lilith wordt verliefd op LEGO House

Ik zei in mijn vorige post over onze reis naar Denemarken en Zweden al dat ik niet veel heb met legoblokjes. Maar neem 25 miljoen legoblokjes, en bouw daar het zotste speelhuis ooit rond, en de situatie begint serieus te kantelen.

LEGO House ligt op een paar kilometer van Legoland in Billund, waar het legoblokje werd uitgevonden. Het opende in 2017, en als je erboven hangt zie je dat het is opgebouwd uit grote legoblokken.

Sta je ervoor, dan lijkt het alsof iemand loos is gegaan met witte blokjes.

Binnen draait alles rond de ervaring van spelen en bouwen. En rond met open mond staan kijken naar de vele legocreaties die overal te zien zijn.

Echt overal staan bakken vol lego, en het is de bedoeling dat je je ermee uitleeft. Dat hebben we serieus gedaan. Van treinbanen tot race-auto’s tot vissen die je kon laten animeren tot poppetjes die verdacht veel op jezelf lijken, je bent er een paar uur zoet mee.

Weinig volk, zeg je? Wij hadden het geluk dat we kaartjes hadden voor het eerste tijdsslot, waardoor we aankwamen in lege zones, wat vaneigens fijn was. Ik denk dat het doorheen de dag serieus druk kan worden.

In de kelder van LEGO house zit ook een inspirerende historische collectie rond de geschiedenis van het blokje, met iconische sets van vroeger tot nu. Youri moeten meetrekken aan zijn gilet of hij zat daar nu nog.

Een bijzonder eervolle vermelding voor het MINI CHEF-restaurant. Als je binnenstapt krijg je een zakje met blokjes en een “build your own meal“-instructieblad. Een stukje vis is een klein rood blokje, voor frietjes kies je blauw. Iedereen stelt zijn maaltijd samen en steekt het schijfje in de computer. Is dat gebeurd, dan zie je hoe de legomannetjes jouw maaltijd in elkaar beginnen te flansen.

Is het eten klaar, dan krijg je een seintje dat je jouw legoblok mag gaan halen bij de robots.

En dan is het smullen maar. Of in het geval van Flo je neus ophalen en zeggen dat je het niet lust. Standaard, tegenwoordig.

Ik vond LEGO House nog cooler dan Legoland.
Al was het omdat onze kinderen sinds ze daar zijn geweest geen Lego of Duplo kunnen zien liggen zonder er iets mee te beginnen bouwen. Dat moet dus inspirerend geweest zijn voor iedereen.

Absolute aanrader voor iedereen die houdt van spelen en übercoole plekken.

In de volgende post rijden we door naar Zuid-Zweden, keer curieus!

lilith nam deel aan de Dodentocht

Het zijn niet altijd diegenen met de professionele rugzakjes met buisjes om door te drinken die hem uitstappen, zulle“, zei de man naast wie we een koffie zaten te drinken in Bornem city. Tussen mijn benen lag een trailrugzakje met waterzak en buisje om door te drinken dat ik nog last minute had besteld bij de Décathlon, maar dat had hij niet gezien, dus knikte ik met een blik van “Ja jong, zo van die goed voorbereide zotten die denken dat ze het daarmee gaan halen, ge zijt daarmee vet“.

De man had de Dodentocht al een paar keer uitgestapt en gaf drie uur voor de start nog wat last minute tips mee aan ons, jonge onervaren meisjes, die nog nooit honderd kilometer aan een stuk gestapt hadden, laat staan binnen de 24 uur. Pas toen hij weg was durfde ik mijn rugzak weer bovenhalen. Het buisje liet ik voor de zekerheid nog even zitten waar het zat. Het was al erg genoeg dat ik startnummer 320 had, precies of ik was een #dodentochtstrever.

18:20: Op aanraden van de man van daarnet en nog wat anderen gingen we op tijd richting start. Daar aangekomen kreeg ik een pin van “50 jaar Dodentocht”, en kozen we een van de twee startvakken. Omdat er 13000 ingeschrevenen waren, werden de deelnemers immers eerst in twee groepen opgedeeld om elkaar na een paar kilometer weer tegen te komen. Twee uur en half popelden we om eraan te beginnen op een mix van eighties classics. Festivalsfeer compleet, de zon scheen en er was een droge nacht voorspeld, dus wij blij.

Toen iemand zonder reden om kwart na acht recht ging staan, en 12999 anderen als een kudde schapen beslisten om hetzelfde te doen, sloeg de sfeer even om. Drie kwartier nodeloos gedrum en getrek en zenuwachtig gefrot werden ons deel, en dat was niet zo goed voor de sfeer in onze bovenkamer. Toen al aan het doodgaan, dat beloofde.

21:02: De hekken zwaaiden stipt om negen uur open en om 21:02 marcheerden wij al vlotjes over de matten die onze tot dan toe razende voortgang scanden. Het tempo in het begin lag behoorlijk hoog, maar we gingen soepel mee met de hoop. “Weten die mannen wel dat dat hier honderd kilometer is?“, hoorden we iemand zich luidop afvragen, maar iedereen vloog als een bende jonge veulens vooruit, dus ja, wijle mee. Toen we weer samenkwamen met de mensen van het andere startvak riepen we lollig van “Wie we daar hebben!“, deden high fives met kindjes die ons langs de weg aan het aanmoedigen waren, en de sfeer was aangenaam en uitgelaten. We waren vertrokken! Mijn buisje om uit te drinken werkte goed, en er waren heel veel buisjes rond mij! OMG YES.

23:39: Na heerlijke passages door dorpjes waar ze volgens ons een deal hadden met SABAM dat ze niet moesten betalen als ze zich aan het draaien van drie liedjes hielden (“Leef” van André Hazes Junior, “Hoe Het Danst” van Marco Borsato, en “Sweet Caroline” van Christoff) arriveerden we iets voor middernacht fris en monter aan de tussenstop Friesland Campina, aka the one met de rijsttaartjes.

We zaten toen 15,9 kilometer ver, en hoewel ik me had voorgenomen om geen rijsttaartje te eten omdat ik al een paar weken zo goed als suikervrij eet en niet wist wat mijn maag en darmen zouden zeggen kon ik de energieboost toch gebruiken. Het blikje Cécémel liet ik wel aan me voorbijgaan, en goed ook, want achteraf las ik dat er mensen waren die er zo mottig van waren geworden dat hun Dodentocht een paar kilometer verder al voorbij was. Death by Cécémel, zeg. Het kan snel gaan en in domme dingen zitten, zo blijkt, en dus vulde ik mijn zakje soberkes met water. Stoppen deden we niet. Eten grijpen en en doorstappen was onze strategie, zo lang het lukte.

