelige, dwangmatige ouderling ons pad zou kruisen. We wisten nog zoveel niet.

waterloo_tb.jpg

>>wordt vervolgd<<

27 maart 2005 | | 5 reacties

lilith wordt een kasteelprinses

Een legendarisch kasteel waar eeuwenoude tradities en hypermoderne trends hand in hand gaan.

Het Ch‚teau du Lac is het enige 5-sterrenhotel in WalloniÎ ñ het enige ook waar u verblijft aan een meer en een park met replicaís van het Trianon van Versailles en de Wilhelm Tell-kapelÖ die als twee druppels water lijkt op die aan het Vierwoudstedenmeer !
Het kasteel is romantisch maar toch eigentijds, en munt uit door de kwaliteit van zijn onthaal ñ getuige de capaciteit ìop maatî (tot 1000 personen) en de uitrusting op topniveau (inclusief draadloze supersnelle internetverbinding in de vergaderzalen en gemeenschappelijke ruimtes).

186069_3_b.jpg

Maar gow zeg. Tot maandag!

24 maart 2005 | | 10 reacties

Bill is een tikkende tijdbom

billwierook.jpg

Wierook van de Body Shop snuiven en hele dagen meezingen van 'We all shine on' enzo.
De oorkaarstherapie hebben we hem uiteindelijk uit het hoofd kunnen praten.

Maar hoe lang nog?!

22 maart 2005 | | 6 reacties

Overwegetiquette, een introductie

Elke dag voel ik hoe mijn treinexpertise groeit.
Dat komt doordat ik zo vaak trein de laatste tijd, en doordat ik iemand ben die ogen en oren openhoudt, dat ook.
Diep in mij huist de mogelijkheid om expertise op te bouwen op elk vlak, maar dat het deze keer op treingebied is, dat kunnen u en ik natuurlijk enkel maar toejuichen.
'Waarom begin je dan geen treinblog, lilith?' vraagt u mij. Wel, omdat ik nu ook weer niet te hard van stapel wil lopen. Maar een nieuwe categorie, genaamd 'trein', kan er wel vanaf!
Geen dank, hoor, geen dank.

Er zijn twee soorten overwegen dus, voor de treinen.

De snelle overwegen, waaraan de trein achteloos voorbijsjeest en waarbij je dus niet goed kunt zien wat er zich zoal afspeelt bij de mensen die moeten wachten om over te steken. Daar houd ik niet zo van. Ik heb altijd het gevoel dat ik mijn hoofd razendsnel moet meebewegen met de trein om toch iets meer glimp van de wachtende massa op te vangen, maar telkenmale draait dit uit op een teleurstelling. Je ziet gewoon te weinig om echt van de overweg te kunnen genieten.

De tweede soort overweg is meteen mijn favoriete overweg. Het is de trage overweg, waaraan de trein gezapig voorbijrijdt omdat hij bijvoorbeeld in de buurt van een station ligt. Dan kun je dus alle gebeurtenissen in je opnemen vanachter je treinraampje. Ik kies er altijd ÈÈn gebeurtenis uit. Soms bekijk ik een meisje dat verveeld staat te wachten tot ze kan overfietsen. Soms richt ik mijn arendsblik op bejaarden die naar de treinen gapen alsof ze er elk moment vloekend met hun wandelstok naar zouden kunnen zwaaien. Vanachter mijn treinraampje kijk ik dan hautain in hun richting. Zij zien het toch niet en ik heb het gevoel dat ik ballen aan mijn lijf heb. Het is een win-winsituatie.
Soms is de keuze van het tafereeltje zo vanzelfsprekend dat je naar niets anders kan kijken. Zoals gisteren.

Er stond een mevrouw aan de overweg. Ze zat op een fiets en ze leek een beetje op een verstandelijk gehandicapte, maar dat kwam door haar kapsel en haar kledij en haar rode wangen. Het is vreemd hoe sommige vrouwen die de kaap van de veertig hebben overschreden plots op mentaal gehandicapten beginnen te lijken, vind ik. Dat je denkt 'hoe ver heen moet je zijn om nu nog met een fleece-trui met pandabeermotief rond te fietsen?'. Zou het genetisch bepaald zijn, of is het een nieuwe trend die toe te schrijven is aan de verspreiding van de wibra in heel het land? Als ik god ÈÈn vraag mocht stellen, mijn keuze was snel gemaakt hoor.

