Flo spreekt #4

Het drama van het tweede kind. Dat de moeder niet alleen veel vaker vergeet om grappige uitspraken in haar Bullet Journal te schrijven (aja, twee kinders, dat spreekt altijd door elkaar, en dus ben ik de uitspraak al vergeten tegen dat ik “wabliefteru?” en “spreek eens zo niet door elkaar!” tegen de andere heb gezegd), het zorgt er vaak ook voor dat ze minder tijd heeft om ze door te sluizen naar haar blog.

Deze uitspraken van de afgelopen weken hebben het alsnog gehaald.

  • Ik was daar echt heel eng voor“. Flo vond iets eng, en was daar heel bang voor.
  • Is dat hier een kleer?“. Wijzend naar een pyjama. Kleren zijn niet gelijk aan slaapkleren, daarmee, en Flo checkt liever dan in pyjama naar school te gaan.
  • Ik ben altijd de beste winnaar hoor mama. Echt altijd van al mijn vrienden win ik. Maar niet soms. Je kan niet altijd winnen, hoor.” Waarop ze me een beetje berispend aankijkt omdat ik dat misschien wel dacht, dat je altijd kan winnen. Zo ben ik wel.
  • Mama, mama, ik heb een supergoed gedeetje!“. Of een ideetje.
  • Ik ben Pippi Langkous en ik durf nergens bang voor te zijn!“. Auw. <3
  • Mag ik scharen?“. Knippen. Ik vind scharen logischer.
  • Kom hier mama, ik ga jou verbeteren“. Ik was nogal ziek en lamlendig in de zetel, en Flo wilde me genezen.
  • Geef mij maar een oplosje“. Het duurde te lang voor ik doorhad dat ze wilde dat ik haar een applausje gaf. Mega-woedeaanval. Zelfs nadat ik in mijn handen klapte als een onnozelaar kwam het niet meer goed. #hetiseenfase
  • Daar moet ik naartoe!“. Ik toon de video van Sylvy Melodie in de kinderacademie, en Flo, die zeer graag zingt en danst, is wreed gedecideerd. Ik heb niet durven vertellen over wat er met Walter is gebeurd en dat de academie gesloten is.
  • OWLY! WAAR ISSEM GEVLOGEN?“. Flo ziet een bliksemschicht.
  • Wat gebeurt er als je tegen het plafond likt?“. Geen idee, eigenlijk. Probeer eens?
  • Weet je wat juf N. zegt tegen mijn kinderen?”. “Neen”. “Babbelkousen!“. *rolt haast over de grond van het lachen*

Meer Flo spreekt?
Hier staan de vorige edities.

lilith houdt van een deftige ochtendroutine

Hoera, hoera, hoera, vandaag ging de eerste aflevering van het nagelnieuwe seizoen van Werk & Leven live. Die eerste aflevering gaat over een onderwerp dat zowel Anouck als mij na aan het hart ligt, en waar we ook best veel vragen over krijgen: routines en waarom die essentieel zijn als je bewuster om wilt springen met je tijd.

Over ochtendroutines en hun nut bestaan veel misverstanden. Weer iets dat moet, denken mensen dan snel. Weer een to do op die al te lange lijst. Terwijl wij er allebei van overtuigd zijn dat een goede ochtendroutine er net voor zorgt dat je uitkijkt naar je ochtenden, omdat het de momenten zijn waarop je bewust kunt kiezen om dingen te doen die jij essentieel vindt. Wat zo’n ideale routine inhoudt is voor iedereen anders, en er komt soms wat trial and error aan te pas om hem op punt te stellen.

Mensen denken vaak dat je er om vijf uur uitmoet om een goede ochtendroutine te hebben. Dat is helemaal niet zo. Een ochtendroutine draait om wat je doet in het eerste uur van je dag, of dat uur nu start om vier uur of om elf uur maakt volgens mij weinig uit. Ja, ik ben zelf een ochtendmens die niet vies is van de vroege ochtend (vandaag was ik voor acht uur al klaar met lopen, en had ik al een hoop werk verzet), maar dat is zeker geen vereiste. In de eerste aflevering van de podcast drukken we trouwens ook op het belang van die slaap: ik laat geen slaap voor mijn ochtendroutine. Ik ga vroeg slapen, omdat ik het niet allemaal kan hebben. Ben je een avondmens, dan leg je je zwaartepunt misschien beter daar.

Mijn ochtendroutine draait boven al om mij, en heeft als voornaamste doel ervoor zorgen dat ik voor het krieken van de dag dingen gedaan krijg die ik belangrijk vind. Voor mijn mentale gezondheid, vooral, als ik het zo bekijk.

Het is een moment waarop ik vroeger opsta dan de andere leden van mijn gezin (al vertrekt Youri minstens een keer per week om vijf uur naar zijn werk en staan we samen op), en waarop ik ongestoord kan opstarten en zo het gevoel heb dat ik voorsprong neem.

Dit zijn de vier zaken die voor mij bij een goed begin van de dag horen:

  • stilte: ik probeer heel bewust niet vlak na het openen van mijn ogen naar mijn gsm te grijpen. Ik lees het eerste uur geen nieuws (doorheen de dag ook zo min mogelijk, trouwens) en ik check geen sociale media. Zo weinig mogelijk invloed van buitenaf werkt voor mij het beste.
  • koffie: ik kan zo genieten van mijn eerste kop koffie van de dag, in volledige stilte. Na een tas of vier schakel ik over op thee. Een grote kan thee maken om mee te nemen naar mijn bureau boven en mijn Dopper vullen met water hoort dus ook bij mijn ochtendritueel. Een vorm van nudging waarover ik binnenkort trouwens een blogpost heb gepland.
  • pen en papier: ik doe ze niet elke dag, maar als ik ze doe, dan heb ik zoveel deugd van mijn Morning Pages. Hoe vaker, hoe liever dus. Ik plan ook mijn dag uit van uur tot uur en stel een eetplanning op. En ik studeer een halfuurtje. Yes. Moet ik misschien ook nog eens over bloggen, als daar interesse voor is.
  • meditatie: ik probeer ook weer elke dag minstens tien minuten aan Headspace te doen. Doet me deugd, ik ben nu bijvoorbeeld een reeks rond mindful eten aan het volgen, en meer moet dat niet zijn.

Als ik het allemaal achter de rug heb, word ik al eens beloond met dit soort momenten bij het openschuiven van de gordijnen.

Ook dat is alleen maar meegenomen.

Wil je graag veel meer horen over zo’n routines en wat je ermee kunt doen? En over hoe ik ervoor zorg dat ik aan het einde van de week niet instort van het slaaptekort? Luister dan zeker naar deze podcastaflevering.

Aan het einde zit ook nog een toffe freebie om zelf aan de slag te gaan met een ochtendroutine die bij jouw leven past.

Benieuwd of jullie er zelf een hebben en wat die juist inhoudt.