00:20: Plots was daar midden in de nacht het machtig mooi verlichte kasteel d’Ursel in Hingene. Iedereen wilde stoppen om foto’s te nemen, wat natuurlijk amper lukte in de drukte, maar neem van mij aan dat het er mooi was, ook met alle kaarsen die aangestoken waren langs het water.

00:47: De stop van Wintam, waar er appels waren, en peperkoek die ik aan me liet voorbijgaan. Waar ik blij was dat er nog steeds weinig sprake was van het gevreesde klopje. Ik kreeg constant berichtjes van overal om me aan te moedigen, wat echt wel tof was en voor afleiding zorgde. Eens groep één van de supporters gaan slapen was, waren de nachtraven en slapelozen daar. Waarvoor dank, echt waar.

De temperatuur bleef rond de 20 graden schommelen, ideaal wandelweer, zelfs in t-shirt. Ondertussen was ik zotcontent dat ik het koplampje in mijn rugzak had zitten dat mijn broer had meegegeven, want er zaten best wat pikdonkere stukken in waarop een voet snel overgeslagen was.

Na de stop ging het de pikdonkere dijk op, waar een mystieke sfeer hing. Langs het water, nog steeds erg druk, in stilte onder het maanlicht met al die wandelaars en al die lichtjes die in de verte door het landschap trokken.

Op een bepaald moment passeerden we ook het bord van de eerste 25 kilometer, en verbaasde ik me hoe snel dat was gegaan. So far, so good.

Ergens tussen 1 en 5 uur: Ik moet gestapt hebben, dat is zeker, maar ik herinner me weinig concrete details. Veel zatte mensen in de gemeenten waar we doorstapten, boel Vlaamse kermis, veel spandoeken en “ge zijt goed bezig!“. “Awel ja, het is eigenlijk wel waar“, zeiden wij dan, en zo maalden wij de kilometers weg.

Rond half vier waren de eerste 35 kilometer een feit, en bereikten we “den Duvel“, waar wij geen Duvel dronken, maar een zatje soep en een boterham wild genoeg vonden. Dit was meteen de eerste keer dat we ons vijf minuten hebben neergezet, al was het zoeken naar een plekje op de banken. Ik heb toen ook van kousen gewisseld omdat ik last begon te krijgen van wrijving. Net op dat moment zette iemand haar zware wandelschoen met haar volle gewicht op mijn linkervoet. Gekajiet en verontschuldigingen gekregen van de dame in kwestie, maar niet wat je op dat moment nodig hebt, geloof me vrij. Gelukkig komt de zon dan plots op, en heb je iets anders om je op te concentreren. We hebben de nacht overleefd! Zonder klop! Leejf alsof het je laatste dag is!

6:02: Aankomst in Steenhuffel, op 46 kilometer. Veel volk, veel levende lijken, veel mensen die rekten en strekten alsof het hun job was. Ons tempo is wat gezakt, en ik kan vertellen waarom: de eerste blarenclusters zijn een feit. Al sinds een kilometer of vijf doet elke stap pijn, en de hoop dat ik al die blaren zelf zal kapotstappen wordt kleiner. Ze zijn hardnekkig, en ze zijn met een paar, aan mijn beide kleine teentjes, vanboven en vanonder. Ook op mijn dikke teen heb ik een bovenaan. Heerlijk! Zelf doorprikken lukt niet. Tijdens wat uren wachten lijkt aan de mobiele toiletten kom ik tot het besef dat ik beter iets onderneem.

6:34: Ik zoek de tent van het Rode Kruis op in de hoop dat zij weten wat best. Geert, de meest vriendelijke verpleger in de geschiedenis van de verplegers, bekijkt alles met een professionele blik, en beslist de ene blaren door te prikken en met enkele andere te wachten, maar ze toch te verzorgen in de mate van het mogelijke. Hij raadt me aan om ze te laten doorprikken bij de volgende stop, “als ze nog wat erger zijn geworden”. Ik steek mijn voeten weer in mijn schoenen, stap de tent uit en kan vriendin J. nergens vinden, noch bereiken. Het is nog steeds zo druk overal dat het netwerk regelmatig overbelast is. Na zeven keer over en weer bellen krijg ik haar toch vast. Nu ligt ook zij in de tent van het Rode Kruis, met een soort bloeddrukval. Altijd lachen, die Dodentocht. We overleggen, zij beslist om nog even te wachten en wil dat ik al doorstap naar de volgende stop. Zij komt achter van zodra het weer lukt. Ik dus weg, alleen, en nog altijd pijn bij elke stap. Ik beslis erdoorheen te stappen. Ik ben hier nu toch.

6:55: Terwijl ik de pijn verbijt richting Merchtem en dat steeds beter lijkt te lukken, krijg ik een berichtje van mijn schoonvader die bij de kindjes is. Op voorhand had Dexter zich afgevraagd hoe ver ik zou komen, en waren we het erover eens dat het al heel cool zou zijn als ik nog aan het stappen was als hij ’s ochtends wakker werd. Dan zou ik immers al bijna in de helft zijn, en dat was verder dan ik ooit al had gestapt. Hij was wakker. Ik zat bijna in de helft. Hij vond dat vet cool van zijn moeder. GE ZIJT ZELF AAN HET WENEN.

7:48: Ik zit in de helft. Om dat te vieren eet ik een energiegelleke. Alles gaat behoorlijk, tot ik een paar kilometer verder een stap zet en voel dat er iets is met de al pijnlijke blaar en het bij elke stap voelt alsof mijn teen aan flarden aan het scheuren is. Daardoor ga ik mijn ene voet anders zetten, waardoor ik plots net hetzelfde krijg aan de andere voet. Aarghl. Ik ga heel snel van “dat lukt hier” naar “fuck”. Ik vertraag nog meer. Mijn rechterknie begint tegen te werken. Ik probeer het probleem weg te negeren, maar ik ga echt niet meer goed vooruit. Dat zal ook blijken aan de volgende stop. Als ik die ooit bereik. Frustratie alom.

8:32: Ik bereik de stop in Merchtem, op 53 kilometer. Ziet ge hoe traag dat is gegaan? Bijna een uur over drie kilometer. Dit is de stop waar de bagage staat die je aan de start kan afgeven, en waar je een spaghetti kunt eten als je die hebt besteld. Ik ga een bordje halen, maar mijn maag protesteert, en ik eet een paar penne’s en wat saus, om dan van schoenen te veranderen (van waterdicht naar niet waterdicht, maar het gaat droog blijven zei Frank!) en naar Youri te bellen. Kent ge dat, dat ge u goed weet te houden tot uw moeder vraagt hoe het is, en ge alleen nog kunt janken? Youri was op dat moment mijn moeder. Hij moest maar vragen hoe het ging, en de tranen knalden in mijn ogen. Moe. Lastig. Pijn bij elke stap. Rond mij zaten er drie volwassen mannen ook hun tranen te verbijten, dus op dat vlak voelde ik mij nog niet de seut. Wel tegelijk zes jaar en honderdveertien.