De vrouw met de gehandicaptenlook stond nietsvermoedend te wachten aan de treinoverweg, toen de auto achter haar plots begon te toeteren. Ik vind, je kunt wel eens lachen met mensen die eruit zien als gehandicapten, of je kan er eens een stukje over schrijven, maar er gewoon goedkommetuit naar beginnen toeteren op straat, dat vind ik er persoonlijk een beetje over. Ik keek berispend naar de auto waar het toetergeluid vandaan kwam. Het was potverdrie nog een vrouw ook! Ze zwaaide naar de vrouwelijke gehandicapte.

Toen werd het dus leuk, want toen zwaaide de gehandicapte terug. Ze kenden elkaar.
En toen was er een probleem, want je kunt niet tegen elkaar babbelen als de ene in een auto zit en de andere op een fiets. Maar je kunt elkaar wel steeds zien. Minuten lang.
'Wanneer gaat die rottige overweg weer open?' zag je de gehandicapte dame denken terwijl ze manisch bleef lachen naar de kennis en dan naar alle richtingen die je je kon indenken. De kennis in de wagen durfde ook niet meer kijken, want dan moest ze nog eens zwaaien en lachen, zonder iets te zeggen. Naar iemand die er niet al te snugger uitzag, nota bene!

Seconden duurden eeuwigheden, en er hing zoveel ambetante spanning in de lucht dat ik even heel hard moest grinniken.

Jaja, vanop mijn trein ben ik best stoer, hoor.

22 maart 2005 | | 4 reacties

lilith wandelt de toekomst tegemoet

Nu hebben ze dus bij Carrefour de meest futuristische actie van deze eeuw ondernomen.
Heus, de supermarktsector is niet meer zo omver gegooid sinds Aldi besloot om haar kassa's op te drijven. Nu ik erover nadenk stellen die kassa's zelfs niks voor in vergelijking met wat Carrefour nu heeft geÔntroduceerd. Carrefour pwned Aldi big time in de strijd om de meest futuristische soepermarket.

We stonden dus in de buurt van de roze en blauwe scheermesjes.
"Het zijn.. schermpjes", zei Youri, en ik hoorde hoe hij zijn verbazing wegslikte.
"Neen hoor, dat is om je benen te ontharen, schattebol", wilde ik zeggen, maar toen kruiste mijn zorgeloze blik zijn starende ogen. Dit zag er niet goed uit.
"Waar dan waar dan?" vroeg ik terwijl ik overal keek, maar nergens schermpjes zag. Dat kwam doordat er schermpjes zaten waar ik ze het allerminst had verwacht.
Toen ik Youri's trillende vinger volgde zag ik het: de schermpjes zaten waar de kaartjes altijd waren!

future.jpg

"Wow", zei ik.
Toen werd het heel stil tussen ons.
Toen gingen we trekken aan de schermpjes, maar ze kwamen niet los.
Toen gingen we dus nog harder trekken, want blijkbaar maken schermpjes dingen los in mensen, hoor. Dat je eraan wil trekken en ze in je handen wilt nemen, bijvoorbeeld.
Maar het waren dus beveiligde schermpjes. Wel honderdduizenden, voor elk product eentje.

"Zou het dan zo zijn," vroeg ik, "dat als iemand in het hoofdkantoor in Brussel een cijfer verandert, alle schermpjes in alle winkels automatisch veranderen?"
Ik trok grote ogen.
"Misschien", zei Youri, maar ik zag dat hij moeite had om dat te geloven.
"Waarmee wordt dat dan doorgestraald?", vroeg hij, aan niemand in het bijzonder.
Ik krabde in mijn haar zoals ze dat in strips zo mooi doen, maar bleef het antwoord schuldig.
"Vroeger waren het nog gewoon kaartjes", verzuchtte ik, en ik ving een huppel aan door een rayon met wel duizenden witte, onlosrukbare technologische vernuftjes.

21 maart 2005 | , | 17 reacties

Hier is ie dan, hier is ie dan!

Dank u Youri.
Dankudankudanku voor al die jaren en de meest roze weblog die de lage landen al hebben gekend.

Enjoy! (u mag nu de comments testen)

20 maart 2005 | | 33 reacties

Grrrrrmhhhhhmzzzzssssst (drie!)

"Grrrrrmhhhhhmzzzzssssst" zei de baard.

Eerst twijfelde ik nog of het de baard was of de trein die zich langzaam op gang trok, maar toen ik opkeek was het duidelijk dat de strenge rochel zeker weten vanonder de baard vandaan kwam. Ik vond het niet echt gezellig in deze wagon, en stilletjes begon ik mezelf te berispen omdat ik beter de rechterwagon had uitverkoren. Daar rook het misschien tenminste niet naar rottend fruit, slechte lichaamshygiÎne en onheil. Zo zie je maar weer dat de zetels werkelijk altijd groener zijn in de andere wagons. Zeker als ik over de wagon mag beslissen.

