[podcastliefde] Het is niet meer dan op play duwen, beloofd!

Een kind kan het, echt waar!

Het is komiek: de afgelopen dagen spraken verschillende mensen me aan over krak hetzelfde. Dat ze eindelijk naar mijn podcast Werk & Leven geluisterd hebben, en dat ze dachten dat dat iets ingewikkelds was, tot ze het probeerden. Dat ze verschoten van hoe tof die podcast is, ook. Ik blij, maar ook wat verbaasd.

Als het voor mensen die mij kennen tot aan aflevering 24 duurt voor ze beseffen dat luisteren niet ingewikkeld of onmogelijk is, hoe zit het dan met al die anderen?

Weten die dan niet dat je bij die gratis podcast ook machtig toffe dingen kunt krijgen, zoals e-books die er zo uitzien?

I mean komaan hastjes.
Dat is toch jammer?

Het is niet omdat ik zelf een podcast heb dat ik het zeg, maar ik wil iedereen duidelijk maken dat naar zo’n podcast luisteren tegenwoordig niet ingewikkelder meer is dan op “play” duwen op Spotify of Netflix. We staan trouwens op Spotify om dat te bewijzen.

Van podcasts wordt nog altijd jammerlijk gedacht dat je moet gestudeerd hebben om ernaar te luisteren. Terwijl je niet eens gestudeerd moet hebben om er een te maken. Toch niet als je een goede sound engineer hebt, zoals wij. En gouden micro’s!

Zo jammer dat die drempel nog hoog is. Er bestaan zoveel geweldig leuke, ontroerende, interessante, toffe, spannende en hilarische podcasts. Als je het jezelf echt makkelijk wilt maken, dan moet je niet meer doen dan naar de site van die podcast surfen, daar op zoek gaan naar een episode, en op play duwen.

Bij ons ziet dat er zo uit:


Tegelijk word ik ook weer vaker aangesproken over mijn podcast dan over mijn blog, dus het hangt er wat van af wie ik voor me heb.

Speciaal voor iedereen die bang is dat een podcast te ingewikkeld is, een korte spoedcursus.

Wat? Een uitzending met geluid waarnaar je luistert wanneer je dat zelf wilt.

Wat kost dat? NIKS! Een podcast is gratis. Mensen blijken bij het horen van “abonneer je op onze podcast” te denken dat abonneren zoals bij Netflix of Spotify wil zeggen dat je ervoor moet betalen. Als ze dan beseffen dat wij die podcasts voor nieten maken snappen ze er niks van.

Laatste keer: al onze podcasts vallen gratis te beluisteren, abonneren is niet meer dan zorgen dat je een seintje op je telefoon krijgt om te laten weten dat er een nieuwe aflevering klaarstaat. (hier heb ik dat allemaal al eens beter uitgelegd)

Hetzelfde met abonneren op de geweldige nieuwsbrief van Werk & Leven, trouwens. Ook dat is volledig gratis, en je krijgt elke week een bommetje boeiende info in je inbox, vlak voor het weekend. Ideaal.

Waarover praten jullie dan zoal?

Waarover niet? Over ons werk en ons leven, over het ouderschap, soms spreken we met een expert, zoals hier met Nina Mouton, en soms met een bekende blogger, zoals hier, met Mama van Vijf.

Om eens een gedacht te hebben: een lijstje met de titels van de laatste afleveringen.

Tof zulle, echt waar.

Dus.
Ge wilt eens luisteren?

Klik dan hier, en scroll eens door al onze shownotes. Van waaruit je telkens dus gewoon op play kunt duwen en luisteren, gewoon op uw computer zonder ingewikkelde shizzle.
Of hier, en abonneer je GRATIS zodat je de nieuwste aflevering krijgt. (en lees eens door de reviews, mensen zijn echt megapositief dus allez zo erg zal het niet zijn)
Of hier, dan zie je ons ook passeren.
En laat eens weten wat je ervan vond.

Verkocht!

10 dingen die ik afgelopen zomer deed om kindjes te entertainen

De eerste week vakantie van het schooljaar is een feit, en dat doet me eraan denken dat ik nog eens wilde posten hoe ik de kindjes entertainde tijdens de zomervakantie.

Negen weken vakantie is dat, ik heb ze geteld. Meermaals al. De eerste zomervakantie, toen ik amper kon geloven dat ik vanaf het moment dat er een kind naar school ging in de zomer elk jaar voor al die negen weken zou moeten zorgen dat er een volwassene bij dat kind was. Hoe viel dit te rijmen met iedereen die ooit tegen mij had gezegd dat kinderen hebben zichzelf wel uitwijst?!

Believe you me: zo heeft het nog geen enkele keer gevoeld als ik me in januari al zit te buigen over die negen weken zomervakantie (en ze nog eens tel. En nog eens, omdat ik het nog steeds amper kan geloven) en voel hoe kolkende rivieren van zweetparels zich aftekenen tussen haarlijn en wenkbrauwen.

Een van de oplossingen die ik ondertussen heb en mee organiseer is sociale kinderopvang. Een opvangplanning opstellen met en door andere ouders. Tof. Leuk voor de kindjes. Elk jaar weer heel veel werk ook, niet enkel aan vergaderingen en planningen en al die organisatorische shizzle, maar ook in de vakantie zelf. In de paasvakantie en de zomervakantie entertain ik dus niet alleen mijn eigen kidsters als ze thuis zijn, maar ook die van andere mensen op de dagen waarop ik samen met een andere ouder insta voor de opvang. Dat is dan mijn kinderen maal zeven ofzo. Ge kunt er u iets bij voorstellen.

Afgelopen zomer ving ik voor het derde jaar op rij op.
Liet ik de hersenen knarsen en mijn Pinterest-account overuren draaien om activiteiten te bedenken om hen bezig te houden. Net als mijn eigen kinders, op dagen dat we geen uitstap deden en zij amper konden geloven dat WE ECHT NERGENS NAARTOE GINGEN OF WAT?! SERIEUS MOEDER?!

Neen dus.

We deden wel dit: (om enkele dingen te noemen)


1. Gezelschapsspelletjes spelen

Mijn kinderen doen dat graag, de kindjes in de opvang meestal ook. Klassiekers als UNO blijven hier een goed idee (ik deed heelder tornooien met Dexter, ’s ochtends vroeg terwijl zijn uitslapende zus uitsliep), net als Triominos en La Cucaracha.

Kindjes die wat jonger zijn, zoals Flo van drie en half, speelden dan weer graag Bumba Baby Memo en Halli Galli met licht versimpelde regeltjes.

2. Waterspelletjes spelen in alle vormen of maten

Het grote voordeel van warme zomerdagen. Er waren mama’s die zich bekwaamden in het maken van dit soort sponsjes waarmee naar hartelust gegooid kon worden, ik zelf kocht vanuit complete nostalgie een ontplofdink voor waterballonnen zoals ik het kende uit mijn eigen kindertijd en ontdekte dat het nog altijd even leuk en pipi-in-de-broek-spannend is als toen. OMG DE TIKKENDE TIMER!!!

