De drie vragen die ik me stel aan de start van elk jaar

Ach, 2021. Week 2 al, begod.

Het nu al illustere jaar waarin ik –als het god belieft– veertig word.

Rouwig ben ik niet, ik heb het gevoel dat ik met de jaren ook interest ontvang in de vorm van zelfkennis en zelfs een beetje wijsheid.

Hoe vaak ik ook met mijn zichtbaar ouder wordende kop tegen bepaalde muren blijf knallen, bij elke knal leer ik mezelf beter kennen en inschatten. De tijd zal uitwijzen of de knallen het waard waren, maar ik denk het wel.

Ik weet dus ook, dat ik aandoenlijk enthousiast word van nieuwe jaren, en dan de haast kinderlijke neiging vertoon om te geloven in immense en bijna magische transformaties die er de maanden ervoor te veel aan waren. NEW YEAR NEW ME, YES PLEASE.

Minstens drie keer per week vijf kilometer lopen, nooit nog suiker of spaghetti eten, elke dag zwaar mediteren, want die oude me deed toch echt nog niet genoeg, en het is verdomme hoog tijd om haar nog wat extra op te jutten met een paar onhaalbare doelen. Aja.

Hoe grootser mijn voornemens in het verleden waren, hoe sneller ik ze ook weer met een grote zwaai de vuilnisbak insmeet. Ik lees hier dat de datum waarop we er meestal mee kappen rond de derde donderdag van januari ligt, dit jaar dus de 17de, maar zelfs dat haal ik maar zelden.

Of beter: haalde. Er zit zowaar beterschap op.

Toen ik dat patroon begon te doorzien heb ik het kind voor een keer niet met het badwater weggegooid. Ik maak nog voornemens, maar andere voornemens. Voornemens waar ik meer deugd van heb, vooral. Die focussen op processen in plaats van zotte transformaties en resultaten. Misschien eerder intenties, dan echte voornemens.

Waarover straks meer.

De laatste jaren volg ik altijd hetzelfde proces. Aan het einde van het jaar neem ik uitgebreid de tijd om terug te kijken. Zowel op persoonlijk als op zakelijk vlak. Meestal doe ik dat aan de hand van het “Unravel your year”-werkboek van Susannah Conway.

Op basis van wat daaruit komt, stel ik mezelf aan de start van een nieuw jaar dezelfde vragen die ik me eigenlijk ook elke week stel, als ik op vrijdag mijn wekelijkse review maak in mijn bullet journal.

Drie vragen die je kunt samenvatten met drie Engelse woorden.

START. STOP. IMPROVE.

Ik voeg er altijd nog een extra woord aan toe: REPEAT.

De vragen die ik me stel zijn deze:

  • waarmee wil ik graag beginnen?
  • waarmee wil ik graag stoppen?
  • wat wil ik graag verbeteren?
  • wat wil ik blijven doen?

    Wie mij volgt op Instagram weet dat ik een devoot dagboekschrijver ben, en die zinnen zijn ideaal om eens zwaar op los te gaan.

Ik geloof niet meer in de grote transformaties, maar steeds meer in de kleine aanpassingen over lange tijd. Omdat ik bij mezelf zie dat het die kleine aanpassingen zijn, die me op lange termijn het allermeeste opleveren.

Zoveel meer dan de momenten van grootste, maar niet blijvende veranderingen. Ik weet het: elke dag een klein beetje verder lopen is minder sexy dan direct de marathon des sables willen uitdoen, maar het marcheert zoveel beter. Zolang je vanuit een soort angstkramp maar niet wil dat alles morgen helemaal anders is. En zolang je maar de juiste vragen stelt, als dingen niet direct miraculeus opgelost geraken. Zolang je maar nieuwsgierig bent, in plaats van beenhard.

Niet “ik kan dat toch niet en waarom heb ik zoveel minder karakter dan alle andere mensen boehoehoe?”, maar “hoe kan ik dat hier voor mij doen marcheren?”. Gamechangertje.

Eén van de zaken die ik absoluut en zonder enige twijfel wil blijven doen in 2021, is periodiek vasten. Waarbij het dus belangrijker is wanneer je eet en niet eet, dan wat je eet. Wat niet wil zeggen dat je compleet los kunt gaan, maar wel dat je een machtig helder raamwerk hebt, zelfs als je geen supermens bent die zijn emo-eten compleet onder controle heeft of nooit eens foert zegt. Ik zeg elke week wel eens foert, en ik ben compleet zot van periodiek vasten.

Ik vast niet extreem, maar wel systematisch en zo goed als elke dag. Vanuit de gedachte dat wat je elke dag doet zoveel meer impact heeft dan wat je af en toe doet.

Volgens de app die ik gebruik, bijna 300 van de 366 dagen in 2020. Ergens tussen de 13 en de 18 uur. Niet een paar dagen na elkaar. Geen dagen van 24 uur. Neen, gewoon: elke dag, en dat een jaar volhouden. Tot je geen mensen meer kunt tegenkomen die je vragen naar waar je de wilskracht vandaan haalt. En jij weet: als je een deftig, helder duurzaam systeem hebt, dan is er weinig wilskracht nodig. Echt waar.

Als je focust op de processen, in plaats van op de resultaten, dan volgen die resultaten na verloop van tijd vanzelf.

Dan is het gewoon uitvoeren en weten dat je zo een vriend maakt van de tijd die toch passeert, en geen vijand.

Volg het systeem, zet in op consistentie in plaats van op de grote veranderingen, doe van elke dag een beetje beter, en hell, al die beetjes zorgen voor heel veel beter, in de loop van de jaren.


Daar ben ik nu eens het wandelende bewijs van, besef ik als ik naar foto’s van mijn drinkende, overetende, angstige zelf uit het verleden kijk.

Met bakken mildheid, ja, want ik zie Kelly van tien jaar en twintig jaar geleden nu veel liever dan ik Kelly toen zag, en gelukkig maar, want het was absoluut nodig.

Ik heb moeten leren om mezelf graag te zien voor ik resultaten zag van mijn inspanningen, en om te stoppen met wachten tot ik eindelijk “een betere versie” van mezelf was.

Ik heb eerst moeten leren dat ik al goed genoeg was, om dan traag en met vertrouwen dingen aan te passen.

Zonder te vervallen in extremen, of te focussen op straffen en belonen en restricties. Met zachte discipline en eerlijk zijn tegenover jezelf, kom je zoveel verder.

Ik wilde nooit nog iets doen dat ik niet voor de rest van mijn leven kon volhouden, omdat het zo zwaar en lastig was. Ik wilde iets dat ervoor zorgde dat ik er niet alleen beter uitzag, maar me ook en vooral beter voelde.

Alles, behalve een dieet met zotte en niet houdbare regels, dus.

En hell, zo blij dat ik het eindelijk heb gevonden, op de valreep zo voor mijn veertigste.


(ik ben er op vraag van velen een heerlijke online cursus rond aan het maken, die mijn kennis rond periodiek vasten koppelt aan alles dat ik de afgelopen jaren heb geleerd over gewoontevorming, intentie en zelfliefde.

Als je je mailadres hier nalaat stuur ik je binnenkort alle info over de startdatum en wat de cursus concreet inhoudt.)

Iets zonder haast, ook dat vond ik heel belangrijk. Er wordt veel gezegd en geschreven over mildheid, en voor mij is dat ook: opmerken wanneer ik begin te haasten en jagen en meer verwacht dan er in realiteit is.

Haast is zo goed als altijd angst in een verkleedkostuum, besef ik nu beter dan ooit. Doen we niet meer. Been there, done that, bought the t-shirt in veel te veel verschillende maten, omdat het geen solide basis was om op voort te bouwen.

Al helemaal niet tijdens een zenuwslopende pandemie, om maar iets te zeggen. Een zenuwslopende pandemie waarin ik én veel wafels bakte en at, de horeca steunde, en voor het eerst in mijn volwassen leven een BMI bereikte dat door de wetenschap als gezond wordt beschouwd.

Kan tellen, qua lakmoesproef voor iedereen die zegt dat vasten wel gezond is, maar jammergenoeg niet vol te houden door gewone mensen.

Gewoner en minder wilskrachtig dan biebie hier ga je ze nochtans niet snel vinden, denk ik dan.

Het is in elk geval een hele boeiende oefening, met die drie woorden.