Ik keek nog eens op en kwam tot een ijzingwekkende ontdekking. Ik zag het aan zijn baard, aan de vorm van zijn rechterwijsvinger en vooral aan zijn uniform. De man met de baard was wel heb je ooit de kaartjesknipper! Mijn hart maakte een sprongetje en ik begon me nog ongemakkelijker te voelen dan ik al deed. Wat deed hij hier? Moest hij niet knippen? Of bij de machinist zitten en praten over de evoluties in het treinwezen enzo? Wat dacht hij eigenlijk wel dat hij hier deed, man?!

"Grrrrrmhhhhhmzzzzssssst" zei de baard opnieuw. Ik zocht oogjes onder al het gezichtshaar en toen ik ze uiteindelijk had gevonden zag ik dat ze rolden. In mijn richting. Onbegrijpend keek ik in de oogjes van de kaartjesknipper, en toen ik streng werd terugbekeken voelde ik hoe ik ongecontroleerd begon te blozen. De ogen draaiden zich weg en ik werd getuige van een geÔrriteerde zucht in de richting van het meisje dat naast mij de Fancy zat te lezen. Ze hoorde het niet omdat ze te erg verdiept was in een artikel over masturbatieproblemen. De kaartjesknipper was duidelijk een meerwaardezoeker, en ik begon me steeds oppervlakkiger en ongemakkelijker te voelen op de trein die ik eigenlijk had moeten missen.

Toen werd ik me bewust van alles. Het was als bij een LSD-trip. Ik voelde mijn iPod bonzen in mijn oppervlakkig rode tumtum-draagtas. Ik rook de geur van mijn broodje Hollandia honderd keer sterker dan anders, maar ik durfde er niet van eten omdat ik plots niet meer wist of dat wel mocht op de trein. Ineens was ik gigantisch bang dat ik suddenly zou vergeten dat ik was gestopt met roken, en dat roken al weer een eeuwigheid verboden was op de trein. 'Niet roken, lilith, niet roken meis!' sprak ik mezelf paniekerig toe, nog steeds bang voor een plotse berisping. Ik moest naar het toilet maar ik kon me niet meer herinneren of dat nu verboden was als de trein reed of als de trein stilstond. Ik ervoer alle symptomen van een major blackout, en de kaartjesknipper bleef meedogenloos negatieve signalen de wagon insturen. 'Aaaaaargh!' had ik willen schreeuwen. Aaargh. En toen gebeurde het!

In ÈÈn ruk zwaaide de deur van de wagon open. 'Kaartjes asjeblieft' weerklonk het achter mij. Dit kon niet zijn. Dit was gewoon onmogelijk. Wat was er happening here?! Twee parallelle universen moesten elkaar gewoon gigantisch hard aan het kruisen zijn ofzo. Of was de kaartjesknipper achter mij ook de kaartjesknipper voor mij, maar dan twintig jaar jonger omdat hij net met de Delorean van Doc naar 2005 was geschoten? En als dat zo was, dan was de belangrijkste regel van in de toekomst reizen toch gewoon helemaal overschreden? 'Kom jezelf nooit tegen' ijlde ik. 'Kom jezelf nooit tegen'.

'Asjeblieft' gromde de kaartjesknipper van 2005 tegen zichzelf op jongere leeftijd, en hij gaf hem een beduimeld treinticket. Wat voelen ze nu vroeg ik me af? En zou ik het merken als ik mezelf tegenkwam uit de toekomst? En waaraan dan?
'Uw kaartje!' sprak de kaartjesknipper uit de toekomst. Ik reikte het hem samenzweerderig aan en knipoogde naar beide heren om duidelijk te maken dat ik het wist. Pas toen we in Wervik aankwamen zag ik dat de kaartjesknipper van het heden geen kaartjesknipper was, maar een postbode.

Even slikken en weer doorgaan. Even woelen en gewoon weer opstaan noemen ze dat.

17 maart 2005 | | 9 reacties

Isn't she lovely?

chloe2.jpg

Ja, ik heb een heel goede reden om de grommende man met de baard eventjes aan de kant te schuiven.
Maar ze is zo leuk ook, en ik krijg al geen hartaanval meer als iemand vraagt of ik haar eventjes wil vasthouden. Belangrijke evoluties, maar de man met de baard, die is voor morgen. Het heeft geen zin om het verleden weg te drukken, vind ik. Het moet, voor ChloÎ.

16 maart 2005 | | 5 reacties

lilith is een toffe tante

chloe.jpg

Ze heet ChloÎ, ze is vanmorgen razendsnel ter wereld gekomen en ze weegt 3 kg en 770 gram. En sinds ik een eeuwigheid gebiologeerd naar vingertjes, neusje en geeuwmanoeuvres heb zitten kijken vind ik baby's plots veel leuker dan ik al jaren vermoedde.

