Category Archives: personal

lilith en de Rorschachtest

Ooit was ik geen blogger, en ook geen journalist, en ook geen podcast host.
En toen wel.
Het ging soms zo snel dat ik er niet zo stil bij stond.
Maar het was achteraf bekeken wel wat.

De afgelopen maanden heb ik vaak nagedacht over perceptie.
Over relaties tussen mensen.
Hoe die soms in twee richtingen gaan, maar ook soms in één.

Niet op een schaal van Willy Sommers of Koen Wauters, als ik het dan over mezelf mag hebben.
Kleiner.
Maar wel groter dan ik in overweging nam, toen ik lang geleden begon.

Dat was en is soms verwarrend.

Mensen die mij horen en lezen, plakken woorden op hoe ze mij zien.
Tegen elkaar.
Soms komt het bij mij van horen zeggen.

Soms hoor ik het ze zeggen tegen mij.
Tussen de droge voeding in de Delhaize.
Op een perron.
Op straat milder dan via mail of privéberichten, waarbij mensen soms rechtstreeks in de aanval durven gaan.

Maar de meeste mensen zijn heel vriendelijk, zeg ik dan altijd.
Nadat ik soms van mijn melk was.
Soms zijn ze lyrisch, dat moet dan maar de rest compenseren.

Soms zijn mensen ook vooral geschrokken, dat ik daar plots sta, die van het internet. Met een andere stem of lichaamslengte dan verwacht.
Dan schrik ik een beetje met hen mee, en met wat op die momenten uit hun mond komt.

Je zou denken dat lyrisch per definitie leuker is dan minder positief.
Maar ik weet het niet eens echt zeker.

Het is zoals met een Rorschachtest, besef ik nu.
Als iemand “jij bent zo” doet volgen op iets dat mij in een woord schetst, dan zegt dat vaak meer over de gever dan over de ontvanger.

Authentiek.
Eerlijk.
Echt.
Oprecht.
Wijs.
Grappig.
Fascinerend.

Goed bedoeld.
Meestal met liefde gegeven.

Maar het is zoals met al die mails van reclamebureaus die ik in de loop der jaren kreeg, die begonnen met “beste mamablogger”. Ik denk dan vooral: ben ik een mamablogger? Volgens wie dan?

De ene ziet een vlek in een Rorschachtest, de andere twee kussende herten. De oorlogsveteraan ziet de ingewanden van zijn dode vriend, iemand anders een vagina.

Op goede dagen klopt het beeld enigszins met wat ik over mezelf denk.
Net zo vaak ook niet.
Zoals zand tussen de rand van je badpak en je lies, gaat dat dan soms schuren. Zoals een korrel tussen je tanden waar je te lang op knarst. Dan zeg je dat je er beter niet te veel aandacht aan geeft. Maar knarsen doet het toch.

Als ze in Familieraad aan honderd Vlamingen zouden gevraagd hebben om te zeggen hoe ik ben, dan zou daar echt van alles uitkomen, besef ik steeds beter. Dat helpt wat tegen het schuren.

Tof.
Neurotisch.
Hautain.
Boeiend.
Dwaas.
Rigide.
Sympathiek.
Hoogmoedig.
Lief.
Geschift.
Onsamenhangend.

Tegenstrijdig.
Volgens mij in de top drie, die laatste.

En alles zou even hard waar zijn als niet waar.

Wat je uit alles dat ik ben pikt en hoe je mij of iemand anders definieert, is niet zo toevallig als je misschien denkt.

Zoals als je zwanger bent, en je alleen maar zwangeren ziet.
Zoals naar The Crown kijken, en jezelf weerspiegeld zien in een personage dat wie meekijkt niet eens opvalt.

Wat ik doe schuren of oplichten bij een ander, daar heb ik belachelijk weinig over in de pap te brokken. Wat voor jou een scherpe rand is, is voor de ander immers een glad stukje dat niet of amper kwetst.

En of jij dat ook vindt, daar heb ik dan weer niet veel over te zeggen.

Je doet er – zoals altijd- mee wat jij wilt.

Net als die andere 99 Vlamingen aan wie ze het gevraagd hebben.
En zo moet het zijn.

Over de pedalen stilhouden

Ik blog zelden vanuit de loopgraven, wel als ik happend naar adem en met slijk tot achter mijn oren aan het bekomen ben nadat ik er weer uit ben geklommen.

Ik schrijf over hoe zwaar een huilbaby is als de baby al een paar maanden is gestopt met huilen. Ik vertel over de worsteling met verslaving als ik me geen vogel voor de kat meer voel.

Er moet een korstje op de wonde van de ervaring zitten voor ik me aan het verslag zet. Zodat ik door de stap terug ook het cadeaupapier zie waarin de splinterbom verpakt zat. De vraag is of dat moet. Het is die vraag die zorgt voor stilte, denk ik.

Mijn idool Brooke Castillo, bless her heart, velt in haar podcast weinig oordelen. Iets is zelden of nooit stom of cool of dwaas of bekakt, alles is hooguit fascinating.

Het is het minste dat een mens over 2020 kan zeggen: dat het fascinerend is.

De stroom versnelde dit jaar haast ongemerkt, en pakte me in snelheid.
Wat al een tijd zacht kabbelde ging op een kwestie van een paar dagen kolken. Losse inzichten klonken samen, mijn hoofd ontplofte.

Lockdown 1 was: val eens stil, jong.

Lockdown 2 was: volgens mij heb je het nog niet helemaal gesnapt. Opnieuw dan. Pedalen helemaal stil nu. Tututut! Stil.

Ik heb me verzet, maar geloof dat ik het alsnog snap.
Dat het meest achterlijke dat ik nu kan doen weer als een zot beginnen trappen is.

Dat “geen idee” ook een volledig antwoord is.
Dat juist dan zwijgen misschien een illusie wekt die ik niet gaande wil houden.