5 beelden, 5 dingen

  1. Ik ben langzaam maar zeker uit een vroeg herfstdalletje aan het kruipen, mentaal en fysiek. Afgelopen weekend ging ik voor het eerst weer lopen sinds de Dodentocht mijn knie naar de filistijnen hielp (lees: sinds ik op de Dodentocht mijn knie naar de filistijnen hielp). Het goede nieuws is dat mijn knie hersteld lijkt. Het minder goede nieuws is dat ik me na twintig minuten lopen voelde alsof iemand met een bunsenbrander de binnenkant van mijn longen aan het bewerken was. Maar ook dat wordt wel weer beter.
  2. Ik keek best hard uit naar de start van het nieuwe schooljaar (structuur! routine! Jules!), maar ik was vergeten dat ook het schooljaar zijn lastigheden heeft. Kindjes die moe en vol kleine en grote frustraties thuiskomen en die nog het liefst als een bak slijk over hun moeder uitkieperen, met de nodige verwensingen (“Jij bent stom! Ik wil een andere mama!”) erachteraan. So far voor de visioenen die ik had over hoe ik zo’n mama zou worden die klaarstond met verse soep en boterhammen in een huis waarin iedereen lief was voor elkaar. Wat wel helpt hier: voorlezen als ze thuiskomen. Samen in een boekje kijken of wat kleuren. Dexter speelt het liefst spelletjes, en dus zijn we samen aan het leren schaken. Ik was het verleerd, hij wilde het graag leren, en we jeunen ons. Met dank aan dit geweldige Schaakboek voor kinderen, ook.
  3. Vrijdag gaat de eerste aflevering van seizoen 3 van Werk & Leven de ether in, en zowel Anouck als ik kijken daar erg naar uit. We gingen samen twee dagen brainstormen in Middelkerke, en als Anouck en ik samenzitten dan gebeurt er altijd iets magisch. Blijkbaar is de soms van productiviteitsnerd + productiviteitsnerd iets als absurd veel gedaan krijgen op weinig tijd. En dus maakten wij grootste plannen, en die willen we de komende weken keihard waarmaken. Betere afleveringen die dieper gaan, vol onderwerpen die jullie hebben aangeleverd. Het wordt de max. Abonneer je zeker op onze compleet vernieuwde nieuwsbrief als je er niks van wilt missen!
  4. De herfst deed onverbiddelijk zijn intrede, en ook dit jaar doe ik van “If you can’t get out of it, get mega belachelijk into it!“. Ik heb samen met de man en de kindjes een blad gemaakt met allemaal dingen die ze graag willen doen (Pyjamadag! Samen pizza maken! Een halloweenpompoen vermassacreren!), en ik ben zelf van plan om me weer op de stevige soepen te smijten en regelmatig gespot te worden met belachelijke maar comfortabele huissokken uit de Veritas.
  5. De mandarijntjes zijn er weer! Van die heerlijke zure, zoals ik ze liefst van al heb. Eigenlijk zou ik daar elk jaar best een aparte categorie voor voorzien in mijn YNAB, want man man man, eentje is zeker weten geentje.

Hoe lilith hulp zocht en vond om af te vallen

Eerst en vooral: merci voor het geduld. Nadat ik de vorige post schreef begon mijn lichaam tegen te spartelen. Ik kreeg behoorlijk wat last van wat volgens mij spanningshoofdpijn was, en ik was ook heel moe. De ideale triggers om me heel zielig te voelen en mezelf te vertellen dat eten waar ik zin in had toch echt wel keihard gepermitteerd was. Resultaat: weinig beweging, een ander eetpatroon dan ik normaal hanteer, en een weegschaal die me toonde wat daar de gevolgen van zijn.

Het voelde gek om in die week te bloggen over afvallen, maar tegelijk was het perfect geweest als mijn agenda niet zo door elkaar was gehusseld. Toen ik van mijn hoofdpijn af was, lag ik dinsdag plots in bed met koorts en een keelontsteking. En bedacht ik me dat het nu wel helemaal leek alsof ik een big reveal zou doen die het wachten helemaal waard was. Lilith heeft de code gekraakt om eindelijk gewicht te verliezen en JE GELOOFT NOOIT WAT HET IS!

Niet dus he, mannen. Zoals ik al zei: er is geen groot geheim, alleen wat inzichten waarvan ik merk dat ze me helpen. Het waren ook die inzichten die ervoor zorgden dat de besognes van vorige week er niet voor zorgden dat ik voor de honderdste keer van een wagon viel, maar dat het al bij al maar een blip op de radar was. Een blip die me weliswaar twee kilo extra opleverde op de weegschaal (drama!), maar ook een blip waarbij ik iets niet deed dat ik al heel mijn leven wel doe in dergelijke situaties. Het riedeltje afspelen. Je kent het riedeltje niet? Ik al te goed. It goes a little something like this: “Zie je wel. Ik kan het weer niet. Dit heeft geen zin en ik zal nooit afvallen. Ik ben daar niet voor gemaakt en mijn lichaam doet nooit wat ik wil. Ik doe keihard mijn best, en wat levert het me eigenlijk op? Dit is te moeilijk en ik heb er geen tijd voor en zin in en ik zou beter blij zijn met hoe ver ik al ben gekomen en blijven eten zoals anders.”

Deze keer heb ik gedaan wat ik de laatste maanden constant doe. Ik heb me afgevraagd of al die verhaaltjes waarin ik me dan altijd wentel wel ergens op slaan. Eigenlijk niet zo erg, als ik eerlijk ben: mijn zelfmedelijden zorgde ervoor dat ik minder gezond at dan anders, en amper mijn zetel uitkwam. Ik sliep veel. Er is niks mis met mijn weegschaal en ook niet met mijn lichaam, en zo lang ik blijf geloven dat dat wel zo is zal ik me blijven afvragen waarom ik nooit geraak waar ik wil zijn. Die twee weken waarin ik minder mijn best deed zijn geen ramp, zo lang ik ze niet als een excuus gebruik om weer een paar maanden “normaal te eten”.

Dat normaal eten, dat hemel ik trouwens altijd op, terwijl het eigenlijk niet zo normaal is, en me ook heel wat ongemakken bezorgt. Ik eet niet per se geweldig ongezond, het probleem is eerder dat ik om duizend redenen eet, maar zelden omdat ik honger heb. En ik eet te vaak suiker en bloem, twee dingen waar mijn lichaam zeer slecht tegen kan.

Zoals ik al zei: er is geen magisch dieet en ook geen truc, er waren de afgelopen maanden gewoon een hoop inzichten die als een puzzel in elkaar zijn gevallen.

Hoe ik aan die inzichten kwam? Ik las veel. Dit boek heeft bijvoorbeeld veel veranderd. Net als de podcasts van mensen als Brooke Castillo en Corinne Crabtree, omdat ze niet zozeer focussen op wat je wel en niet mag eten (dat weten de meeste mensen zelf ook wel), maar op hoe je ervoor kan zorgen dat je je beter voelt, zodat je niet constant al je miserie moet wegeten. Of drinken. Of shoppen. Mindset dus. Ook ik kreeg lang jeuk van dat woord, maar sinds ik dit boek van Carol Dweck las, ging dat plots veel beter.

Inzichten zijn één zaak, ze omzetten in de praktijk is iets anders. Ik had het gevoel dat ik een stok achter de deur kon gebruiken, voor de momenten waarop ik weer tegen mezelf begon te zeggen dat het allemaal geen zin had en ik moest leren om content te zijn met het gewicht dat ik had. Ook al ging dat gewicht vooral omhoog omdat ik vaak walgde van mijn zogenaamd gebrek aan zelfdiscipline en wilskracht. Resultaat: altijd weer teleurgesteld. Niet blij als ik op dieet was, en niet blij als ik niet op dieet was.

En toen bedacht ik me dat Jess, een kennis van in de tijd toen ik nog scrapbookte (remember that?), ondertussen een praktijk had als diëtiste en body & mind coach. In Zonhoven wel, dat was minder handig. Maar tegelijk: met het internet is toch veel mogelijk? Dus mailde ik of ze eventueel ook offline begeleidingen deed, rond emo-eten. Dat deed ze. Sindsdien heb ik een diëtiste die me nog nooit op de weegschaal heeft doen staan, en met wie ik zelden praat over wat ik eet. Wel over waarom ik eet. Goed ook, want dat vind ik veel interessanter.