BABY'S ZIJN SGATTUG!

14 maart 2005 | | 14 reacties

'k maak aan allen in 't station bekend, dat jij m'n liefste bent (deeltje twee)

"Ik haal hem. Ik haal hem. Ik haal hem."

Terwijl ik met dappere edoch relaxt ogende tred in een tunnel onder de grond liep sprak ik mezelf alle mogelijke moed in. "Links rechts links" zei ik. "Ziggezagge ziggezagge! hey hey hey!" zei ik, en ik zwaaide met een denkbeeldig vuistje naast mijn slaap.
De plotse beslissing om het niet op te geven en te proberen om toch nog deze trein te halen zorgde voor een licht gevoel in mijn hoofd. Ik zag alles en iedereen flou aan me voorbijgaan, zoals in dat clipje van 2 become 1 van The Spice Girls, waarin Posh Spice een hertenjong flou aan haar ziet voorbijgaan. Plots voelde het helemaal aan alsof ik in een girls band zat en last had van een beetje runner's high. En dan was ik nog niet eens op perron vier.

Hoe ik de trap op ben geraakt, ik weet het niet meer, maar plots stond ik oog in oog met de wachtende trein. De deuren stonden nog open maar snel beslissen was desalniettemin de boodschap. Mijn hart begon luid te bonken: moest ik naar een linker-rechter of midden-wagon stappen? En had ik daar nog tijd voor? Hoe lang had ik nog?! Ik had echt wel geen tijd te verliezen, dat voelde ik aan de sfeer op het inmiddels lege perron. Ik koos links, zette het op een snelstappen en sprong uiteindelijk met kuiten vol melkzuur in de eerste de beste linkse wagon.

Ik keek naar mijn horloge: nog een halve minuut voor vertrek! Hehe! Achter mij hoorde ik nog mensen de trein opstappen. Ze zagen er rustig en beheerst uit, in tegenstelling tot ikzelf, bij wie het hart in de oorlellen klopte. Zo close bij mijn trein missen was ik gewoon nog nooit geweest. Hoe iedereen zo rustig zo dicht bij het missen van een trein kan blijven, ik snap er simpelweg geen jota van. Het getuigt niet alleen van heel weinig respect voor het werk van de aan zelfmoordenaars blootgestelde treinbestuurders, het is ook nog eens sociaal storend. Want dan heb je een plaatsje gezocht in de wagon, al je spulletjes uitgestald op het tafeltje en denk je 'dit plaatje is compleet', en dan stapt er weer zo'n respectloze telaatkomer de wagon in die per se naast je wil komen zitten. Ja zeg sorry, eerst komt alles maalt, vind ik.

Maar nu was ik dus zelf sociaal storend. Nu moest ik het plaatje verstoren. Ik probeerde niet op te vallen en hield mijn adem in terwijl ik mezelf naar het enige lege plekje in de wagon bewoog. Stilletjes liet ik mezelf neerzakken in de groene zetel. Op het allerlaatste moment stootte ik daarbij per ongeluk met mijn knie tegen een knie die tegenover mij zat. Aan de knie hing een baardig lichaam dat plots de diepste zucht uitstootte die ik ooit had gehoord. "Grrrrrmhhhhhmzzzzssssst" zei de baard. Ik keek hem aan en besefte dat dit wel eens een heel erg lange treinreis kon worden.

The End (maar nog niet helemaal!)

12 maart 2005 | | 7 reacties

Als m'n hartje klopt, en dit treintje stopt zal ik weer bij je zijn

Ik vertelde ooit dat ik nooit te laat kom voor mijn trein. Nu ik erover nadenk vrees ik dat het gewoon mijn manier van vertellen was dat ik een dwangneuroot ben. Zo van: zeg niet 'ik ben me toch een controlefreak van jewelste', zeg 'ik kom nooit te laat voor mijn trein'. Het klinkt positiever, en je doet er de treinbestuurders een groot plezier mee. Die mensen hebben het al niet makkelijk met al die zelfmoordenaars die vanachter de struiken plotsklaps onder hun wielen kunnen springen. En dus kom ik graag op tijd, uit respect.