3. Schminken

Op een dag aan het begin van de vakantie kreeg ik het zot in mijn hoofd en kocht ik een schminkdoos van Snazaroo. Zo’n dingen gebeuren blijkbaar als je tweede kind niet gillend wegloopt bij de gedachte aan geschminkt worden, in tegenstelling tot kind 1. Het bleek de beste investering van de zomer, want ondertussen schminkte ik zowat alle kindjes van de opvang. Kindjes vinden schminken de max, zo blijkt, en ik vind het ook leuk, al moet ik wel nog veel oefenen. In het verlengde van kindergezichtjes schminken: het volgende puntje.


4. Sjablonen/ fake tattoo’s zetten

Snazaroo heeft ook handige sjablonen, en dus liet ik geen kinderlichaamsdeel onbeschilderd op sommige dagen van de opvang. Oké, misschien overdreven, maar ze vonden ze wel de max.

5. Voorlezen

Zot hoe leuk mijn kindjes en die van anderen dat blijven vinden. Altijd goed voor een rustig moment. Toppers waren Het kind van de Gruffalo (zelf ook fan), de vintage boekjes van Disney Club die ik op de rommelmarkt vond, en het altijd even mooie en leuke Circusschip. (ja, ik ken het ondertussen vanbuiten)

6. Zoeken in zoekboekjes

Flo heeft er een van Bumba, Dexter en zijn maten gooiden zich onder meer op Olifanten op Reis en Wally.

7. Zoekkleurplaten inkleuren

Een van de ontdekkingen van de zomer, wat ons betreft. Zoek eens op “I spy” op Pinterest, en zie een hele wereld voor je opengaan. Geen dank!

8. Zoektochten organiseren

Het valt me nu pas op dat we deze zomer nogal hebben gezocht. Of zoekende waren, zoals je wilt. In elk geval: ik maakte al eens een zoektocht met foto’s, en nu was het een indianenzoektocht met opdrachten en aan het einde een schatkist met indianenkoekjes waar we de washi-tape niet meer vanaf kregen want niks menselijks is ons vreemd, en van washi-tape opeten ga je blijkbaar niet dood. Ook goed om weten.

9. Dingen maken met schuimklei

Schuimklei is de max omdat ook hele kleine kindjes er toffe dingen mee kunnen maken zonder zichzelf te vergiftigen of zo vol te smeren dat de opvangers van dienst de wanhoop nabij is. Ook hier: Pinterest is uw maat.

10. Fotofilters inzetten

Altijd lachen. Snapchat of FaceApp of iets. Die dingen veranderen ook constant, dus ik haal om de zoveel tijd mijn gsm boven voor een sessie lachen, gieren, brullen. Is dat #badparenting? Het kan me zelfs gestolen worden. Zoals je kunt zien aan mijn gezicht.

Nog meer inspiratie nodig? Ik blogde ook al eens over mijn gigantisch ijsblok (al is het daarvoor misschien niet het moment), en over mijn dessert van wormen in aarde.

Disclaimer: deze post bevat links naar een website die mij commissie uitkeert als iemand iets koopt via die link. Alle meningen en voorkeuren zijn van mezelf.

lilith maakt pompoensoep met appelsien en saffraan van Ottolenghi #cookthebook

Soep en mandarijnen sleuren mij de herfst door, denk ik soms. Grote hoeveelheden van beiden van zodra het blad begint te vallen, liefst. Mijn lievelingssoep van de laatste jaren is ribollita, al maak ik tegenwoordig vaker die uit Honger van Mme Zsazsa dan die van Anna Jones.

Los daarvan zit ik al een tijd in een kooksleur van jewelste. Wat jammer is, want ik kook graag en ik ontspan daar geweldig van. Er zijn pogingen om weer eens meer een kookboek ter hand te nemen, en het vaakst is dat Simpel van Yotam Ottolenghi. Dat lijkt vol te staan van doenbare recepten die zelfs mijn man af en toe zou kunnen lusten, alleen loop ik al weken tegen ingrediënten aan als rozenharissa, zwarte knoflook, sumak en andere exoticiteiten die ze niet hebben in de Ieperse supermarkten.

Ik vond het zo jammer. Altijd weer: o, dat wil ik maken. Fuck, ik heb geen rozenharissa. Bij Yotam zijn er zo tien ingrediënten die in 70 procent van zijn recepten voorkomen, dus het is niet dat je die rozenharissa koopt voor één gerecht. Als ik meer wilde koken uit Simpel, dan moest ik het simpel maken. En een keer investeren voor heel veel kookplezier. Dus bestelde ik een doos vol Ottolenghispul bij Pimenton. (de eigenaar blijkt een luisteraar van Werk & Leven, dus allen daarheen en #nospon)

Sinds de doos gearriveerd is, is mijn leven verbeterd. Ik kan het niet anders zeggen. Ik maakte alreeds de overheerlijke pasta met rozenharissa en olijven. Gisteren aten wij de pasta met pecorino en pistachenootjes. (allebei very much Youri-approved, ook) En afgelopen weekend kokkerelde ik een machtig lekkere pompoensoep met appelsien en saffraan waarvan ik het recept graag met jullie deel.

Beetje spicy, beetje romig, echt een hele toffe en verrassende combinatie voor dit moment. #smaakbommetje Mijn pompoen was trouwens wat waterachtig van smaak, en dat kwam toch helemaal goed dankzij het roosteren. Dus dikke vette hoera!

Pompoensoep met saffraan en sinaasappel van Yotam Ottolenghi

Voor vier tot zes personen

Ingrediënten:

  • 60 ml olijfolie
  • 2 uien, in parten van 2-3 cm (350 gram)
  • 1,2 kilogram winter- of flespompoen, geschild, pitten verwijderd, vruchtvlees in blokjes van 3 cm
  • 1 liter groentebouillon
  • 2 eetlepels rozenharissa
  • 1/4 theelepel saffraandraadjes
  • 1 sinaasappel, rasp er 1 theelepel schil af
  • 180 gram crème fraîche
  • 5 gram korianderblaadjes voor erbij
  • zout en zwarte peper

Verhit de oven tot 220 graden.
Doe de olie, ui en pompoen in een grote kom met 3/4 theelepel zout en royaal versgemalen peper. Meng goed en verdeel het mengsel in een met bakpapier beklede braadslee. Rooster 25 minuten tot alles gaar en gekaramelliseerd is. Haal uit de oven en zet opzij.

Giet de bouillon in een grote pan met de harissa, saffraan, sinaasappelrasp, 1/2 theelepel zout en flink wat versgemalen peper. Breng alles op hoog vuur aan de kook en voeg als de bouillon rustig kookt de pompoen en uien toe met de olie uit de braadslee. Roer goed, draai het vuur halfhoog en laat de soep 5 minuten zachtjes koken. Haal de pan van het vuur, roer de crème fraîche erdoor en pureer de soep glad met een staafmixer. Serveer met wat koriander.

Je ziet van hier dat het hier niet gaat stoppen, met dat kookboek.

Liefhebbers, welke recepten moet ik voornemen?

lilith is een work in progress #worldmentalhealthday

Vandaag is het #worldmentalhealthday. Een belangrijke dag, vind ik, want hoe meer er gepraat wordt over mentale gezondheid, hoe beter. Al was het omdat ik me herinner hoe het voelde om te starten bij een psycholoog met de gedachte in mijn hoofd dat ik niemand kende die in therapie was. Dat dat dus vast betekende dat ik zwak was. Dat er iets heel erg mis met mij moest zijn, dat ik hulp nodig had om gewoon de dagen door te komen. Nu, zeven jaar later, weet ik wel beter.