Al die zaken zorgden dus voor een allegaartje van inzichten. Niet echt regels, maar wel dingen die ik in mijn achterhoofd houd als het gaat over hoe ik eet en leef.

Dit zijn mijn belangrijkste inzichten:

  1. Het gaat meer om waarom ik eet dan om wat ik eet.

    Corinne Crabtree heeft me geleerd om te eten als ik honger heb, en te stoppen als ik genoeg heb. En me elke keer als ik wil eten die vraag te stellen: heb ik honger, of wil ik een ambetant gevoel wegeten? Als het het laatste is, dan wacht ik tot het over gaat. Dat wil ook zeggen dat ik niet mee ontbijt met mijn gezin. Ik eet pas als ik honger heb, en soms is dat rond de middag. Soms eerder. Aan de mensen die me vroegen of ik nog 5:2 doe: neen, maar wel een paar dagen per week 16:8. Dus stoppen met eten om acht uur ’s avonds, en weer eten rond de middag. Lukt perfect. Heb ik toch razende honger voor de middag, dan eet ik mijn vast ontbijt. Ik plan elke ochtend wat ik wil eten als ik honger heb. Waarover straks meer.
  2. Het gaat meer om wat ik doe nadat ik een “fout maak” dan om geen fouten mogen maken.

    Ik zat lang in het gekende patroon van aan een streng dieet beginnen met do’s en don’ts, en als ik een zogenaamde fout maakte, dan knalde het riedeltje van hierboven door mijn interne luidsprekers.

    Jess heeft me geleerd dat te rigide zijn en over eten nadenken in termen als “goed” en “fout” niet zo gunstig is voor hoe ik me voel als ik dan eens iets eet dat zogenaamd fout is. Ik kon heel kwaad zijn op mezelf als ik me had voorgenomen om geen ijsje te eten, en dan toch de helft van het ijsje van Flo opat omdat zij na drie likken genoeg had en ik het niet wilde weggooien. Jess heeft me geleerd dat ijsjes net zo goed bij mijn leven horen als wortels, en dat het kwestie is van bewust kiezen, en er dan ook keihard van genieten. Op die manier zie ik het niet meer als een fout, maar iets dat erbij hoort. Af en toe eet ik een ijsje, en dan probeer ik dat te doen zonder enige vorm van schuldgevoel. Op het huwelijksfeest van mijn nichtje heb ik gesmuld van het dessertbuffet, en at ik frieten van het frietkraam, en de dag erna voelde ik me absoluut geen totale failure. Ik was content, en begon weer met mijn gezondere protocol. De angst voor dat soort “gevaarlijke situaties” neemt zo zienderogen af. De gedachte dat ik maar één zo’n avond nodig heb om alle pedalen kwijt te spelen ook. Dat geeft zeer veel rust. Vanavond ga ik eten, ik weet niet wat het zal zijn, en ik ben niet bang. Dat betekent veel, ge kunt het niet geloven.
    Negentig procent van de tijd eet ik geen suiker, maar als ik er eens eet, dan is dat zo. Geen drama meer. Hoe de max, na al die jaren. Dat het zo weinig betekent.
  3. Hoe ik tegen mezelf praat is van levensbelang voor hoe ik me voel.

    Dit gaat niet alleen over de riedeltjes die weinig anders opleveren dan dat ik me zo slecht en mislukt voel dat ik niet anders kan dan mijn gevoelens wegeten. Dit gaat ook over woordgebruik. Hoe je dingen benoemt is zo belangrijk. Iets kan een totale ramp zijn, maar ook gewoon “minder handig”, zoals Jess vaak zegt. Meer eten dan je je had voorgenomen kan betekenen dat je een mislukkeling bent, of dat je meer hebt gegeten dan je je had voorgenomen.

    Ik ben voorzichtig geworden met hoe ik dingen benoem voor mezelf. Een mindere dag is niet meer dan dat. Iets eten dat ik niet had gepland is een moment om bij te leren. Ik probeer nieuwsgierig te zijn, en niet te veel te oordelen. Omdat ik vaak moet denken aan die keer dat Jess me zei dat het verschil tussen onkruid en een bloem ook niet meer is dan een oordeel. True dat. En oordelen en verwachtingen maken heel veel dingen vaak onnodig lastiger dan ze zouden moeten zijn.

    Neen, ik ben nog niet van mijn weegschaalfixatie af, en ja, ook daar werk ik aan. Sommige dagen zou ik willen dat ik tegen ’s avonds al al mijn gewicht kwijt was, en op andere besef ik dat dit geen quick fix is, en er dus geen paniek nodig is. Wat komt, komt. Het is niet superdringend, en ook geen noodgeval. Wat ik mezelf ook soms wijsmaak als de weegschaal WEER NIET BOUGEERT. (sorry, Youri!)
  4. Hoe ik me voel is van levensbelang voor wat ik doe.

    Ik heb de neiging om te eten als ik me slecht voel. Of oncomfortabel. Dus is het belangrijk om ervoor te zorgen dat ik me beter voel. Dat werk is belangrijker dan het zoveelste dieetboek kopen. Ik weet wat gezond eten is. Ik moet alleen leren om mezelf minder hard aan te pakken, en om bepaalde gedachten niet meer te aanvaarden. Als ik mezelf voor de zoveelste keer hoor denken dat ik het niet kan en het geen zin heeft, dan fluit ik dat stemmetje terug. Dat gaan we niet doen vandaag. Omdat het een rechte lijn is naar zelfmedelijden en slachtoffergedrag. Terwijl niemand eten in mijn mond steekt. Dat kies ik zelf, en vaak op basis van wat ik denk en hoe ik me voel. Al een chance dat dat dingen zijn waar je zelf invloed op hebt.
  5. Zin hebben is geen vereiste.

    Mensen vragen me vaak wat ik doe als ik geen zin heb om gezond te eten of te sporten. Als ik het gepland heb, dan probeer ik het toch te doen. “Do it anyway” is een van mijn favoriete mantra’s, want als ik alleen sport of gezond eet als ik er zin in heb, dan doe ik het zo goed als nooit. Dus zin hoeft niet. En bang of onzeker zijn mag. Net als twijfelen. En het toch doen.
  6. Een plan is altijd handig.

    Als je van je vaak vastgeroeste patronen afwil, dan moet je ervoor zorgen dat je erover nadenkt voor je te moe bent of te veel beslissingen hebt genomen om er nog een bij te nemen. Ik probeer mijn leven zo simpel mogelijk te houden. Ik slaap veel, want dat heb ik nodig. Ik probeer echt te achterhalen of ik honger heb. Dus eet ik of geen ontbijt, of altijd hetzelfde. (skyr met fruit, weer een keuze minder) ’s Middags eet ik of een grote salade of maaltijdsoep. ’s Avonds iets van eiwitten met minstens twee soorten groenten. Zo zien de meeste van mijn dagen eruit. Als ik alleen eet als ik honger heb, eet ik maar af en toe een snack, en meestal is dat fruit. Ik drink geen frisdrank. Ik probeer te eten uit honger, niet om mezelf te troosten of te entertainen. Ik probeer te leren uit mijn ervaringen. Als ik moe ben of triest, dan wil ik eten. Als Youri ’s avonds begint te snoepen ook. Dan probeer ik thee te drinken en ervoor te zorgen dat ik niet zonder nadenken heel de kast leegeet. Lukt soms helemaal niet, maar meestal wel redelijk.