Youri sprak me genoeg moed in om weer te vertrekken, en toen bleek dat vriendin J. er ondertussen ook was en we weer samen verder konden kreeg ik een kleine boost. Komaan, dit zou niet stoppen zonder gevecht, hastjes. Op naar Buggenhout! In de zon zelfs!

10:00: Wat gaan we traag. Wat is de weg lang. Wat doet alles pijn. Zelfs mijn tong. Een te krokant gebakken rijsttaart, misschien? De wind steekt serieus op, waardoor we op sommige stukken tussen de velden moeten beuken om niet van het padje te gaan. Mijn voeten doen steeds meer pijn, het voelt nog altijd als scheurend vel bij elke stap, en ik merk dat ik mijn rechterbeen volledig scheef zet waardoor de spieren rond mijn knie ook steeds meer afzien. Ik heb een verleden aan mijn rechterkant dat me al ongelooflijk veel beurten bij de kinesist heeft opgeleverd, dus ik voel de bui hangen. Tegelijk wil ik nog niet stoppen, we zijn nu al zover. We besluiten om niet zomaar op te geven en aan de volgende stop een halfuur te rusten voor we ook maar iets beslissen.

Rond ons zien we veel mensen die het enorm zwaar hebben. We denken constant dat we er bijna zijn, om dan een hoek om te draaien en te zien dat we er nog lang niet zijn. Het is manken en schuifelen. Het is afzien en elkaar oppeppen. Vriendin J. heeft ondertussen ook pijn bij elke stap, wat later een spierscheuring blijkt te zijn. We zijn een zootje ongeregeld, en we verliezen steeds meer tempo.

10:54: En dan plenst er een ijskoude douche op ons hoofd. Op een minuut tijd ben ik nat tot op mijn onderbroek, het gaat zo snel dat we de tijd niet hebben om onze poncho’s uit onze rugzak te halen. We zitten op achthonderd meter van de stop in Buggenhout, maar dat blijken de langste achthonderd meter in de volledige kosmos te zijn. We gaan zo traag vooruit dat het water van onze rug gutst tot we ons in de sporthal tussen even gutsende en rillende wandelaars kunnen placeren.

We zoeken een plekje om even te gaan zitten, en ik voel alle moed in mijn doorweekte schoenen zakken. Alles doet zoveel pijn. Ik ben zo moe en ik heb het ijskoud. Vriendin J. staat recht, en krijgt de zoveelste pijnscheut in haar been. Er is maar één vraag die telt: gaan we verder? Kunnen we nog tot aan de volgende stop, op vijf kilometer? Bij het rechtstaan blijkt dat we allebei schuifelen als tachtigers. Ondertussen ben ik al twintig kilometer aan het stappen op blaren die zich om de zoveel tijd lijken te vermenigvuldigen. Ik doe mijn kousen uit en zie een nieuw slagveld, mijn voeten zijn ook nat, want ja, ik heb mijn waterdichte schoenen ingewisseld voor niet-waterdichte. Slim Deriemaeker slim, je geld inzetten op een voorspelling van Frank Deboosere. #sorryfrank #stillloveyou

We zetten ons buiten. Ik raak amper nog recht om aan het toilet te geraken, waar al het toiletpapier ludiek op is. Ik ga door mijn knie, en dat is niet oké. Ik bel naar Youri, en hij hoort onmiddellijk dat verder aanmoedigen niet aan de orde is wil hij geen week alleen slapen.

Of hij moet komen naar waar we zijn. Ik denk van wel, net als vriendin J. Ik raap mijn rugzak met buisje en waterzak en het laatste restje van mijn ego op, en strompel naar de parking waar hij ons wat later uit ons lijden verlost. Ik kan niet eens zelf mijn bagage gaan ophalen in Bornem omdat de zevenhonderd meter van de parking naar de tent simpelweg niet binnen mijn mogelijkheden liggen.

Vijf kilometer extra zou misschien nog net zijn gegaan (al hadden we daar vast bijna twee uur over gedaan), maar ik ben bang dat ik mijn knie dan finaal over de reling duw, en achteraf bij de dokter blijkt dat vriendin J. ook op het goede moment is gestopt.

62,1 km. Dat is het verdict.

Al bij al gigantisch ver. Verder dan ik gehoopt had. Maar als je bezig bent, dan wil je verder, zo heb ik geleerd. Buggenhout was voor mij jaren de meest gemiddelde gemeente van het land. Nu is het de plek die mij heeft genekt, en dat is oké. Ik vond het een geweldige belevenis, ik heb genoten van de voorbereidingen en de tocht zelf. Van de ambiance, de samenhorigheid, alles erop en eraan. Zelfs van het feit dat het twee dagen heeft geduurd voor de trap thuis niet meer te hoog was gegrepen, en gisterenavond bleek dat een avondwandelingetje in Bellewaerde zowat mijn slechtste idee van de hele zomer was. Mijn knie kon er niet mee lachen.

Aan herkansen denk ik evenwel niet.
Mensen zeggen dat dat nog zal veranderen, maar ik denk van niet.
Ik heb grenzen verlegd, veel over mezelf geleerd, iets meegemaakt dat ik al lang wilde meemaken.
Startnummer 320 zal voor altijd deel uitmaken van mijn herinneringen aan de zomer van 2019.

Mijn respect voor alle deelnemers is gigantisch.
En ik heb weer een puntje van mijn #19voor2019 kunnen afvinken.

Merci voor de vele aanmoedigingen, berichtjes, schouderklopjes.
Het was goed zoals het was.
Het was de max.
Wreed content van mijn buisje, ook.

#zwedemarken 2019: Legoland in Billund, Denemarken

Pretparken, ik ben er niet zo’n amateur van. Mensen lijken soms te vermoeden van wel, waarschijnlijk omdat ik er al wel wat heb bezocht. Veel heeft te maken met verliefd worden op een man die gefascineerd is door de figuur van Walt Disney. Gelukkig het soort fascinatie dat zich beperkt tot boeken en documentaires en zijn zoon Walt als tweede naam geven. Geen Disney-pyjama’s en verzamelingen te bespeuren in de crib, vooralsnog. Als hij zich er toch ooit aan zou wagen (wat ik betwijfel) moet ik gewoon om de vijf minuten Eurodisney zeggen als ik het over Disneyland Parijs heb, en ik weet dat hij van miserie gaat plooien. Zo mee op zijn paard te krijgen, die mens, het is aandoenlijk.