Praten over mijn angsten en de hulp die ik heb gezocht, heeft ervoor gezorgd dat mensen hun verhalen en worstelingen met mij delen. Via mail, in het echt, ze zijn er, en ze zijn veelvuldig. Iedereen loopt in zijn leven wel tegen zaken aan, en hulp inroepen is dan nooit een teken van zwakte. Ik kan het iedereen aanraden. En ik hoop dat er een moment komt dat we op dezelfde manier kunnen praten over therapie als over naar de fitness gaan, of gaan lopen.

Ik hoop ook dat praten en schrijven over je mentale gezondheid met tijd iets wordt dat we zonder schaamte kunnen doen, al was het omdat onze mentale gezondheid impact heeft op alle aspecten van ons leven. Onze relaties, ons werk, hoe we omgaan met stress en tegenslagen, het is de bril waardoor we de wereld zien. Doen alsof alles altijd op en top is, maakt dingen vaak nog minder op en top.

Ik ben ondertussen niet meer in behandeling bij een therapeut. We zijn daar in onderling overleg mee gestopt toen Flo enkele weken oud was, en alles erop wees dat ik niet nog eens door een loodzware periode met een huilbaby heen zou moeten, zoals bij Dexter het geval was.

Was ik toen genezen? Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik “te genezen” val. Angst is een belangrijk thema bij mij. Ik weet nog dat ik mijn hart in mijn schoenen voelde zakken toen mijn therapeute me in een van onze eerste sessies duidelijk maakte dat die angst altijd deel van mijn ervaring zou uitmaken. Dat ik nooit iemand zou zijn die niet angstig was. Dat mijn angsten net zo goed bij me hoorden als mijn enthousiasme.

Ik wilde toen alleen maar dat iemand die vreselijke angsten, die me al overvielen bij het openen van mijn ogen ’s ochtends, kon wegnemen. Omdat ze toen onleefbaar aanvoelden. Omdat ik ze amper onder controle had. Mijn angsten gingen met mijn dagen aan de haal, en dat was beangstigend. Vicieus cirkeltje, ja. En absoluut niet simpel voor iemand die zo tuk is op controle als ik. (later leerde ik dat die nood aan controle gewoon een gevolg is van mijn angsten, maar dat had ik toen nog niet door)

Die angsten zijn nu gelukkig veel leefbaarder dan een paar jaar geleden. Dat heeft met kennis te maken. Zelfkennis, weten wat mij triggert en waar alles vandaan komt, maar ook boekenkennis. Ik lees veel, en dat helpt. Om milder te zijn tegenover mezelf, maar ook om te zien dat ik niet de enige ben die de weg struikelend aflegt.

Daarnaast heeft de verbetering ook te maken met mijn dagelijks onderhoud, zoals ik dat noem. Ik weet dat ik angstig word als ik moe ben, of overweldigd, of te veel binnen zit. De herfst- en wintermaanden zijn voor mij dus tricky, ik ben gevoelig voor een gebrek aan licht en zuurstof, en dus moet ik zo vaak als mogelijk naar buiten.

Bewegen helpt ook om uit mijn eigen hoofd te geraken en te stoppen met nadenken. Ik geef daar de laatste maanden dus absolute prioriteit aan in mijn agenda, ook in periodes zoals nu, die druk zijn. Net dan moet ik sporten. En zorgen dat ik voldoende uren slaap. Daar ben ik heel streng op. Wat niet altijd simpel is, want ik heb veel slaap nodig. Heb ik een paar dagen te weinig slaap, dan word ik vreselijk triest en negatief. Doen we beter niet te vaak.

Voeding is ook belangrijk in dit verhaal. Ik probeer intentioneel te zijn en geen dingen te eten die mij slecht bekomen, al heb ik ook weken dat ik te veel suiker eet en me alleen al daar mottig van voel. Mottig, triest en angstig.


Ik was de afgelopen weken te veel aan het focussen op mijn gewicht en daar een beetje ongelukkig van aan het worden, dus probeer ik me nu wat weg te houden van de weegschaal en me zo veel mogelijk aan enkele basisregels te houden. Geen frisdrank. Wel veel thee en water. Veel gezonde voeding, groenten en fruit, weinig uit pakjes. Weinig pasta en brood, daar word ik ziek van. Het blijft een zoektocht en soms voelt het ook als een gevecht, zeker in weken dat ik het erg druk heb en mijn hoofd dan wat durf te laten hangen, maar het is zo belangrijk dat ik elke keer weer opsta en opnieuw begin.

Geen alcohol drinken. Alcohol verergerde mijn angsten enorm, besefte ik nadat ik ermee was gestopt. Ik drink dus nooit alcohol, ondertussen al meer dan drie jaar. Geen uitzonderingen op die regel. Dat voelt nog altijd als een van de betere beslissingen van mijn leven.

Praten. Ik heb de chance dat ik een man heb bij wie ik mij van mijn meest kwetsbare kant mag tonen. Het lijkt me vreselijk om dat niet te kunnen of mogen. Ik mag al eens instorten bij Youri, en dat is fijn, al weet ik niet of hij hetzelfde zou beweren. :aah: Ik heb ook vriendinnen waarmee ik makkelijk kan praten over angsten en twijfels en dingen die minder goed gaan. Dat is een cadeau.

Bepaalde stressoren wegnemen door te plannen is ook essentieel voor mij. YNAB gebruiken zorgt er bijvoorbeeld voor dat ik geen financiële stress meer heb. Elke week tijd maken om na te denken over wat ik met mijn uren ga doen zorgt ervoor dat ik de dingen gedaan krijg die ik gedaan wil krijgen. (ik heb daar een online cursus over die in november nog eens live gaat, de moeite!)

Plannen zorgt ervoor dat ik tijd heb voor de dingen die ik belangrijk vind, zoals sporten en bij mijn kindjes zijn en in het weekend iets leuks kunnen doen en koken uit Simpel van Ottolenghi. Ik word veel minder vaak overdonderd door mijn dagen, en dat komt door de systemen en rituelen die ik elke dag weer inschakel. Al zoveel geleerd op dat vlak, de afgelopen jaren.

Bibliotherapie. Ik lees heel veel, en ik heb daar mentaal veel deugd van. Ik luister ook naar heel wat podcasts en audioboeken. Motiverend en troostend. Zorgt ervoor dat ik niet alles geloof dat ik denk. (dit is trouwens een heerlijk boek over therapie)

Zelfzorg. Het modewoord van deze tijd. Voor mij betekent het: al eens een mental health-namiddag inbouwen met koffietjes en magazines. Leuke kleren kopen. Mijn nagels laten doen. Naar de kapper gaan. Mezelf niet verwaarlozen, iets dat ik in het verleden al eens durfde doen omdat ik te veel bezig was met iedereen rond mij om nog veel aan mezelf te denken.