Beter nog: met die vierde erbij, zodat je beseft dat heel veel in je leven al bolt.

Neem een blad papier, een pen en een grote tas koffie of thee, en schrijf. Over je leven, je doelen, je intenties.

Gebruik het schrijven om te ontdekken waar je graag mee wilt beginnen en stoppen. Zonder te blijven hangen in wat het moet zijn. Het is vaak zo verrassend om te zien wat er komt als je een minuut of dertig vrij schrijft.

Ik schrijf en mediteer elke dag, ondertussen, en het doet wonderen voor mijn hoofd, en maakt al de rest makkelijker.

Het laat me toe om vanop afstand te kijken naar wat er in mijn hoofd gebeurt, en hoe ik mezelf soms in de weg sta zonder het goed te beseffen.

En ja, het is zelfs nog leuker in een mooi dotted Leuchtturm1917-schrift en een vulpen met paarse inkt, maar dat is zeker geen verplichting.


Ik maak ook elk jaar een lijstje van -dit jaar- 21 dingen die ik in 2021 ga doen. Geïnspireerd door Gretchen en Liz, die het ook al een paar jaar doen.

Dat zijn ook al niet de grootste, meest zotte voornemens.

Het kan net zo goed zijn dat ik in 2021 eindelijk eens een deftige sjakos wil kopen. Als je wilt weten wat er op mijn lijstje staat, hou dan zeker mijn podcast Werk & Leven in de gaten. Morgen nemen we de eerste aflevering van 2021 op, en daar zou dat lijstje wel eens uitgebreid in aan bod kunnen komen. (en wat er gekomen is van mijn lijstje van vorig jaar, ahahahaha)

Ik hoor soms dat mensen geen lijstje willen maken, om zichzelf maar niet compleet teleur te stellen als ze dan niet alles kunnen afvinken. Maar daar gaat het mij eigenlijk totaal niet om.

Ik verwacht niet dat ik alles ga afvinken.

Ik weet wel, dat ik altijd meer waarmaak met een lijstje vol intenties waarvoor ik de tijd heb genomen om erover na te denken, dan zonder lijstje.

De intentie alleen al geeft richting.

Of zoals ik het Rachel Hollis onlangs in haar podcast hoorde zeggen: if you aim at nothing, you’ll hit it every time.

Amen, girl.
Amen.

Keer benieuwd ook: waarmee wil jij stoppen en starten in 2021, en wat wil je verbeteren en herhalen? Deel gerust in de reacties hieronder en inspireer ons! En vergeet je niet hier op de mailinglijst voor “Vast en Zeker” te zetten als je meer wilt weten over mijn nieuwe cursus.

Eindejaarslijstje: mijn 15 favoriete boeken van 2020

Aan de start van elk vers jaar stel ik graag een paar doelen, eerder als richtlijn dan maatstaf. Het leven laat zich maar zelden temmen, ook niet in jaren zonder pandemie.

Los daarvan gun ik mezelf het besef dat ik in maart vaak toch niet zo gemotiveerd ben om de doelen waar te maken die eind december fenomenaal leken als vaag concept.

Ik vind het -hoe het ook loopt- best fijn om een lijstje met 20 dingen voor 2020 aan mijn frigo hangen te hebben. Al is het om eens goed te lachen met de naïviteit die we aan de start van 2020 nog hadden.

Zes optredens bijwonen, haha!
Een vaste babysit zoeken, waarom dadde wel?
Rome zien? Bahaha.
COVID-19: “maak daar maar het zuiden van uwen hof van.”

Lezen deed ik wel.
Pandemie of geen pandemie.

Al was het omdat ik nog altijd de boekenredacteur van Feeling Magazine ben, en dat lezen dus deel van mijn job is. Een damn fine deel ook, als je het mij vraagt. Boeken lezen voor je beroep, ik kon er als kind alleen maar van dromen. Net als elke week een hele lading vers leesvoer afgeleverd krijgen dat vaak nog niet eens in de winkel ligt. Yes please.

Er liggen nog zoveel boeken op mijn to read-stapel dat ik er volgens mij geen enkele meer moet kopen in 2021 en toch kan blijven lezen. Wat misschien wel weer een projectje kan worden voor op mijn lijstje van 21 voor 2021, al moet ik daar wel nog even goed over nadenken.

(geestige bijkomstigheid van de pandemie ook: mijn man is ook beginnen lezen als een halve zot. Sinds hij tijdens onze enige week op reis in Normandië Bill Bryson zijn korte geschiedenis van bijna alles uitlas, is hij niet meer gestopt.)

Wij zijn nu dus beiden van de boekenverslindende soort. Ik ben zo blij als ik hem zie zitten met een van de boeken die ik hem al jaren met veel liefde cadeau doe en nu dus met nog zoveel meer plezier. Die ene regel indachtig die er al jaren voor zorgt dat ik zoveel lees: altijd zorgen dat je weet wat het volgende boek wordt. In mijn #nevernotreading boekennieuwsbrief van eind deze maand geef ik Youri zijn lijstje met favorieten mee. Schrijf je dus hier nog even in als je dat nog niet deed)

Ik zet mijn leesdoel op Goodreads al een paar jaar op een voorzichtige veertig, en met nog een week te gaan denk ik dat ik ga stranden op 58.

Het is er het weer voor, deze kerstvakantie.

De officiële statistieken van leesjaar 2020, dan.

Tot op vandaag:

  • las ik 57 boeken, goed voor 12,625 pagina’s.
  • las ik niet alleen korte boeken (ha, dat had je gedacht), maar ook hele lange. Het dikste boek dat ik las was Ik ben er niet, de langverwachte tweede van Lize Spit, goed voor 576 pagina’s. Het dunste boek was How Contagion Works- Science, Awareness and Community in Times of Global Crisis van Paolo Giordano, goed voor 47 pagina’s.
  • de gemiddelde rating die ik dit jaar gaf was 3,7 sterren op vijf. Dat heeft veel te maken met het feit dat ik nog altijd weiger om een slecht boek uit te lezen.

    Dat zie ik als een serieus succes.

Al helemaal omdat er weer heel veel lekkers werd verorberd. Dikwijls op het dak van ons verzonken tuinhuis.

Zowel fictief als non-fictief.

Ik sluit dit jaar dan ook graag af met een lijstje van 5 favorieten in elke categorie (niet in een bepaalde volgorde) en bij fictie nog 5 eervolle vermeldingen, omdat 5 toch echt wel weinig is voor zo’n mooi leesjaar.

FICTIE:

  • Coniferen van Max Temmerman

    Een naamloos hoofdpersonage verliest als tiener zijn ouders bij een auto-ongeval, en krijgt zijn oudere zus Marianne als voogd toegewezen. Na een periode van shock en rouw valt alles in de plooi, maar dat lijkt alleen maar zo. Achter de gevels spelen zich andere dingen af, die doordat ze het daglicht niet mogen zien steeds lastiger om dragen worden. Het romandebuut van dichter Max Temmerman heb ik het afgelopen jaar heel vaak aangeraden, ook al was het niet bepaald een vrolijk boek.

  • Girl, Woman, Other van Bernardine Evaristo

    Het is tricky om met hoge verwachtingen aan een boek te beginnen, maar als dat boek er dan ook nog eens in slaagt om het na die oneerlijke start helemaal waar te maken, dan weet je dat je een goed boek vast hebt. Deze winnaar van de Booker Prize in 2019 is exact wat je nodig hebt als je meer wilt leren over #blacklivesmatter en zin hebt in steengoede fictie.

    De verhalen spelen zich af in Engeland doorheen honderd jaar geschiedenis, en worden verteld vanuit twaalf personages die elk hun eigen worsteling kennen met hun identiteit, vrouwelijkheid, achtergrond, seksuele voorkeur, verlies, en nog veel meer. Het resultaat is prachtig en confronterend tegelijk.

    Vertaald als Meisje, vrouw, anders.
  • Aan de lopende band – Aantekeningen uit de fabriek van Joseph Ponthus

    Ooit deed ik zomer na zomer een vakantiejob in een detergentenfabriek. Denk allesreiniger met dennengeur en om vijf uur met een wee gevoel in de maagstreek handmatig lege flessen op een band placeren. Good times were had, maar ik had blijkbaar toch een en ander verdrongen, na al die jaren.