Ik heb even geen idee.
En bar weinig antwoorden.
Ik denk wel dat ik er kom, maar nu nog niet.

Er is tijd nodig, en boterhammen met gezouten boter en een dikke laag geduld.

Ik weet het niet, en als gij het ook niet weet, dan zijn we toch al zeker met twee. (maar volgens mij en een schatting van de politie zijn we met veel meer)

P.S.: Ik hoor en voel dat heel wat onder jullie het lastig hebben, en dus deel ik toch een onsamenhangende flarde vanuit mijn persoonlijke loopgraven. Dat ik het ook lang niet weet.

Dat ik soms vind dat ik het goed doe, en mezelf verbaas, om daarna niet te kunnen geloven dat ik het drijfzand met al mijn drijfzand-ervaring toch verkeerd had ingeschat.

En dat is oké.

Ik blijf leren.
Het blijft boeiend.
En even goed frustrerend.

En als we allemaal wat vaker tonen dat het leven niet elke week een ponykamp is, dan voelen we ons misschien wat minder alleen op onze velo/pony.

Vertel eens: hoe is het met jou?

lilith en de chance van leven

“Amme de chance en van leven”.

Het is een zin die ik doorheen mijn jeugd vaak heb gehoord, al leverde graven in mijn geheugen niet meteen een honderd procent zeker antwoord op op de vraag wie hem vooral uitsprak. Mijn mama? Haar ouders? Wij allemaal op gepaste en ongepaste tijdstippen?

Het is West-Vlaams voor als we het geluk hebben om dan nog in leven te zijn. Het is een haast bezwerende zin die werd uitgesproken als de spreker iets zei over een evenement in de toekomst. We gaan dat of dat doen, amme de chance en van leven. Waarop dan deemoedig werd geknikt. Ja, natuurlijk, alleen dan.

Een vorm van hopen en magisch denken door mekaar.
Het uitspreken leek de kans toch een beetje te vergroten, en dat was voldoende.

Gisteren stapte ik voor de zoveelste keer door de herfst.
Die knalt zoals ik het nooit eerder heb gezien.
Omdat ik niet keek, denk ik.
Maar misschien is er meer aan de hand.

Dit jaar heb ik de lente zomer zien worden en dan weer herfst, en hell, wat deden die seizoenen dat goed en met overgave. Als om te compenseren voor alle dood en verderf: hier, we geven u nog wat extra vliegenzwammen, regenbogen, ontroerende zonsopgangen. We weten het, er is veel kak, en ge zit al een tijd veel in uw kot, maar wij, de seizoenen, wij doen dit jaar een extra effort. Gratis en voor niks. Om het op zijn Aalsters te zeggen: weir doeng voesj.

“Hoe gaan wij hierdoor komen?”, lees ik op Instagram.
Hoe lang nog hoe veel hoe erg hoe zwaar hoe lang hoe lang?

Niemand weet het, maar ik weet dat we nu de chance van leven hebben.
Dat doorspoelen niet nodig is.
Dat we het niet voor moeten proberen te zijn.
Dat er veel te zien valt als we willen kijken.
Nu, op dit exacte moment.

En volgens mij is dat ook hoe we erdoor gaan geraken.
Door het te zien.
Door het te pakken.
Door de chance te hebben van leven.
Door te beseffen dat niet iedereen die heeft.
Dat dat de grootste chance van al is.
Door dat niet te vergeten.

Ondertussen hoop ik dat het goed met jullie gaat.
Ik maakte een podcast over angsten, die veel losmaakte.
Ik kan niet alle mails en reacties persoonlijk beantwoorden, maar merci aan wie iets schreef, en weet dat hij hier te beluisteren valt voor wie dat graag wil.

2 jaar nieuwe crib: over gietvloerstress en scheiding door haarkleursel

Ik had het beloofd ter ere van ons tweejaarlijks woonjubileum: een reviewtje over ons nieuwbouwhuis en hier wonen van iemand die eigenlijk niet graag spreekt of schrijft over (ver)bouwen.

Daar moet vast iets dieps en essentieels achter zitten, maar ik hou het bij: ik ben de vrouw die op vragen van buurtbewoners over de inhoud van regenputten en het gebruik van materialen moet antwoorden dat ze het eens aan haar man zal moeten vragen. Niet dat ik niet heb meebeslist over de crib, wel integendeel.

De crib is helemaal mijn goesting, maar dat komt vooral doordat ik goed ben in Pinterestborden aanleggen en Youri goed is in die borden vertalen naar aannemerstaal.

Het is puur kwestie van ongeletterdheid van mijn kant en een gebrek aan interesse om nog een nieuwe taal te leren. Hou daar dus rekening mee als je deze blogpost leest.

Toen we de nieuwe crib aan het uittekenen waren in ons hoofd hebben we ons eigenlijk nooit afgevraagd of het ook een leuk huis zou zijn om je in te verschansen tijdens een pandemie. Maar wat blijkt? Dat is het. Het is een prachtig huis in een prachtige omgeving met de beste zonsondergangen. (straks nog veel meer over dat gekke bankje)

Ik had nooit gedacht dat ik een huis zou (kunnen) bouwen, nooit van mijn leven, zelfs, en op de meeste dagen is er nog minstens een moment dat ik het amper kan geloven. Dus ja, ik besef hoeveel chance ik heb. Geloof me, ik besef het bijzonder hard. Ik vind er niks, maar dan ook niks, vanzelfsprekend aan.

Als we het ooit weer willen verkopen, dan zie ik het pandemiegegeven wel als een goed argument.

Al mag ik daar nu niet aan denken, aan het weer verkopen, want we wonen hier nu twee jaar, en dus zeer zeer graag. Het is ruim, het is licht, en het voelt ook licht. Het ligt in een heerlijke omgeving, op wandelafstand van de Grote Markt van Ieper. Het is niet minder dan een droom.