Actie ondernemen. Je bent wat je doet, niet wat je denkt. Ik heb lang de neiging gehad om vooral te denken. Nog altijd soms. Maar ik weet nu dat je maar leert dat je iets kan, door het te doen, en soms op je bek te gaan, of te sterven van angst. Ik zeg soms dat ik wil dat er op mijn grafsteen staat “ze was altijd bang, en ze deed het toch”. Ik doe heel veel bang. Bang is op sommige dagen mijn default-emotie. Ik doe ook heel veel dingen niet, uit angst, maar het wordt beter.

Ben ik er? Ik weet niet wat dat betekent. Ik had nog jaren therapie kunnen volgen, om zaken uit te spitten die ik bewust niet tot op de bodem heb uitgespit. Het zou boeiend geweest zijn, dat weet ik zeker, maar ik had niet de nood om te blijven zoeken en graven. Ik wilde me meer richten op wat kwam dan wat is geweest, en daar heb ik zeker tools voor gekregen.

Voel ik me altijd geweldig en zorgeloos en zonder angsten? Neen gij! Helemaal niet. Er zijn best wat dagen dat ik het allemaal zwaar vind. Geen oma’s hebben voor de kindjes, zelf geen moeder en schoonmoeder meer hebben, een drukke job die ik zelf moet uittekenen en vormgeven, een menage, twee jonge kindjes, heel veel willen, daar niet altijd de energie voor vinden.

Ik merk dat veel met verwachtingen te maken heeft. Met vinden dat iets op een bepaalde manier moet gaan, en de kloof die er is met de realiteit. Soms lukt het beter om dingen klaar te zien, en soms helemaal niet. Soms is alles even een paar dagen heel donker. Het kan dat ik dan weer wat strenger moet zijn op mijn dagelijks onderhoud, maar soms overvalt het me ook schijnbaar zonder reden. Een wolk boven mijn hoofd, die daar dan even blijft hangen.

Dat kan me zwaar frustreren, ik ben iemand die snelle oplossingen wil, maar dan heb ik een man die dingen zegt als “dat gebeurt soms, en dat is niet erg”, en dan voel ik de druk om snel weer sterk op mijn benen te staan wegtrekken. Alleen al dat helpt. Tijd en boterhammen. Er bestaat een Pinterest-tegeltje over: het gaat beter met me sinds het oké is als het soms even wat minder gaat. Weten dat die gevoelens ook bij het leven horen, geeft mij rust.

Ik hoop dat iemand die worstelt hier iets aan heeft.
Ik zat ooit zo diep, dat ik me niet eens kon voorstellen dat er een dag zou zijn waarop ik er weer zin in zou hebben. Die dag ligt al lang achter me. Ik heb geen perfect leven, er is nog veel werk aan, maar ik vind het wel weer tof. De angsten zijn grotendeels sluimerend, en leefbaar. Dat is voor mij een enorm succes.

Ik wens iedereen die het lastig heeft luisterende oren en schouders om op uit te huilen toe. En het besef dat hulp inroepen juist waardevol is, helemaal niet iets om je voor te schamen.

Dirk zegt dat we elkaar weer allemaal eens wat meer moeten vastpakken.
Misschien is #worldmentalhealthday wel het moment om daarmee te beginnen. (of om hiernaar te luisteren. Een keer of tien, misschien)

Flo spreekt #4

Het drama van het tweede kind. Dat de moeder niet alleen veel vaker vergeet om grappige uitspraken in haar Bullet Journal te schrijven (aja, twee kinders, dat spreekt altijd door elkaar, en dus ben ik de uitspraak al vergeten tegen dat ik “wabliefteru?” en “spreek eens zo niet door elkaar!” tegen de andere heb gezegd), het zorgt er vaak ook voor dat ze minder tijd heeft om ze door te sluizen naar haar blog.

Deze uitspraken van de afgelopen weken hebben het alsnog gehaald.

  • Ik was daar echt heel eng voor“. Flo vond iets eng, en was daar heel bang voor.
  • Is dat hier een kleer?“. Wijzend naar een pyjama. Kleren zijn niet gelijk aan slaapkleren, daarmee, en Flo checkt liever dan in pyjama naar school te gaan.
  • Ik ben altijd de beste winnaar hoor mama. Echt altijd van al mijn vrienden win ik. Maar niet soms. Je kan niet altijd winnen, hoor.” Waarop ze me een beetje berispend aankijkt omdat ik dat misschien wel dacht, dat je altijd kan winnen. Zo ben ik wel.
  • Mama, mama, ik heb een supergoed gedeetje!“. Of een ideetje.
  • Ik ben Pippi Langkous en ik durf nergens bang voor te zijn!“. Auw. <3
  • Mag ik scharen?“. Knippen. Ik vind scharen logischer.
  • Kom hier mama, ik ga jou verbeteren“. Ik was nogal ziek en lamlendig in de zetel, en Flo wilde me genezen.
  • Geef mij maar een oplosje“. Het duurde te lang voor ik doorhad dat ze wilde dat ik haar een applausje gaf. Mega-woedeaanval. Zelfs nadat ik in mijn handen klapte als een onnozelaar kwam het niet meer goed. #hetiseenfase
  • Daar moet ik naartoe!“. Ik toon de video van Sylvy Melodie in de kinderacademie, en Flo, die zeer graag zingt en danst, is wreed gedecideerd. Ik heb niet durven vertellen over wat er met Walter is gebeurd en dat de academie gesloten is.
  • OWLY! WAAR ISSEM GEVLOGEN?“. Flo ziet een bliksemschicht.
  • Wat gebeurt er als je tegen het plafond likt?“. Geen idee, eigenlijk. Probeer eens?
  • Weet je wat juf N. zegt tegen mijn kinderen?”. “Neen”. “Babbelkousen!“. *rolt haast over de grond van het lachen*

Meer Flo spreekt?
Hier staan de vorige edities.

lilith houdt van een deftige ochtendroutine

Hoera, hoera, hoera, vandaag ging de eerste aflevering van het nagelnieuwe seizoen van Werk & Leven live. Die eerste aflevering gaat over een onderwerp dat zowel Anouck als mij na aan het hart ligt, en waar we ook best veel vragen over krijgen: routines en waarom die essentieel zijn als je bewuster om wilt springen met je tijd.

Over ochtendroutines en hun nut bestaan veel misverstanden. Weer iets dat moet, denken mensen dan snel. Weer een to do op die al te lange lijst. Terwijl wij er allebei van overtuigd zijn dat een goede ochtendroutine er net voor zorgt dat je uitkijkt naar je ochtenden, omdat het de momenten zijn waarop je bewust kunt kiezen om dingen te doen die jij essentieel vindt. Wat zo’n ideale routine inhoudt is voor iedereen anders, en er komt soms wat trial and error aan te pas om hem op punt te stellen.

Mensen denken vaak dat je er om vijf uur uitmoet om een goede ochtendroutine te hebben. Dat is helemaal niet zo. Een ochtendroutine draait om wat je doet in het eerste uur van je dag, of dat uur nu start om vier uur of om elf uur maakt volgens mij weinig uit. Ja, ik ben zelf een ochtendmens die niet vies is van de vroege ochtend (vandaag was ik voor acht uur al klaar met lopen, en had ik al een hoop werk verzet), maar dat is zeker geen vereiste. In de eerste aflevering van de podcast drukken we trouwens ook op het belang van die slaap: ik laat geen slaap voor mijn ochtendroutine. Ik ga vroeg slapen, omdat ik het niet allemaal kan hebben. Ben je een avondmens, dan leg je je zwaartepunt misschien beter daar.