Wel, dat was vandaag wel even anders. Doordat ik net iets te lang was opgehouden (Het Kruidvat. Wel 25 procent korting op alle gelaatsverzorgingsproducten. Aan de kassa.) zag ik tot mijn grote paniek dat de trein al op het spoor stond toen ik het station binnenstapte. Dat overkomt mij dus NOOIT. Ik sta erop dat ik elke trein die ik in heel mijn leven genomen heb, neem en nog zal nemen het station zie binnenrijden. Maar deze middag stond hij er dus al. Op de grote stationsklok zag ik dat de trein binnen vier minuten zou vertrekken. Ik ben een dusdanige neuroot dat ik vind dat ik te laat ben voor mijn trein als hij al op het spoor staat als ik aankom en als hij al binnen vier minuten vertrekt. 'Fuck', denk ik dan, 'Trein gemist'.

Na twee minuten nadenken over hoe ik het best het uur kon vullen dat zich eindeloos voor mij uitstrekte eer de volgende trein er zou zijn (een cola light drinken tussen de marginalen in stationscafÈ 'Pegasus'? weer beginnen roken? witte oortjes tellen?) kwam ik plots tot een inzicht: ik kon ook nog proberen om deze trein, die er nog steeds stond, gewoon te halen. Het was een beetje gewaagd, maar ja en?

Ik besloot het erop te wagen.

(ja, dit is een deel ÈÈn. Maar wat voor ÈÈn!)

11 maart 2005 | | 3 reacties

lilith is een 23-jarige meisjesvrouw

En kan daar best mee leven.

Blijkbaar staat er vandaag een stuk in Espresso, de jongerenkrant van de Standaard, over de origineelste weblogs/ favo weblogs van de redactie. En we staan erbij.

Quote:

Tales from the Crib

Een Nederlandstalige lifelog van een 23-jarige meisjesvrouw die zonder vrees voor plaatsvervangende schaamte te lezen is. Je tenen gaan niet krullen van de genante details, maar de stukjes zijn onderhoudend genoeg om regelmatig binnen te vallen bij deze chicklitlog. Een zoeterige layout en de goedgeschreven teksten met de nodige aandacht voor spelling en grammatica maken dit een aangemame uitzondering in het Vlaamse bloglandschap.
www.talesfromthecrib.be

Een aangemame uitzondering.
Straks toch maar eens de papieren versie halen.

Een overzicht vind je hier.

10 maart 2005 | | 10 reacties

lilith maakt een haiku

Beste baby
kom toch gauw
eerder dan tftc 2.0 aub

09 maart 2005 | | 7 reacties

lilith zit in een wormgat

Het is best vreemd, hoor.
De laatste weken loop ik constant mensen tegen het lijf uit mijn verleden!
Het begon zachtjesaan, met een bezoeker uit een middelmatig ver verleden. Ik zat in de stationshal en zag plots iemand op me af komen waarvan je denkt hmm wie is het wie is het toch ook al weer? Bij mensen uit een niet zo heeeul ver verleden weet je het wel snel hoor: 'he, het is iemand uit mijn verleden en het iiiiiiiiis ...', zeg je dan. En dan herinner je je meestal weer wie het is. Eens je weer weet wie het is kun je wel honderden dingen samen doen, zoals samen de trein nemen naar een verre bestemming en vertellen dat je in Ter Zake bent geweest. Het is altijd leuk om mensen te ontmoeten die je maximum twee jaar niet meer hebt gezien.

Maar toen werd het dus ingewikkelder, want toen kwamen er plots mensen uit een verder verleden mijn levensweg kruisen. Mensen die ik al niet meer had gezien sinds like... 1998! Ofzo. Dan heb je meer zoiets van hey wat kijk je zo lang in mijn richting wat heb ik van je aan misschien wie is het oh het iiiiiiiiiis....waaaaaaaarschijnlijk.... iemand van vroeger? En dan weet je het dus helemaal niet. Dan kan het al net zo goed iemand zijn die ooit nog in je favoriete broodjeswinkel in Gent heeft gewerkt of iemand die in het derde leerjaar op de bank achter je zat. Nadat je het ambetante gevoel hebt weggewuifd met een vrijblijvend knikje kan je gelukkig weer rustig verder met je gewone leven, want ik vind: je bent gewoon helemaal niks verplicht tegenover mensen uit 1998. Zeven jaar is definitely een goede verjaringstermijn voor vriendelijkheid.

