lilith staat aan de supermarktkassa
Youri en ik staan aan te schuiven aan de kassa van de supermarkt. We staan gepositioneerd achter een man van laat ons zeggen zestig, compleet met baard en trainingspak. Hij heeft in vergelijking met ons weinig gekocht: een sixpack Oasis vruchtenlimonade, twee stukjes taart, een pakje koeken en een rol keukenpapier. In zijn kar ook nog een kartonnen doos om straks de boodschappen in te steken.
Het is aan hem.
"Was die mevrouw voor mij iets vergeten, tè?" vraagt de man aan het kassameisje.
"O, ze was haar portefeuille kwijt, maar het is in orde", zegt het meisje vriendelijk.
Waarop de man het verhaal nog even op zijn gemak overdenkt, voor hij de boodschappen op de band begint te leggen. Plots grijpt hij ook naar de kartonnen doos in zijn kar, er Youri bijna een oog mee uitstekend omdat hij hem zwierig langs buiten en langs binnen wil tonen aan het kassameisje. Neen, er zit niks in, hij heeft niks gestolen.
"Hoeveel kosten die flessen, eigenlijk?", vraagt de man.
"2,36 euro per fles", zegt het meisje.
"Dat is godverdomme bijna honderd fr..!" roept de man, maar hij stopt voor ank eruit komt omdat hij ontdekt dat hij aan onze kar aan het trekken is in plaats van die van hem.
"Ik was aan die jongen zijn kar aan het trekken in plaats van aan die van mij, goho!", aldus de man. Wij gebaren dat er geen man overboord is.
Het afrekenen is voorbij.
Het is aan ons.
Zo dachten wij.
De man is echter zodanig aan de babbel geweest dat al zijn boodschappen nog aan het uiteinde van de band zijn blijven staan. Alsof hij het wereldrecord traagheid probeert te breken doet hij er twee minuten over om zijn rekening en zijn centen weg te steken. Wij wachten. Achter ons wordt de rij langer.
De man heft zijn hoofd op. Hij maakt een opmerking over het weer, maar verder geen aanstalten om de boodschappen in de kar te doen. Wij wachten. Het kassameisje glimlacht.
Na vier minuten merkt de man dat er ook nog boodschappen op de band staan, en die moeten in de kar. Dat gebeurt, in stukjes van een halve minuut, maal vier. Twee minuten verder beslist de man om -nog altijd op dezelfde plaatsversperrende plaats- alles toch op een andere plaats in de kar te leggen. De man legt de puzzel met vier stukjes opnieuw, kijkt er met een schuin hoofd naar, heft het hoofd op en bemerkt de lange rij die zich heeft gevormd in het kleine kwartier dat hij zich al op dezelfde plaats aan de kassa bevindt.
"Juffrouwtje", zegt de man tot slot tot het kassameisje, "Jullie zouden op zaterdag toch beter nog een paar extra kassa's opendoen, hoor." Achter hem breken tien klompen.