Als ik al een pretpark bezoek, dan dus liefst op dagen met zo weinig mogelijk volk.  Hoe ouder ik word, hoe minder ik met drukte kan of wil omgaan, merk ik. En dan heb je dus plots kinderen waarmee je alleen op reis kunt in het hoogseizoen. 

Bliss. 

Legoland was Youri zijn kinderdroom, ik heb even veel met Legoblokken als met distributieriemen.

Tot ik de Netflix-documentaire over Lego House zag, dus. Dat zag er toch wel erg cool uit. Zo cool dat ik er ook een dag Legoland voor over had. 

Vanuit de luchthaven van Kopenhagen is het een uur of drie en half rijden naar Billund, waar de LEGO-steen geboren werd. Het plan: de eerste dag Legoland, de tweede Lego House, met een nachtje op hotel ertussenin. 

Na Lego House doorrijden naar ons huisje in Zweden. 

Zo geschiedde. 

Dingen die me opvielen aan Legoland: 

• dat het -in tegenstelling tot mastodonten van parken als Disneyland- bescheiden naast de weg ligt, met een parking aan de overkant van de straat, en dan direct de inkom. Ik vond dat verfrissend. En sympathiek.
• dat je er heel de dag door gratis drinkwater kon tanken aan kraantjes doorheen het park. Het was zeer heet, dat was zo aangenaam. 
• dat het er zo fijn rondlopen was. Duploland was één en al nostalgie, alles van Legosteentjes was indrukwekkend en tof, er waren heel wat leuke attracties, de wachttijden vielen al bij al wel mee, en onze eerste dag werd er zo eentje om in te kaderen. Rondlopen in een pretpark is zelden een cadeau voor mij, maar ik heb mijn ogen heel de dag de kost gegeven en oprecht genoten.

Ik lees dat sommige mensen het vinden tegenvallen wegens verouderd en weinig zotte attracties, maar dat gevoel had ik niet. Het is maar wat je verwachtingen zijn, natuurlijk. Die van mij lagen niet torenhoog, wat altijd een goede strategie is. En ja, het helpt als het heel de dag zon is en bijna dertig graden.

Ons hotel lag op een boogscheut van het park, knal aan de luchthaven van Billund. Ideaal dus om ’s avonds en aan het ontbijt nog vliegtuigen te gaan spotten. 

Kleine teaser: Lego House was te indrukwekkend om in een post te worden gecombineerd met Legoland. Dat krijgt binnenkort zijn eigen post.

#zwedemarken 2019 in cijfers

Excuseer het stomme woordgrapje, maar het is mijn meest valabele poging om met een hoofd dat nog niet uit vakantiestemming geraakt is te benoemen dat wij een week naar Denemarken en Zweden zijn geweest.

Geen roadtrip, wel een trip die ik boekte vlak nadat we op Netflix deze documentaire zagen over Lego House. Bleek dat dat niet eens zo ver van Zuid-Zweden ligt, en daar wilde ik nog liever heen. Tijd voor een compromis.

Onze trip viel zo mee dat ik er drie blogposts over plan te schrijven, en dit is de eerste. 

Onze trip in cijfers:

80: het aantal minuten vliegen vanuit Charleroi naar de luchthaven van Kopenhagen. Belachelijk kort, maar naar het noorden rijden met onze gastjes die hun zaag al beginnen spannen als we naar Kortrijk moeten, zagen wij -neen, echt niet- niet zitten.

8: het aantal dagen dat we in Scandinavië verbleven.

3: het aantal dagen dat we daarvan in Denemarken spendeerden. De eerste dag reden we naar Billund, home of Legoland (waarover meer in de volgende blogpost). We sliepen in een hotel aan de luchthaven van Billund, en gingen de volgende dag naar Lego House (waarover ook nog veel meer, want oehoehoehoe! <3). Na de middag reden we dan door naar ons vakantiehuisje in Rydebäck, bij Landskrona. 

25: het aantal keer dat ik in mijn ogen wreef toen we aan dat vakantiehuisje kwamen en het even geweldig bleek als op de foto’s op Airbnb. Privéstrandje, verdikke. En wat een belachelijk proper uitzicht.  

20: het aantal minuten dat het duurde voor ik besliste dat je kansen moet grijpen als ze zich aandienen, we onze zwemkleren aanschoten en gingen zwemmen in zee. Telt de Øresund voor u als zee?

Ik vind van wel, voor mijn #19voor2019. En heerlijk, echt, dat vooral. 

1500: het aantal kilometer dat we aflegden met de huurauto. Ook al hebben we daarmee amper een speldenprik van Zweden gezien. Zweden is namelijk effenaf gigantisch. Ik vind dat goed nieuws.

4: het aantal keer dat wij over de Øresundbrug reden, die Denemarken verbindt met Zweden en een belangrijke rol speelt in The Bridge. Wij hadden The Bridge nog niet eerder gezien, en dus maakte naar de serie kijken deel uit van onze voorbereiding. Geloof ons, over The Bridge rijden terwijl de bluetooth van de huurauto zorgt voor de soundtrack van The Bridge én het ook nog eens regent, is wreed nordic noir.

1000: het aantal soorten smeerkaas in de gemiddelde Zweedse supermarkt. Zo goed als allemaal in tubes, met smaken als garnaal en makreel, en zeer te genieten op knäckebröd. 


2: het aantal lessen start to run op Zweedse bodem. Ik had flink mijn sportkleren bij, en kwam tot het besef dat gaan lopen op vakantie juist leuk is, niet iets waar je dan beter mee stopt omdat alle remmen zo snel mogelijk los moeten. Ik deed het zelfs twee keer in de regen, echt zeg, wat moet een anders eerder onsportieve blogger hier meer doen om een medaille op de borst te krijgen? (ik ontdekte zo trouwens ook dat een van mijn favoriete songfestivalnummers ooit, van de ravissante Carola, de perfecte loopschijf is. En ging er dus ook al mee lopen in Ieper)

Ik heb behoorlijk gezond gegeten, los van de ijsjes, en was bij thuiskomst afgevallen in plaats van een paar kilo bij. Ik plan een blogpost over hoe het ondertussen zit met mijn gewicht en gewoontes, maar die is dus voor iets later. Even geduld voor zij die het vroegen.
 
4,5: het tijdstip waarop de zon elke dag opkwam. De eerste ochtend was het alsof ze een vuurtoren aanlegden in onze slaapkamer. Al een chance dat ik aan de midzomer had gedacht, en zwarte vuilniszakken op onze bagagelijst had staan. Zwarte vuilniszakken zijn de slaapmaskers van minder gesofisticeerde mensen. 

