Acht jaar. Zo lang is het vannacht geleden dat ik hem tegen mijn gilet trok, en we vertrokken waren voor geweldig veel kapsels, tripjes, beroepen, woonsten, discussies, wanhoopstoestanden over groenten en eten en champignons, meningen over hoe lang we samen zouden blijven en waarom we duidelijk niet bij elkaar passen, gezaag, gefret, moeilijke dagen, geweldige dagen, het besef dat ik geen gemakkelijke ben om mee samen te leven maar hij al helemaal niet. Maar gelukkig wisten we dat toen nog niet, die nacht in Barcelona.
Hell, we waren nog zo jonk!
En nu ineens zo afgeleefd enal, ik versta er niks van.
Maar hij doet dat goed, die jongen. Het mag gezegd.
Het mag knal onder mijn hersenpan dan wel aanvoelen alsof ik de laatste weken een keer teveel ben opgestaan om vijf uur ’s ochtends (wat keihard waar is) en een werkuur of dertig teveel achter de kiezen heb (wat een understatement is), toch heb ik de afgelopen weken echt wel soms iets anders gedaan dan werken. De foto’s op mijn telefoon bewijzen het, dus moet het wel waar zijn. Binnen drie weken heb ik verlof, en dan zal er vast zelfs nog eens een blogpost aan te pas komen die die naam waardig is.