Maar daar stopte het natuurlijk niet bij. Het was gewoon een voorbereiding op. Dit weekend werd ik geconfronteerd met twee personen uit een nog verder verleden dan 1998. Nu vraag ik je! Waar komen die plots allemaal vandaan? Vanmorgen stond ik godbetert plots oog in oog met de orthodontist die mij tien jaar geleden tweewekelijks op het hart drukte dat ik mijn nachtbeugel moest dragen.
Dat was wel een beetje een teleurstelling, dat besef. Bij het eerste moment van herkenning dacht ik namelijk dat ik dokter Jan van de Wouden uit Medisch Centrum West in levende lijve zag. 'Hey, waar is Reini?' wilde ik nog grappen, maar toen besefte ik dus dat het mijn ex-orthodontist was, die dus alleen maar heel erg goed op Jan van de Wouden lijkt. Tien jaar geleden ook al. Sommige associaties vergeet je niet hoor.
En toen bladerde ik door de krant en zag ik dat mijn favoriete cafÈbaas uit mijn middelbare schoolcarriËre erin stond! Hij was overleden. Maar hij stond er dus wel in! Bij onze laatste ontmoeting was 1998 nog een futuristische gedachte die we wegspoelden met een glas frisse SAS-pils. Maar ook SAS brengt geen mens onsterfelijkheid, zo blijkt maar weer.

Wat speelt er toch in de kosmos, denk je dan? Omwille van welke duistere redenen kruisen onze wegen plots? Is het verhaal nog niet af? Behalve van de cafÈbaas, dan. Maar zelfs dat. Weet je natuurlijk maar nooit.

06 maart 2005 | | 2 reacties

lilith houdt van west-vlaams

En ik quote:

***(als tftc al was vernieuwd dan had hier een mooie quote-functie gestaan. Maar daar gaan we het niet meer over hebben. Neen, we zwijgen erover. Want hij maakt alles nieuw. Als hij tijd heeft.)***

KORTRIJK - De West-Vlaamse luisteraars van Radio 2 hebben ,,wrikkelgat'' uitgeroepen tot het mooiste dialectwoord van de kustprovincie. Anderhalve week lang konden de luisteraars suggesties doorsturen. De reactie was volgens Radio 2 West-Vlaanderen erg groot. Een ,,wrikkelgat'' is iemand die niet kan stilzitten, een ongedurig persoon.

In de toptien kwamen verder voor, in die volgorde: truntekousse (zeurkous), tsjolen (sukkelen), swoateloare (praatjesverkoper), stoffoasje (materie), buuketetje (navel), wietewoai (onnozelaar), gejeund (geamuseerd), gow (komaan) en bachten (achter).

Bron: De Standaard.

Alleen buuketetje kende ik nog niet. Buukepit, zo zeggen wij dat alhier.
Maar weest nu eens allen eerlijk! Is west-vlaams niet het meest gemoedelijke, fantastische en lieve dialect ooit gesproken? Wij zeggen 'jutekakkoo' als we schommel bedoelen, noemen papsneeuw 'pappeloete' en lieveheersbeestjes 'pimpaljoentjes'.

Nu is het enkel nog wachten op de verkiezing van de mooiste west-vlaamsche uitdrukkingen, want die zijn in mijn ogen nog mooier dan woorden alleen.

"Babbel'n teg'n en oend met en oedje an", daar moest Youri onlangs nog belachelijk hard om lachen, bijvoorbeeld. Het betekent iets als 'sociaal zijn'. Of 'het zwin in de beetn jag'n' , wat zoveel smakelijker klinkt dan 'eens goed uitgaan'.

Wie vult aan? En hebben jullie dat in jullie eigen dialect ook, woorden of uitdrukkingen om trots op te zijn?

04 maart 2005 | | 45 reacties

lilith en de witte oortjes

Ik heb een nieuwe tic ontwikkeld. Hoewel ja, tic is een groot woord.
Het is niet echt zo'n tic zoals bij Gilles de la Tourette ofzo, dat ik constant met mijn kin tegen mijn knie wil slaan om er dan keihard over te vloeken, maar het is wel iets dat ik de laatste tijd opvallend meer doe dan in alle jaren ervoor samen. Is dat dan een tic, of is dat dan geen tic, dokter?

In elk geval: ik tel de witte oortjes. In stations heb ik er het vaakst last van, omdat stations heuse broeinesten van witte oortjes zijn. Of beter: broeinesten van oortjes. Want witte oortjes zijn de witte raven van de oortjes, namelijk, en daar bestaan simpelweg geen broeinesten van omdat ze dus zo speciaal zijn. En dus tel ik ze. Veel werk heb ik er niet aan, maar onbewust ben je er toch constantly mee bezig, hoor.