45: het aantal keer dat Youri of ik lieten vallen dat dit niet onze laatste trip naar het Noorden was. Want waw zeg, wat is het er geweldig, en daar vertel ik nog veel meer over in de volgende twee blogposts.

Jullie al op verlof geweest, ondertussen, of plannen?
Benieuwd hoe dat meeviel!

5 beelden, 5 dingen

  1. WHAT? Is de eerste week van die toch een beetje gevreesde grote vakantie al weer achter de rug? Hoe is dat mogelijk, zelfs? Dat vrezen kwam door de combinatie van bij momenten lastige en vreselijk vermoeide kindjes aan de start van die vakantie en een moeder die nog halvelink in werkmodus zat, maar ondertussen lijkt iedereen wat meer gesetteld, en het moet gezegd: we hebben al een hele leuke week gehad. De vakantieopvang startte pas vandaag, dus we wisselden wat af en uit, en dat beviel. Ik was drie dagen de entertainer van dienst, en we deden van Bibnick en cinema en heel veel UNO ’s ochtends omdat dat Dexter zijn favoriete manier is om aan de dag te beginnen. Nog enkele highlights van week 1: onze avondwandeling richting tussenstop van de rally Peking-Parijs op de markt van Ieper (HOE INDRUKWEKKEND WAS DAT?!), de poëziezomer van Watou en dan vooral het “bed van de reus”, zoals de kindjes de installatie in de parochiezaal noemden. Leve mooi weer en mogelijkheden.
  2. Ik heb dan weer de grootste prutnacht ooit achter de rug, met met moeite anderhalf uur slaap. Iets met eten dat niet wilde verteren en een maag die heel de godganse nacht tegenwerkte en vooral heel veel pijn deed. Dan maar de ene na de andere aflevering van Bob Ross bekeken op Vice om wat te kalmeren.
    Heel soms heb ik dat nog eens, en dan komen er weer schrikbeelden opzetten van die keer dat ik met spoed moest geopereerd worden aan een darmobstructie na mijn gastric bypass en achteraf hoorde dat mensen daar al eens aan sterven. Maar zo erg als de nacht bleek de aandoening toch niet te zijn: ik ben een beetje op mijn positieven aan het komen. Nu mijn maag zelf nog, want die blijkt op heden amper tegen water te kunnen.
  3. Nog drie weken en wij wonen een jaar in de nieuwe crib. Onwaarschijnlijk hoe snel dat is gegaan. Ik moet misschien maar eens een overzichtspost maken dan, en wat daar zeker in moet voor mensen die een witte gietvloer overwegen: als je geen poetsvrouw hebt, en het is zomer en de tuin raakt maar niet aangelegd omdat de tuinaannemer al weken van de aardbodem verdwenen lijkt, dan kun je elke dag wel poetsen en dan heeft dat evenveel zin als de was uithangen als het regent. Zwarte voeten, blauwe voeten (stoepkrijt), zand, gemorst appelsap, ijsjes die tegen de grond gaan, kersensap everywhere, ik zal het maar zien als tekenen van een fijne zomer en ondertussen van “Let it go” zingen tussen mijn tanden. As you do.
  4. Het is gek om plots tijd te hebben voor dingen. Ik ben vorige week vijf keer gaan sporten, om maar iets te zeggen. Niet omdat ik per se atletische ambities heb, maar gewoon, omdat het kon. Het was zalig, zonder druk op de ketel. Zonder druk op de ketel zou al eens meer mogen.
  5. Vanmorgen zette ik mijn twee blonde kletsmajoren af in de opvang, en dat was zonder enige miserie of traantjes omdat ze hun vrienden terugzagen en direct konden beginnen met Pokémonkaarten checken. Ja, dat vergt wel wat, die vakantieopvang organiseren met andere ouders, maar die vertrouwde omgeving waarin ze terecht kunnen is mij zo veel waard, altijd. <3

lilith koestert haar Morning Pages

Als kind en tiener schreef ik dagboeken vol, maar latere pogingen om er opnieuw mee te beginnen vielen in het water. Mijn motivatie varieerde van “graag meer persoonlijke dingen schrijven” tot “dingen willen bijhouden voor later”, maar dat bleek nooit voldoende om het langer dan tien pagina’s vol te houden.

Ik had er te weinig aan op het moment dat ik ze schreef, besef ik nu.
In mijn dagboek schrijven was een to do op een al veel te lange lijst van to do’s.

Dat kan niet gezegd worden van mijn Morning Pages, de ochtendpagina’s die ondertussen al een paar maanden haast zonder fout deel uitmaken van mijn ochtendroutine en een serieus verschil maken op vlak van hoe ik me op dagelijkse basis voel.

Wat zijn het?

Morning Pages worden wel eens ruitenwissers voor je hoofd genoemd. Ze zijn zoals een swiffer waarmee je langs alle donkere hoekjes van je gedachten gaat. Het systeem komt uit het boek The Artist’s Way van Julia Cameron, en is een techniek voor blokkerende artiesten om hun blokkades weg te schrijven. Ik ben geen blokkerende artiest, maar bij mij werkt het ook, net als bij heel wat devote fans.

Je gaat zitten om te schrijven, en laat komen wat komt. Dat doe je liefst volgens een bepaald stramien (zie hieronder), want anders levert het je weinig op, zo weet ik uit ervaring. Als je eraan begint, doe het dan ook ineens zoals het hoort, en probeer het een paar weken te doen. Op die manier weet je of het voor jou ook een verschil kan maken.

Hoe pak je het aan?

Je schrijft je Morning Pages liefst voor je iets anders hebt gedaan. Het enige dat ik mezelf toesta is eerst naar het toilet gaan en koffie zetten. Mijn telefoon wordt niet bekeken, dat heeft altijd invloed op mijn humeur en gedachten, en dat probeer ik te voorkomen als ik mijn ochtendpagina’s schrijf. Ik zet me met mijn A4-atomaschrift dat enkel is voorbehouden voor ochtendpagina’s aan tafel, en ik begin te schrijven tot ik drie pagina’s heb gevuld. (niet in een bullet journal, neen, die zou te snel vol zijn, en het formaat is bij mij geen A4) Die drie pagina’s zijn belangrijk. Fans hebben het wel eens over de magie van pagina 2, omdat je na de eerste zinnen als “ik ben moe” en “ik weet niet wat schrijven” plots toch iets schrijft dat je niet had zien komen als stoppen geen optie is.

Dat schrijven van drie A4-tjes vol neemt tijd in beslag. Bij mij is dat een dik halfuur. Ik sta daar vroeger voor op, ja. Het loont, dus ik heb dat ervoor over. Ik schrijf, en als ik niet meer weet wat schrijven schrijf ik dat ik niet meer weet wat schrijven.