Mijn schoonouders hebben ons altijd gewaarschuwd dat je niet alles goed kunt doen in een nieuw huis, en dat de kans groot is dat je pas als je er woont ontdekt dat je een kapitale fout hebt gemaakt, zoals zij ooit deden. Hun living had aan de achterkant moeten zitten, in plaats van aan een zeer drukke straat. De architect had daar niet bij stilgestaan, en zij ook niet, en dat hebben ze zich eigenlijk heel snel beklaagd.

Ik dacht dat wij ook zo’n dingen zouden tegenkomen.

Er waren uiteindelijk wel de nodige akkefietjes, zoals het bad dat weer open moest omdat er een buis lekte door het plafond. Of de kraan aan onze buitenmuur die kapot was, waardoor er nu een gat in ons prachtige plakwerk in de living zit. Maar al bij al: weinig dat ik nu, na twee jaar, anders zou doen.

We hebben wel wat dingen moeten aanpassen wat betreft binnentemperatuur en akoestiek, en ja, het ware vaneigens leuk geweest als iemand ons daarin op voorhand had geadviseerd. Maar je kunt het niet allemaal hebben, dus blij dat we wat dingen konden rechttrekken, ondertussen.

Hieronder een lijstje van dingen die ik opnieuw zou doen.

Dingen die ik opnieuw zou doen:

  • Verhuizen met Kodibox en de verhuiscoach.

    Ik hoor nog regelmatig dat niemand ooit zo vlot en pijnloos wist te verhuizen als wij, en het is een verhaal dat ik graag bevestig. Dat had te maken met Ilse, onze verhuiscoach, die mij een waterdicht plan gaf dat ik helemaal heb gevolgd. Met ons verhuisteam, dat ons vlotjes hielp en waar ik eeuwig dankbaar voor ben. En het heeft ook te maken met Kodibox, het bedrijf waarbij je plastieken klapboxen kunt huren voor een paar dagen zodat je niet moet sukkelen met kartonnen dozen. Die boxen hadden een paar enorme voordelen. Heel handig tot boven te vullen, stevig en perfect stapelbaar in een camion, waardoor wij heel ons huis verhuisden in twee ritten met een verhuiswagen. Handig te labelen per ruimte, dus direct goed te stapelen in die ruimte. En ze komen ze al de week van je verhuis weer halen, wat ervoor zorgde dat ik drie dagen na onze verhuis volledig uitgepakt was. Wat een verademing, nadat er na onze vorige verhuis nog vier jaar ongeopende dozen op zolder bleven staan.
  • Heel veel wegdoen voor de verhuis.

    We gingen van een charmant herenhuis naar een strakke nieuwbouw, en het plan was om dat zo licht en clean mogelijk te houden. Dat kon niet met de overdaad aan dingen die wij in de loop der jaren hadden verzameld, en dus reden wij hele weekends over en weer naar de kringloop en het containerpark. Elke rit voelden we ons lichter worden in ons hoofd, en ook nu dwingt dit minimalistische huis ons om goed na te blijven denken over wat we binnenbrengen. Om het met de woorden van Olga uit The Sky is the Limit te zeggen: I love it.
  • mijn goesting.

    Zelden meer ongevraagd advies gekregen in mijn leven als toen we aan het bouwen waren, of het moet zijn toen ik mijn eerste kind kreeg. Zoveel zinnen die begonnen met “Ge gaat dat toch zekers niet doen?”, ook. Youri en ik hebben heel snel beslist dat we ons liever dingen wilden beklagen omdat we zelf koppig ons eigen gedacht hadden gedaan, dan omdat we naar iemand geluisterd hadden die een andere goesting had dan wij. Beste beslissing ooit, zo blijkt nu. Anders hadden we nu een vloer gehad in natuursteen en een muurtje in onze living. Waren die grote ramen achteraan niet tot aan de grond en ook veel minder groot. Of hadden we wel een dressing en een tweede toilet. Om maar iets te zeggen.
  • Wat dat tweede toilet betreft.

    Nog altijd op geen enkel moment gedacht dat we dat nodig hebben. Net als die dressing. Zot verklaard zijn we, vooral over dat toilet want wij zijn toch een gezin met vier mensen? Ik weet niet wat er is met andere mensen hun spijsvertering, maar het kan niet goed zijn. Dat lukt hier elke dag perfect. Net als bij al die mensen die het tot de jaren tachtig en negentig ook zo deden, vermoed ik.

(het begon ooit zoals hieronder, om het misschien wat beter te snappen, en lees vooral verder)

  • het verzonken tuinhuis en wat langer nadenken.

    We mochten een tuinhuis zetten in onze tuin, volgens de voorschriften wel net in een hoek waar zo’n kot ons fenomenaal uitzicht volledig zou verknallen. Na lang nadenken werd het een verzonken tuinhuis dat afloopt naar beneden achteraan, met een paadje. Daar staan dus vuilnisbakken en fietsen in. Lijkt op een bank, is dus een verzonken tuinhuis.

    Zoals Olga uit The Sky is the Limit zou zeggen: I love it. Bedacht door Youri, al heel veel mensen die er ook zo een willen, en heerlijk om op te zitten. Het resultaat van wat langer doorsjieken op een probleem kan soms zoveel beter zijn dan denken: oké, dan geen mooi uitzicht meer, zo blijkt. Wij hadden wel de chance dat er een gracht achter onze tuin zit.
  • Vloerverwarming.

    Dat moest hier, maar het is ook zo zalig. Net als het feit dat onze vloer in de zomer koelt. In combinatie met het volgende punt is dat wel heel fijn, in een huis met grote ramen.
  • Een schaduwdoek kopen.

