lilith loopt een processie van Echternach
De eerste keer dat ik mijn loopschoenen aantrok om te gaan doodvallen met Evy Gruyaert langs de vaart was ergens in 2007. Toen liep ik vooral om even weg te zijn van de dagen vol chemotherapie en gesprekken over morfinepleisters, en ik was al lang blij als ik er eens in slaagde om drie minuten te lopen zonder voortijdig mijn handdoek in de ring te gooien.
En toen gebeurde wat gebeurde, en stierf mijn moeder, en gaf ik op. En toen herbegon ik weer. En gaf ik toch weer op. En toen kocht ik samen met mijn leaf dure loopschoenen in Berlijn, en zo'n Nike+-trackertje. Ik liep weer. Tot ik in het ziekenhuis belandde en zes weken bijna niet kon stappen, laat staan lopen. En toen herbegon ik weer. Van zo goed als nul. Tot ik weer in het ziekenhuis lag. Weer een serieus stuk naar af.
En toch, maat. Ik loop al meer dan drie jaar, op die manier. En ik blijf lopen. Neen, ik ben geen talent, en neen, ik ben niet sneller dan de gemiddelde grootmoeder op weg naar de markt, maar ik denk niet dat ik me al ooit zo lang en hardnekkig heb vastgebeten in iets waar ik eigenlijk feitelijk volgens mij niet eens voor gemaakt ben. Hell, ik heb nog steeds niet veel verder gelopen dan een kilometer of vijf, en toch heb ik het nog altijd niet opgegeven.
"Vijf kilometer, bahahahaaaa!", hoor ik de echte lopers en Tom Waesen die mijn blog lezen roepen, en ze hebben vast gelijk. Natuurlijk hebben ze gelijk. Maar voor een lege fakke als ik is 5 kilometer lopen nog altijd alleen maar ongelooflijk ongelooflijk.
En ver, dat ook.