Dat begint dus met het speuren. Daarbij kijk ik iedereen op het perron onopvallend in de oorschelp. Natuurlijk wel vanop een afstand enzo, want mensen voelen zich soms ongemakkelijk als ze merken dat je in hun oorschelpen kijkt. Ik vind dat onnodig en getuigen van valse bescheidenheid, want alle binnenkanten van oorschelpen zijn voor mij gelijk, ik ben daar echt niet discriminerend in. Wat mij interesseert, is hoe die schelpen zijn opgevuld. Er zijn drie mogelijkheden, zo weet ik:

a. de schelpen zijn leeg
b. de schelpen zijn voorzien van oortjes, maar geen witte
c. de schelpen zijn voorzien van witte oortjes

De laatste groep is het zeldzaamst, en dus het leukste om te tellen. Bij groep a en b blijf je gewoon bezig. Groep a houdt niet van mp3-spelers of is arm, en groep b heeft geen smaak of geen benul of geen geld om een deftige mp3-speler te kopen. Dat brengt ons bij groep b-bis. Die ik haat. Omdat ze me soms bijna liggen hebben. Groep b-bis vult de schelpen met semi-witte oortjes. Dan denk je: aha, iemand met een iPod! Dan denk je: ik doe de iPod-move, zodat hij weet dat ik er ook ÈÈn heb. (iPod-bezitters scrollen bijna onopvallend even over hun wheel als ze iemand anders met een iPod zien, zoals bij motards. Nu ja, je moet het weten.) Dan denk je: gadsamme, wat is dat stomme zilveren boordje aan zijn oortje? En dan weet je: ik ben er weer ingelopen, deze telt niet mee voor het klassement, dit is een zoveelste FAKER! Koop dan toch een discman, man, denk je dan. Koop dan toch een discman.

Ik denk dat ik iemand ben die tics nodig heeft om de madness te overleven. Zo heb ik een tijdje Deirdre's verzameld. Dat kwam doordat ik vorig jaar in minder dan ÈÈn maand twee Deirdre's leerde kennen. Aangezien ik in de 22 jaar daarvoor nog nooit iemand had ontmoet die Deirdre heette vond ik het een goed idee om vanaf dan alle Deirdre's bij te houden die ik ontmoette. Sinds dat moment heb ik nooit nog een Deirdre gezien.

Pas op: van dat soort ervaringen word je sterker.

03 maart 2005 | | 13 reacties

lilith denkt na over de panos

Eerst was het nog best gezellig.

Toch gezelliger dan je zou verwachten van een wachtrij aan de stations-panos. Ik keek via de spiegel achter de toonbank naar de mensen achter mij. En ook een beetje naar mezelf, of alles nog wel goed zat na de immense sneeuwval waar ik net kwam doorgeploeterd. Ik deed mijn haar uit mijn ogen, en de mensen achter mij keken naar mij terug. Stiekem was ik blij dat ik voor hen in de rij stond. Voor is altijd beter dan na, vind ik. En ik had honger. Toen keek ik, opnieuw via de spiegel, naar het meisje voor mij, dat via dezelfde spiegel hetzelfde deed als ik. Zo zag zij mij dus achter haar staan. Ook zij was blij dat ze voor mij stond. Ik vond het dan weer jammer dat ik achter haar stond. Gezelligheid ten top was het.

Het meisje voor mij was aan de beurt. 'Een broodje Texas zonder augurk', sprak zij, alsof ze al jaren niks anders deed. Ik trok mijn rechterwenkbrauw naar omhoog, zodat het meisje het had kunnen zien indien zij via de spiegel naar mij had gekeken. Jammergenoeg keek zij net op dat eigenste moment naar haar portefeuille. Daar sta je dan, met je wenkbrauw in de lucht, en iedereen achter je kan het zien, he. Hatelijk is het!

Ik trok zo snel als ik kon mijn wenkbrauw weer naar beneden, net op tijd om te horen hoe de mannelijke metgezel van het meisje van de Texas zonder augurk een Club zonder mayonaise vroeg. Ik moet zeggen: toen brak mijn klomp. Gelukkig leg ik niet snel sociale contacten met wildvreemden, want anders had ik het olijke broodjesduo er zeker over aangesproken. Een Texas zonder augurk is geen Texas, maar een broodje met preparÈ. Een Club zonder mayonaise is een broodje met hesp, kaas en groentjes, asjeblieft. Waarom denk je dat het Texas en Club heet in the first place, denk ik dan? Omdat het allemaal vast hangt aan de vastgelegde en geijkte panosformules, daarom!

Wat ik me nu dus al jaaaaaaren afvraag. Is de panos-directie op de hoogte van het feit dat klanten wijzigingen aanbrengen in de geijkte formules van de Clubs, Texassen en Di Mare's? Worden de aanpassingen door middel van een turfsysteem bijgehouden per Panos, om te zien of de standaardbroodjes wel in de smaak vallen bij de klanten? Wat een fantastische staalkaart zou het wel niet zijn? "Volgens recente studies van Panos eten de Kortrijkzanen beduidend minder augurken op hun brood dan hun collega-broodjeseters uit Sint-Niklaas. Zij kiezen dan weer wel vaker voor ananas bij hun kip-curry."
En vooral: bemerkt Panos het signaal? Telkens ik een broodje kaas bestel met weinig mayonaise (geen Hollandia, want dat is met, aha!) geef ik een belangrijk signaal door: Panos, jullie mayonaise is niet lekker. Dat is duidelijk. Ik verwacht dan ook dat Panos binnen dit en enkele maanden met een andere mayonaise-leverancier in zee gaat.