    De eerste zomer dat we hier woonden besefte ik al na een week dat we met een probleem zaten wat oplopende temperatuur betreft als het 30 graden wordt. De zon zit van ‘s ochtends op onze ramen achteraan, en draait maar rond de middag. Om te stikken. Niet fijn. Ondertussen hangt er een schaduwdoek van Umbrosa van bij Drafab Green in Poperinge, en dat scheelt enorm. Er vallen geen stralen meer op, en dat is genoeg om het binnen aangenaam te houden en voor schaduw te zorgen in de tuin. Maar één nadeel: als het stormachtig is, dan moeten we hem naar beneden halen omdat het bij wind van meer dan 70 kilometer per uur niet helemaal veilig is. Maar het is wel een systeem waarmee dat makkelijk en snel kan. Content van en no spon, juist enthousiast.
  • De akoestiek aanpakken.

    Nog zoiets dat iemand ons wel even had mogen melden. Madamtje, echt tof wi, die gietvloer en die open ruimte en die grote ramen, maar je weet toch dat dat gaat klinken alsof er constant vier mensen door elkaar tegen je aan het roepen zijn als je kindjes thuis zijn en je een radio wilt aanleggen?

    En dat feestjes met meer dan vier man om van te janken gaan zijn voor iemand met gevoelige oortjes als jij? Dat dat zo erg gaat zijn dat je je gaat beginnen ontzien om mensen uit te nodigen? Allez ja, dat is misschien wel interessant om weten.

    Natuurlijk niet gebeurd, dat iemand me dat op voorhand zei. Al de rest wel. Gelukkig vonden we een hele goede oplossing. We lieten een witte akoestische wand installeren door de mensen van Incatro, nu Coust Acoustics. Die kwamen met een geweer met geluid schieten in onze living en dachten mee na hoe we dat hier zo onzichtbaar mogelijk konden oplossen.

    Toen de muur er stond en de mannen zeiden: luister eens.

    Beste moment. Ik kon bijna janken. Het verschil is zot. Ik had geen idee hoe belangrijk geluid voor mij is. Nu kan ik mensen uitnodigen (allez, kon, bedankt wi, ‘t Corona) en de radio aanleggen en kletteren met messen en vorken en het doet allemaal geen pijn meer. Niet goedkoop, maar wij hadden geen andere keuze en we zijn zo geholpen. No spon, wel enthousiast. (of je dat kan zien, zo’n wand. Op de foto hierboven zie je hem achter Youri. Net als op foto drie in deze post. Ik laat het aan u)

    In elk geval: ondertussen kun je er hier eens een langere tafel induwen voor een feestje zonder oorpijn.
  • Erin meegaan op het moment dat Youri het grootste kookeiland aanwijst in de keukenwinkel.

    “Dat is echt wel heel groot in een echt huis”, zei de verkoper van Kvik. “Maar ook echt wel heel cool als je de ruimte hebt”. Wij hadden de ruimte, en wij deden eens zot. Beste beslissing ooit. Ons kookeiland is massive, maar in ons huis werkt het. We verschieten er alleen nog van als we terugkomen van vakantie. OWLY, WAT EEN KOOKEILAND. WAT EEN HEERLIJK KOOKEILAND. De keuken is van Kvik, de Mano. Zaligste keuken ooit. Zoveel kasten, zoveel liefde.

Dingen die ik niet opnieuw zou doen:

  • mijn haarkleurshampoo afspoelen in de douche. Wij hebben overal gietvloer en in de badkamer is die doorgetrokken naar de douchewand. Ik kleur mijn haar zelf, en een keer had ik het kleursel ‘s avonds afgespoeld in de douche, in een nogal donkere badkamer. Daardoor had ik niet gezien dat het voor Youri moet geleken hebben alsof er iemand was vermoord in de douche. De shock was zo groot dat hij me ervoor uit bed is komen lichten, want die douche zou helemaal opnieuw moeten gedaan worden door de man van de gietvloer, en als er hier ooit een scheiding in de lucht heeft gehangen, dan was het wel die avond. Maar het kwam goed met heel veel dissolvant en geduld. Ik ben nu veel voorzichtiger en we zijn nog altijd getrouwd, einde.

De vraag van 1 miljoen: wat met de witte gietvloer?

De witte gietvloer was de meest controversiële keuze van allemaal. We hebben er het langste over getwijfeld ook. Wordt het een gietvloer, en wordt het een witte? Doen we het over het hele huis of niet? Toch eerder grijs? Wat met het vuil? (Voor de liefhebbers: het is een gietvloer van polyurethaanhars in het witste wit, gegoten door Superfloor, would recommend, no spon)

Na twee jaar gietvloeravontuur kan ik zeggen dat het een proces van loslaten is geweest. De eerste weken was ik on edge. Mijn gietvloerzenuwen lagen bij momenten bloot op mijn vel in plaats van eronder.

Veel had te maken met het feit dat er op de eerste dag dat we hier woonden een tafeltje werd omgestampt en er een enorme kras in de gietvloer zat die er nog altijd niet uit is. Dat legde een knop aan in mijn hoofd die ervoor zorgde dat ik vaker dan me lief was tegen de kindjes zei dat ze moesten opletten voor de gietvloer.

Dat was niet de bedoeling en ook niet zo leuk, besef ik nu, maar de weken erna kwam ik tot de vaststelling dat een gietvloer echt wel behoorlijk fragiel is. Ik zag er ijzeren auto’s op vallen en putten maken. Ik zag zwarte zolen die strepen nalieten die er gelukkig weer uitgingen met wondergom. Maar stift ging niet uit. Uitgelopen flesjes van een of andere speelgoedlabokit in de slaapkamers ook niet. Toen het douchedébacle en nog wel een paar krassen, en ik zou misschien wel eens durven geroepen hebben dat IK NOOIT NOG EEN WITTE GIETVLOER ZOU NEMEN.

Maar dat is niet waar.
Ik zou het opnieuw doen.