    Die dingen kwam stuk voor stuk weer naar boven tijdens het lezen van dit geweldige en tegelijk pijnlijke boek van de Franse debutant Joseph Ponthus, die zijn ervaringen in de zeevruchten- en vleesindustrie gebruikte om zich een weg uit de fabriek te schrijven. Al klinkt dat wat te romantisch: zijn chefs konden gewoon niet lachen met de drukproef en wezen hem de deur. Gelukkig won Ponthus ondertussen een prijs met het boek, en deed het het goed in zijn thuisland. Ik hoop hetzelfde bij ons, want het is ernstig de moeite.
  • The boy, the mole, the fox and the horse van Charlie Mackesy

    Dit prachtige boek vol tekeningen en mooie zinnen over een jongen, een mol, en vos en een paard blies me omver. Ik had het al een paar keer zien passeren in mijn feed op Goodreads, maar om de een of andere reden dacht ik dat het niks voor mij zou zijn. Wat had ik dat even bij het verkeerde eind. Het is mooi en triest en hoopgevend en van alles door elkaar, en zo goed als elke pagina is er een om in te kaderen en boven je bed te hangen.

    Vertaald als De jongen, de mol, de vos en het paard.

  • Weather van Jenny Offill

    Kleine side note misschien: ik ben fan van Jenny Offill nadat haar “Dept. Of Speculation” mij enkele jaren geleden zwaar bij de keel greep. Zoals vaak met boeken is het bij Jenny haar werk alles of niks, en omdat ik in kamp alles zit had ik haar boek gepre-orderd op mijn Kindle. Dat systeem is zo cool, want dan leveren ze het boek op de lanceerdatum op je startscherm af als een cadeau van jezelf. Direct beginnen lezen, direct weer weggeblazen, direct weer tegen iedereen die het horen wilde gezegd dat ze het moeten lezen. Met wisselende feedback, dus wees voorzichtig, maar ook niet al te hard.

    Vertaald als “Weersverwachting“.

Eervolle vermeldingen – fictie

  • “Waar ik liever niet aan denk” van Jente Posthuma

    Ik ontving dit boek van de uitgever, en werd getriggerd door de mooie, ietwat speciale cover met licht uitgegomd potlood. Het was het eerste boek dat ik las van Posthuma, en wat was ik aangenaam verrast.

    In het boek verliest het hoofdpersonage haar tweelingbroer door zelfmoord, en dat tragische gegeven weet Posthuma bijzonder raak en met humor te vatten. Het is een boek vol welgemikte zinnen en verhalen waarin je vooral veel tussen de regels moet gaan zoeken.
  • De dag dat ik mijn naam veranderde van Bibi Dumon Tak

    Als je de naam Bibi Dumon Tak kent, dan is dat vast van haar jeugdboeken. Maar de schrijfster heeft zich ook aan een roman gewaagd, al is het niet helemaal duidelijk of het echt een roman is, of boven al een autobiografisch verhaal met andere namen. Dit boek vertelt het verhaal van Anna, die haar zus Lize verliest aan kanker, en af te rekenen krijgt met heel wat onmacht over de relatie met haar neefjes en de man die met haar zus getrouwd was. Sterk verhaal dat ik in geen tijd uitlas.
  • Ik ben er niet van Lize Spit

    Volgens mij is het echt geen cadeau voor een auteur als je als lezer amper durft te beginnen lezen uit angst voor teleurstelling. Ik denk dat Lize Spit dat kan bevestigen. Nadat ik “Het Smelt” las toen ik hoogzwanger was van Flo, was ik zeer benieuwd naar nummer twee, die vier jaar op zich liet wachten.

    Lize Spit slaagt er wonderwel in om het ongemak van het gewone bestaan in zinnen te vatten die ik soms vijf keer heb herlezen met een mengeling van bewondering en verrukking. Ze is een stuk jonger dan ik, maar haar beelden verwijzen duidelijk naar herinneringen van dezelfde generatie, en dat was genieten. Hoge verwachtingen, niet teleurgesteld.
  • Wij zijn niet als Hagedissen van Erika Bianchi

    Het is 1948, de Tour de France passeert langs de Bretoense kust, en een jonge serveerster raakt zwanger van een van de monteurs van de Italiaanse wielerploeg. Als haar dochter geboren wordt, wil ze dat Zaro, zo heet hij, zijn verantwoordelijkheid opneemt, maar dat weigert hij. “Wij zijn niet als hagedissen” is rauw, pijnlijk en toch mooi. Het boek schijnt een licht op hoe verschillende generaties vaak dezelfde fouten maken, omdat ze het nooit anders zagen of leerden, en op de gevolgen van die dynamiek. Ik kon het amper wegleggen.
  • Bult van Marieke de Maré

    Een klein boekje dat als favorietje bij Boekenhuis Theoria in Kortrijk lag, en dat ik heel graag las omwille van de minimalistische opbouw en de prachtige zinnen. Een debuutroman, ook, over drie mensen op een berg. Klein, en toch meer dan voldoende om een tijd te blijven hangen.

NON-FICTIE:

  • Alles wat ik niet kon zeggen van Emilie Pine

    Dit boek werd mij opgestuurd door de uitgever, en ik ben blij dat ik er onmiddellijk in ben beginnen lezen, want ik vond het indrukwekkend, en misschien nog interessanter: actueel en nodig.

    Het werd geschreven door een professor drama in Dublin, en gaat dieper in op thema’s als de wetgeving rond abortus en echtscheidingen in Ierland, maar ook op de belevenis van een jeugd met gescheiden ouders, een vader met een alcoholverslaving en de worsteling van de auteur met vruchtbaarheidsperikelen.

    Het boek bundelt een aantal essays over opgroeien als vrouw met een vrouwenlichaam en alle verwachtingen die daarbij horen. Als ik kon, ik deed het cadeau aan elke vrouw die ik ken.
  • Stilness is the Key van Ryan Holiday

    Ik ben al een tijd fan van Holiday, omdat hij een van de autoriteiten is op vlak van de leer van de Stoïcijnen, en dat is nu eenmaal al een paar jaar een van mijn vele stokpaardjes. “Stilness is the Key” gaat over het belang van het vinden en cultiveren van stilte in je dagelijks bestaan.

    Het is een boek over omgaan met nieuws, over reflectie en in het moment blijven, over het limiteren van je input. Allemaal zaken waarnaar ik in deze tijd extra hard snak en trek. Hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer de gevoelens die ik al had rond deze thema’s werden bevestigd. Net als de goesting om ook de andere boeken van Holiday te lezen.

    Ik heb er in elk geval enorm van genoten en veel uitgehaald, en ik heb een vermoeden dat dat bij veel mensen zo zal zijn.

    Vertaald als “In de stilte ligt het antwoord“.
  • Untamed van Glennon Doyle

    Dit boek was een punch in the gut, om zoveel redenen. Zo hard, dat Anouck en ik er een volledige podcast voor Werk & Leven rond opnamen.

    Een boek en een podcast over hoe wij vrouwen altijd goed willen zijn en doen op alle vlakken, en hoe dat ons collectief klein houdt. Over hoe we worden getemd van als we klein zijn, totdat we in een mal passen die we niet eens meer in vraag stellen. En wat het je kan opleveren als je dat wel doet. Ik heb een paar keer bijna moeten wenen. Meer verklap ik niet. En dat “stop pleasing, start living” de ondertitel is. Bam.

P.S: Via mijn boekennieuwsbrief #nevernotreading deel ik aan het einde van elke maand wat ik heb gelezen. Gratis en voor niks intekenen doe je hier. Alle meningen in deze post en de nieuwsbrief zijn van mezelf, ik link naar een partnerprogramma waarmee ik een kleine commissie krijg als iemand iets koopt.

Ben je geabonneerd en kreeg je je nieuwsbrief vorige maand niet?
Geen stress, ik nam even pauze, maar de volgende nieuwsbrief is een extra stevige die je nog voor het eind van het jaar in je mailbox krijgt.

P.P.S: Van mijn 20 voor 2020 wist ik er uiteindelijk een whopping 7 af te vinken. Dat zijn er vast zeven meer dan als ik geen lijstje had opgesteld. Ik maak dus binnenkort eentje van 21 voor 2021. Eens benieuwd wat daarvan komt.

Kerstwensen

Lieve vrienden en sympathisanten, lezers van deze blog,

Laat ons er niet stom over doen: van geen enkel jaar hebben we in december van het jaar ervoor een benul, en vorig jaar was dat niet anders.

