lilith en de plastieken buis
Als om het even welk ander meisje vanmorgen op medisch onderzoek moest had ik eens hartelijk kunnen lachen met de hele situatie. Maar het was ikzelf, jammerlijk genoeg. Om maar te zeggen dat het niet meteen was hoe ik mijn lang weekend had laten beginnen als ik had mogen kiezen. Of in een film over mijn lang weekend, for that matter, die ik "The long and winding weekend" zou titelen als mijn impressario zijn fiat zou geven.
Ik ben als de dood voor medische onderzoeken.
Ja, dat had ik al verteld.
Maar lees toch even mee, want het wordt spannend.
Het angstzweet breekt mij uit als ik opgeroepen word om me van boven tot onder te laten keuren, meten, wegen, prikken en op mijn knieÎn moet laten kloppen met een hamer. Ik heb in het verleden tientallen slapeloze nachten beleefd die voorafgingen aan zo'n medisch onderzoek, en telkens hield ik mezelf wakker met het beeld van strenge verpleegsters die me afkeurend zouden aankijken terwijl ik in mijn onderbroek op de weegschaal zou staan, de blikken van de helft van de klas op mij en mijn onderbroek gericht.
Ik heb altijd gedacht dat het een angst was die zou overgaan eens ik ouder van dag zou worden, maar ik dacht verkeerd.
Nadat ik een half uur verslagen had zitten kijken naar de oproepbrief die mijn lot van de afgelopen week bezegelde belde ik dinsdagmorgen naar de secretaresse van dokter Van De Ploeg (want ja, ik probeer toch altijd iets leuks te maken van mijn fobiÎen).
"Wat houdt dat zo allemaal in, dat medisch onderzoek?" vroeg ik alsof het gewoon een spontane routine-vraag was die net in me was opgekomen, en geen vraag waarvan ik me al een half uur zat af te vragen of ze niet stom/kinderachtig/getuigend van een idiote artsenfobie was. "De dokter zal een vragenlijst invullen, wat bloed afnemen voor onderzoek en u zult een urinestaal moeten aanmaken" zei de secretaresse alsof het haar idee was van een leuk dagje uit.
En meer had ik niet nodig om de rest van de week met een vreemdsoortige kriebel in mijn borstkas rond te lopen. Kijk, ik ben niet bang voor naalden, ik vind stethoscopen niet te koud of te ijzer, en ik kan het best aan als iemand me vraagt of hij even in mijn keel mag kijken. En urinestalen, die lever ik aan op commando. Geen enkel probleem! Het is al de rest die er teveel aan is. Het wachten in een vreemde wachtzaal, niet wetend welke dokter je onder handen zal nemen. Met een kramp in je maag dan toch maar een TV-familie van april 2004 doorbladeren. Je plots heel erg bewust zijn van elke kilo teveel, ook al gebied de eerlijkheid me te zeggen dat dat vaak niet eens nodig is. Ik voel me nog steeds enorm ongemakkelijk bij het "sta eens op de weegschaal zodat ik je kan vertellen dat je overdreven voorzien bent van poten en oren"-deel, maar ik moet toegeven dat dat moment de laatste jaren altijd veel beter is meegevallen dan ik had gevreesd.
Hetgeen waar ik echt kapot van ga is de resultaten, en het wachten erop. Telkenmale ben ik ervan overtuigd dat ze iets ergs en ongeneeslijks gaan ontdekken, waarvoor ik direct in quarantaine zal moeten en mijn familie en lief nooit meer zal mogen terugzien, behalve door een plastieken buis. En die angst is eigenlijk best ongegrond, aangezien niemand ooit iets vreemds heeft ontdekt aan mijn persoon.
Tot vanmorgen. "Uw bloeddruk is ongewoon hoog" zei de strenge dokter beschuldigend. "Bent u zenuwachtig?"
"Ja" piepte ik, wat waar was, want ik wilde zo snel mogelijk weg uit de lelijke dokterskamer van de veel te strenge dokter. De dokter duwde een naald in mijn arm, trok er een hele tube bloed uit en begon opnieuw. Ik moest kalm en braaf wezen. Ik deed mijn best, maar het mocht niet zijn. Ik, die altijd een perfecte bloeddruk had gehad, ging weer volledig in het rood. "Risico-situatie" bromde de dokter terwijl hij iets op een papiertje pende. "Ik ga dood" dacht ik. "Jij gaat naar de cardioloog" zei de strenge dokter.
Was me dat even een geweldig AmÈlie Poulain-momentum, zeg.
Zoow. Nu enkel nog bang afwachten op de resultaten van mijn bloed- en urineonderzoek, en hopen dat mijn hart het niet begeeft bij het openen van de envelop. Want jahaa, dit wordt zo'n "strijd tegen ziekte"-blog hoor, dat zul je zien! *aah*








Weinig mensen zijn er zich terdege van bewust, maar ik ben een Afrikaans sekssymbool.
Weet u nog, de klacht die ingediend was bij de spoorwegen omdat enkele vrolijke fransen erin geslaagd waren om met hun hersenloos kabaal en gelach ergernis op te wekken bij medereizigers? You know, na een jaar dag in dag uit te treinen kan ik daar best inkomen.
Ooit sprak ik, waarschijnlijk onder invloed van de nodige bedwelmende middelen, dat ik een boek zou kunnen schrijven over mijn kindertijd/jeugd. Daar is nog maar bitter weinig van gekomen, maar ÈÈn gedachte houdt me recht: ik heb mezelf nooit een deadline toegekend dus heb ik in theorie ook nog steeds niet gelogen.
Toen mijn nichtje Sanne nog een klein blond Sannetje was dat blij door den hof huppelde was het om de zoveel tijd van dat. Raadseltjestijd!
Hoe het met Carl zit? Wilt u het echt weten? Echt echt echt? 

Voor al wie nog twijfelt aan de metershoge campfactor van Blind Date, een fragment uit een gedicht dat een familielid kwam voordragen om ÈÈn van de kandidaten (compleet in boswachterspakkie en al) aan te prijzen bij de 'jager'.
En het is een erg leuk boekje geworden, zowel voor wie al even in het blogwereldje bivakeert als voor mensen die er eens mee willen beginnen. Met leuke schrijftips, interviews met zowat de helft van de nederlandse en vlaamse blogscene, dagboeken van 
Ik ben tweetalig opgevoed.
Mijn liefste verjaart vandaag (jaja, die die niet meer in frank telt, ja. U weet wel.) ,en hij mag vanaf nu niet eens meer op de Go-pass. :(
Toen mijn broer en ik nog klein waren mochten wij tijdens schoolvakanties vaak op vakantie bij mijn grootouders. Dat was leuk, want mijn grootouders wonen aan zee in een groot huis dat nog veel groter lijkt als je zelf klein bent. De bedden hadden geen lattenbodems zoals thuis maar springveren waarmee je bijna tegen het plafond kon springen, er was een wit-met-bruine jachthond die Tango heette en die altijd klaarstond om te gaan wandelen (de hond ging eigenlijk feitelijk met jou wandelen, want niemand is er ooit in geslaagd om het beest te leren dat wandelen niet gelijk is aan jezelf ophangen aan de leiband terwijl je in je kielzog een mensenkind meesleurt langs de boulevards) en het eten was er helemaal anders dan thuis.