    De meeste dingen zijn duidelijk. Duidelijk is goed.
  7. Net als mildheid als het plan niet wordt gevolgd.
    Soms wijk ik af van mijn plan. Als ik mezelf toch geweldig zielig vind, bijvoorbeeld. Dat hoort erbij. Daarna raap ik mezelf weer samen, en herneem ik het plan. Zonder drama, liefst.

    Of ik plan het bewust in. Op die manier at ik heel de zomer lang elke week een ijsje. Gesmaakt jongens, gesmaakt. Soms eet ik frieten mee van de frituur. Wat ik nooit meer doe is de dag erna janken tegen Youri omdat ik frieten at van de frituur. Ik kies dat immers zelf.

    Ik jank ook niet meer als iedereen pizza eet, en ik niet. Dat kies ik ook zelf. Het scheelt een veste voor iedereen.

    Jess vergeleek gezond eten eens met het ouderschap. Daar streef je niet naar perfectie, maar naar zoveel mogelijk goede keuzes. Een dag is nooit helemaal perfect of helemaal slecht. Dat is met gezond eten net zo. Je kunt altijd bijsturen. Ook doorheen de dag. Als ik ’s ochtends onverwacht een chocoladekoek moet eten (ook dat moet nooit echt, maar als ik mezelf dat wijsmaak), dan kan ik ’s middags een slaatje eten, en dan is dat beter dan nog een chocoladekoek. Om het met de woorden van mijn favoriete Texaanse Corinne Crabtree te zeggen: “You’re not gonna die or get pregnant!“.

    Dat ik achtendertig jaar ben moeten worden om dat door te hebben.
  8. Sport is tof. Voor mijn hoofd. Dat is genoeg.

    Ik probeer drie keer per week iets te doen. Dat mag van alles door elkaar zijn. En vooral: het moet niet opleveren in termen van gewicht. Ik doe het voor mijn hoofd. Ik voel me beter als ik gesport heb. En dat levert uiteindelijk ook op als het gaat over voeding. Het hangt allemaal aan elkaar, maar als ik alleen sport om te vermageren, dan valt dat veel te hard tegen. En dan ga ik voorbij aan de essentie. Dat sport tof is. En dat je moet sporten als het kriebelt. Dat dat al genoeg is op zich.
Early morning pilates high om zeven uur ’s ochtends.

Ik wil geen dieet meer volgen, ik wil vooral een manier van eten en leven creëren die vol te houden is voor altijd. Die tof is, liefst. Meestal toch. Als ik niet bereid ben om het altijd zo te doen, dan doe ik het niet meer. Dus horen er ook frieten en ijsjes bij, en leer ik mezelf om niet meer bang te zijn voor zogenaamd slecht eten.

Magnums zijn te lekker om je slecht over te voelen, zeker als ik ze met mijn dochter kan opeten op een verloederde parking.

Als ik dan toch een geheim heb, dan is het dat ik mezelf graag probeer te zien terwijl ik nog niet helemaal ben waar ik wil zijn. En dat ik gestopt ben met grandioos falen, omdat dat zelfs niet meer kan. Na een minder handige dag kies ik meestal gewoon weer voor een handigere. Omdat de tijd toch passeert, en ik me nu ook weer niet zo dolletjes voel als ik me overgeef aan hersenloos eten om mijn negatieve gevoelens weg te duwen. Waarna ik me nog negatiever voel, en nog meer eet.

Is het gemakkelijk? Lang niet elke dag, maar het is een prijs die ik graag betaal, omdat het alternatief ook niet zo gemakkelijk is.

De inzichten die hierboven staan helpen mij enorm, maar dat wil niet zeggen dat ik ze elke dag volg. Het is vaak een geval van “do as I say, not as I do“. Na al die jaren kan ik daarmee leven, met die terugvallen en patronen die er zo hard zijn ingesleten dat er tijd nodig is om ze te veranderen.

Dat ik iemand achter de hand heb die me met de voetjes op de grond zet op dagen dat ik mijn weegschaal alsnog door het raam wil gooien, helpt ook. Iedereen een coach, zeg ik.

Het leven zou zo vaak zo veel minder zwaar aanvoelen, los van dat lichaamsgewicht.

Iemand vroeg me nog hoe ik erin slaag om te eten zoals ik eet, met twee jonge kindjes en een man die weinig lust. Door te meal preppen, een goed plan te maken op zondag voor de hele week, en vaak nog iets extra voor mezelf te koken. Of een slaatje te halen. Of een ei te bakken. Soep is ook een maaltijd.

Denken in oplossingen kan heel veel schelen.
Je moet alleen bereid zijn om het te doen.

Ik hoop dat dit iemand helpt, dat zou zeer tof zijn.
En goed nieuws: als je helemaal tot hier hebt gelezen, dan ben je volgens mij al een halve kilo kwijt. :aah:


lilith geeft hier geen dieetadvies (behalve misschien een tip)

Het is iets geks, het moment waarop je gaat van “al een tijd op je voeding letten en niemand die iets ziet”, naar “bijna nergens meer kunnen komen zonder dat iemand vraagt of en hoe je bent afgevallen”. Zeven kilo minder blijkt voor mij de grens te zijn waarop heel wat mensen beginnen op te merken dat er wat gewicht af is. In het echte leven, en op foto’s.

Om het wat context te geven: die zeven kilo zorgden ervoor dat ik nu ongeveer op het laagste gewicht ben dat ik na mijn maagverkleining in 2006 wist te bereiken. Ik ging ooit nog wat lager, maar dat hield ik toen maar enkele weken vast, wat overigens normaal is. Je zakt doorgaans na een gastric bypass tot een bepaald gewicht, waarna je daarna tien procent van wat je in totaal afvalt weer bijkomt. Zo was het ook bij mij. Tien procent is vijf kilo. Door zwanger te zijn werd dat ergens tussen de vijftien en de twintig procent.

Doe daar weer zeven kilo af, en ik kom op een getal dat ik -als ik nu nog een kilo of drie af weet te vallen- niet meer heb gezien sinds ik een jaar of veertien was. Alleen al dat is een dingetje.

De laatste tijd kreeg ik dan ook een paar keer de vraag om meer te vertellen over mijn “dieet” en mijn sportschema. Die zeven kilo, die ben ik kwijt op negen maanden en een beetje. Geen snelheden waarvan je uit de bocht vliegt, wat al doet vermoeden dat -als er al een shortcut zou zijn- weinig mensen ervoor zouden kiezen wegens te traag.

Niet alleen dat, maar er is dus geen shortcut. Ik beroep me al maanden volledig op wat ik volgens mij al leerde bij de diëtiste toen ik negen was: dat je beter een appel eet dan een koek als je wilt vermageren, en dat bewegen een beetje kan helpen. Voor je gewicht dan, ik ontdekte dat de resultaten voor je hoofd wél wreed om over naar huis te schrijven zijn.

Deze keer neem ik bewust de langere weg, hoe frustrerend dat soms ook nog steeds kan zijn, waarover later meer. Stop dus met lezen als je op zoek bent naar een dieet om snel kilo’s te verliezen: ik ken er geen dat ik voldoende lang weet vol te houden om tevreden te zijn met het resultaat, en ik ben al meer dan dertig jaar aan het zoeken.