Ondanks het feit dat je er echt wel wat vuil op ziet liggen (wat ervoor zorgt dat wij gewoon wat meer moeten stofzuigen, en ook zonder poetsvrouw een doorgaans behoorlijk proper huis hebben- maar ook lang niet altijd).

Ondanks de keren dat ik zot word omdat er een kind dat net ingesmeerd is met zonnecrème beslist om op handen en knieën over de gietvloer te kruipen en zo een spoor van olie over de vloer te trekken als een slak die van niet beter weet. Ondanks het gegeven van oliespetters op de keukenvloer die door middel van schoenen en kousen door heel de woonkamer worden getransporteerd.

Maar geen vloer zo mooi als de witte gietvloer, dat vind ik nog steeds.

Een witte gietvloer is not for the faint of heart, peoples, en ik ben wel zo iemand.

Maar hoe zeggen ze dat, dat kinderen je leren om dingen los te laten?
Dat doen witte gietvloeren dus ook.

En met de jaren ga ik ze toch steeds liever zien, en mijn witte gietvloer ook.
Ondanks alles.

Zijn dat uiteindelijk niet de schoonste liefdes van allemaal?

Lilith en de vrouwtjes

“Je moet het niet persoonlijk nemen, zij is een vrouwenhaatster”, zei de man die tegenover me in een dampende kom bouillon stond te roeren.
“Hij heeft gelijk”, zei de vrouwenhaatster waarvan sprake tot mijn verbazing.
“Ik doe het niet goed met andere vrouwen”.

Ik stond in een leslokaal van de avondschool, en voor mij brachten twee andere cursisten onder woorden waarom ik al enige vijandigheid had gevoeld sinds les 1, minuut 6.

Ik dacht dat het aan mij lag, aan mijn persoonlijkheid of de manier waarop ik mijn jas had weggehangen, maar het lag dus eerder aan mijn geslachtsorganen. Die deur was dicht, en ging de volgende negen lessen nooit meer open.

Het gekke was dat ik op het moment zelf een mix voelde van wtf en herkenbaarheid. Ik ben zelf nooit een vrouwenhaatster geweest, hoogstens een vrouwenvermijdster. Maar wel lang.

Tot mijn vijfentwintigste had ik vooral vrienden, en altijd één beste vriendin. Zeker niet meer. Dat zou te gek geweest zijn. Achteraf gezien was het vooral jammer.

Ik heb veel gemist, door altijd maar one of the guys te willen zijn omdat ik het zaakje van vrouwenvriendschappen niet vertrouwde. Ik vond het veiliger, vriendschappen met jongens. Ook soms frustrerender, maar minder onderhevig aan drama, dacht ik lang.

Omdat ik geen zin had in de slangenkuil, de krabbenmand, wat het in mijn hoofd ook was, hield ik door de jaren heen heel wat boten af.

Ondertussen weet ik beter.
Ondertussen zijn er vriendinnen, en best wat.

Ze maken mijn leven rijker, mooier, leuker, veel minder lastig dan ik ooit kon vermoeden.

Met een ervan maakte ik er een podcast over, die gisteren live ging.

Die kan je hier beluisteren: “Waarom vrouwen krabben en bijten”.

Zeker doen, en laat eens weten of je er iets aan had.

(en schrijf je ondertussen ook in voor onze zalige nieuwsbrief, dan kun je zoals je hier leest een heerlijk pakketje winnen. Even onderaan de pagina je mailadres ingeven en klaar)

17 dingen die mijn relatie van 17 jaar me leerde over relaties

Op 20 juli 2003, morgen exact zeventien jaar geleden, begon ik aan het tweede en leukste deel van mijn leven. Sinds die dag behoor ik tot team Youri en Kelly, en hoewel het niet altijd evident was -en is- om de wagentjes van twee introverten die allebei hun ruimte nodig hebben aan elkaar te koppelen, vind ik nog altijd dat het het beste is dat me kon overkomen.

Een lijstje maken met zeventien dingen die ik heb geleerd, doet het misschien lijken alsof ik weet waarover ik het heb als het gaat over romantische relaties. Vergis u niet.

Alle zeventien punten die hieronder staan zijn dingen die ik eerder aan mijn man zou toeschrijven dan aan mezelf. En die ik zou aanraden aan mezelf als ik moest herbeginnen. Eerder dan dat ik jullie de les wil spellen, ik heb immers bar weinig zakens met uw relatie.

Zoals bij de meeste dingen in dit leven doe ik maar wat, en pas ik aan waar nodig. Of blijf ik honderden keren dezelfde fouten maken, en neem ik me voor om de volgende keer zeker aan te passen.

Ben ik dankbaar dat ik samen ben met iemand die de gratie heeft om mijn shitloads aan fouten door de vingers te zien in de naam der liefde.



Het begint al bij de chance hebben om iemand tegen te komen die meer bezig is met de dingen die ertoe doen dan de dingen die er niet toe doen. Dat zou mijn eerste tip zijn, zo iemand tegenkomen, maar ik besef dat ik daar gewoon een geweldig lotje heb getrokken, op dat internetforum van JIM tv.

1_ Hou geen punten bij

Gek om mee te beginnen in een blogpost die begint met een cijfer, maar ik zet het vooraan omdat ik zo vaak zie dat het misgaat bij koppels die wel punten bijhouden. Als hij drie keer uitgaat met zijn vrienden, dan betekent dat dat hij drie avonden bij mij in het krijt staat. Als ik iets koop voor zijn verjaardag, dan verwacht ik niet alleen een cadeau voor mijn verjaardag, maar minstens iets van dezelfde waarde. Als we iets doen met zijn familie, dan moet hij ook iets doen met mijn familie.

Zo vermoeiend. Zo onnodig. Wij tellen nooit. Niet over geld, niet over tijd. Niet over de kinderen in bad steken of koken. Er is geen scorebord. We doen allebei ons best en laten steken vallen.