Maar zo hard geen benul, neen, wij hadden waarlijk geen benul.

Net als nu.

En dat is oké.
We hopen dat alles goed met jullie gaat.

We zouden kunnen schrijven over die reis naar Italië die voorzien was voor met Pasen, en hoe dan plots, en hoe daarna. 
Over wat in het water viel.
Wat zich niet herhaalde, voor het eerst in tientallen jaren. 

Maar we zouden het jullie liever wensen. 

Dat de lessen van 2020 bewaard blijven in hart en hoofd.

We leefden goed, bij momenten. 
We kwamen dichter bij wie al dicht stond.
We zagen in wat waarde bracht.
Wat minder. 

We wandelden. Aten lokaal, winkelden en noemden het steunen.
We zagen in. Groeiden, de ene in oppervlakte, de ander mentaal. 
We schatten die anderhalve meter vaker verkeerd dan juist in. 
Zoals mensen doen. 

We deden het toch maar. 
We leefden.
We deden voort. 

Moge wat zich openbaarde blijven hangen.
Om dingen in gang te steken, misschien. 
Om de benen even stil te houden, wie weet.

We wensen jullie licht. Warmte. 

Een einde aan een tunnel, als dat zo voelt.
Adem. 
Mildheid. 
Veerkracht en mogelijkheden. 

We wensen jullie het beste voor 2021. 

Dat we de maskers wat vaker af mogen zetten. 
En dat we elkaar snel veilig terug kunnen zien. 

(Elk jaar stuur ik kerstwensen uit. Dit jaar post ik ze ook hier eens.
Fijne feestdagen
aan al wie hier komt lezen, om wat voor reden dan ook)

lilith en de Rorschachtest

Ooit was ik geen blogger, en ook geen journalist, en ook geen podcast host.
En toen wel.
Het ging soms zo snel dat ik er niet zo stil bij stond.
Maar het was achteraf bekeken wel wat.

De afgelopen maanden heb ik vaak nagedacht over perceptie.
Over relaties tussen mensen.
Hoe die soms in twee richtingen gaan, maar ook soms in één.

Niet op een schaal van Willy Sommers of Koen Wauters, als ik het dan over mezelf mag hebben.
Kleiner.
Maar wel groter dan ik in overweging nam, toen ik lang geleden begon.

Dat was en is soms verwarrend.

Mensen die mij horen en lezen, plakken woorden op hoe ze mij zien.
Tegen elkaar.
Soms komt het bij mij van horen zeggen.

Soms hoor ik het ze zeggen tegen mij.
Tussen de droge voeding in de Delhaize.
Op een perron.
Op straat milder dan via mail of privéberichten, waarbij mensen soms rechtstreeks in de aanval durven gaan.

Maar de meeste mensen zijn heel vriendelijk, zeg ik dan altijd.
Nadat ik soms van mijn melk was.
Soms zijn ze lyrisch, dat moet dan maar de rest compenseren.

Soms zijn mensen ook vooral geschrokken, dat ik daar plots sta, die van het internet. Met een andere stem of lichaamslengte dan verwacht.
Dan schrik ik een beetje met hen mee, en met wat op die momenten uit hun mond komt.

Je zou denken dat lyrisch per definitie leuker is dan minder positief.
Maar ik weet het niet eens echt zeker.

Het is zoals met een Rorschachtest, besef ik nu.
Als iemand “jij bent zo” doet volgen op iets dat mij in een woord schetst, dan zegt dat vaak meer over de gever dan over de ontvanger.

Authentiek.
Eerlijk.
Echt.
Oprecht.
Wijs.
Grappig.
Fascinerend.

Goed bedoeld.
Meestal met liefde gegeven.

Maar het is zoals met al die mails van reclamebureaus die ik in de loop der jaren kreeg, die begonnen met “beste mamablogger”. Ik denk dan vooral: ben ik een mamablogger? Volgens wie dan?

De ene ziet een vlek in een Rorschachtest, de andere twee kussende herten. De oorlogsveteraan ziet de ingewanden van zijn dode vriend, iemand anders een vagina.

Op goede dagen klopt het beeld enigszins met wat ik over mezelf denk.
Net zo vaak ook niet.
Zoals zand tussen de rand van je badpak en je lies, gaat dat dan soms schuren. Zoals een korrel tussen je tanden waar je te lang op knarst. Dan zeg je dat je er beter niet te veel aandacht aan geeft. Maar knarsen doet het toch.

Als ze in Familieraad aan honderd Vlamingen zouden gevraagd hebben om te zeggen hoe ik ben, dan zou daar echt van alles uitkomen, besef ik steeds beter. Dat helpt wat tegen het schuren.

Tof.
Neurotisch.
Hautain.
Boeiend.
Dwaas.
Rigide.
Sympathiek.
Hoogmoedig.
Lief.
Geschift.
Onsamenhangend.

Tegenstrijdig.
Volgens mij in de top drie, die laatste.

En alles zou even hard waar zijn als niet waar.

Wat je uit alles dat ik ben pikt en hoe je mij of iemand anders definieert, is niet zo toevallig als je misschien denkt.

Zoals als je zwanger bent, en je alleen maar zwangeren ziet.
Zoals naar The Crown kijken, en jezelf weerspiegeld zien in een personage dat wie meekijkt niet eens opvalt.

Wat ik doe schuren of oplichten bij een ander, daar heb ik belachelijk weinig over in de pap te brokken. Wat voor jou een scherpe rand is, is voor de ander immers een glad stukje dat niet of amper kwetst.

En of jij dat ook vindt, daar heb ik dan weer niet veel over te zeggen.

Je doet er – zoals altijd- mee wat jij wilt.

Net als die andere 99 Vlamingen aan wie ze het gevraagd hebben.
En zo moet het zijn.

Over de pedalen stilhouden

Ik blog zelden vanuit de loopgraven, wel als ik happend naar adem en met slijk tot achter mijn oren aan het bekomen ben nadat ik er weer uit ben geklommen.

Ik schrijf over hoe zwaar een huilbaby is als de baby al een paar maanden is gestopt met huilen. Ik vertel over de worsteling met verslaving als ik me geen vogel voor de kat meer voel.

Er moet een korstje op de wonde van de ervaring zitten voor ik me aan het verslag zet. Zodat ik door de stap terug ook het cadeaupapier zie waarin de splinterbom verpakt zat. De vraag is of dat moet. Het is die vraag die zorgt voor stilte, denk ik.

Mijn idool Brooke Castillo, bless her heart, velt in haar podcast weinig oordelen. Iets is zelden of nooit stom of cool of dwaas of bekakt, alles is hooguit fascinating.

Het is het minste dat een mens over 2020 kan zeggen: dat het fascinerend is.

De stroom versnelde dit jaar haast ongemerkt, en pakte me in snelheid.
Wat al een tijd zacht kabbelde ging op een kwestie van een paar dagen kolken. Losse inzichten klonken samen, mijn hoofd ontplofte.

Lockdown 1 was: val eens stil, jong.

Lockdown 2 was: volgens mij heb je het nog niet helemaal gesnapt. Opnieuw dan. Pedalen helemaal stil nu. Tututut! Stil.

Ik heb me verzet, maar geloof dat ik het alsnog snap.
Dat het meest achterlijke dat ik nu kan doen weer als een zot beginnen trappen is.

Dat “geen idee” ook een volledig antwoord is.
Dat juist dan zwijgen misschien een illusie wekt die ik niet gaande wil houden.

Ik heb even geen idee.
En bar weinig antwoorden.
Ik denk wel dat ik er kom, maar nu nog niet.

Er is tijd nodig, en boterhammen met gezouten boter en een dikke laag geduld.

Ik weet het niet, en als gij het ook niet weet, dan zijn we toch al zeker met twee. (maar volgens mij en een schatting van de politie zijn we met veel meer)

P.S.: Ik hoor en voel dat heel wat onder jullie het lastig hebben, en dus deel ik toch een onsamenhangende flarde vanuit mijn persoonlijke loopgraven. Dat ik het ook lang niet weet.

Dat ik soms vind dat ik het goed doe, en mezelf verbaas, om daarna niet te kunnen geloven dat ik het drijfzand met al mijn drijfzand-ervaring toch verkeerd had ingeschat.

En dat is oké.

Ik blijf leren.
Het blijft boeiend.
En even goed frustrerend.

