hoe lilith de winter toch nog poogt te overleven
Maat, het is nog altijd vollen bak november. *lang gezicht*
Veel valt daar precies niet aan te doen, en dus doe ik een ultieme poging om op zoek te gaan naar tips om de winter te overleven. En tenminste te doen alsof het allemaal zo erg niet is enal. Wat het natuurlijk wel is. Maar dat hebben jullie niet van mij.
* Lezen. Veul! Op mijn Kindle, de allerbeste uitvinding sinds de bananenbeschermhuls. Mede dankzij mijn nieuwe precious ben ik as we speak mijn drieëntwintigste boek van het jaar aan het uitlezen. Dat zal niet ver van een persoonlijk record zitten. Om maar te zeggen: ze mogen mij veel afpakken, maar als het mijn Kindle is zal het toch from my cold dead hands zijn, zulle.
*Een extra poging doen om gezond te leven. Hoewel ik in de winter vooral zin heb om met een gigantische zak paprika chips en een paar flessen witte wijn in de zetel onder een deken te liggen ruften spreek ik mezelf vermanend toe dat ik verstandig moet zijn. Door soep te drinken, en ervoor te zorgen dat ik genoeg fruit en groenten binnen speel. Mijn laatste fruitverslavink, trouwens: kaki. <3

* Naar buiten. Ik dwing mezelf en mijn hubby om in het weekend naar buiten te gaan. Stappers aan en de bossen in, manneke! Afgelopen weekend was het superkoud en vroren mijn immer tranende winterogen bijna dicht van de ijswind, maar achteraf waren wij daar al bij al toch wreed content van. Zeker omdat wij met zijn tweeën zeker de coolste hipsters van heel Dikkebus Vijver waren, en onze aanwezigheid het leeftijdsgemiddelde direct met drie generaties naar beneden trok.

* Gaan lopen. Ik ben nog maar eens herbegonnen, na bijna twee maand niks. Letterlijk voor de dertigste keer. En ik ga dood, maar ik heb er toch zoveel deugd van. Maak ik mezelf met de moed der wanhoop wijs als alles aan mij pijn doet en mijn kaken paarser zijn dan ik ooit had kunnen vermoeden. Maar als ik door de sneeuw loop, dan voel ik me wel keihard Rocky.
* toastjes. Zonder dat er een feest is. Ge moet dat echt een keer proberen, want dan is het ineens precies toch feest.
* Youtubevideo's van katten. Kilo's.
Ahahaaaahaaaa!
En jullie?

Oke, 't is gebeurd. Mijn menu voor volgende week is een feit, en terwijl ik het normaal gezien alleen maar in onze iCal steek heb ik nu zelfs de moeite genomen om het mooi voor u op een blaadseken te schrijven MET EEN ECHT STIFTJE. I know! Grafologen onder mijn lezers, gelieve discreet te blijven over de nutcase die waarschijnlijk niet eens zo diep in mij verborgen zit. Danke.
Ik moest eigenlijk feitelijk niet veel moeite doen toen ik de vraag kreeg om mee te doen aan
'Komaan, niet trunten', was een spreuk die bij ons thuis werd gebezigd als iemand zijn lip iets te lang en hardnekkig liet hangen. Wij waren daar geen amateur van, van zelfmedelijden. Als ik tegenwoordig van mezelf vind dat ik me te lang blijf wentelen in negatieve gedachten over mijn gat dat te dik is, mijn huishouden dat mij van langs achter blijft bespringen, de vakantie die maar niet dichterbij komt en bv's die zich gedragen alsof de meridiaan van Greenwich door hun achterwerk loopt, dan grijp ik ernaar terug. Niet trunten, lilith, niet trunten.
Allez jongens, kijkt!
"Twintigjarige Ramses verongelukt met fiets", staat er op de 

Ik ben geen moeilijke, maar wel als het over tomatensaus gaat. Omdat ik vind dat tomatensaus van dat eten is dat vast hangt aan herinneringen, denk ik, en dan moet het goed zijn. Zo probeer ik al jaren de saus na te maken die ik als kleutertje kreeg voorgeschoteld door de mollige keukenmeiden van de basisschool van V., de saus die er mede voor heeft gezorgd dat ik nog voor mijn vijfentwintigste aan de maagverkleining moest. Hetzelfde met de werkelijk zot lekkere tomatensaus die één of andere Italiaander mij ooit serveerde op een terras aan de waterkant in Murano. Doodsimpel, maar nooit meer zo'n lekkere saus gegeten als daar.


Little do you guys know, maar ik ben op de wereld gezet met een geweldig natuurlijk voordeel in het machtige spelletje "Jij mag mij niet pijn doen, want mijn vader is poliesie en hij zal je in de bak steken". Namelijk: mijn vader is soldaat. Een echte, met een geweer, medailles, een vrachtwagenrijbewijs en genoeg mitrailletten om jullie miezerige hoofdjes aan frieten te schieten indien nodig. 
Eén van de allermoeilijkste dingen die ik na de dood van mijn moeder heb gedaan was de inhoud van haar kleerkast in plastieken zakken steken. Ik was tot op dat moment redelijk sterk geweest. Tot op zekere hoogte kan dat, blijkbaar, als je al maanden weet dat je je moeder binnenkort zal verliezen. Ineens ben je haar verloren, en blijkt dat de wereld toch nog draait. 
De gedachte komt even onverwacht als glashelder bij me op terwijl ik
Als ik het te druk heb om goed te zijn, zoals tegenwoordig pijnlijk hard het geval is, dan is er eigenlijk maar één bezigheid waar ik helemaal chill en tegelijkertijd ook warm van word: koken. Het opeten is zelfs zo belangrijk niet, hoewel ik niet kan ontkennen dat het mij nogal een geweldig gevoel geeft te ontdekken dat wat ik gemaakt heb ook werkelijk te vreten is. Drukke winters vragen om weekends waarin ik kan koken. Punt.

Neeneen, ik ben niet dood, ik ben zelfs levender dan ooit. Sinds ik niet meer alleen maar voor het showbizzboekje werk maar voor ook een hoop andere leuke boekjes, en voor een uitgeverij, en voor nog enkele andere dingen waar ik nog niet zoveel over kan vertellen is mijn agenda nogal ontploft. Allemaal superfijn, maar er blijft nogal weinig tijd over op dit moment. Dus ook weinig blogtijd. Of tijd om videootjes in malkander te steken. En toch heb ik het, samen met mijn nieuwbakken man, gedaan!