Als dat te vaak gebeurt, dan moet er hier eens gepraat worden.
Voor de rest is het kwestie van elkaar dingen gunnen en niet te veel denken in recht hebben op.


2_ Focus op de essentie.

Ik heb het geluk dat ik getrouwd ben met een essentialist pur sang. Youri is amper bezig met uiterlijkheden, waardoor het verbazingwekkend is dat wij tot twee keer toe in een huwelijksboot stapten. Een keer ver weg van zo goed als alles en iedereen in Las Vegas, en een keer halvelings in den duik in Ieper. Ik weet dat Youri zou sterven als we voor echt waren getrouwd met een groot feest en een hele dag in de belangstelling moeten staan. Het zegt mij ook weinig. En dus deden we het op onze manier. Nog geen seconde beklaagd. En om het met de woorden van een van mijn idolen, Seth Godin, te zeggen: “a marriage is always more important than a wedding“.


3_ Spreek af op restaurant.

In de jaren waarin de kinderen klein zijn, en de dagelijkse shizzle veel vergt, zou je als koppel haast vergeten dat een relatie nood heeft aan momenten met twee. Wij waren dat een tijd vergeten, maar na een paar jaar ging er een lamp branden op ons dashboard: als we daar niks aan doen, dan blijft dat hier misschien wel niet duren. Dus hebben wij elkaar weer in onze systemen gestoken, door om de zoveel tijd een dag congé in te plannen tijdens de schooluren, zelfs in periodes op het werk waarin dat het laatste is waar er tijd voor lijkt. Ik vind het leuk om af te spreken op restaurant als we allebei van ergens anders komen. Het doet me denken aan die jongen van vooraan in de twintig die op me zat te wachten op een bank op het perron van het station van Kortrijk toen we nog in de fase geen koppel, maar wel potentieel zaten. En mijn hart maakt nog altijd een sprongetje als ik hem zie afkomen, en dat is een goed teken.

4_ Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen geluk

Youri is er niet om mij gelukkig te maken, en ik ben niet verantwoordelijk voor zijn geluk. Het moment waarop ik dat niet alleen besefte, maar ook begon te voelen en aanvaarden, veranderde er voor mij van alles. En toen zaten we al een stuk over de tien jaar in onze relatie. Ik was vroeger vaak teleurgesteld omdat ik allerhande torenhoge verwachtingen had waarin Youri van alles moest doen omdat ik vond dat het zijn job was, mij gelukkig maken. Poor guy, al chance dat hij tegen een duw en een high maintenance vrouwe kan. Ik heb ondertussen geleerd dat niemand mij gelukkig kan maken behalve ikzelf, en dat dat bij Youri net zo is. Dat het aan ons is om uit te vogelen wat ons gelukkig maakt als individu, en er dan samen iets tofs van te maken.

5_ Vul aan waar nodig

Als ik van Youri verwacht dat hij al mijn noden in dit leven invult, dan is die mens er wel mee. Ook dat heb ik een periode onbewust gedaan. Ik wilde dat mijn lief mij én deed lachen, én naar me luisterde als het ging over mijn emoties, én met mijn moppen kon lachen, én diegene was waarmee ik over al mijn rare interesses kon praten, én op reis kon gaan, én én én. Dat is niet fair en ook nog eens compleet onrealistisch. Sommige van mijn behoeften kunnen net zo goed en veel makkelijker ingelost worden door iemand anders. Het is beter dat elk van ons een eigen leven heeft, los van het leven met elkaar. Youri geeft geen zier om kleren of literatuur of winkelen. Hij ziet elke Keynote, wat ik dan weer aandoenlijk maar meestal underwhelming vind. Wij kunnen daarmee lachen. Hij heeft ondertussen wel sushi leren eten, dus hij kan wel mijn sushipartner zijn. Maar voor al de rest heb ik vrienden en vriendinnen en familieleden en minnaars. Just kidding.

6_Ken en aanvaard elkaar

Youri zal de laatste zijn om te ontkennen dat hij niet de grootste complimentengever van de Westhoek en ver daarbuiten is. Als hij er een geeft, dan val ik tegelijk van mijn stoel en weet ik dat hij het wel heel erg moet menen. En ik mag dan wel soms gefrustreerd zijn en roepen dat ik mijn haar in een bros zou kunnen scheren en het een dag of drie zou duren voor hij het ÜBERHAUPT ZOU OPMERKEN, ik weet van eigens ook dat ik het niet allemaal kan hebben.

7_Investeer in de relatie met jezelf

Deze klinkt vast ook contradictorisch, maar is een van mijn belangrijkste tips. Jezelf leren kennen en omarmen, of dat nu door middel van therapie is of iets anders, is de basis van een goede relatie hebben met iemand anders. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat iedereen vanbinnen wel iets van een gekwetst kind in zich heeft, en het is dat gekwetst kind dat heel vaak roept en tiert en eist en recht heeft op van alles. Als je dat klein kindje leert kennen, weet waardoor het wordt getriggerd, en daarmee aan de slag gaat, dan worden je andere relaties ook beter. Een gezonde relatie bestaat liefst uit twee mentaal zo gezond mogelijke mensen. En dat sluit naadloos aan bij het volgende.

8_Lokaliseer de oorzaak van je jaloezie

Ik heb het Youri in het begin soms onnodig en eindeloos lastig gemaakt door mijn eigen onzekerheid. Ik was zeker dat hij beter zou vinden. Ik zag overal dingen die dat bewezen.

Zeker toen ik bijna 130 kilo woog, twijfelde ik elke dag omdat ik niet kon snappen dat hij nooit klaagde over mijn gewicht en even graag naast me liep als toen hij me leerde kennen en ik 85 kilo woog. En nu, nu ik 75 kilo weeg, loopt hij even graag naast mij als toen. Je zal hem nooit betrappen op me ophemelen omdat ik nu mooier of beter zou zijn dan toen. En ik merk dat ik door de jaren vertrouwen ben beginnen krijgen. Ik ben vooral blij voor hem. Jaloerse, onzekere Kelly is echt geen cadeau. Sorry, Youri.