En als we allemaal wat vaker tonen dat het leven niet elke week een ponykamp is, dan voelen we ons misschien wat minder alleen op onze velo/pony.

Vertel eens: hoe is het met jou?

lilith en de chance van leven

“Amme de chance en van leven”.

Het is een zin die ik doorheen mijn jeugd vaak heb gehoord, al leverde graven in mijn geheugen niet meteen een honderd procent zeker antwoord op op de vraag wie hem vooral uitsprak. Mijn mama? Haar ouders? Wij allemaal op gepaste en ongepaste tijdstippen?

Het is West-Vlaams voor als we het geluk hebben om dan nog in leven te zijn. Het is een haast bezwerende zin die werd uitgesproken als de spreker iets zei over een evenement in de toekomst. We gaan dat of dat doen, amme de chance en van leven. Waarop dan deemoedig werd geknikt. Ja, natuurlijk, alleen dan.

Een vorm van hopen en magisch denken door mekaar.
Het uitspreken leek de kans toch een beetje te vergroten, en dat was voldoende.

Gisteren stapte ik voor de zoveelste keer door de herfst.
Die knalt zoals ik het nooit eerder heb gezien.
Omdat ik niet keek, denk ik.
Maar misschien is er meer aan de hand.

Dit jaar heb ik de lente zomer zien worden en dan weer herfst, en hell, wat deden die seizoenen dat goed en met overgave. Als om te compenseren voor alle dood en verderf: hier, we geven u nog wat extra vliegenzwammen, regenbogen, ontroerende zonsopgangen. We weten het, er is veel kak, en ge zit al een tijd veel in uw kot, maar wij, de seizoenen, wij doen dit jaar een extra effort. Gratis en voor niks. Om het op zijn Aalsters te zeggen: weir doeng voesj.

“Hoe gaan wij hierdoor komen?”, lees ik op Instagram.
Hoe lang nog hoe veel hoe erg hoe zwaar hoe lang hoe lang?

Niemand weet het, maar ik weet dat we nu de chance van leven hebben.
Dat doorspoelen niet nodig is.
Dat we het niet voor moeten proberen te zijn.
Dat er veel te zien valt als we willen kijken.
Nu, op dit exacte moment.

En volgens mij is dat ook hoe we erdoor gaan geraken.
Door het te zien.
Door het te pakken.
Door de chance te hebben van leven.
Door te beseffen dat niet iedereen die heeft.
Dat dat de grootste chance van al is.
Door dat niet te vergeten.

Ondertussen hoop ik dat het goed met jullie gaat.
Ik maakte een podcast over angsten, die veel losmaakte.
Ik kan niet alle mails en reacties persoonlijk beantwoorden, maar merci aan wie iets schreef, en weet dat hij hier te beluisteren valt voor wie dat graag wil.

5 beelden, 5 dingen

1__Dit zijn waarschijnlijk de laatste nazomerse foto’s van dit jaar.

Hoewel ze nog maar een dikke week geleden gemaakt zijn, voelen ze als uit een ander tijdperk. Hoe komt dat besef binnen, lilith?

Hebt ge zoiets van we overleven dat hier ook wel weer? Of van WATTENHELL NOT READY YET TAKE ME BACK?

Zoals elk jaar gooi ik me aan de start van de herfst zo snel mogelijk kopje onder in het seizoen. Door soep te maken en dekens op te diepen en kaarsen aan te steken en me belachelijk vroeg af te vragen waar ik de Halloweendecoratie vorig jaar weer heb gelaten.

Onder het motto “wie zich verzet tegen de realiteit verliest in honderd procent van de gevallen”, roep ik leve de herfst, maat, leve de herfst. :aah:

2__Wat niet wil zeggen dat september niet met zijn zak eigen uitdagingen kwam.

Kindjes die nog moeten wennen. De snotvallingen die even goed het begin van liters doom en gloom en wissers in de neus kunnen zijn. Het opstarten na halsoverkop in lock-down en er dan weer uit en dan plots ook nog in zomerverlof. Overdrive.

Ik zie in mijn omgeving dat het voor veel mensen allesbehalve een evidentie is. We zijn er nog niet. De rek is eruit. Herfstmoeheid meets COVID-19-moeheid meets wattenhell. Dat alles samen is me wel wat.

Ik moet het u niet vertellen.

Alsof dat allemaal nog niet vermoeiend genoeg is, moet ik mijn interne losgeslagen werkpaard dat de lock-down uitschoot als een halve zot constant temperen en beteugelen.

Rustig, paardje, rustig.

Weet je nog hoe je genoot van zo weinig moeten, in de lock-down?
Hoe heerlijk dat was?
Hier, een suikertje, efkes rustig.

RUSTIG.
RUSTIG ZEG IK.

Zet u.
Neen serieus, zet u.

Moet er echt weer zo veel?
Wie zegt dat?
Er zijn massa’s leuke voorstellen, want de andere paarden zijn ook onrustig, en in principe kan je doen wat je wilt. Maar soms is het tijd om rustig te blijven en minder te doen, in plaats van almaar meer.

RUSTIG.

Soms is het tijd om te bekomen na een druk en behoorlijk geschift jaar, waarin de plannen constant werden aangepast en bijgestuurd.

Het leven is te kort om erdoor te vliegen, ik besef dat steeds meer.
Ook als je denkt dat je altijd bezig wilt zijn. Dat het zo hoort. Want al die kansen.

Al moet ik mezelf daar soms een keer of tien per dag aan herinneren.
Weten is iets anders dan doen.

Ik duw veel vaker op de rem, want ik voel nu sneller dat het kalmer mag. Moet, zelfs.

Dat is niet altijd zo fijn en rustig als het misschien klinkt.
Want al die kansen en mogelijkheden.

Er horen teleurstellingen bij, en ongemak en onrust.
Het is afleren wat ik al heel mijn leven doe: vooral niet stilvallen. Overal ja op zeggen. Kansen grijpen. Niks laten liggen.

Het is dikwijls met wenen en kwaad zijn, omdat het gemakkelijker zou zijn als het gemakkelijker zou zijn.

Ik twijfel er evenwel niet meer aan: het is de prijs die ik wil betalen.
Ik zeg steeds vaker neen tegen anderen, zodat ik ja kan zeggen tegen mezelf. Very untamed indeed. Maar echt waar niet altijd simpel.

Ik ben iemand die standaard aan over-functioning doet, zoals Brené Brown het in haar razend boeiende podcast noemt.

Ik heb evenwel te veel geleerd in de lock-down en erna, om mezelf nu wijs te maken dat het allemaal dikke zever was, van die rust en die kalmte en die nood aan minder. Het is hard werken, voel ik, om het niet alleen niet te vergeten, maar er ook naar te leven en het niet vergeten om te zetten naar de praktijk van elke dag.

Het is zweten, bij momenten.
Het is dikwijls de lastigste optie.

Het gaat in tegen wat ik denk dat mijn natuur is.

Maar ik ben blij dat ik het zweet en de schrammen en kneuzingen heb om te bewijzen dat ik ermee aan de slag aan het gaan ben.

Met vallen en opstaan en dan weer serieus vallen.
Maar wel altijd weer met opstaan.

3__Het begint en eindigt met het inbouwen van veel meer stilte.

Van het beperken van de input.
En focussen.
Elke dag opnieuw.

Mijn hoofd voelt steeds vaker overprikkeld.
Ik ben daar alerter voor dan vroeger, wat goed is.
Maar me ook dwingt om almaar strenger te worden in begrenzen.

Er is van veel gewoon te veel.
Niet alleen bij mij.
En het betert er niet op met ouder worden.

Er staan te veel tabs open, en elke tab vraagt meer van mijn hoofd.

Die tabs moeten eerst weer dicht voor ik er ook maar iets bij wil en kan nemen.
Zo simpel is het.

Daardoor zeg ik dus vaker neen dan ooit.
Ik zou willen zeggen dat het makkelijker wordt, maar daar ben ik dus nog niet. Het wordt wel noodzakelijker, daar ben ik wel al.

Het is de reden dat ik de afgelopen weekends zo vaak als mogelijk weg ben gebleven van het internet.

Mijn hoofd heeft andere dingen nodig na een paar dagen achter een computer.

Minder schermen en meer buiten.
Herfstwandelingen en koffie achteraf.
Unsubscribe.
Koken, met de kindjes en met mezelf.

