“Amai, dat levert precies toch een en ander op”, denk ik soms, al die uren staren naar National Geographic en programma’s als Megastructures, Mythbusters en Extreme Engineering. Bij mijn vent dan, want ik val zelf nog liever dood dan dat ik langer dan drie minuten van mijn kostbare tijd verspeel met kijken naar een ingenieur die uitlegt hoe een brug gemaakt is. Ik heb facebookstatussen te posten, en me aan tweets te ergeren, en op dwaze links te klikken van katten die in slaap vallen, en kijkt, nog eens, EN YOURI, KIJKT TOCH NAAR DAT KLEIN KATJEN! :aah: Elkeen zijn prioriteiten.
“Weet jij hoe zo’n vliegtuigmotor werkt?”, zegt hij dan als wij zitten te wachten om op ons vliegtuig te stappen, wijzend naar iets waarvan ik op dat moment pas besef dat dat de vliegtuigmotor is en niet de ventilator van dat spel. En dan denk ik vaak “Neen, en het interesseert mij ook geen ene moer eigenlijk”, maar in naam van de leafde zeg ik dan gewoon “Neen”. En ik kijk erbij alsof ik zeker weet dat hij, mijn koene slimmerik, mij dat snel zal uitleggen. Wat dan ook meestal gebeurt. En het is wel koddig, want hij legt het me uit als tegen een kind van drie, en ik snap er nog niks van en dan moeten wij lachen. Of huilen, als het hormonaal al eens wat schever zit.
Vandaag waren wij van toerist in eigen land aan de Atlantik Wall, met infotelefoontjes. Hij wist weer heel veel, en ik heel weinig.
Maaaarrr. Dat vond ik niet erg, want ik heb vorige week dertig keer met mijn ogen kunnen rollen omdat hij niet wist wie Vanessa Hudgens was, of dat ze samen geweest is met Zac Efron. En ook met dat hij letterlijk GEEN ENKELE celebrity heeft herkend op de rode loper, ook niet als ik er expliciet naar wees. Ha! Wie is er hier nu de dwazekloot? HA.
Men neme een vliegtuig van Los Angeles naar Londen, en van Londen naar Brussel. Men slape zo goed als niet, al zou men dat beter wel hebben gedaan. Men misse het tweede vliegtuig bijna door vertraging van het eerste, en beleeft dus een spannende dag, met okselvijvers. Men kome thuis, men drinke thee, men gaat in bad en men kruipe met nat haar in zijn bedde omdat men te versleten is om op te blijven tot het droog is, laat staan dat men nog puf heeft om het droog te blazen. Men staat op en komt tot het besef dat men vandaag naar de fotograaf en het stadhuis moet om zijn paspoort te gaan vernieuwen, wil men geen boete aan het been hebben. Men kijkt in de spiegel en beseft dat het niet goed komt met dat haar. Men draait er een speld in.
Toen ik nog op kot zat in het exotische Ledeberg waren er een paar dingen waar ik elke week het luttele bedrag aan uitgaf dat ik meekreeg van mijn moeder. Belegde broodjes, bier, sigaretten, cola light en de Flair. Niet de HUMO, want die las ik thuis. En ook al was ik aan mijn studies journalistiek begonnen met de gedachte dat ik ooit voor HUMO wilde schrijven, hoe langer ik met vriendin J. in Gent zat, hoe meer wij ervan overtuigd raakten dat we ooit ons West-Vlaamse boerenkinkelbestaan zouden inruilen voor een job bij de Flair. Ik als Carrie Bradshaw die toen nog niet eens bestond, zij als grafisch wonder.
We zijn terug. Altijd een beetje veranderd, vind ik. We moeten allemaal meer praten met elkaar, en openstaan voor een gesprek, bedacht ik me toen zich gisteren op de trein vanuit Zaventem een geweldige babbel ontspon tussen mij en een jonge conducteur die me alle ezelsbruggetjes leerde die er zijn met betrekking tot treinuren en aan welke kant het perron zal liggen bij aankomst. Very Amerikaans vond ik, gesprekken van twintig minuten met een total stranger, maar ook very geweldig. Ik mis ze nu al weer, alle keren dat iemand gewoon tegen mij begon te babbelen en ik de meest leutige gesprekken had met de meest leutige mensen.
Deze week in LA is compleet de max, maar laat ons eerlijk zijn: qua celebrityspotting is het eigenlijk allemaal nog maar zwak geweest. Om niet te zeggen: belabberd. Vorig jaar zagen we én Tommy Lee én die kerel van Saved by the Bell, dit jaar dacht ik één keer dat ik Brad Pitt zag op een moto, maar het bleek gewoon één of andere kerel op een moto.
Neen, wat de mensen daar ook over zeggen, ik ben lang nog van de slechtste niet, en als ik een ander kan helpen met leuke adresjes voor op vakantie in Los Angeles dan draai ik daar mijn hand niet voor om. Daarnaast is het ook nog gemakkelijk for future reference, so here goes: mijn absolute topadresjes in Los Angeles. Doe er uw voordeel mee!
En toen kwam ik ineens tot het besef dat ik nog geen instagrampost heb gedaan deze week. Azo niet beginnen hé zeg lilith. Bij het doornemen van mijn laatste week in Instagram merkte ik ook nog eens op dat ik opvallend veel bordjes heb gefotografeerd. Een rode draad, zowaar. Misschien zelfs een invalshoek.
Het is toch best raar hoe dat hier allemaal gaat in Los Angeles. Het ene moment wandel je door The Grove (de Disneylandachtige shoppingstraat waaruit ik niet weg te slaan ben omdat de Farmers Market ernaast ligt) en zie je er tv-opnames, het andere moment kom je thuis en zie je wat je net live hebt gezien op den televies. Het ene moment rijd je naast een bus vol knappe dansende wijvekes, het andere zie je op tv dat het de goddesses van Charlie Sheen waren die reclame pleegden voor een show op The Comedy Central. Het café waar je ’s ochtends at zit ’s avonds in het showbizznieuws omdat er een paar uur later een Kardashian kwam binnengewandeld. En Dancing with the Stars, waar ze hier heelder dagen over lullen? Dat wordt hier een blok verder gefilmd, op die hoek daar waar alle mensen heeltijd staan te wachten op een handtekening van de hermafrodiete dochter/zoon van Cher.
Je kan de maagverkleining in het meisje steken, maar je kan de reden voor die maagverkleining niet uit het meisje halen. Als dat meisje ook nog eens in Amerika verzeild raakt, dan wordt dat soms een beetje risky. Er zijn hier namelijk geweldig veel dingen die opgegeten kunnen worden, en die ik wil proeven, waardoor ik het liefst vijf keer per dag zou eten. Oke, make that six. Al helemaal als ik ook nog eens op de Los Angeles County Fair terecht kom, een soort Sinksenfoor maal twintig, maar dan met veel meer eetkraampjes.
Jetlags zijn den duvel, maar als je daar creatief mee omspringt maak je wel kans op dolle avonturen. Ziedaar de les die wij leerden op dag 32 van project TFTC365. Toen Youri en ik rond een uur of vier ’s morgens met onze vingers zaten te draaien in onze crib kwam biebie namelijk op het ronduit geweldige idee om eens naar het Griffith Observatory te rijden, om daar de zon te zien opkomen over the city.