Ik weet ondertussen beter. Dat de kans niet onbestaande is dat hij beter kan vinden als hij zoekt. Dat ik die beslissing helemaal aan hem laat.
Dat niemand hier iets aan iemand verplicht is.

9_Leer ruzie maken

Leer dat het ook kort en krachtig en vergevend kan, in plaats van lang en kinderachtig en nodeloos koppig of dramatisch. Dat je die uren van niet meer tegen elkaar willen praten om iets van niets echt nooit meer terug kunt vorderen.

10_Laat het los

Er moet niet altijd een winnaar zijn.
Soms valt het te verkiezen om redelijk te zijn, eerder dan gewonnen.
Om te luisteren in plaats van een slag binnen te halen.

11_Respecteer elkaar

Ik denk niet dat Youri ooit kwaad spreekt over mij, en ik denk ook niet dat ik ooit iets over hem vertel tegen iemand anders dat ik niet al in veelvoud met hem heb besproken. Ik denk dat hij even trots is op mij als ik op hem, en ik weet dat zonder dat hij me honderd keer per dag zegt dat hij me geweldig vindt. Het zit hem in kleine dingen. Een sms over de podcast. Toegeven dat je te snel kwaad was, of het bij het verkeerde eind had. Out of the blue zeggen dat hij onder de indruk is. Ik denk dat hij weet dat ik net hetzelfde heb. Als mensen zeggen dat ik het winnend lot heb weten te bemachtigen, dan ga ik dat altijd bevestigen. Het zal wel zijn.

12_Durf lastige gesprekken voeren

Ik weet niet of ik vind dat alles altijd besproken moet worden, maar ik ben voorstander van veel. Dat maakt het niet altijd gemakkelijker, en Youri moet wel iets kunnen hebben op dat vlak. Ik ben ervan overtuigd dat geheimen zorgen voor uit elkaar groeien, net als zwijgen over waar je je aan stoort in je relatie.

Het lastige ook bespreken, zorgt ervoor dat we elkaar zoveel beter begrijpen dan tien jaar geleden.

Dat heeft ook met de volgende tip te maken.

13_Gebruik het magische zinnetje

Niet “is het eten nog niet gereed?” of “er is een vaccin tegen de corona”.
Wel : “dit is wat er gebeurt in mijn hoofd als jij dat doet/zegt”. In plaats van “jij doet altijd dit” of “jij doet nooit dit”. Weet wat jou triggert, leg het uit, en kijk wat je eraan kunt doen. “Als jij thuiskomt en mij geen zoen geeft, dan gebeurt er iets in mijn hoofd dat zegt dat je me niet graag genoeg ziet om me aandacht te geven, en ik denk dat dat komt omdat ik in mijn kindertijd xyz ” is iets heel anders dan “jij ziet me nooit staan als je thuiskomt”. Believe you me, ik heb ze beiden geprobeerd. It’s not always you, it’s me, maar we moeten het er toch misschien even over hebben.

14_Lach elkaar regelmatig uit

Ik lach Youri graag uit en hij mij. Ik ga daar nooit mee stoppen. Hij ook niet.

15_Maak tijd voor koffietjes op het tuinhuis

Of wat jullie equivalent dan ook is voor tijd nemen voor elkaar in de drukte van elke dag. Het is hier soms moeilijk om een gesprek van een minuut te voeren zonder onderbroken te worden, en dus vinden wij het in het weekend essentieel om samen koffie te drinken op het dak van ons tuinhuis en even te babbelen en elkaars temperatuur te nemen. Gaat het? Vind je het nog tof? Heeft iemand van ons zin in even een wandeling alleen? Een bad misschien? Even iets doen zonder kindjes? Het is zo fijn om dat regelmatig eens te checken, zeker als je samen groeit en van ver komt en zoveel verschillende levensfases doorloopt.

16_Besef dat niemand in jouw hoofd kan kijken

Als je het niet zegt, dan weten ze het niet.
Repeat after me.
Als je het niet vraagt, dan kunnen ze het niet rieken.
Nog zo’n wijsheid die hout snijdt.
Net als: als je het niet plant of afspreekt, dan is het vaak chaos, en als je niet elk weekend samenzit om je agenda te bekijken en dingen te checken, dan bestaat de kans op een hoop onnodig gezaag. Verantwoordelijkheid nemen en een beetje nadenken is misschien minder romantisch, maar als je een leven samen hebt, dan is het wel nodig.

17_Leg je erbij neer dat iedereen dingen anders aanpakt

Eentje van de man in kwestie. Dat het niet is omdat jij dingen op een bepaalde manier aanpakt, dat het daarom voor iedereen de juiste manier van aanpak is. Iets dat hij, die dingen altijd volgens een bepaald patroon doet, heeft moeten leren bij mij, iemand die alles elke dag op een andere manier aanpakt als het even kan. Just to keep things fresh. De reden waarom wij nooit samen in onze heerlijke keuken staan. Ik kan de manier waarop hij tomaten snijdt niet aan (HOE TRAAG KAN JE EEN TOMAAT SNIJDEN?), en hij wordt zot van die van mij. Het was geen scheiding waard, dus hebben we afgesproken om elkaar gerust te laten en op tijd en stond te vragen of de ander zich even uit desbetreffende keuken kan verwijderen. Dankuwel merci.

Allez, nog een laatste om het af te leren.
Small things often. Niet voor niks de titel van een podcast.

Ik las ooit in een boek van schrijfster Anne Lamott dat een goed huwelijk er een is waarin beide partijen het gevoel hebben dat ze de beste deal van de twee hebben gedaan.

Ik kan alleen maar voor mezelf spreken.
By far.

Gelukkige jubilee, dinge.
Op nog vele vele jaren.