Lezen, maar minder.
In de diepte, niet in de breedte.

Herlezen wat ik interessant vond.
Niet direct aan het volgende boek beginnen.

Rusten.
Niks doen.
Naar Aladdin kijken met de gastjes en de husbando, en dat genoeg vinden qua activiteiten op bepaalde dagen.
Af en toe Karrewiet, in plaats van heel de dag door elke shitstorm volgen die zich aandient.
Pruimentaart eten van dat liefste lief.

Meer Taylor Swift op repeat en minder Facebook en breaking news.

Niet eens zo diep in mij woont een over alles enthousiaste jonge hond, die moeilijk aan de leiband gaat. Een puppy die over elk obstakel wil springen en snel wat. Die wil leren en weten en exploreren, en overal bij wil zijn en liefst als eerste. Het is haast aandoenlijk, ware het niet zo vermoeiend.

Deze herfst wil ik verder focussen op de milde beteugeling.
Op het sussen van wat gesust moet worden.
Op warme chocolademelk en dekens om zacht in te landen en onder te kruipen en op adem te komen. En liefst niet veel meer dan dat.

4__Ik vraag mezelf steeds vaker af of dingen mij wel blij maken.

Of ik een leuke dag heb gehad of ga hebben.
Wat ik kan doen om daarvoor te zorgen.
Waar ik energie uit haal, en wat de energie uit me zuigt.

Ooit vond ik zo’n vragen over energie een beetje geitenwollensok.
Nu is het de essentie van alles dat ik doe en verkies.
Daar is niks geitenwollensoks meer aan, wat mij betreft.

Ik word bijvoorbeeld heel blij van Werk & Leven, de podcast die ik met Anouck maak. Het maken alleen al geeft mij energie. En dat niet alleen.

Ik lees de vele mails waarin mensen ons bedanken voor het aan het denken zetten en dingen in gang steken, en ik krijg het er warm van. Het geeft goesting. Er is weinig trekken en sleuren aan.

Ik kom mensen die Baas over eigen Tijd -onze online cursus over bewuster en met meer intentie omgaan met je tijd- volgden, tegen op straat, en ik hoor ze zeggen hoe hun leven is veranderd en mijn man staat erbij en kijkt naar mij met grote ogen en ik word daar zo blij van, en zo trots, en zo hoopvol. Omdat ik voel dat die mensen hetzelfde werk zijn begonnen dat ik elke dag doe. Werk dat niet simpel is, maar zo veel waard.

Het ligt daar ergens voor mij.

Inspireren en misschien zelfs helpen. Om dingen te doen die jullie misschien niet voor mogelijk hielden. Om er meer te zijn voor jullie zelf, om aan de slag te gaan met de juiste vragen, zodat jullie er ook kunnen zijn voor de anderen. Het is wat ik voor mezelf doe en waar ik verder op wil inzetten met alles dat ik doe en maak.

Het is het resultaat van heel wat onzichtbaar werk.

Als ik hoor dat dat zichtbaar wordt in mijn acties, en niet alleen dat, maar dat het andere mensen ook aan het werk zet, dan heb ik daar enorm veel deugd van.

Zeker eens luisteren naar onze laatste afleveringen van de podcast, mocht je dat nog niet hebben gedaan.

Over fake news en hoe we meningen vormen, maar ook over perfectionisme, anti-racisme, hoe vrouwen getemd worden en hoe ze elkaar soms krabben en naar beneden halen, voor elk wat wils.

En met wreed veel liefde en plezier gemaakt, wat nog het belangrijkste van al is.

5__Ik schreef het gisteren nog in mijn maandelijkse boekennieuwsbrief: ik ben ervan overtuigd dat we er alles aan moeten doen om schoonheid te blijven zien en in te zetten op het cultiveren ervan. Op wat voor manier dan ook.

Lezen is volgens mijn bescheiden mening een van de uitgelezen (haha, sorry) manieren om dat te doen, zeker in seizoenen waarin we wat meer binnen moeten blijven. Maar het kan net zo goed Disney Plussen zijn. Of het herontdekken van die cd’s van jaren geleden.

Het gaat volgens mij om het jezelf gunnen.
Ook om stil te vallen, deze herfst, als je daar nood aan hebt.

Met van die belachelijk comfortabele kousen en iets warms om te drinken, als dat je stijl is.

Rustig zeg ik.

Echt.

Rustig.

En als ik u op dat vlak een boek mag aanraden?

Dit hier.

Ook net vertaald.

Flo spreekt #7

Tweede kleuterklas, ondertussen.

Zot van water en erin zwemmen, een plantrekker, verlegen bij mensen die ze niet kent, zeer gevoelig, maar ze kan het goed wegsteken.

Grappig, creatief, schoonste meisje ooit gemaakt. Smulpaap, levensgenieter, is er graag bij.

Kwebbelt non stop, of zo lijkt het, tot we haar vergelijken met haar broer en beseffen dat die nog een completely other level is. Soms is Flo stil. Denkt ze na. Is ze bezig. Dat hebben we met Dexter nog niet veel meegemaakt. En nu ga ik stoppen met vergelijken, want Flo is vooral heel erg Flo. En dit zijn de uitspraken die ik de afgelopen tijd in mijn bullet journal heb verzameld.

  • Oh neen, Dexter! Ik denk dat jouw kous gebroken is“. (in plaats van dat er een gat in zit)
  • “Welke dieren leefden er eigenlijk op de noordbol?”. (de Noordpool)
  • En toen kwam de burgemeester van onze school naar ons“. (de directeur)
  • Ik nadenk altijd en dan doe ik het gewoon“.
  • Het ligt in je nestkastje“. (nachtkastje)
  • Doe het nu! Dan ben je ervan af!“. (op zo goed als elke vraag waar ik “straks” op antwoord)
  • Wanneer is het dan papperdag?“. (op moederdag)
  • Ik zou zo graag een vlechtvalk zijn“. (een slechtvalk, maar dan hipper)
  • Dexter, je hebt geluk! Ik ga met jou op de trampoline!“.
  • Ik zet het wel op het matras“. (terras)
  • Als ik zenuwachtig ben, dan voelt het als salamanders in mijn buik“.
  • Ik vind het gewoon jammer dat we nooit meer Netflix eten“. (cornflakes)
  • Hebben de mensen op de Mount Everest dan geen vuurstof meer?“.
  • “Wie zingt dat liedje?”. “Bart Peeters”. “Je bedoelt zeker Darth Vader?”. (ik geef toe, hij lijkt erop)
  • Ik vind het een mooi windje“.
  • Mag ik mijn koptelefoon hebben, want ja, ik hoor allemaal luide geluiden die jullie niet kunnen horen.”
  • Mag ik een nieuwe tandenborstel? Want mijn tanden werken haast allemaal niet meer, en mijn tandenborstel is zo kapot dat mijn tanden alleen maar viezer worden als ik ze poets, in plaats van properder.”
  • Ha, zoals in easy phone home“. (nadat Dexter in een videospel voorstelt dat Flo voor easy kiest)
  • “Op kamp heb ik alles gewonnen, maar je moet het morgen niet vertellen aan de rest, want die weten dat al.” (als Flo met wilde verhalen afkomt, dan dekt ze zich graag wat in)
  • “Smakelijk Flo.” “Graag gedaan”.

Nog meer “Flo spreekt”? Hier vind je ze allemaal.

Het beste advies ooit gekregen over een emmer zand

Als ik de vraag krijg naar het beste advies dat ik ooit kreeg, dan verwijs ik (ook een beetje voor het gemak) altijd naar advies dat ik hoorde van Louis, de buurman van mijn oma die vorig jaar gestorven is.

Hij kwam elke voormiddag koffie met een druppel drinken bij mijn oma, net als de overbuurvrouw trouwens. Dat ging zo, toen, in het Adinkerke van de jaren tachtig. Mensen liepen binnen, en mensen hadden tijd. Elke dag. Een mens mag daar nu niet te veel bij stilstaan, of het contrast met Doodles en zevendertig berichten over en weer of het wel past slaat je in het gezicht.

Maar goed, Louis, dus.
Louis had het minder voor de toen al oprukkende trend van dingen ontsmetten en kuisen en steriliseren.

Als er kinderen met fopspenen in de buurt waren, die van nature al eens op de tegels vielen, dan sprak Louis dikwijls de gevleugelde woorden: ze moen e seule zand eetn en tegen da ze groowt zien.