Ik moest van mezelf dan maar op zoek naar een andere manier om fitter en slanker te worden. Een gebrek aan kennis over voeding was het probleem alvast niet. Zo goed als iedereen heeft voldoende notie van voeding om te weten dat een zak chips minder gezond is dan een banaan. Vaak rijden mensen zich alsnog vast in die banaan, merk ik. Bananen mogen niet, te veel natuurlijke suikers, zeggen ze dan, terwijl ze voor de tv een zak chips opentrekken. Eerlijk waar: ik moet de eerste mens nog tegenkomen die dik is geworden van te veel bananen, of druiven, of ander fruit dat des duivels is. Volgens mij ligt het probleem echt niet daar. Ik weet alvast behoorlijk zeker dat ik geen 128 kilo woog door te veel fruit te eten.

Veel had te maken met wat ik nooit heb afgeleerd, ook niet na de maagverkleining: emo-eten. Eten om honderd redenen, maar zelden van de razende honger. Ook toen ik zeer weinig kon eten, en die emoties dus op een andere manier moest tackelen, bleek dat. Een boterham passeerde niet altijd. Witte wijn wel. (zie daar de reden dat heel wat mensen met een GBP een paar jaar later worstelen met een andere verslaving)

Dat ik nu aan het afvallen ben heeft deze keer tien keer meer te maken met wat er in mijn hoofd gebeurt, en minder met dingen niet mogen eten. Op een volwassen en intentionele manier omgaan met eten, dat was mij tot enkele maanden geleden volledig vreemd. Eten was wat me blij maakte, en vaak ook ongelukkig. Ik beloonde met eten, en ik strafte ook af met eten. Eten had veel te veel gewicht, pun intended. Wat sigaretten en alcohol waren geweest, was en is eten nog steeds: een manier om met de emoties om te gaan die bij een normaal leven horen. Dat besef heeft veel in gang gestoken.

Dat het niet een bepaalde voedselgroep was die ik volledig moest uitsluiten, maar iets anders: mijn neiging tot zelfhaat als het om eten gaat. De walging als ik een ijsje eet, of iets anders “ongezonds” dat ik nooit meer wilde eten.

De vreselijke harde woorden die ik tegen mezelf gebruikte als ik op een trouwfeest te veel van het dessertbuffet had genomen naar mijn goesting, waarna ik weken aan een stuk brol begon te eten omdat het mij “toch niet lukte”/”ik geen karakter had”/”nooit iets volhoud”.

Die patronen, die mochten eens doorbroken worden.

Ze maakten me te lang miserabel.
Ze leverden me het tegenovergestelde op van wat ik wilde.
Net zoals dat destijds bij alcohol was.

In een volgende blogpost ga ik u daar meer over vertellen.
Over hoe ik hulp zocht en vond.
Over hoe ik deze zomer elke week een ijsje at, en toch bleef afvallen.
Over hoe ik nu een dieet volg dat me zelfs toelaat om frieten van de frituur te halen als ik daar zin in heb.

Over wat ik dan wel doe, en wat niet meer.

Over hoe ik eerst leer om mezelf wat liever te zien, ook met mijn extra kilo’s. En hoe dat volgens mij de enige duurzame oplossing is.

Heb je nu al vragen? Deel ze dan in de reacties, dan probeer ik ze in die volgende post te beantwoorden.

Zuid-Zweden in zeven highlights

Na twee dagen tussen de legoblokken in Denemarken reden we met onze huurauto over The Bridge (waarover sebiet meer), die in het echt gewoon Oresundbrug heet, naar Zweden. Vanuit Billund was het iets van een kleine vier uur rijden naar Rydebäck, naast een tafel van de IKEA ook een dorpje aan de kust in Skåne län, de zuidelijkste der Zweedse provincies.

Dit waren mijn zeven hoogtepunten van vijf dagen in de onderste regionen van Zweden:

  • Ons huisje in Rydebäck.

    Hotels met kindjes vinden wij zelden een goed idee. Misschien omdat wij niet houden van al om acht uur moeten gaan slapen omdat onze kinderen lichte slapers zijn en in dezelfde ruimte liggen, of van heel de tijd “ssssjjjjjjt” moeten zeggen omdat de muren van karton lijken en onze kinderen graag testen hoe ze hun vele meningen kunnen delen met de hele gang.

    Airbnb is een goed alternatief als je op zoek bent naar huisjes met meerdere kamers, maar toch ook een beetje een gok: een plek kan er geweldig uitzien, maar ernstig tegenvallen, weet ik van die keer dat ik in een studentenkot vol bronstige en beschonken Italianen terechtkwam in Londen. Alleen. Maar dat is dus een ander verhaal.

    Dit huisje zag er geweldig uit op Airbnb, en bleek in het echt nóg beter. Ongelooflijk maar waar. Veel had te maken met het strandje dat van ons alleen was (en een strandhuisje had om te douchen na het zwemmen, zoals je hierboven ziet). Na een dag rondrijden in het heldere water kunnen springen was nogal onbetaalbaar, vonden wij. Zeker omdat het 28 graden was. Ik kon ineens het puntje “in zee zwemmen” van mijn lijstje met 19 dingen voor 2019 schrappen.
  • Fietsen op Ven.

    Ven is een eiland dat je kunt bereiken met een overzetboot vanuit Landskrona, op een paar kilometer van ons huisje. Wij huurden er fietsen en hadden een heerlijke dag vol zon en ijsjes. Meer moet dat soms echt niet zijn.
  • Bootje varen in Malmø

    Zelf varen, that is. In het heerlijke Malmø huurden wij een bootje via bookaboat, eentje dat je kon ontsluiten via een app en er daarna zelf mee varen. Dat bleek zo simpel dat ook Flo en Dexter ermee weg konden.

    Ook heerlijk: via bluetooth wereldhits als “Zeil je voor het eerst” en “Omdat ik Vlaming ben” door de speakers blasten. Dolle pret, ik kan het u verzekeren. Ook super in Malmø: de Saluhall Foodmarket, en de Mini Rodini-winkel mét soldekes! #omgyes

    Wat Flo betreft: de Pippi Langkous-merchandising die haar zowaar de coolste nieuwe boekentas ooit opleverde voor volgend schooljaar.
  • De stranden.
    Ach, de stranden, waar de Zweden surfen en zwemmen vanaf een graad of twaalf, zo zagen we op een mindere dag. Wij gingen onder meer naar het mooie Knabackshusens strand met wit zand op een machtige locatie. Waw, waw en nog eens waw.
  • De gezellige steden.
    Wij gingen naar Helsingborg en Ystad en dronken koffietjes en genoten van hoe rustig het er vaak was in vergelijking met in het zuiden. En we gingen twee keer eten bij Pinchos, een keten die ze hier ook dringend moeten invoeren en die werd aangeraden door I., die op dat moment ook Zweden aan het doorreizen was, met drie kinders zelfs. Pinchos is geweldig kindvriendelijk, en in sommige levensfases is dat alles.
  • Ales Stenar
    In de buurt van Ystad. Stenen waarvan ze nog altijd niet goed weten waartoe ze hebben gediend, en je krijgt er ineens een prachtig uitzicht bij. Net als de hartverzakkingen als je kinderen wat te dicht bij de rand komen.

  • The Bridge
    We zijn er vier keer over gereden, vlak nadat we seizoen 1 bekeken hadden, en ja, dat had telkens iets. Met een speciaal bakje dat je tegen je raam moest houden om te betalen, altijd spannend, en met de theme song loeihard.

    Toen we vertrokken werden we getrakteerd op de mooiste oranjeroze zonsopgang. Bijna traantjes, ja.

    We’ll be back, Scandinavië.