De bedoeling is niet: een goede of nuttige tekst hebben aan het einde. De bedoeling is: een leeg hoofd hebben aan het einde. Je schrijft dus alles op dat in je opkomt. Het is ook niet de bedoeling dat iemand anders het leest. Je wilt jezelf en je gedachten vooral niet censureren. Je wilt ze juist ontdekken.

Wat levert het op?

Heel wat. Al schrijven ontdek je waar je mee bezig bent. Ik zie van alles verschijnen. Van angsten tot overdenkingen tot dromen tot praktische zaken die ik niet mag vergeten tot triviale zaken die zo regelmatig terugkeren dat ik dankzij mijn Morning Pages besef dat ik ermee aan de slag moet. Morning Pages zetten zo vaak aan tot actie bij mij: als ik ergens vaak op terugkeer, dan is dat een teken dat ik er iets mee moet doen. Een beetje zoals toen ik elke week naar de psycholoog ging, en alleen al het antwoord op de vraag “hoe is het?” me tot inzichten deed komen. Dit is mijn afspraak bij de psycholoog, maar dan met mezelf en mijn ochtendkoffie.

De ochtendpagina’s helpen me ook mijn eigen verhaaltjes te doorprikken. Ik kan niet gezonder eten want blablabla. Ik heb nergens tijd voor want xyz. Ik kan niet sporten want ik hou toch nooit iets vol. Op mijn pagina’s ga ik soms na of dat wel echt zo is, en dat is verhelderend, om maar iets te zeggen.

Nog zoiets: ik heb soms de neiging om wakker te worden met honderden gedachten die mijn humeur razendsnel negatief beïnvloeden. Als in: wakker worden, zien dat de zon schijnt, en in plaats van te denken hoe fijn dat is denken dat de tuinaannemer nog altijd niet is gekomen HOE KAN DAT NU EIGENLIJK? En in plaats van dat ik Youri dan begroet met liefde, begroet ik hem met “HEB JIJ DEZE WEEK AL NAAR DE TUINAANNEMER GEBELD?! *grrrrrmbl* *erishiernooitietsinorde* *moetikechtalleszelfdoen*”. Niet bevorderlijk voor de ochtendhumeuren hier. En sinds ik Morning Pages schrijf valt dat allemaal veel minder voor. Ik schrijf het rustig op. Ik zaag erover op papier. Ik spuw het niet uit over mijn geliefden zonder nadenken. Iedereen tevree.

Ik heb al ongelooflijk veel over mezelf geleerd, de afgelopen maanden, en over wat er in mijn hoofd omgaat. Je zou denken dat je dat zo wel weet, maar geloof me: daar zou je nog van verschieten.

Wat is belangrijk?

Dat je terwijl je schrijft ontdekt wat je te schrijven hebt. Dat het schrijven op zich een vorm van kennismaken is van wat er zich in je hoofd afspeelt. Dat je het dus niet ziet als: ik ga hier even nadenken over een goede tekst. Je schrijft zonder nadenken en je schrijft snel. Het is de bedoeling dat je het kritische stemmetje in je hoofd voorblijft dat zegt dat wat je aan het schrijven bent nu eens waarlijks nergens op slaat. Dat is ook de bedoeling. Uit je hoofd en op papier. Je hoeft het niet te herlezen, dat doe ik ook niet.

Het is veel belangrijker dat je consistent bent en het een langere tijd probeert, dan dat het perfect is.

Morning Pages maken onderdeel uit van een ochtendroutine waarin ik ook een kwartier mediteer met Headspace. Liefst doe ik dat nadat ik mijn Morning Pages heb geschreven, want dan zijn alle gedachten uit mijn hoofd die er vaak voor zorgen dat mediteren een ramp wordt. Mijn monkey mind is gestild, en dan is mediteren zoveel fijner. Als ik maar één ding kan kiezen, omdat ik te weinig tijd heb, dan gaan mijn Morning Pages voor. Ik doe ze niet elke dag, maar zeker vier dagen per week, en hoe meer ik ze doe, hoe beter ik me doorheen de dag voel. Hoe minder last van rondspringende gedachten en angsten ik heb, en hoe aangenamer ik ben voor mijn omgeving.

Absolute aanrader dus, wat mij betreft.

Meer lezen?

Prinses op de Kikkererwt doet het ook, en met succes.
Net als Tim Ferriss, op zijn manier.
Dit is ook een boeiende post.
Ik schreef er een stuk over voor de Feeling die nu in de winkel ligt.

Zijn er nog fans in de zaal?

lilith omarmt de beurtenkaart

De beurtenkaart. Als je je aansluit bij een sportinstelling kun je doorgaans daarvoor kiezen, of voor een abonnement. Een abonnement is zo goed als altijd voordeliger. Op voorwaarde dat je niet zoals de meeste mensen al weer stopt na een paar weken, want dan moet je er naast de prijs die je maandelijks betaalt om niet te gaan sporten ook nog eens de kostprijs van een advocaat genre Jef Vermassen bijtellen om er ooit nog vanaf te geraken.

De beurtenkaart heeft ook een beetje de reputatie van voor slackers te zijn. Oeioei, die neemt maar een beurtenkaart, die zal het wel niet serieus menen met dat sporten. Die zien we hier niet meer dan een keer per week. Om wat te kletsen en af en toe een pedaal rond te draaien. Die verhalen.

Voor mij is 2019 by far het jaar waarin ik besef dat de verhalen in mijn hoofd op dat vlak mijn leven ernstig bepalen. Dat heb ik geleerd van Brooke Castillo, en daar ben ik haar dankbaar voor. Die verhalen. Soms zo subtiel, vaak zo vreselijk bepalend voor van alles en nog wat.

Dat je een sport moet kiezen en dan alleen maar die sport doet. Drie keer per week fitnessen. Drie keer per week bodypump. Zodat je opbouwt. Ergens beter in wordt. RESULTAAT ZIET. :aah:

Het zorgt er al vele jaren voor dat ik gedemotiveerd raak, en snel. Want dat resultaat, daar kun je lang op wachten. Zeker als je hoopt op een strakker lijf en een lager gewicht. Die focus, in combinatie met me snel beginnen vervelen als ik te veel van hetzelfde doe, en het stemmetje in mijn hoofd dat dingen roept als “dit heeft geen zin“, heeft ervoor gezorgd dat ik nog nooit in mijn leven een regelmatige sporter ben geweest. Een paar weken wel, dan weer heel lang niet.

En de verhalen, jongens, de verhalen.

