lilith zorgt voor een uitdaging
"Ik denk echt dat het met deze wel zal lukken", zei de man met het zwarte stekelhaar terwijl hij naar mijn voet greep. "Er zit een stuk elastiek in. En het rekt goed". Ik deed mijn broekspijp naar omhoog, liet één blik op mijn kuit vallen, die duidelijk niet van plan was om zich te laten omhullen door het miezerig stukje leer met elastiek, en glimlachte fijntjes. "Ik denk van niet".
Het was begonnen als een moment van impulsiviteit, na een interview even een schoenwinkel binnenstappen op zoek naar laarzen die wel rond mijn kuiten passen. Want ik mag dan wel een halve container lichaamsvet verloren zijn in de loop der jaren, iets in mijn lichaam heeft ervoor gezorgd dat de laatste resten zich met de moed der wanhoop hebben vastgeklampt rond mijn gat en rond mijn kuiten. En die kuiten, die deden de brave schoenverkoper nu zwetend van en naar zijn magazijn lopen, op zoek naar dat ene paar dat wel zou passen. Had hij aan het begin van onze ontmoeting maar niet moeten zeggen "dat veel vrouwen denken dat ze dikke kuiten hebben, maar dat dat al bij al wel meevalt". Mijn kuiten zorgden voor de grootste uitdaging die deze man sinds lang had gehad in zijn schoenwinkel, ik zag het aan zijn hoofd. Hoe langer het duurde, hoe triestiger zijn stekeltjes begonnen te hangen.
En dus kwam de arme stakker weer aandraven met een schoendoos of vier. Allemaal hoge bruine laarzen, net als de twintig andere hoge bruine laarzen die al aan mijn kuiten from hell waren gepasseerd. De man deed alsof het echt wel goed kon komen, maar ik had de moed eigenlijk al opgegeven en deed nog een beetje mee voor de show. Dra zou de duisternis invallen en zou ik als een stranger in the night de nacht inglippen en doen alsof dit genante schouwspel nooit had plaats gevonden. Niemand zou ooit weten dat ik de enige vrouw ben die in geen enkel paar laarzen van een hele schoenwinkel past. Dit was tussen mij en stekelman. En hij wist het.
Stekelman pakte zijn nieuwe lading marchandise uit, op zijn verkooptoog. Links een te seutig paar, dat daarnaast wel leuk maar te donker, die daar nog eens naast dan weer te plat en te paardendressure, en toen: de laarzen die ik wilde. En die ik bijna niet wilde passen, omdat ik wist dat ook dit weer op een gigantische teleurstelling zou uitdraaien. "Pas ze toch maar", zei de man, en hij greep weer naar mijn voet. Ik deed mijn broekspijp naar omhoog en liet mijn been in de laars zakken. Engelenkoren begonnen te zingen. Ik had nog plaats over. IK HAD NOG PLAATS OVER, ZEG IK.

En toen, toen bleek dat er ook nog eens veertig procent korting op was, en ik ze zelfs nog kon betalen ook. Ik straalde, rekende af, liep met een grote doos vol botten naar buiten, en kon wel zweren dat ik achter mij een gigantische "PIEHOEW, WAT WAS DAT MAAT!" hoorde. Maar het kan ook verbeelding geweest zijn.