    En het zal verzekers niet eens te lang duren ook, als het van ons afhangt.

lilith wordt verliefd op LEGO House

Ik zei in mijn vorige post over onze reis naar Denemarken en Zweden al dat ik niet veel heb met legoblokjes. Maar neem 25 miljoen legoblokjes, en bouw daar het zotste speelhuis ooit rond, en de situatie begint serieus te kantelen.

LEGO House ligt op een paar kilometer van Legoland in Billund, waar het legoblokje werd uitgevonden. Het opende in 2017, en als je erboven hangt zie je dat het is opgebouwd uit grote legoblokken.

Sta je ervoor, dan lijkt het alsof iemand loos is gegaan met witte blokjes.

Binnen draait alles rond de ervaring van spelen en bouwen. En rond met open mond staan kijken naar de vele legocreaties die overal te zien zijn.

Echt overal staan bakken vol lego, en het is de bedoeling dat je je ermee uitleeft. Dat hebben we serieus gedaan. Van treinbanen tot race-auto’s tot vissen die je kon laten animeren tot poppetjes die verdacht veel op jezelf lijken, je bent er een paar uur zoet mee.

Weinig volk, zeg je? Wij hadden het geluk dat we kaartjes hadden voor het eerste tijdsslot, waardoor we aankwamen in lege zones, wat vaneigens fijn was. Ik denk dat het doorheen de dag serieus druk kan worden.

In de kelder van LEGO house zit ook een inspirerende historische collectie rond de geschiedenis van het blokje, met iconische sets van vroeger tot nu. Youri moeten meetrekken aan zijn gilet of hij zat daar nu nog.

Een bijzonder eervolle vermelding voor het MINI CHEF-restaurant. Als je binnenstapt krijg je een zakje met blokjes en een “build your own meal“-instructieblad. Een stukje vis is een klein rood blokje, voor frietjes kies je blauw. Iedereen stelt zijn maaltijd samen en steekt het schijfje in de computer. Is dat gebeurd, dan zie je hoe de legomannetjes jouw maaltijd in elkaar beginnen te flansen.

Is het eten klaar, dan krijg je een seintje dat je jouw legoblok mag gaan halen bij de robots.

En dan is het smullen maar. Of in het geval van Flo je neus ophalen en zeggen dat je het niet lust. Standaard, tegenwoordig.

Ik vond LEGO House nog cooler dan Legoland.
Al was het omdat onze kinderen sinds ze daar zijn geweest geen Lego of Duplo kunnen zien liggen zonder er iets mee te beginnen bouwen. Dat moet dus inspirerend geweest zijn voor iedereen.

Absolute aanrader voor iedereen die houdt van spelen en übercoole plekken.

In de volgende post rijden we door naar Zuid-Zweden, keer curieus!

lilith nam deel aan de Dodentocht

Het zijn niet altijd diegenen met de professionele rugzakjes met buisjes om door te drinken die hem uitstappen, zulle“, zei de man naast wie we een koffie zaten te drinken in Bornem city. Tussen mijn benen lag een trailrugzakje met waterzak en buisje om door te drinken dat ik nog last minute had besteld bij de Décathlon, maar dat had hij niet gezien, dus knikte ik met een blik van “Ja jong, zo van die goed voorbereide zotten die denken dat ze het daarmee gaan halen, ge zijt daarmee vet“.

De man had de Dodentocht al een paar keer uitgestapt en gaf drie uur voor de start nog wat last minute tips mee aan ons, jonge onervaren meisjes, die nog nooit honderd kilometer aan een stuk gestapt hadden, laat staan binnen de 24 uur. Pas toen hij weg was durfde ik mijn rugzak weer bovenhalen. Het buisje liet ik voor de zekerheid nog even zitten waar het zat. Het was al erg genoeg dat ik startnummer 320 had, precies of ik was een #dodentochtstrever.

18:20: Op aanraden van de man van daarnet en nog wat anderen gingen we op tijd richting start. Daar aangekomen kreeg ik een pin van “50 jaar Dodentocht”, en kozen we een van de twee startvakken. Omdat er 13000 ingeschrevenen waren, werden de deelnemers immers eerst in twee groepen opgedeeld om elkaar na een paar kilometer weer tegen te komen. Twee uur en half popelden we om eraan te beginnen op een mix van eighties classics. Festivalsfeer compleet, de zon scheen en er was een droge nacht voorspeld, dus wij blij.

Toen iemand zonder reden om kwart na acht recht ging staan, en 12999 anderen als een kudde schapen beslisten om hetzelfde te doen, sloeg de sfeer even om. Drie kwartier nodeloos gedrum en getrek en zenuwachtig gefrot werden ons deel, en dat was niet zo goed voor de sfeer in onze bovenkamer. Toen al aan het doodgaan, dat beloofde.

21:02: De hekken zwaaiden stipt om negen uur open en om 21:02 marcheerden wij al vlotjes over de matten die onze tot dan toe razende voortgang scanden. Het tempo in het begin lag behoorlijk hoog, maar we gingen soepel mee met de hoop. “Weten die mannen wel dat dat hier honderd kilometer is?“, hoorden we iemand zich luidop afvragen, maar iedereen vloog als een bende jonge veulens vooruit, dus ja, wijle mee. Toen we weer samenkwamen met de mensen van het andere startvak riepen we lollig van “Wie we daar hebben!“, deden high fives met kindjes die ons langs de weg aan het aanmoedigen waren, en de sfeer was aangenaam en uitgelaten. We waren vertrokken! Mijn buisje om uit te drinken werkte goed, en er waren heel veel buisjes rond mij! OMG YES.

23:39: Na heerlijke passages door dorpjes waar ze volgens ons een deal hadden met SABAM dat ze niet moesten betalen als ze zich aan het draaien van drie liedjes hielden (“Leef” van André Hazes Junior, “Hoe Het Danst” van Marco Borsato, en “Sweet Caroline” van Christoff) arriveerden we iets voor middernacht fris en monter aan de tussenstop Friesland Campina, aka the one met de rijsttaartjes.

We zaten toen 15,9 kilometer ver, en hoewel ik me had voorgenomen om geen rijsttaartje te eten omdat ik al een paar weken zo goed als suikervrij eet en niet wist wat mijn maag en darmen zouden zeggen kon ik de energieboost toch gebruiken. Het blikje Cécémel liet ik wel aan me voorbijgaan, en goed ook, want achteraf las ik dat er mensen waren die er zo mottig van waren geworden dat hun Dodentocht een paar kilometer verder al voorbij was. Death by Cécémel, zeg. Het kan snel gaan en in domme dingen zitten, zo blijkt, en dus vulde ik mijn zakje soberkes met water. Stoppen deden we niet. Eten grijpen en en doorstappen was onze strategie, zo lang het lukte.

00:20: Plots was daar midden in de nacht het machtig mooi verlichte kasteel d’Ursel in Hingene. Iedereen wilde stoppen om foto’s te nemen, wat natuurlijk amper lukte in de drukte, maar neem van mij aan dat het er mooi was, ook met alle kaarsen die aangestoken waren langs het water.

00:47: De stop van Wintam, waar er appels waren, en peperkoek die ik aan me liet voorbijgaan. Waar ik blij was dat er nog steeds weinig sprake was van het gevreesde klopje. Ik kreeg constant berichtjes van overal om me aan te moedigen, wat echt wel tof was en voor afleiding zorgde. Eens groep één van de supporters gaan slapen was, waren de nachtraven en slapelozen daar. Waarvoor dank, echt waar.