Vrij vertaald: ze moeten een emmer zand gegeten hebben voor ze groot zijn.

Ik blijf dat ook nu nog herhalen.
Als ze dingen in hun mond steken waar misschien door iemand anders ziektes op zijn gespeekt. Als ze vallen. Als ze andere dingen tegenkomen die minder aangenaam zijn, maar wel bij het leven horen.

Die emmer zand, ik zie hem altijd voor mij, net als Louis, aan de hoek van een ovale tafel. Hoe kon dat zelfs?

Onze laatste aflevering van Werk & Leven barst van de adviezen die onze luisteraars kregen, en nooit vergaten. En ook van de slechte, die ze ook kregen, en nooit vergaten. Het is een hele leuke, en een aanvulling op mijn eigen 39 ongevraagde adviezen.

De aflevering werd al zo druk beluisterd dat we vanmorgen op 12 stonden in de top 100 van iTunes. Made my day, net als de vele mails en berichtjes van mensen die langer in de auto bleven zitten om de episode uit te luisteren of hun traantjes weg te geven. Echt, zo cool.

Oh, en nog iets.

Voor wie er echt niet genoeg van krijgt: er zit een fenomenaal gratis boekje bij dat je kunt downloaden, waarin we mensen als Eva en Nina Mouton, auteur Hanne Luyten, Anne Cornut van Mama Van Vijf, life en burnout-coach Barbara Van Wonterghem, gewichtscoach Jess van Jessified Health, radiopresentatrice Sieglinde Michiel, Jade Janssens van Mount Zirkel, Vrouwencoach Romina van Big City Life, personal trainer Gudrun Hespel, Lies van Liesellove en A Digital Story en Noëmie Willemen van le coeur a maree basse vroegen naar hun beste en slechtste advies ooit gekregen.

Zeker eens checken, het is de moeite.

2 jaar nieuwe crib: over gietvloerstress en scheiding door haarkleursel

Ik had het beloofd ter ere van ons tweejaarlijks woonjubileum: een reviewtje over ons nieuwbouwhuis en hier wonen van iemand die eigenlijk niet graag spreekt of schrijft over (ver)bouwen.

Daar moet vast iets dieps en essentieels achter zitten, maar ik hou het bij: ik ben de vrouw die op vragen van buurtbewoners over de inhoud van regenputten en het gebruik van materialen moet antwoorden dat ze het eens aan haar man zal moeten vragen. Niet dat ik niet heb meebeslist over de crib, wel integendeel.

De crib is helemaal mijn goesting, maar dat komt vooral doordat ik goed ben in Pinterestborden aanleggen en Youri goed is in die borden vertalen naar aannemerstaal.

Het is puur kwestie van ongeletterdheid van mijn kant en een gebrek aan interesse om nog een nieuwe taal te leren. Hou daar dus rekening mee als je deze blogpost leest.

Toen we de nieuwe crib aan het uittekenen waren in ons hoofd hebben we ons eigenlijk nooit afgevraagd of het ook een leuk huis zou zijn om je in te verschansen tijdens een pandemie. Maar wat blijkt? Dat is het. Het is een prachtig huis in een prachtige omgeving met de beste zonsondergangen. (straks nog veel meer over dat gekke bankje)

Ik had nooit gedacht dat ik een huis zou (kunnen) bouwen, nooit van mijn leven, zelfs, en op de meeste dagen is er nog minstens een moment dat ik het amper kan geloven. Dus ja, ik besef hoeveel chance ik heb. Geloof me, ik besef het bijzonder hard. Ik vind er niks, maar dan ook niks, vanzelfsprekend aan.

Als we het ooit weer willen verkopen, dan zie ik het pandemiegegeven wel als een goed argument.

Al mag ik daar nu niet aan denken, aan het weer verkopen, want we wonen hier nu twee jaar, en dus zeer zeer graag. Het is ruim, het is licht, en het voelt ook licht. Het ligt in een heerlijke omgeving, op wandelafstand van de Grote Markt van Ieper. Het is niet minder dan een droom.

Mijn schoonouders hebben ons altijd gewaarschuwd dat je niet alles goed kunt doen in een nieuw huis, en dat de kans groot is dat je pas als je er woont ontdekt dat je een kapitale fout hebt gemaakt, zoals zij ooit deden. Hun living had aan de achterkant moeten zitten, in plaats van aan een zeer drukke straat. De architect had daar niet bij stilgestaan, en zij ook niet, en dat hebben ze zich eigenlijk heel snel beklaagd.

Ik dacht dat wij ook zo’n dingen zouden tegenkomen.

Er waren uiteindelijk wel de nodige akkefietjes, zoals het bad dat weer open moest omdat er een buis lekte door het plafond. Of de kraan aan onze buitenmuur die kapot was, waardoor er nu een gat in ons prachtige plakwerk in de living zit. Maar al bij al: weinig dat ik nu, na twee jaar, anders zou doen.

We hebben wel wat dingen moeten aanpassen wat betreft binnentemperatuur en akoestiek, en ja, het ware vaneigens leuk geweest als iemand ons daarin op voorhand had geadviseerd. Maar je kunt het niet allemaal hebben, dus blij dat we wat dingen konden rechttrekken, ondertussen.

Hieronder een lijstje van dingen die ik opnieuw zou doen.

Dingen die ik opnieuw zou doen:

  • Verhuizen met Kodibox en de verhuiscoach.

    Ik hoor nog regelmatig dat niemand ooit zo vlot en pijnloos wist te verhuizen als wij, en het is een verhaal dat ik graag bevestig. Dat had te maken met Ilse, onze verhuiscoach, die mij een waterdicht plan gaf dat ik helemaal heb gevolgd. Met ons verhuisteam, dat ons vlotjes hielp en waar ik eeuwig dankbaar voor ben. En het heeft ook te maken met Kodibox, het bedrijf waarbij je plastieken klapboxen kunt huren voor een paar dagen zodat je niet moet sukkelen met kartonnen dozen. Die boxen hadden een paar enorme voordelen. Heel handig tot boven te vullen, stevig en perfect stapelbaar in een camion, waardoor wij heel ons huis verhuisden in twee ritten met een verhuiswagen. Handig te labelen per ruimte, dus direct goed te stapelen in die ruimte. En ze komen ze al de week van je verhuis weer halen, wat ervoor zorgde dat ik drie dagen na onze verhuis volledig uitgepakt was. Wat een verademing, nadat er na onze vorige verhuis nog vier jaar ongeopende dozen op zolder bleven staan.
  • Heel veel wegdoen voor de verhuis.

    We gingen van een charmant herenhuis naar een strakke nieuwbouw, en het plan was om dat zo licht en clean mogelijk te houden. Dat kon niet met de overdaad aan dingen die wij in de loop der jaren hadden verzameld, en dus reden wij hele weekends over en weer naar de kringloop en het containerpark. Elke rit voelden we ons lichter worden in ons hoofd, en ook nu dwingt dit minimalistische huis ons om goed na te blijven denken over wat we binnenbrengen. Om het met de woorden van Olga uit The Sky is the Limit te zeggen: I love it.
  • mijn goesting.

    Zelden meer ongevraagd advies gekregen in mijn leven als toen we aan het bouwen waren, of het moet zijn toen ik mijn eerste kind kreeg. Zoveel zinnen die begonnen met “Ge gaat dat toch zekers niet doen?”, ook. Youri en ik hebben heel snel beslist dat we ons liever dingen wilden beklagen omdat we zelf koppig ons eigen gedacht hadden gedaan, dan omdat we naar iemand geluisterd hadden die een andere goesting had dan wij. Beste beslissing ooit, zo blijkt nu. Anders hadden we nu een vloer gehad in natuursteen en een muurtje in onze living. Waren die grote ramen achteraan niet tot aan de grond en ook veel minder groot. Of hadden we wel een dressing en een tweede toilet. Om maar iets te zeggen.
  • Wat dat tweede toilet betreft.

    Nog altijd op geen enkel moment gedacht dat we dat nodig hebben. Net als die dressing. Zot verklaard zijn we, vooral over dat toilet want wij zijn toch een gezin met vier mensen? Ik weet niet wat er is met andere mensen hun spijsvertering, maar het kan niet goed zijn. Dat lukt hier elke dag perfect. Net als bij al die mensen die het tot de jaren tachtig en negentig ook zo deden, vermoed ik.

