Ik zat in de fase waarop ik begon te denken: ‘Ik ga eens bloggen over mijn sabbatmaand’. Ik zat in de fase van allerlaatste opdrachten afwerken en me mentaal klaarmaken voor de maand die ik al tijden aan het plannen was. Zo goed als al mijn opdrachtgevers waren op de hoogte, ik zou even een maand niets schrijven voor iemand anders en wel voor mezelf. Al zeg ik het zelf, het was een geweldig concept: er zou tijd zijn voor de dertig projectjes die ik al maanden in mijn hoofd heb, en om na te denken over wat ik de komende tijd wil uitvreten, werkgewijs. Er zouden ook nogal wat terrasjes aan te pas komen. Mijn sabbatmaand ging kortom nogal rocken.
Ik was evenwel vergeten dat er in mijn leven altijd dingen uit de lucht komen gevallen die toch interessant lijken, en plannen in de war sturen, en dat ik geen neen kan zeggen als er plots iets fijns in mijn schoot geworpen wordt.
En dus sta ik in plaats van voor mijn sabbatmaand ineens voor een erg drukke zomer. Eén van weinig thuis zijn, en veel werken en nieuwe dingen doen. En ik weet zeker dat het even leuk als spannend zal zijn, en ik heb de knop in mijn hoofd al helemaal omgedraaid en alles, maar al die fijne projectjes en mijn blog en al die andere dingen waar ik tijd voor wilde maken? Ik maak me bijzonder weinig illusies. Kunnen jullie zich de komende weken eventjes in stilte bezighouden, denkte? :(
Lees anders dit nieuwe magazine, ondertussen, ik heb gehoord dat het de max is.
*wink wink nudge nudge*
Nog twee foto’s, en ik ben erin geslaagd om 365 dagen aan een stuk elke dag een foto te nemen en op mijn

Mijn kleine broer is het afgelopen weekend gaan samenwonen met zijn madam. Sinds dat moment zijn de echtgenoot en ik elkaar aan het bestoken met ‘manmanman, weetjenogtoenwijgingensamenwonen?’-nostalgiek. En die zou heel mooi kunnen zijn, ware het niet dat onze zinnen om de een of andere reden constant beginnen met ‘Man, weet je wat ik echt het allerergste vond toen wij gingen samenwonen?’, waarop de ander dan weer in overtreffende modus gaat door af te komen met iets dat hij of zij nog veel erger vond.
Soms gaat alles wonderlijk goed, en soms slaat het tegen. Zoals vorige week, toen de meneer en ik thuiskwamen van een dag noeste arbeid, en onderstaand tafereeltje aantroffen op onze eettafel, samen met een handgeschreven briefje van de poetsvrouw. Op het briefje dat het haar zo speet, maar dat ze de letter Y had afgestofd (<3) en dat hij gevallen was en dat ik zeker moest laten weten wat haar verschuldigde compensatie was. Het schuldgevoel droop van haar krullende letters af.

In de tijd dat ik nog showbizzjournalist was en hele dagen rondhing op roze balletten was ik eens op een feest waarop Lien Willaert het eten verzorgde. Die avond zal voor altijd in mijn herinnering blijven hangen als ’the one with the lenterolletjes’, want Lien Willaert die kan echt geschift lekkere lenterolletjes maken. Het recept bleek in haar eerste kookboek te staan, dus kocht ik het en maakte ik voor al wie ze proeven wilde lenterolletjes. Was er een feestje chez lilith, dan mocht je er donder op zeggen dat er lenterolletjes aan te pas zouden komen. En mijn gasten, zij smoefelden ze binnen en vroegen zo goed als allemaal naar het recept.