De temperatuur bleef rond de 20 graden schommelen, ideaal wandelweer, zelfs in t-shirt. Ondertussen was ik zotcontent dat ik het koplampje in mijn rugzak had zitten dat mijn broer had meegegeven, want er zaten best wat pikdonkere stukken in waarop een voet snel overgeslagen was.

Na de stop ging het de pikdonkere dijk op, waar een mystieke sfeer hing. Langs het water, nog steeds erg druk, in stilte onder het maanlicht met al die wandelaars en al die lichtjes die in de verte door het landschap trokken.

Op een bepaald moment passeerden we ook het bord van de eerste 25 kilometer, en verbaasde ik me hoe snel dat was gegaan. So far, so good.

Ergens tussen 1 en 5 uur: Ik moet gestapt hebben, dat is zeker, maar ik herinner me weinig concrete details. Veel zatte mensen in de gemeenten waar we doorstapten, boel Vlaamse kermis, veel spandoeken en “ge zijt goed bezig!“. “Awel ja, het is eigenlijk wel waar“, zeiden wij dan, en zo maalden wij de kilometers weg.

Rond half vier waren de eerste 35 kilometer een feit, en bereikten we “den Duvel“, waar wij geen Duvel dronken, maar een zatje soep en een boterham wild genoeg vonden. Dit was meteen de eerste keer dat we ons vijf minuten hebben neergezet, al was het zoeken naar een plekje op de banken. Ik heb toen ook van kousen gewisseld omdat ik last begon te krijgen van wrijving. Net op dat moment zette iemand haar zware wandelschoen met haar volle gewicht op mijn linkervoet. Gekajiet en verontschuldigingen gekregen van de dame in kwestie, maar niet wat je op dat moment nodig hebt, geloof me vrij. Gelukkig komt de zon dan plots op, en heb je iets anders om je op te concentreren. We hebben de nacht overleefd! Zonder klop! Leejf alsof het je laatste dag is!

6:02: Aankomst in Steenhuffel, op 46 kilometer. Veel volk, veel levende lijken, veel mensen die rekten en strekten alsof het hun job was. Ons tempo is wat gezakt, en ik kan vertellen waarom: de eerste blarenclusters zijn een feit. Al sinds een kilometer of vijf doet elke stap pijn, en de hoop dat ik al die blaren zelf zal kapotstappen wordt kleiner. Ze zijn hardnekkig, en ze zijn met een paar, aan mijn beide kleine teentjes, vanboven en vanonder. Ook op mijn dikke teen heb ik een bovenaan. Heerlijk! Zelf doorprikken lukt niet. Tijdens wat uren wachten lijkt aan de mobiele toiletten kom ik tot het besef dat ik beter iets onderneem.

6:34: Ik zoek de tent van het Rode Kruis op in de hoop dat zij weten wat best. Geert, de meest vriendelijke verpleger in de geschiedenis van de verplegers, bekijkt alles met een professionele blik, en beslist de ene blaren door te prikken en met enkele andere te wachten, maar ze toch te verzorgen in de mate van het mogelijke. Hij raadt me aan om ze te laten doorprikken bij de volgende stop, “als ze nog wat erger zijn geworden”. Ik steek mijn voeten weer in mijn schoenen, stap de tent uit en kan vriendin J. nergens vinden, noch bereiken. Het is nog steeds zo druk overal dat het netwerk regelmatig overbelast is. Na zeven keer over en weer bellen krijg ik haar toch vast. Nu ligt ook zij in de tent van het Rode Kruis, met een soort bloeddrukval. Altijd lachen, die Dodentocht. We overleggen, zij beslist om nog even te wachten en wil dat ik al doorstap naar de volgende stop. Zij komt achter van zodra het weer lukt. Ik dus weg, alleen, en nog altijd pijn bij elke stap. Ik beslis erdoorheen te stappen. Ik ben hier nu toch.

6:55: Terwijl ik de pijn verbijt richting Merchtem en dat steeds beter lijkt te lukken, krijg ik een berichtje van mijn schoonvader die bij de kindjes is. Op voorhand had Dexter zich afgevraagd hoe ver ik zou komen, en waren we het erover eens dat het al heel cool zou zijn als ik nog aan het stappen was als hij ’s ochtends wakker werd. Dan zou ik immers al bijna in de helft zijn, en dat was verder dan ik ooit al had gestapt. Hij was wakker. Ik zat bijna in de helft. Hij vond dat vet cool van zijn moeder. GE ZIJT ZELF AAN HET WENEN.

7:48: Ik zit in de helft. Om dat te vieren eet ik een energiegelleke. Alles gaat behoorlijk, tot ik een paar kilometer verder een stap zet en voel dat er iets is met de al pijnlijke blaar en het bij elke stap voelt alsof mijn teen aan flarden aan het scheuren is. Daardoor ga ik mijn ene voet anders zetten, waardoor ik plots net hetzelfde krijg aan de andere voet. Aarghl. Ik ga heel snel van “dat lukt hier” naar “fuck”. Ik vertraag nog meer. Mijn rechterknie begint tegen te werken. Ik probeer het probleem weg te negeren, maar ik ga echt niet meer goed vooruit. Dat zal ook blijken aan de volgende stop. Als ik die ooit bereik. Frustratie alom.

8:32: Ik bereik de stop in Merchtem, op 53 kilometer. Ziet ge hoe traag dat is gegaan? Bijna een uur over drie kilometer. Dit is de stop waar de bagage staat die je aan de start kan afgeven, en waar je een spaghetti kunt eten als je die hebt besteld. Ik ga een bordje halen, maar mijn maag protesteert, en ik eet een paar penne’s en wat saus, om dan van schoenen te veranderen (van waterdicht naar niet waterdicht, maar het gaat droog blijven zei Frank!) en naar Youri te bellen. Kent ge dat, dat ge u goed weet te houden tot uw moeder vraagt hoe het is, en ge alleen nog kunt janken? Youri was op dat moment mijn moeder. Hij moest maar vragen hoe het ging, en de tranen knalden in mijn ogen. Moe. Lastig. Pijn bij elke stap. Rond mij zaten er drie volwassen mannen ook hun tranen te verbijten, dus op dat vlak voelde ik mij nog niet de seut. Wel tegelijk zes jaar en honderdveertien.

Youri sprak me genoeg moed in om weer te vertrekken, en toen bleek dat vriendin J. er ondertussen ook was en we weer samen verder konden kreeg ik een kleine boost. Komaan, dit zou niet stoppen zonder gevecht, hastjes. Op naar Buggenhout! In de zon zelfs!

10:00: Wat gaan we traag. Wat is de weg lang. Wat doet alles pijn. Zelfs mijn tong. Een te krokant gebakken rijsttaart, misschien? De wind steekt serieus op, waardoor we op sommige stukken tussen de velden moeten beuken om niet van het padje te gaan. Mijn voeten doen steeds meer pijn, het voelt nog altijd als scheurend vel bij elke stap, en ik merk dat ik mijn rechterbeen volledig scheef zet waardoor de spieren rond mijn knie ook steeds meer afzien. Ik heb een verleden aan mijn rechterkant dat me al ongelooflijk veel beurten bij de kinesist heeft opgeleverd, dus ik voel de bui hangen. Tegelijk wil ik nog niet stoppen, we zijn nu al zover. We besluiten om niet zomaar op te geven en aan de volgende stop een halfuur te rusten voor we ook maar iets beslissen.