Maar hoe o hoe geef ik door dat ik graag geraspte worteltjes op mijn broodjes wil? Want die hebben ze dus niet, he. En die zijn lekkerrrr!

'De volgende' zei het meisje van de Panos.
'Een broodje met kaas, groentjes en WEINIG mayonaise' zei ik, en ik trok ostentatief mijn neus op.
In de rij achter mij weerklonk een bemoedigend geroezemoes.
Ik word altijd zo verschrikkelijk emotioneel van signalen, hÈ.
En zeker als het sneeuwt.

02 maart 2005 | | 8 reacties

Lilith's relatie en het blogverlof

ìLilithî, vragen mensen mij soms ìhoe is jouw relatie met Youri nu eigenlijk echt? En zijn jullie heus zoín droomkoppel als wij al jaren stiekem vermoeden?î
Kijk, op dat soort vragen antwoord ik graag. Dat je je van het ene moment op het andere compleet opgekikkerd voelt omdat je over jezelf mag vertellen zonder opdringerig over te komen, heerlijk is dat! En niet alleen over mezelf, maar ook nog eens over mijn relatie. Wat nog maar eens bewijst dat die geruchten over mijn vermeende egocentriciteit volledig uit de lucht gegrepen waren, en waarschijnlijk afkomstig van mensen met een pak minder views en zonder relatie. Dat heb je dan weer wel.

ìIk heb een goede relatieî, zou ik dan met een minzaam glimlachje gezegd hebben. Like Jesus to a child. (by the way: wat een aandachtshoer, die George Michael. ëIk ga weg hoor, ik ga nu echt weg hoorí, terwijl het kleinste kind kan zien dat het zijn ultieme poging is om nog eens op tv te komen. De afscheidscadeautjes zullen nog niet goed en wel zijn uitgepakt en daar komt de compleet nutteloze come-back er al aan, net als bij Gella Vandecaveye. Gella, die volgens mij al jaren een trouwe George Michael-fan is en nooit afstand heeft kunnen doen van de strooien Wham-kuif die ze zich tijdens hun afscheidsconcert liet aanmeten. Ga die Hella.)

ìJep, mijn relatie is goedî, zou het uit monde van mij hebben geklonken. Tenminste, als jullie het mij voor het blogverlof hadden gevraagd. Voor het blogverlof was alles nog helemaal koek en ei tussen ons, namelijk. Youri en ik renden hand in hand over groene heiden en langsheen berg en dal, bloemen in ons haar en schaterlachend om een occasioneel langshuppelende berggeit. Dat kwam: de plannen voor het riediesaainen van tales from the crib waren toen nog best vaag. Wij waren er voor het blogverlof van overtuigd dat grootse dingen ons deel zouden zijn, en dat we saampjes dit blogje wel eens zouden wassen. Maar goed, toen kwam de realiteit plots vanachter een groen heuveltje in ons gezicht gevlogen. Toen werd het dus serieus.

ìWat wil je dan concreet, dinge?î vroeg Youri mij dan, iet of wat ongeduldig wordend.
ìIk heb het toch al gezehegd?î rolde ik dan met mijn ogen.
ìEen beetje vrolijker, en meer kleur en roze maar niet te roze is niet concreetî, zuchtte Youri dan. ìWaar wil je wat?î
ìJij bent de webdesigner!î, riep ik dan uit.
ìMaar jij vindt de dingen die ik voorstel nooit goed!î sprak my darling webdesigner dan verontwaardigd.

En gelijk had hij! Dit scenarie herhaalde zich gedurende twee weken om de drie dagen, telkens we ëeven zouden kijken voor de blogí. (scenarie ja. scenarie is een leuk woord.)

En dus houd ik mezelf persoonlijk responsabel voor het feit dat tales from the crib nog eventjes doormoet in het oude jasje. Ik ben ook verantwoordelijk voor het feit dat Youri er geen datum meer op durft prikken omdat hij mijn blogswings niet kan voorspellen. Maar, en dat is nog veel sjieker: het ziet er achter gesloten deuren echt al allemaal heel mooi uit, de v2.0 van dit blogje, en ook daar heb ik dingen mee te maken, vind ik.

Ik geef hem nog een week.
Onze relatie geef ik na het overleven van deze crisis nog jaaaaaaren.

01 maart 2005 | | 5 reacties