Maandelijks archief: april 2010

dingen die ik vergeet terwijl ik rij en hij niets doet

Rijles37.jpg* wat nu ook weer de precieze functie van mijn pedalen is
* het verschil tussen links en rechts (wat er bijna voor zorgde dat ik mezelf en de wagen van de rijschool onder een tientonner parkeerde)
* ademen
* mijn koppeling los laten in een bocht
* waarom ik in godsnaam zonodig mijn rijbewijs wilde halen
* dat een bord waar vijftig opstaat wil zeggen dat je echt maar vijftig mag, en niet een beetje een indicatie is van hoe het kan
* dat de fietsers voor mijn auto echt zijn, en mijn leven geen carmageddon is
* mijn koppeling los laten in een bocht (make that maal zevenendertig)
* hoe schoon het leven aglijk kan zijn

Maar voor de rest gaat alles geweldig. Ik heb mijn eerste zes uur rijles overleefd, zo’n 180 kilometer vrij rond gereden in de natuur zonder noemenswaardige slachtoffers, en ik heb mijn voorlopig rijbewijs op zak. Groot Ieper weze gewaarschuwd.

lilith neemt rijles

rijlespartone.jpg“Ben jij niet de broer van G.?”, vroeg ik, terwijl ik samen met de man die mij dra zes uur zou leren autorijden richting autootje van de rijschool wandelde. Als ik op van de zenuwen ben durf ik me al eens schuldig te maken aan small talk en stomme grapjes, dat u dat weet. En geloof me, ik had me al rustiger gevoeld.

“Inderdaad”, antwoordde de rijleraar, “Ken je G. misschien?”.

Even overwoog ik om er een billenkletser als “G.? Nog nooit van gehoord, waarom?” tegenaan te knallen om het ijs nog verder te breken, maar ik hield het bij “Ik heb zes jaar bij G. in de klas gezeten!”. Alsof het toch echt niet te doen was hoe klein de wereld maar was, zeg! En alsof ik niet compleet aan het instorten was bij de gedachte dat ik erg binnenkort met deze mens auto moest gaan rijden. “Ik heb haar ook nog rijles gegeven, in de tijd”, zei de brave man. “Wel een jaar of tien geleden, ondertussen.”

En toen zakte de sfeer compleet onder nul.
Want toen kwamen de vragen. De vragen die ik al tien jaar moet beantwoorden.Heb ik echt mijn rijbewijs nog niet? En hoe oud ben ik? Allez man. Nog altijd geen rijbewijs. En hoe komt dat? Of ik misschien bang ben? Of een beetje achterlijk? Of ik er niet beter binnenkort eens voor zou kijken? Want dat is toch ambetant, zo, geen rijbewijs hebben. Waarop ik glimlach, in mijn hoofd “NO SHIT SHERLOCK” roep, en mentaal instort.

“Oke, start maar, ik ga de pedalen doen, jij mag sturen”, zei de broer van G., eens ik voldoende en herhaaldelijk duidelijk had gemaakt dat ik echt echt echt nog geen rijbewijs had (allez jong, serieus? Ja echt, nog altijd geen rijbewijs!) , en toch echt al achtentwintig was. Voor ik het wist stuurde ik de Nissan over de Ieperse ring, tussen de camions, richting industriezone. Pas toen ik de auto aan de Gamma parkeerde en zag dat de afdruk van mijn vingers voor eeuwig in het stuur zou blijven staan besefte ik dat ik al zeven minuten was vergeten te ademen.

“Wat doe je voor werk?”, vroeg de broer van G., om het ijs nog wat verder te breken. “Journalist”, zei ik.
“Journalist, en toch geen rijbewijs?!”, vroeg de broer van G. Inwendig zuchtte ik zo diep dat ik mijn bloeddruk voelde zakken. “Neen, echt niet”, zei ik met een zo’n vriendelijk mogelijke glimlach. “Allez zeg”, zei de broer van G., en ik zag aan zijn blik dat hij overwoog om even achter een hoekje te gaan staan om de kranten te gaan bellen.

Tien minuten later was ik onderweg naar Langemark, en deed hij de pedalen helemaal niet meer. Plots deed hij niks meer. En ik alles.

(wordt vervolgd)

lilith is helemaal geen mevrouw

lilithmevrouw.jpg“Doe maar, vraag het maar aan die mevrouw”, zeggen mensen soms tegen hun kinders als die iets van mij gedaan moeten krijgen op de trein, ofzo. Ik glimlach dan wel mijn allerliefste mevrouwenglimlach naar het kleine grut in kwestie, maar diep vanbinnen sterf ik een beetje. Sinds wanneer ben ik een mevrouw?

Misschien ligt het aan het leeftijdsverschil, hield ik mezelf lang voor. Als kind dacht ik ook altijd dat je volwassen was op je tiende, omdat ik niet verder kon tellen. Dus als mama’s het over mij hebben tegenover hun kroost als zijnde mevrouw, dan is het omdat ze meisjes associëren met zesjarigen, troost ik mezelf al een tijdje.

Tot dit weekend.

Ik zat zondagmorgen slingerziek bij de dokter van wacht, uitgerust met een keelonsteking en een lading koortsaanvallen om u tegen te zeggen. “Ik heb heel de nacht geen oog dicht gedaan van de pijn en de koorts”, zei ik tegen de dokter.