Mijn ochtendroutine draait boven al om mij, en heeft als voornaamste doel ervoor zorgen dat ik voor het krieken van de dag dingen gedaan krijg die ik belangrijk vind. Voor mijn mentale gezondheid, vooral, als ik het zo bekijk.

Het is een moment waarop ik vroeger opsta dan de andere leden van mijn gezin (al vertrekt Youri minstens een keer per week om vijf uur naar zijn werk en staan we samen op), en waarop ik ongestoord kan opstarten en zo het gevoel heb dat ik voorsprong neem.

Dit zijn de vier zaken die voor mij bij een goed begin van de dag horen:

  • stilte: ik probeer heel bewust niet vlak na het openen van mijn ogen naar mijn gsm te grijpen. Ik lees het eerste uur geen nieuws (doorheen de dag ook zo min mogelijk, trouwens) en ik check geen sociale media. Zo weinig mogelijk invloed van buitenaf werkt voor mij het beste.
  • koffie: ik kan zo genieten van mijn eerste kop koffie van de dag, in volledige stilte. Na een tas of vier schakel ik over op thee. Een grote kan thee maken om mee te nemen naar mijn bureau boven en mijn Dopper vullen met water hoort dus ook bij mijn ochtendritueel. Een vorm van nudging waarover ik binnenkort trouwens een blogpost heb gepland.
  • pen en papier: ik doe ze niet elke dag, maar als ik ze doe, dan heb ik zoveel deugd van mijn Morning Pages. Hoe vaker, hoe liever dus. Ik plan ook mijn dag uit van uur tot uur en stel een eetplanning op. En ik studeer een halfuurtje. Yes. Moet ik misschien ook nog eens over bloggen, als daar interesse voor is.
  • meditatie: ik probeer ook weer elke dag minstens tien minuten aan Headspace te doen. Doet me deugd, ik ben nu bijvoorbeeld een reeks rond mindful eten aan het volgen, en meer moet dat niet zijn.

Als ik het allemaal achter de rug heb, word ik al eens beloond met dit soort momenten bij het openschuiven van de gordijnen.

Ook dat is alleen maar meegenomen.

Wil je graag veel meer horen over zo’n routines en wat je ermee kunt doen? En over hoe ik ervoor zorg dat ik aan het einde van de week niet instort van het slaaptekort? Luister dan zeker naar deze podcastaflevering.

Aan het einde zit ook nog een toffe freebie om zelf aan de slag te gaan met een ochtendroutine die bij jouw leven past.

Benieuwd of jullie er zelf een hebben en wat die juist inhoudt.

5 beelden, 5 dingen

  1. Ik ben langzaam maar zeker uit een vroeg herfstdalletje aan het kruipen, mentaal en fysiek. Afgelopen weekend ging ik voor het eerst weer lopen sinds de Dodentocht mijn knie naar de filistijnen hielp (lees: sinds ik op de Dodentocht mijn knie naar de filistijnen hielp). Het goede nieuws is dat mijn knie hersteld lijkt. Het minder goede nieuws is dat ik me na twintig minuten lopen voelde alsof iemand met een bunsenbrander de binnenkant van mijn longen aan het bewerken was. Maar ook dat wordt wel weer beter.
  2. Ik keek best hard uit naar de start van het nieuwe schooljaar (structuur! routine! Jules!), maar ik was vergeten dat ook het schooljaar zijn lastigheden heeft. Kindjes die moe en vol kleine en grote frustraties thuiskomen en die nog het liefst als een bak slijk over hun moeder uitkieperen, met de nodige verwensingen (“Jij bent stom! Ik wil een andere mama!”) erachteraan. So far voor de visioenen die ik had over hoe ik zo’n mama zou worden die klaarstond met verse soep en boterhammen in een huis waarin iedereen lief was voor elkaar. Wat wel helpt hier: voorlezen als ze thuiskomen. Samen in een boekje kijken of wat kleuren. Dexter speelt het liefst spelletjes, en dus zijn we samen aan het leren schaken. Ik was het verleerd, hij wilde het graag leren, en we jeunen ons. Met dank aan dit geweldige Schaakboek voor kinderen, ook.
  3. Vrijdag gaat de eerste aflevering van seizoen 3 van Werk & Leven de ether in, en zowel Anouck als ik kijken daar erg naar uit. We gingen samen twee dagen brainstormen in Middelkerke, en als Anouck en ik samenzitten dan gebeurt er altijd iets magisch. Blijkbaar is de soms van productiviteitsnerd + productiviteitsnerd iets als absurd veel gedaan krijgen op weinig tijd. En dus maakten wij grootste plannen, en die willen we de komende weken keihard waarmaken. Betere afleveringen die dieper gaan, vol onderwerpen die jullie hebben aangeleverd. Het wordt de max. Abonneer je zeker op onze compleet vernieuwde nieuwsbrief als je er niks van wilt missen!
  4. De herfst deed onverbiddelijk zijn intrede, en ook dit jaar doe ik van “If you can’t get out of it, get mega belachelijk into it!“. Ik heb samen met de man en de kindjes een blad gemaakt met allemaal dingen die ze graag willen doen (Pyjamadag! Samen pizza maken! Een halloweenpompoen vermassacreren!), en ik ben zelf van plan om me weer op de stevige soepen te smijten en regelmatig gespot te worden met belachelijke maar comfortabele huissokken uit de Veritas.
  5. De mandarijntjes zijn er weer! Van die heerlijke zure, zoals ik ze liefst van al heb. Eigenlijk zou ik daar elk jaar best een aparte categorie voor voorzien in mijn YNAB, want man man man, eentje is zeker weten geentje.

Hoe lilith hulp zocht en vond om af te vallen

Eerst en vooral: merci voor het geduld. Nadat ik de vorige post schreef begon mijn lichaam tegen te spartelen. Ik kreeg behoorlijk wat last van wat volgens mij spanningshoofdpijn was, en ik was ook heel moe. De ideale triggers om me heel zielig te voelen en mezelf te vertellen dat eten waar ik zin in had toch echt wel keihard gepermitteerd was. Resultaat: weinig beweging, een ander eetpatroon dan ik normaal hanteer, en een weegschaal die me toonde wat daar de gevolgen van zijn.

Het voelde gek om in die week te bloggen over afvallen, maar tegelijk was het perfect geweest als mijn agenda niet zo door elkaar was gehusseld. Toen ik van mijn hoofdpijn af was, lag ik dinsdag plots in bed met koorts en een keelontsteking. En bedacht ik me dat het nu wel helemaal leek alsof ik een big reveal zou doen die het wachten helemaal waard was. Lilith heeft de code gekraakt om eindelijk gewicht te verliezen en JE GELOOFT NOOIT WAT HET IS!

