lilith en de drie salto's
Kijk, ik ben doorgaans echt wel meegaand en gehoorzaam en iemand die ervan uitgaat dat mensen die ergens lichtjaren voor hebben gestudeerd het altijd wel beter zullen weten dan een leek als ik. Maar toen ik maandag al heel de dag had liggen wachten op dokter god, in een werkelijk kokend hete kamer waarin ik alle boekjes al had gelezen die er te lezen waren, en daarnaast ook nog eens heel het internet had uitgelezen, toen begon het allemaal toch een klein beetje op mijn systeem te werken.
En op dat van de verpleegsters, die zichtbaar medelijden met me hadden en ook geen idee hadden waar de dokter bleef, en dus al mijn infuus hadden verwijderd want ja, volgens iedereen die de afgelopen vier dagen wel de moeite had genomen om naar mijn kamer te komen mocht ik op maandag natuurlijk gewoon naar huis.
Tot. Dokter god iets na vier uur even de moeite nam om tot mij neder te dalen. Bruingebrand, en volgens mij zelfs nog ruikend naar barbecuevlees. "Alles ziet er goed uit", sprak dokter god. "Maar ik wil u hier toch nog een nacht houden ter observatie". Ik -die al aangekleed en infuusloos klaar zat om te vertrekken, sprak: "Excuseer?!".
"Om echt honderd procent zeker te zijn", sprak dokter god. Ik staarde alleen maar. En zei toen: "Dat meent u niet." "Dat meen ik wel", zei dokter god, die me net iets te veel de indruk gaf dat hij mijn instortende hoop op naar huis gaan zelfs grappig vond. "Maar meneer doktoor, als u wilt kan ik hier een salto voor u maken, zonder problemen. Zelfs drie salto's. Ik kan al drie dagen drie salto's maken" probeerde ik. Dit was natuurlijk blufpoker, want zelfs in de beste omstandigheden kan ik niet één salto maken, maar blufpoker was hier zwaar aan de orde. "Ik hou u hier nog een dag, ter observatie", zei dokter god, waarop hij de kamer verliet, neus in de lucht.
Waarop ik een kwartier later ook de kamer verliet.
Hopend het mij niet te beklagen als blijkt dat ik het toch nog eens opnieuw krijg, allemaal, en dokter god beslist om mij te opereren om me voor eens en voor altijd te tonen wie er hier de baas is, en wie niet.
So far, so good.

Na vier dagen in het ziekenhuis besef ik meer en meer wat voor een geweldig weirde plek dit is, met regeltjes die ik niet meer voor mogelijk hield in deze eeuw en vragen die mij met een constante frons doen rondlopen.
* beseffen hoe geweldig mijn leven nog was -een paar dagen geleden, amper- toen ik nog alles kon doen dat ik wilde en niet opgesloten was in een kleine warme kamer. Ik had het beste leven ooit
Ik weet niet wat jullie daarvan vinden, maar 1u30 's nachts is echt geen uur om in een auto richting spoedgevallen te zitten. Het was dat het nodig was, besefte ik twee uur later, toen de verpleegster me kwam melden dat ze minder goed nieuws had. Ik had geen niersteentje, zoals ik had gehoopt, maar een darmobstructie.
Youri en ik staan aan te schuiven aan de kassa van de supermarkt. We staan gepositioneerd achter een man van laat ons zeggen zestig, compleet met baard en trainingspak. Hij heeft in vergelijking met ons weinig gekocht: een sixpack Oasis vruchtenlimonade, twee stukjes taart, een pakje koeken en een rol keukenpapier. In zijn kar ook nog een kartonnen doos om straks de boodschappen in te steken.
Het begon met een tftc-fanpagina die aangemaakt was door iemand anders, wat ik een beetje genant vond destijds, zodat ik er eigenlijk geen aandacht aan besteedde en deze blog op een jaar tijd een fan of dertig wist te vergaren in een uithoekje van Facebook, in doodse stilte.
Ik herinner me het klaslokaal dat gedurende de zes jaar en vele uren dat ik er sleet nooit helemaal ophield met naar de oudheid te ruiken, of toch minstens naar oude boeken. Dat had hoogst waarschijnlijk te maken met de oude foto's die aan de muren waren opgehangen, met beeldjes op van Romulus, en Remus, en andere namen die ik me nu waarschijnlijk nog zou moeten herinneren. Wat niet het geval is. Zo zie je maar weer.
Je hebt van die mensen die standaard de longen uit hun lijf moeten lopen om de trein te halen die ze nodig hebben om ergens te geraken. Ik weet dat, want ik zie ze lopen door het raampje van dezelfde trein. Waar ik dan al gemiddeld een kwartier opzit, te wachten tot hij vertrekt. Dat is het verschil tussen mij en die mensen. Zij lopen daar en ik zit hier. In mijn raampje.
Vier jaar. Zo lang 



Ik zie graag mooie dingen, ik. Zo graag dat ik ze opsla in mapjes op mijn computer, en er af en toe eens naar kijk. Verder doe ik er niet veel mee. Vanaf nu dus wel. Af en toe eens een lijstje met mooie dingen posten kan mijn blog volgens mij alleen maar mooier maken. 




* aan de eerste tafel zitten die uitgenodigd wordt voor het buffet op een trouwfeest
Dingen die ik deze week zag:
Dat lopen. Hoe het de ene keer het allerergste is dat je kan overkomen, en het de andere keer voelt alsof de hemel je op een bordje wordt aangereikt in de vorm van superlichte benen en een zonsondergang die speciaal voor jou georganiseerd lijkt.
"Ey!" riep de