Een greep uit het assortiment:

  • sporten is iets voor tijdens het jaar, maar in de vakantie gaat de riem eraf (los van het feit dat ik het sowieso zelden volhield tot in een vakantie maakte ik er altijd iets van dat moest, terwijl de optie dat het ook wel eens leuk of deugddoend kon zijn precies niet bij me opkwam)
  • als ik niet én sport én leef als een asceet maakt het allemaal niet veel uit
  • als ik geen drie keer per week kan gaan, maakt het allemaal niet veel uit
  • als ik niet binnen de maand resultaat begin te zien, dan blijf ik beter gewoon thuis
  • als ik altijd de minst sportieve ben van de groep, dan is het gewoon echt niet tof
  • sport moet altijd tof zijn
  • ik suck gewoon keihard in sporten en daardoor maak ik me alleen maar belachelijk bij de echte sporters. Dat is echt niet tof
  • ik hou nooit iets vol
  • ik ben geen sporter
  • als ze me maar een keer per week zien in de fitness dan zullen ze me vast maar een sukkelaar vinden
  • ik vlieg er altijd te hard in in het begin, en dan val ik toch stil. Waarom zou ik dan überhaupt nog beginnen?
  • ik heb daar geen tijd voor
  • er bestaat gewoon geen enkele sport die ik leuk vind
  • je moet focussen op één sport en daar dan goed in worden
  • mensen die van alles door mekaar doen weten niet wat ze willen

Ik zal u eens iets vertellen dat ik de laatste maanden heb ontdekt: het maakt wel uit. Het helpt gigantisch als je het minder laat draaien rond resultaat zien in centimeters en kilo’s, en meer rond het doorbreken van patronen en dingen die je jezelf vertelt. Rond leren om te stoppen met keer op keer tegen diezelfde steen te knallen, en dat proberen op te lossen door knal hetzelfde te doen als de vorige keer.

Door te denken dat ik nooit iets volhou in plaats van me af te vragen waaraan dat ligt, hou ik inderdaad nooit iets vol. Door het te zien als een leerproces, in plaats van iets dat ik allemaal direct moet nailen, gaan dingen veel beter. Net als door het feit dat ik het niet direct nail niet te zien als een bewijs van een falende persoonlijkheid, maar deel van het proces.

Sinds ik bewegen ben gaan zien als een soort smörgåsbord (ik heb dit gekopieerd uit Google, nvdr.) van mogelijkheden waaruit ik elke week mag kiezen, vind ik het leuker. Ik probeer drie keer per week te bewegen. Lukt niet altijd, maar ook dat is oké. Soms ga ik bodypumpen. Soms waag ik me aan een uur step, met bewegingen die voor een beginneling zo lastig zijn dat ik alleen maar kan hopen dat er nooit video’s surfacen van ik die compleet in een knoop lig met mijn voeten, step en routines. Not a pretty sight, maar zweten doe ik wel. En in de douche achteraf voel ik me wel heel wat.

Ik ga binnenkort weer beginnen met start to runnen. Niet drie keer per week, zoals ik altijd vond dat het moest, zodat ik in week twee als het maar twee keer lukte mijn loopschoenen al over de haag wilde gooien want zie je wel dat lukt allemaal toch nooit. Door mijn falend karakter. Mijn gebrek aan wilskracht. Mijn leven dat dat allemaal gewoon niet toelaat.

Ik wil deze keer niet beginnen lopen om 5 kilometer te kunnen lopen, en daarna tien, en dan misschien wel nog verder. De enige reden is dat ik dan een extra optie heb als ik wil bewegen.

Als ik zin heb in lopen ga ik lopen. Als ik zin heb in iets anders wil dat niet zeggen dat ik de slechtste sporter ooit ben. Ook voor dat lopen heb ik in mijn hoofd een beurtenkaart, net als voor de fitness en het zwembad.

Neen, vast niet het voordeligste (hoewel daar serieus over te discussiëren valt, als je het leven ziet als een smörgåsbord), maar voor mij marcheert het perfect. Vanmorgen ging ik zwemmen. De keer ervoor deed ik een uur cardio in de fitness. Tegenwoordig hangen er uren van verschillende sportinstituten aan mijn frigo, en ik kies uit waar ik zin in heb. Als ik eens een week minder zin heb, dan impliceert dat niet dat ik de beurtenkaart ritueel moet verbranden. Ik blijk een creatieve generalist, maar dan in een sportbroek.

Zo’n eeuwig leerproces dat dat is, het leven.

Waar het op dit moment nog het meest oplevert is in mijn hoofd.
Ik heb me nog nooit niet duizend keer beter gevoeld na een uur sporten dan ervoor.

Het is dat je dat soort dingen niet kunt meten met een Fitbit, maar geloof me als ik zeg dat ik het voel.

Nog niet aan mijn gat, neen, maar wel op een hoop andere plaatsen die misschien essentiëler zijn dan dat.

Waarom ik kies voor een kalme zomer

Nog een week, en de zomervakantie begint officieel. Een zomervakantie die hier al een hele tijd in the making is. Ik denk dat ik in januari, toen ik mijn plan voor 2019 aan het overdenken was, begon na te denken over hoe druk de afgelopen jaren zijn geweest. Niet alleen qua werk, maar ook qua een huis bouwen en een gezin beginnen en afscheid nemen en werken aan mezelf.

Youri en ik zijn allebei zelfstandig, en hebben de neiging om altijd door te doen. Feestdagen zijn bij ons standaard: een iemand blijft thuis met de kindjes, een iemand gaat werken. Soms al van vijf uur ’s ochtends, zodat er dingen kunnen gedaan worden samen in de namiddag, maar ge ziet van ver dat dat niet alleen opbreekt, maar ook dat dat niet altijd zo goed is qua relationele mogelijkheden en me-time.

In de zomer nemen we dan wel vakantie, maar ook dat is vaak afwisselen en puzzelen voor dood. Dat gaat al vele jaren zo. De zomer is doorgaans kalmer dan het werkjaar, maar echt stoppen doet het zelden. Ik wilde wel eens een deftige break, eigenlijk.

Het was tijdens het maken van de online cursus “Baas over eigen Tijd” die ik met Anouck ontwikkelde dat ik tot de vaststelling kwam dat de principes die ik doorheen de werkweken gebruik om mijn uren zo efficiënt mogelijk te plannen (zodat ik minder moet werken) net zo goed toepasbaar kunnen zijn op mijn maanden. Mits wat goede planning moest dat volgens mij ook lukken.

Lang verhaal kort: ik overlegde met mijn voornaamste opdrachtgevers, en liet hen weten dat ik deze zomer geen redactionele stukken maak. Voor sommigen maakte ik er de afgelopen maanden wat extra, voor anderen is de afspraak dat ik opnieuw start in september, vol goede moed.