Niet dus he, mannen. Zoals ik al zei: er is geen groot geheim, alleen wat inzichten waarvan ik merk dat ze me helpen. Het waren ook die inzichten die ervoor zorgden dat de besognes van vorige week er niet voor zorgden dat ik voor de honderdste keer van een wagon viel, maar dat het al bij al maar een blip op de radar was. Een blip die me weliswaar twee kilo extra opleverde op de weegschaal (drama!), maar ook een blip waarbij ik iets niet deed dat ik al heel mijn leven wel doe in dergelijke situaties. Het riedeltje afspelen. Je kent het riedeltje niet? Ik al te goed. It goes a little something like this: “Zie je wel. Ik kan het weer niet. Dit heeft geen zin en ik zal nooit afvallen. Ik ben daar niet voor gemaakt en mijn lichaam doet nooit wat ik wil. Ik doe keihard mijn best, en wat levert het me eigenlijk op? Dit is te moeilijk en ik heb er geen tijd voor en zin in en ik zou beter blij zijn met hoe ver ik al ben gekomen en blijven eten zoals anders.”

Deze keer heb ik gedaan wat ik de laatste maanden constant doe. Ik heb me afgevraagd of al die verhaaltjes waarin ik me dan altijd wentel wel ergens op slaan. Eigenlijk niet zo erg, als ik eerlijk ben: mijn zelfmedelijden zorgde ervoor dat ik minder gezond at dan anders, en amper mijn zetel uitkwam. Ik sliep veel. Er is niks mis met mijn weegschaal en ook niet met mijn lichaam, en zo lang ik blijf geloven dat dat wel zo is zal ik me blijven afvragen waarom ik nooit geraak waar ik wil zijn. Die twee weken waarin ik minder mijn best deed zijn geen ramp, zo lang ik ze niet als een excuus gebruik om weer een paar maanden “normaal te eten”.

Dat normaal eten, dat hemel ik trouwens altijd op, terwijl het eigenlijk niet zo normaal is, en me ook heel wat ongemakken bezorgt. Ik eet niet per se geweldig ongezond, het probleem is eerder dat ik om duizend redenen eet, maar zelden omdat ik honger heb. En ik eet te vaak suiker en bloem, twee dingen waar mijn lichaam zeer slecht tegen kan.

Zoals ik al zei: er is geen magisch dieet en ook geen truc, er waren de afgelopen maanden gewoon een hoop inzichten die als een puzzel in elkaar zijn gevallen.

Hoe ik aan die inzichten kwam? Ik las veel. Dit boek heeft bijvoorbeeld veel veranderd. Net als de podcasts van mensen als Brooke Castillo en Corinne Crabtree, omdat ze niet zozeer focussen op wat je wel en niet mag eten (dat weten de meeste mensen zelf ook wel), maar op hoe je ervoor kan zorgen dat je je beter voelt, zodat je niet constant al je miserie moet wegeten. Of drinken. Of shoppen. Mindset dus. Ook ik kreeg lang jeuk van dat woord, maar sinds ik dit boek van Carol Dweck las, ging dat plots veel beter.

Inzichten zijn één zaak, ze omzetten in de praktijk is iets anders. Ik had het gevoel dat ik een stok achter de deur kon gebruiken, voor de momenten waarop ik weer tegen mezelf begon te zeggen dat het allemaal geen zin had en ik moest leren om content te zijn met het gewicht dat ik had. Ook al ging dat gewicht vooral omhoog omdat ik vaak walgde van mijn zogenaamd gebrek aan zelfdiscipline en wilskracht. Resultaat: altijd weer teleurgesteld. Niet blij als ik op dieet was, en niet blij als ik niet op dieet was.

En toen bedacht ik me dat Jess, een kennis van in de tijd toen ik nog scrapbookte (remember that?), ondertussen een praktijk had als diëtiste en body & mind coach. In Zonhoven wel, dat was minder handig. Maar tegelijk: met het internet is toch veel mogelijk? Dus mailde ik of ze eventueel ook offline begeleidingen deed, rond emo-eten. Dat deed ze. Sindsdien heb ik een diëtiste die me nog nooit op de weegschaal heeft doen staan, en met wie ik zelden praat over wat ik eet. Wel over waarom ik eet. Goed ook, want dat vind ik veel interessanter.

Al die zaken zorgden dus voor een allegaartje van inzichten. Niet echt regels, maar wel dingen die ik in mijn achterhoofd houd als het gaat over hoe ik eet en leef.

Dit zijn mijn belangrijkste inzichten:

  1. Het gaat meer om waarom ik eet dan om wat ik eet.

    Corinne Crabtree heeft me geleerd om te eten als ik honger heb, en te stoppen als ik genoeg heb. En me elke keer als ik wil eten die vraag te stellen: heb ik honger, of wil ik een ambetant gevoel wegeten? Als het het laatste is, dan wacht ik tot het over gaat. Dat wil ook zeggen dat ik niet mee ontbijt met mijn gezin. Ik eet pas als ik honger heb, en soms is dat rond de middag. Soms eerder. Aan de mensen die me vroegen of ik nog 5:2 doe: neen, maar wel een paar dagen per week 16:8. Dus stoppen met eten om acht uur ’s avonds, en weer eten rond de middag. Lukt perfect. Heb ik toch razende honger voor de middag, dan eet ik mijn vast ontbijt. Ik plan elke ochtend wat ik wil eten als ik honger heb. Waarover straks meer.
  2. Het gaat meer om wat ik doe nadat ik een “fout maak” dan om geen fouten mogen maken.

    Ik zat lang in het gekende patroon van aan een streng dieet beginnen met do’s en don’ts, en als ik een zogenaamde fout maakte, dan knalde het riedeltje van hierboven door mijn interne luidsprekers.

    Jess heeft me geleerd dat te rigide zijn en over eten nadenken in termen als “goed” en “fout” niet zo gunstig is voor hoe ik me voel als ik dan eens iets eet dat zogenaamd fout is. Ik kon heel kwaad zijn op mezelf als ik me had voorgenomen om geen ijsje te eten, en dan toch de helft van het ijsje van Flo opat omdat zij na drie likken genoeg had en ik het niet wilde weggooien. Jess heeft me geleerd dat ijsjes net zo goed bij mijn leven horen als wortels, en dat het kwestie is van bewust kiezen, en er dan ook keihard van genieten. Op die manier zie ik het niet meer als een fout, maar iets dat erbij hoort. Af en toe eet ik een ijsje, en dan probeer ik dat te doen zonder enige vorm van schuldgevoel. Op het huwelijksfeest van mijn nichtje heb ik gesmuld van het dessertbuffet, en at ik frieten van het frietkraam, en de dag erna voelde ik me absoluut geen totale failure. Ik was content, en begon weer met mijn gezondere protocol. De angst voor dat soort “gevaarlijke situaties” neemt zo zienderogen af. De gedachte dat ik maar één zo’n avond nodig heb om alle pedalen kwijt te spelen ook. Dat geeft zeer veel rust. Vanavond ga ik eten, ik weet niet wat het zal zijn, en ik ben niet bang. Dat betekent veel, ge kunt het niet geloven.
    Negentig procent van de tijd eet ik geen suiker, maar als ik er eens eet, dan is dat zo. Geen drama meer. Hoe de max, na al die jaren. Dat het zo weinig betekent.
  3. Hoe ik tegen mezelf praat is van levensbelang voor hoe ik me voel.

    Dit gaat niet alleen over de riedeltjes die weinig anders opleveren dan dat ik me zo slecht en mislukt voel dat ik niet anders kan dan mijn gevoelens wegeten. Dit gaat ook over woordgebruik. Hoe je dingen benoemt is zo belangrijk. Iets kan een totale ramp zijn, maar ook gewoon “minder handig”, zoals Jess vaak zegt. Meer eten dan je je had voorgenomen kan betekenen dat je een mislukkeling bent, of dat je meer hebt gegeten dan je je had voorgenomen.

