“Ow please”, zei Bronwyn, de blonde toeriste uit Sydney tijdens onze gezamenlijke food tour, “I’m not gonna tell”. Ze keek er zo lief bij dat ik bijna door de knieën ging, tot mijn ogen ergens in mid-air de berispende bliksemblik van mijn wederhelft tegenkwamen. Waren zijn ogen geweren geweest, ik lag hevig bloedend tegen de straatstenen. En dus verklapte ik ook Bronwyn de naam van kind 1 niet. Ook niet het koppel Zuid-Afrikaanse lieverds waarmee ik een rit deelde naar de luchthaven, en die het zo zo lief vroegen. Ten strengste verboden door mijn halve trouwboek. Zelfs tegen volslagen vreemdelingen, op wie ik hem eens vrijblijvend zou kunnen testen op hot or not.
Maar ach, langs den anderen kant ben ik al lang content dat we überhaupt een naam hebben gevonden waar we allebei content van zijn. Hij omdat hij best zo zou willen heten, ik omdat ik het cool zou vinden om met een lief thuis te komen met die naam. Schone voorwaarden, vonden wij. Het leek even tricky te worden, nochtans, want de ene naam die we allebei van in het begin cool vonden konden we uiteindelijk toch niet nemen. Wegens omstandigheden. Dat ik nog zo zou popelen om mijn zoon anders te noemen, en hij ook, daar ben ik alleen maar blij mee.
Tegelijk schud en beef ik elke keer er een jongentje wordt geboren in onze omgeving. Want het zou maar eens moeten lukken, dat ze hem Zenobie noemen.
Wat dan?!
“Mama, hoe maak jij papsause?”, had ik haar gevraagd, zogezegd omdat ik een nieuw receptenprogramma had waar ik eens een hoop dingen in wilde steken, maar we wisten allebei dat het was omdat ze nog maar een paar maanden had. En de absolute keukennitwit die ik toen nog was het daarna allemaal zonder haar en haar hulp zou moeten zien te doen. En dus gaf ze me haar recept voor papsause, gezeten bij mij aan tafel, met haar muts die ze droeg omdat ik even ervoor al haar haar had moeten afscheren met de tondeuse. Makkelijker en minder pijnlijk dan elke morgen wakker worden met een hoofdkussen vol haar, zo bleek. 
Als ik zou zeggen dat ik gisteren stond te springen om mijn vlucht terug te nemen zou ik liegen dat ik zwart zag, maar zie, ik ben toch terug, en zie ook: ik wou stiekem dat ik daar nog was. Ook al was het allemaal een stuk zwaarder dan ik verwacht had, de combinatie zwanger zijn en een compleet geweldige stad waar zoveel te doen en zien is dat jezelf een beetje inhouden echt niet vanzelfsprekend is. Maar het is gelukt, het was compleet fantastisch en we zijn beiden zeer verheugd dat we last minute beslist hebben om toch nog eens naar New York te gaan.

Sinds ik mijn Kindle heb koop ik eigenlijk geen gewone boeken meer. Ze nemen te veel plaats in, vind ik, en ik heb al niet veel plaats. En neen, ik mis de geur en het gevoel en al de andere nostalgische dingen van echte boeken niet, net zoals ik de structuur van een CD niet mis, of de geur van een cassettebandje. Laat staan het gewicht ervan in mijn handtas. Alleen kookboeken zou ik nog gewoon kopen, maar aangezien ik er al veel te veel heb en dan ook nog eens de meerderheid van mijn recepten van het internet pluk ben ik daar ook maar mee gestopt. Verstandig meisje, moi?
Een andere stad, andere bezigheden. Om er maar een paar te noemen die op dit moment nogal mijn dagen vullen: 
Als drie mensen me zeggen dat ik zeker zeker bij
En dan komt plots het moment waarop je niet anders kan dan het toegeven. Dat sprintjes trekken om de metro te halen stilaan uitgesloten is. En elke beklimming van een trap een beetje sterven, met longen die niet goed meer meewillen. Dat elke kilometer stappen ervoor zorgt dat je lichaam “ga nu zitten, lilith!” schreeuwt, en ja, ik heb het gecheckt met de gynaecoloog, en zolang ik op tijd luister kunnen mijn harde buiken niet direct kwaad. Maar toch.
Dag twee in New York was er één die regenachtig werd aangekondigd, en de verwachtingen volledig ingelost kreeg door het te laten hozen en buien dat het geen naam had. Maar gene paniek, wij vonden heel wat fijne overdekte plekken om koffie te drinken en ons in deze toch wreed fijne stad onder te dompelen.
Vroeger vond ik jetlaggen één van de meest eenzame dingen in mijn relatie. De meeste ervaringen kan ik wel met Youri delen, maar ik ben een hele slechte, lichte slaper, die van het minste geluidje wakker schiet en eens haar ogen open zijn op geen honderd jaar meer in slaap raakt. Zo kwam het dat ik de afgelopen dagen respectievelijk om vijf, drie en half vijf ben opgestaan. Een mens zou denken dat ik daardoor wel door de jetlag zou slapen in New York, want ik ben nogal moe van al mijn genachtbraak, maar dan kent die mens mij nog niet. Het is drie uur plaatselijke tijd, en ik ben klaarwakker.

“Kijk!”, zei hij, “De eerste stoomtrein!”. Waarop hij een vol kwartier in lichte staat van vervoering naar een zwarte locomotief stond te kijken, zich duidelijk inhoudend om me niet te vervelen met hoe geweldig vernuftig dat ding in elkaar zat qua techniek. Ik probeerde door te glimlachen in zijn blikveld te doen alsof de aandrijving ervan me wel eens zou kunnen interesseren, maar hij kent mij beter. En dus schoven we door. Naar de eerste Apple computer! Man toch. En daarna naar één of andere compleet geweldige auto uit weet ik veel wanneer.