Rond ons zien we veel mensen die het enorm zwaar hebben. We denken constant dat we er bijna zijn, om dan een hoek om te draaien en te zien dat we er nog lang niet zijn. Het is manken en schuifelen. Het is afzien en elkaar oppeppen. Vriendin J. heeft ondertussen ook pijn bij elke stap, wat later een spierscheuring blijkt te zijn. We zijn een zootje ongeregeld, en we verliezen steeds meer tempo.

10:54: En dan plenst er een ijskoude douche op ons hoofd. Op een minuut tijd ben ik nat tot op mijn onderbroek, het gaat zo snel dat we de tijd niet hebben om onze poncho’s uit onze rugzak te halen. We zitten op achthonderd meter van de stop in Buggenhout, maar dat blijken de langste achthonderd meter in de volledige kosmos te zijn. We gaan zo traag vooruit dat het water van onze rug gutst tot we ons in de sporthal tussen even gutsende en rillende wandelaars kunnen placeren.

We zoeken een plekje om even te gaan zitten, en ik voel alle moed in mijn doorweekte schoenen zakken. Alles doet zoveel pijn. Ik ben zo moe en ik heb het ijskoud. Vriendin J. staat recht, en krijgt de zoveelste pijnscheut in haar been. Er is maar één vraag die telt: gaan we verder? Kunnen we nog tot aan de volgende stop, op vijf kilometer? Bij het rechtstaan blijkt dat we allebei schuifelen als tachtigers. Ondertussen ben ik al twintig kilometer aan het stappen op blaren die zich om de zoveel tijd lijken te vermenigvuldigen. Ik doe mijn kousen uit en zie een nieuw slagveld, mijn voeten zijn ook nat, want ja, ik heb mijn waterdichte schoenen ingewisseld voor niet-waterdichte. Slim Deriemaeker slim, je geld inzetten op een voorspelling van Frank Deboosere. #sorryfrank #stillloveyou

We zetten ons buiten. Ik raak amper nog recht om aan het toilet te geraken, waar al het toiletpapier ludiek op is. Ik ga door mijn knie, en dat is niet oké. Ik bel naar Youri, en hij hoort onmiddellijk dat verder aanmoedigen niet aan de orde is wil hij geen week alleen slapen.

Of hij moet komen naar waar we zijn. Ik denk van wel, net als vriendin J. Ik raap mijn rugzak met buisje en waterzak en het laatste restje van mijn ego op, en strompel naar de parking waar hij ons wat later uit ons lijden verlost. Ik kan niet eens zelf mijn bagage gaan ophalen in Bornem omdat de zevenhonderd meter van de parking naar de tent simpelweg niet binnen mijn mogelijkheden liggen.

Vijf kilometer extra zou misschien nog net zijn gegaan (al hadden we daar vast bijna twee uur over gedaan), maar ik ben bang dat ik mijn knie dan finaal over de reling duw, en achteraf bij de dokter blijkt dat vriendin J. ook op het goede moment is gestopt.

62,1 km. Dat is het verdict.

Al bij al gigantisch ver. Verder dan ik gehoopt had. Maar als je bezig bent, dan wil je verder, zo heb ik geleerd. Buggenhout was voor mij jaren de meest gemiddelde gemeente van het land. Nu is het de plek die mij heeft genekt, en dat is oké. Ik vond het een geweldige belevenis, ik heb genoten van de voorbereidingen en de tocht zelf. Van de ambiance, de samenhorigheid, alles erop en eraan. Zelfs van het feit dat het twee dagen heeft geduurd voor de trap thuis niet meer te hoog was gegrepen, en gisterenavond bleek dat een avondwandelingetje in Bellewaerde zowat mijn slechtste idee van de hele zomer was. Mijn knie kon er niet mee lachen.

Aan herkansen denk ik evenwel niet.
Mensen zeggen dat dat nog zal veranderen, maar ik denk van niet.
Ik heb grenzen verlegd, veel over mezelf geleerd, iets meegemaakt dat ik al lang wilde meemaken.
Startnummer 320 zal voor altijd deel uitmaken van mijn herinneringen aan de zomer van 2019.

Mijn respect voor alle deelnemers is gigantisch.
En ik heb weer een puntje van mijn #19voor2019 kunnen afvinken.

Merci voor de vele aanmoedigingen, berichtjes, schouderklopjes.
Het was goed zoals het was.
Het was de max.
Wreed content van mijn buisje, ook.

#zwedemarken 2019: Legoland in Billund, Denemarken

Pretparken, ik ben er niet zo’n amateur van. Mensen lijken soms te vermoeden van wel, waarschijnlijk omdat ik er al wel wat heb bezocht. Veel heeft te maken met verliefd worden op een man die gefascineerd is door de figuur van Walt Disney. Gelukkig het soort fascinatie dat zich beperkt tot boeken en documentaires en zijn zoon Walt als tweede naam geven. Geen Disney-pyjama’s en verzamelingen te bespeuren in de crib, vooralsnog. Als hij zich er toch ooit aan zou wagen (wat ik betwijfel) moet ik gewoon om de vijf minuten Eurodisney zeggen als ik het over Disneyland Parijs heb, en ik weet dat hij van miserie gaat plooien. Zo mee op zijn paard te krijgen, die mens, het is aandoenlijk.

Als ik al een pretpark bezoek, dan dus liefst op dagen met zo weinig mogelijk volk.  Hoe ouder ik word, hoe minder ik met drukte kan of wil omgaan, merk ik. En dan heb je dus plots kinderen waarmee je alleen op reis kunt in het hoogseizoen. 

Bliss. 

Legoland was Youri zijn kinderdroom, ik heb even veel met Legoblokken als met distributieriemen.

Tot ik de Netflix-documentaire over Lego House zag, dus. Dat zag er toch wel erg cool uit. Zo cool dat ik er ook een dag Legoland voor over had. 

Vanuit de luchthaven van Kopenhagen is het een uur of drie en half rijden naar Billund, waar de LEGO-steen geboren werd. Het plan: de eerste dag Legoland, de tweede Lego House, met een nachtje op hotel ertussenin. 

Na Lego House doorrijden naar ons huisje in Zweden. 

Zo geschiedde. 

Dingen die me opvielen aan Legoland: 

• dat het -in tegenstelling tot mastodonten van parken als Disneyland- bescheiden naast de weg ligt, met een parking aan de overkant van de straat, en dan direct de inkom. Ik vond dat verfrissend. En sympathiek.
• dat je er heel de dag door gratis drinkwater kon tanken aan kraantjes doorheen het park. Het was zeer heet, dat was zo aangenaam. 
• dat het er zo fijn rondlopen was. Duploland was één en al nostalgie, alles van Legosteentjes was indrukwekkend en tof, er waren heel wat leuke attracties, de wachttijden vielen al bij al wel mee, en onze eerste dag werd er zo eentje om in te kaderen. Rondlopen in een pretpark is zelden een cadeau voor mij, maar ik heb mijn ogen heel de dag de kost gegeven en oprecht genoten.

Ik lees dat sommige mensen het vinden tegenvallen wegens verouderd en weinig zotte attracties, maar dat gevoel had ik niet. Het is maar wat je verwachtingen zijn, natuurlijk. Die van mij lagen niet torenhoog, wat altijd een goede strategie is. En ja, het helpt als het heel de dag zon is en bijna dertig graden.

Ons hotel lag op een boogscheut van het park, knal aan de luchthaven van Billund. Ideaal dus om ’s avonds en aan het ontbijt nog vliegtuigen te gaan spotten. 

Kleine teaser: Lego House was te indrukwekkend om in een post te worden gecombineerd met Legoland. Dat krijgt binnenkort zijn eigen post.