    Ik ben voorzichtig geworden met hoe ik dingen benoem voor mezelf. Een mindere dag is niet meer dan dat. Iets eten dat ik niet had gepland is een moment om bij te leren. Ik probeer nieuwsgierig te zijn, en niet te veel te oordelen. Omdat ik vaak moet denken aan die keer dat Jess me zei dat het verschil tussen onkruid en een bloem ook niet meer is dan een oordeel. True dat. En oordelen en verwachtingen maken heel veel dingen vaak onnodig lastiger dan ze zouden moeten zijn.

    Neen, ik ben nog niet van mijn weegschaalfixatie af, en ja, ook daar werk ik aan. Sommige dagen zou ik willen dat ik tegen ’s avonds al al mijn gewicht kwijt was, en op andere besef ik dat dit geen quick fix is, en er dus geen paniek nodig is. Wat komt, komt. Het is niet superdringend, en ook geen noodgeval. Wat ik mezelf ook soms wijsmaak als de weegschaal WEER NIET BOUGEERT. (sorry, Youri!)
  4. Hoe ik me voel is van levensbelang voor wat ik doe.

    Ik heb de neiging om te eten als ik me slecht voel. Of oncomfortabel. Dus is het belangrijk om ervoor te zorgen dat ik me beter voel. Dat werk is belangrijker dan het zoveelste dieetboek kopen. Ik weet wat gezond eten is. Ik moet alleen leren om mezelf minder hard aan te pakken, en om bepaalde gedachten niet meer te aanvaarden. Als ik mezelf voor de zoveelste keer hoor denken dat ik het niet kan en het geen zin heeft, dan fluit ik dat stemmetje terug. Dat gaan we niet doen vandaag. Omdat het een rechte lijn is naar zelfmedelijden en slachtoffergedrag. Terwijl niemand eten in mijn mond steekt. Dat kies ik zelf, en vaak op basis van wat ik denk en hoe ik me voel. Al een chance dat dat dingen zijn waar je zelf invloed op hebt.
  5. Zin hebben is geen vereiste.

    Mensen vragen me vaak wat ik doe als ik geen zin heb om gezond te eten of te sporten. Als ik het gepland heb, dan probeer ik het toch te doen. “Do it anyway” is een van mijn favoriete mantra’s, want als ik alleen sport of gezond eet als ik er zin in heb, dan doe ik het zo goed als nooit. Dus zin hoeft niet. En bang of onzeker zijn mag. Net als twijfelen. En het toch doen.
  6. Een plan is altijd handig.

    Als je van je vaak vastgeroeste patronen afwil, dan moet je ervoor zorgen dat je erover nadenkt voor je te moe bent of te veel beslissingen hebt genomen om er nog een bij te nemen. Ik probeer mijn leven zo simpel mogelijk te houden. Ik slaap veel, want dat heb ik nodig. Ik probeer echt te achterhalen of ik honger heb. Dus eet ik of geen ontbijt, of altijd hetzelfde. (skyr met fruit, weer een keuze minder) ’s Middags eet ik of een grote salade of maaltijdsoep. ’s Avonds iets van eiwitten met minstens twee soorten groenten. Zo zien de meeste van mijn dagen eruit. Als ik alleen eet als ik honger heb, eet ik maar af en toe een snack, en meestal is dat fruit. Ik drink geen frisdrank. Ik probeer te eten uit honger, niet om mezelf te troosten of te entertainen. Ik probeer te leren uit mijn ervaringen. Als ik moe ben of triest, dan wil ik eten. Als Youri ’s avonds begint te snoepen ook. Dan probeer ik thee te drinken en ervoor te zorgen dat ik niet zonder nadenken heel de kast leegeet. Lukt soms helemaal niet, maar meestal wel redelijk.

    De meeste dingen zijn duidelijk. Duidelijk is goed.
  7. Net als mildheid als het plan niet wordt gevolgd.
    Soms wijk ik af van mijn plan. Als ik mezelf toch geweldig zielig vind, bijvoorbeeld. Dat hoort erbij. Daarna raap ik mezelf weer samen, en herneem ik het plan. Zonder drama, liefst.

    Of ik plan het bewust in. Op die manier at ik heel de zomer lang elke week een ijsje. Gesmaakt jongens, gesmaakt. Soms eet ik frieten mee van de frituur. Wat ik nooit meer doe is de dag erna janken tegen Youri omdat ik frieten at van de frituur. Ik kies dat immers zelf.

    Ik jank ook niet meer als iedereen pizza eet, en ik niet. Dat kies ik ook zelf. Het scheelt een veste voor iedereen.

    Jess vergeleek gezond eten eens met het ouderschap. Daar streef je niet naar perfectie, maar naar zoveel mogelijk goede keuzes. Een dag is nooit helemaal perfect of helemaal slecht. Dat is met gezond eten net zo. Je kunt altijd bijsturen. Ook doorheen de dag. Als ik ’s ochtends onverwacht een chocoladekoek moet eten (ook dat moet nooit echt, maar als ik mezelf dat wijsmaak), dan kan ik ’s middags een slaatje eten, en dan is dat beter dan nog een chocoladekoek. Om het met de woorden van mijn favoriete Texaanse Corinne Crabtree te zeggen: “You’re not gonna die or get pregnant!“.

    Dat ik achtendertig jaar ben moeten worden om dat door te hebben.
  8. Sport is tof. Voor mijn hoofd. Dat is genoeg.

    Ik probeer drie keer per week iets te doen. Dat mag van alles door elkaar zijn. En vooral: het moet niet opleveren in termen van gewicht. Ik doe het voor mijn hoofd. Ik voel me beter als ik gesport heb. En dat levert uiteindelijk ook op als het gaat over voeding. Het hangt allemaal aan elkaar, maar als ik alleen sport om te vermageren, dan valt dat veel te hard tegen. En dan ga ik voorbij aan de essentie. Dat sport tof is. En dat je moet sporten als het kriebelt. Dat dat al genoeg is op zich.
Early morning pilates high om zeven uur ’s ochtends.

Ik wil geen dieet meer volgen, ik wil vooral een manier van eten en leven creëren die vol te houden is voor altijd. Die tof is, liefst. Meestal toch. Als ik niet bereid ben om het altijd zo te doen, dan doe ik het niet meer. Dus horen er ook frieten en ijsjes bij, en leer ik mezelf om niet meer bang te zijn voor zogenaamd slecht eten.

Magnums zijn te lekker om je slecht over te voelen, zeker als ik ze met mijn dochter kan opeten op een verloederde parking.

Als ik dan toch een geheim heb, dan is het dat ik mezelf graag probeer te zien terwijl ik nog niet helemaal ben waar ik wil zijn. En dat ik gestopt ben met grandioos falen, omdat dat zelfs niet meer kan. Na een minder handige dag kies ik meestal gewoon weer voor een handigere. Omdat de tijd toch passeert, en ik me nu ook weer niet zo dolletjes voel als ik me overgeef aan hersenloos eten om mijn negatieve gevoelens weg te duwen. Waarna ik me nog negatiever voel, en nog meer eet.