Iedereen begreep mijn keuze.
Ik zette doorheen het jaar genoeg geld aan de kant in YNAB (de online cursus staat heel de zomer open, trouwens, voor de liefhebbers) om de periode te kunnen overbruggen. Ik wist van mijn beider zwangerschapsverloven dat dat kon.

Wat ik ga doen?
Kiezen voor meer input en minder output, zoals Austin Kleon dat zo mooi uitlegt. Veel lezen, veel leren, naar films en series kijken, reizen, me de vraag stellen wat ik wil vertellen.

Tijd doorbrengen met mijn gezin.
Bijslapen.
Herbronnen.

Een keer aan mezelf denken.
Bloggen ook, denk ik.

Het is raar.
Het voelt fijn.
Ik moet nog zien hoe ik het concreet invul, maar dat ga ik nu eens niet te veel plannen en overdenken. Dat levert al eens op, zoals een sabbatzomertje, maar in dat sabbatzomertje wil ik mezelf ook leren om het wat vaker te laten hangen.

Ik kan wel niks beloven. ;)

lilith gooide een pannenkoekenfeest

Een #pancakebar, volgens Pinterest. Dat zat zo: normaal doen wij altijd taart voor Dexter zijn verjaardagsfeestje met de familie, maar Dexter eet niet meer zo graag taart. Dat leek ons dus plots minder logisch. Dexter eet wel graag pizza en lasagna en boterhammen met choco, maar ik zag daar niet onmiddellijk zoveel mogelijkheden in als in pannenkoeken, die hij gelukkig ook graag eet.

Als wij pannenkoeken eten, dan eten wij die behoorlijk burgerlijk met witte of bruine suiker of in het allerwildste geval eens chocopasta.

Toen bedacht ik me ineens dat iemand me eens tijdens een een interview voor de Doodgewone Dingen zei dat een van de dingen die haar wreed content maakten een pannenkoek was met witte suiker en wat citroensap. “Huh?“, dacht ik toen, maar nu zette ik het op mijn blad met mogelijke combinaties. Net als onderstaande mogelijkheden.

Man toch, alles wat erover werd gezegd was waar.
Gekke, lekkere combinatie.

Al de rest heb ik niet meer kunnen proeven omdat ik een gastric bypass heb, maar ik zag alleen maar tevreden smullende gezichtjes.

Een gemak! (net als een open keuken, op zo’n dagen)

Heb jij een favoriete topping die ik misschien nog niet ken?
Roepen zulle!

lilith ontwerpt haar zomer (+ een leeslijstje voor de vakantie)

Er zijn twee soorten mensen: zij die graag plannen, en zij die dat niet zo graag doen. Ik schat geen enkele groep hoger in, ik weet alleen dat ik tot de eerste groep behoor omdat het ervoor zorgt dat ik minder snel in default modus ga.

Default modus, you say?

Awel ja, zonder plan ben ik iemand die constant zaagt dat ze nergens tijd voor heeft. Als er dan toch een blok tijd uit de lucht valt, dan ben ik zo verbouwereerd dat ik ermee doe waar ik goed in ben: tijd verkakken op sociale media of zitten zuchten boven mijn inbox. Ik ben er nochtans rotsvast van overtuigd dat dat niet de dingen zijn waarvan ik op mijn sterfbed ga zeggen: awel ja, best moments of my life.

Een plan zorgt ervoor dat ik weet wat ik moet doen om te geraken waar ik wil geraken. “Oké oké lilith, dat snap ik wel”, hoor ik je zeggen, “MAAR TOCH NIET VOOR DE ZOMER?! ZOTIN!”. Oh yes, wel voor de zomer.

Het zit zo. Enkele jaren geleden hoorde ik voor het eerst over het concept van je zomer ontwerpen in een podcast van Gretchen Rubin. Gretchen was toen geïnspireerd door dit citaat van de schrijver Robertson Davies:

“Every man makes his own summer. The season has no character of its own, unless one is a farmer with a professional concern for the weather. Circumstances have not allowed me to make a good summer for myself this year…My summer has been overcast by my own heaviness of spirit. I have not had any adventures, and adventures are what make a summer.”

Het idee is om je seizoenen een aparte draai te geven en er dingen in te doen die je anders niet doet, sprak mij onmiddellijk aan. Een gewoonte ontwikkelen die je enkel in de zomer doet, om ervoor te zorgen dat de zomer niet zomaar passeert.

De afgelopen drie zomers ging ik ermee aan de slag, wat er bijvoorbeeld voor zorgde dat ik een zomer lang elke week ging zwemmen met Dexter, en elke week minstens een lange avondwandeling ging maken. Er was ook een zomer waarin ik 3/5 ging werken.

Vorige zomer deed ik een “summer of fiction“, waarin ik twee maanden lang enkel fictie las. Ook wel de max, en iets dat ik absoluut kan aanraden.

Deze zomer wil ik een paar dingen doen waar ik meer van wil.
Lezen doe ik sowieso elke dag, maar aangezien ik goed gevorderd ben met mijn voornemen om de helft fictie te lezen dit jaar, sta ik mezelf een zomer toe met meer focus op non-fictie. Er zijn ook enkele online cursussen die nog staan te blinken en die ik eens wil doornemen, dus doop ik de zomer die komt tot die van de zelfontwikkeling.

(ben je op zoek naar leestips voor vakantieboeken om van te smullen, scroll dan even naar beneden, want ik heb een lijstje gemaakt dat je makkelijk kunt downloaden met mijn acht persoonlijke favorieten voor in je reiskoffer (of misschien nog handiger: op je e-reader))

Ik wil ook graag wat meer koken, dus is het plan om elke week van de grote vakantie een nieuw recept te proberen. En ik heb beslist dat ik heel de zomer wil blijven sporten, dus dat impliceert dat ik elke zondag minstens twee groepslessen inplan voor de week die komt. Rode hoofden ftw!

Los daarvan maakte ik afgelopen weekend ook een lijstje met de kindjes van dingen die we deze zomer graag willen doen. Let wel: geen stress, het is een lijstje ter inspiratie, die vakjes moeten niet afgevinkt worden.

Het plannen alleen al zorgt ervoor dat ik geweldig uitkijk naar onze zomer.
Ook omdat ik deze zomer bijna niet ga werken.
What?!
I know.

De blogpost daarover staat op mijn planning voor binnenkort (want die heb ik, of wat peinsde je?!).

Heb jij al zomerplannen?
Of iets waarop je wilt focussen?
Deel het zeker in de reacties ter inspiratie.

En vergeet je lijstje met mijn zes ultieme zomerboeken niet te downloaden, terwijl je hier toch bent.

Het is de moeite!