“Hoeveel koorts heb je precies?”, vroeg de dokter.
“Geen idee, ik heb geen thermometer in huis”, zei ik, naar waarheid.
“Dan zal je er eentje moeten vragen voor je moederdag”, sprak de man jolig.
“Haha”, zei ik.

En in mijn hoofd dacht ik: “WHAT THE FUCK?! Sinds wanneer zie ik eruit als een moeder, in hemelsnaam?! SINDS WANNEER?!”.

Ik kan toch echt zweren dat ik tot een jaar geleden nog aanzien werd als een meisje, hoor. *huilie* En niet als iemand die keihard tegen haar menopauze aan het aanhikken is, dammit.

huilie

crying+mascara.jpgIk heb altijd geleerd dat grote meisjes niet huilen. En dus huilde ik ook niet. Ik kan me tot aan mijn achttiende maar gigantisch weinig momenten herinneren waarop ik in het openbaar heb gehuild. Misschien zelfs maar één. En in familieverband misschien twee, maximum drie keer. Het was gewoon iets dat ik niet deed. Je had huilende mensen, en je had mensen zoals ik.

Ik ben beginnen huilen toen ik Youri leerde kennen. Dat klinkt vreemd, en triest voor Youri, maar gelukkig deed ik het niet de dag zelf al. Waarschijnlijk pas een jaar nadat we elkaar tegen het lijf waren gelopen. Geen idee wanneer precies, maar opeens kreeg ik het gevoel dat huilen niet zo schaamtelijk was. En het deed bijwijlen geweldig veel deugd, dus huilde ik bij Youri verschillende keren zo hard dat mijn ogen er bijna uitvielen en mijn mascara iets deed dat leek op wat Arnold Schwarzenegger going on heeft in Commando.

Ik ga blijkbaar steeds verder. De laatste weken huilde ik terwijl ik over straat liep, liet ik me schaamteloos gaan tijdens een uitzending van Trinny en Susannah: Missie Vlaanderen, zat ik te janken op de plaats waarvan ik altijd had gezworen dat ik er nooit van zijn leven zou janken, en een paar dagen geleden voelde ik de tranen over mijn wangen stromen terwijl ik iets zat te eten in ons stamrestaurantje. De garçon die ons al jaren bedient keek bezorgd, maar deed tegelijk alsof hij het niet zag. Very sympa, vind ik dat. En dan ben ik nog die keer vergeten dat ik huilend uit een tea-room ben moeten stappen omdat ik een bejaarde man had horen vertellen hoe eenzaam hij was sinds de dood van zijn beste vriend.

Neen, ik ben niet zwanger. En ja, ik vind het stiekem geweldig dat ik zo ver ben dat ik mezelf niet meer te pletter slik om tranen tegen te houden, maar ze gewoon keihard laat komen als het niet meer gaat. Ik moet alleen nog iets vinden tegen die uitlopende mascara, want dat is echt geen zicht.

lilith was gisteren in een discotheek

whiteparty.jpg“Hemeltjelief, wat zijn de rokken hier kort”, zei ik tot mijn lief, die net als ik tegen de muur van een discotheek geleund stond waar vrouwen komen die enkel gekleed gaan in witte marcellekes met een riem rond. Mijn lief maakt naast websites ook pasjessystemen voor discotheken waar wulps gedanst wordt, en dus ging ik voor de zekerheid maar mee. Je weet maar nooit wanneer zo’n mannelijk hormoon beslist om finaal op hol te slaan.

Terwijl ik een beetje stond mee te wiegen op foute schijven waar ik anders voor van radiozender zou switchen bekeek ik de stomende massa. Ik keek naar dames van maximum achtentwintig kilogram die zich op pijnlijk hoge naaldhakken zo aantrekkelijk mogelijk maakten richting mansmensen in felwitte broeken. Soms werd er naar mij teruggekeken door mannen met polo’s waar een hemdskraagje bovenuit kwam gepiept, waardoor er gedachten door mijn in wijn gemarineerde hoofd gingen als “Alsof ik ooit zou vallen voor de combinatie fluo polo en hemdskraagje, maat” en “ik sta hier toch met mijn lief? Heb ik een homoseksueel uitziend lief, misschienst?!”.

Naast mij zag ik een opvallend jonge witte broek een whopping dertig euro neertellen voor een drankje of zes, wat nog in het niets bleek te vallen bij de prijs voor een fles van zes liter champagne die ook op de kaart stond. (ZEVENHONDERD EN IETS EURO :aah:) Toen hij zijn pas ingeslagen buit ging brengen naar zijn makkers en er een toffe kwinkslag aan toevoegde begrepen ze hem niet omdat de muziek veel te luid stond.

Iets van dat all the crazy shit die ze die nacht deden de beste herinneringen zouden zijn. Ze lipten het mee. Ik zeg: in witte broeken veel geld betalen voor alcohol die geen vlekken mag maken terwijl de muziek veel te luid staat, dat is geen crazy shit. Twee meter bier drinken voor de prijs van één meter tijdens de happy hours in de café’s waar ik vroeger zat, waar je het ongelooflijk zatte geleuter van je maten zo goed kon horen dat de quotes nog jaren meegingen, en dat allemaal in zwarte broeken die het aankonden om even later bijna samen met jou in de Ieperse vestingen te vallen.

Dat waren pas de beste memories, mijn gedacht. Dat en die keer dat we Vanacker zijn wenkbrauwen finaal hebben weggebrand met een opgedreven aansteker. Daar kan geen fles champagne van zevenhonderd euro tegenop.