Is het gemakkelijk? Lang niet elke dag, maar het is een prijs die ik graag betaal, omdat het alternatief ook niet zo gemakkelijk is.

De inzichten die hierboven staan helpen mij enorm, maar dat wil niet zeggen dat ik ze elke dag volg. Het is vaak een geval van “do as I say, not as I do“. Na al die jaren kan ik daarmee leven, met die terugvallen en patronen die er zo hard zijn ingesleten dat er tijd nodig is om ze te veranderen.

Dat ik iemand achter de hand heb die me met de voetjes op de grond zet op dagen dat ik mijn weegschaal alsnog door het raam wil gooien, helpt ook. Iedereen een coach, zeg ik.

Het leven zou zo vaak zo veel minder zwaar aanvoelen, los van dat lichaamsgewicht.

Iemand vroeg me nog hoe ik erin slaag om te eten zoals ik eet, met twee jonge kindjes en een man die weinig lust. Door te meal preppen, een goed plan te maken op zondag voor de hele week, en vaak nog iets extra voor mezelf te koken. Of een slaatje te halen. Of een ei te bakken. Soep is ook een maaltijd.

Denken in oplossingen kan heel veel schelen.
Je moet alleen bereid zijn om het te doen.

Ik hoop dat dit iemand helpt, dat zou zeer tof zijn.
En goed nieuws: als je helemaal tot hier hebt gelezen, dan ben je volgens mij al een halve kilo kwijt. :aah:


lilith geeft hier geen dieetadvies (behalve misschien een tip)

Het is iets geks, het moment waarop je gaat van “al een tijd op je voeding letten en niemand die iets ziet”, naar “bijna nergens meer kunnen komen zonder dat iemand vraagt of en hoe je bent afgevallen”. Zeven kilo minder blijkt voor mij de grens te zijn waarop heel wat mensen beginnen op te merken dat er wat gewicht af is. In het echte leven, en op foto’s.

Om het wat context te geven: die zeven kilo zorgden ervoor dat ik nu ongeveer op het laagste gewicht ben dat ik na mijn maagverkleining in 2006 wist te bereiken. Ik ging ooit nog wat lager, maar dat hield ik toen maar enkele weken vast, wat overigens normaal is. Je zakt doorgaans na een gastric bypass tot een bepaald gewicht, waarna je daarna tien procent van wat je in totaal afvalt weer bijkomt. Zo was het ook bij mij. Tien procent is vijf kilo. Door zwanger te zijn werd dat ergens tussen de vijftien en de twintig procent.

Doe daar weer zeven kilo af, en ik kom op een getal dat ik -als ik nu nog een kilo of drie af weet te vallen- niet meer heb gezien sinds ik een jaar of veertien was. Alleen al dat is een dingetje.

De laatste tijd kreeg ik dan ook een paar keer de vraag om meer te vertellen over mijn “dieet” en mijn sportschema. Die zeven kilo, die ben ik kwijt op negen maanden en een beetje. Geen snelheden waarvan je uit de bocht vliegt, wat al doet vermoeden dat -als er al een shortcut zou zijn- weinig mensen ervoor zouden kiezen wegens te traag.

Niet alleen dat, maar er is dus geen shortcut. Ik beroep me al maanden volledig op wat ik volgens mij al leerde bij de diëtiste toen ik negen was: dat je beter een appel eet dan een koek als je wilt vermageren, en dat bewegen een beetje kan helpen. Voor je gewicht dan, ik ontdekte dat de resultaten voor je hoofd wél wreed om over naar huis te schrijven zijn.

Deze keer neem ik bewust de langere weg, hoe frustrerend dat soms ook nog steeds kan zijn, waarover later meer. Stop dus met lezen als je op zoek bent naar een dieet om snel kilo’s te verliezen: ik ken er geen dat ik voldoende lang weet vol te houden om tevreden te zijn met het resultaat, en ik ben al meer dan dertig jaar aan het zoeken.

Ik moest van mezelf dan maar op zoek naar een andere manier om fitter en slanker te worden. Een gebrek aan kennis over voeding was het probleem alvast niet. Zo goed als iedereen heeft voldoende notie van voeding om te weten dat een zak chips minder gezond is dan een banaan. Vaak rijden mensen zich alsnog vast in die banaan, merk ik. Bananen mogen niet, te veel natuurlijke suikers, zeggen ze dan, terwijl ze voor de tv een zak chips opentrekken. Eerlijk waar: ik moet de eerste mens nog tegenkomen die dik is geworden van te veel bananen, of druiven, of ander fruit dat des duivels is. Volgens mij ligt het probleem echt niet daar. Ik weet alvast behoorlijk zeker dat ik geen 128 kilo woog door te veel fruit te eten.

Veel had te maken met wat ik nooit heb afgeleerd, ook niet na de maagverkleining: emo-eten. Eten om honderd redenen, maar zelden van de razende honger. Ook toen ik zeer weinig kon eten, en die emoties dus op een andere manier moest tackelen, bleek dat. Een boterham passeerde niet altijd. Witte wijn wel. (zie daar de reden dat heel wat mensen met een GBP een paar jaar later worstelen met een andere verslaving)

Dat ik nu aan het afvallen ben heeft deze keer tien keer meer te maken met wat er in mijn hoofd gebeurt, en minder met dingen niet mogen eten. Op een volwassen en intentionele manier omgaan met eten, dat was mij tot enkele maanden geleden volledig vreemd. Eten was wat me blij maakte, en vaak ook ongelukkig. Ik beloonde met eten, en ik strafte ook af met eten. Eten had veel te veel gewicht, pun intended. Wat sigaretten en alcohol waren geweest, was en is eten nog steeds: een manier om met de emoties om te gaan die bij een normaal leven horen. Dat besef heeft veel in gang gestoken.

Dat het niet een bepaalde voedselgroep was die ik volledig moest uitsluiten, maar iets anders: mijn neiging tot zelfhaat als het om eten gaat. De walging als ik een ijsje eet, of iets anders “ongezonds” dat ik nooit meer wilde eten.

De vreselijke harde woorden die ik tegen mezelf gebruikte als ik op een trouwfeest te veel van het dessertbuffet had genomen naar mijn goesting, waarna ik weken aan een stuk brol begon te eten omdat het mij “toch niet lukte”/”ik geen karakter had”/”nooit iets volhoud”.

Die patronen, die mochten eens doorbroken worden.

Ze maakten me te lang miserabel.
Ze leverden me het tegenovergestelde op van wat ik wilde.
Net zoals dat destijds bij alcohol was.

In een volgende blogpost ga ik u daar meer over vertellen.
Over hoe ik hulp zocht en vond.
Over hoe ik deze zomer elke week een ijsje at, en toch bleef afvallen.
Over hoe ik nu een dieet volg dat me zelfs toelaat om frieten van de frituur te halen als ik daar zin in heb.

Over wat ik dan wel doe, en wat niet meer.

Over hoe ik eerst leer om mezelf wat liever te zien, ook met mijn extra kilo’s. En hoe dat volgens mij de enige duurzame oplossing is.

Heb je nu al vragen? Deel ze dan in de reacties, dan probeer ik ze in die volgende post te beantwoorden.