(het begon ooit zoals hieronder, om het misschien wat beter te snappen, en lees vooral verder)

  • het verzonken tuinhuis en wat langer nadenken.

    We mochten een tuinhuis zetten in onze tuin, volgens de voorschriften wel net in een hoek waar zo’n kot ons fenomenaal uitzicht volledig zou verknallen. Na lang nadenken werd het een verzonken tuinhuis dat afloopt naar beneden achteraan, met een paadje. Daar staan dus vuilnisbakken en fietsen in. Lijkt op een bank, is dus een verzonken tuinhuis.

    Zoals Olga uit The Sky is the Limit zou zeggen: I love it. Bedacht door Youri, al heel veel mensen die er ook zo een willen, en heerlijk om op te zitten. Het resultaat van wat langer doorsjieken op een probleem kan soms zoveel beter zijn dan denken: oké, dan geen mooi uitzicht meer, zo blijkt. Wij hadden wel de chance dat er een gracht achter onze tuin zit.
  • Vloerverwarming.

    Dat moest hier, maar het is ook zo zalig. Net als het feit dat onze vloer in de zomer koelt. In combinatie met het volgende punt is dat wel heel fijn, in een huis met grote ramen.
  • Een schaduwdoek kopen.

    De eerste zomer dat we hier woonden besefte ik al na een week dat we met een probleem zaten wat oplopende temperatuur betreft als het 30 graden wordt. De zon zit van ‘s ochtends op onze ramen achteraan, en draait maar rond de middag. Om te stikken. Niet fijn. Ondertussen hangt er een schaduwdoek van Umbrosa van bij Drafab Green in Poperinge, en dat scheelt enorm. Er vallen geen stralen meer op, en dat is genoeg om het binnen aangenaam te houden en voor schaduw te zorgen in de tuin. Maar één nadeel: als het stormachtig is, dan moeten we hem naar beneden halen omdat het bij wind van meer dan 70 kilometer per uur niet helemaal veilig is. Maar het is wel een systeem waarmee dat makkelijk en snel kan. Content van en no spon, juist enthousiast.
  • De akoestiek aanpakken.

    Nog zoiets dat iemand ons wel even had mogen melden. Madamtje, echt tof wi, die gietvloer en die open ruimte en die grote ramen, maar je weet toch dat dat gaat klinken alsof er constant vier mensen door elkaar tegen je aan het roepen zijn als je kindjes thuis zijn en je een radio wilt aanleggen?

    En dat feestjes met meer dan vier man om van te janken gaan zijn voor iemand met gevoelige oortjes als jij? Dat dat zo erg gaat zijn dat je je gaat beginnen ontzien om mensen uit te nodigen? Allez ja, dat is misschien wel interessant om weten.

    Natuurlijk niet gebeurd, dat iemand me dat op voorhand zei. Al de rest wel. Gelukkig vonden we een hele goede oplossing. We lieten een witte akoestische wand installeren door de mensen van Incatro, nu Coust Acoustics. Die kwamen met een geweer met geluid schieten in onze living en dachten mee na hoe we dat hier zo onzichtbaar mogelijk konden oplossen.

    Toen de muur er stond en de mannen zeiden: luister eens.

    Beste moment. Ik kon bijna janken. Het verschil is zot. Ik had geen idee hoe belangrijk geluid voor mij is. Nu kan ik mensen uitnodigen (allez, kon, bedankt wi, ‘t Corona) en de radio aanleggen en kletteren met messen en vorken en het doet allemaal geen pijn meer. Niet goedkoop, maar wij hadden geen andere keuze en we zijn zo geholpen. No spon, wel enthousiast. (of je dat kan zien, zo’n wand. Op de foto hierboven zie je hem achter Youri. Net als op foto drie in deze post. Ik laat het aan u)

    In elk geval: ondertussen kun je er hier eens een langere tafel induwen voor een feestje zonder oorpijn.
  • Erin meegaan op het moment dat Youri het grootste kookeiland aanwijst in de keukenwinkel.

    “Dat is echt wel heel groot in een echt huis”, zei de verkoper van Kvik. “Maar ook echt wel heel cool als je de ruimte hebt”. Wij hadden de ruimte, en wij deden eens zot. Beste beslissing ooit. Ons kookeiland is massive, maar in ons huis werkt het. We verschieten er alleen nog van als we terugkomen van vakantie. OWLY, WAT EEN KOOKEILAND. WAT EEN HEERLIJK KOOKEILAND. De keuken is van Kvik, de Mano. Zaligste keuken ooit. Zoveel kasten, zoveel liefde.

Dingen die ik niet opnieuw zou doen:

  • mijn haarkleurshampoo afspoelen in de douche. Wij hebben overal gietvloer en in de badkamer is die doorgetrokken naar de douchewand. Ik kleur mijn haar zelf, en een keer had ik het kleursel ‘s avonds afgespoeld in de douche, in een nogal donkere badkamer. Daardoor had ik niet gezien dat het voor Youri moet geleken hebben alsof er iemand was vermoord in de douche. De shock was zo groot dat hij me ervoor uit bed is komen lichten, want die douche zou helemaal opnieuw moeten gedaan worden door de man van de gietvloer, en als er hier ooit een scheiding in de lucht heeft gehangen, dan was het wel die avond. Maar het kwam goed met heel veel dissolvant en geduld. Ik ben nu veel voorzichtiger en we zijn nog altijd getrouwd, einde.

De vraag van 1 miljoen: wat met de witte gietvloer?

De witte gietvloer was de meest controversiële keuze van allemaal. We hebben er het langste over getwijfeld ook. Wordt het een gietvloer, en wordt het een witte? Doen we het over het hele huis of niet? Toch eerder grijs? Wat met het vuil? (Voor de liefhebbers: het is een gietvloer van polyurethaanhars in het witste wit, gegoten door Superfloor, would recommend, no spon)

Na twee jaar gietvloeravontuur kan ik zeggen dat het een proces van loslaten is geweest. De eerste weken was ik on edge. Mijn gietvloerzenuwen lagen bij momenten bloot op mijn vel in plaats van eronder.

Veel had te maken met het feit dat er op de eerste dag dat we hier woonden een tafeltje werd omgestampt en er een enorme kras in de gietvloer zat die er nog altijd niet uit is. Dat legde een knop aan in mijn hoofd die ervoor zorgde dat ik vaker dan me lief was tegen de kindjes zei dat ze moesten opletten voor de gietvloer.

Dat was niet de bedoeling en ook niet zo leuk, besef ik nu, maar de weken erna kwam ik tot de vaststelling dat een gietvloer echt wel behoorlijk fragiel is. Ik zag er ijzeren auto’s op vallen en putten maken. Ik zag zwarte zolen die strepen nalieten die er gelukkig weer uitgingen met wondergom. Maar stift ging niet uit. Uitgelopen flesjes van een of andere speelgoedlabokit in de slaapkamers ook niet. Toen het douchedébacle en nog wel een paar krassen, en ik zou misschien wel eens durven geroepen hebben dat IK NOOIT NOG EEN WITTE GIETVLOER ZOU NEMEN.

Maar dat is niet waar.
Ik zou het opnieuw doen.

Ondanks het feit dat je er echt wel wat vuil op ziet liggen (wat ervoor zorgt dat wij gewoon wat meer moeten stofzuigen, en ook zonder poetsvrouw een doorgaans behoorlijk proper huis hebben- maar ook lang niet altijd).

Ondanks de keren dat ik zot word omdat er een kind dat net ingesmeerd is met zonnecrème beslist om op handen en knieën over de gietvloer te kruipen en zo een spoor van olie over de vloer te trekken als een slak die van niet beter weet. Ondanks het gegeven van oliespetters op de keukenvloer die door middel van schoenen en kousen door heel de woonkamer worden getransporteerd.

Maar geen vloer zo mooi als de witte gietvloer, dat vind ik nog steeds.

Een witte gietvloer is not for the faint of heart, peoples, en ik ben wel zo iemand.

Maar hoe zeggen ze dat, dat kinderen je leren om dingen los te laten?
Dat doen witte gietvloeren dus ook.

En met de jaren ga ik ze toch steeds liever zien, en mijn witte gietvloer ook.
Ondanks alles.

Zijn dat uiteindelijk niet de schoonste liefdes van allemaal?