(ik ben ook heel benieuwd naar jullie relatie-advies. Post het zeker in de reacties hieronder)

lilith diende haar laatste reportage in

(ofte: de gekke foto’s die je tegenkomt als je in je eigen archief duikt. Dit is er een van Ellen Van den Bouwhuysen)

In mijn hoofd begint de vakantie vandaag.

Komiek, want ik neem volgende week nog een podcast op voor Werk & Leven, en ik volg nog een opleiding voor hetzelfde kanaal.

Het is goed, dat dat voelt als vakantie, want dat brengt me bij het volgende dingetje. Ik heb vandaag mijn laatste stuk ingediend als journalist.

Mijn laatste reportage, na *telt op vingers* een jaar of veertien van stukken schrijven als freelancer. Die job heeft me op de gekste plekken gebracht. In het vliegtuig van de koning en de koningin (wreed lekker eten, effenaf), op staatsdiners en dolle BV-feestjes (wreed lekker eten, effenaf), op velden vol zoete aardappels in North-Carolina, in de woonkamers van honderden mensen die hun verhalen met me wilden delen om honderd verschillende redenen.

Het was prachtig. Het was raar. Ik heb duizenden en duizenden woorden geschreven voor kranten, magazines, bijlages allerhande. Er waren periodes waarin ik elke week geschminkt en gekleed werd om in een reportage voor Flair op te duiken. Ik ga nooit vergeten dat ik een hele dag in een bad met geld moest liggen in een Gents hotel. Om maar iets te zeggen. Het was veel.

Ik heb zo veel dingen meegemaakt. Elk artikel roept herinneringen op.

Ik heb honderd keer aan mensen moeten vertellen wat ik juist deed. Moeten luisteren naar mensen die hun zinnen begonnen met “ha, zijt gij journalist? Ge zoudt beter eens schrijven over [INSERT FRUSTRATIE/LOKAAL MIDDENSTANDSINITATIEF/TONEELSTUK WAARIN DESBETREFFENDE EEN ROL HEEFT WETEN TE BEMACHTINGEN HERE].

En nu ga ik daarmee stoppen, niet omdat ik minder wil schrijven en maken. Integendeel. Omdat ik net meer wil schrijven en maken. Omdat ik minder wil schrijven in opdracht, en meer vanuit mezelf.

Los van wat een opdrachtgever wil.
Ik word mijn eigen opdrachtgever.
Helemaal.

Ik ga dingen schrijven waarvan ik denk dat ze nu geschreven en gemaakt moeten worden. Dat ga ik doen voor Werk & Leven, maar ook voor deze blog. Het was hier te stil, naar mijn zin. Dat had met zoeken te maken. De puzzel juist krijgen, op gevoel, deze keer.

Het was al even een besef, maar de lock-down deed me er nog wat verder in koteren. In de vraag die ik ooit ietwat geitenwollensok vond, en nu een dagelijkse oefening geworden is: waar krijg ik energie van? Hoe voelt dit? Word ik hier warm van of koud? Hoe zie ik mijn leven, de volgende jaren? Wat wil ik betekenen?

De afgelopen jaren werd ik het meest warm van het verschil dat ik kon maken voor mensen die de online cursussen volgden die ik maakte over budgetteren en bewuster omgaan met de uren die je beschikbaar hebt. (ze zijn allebei even dicht voor opfrissingswerken, maar vul even je mailadres in als je wilt weten als ze weer openen)

De mails van mensen die me bedankten omdat hun leven een beetje tot veel veranderde door wat ik alleen of samen met Anouck in elkaar stak, die waren mijn eten en drinken samen. De berichtjes van mensen die onze podcasts verslinden en op die manier anders beginnen te kijken naar thema’s als racisme en perfectionisme, die zijn een indicator van iets. Dat er nood is aan stemmen als die van mij en van ons allemaal. Aan mensen die hun gedachten en aannames onder de loep nemen. Aan mensen die elkaar zo versterken. Daar wil ik ongelooflijk graag mee verder. In deze tijden nog honderd keer meer dan ervoor.

Ik volg in september een coachingtraject, ik laat de journalistiek los.
Als ik voel hoeveel energie ik krijg van de mogelijkheden, dan denk ik dat het goed komt. Ik ga nergens heen, ik denk zelfs dat ik terug ben.

En de foto hierboven, waarin ik me na een interview voor Story bevind in een Koen Wauters en Frans Bauer manwich? Die mag nog altijd op mijn zantje.

#lockdownlessen over vanzelfsprekendheid en voetjes op de grond

“Ik ben zo blij om je te zien”, zeg ik tegen twee vriendinnen die ik random los van elkaar tegenkom terwijl ik onderweg ben naar een winkel, en waarmee ik op anderhalve meter zo lang blijf tetteren dat we plots de winkel achter ons horen sluiten.

En dat niet erg vinden, want we waren net al in die andere winkel, waar we al jaren vaste klant zijn, en iedereen terugzagen en zeiden dat we zo blij waren om elkaar te zien. Van ver, maar toch. Zo fijn.

Doordat we elkaar weigeren te kruisen in zeven haasten, zijn de gesprekken op straat anders dan anders. Ik vind het goed. Er is tijd en er is goesting. Minder gehaast, een gesprek op straat is plots niet een van de vele dingen die op een dag moeten gebeuren. Een gesprek op straat voelt haast als een kleine vakantie.

“Ik heb er deugd van om mijn papa te zien”, zeg ik tegen Youri, nadat die buiten in onze tuin een koffie is komen drinken, als enige in onze bubbel. De kindjes zijn ook blij als ze hem zien, en ook dat doet deugd aan mijn hart. Elke week een uur gaan wandelen voelt als iets geweldigs, terwijl we daar vroeger nooit tijd voor maakten. Het moest altijd meer zijn dan dat, dan zomaar wandelen. Waardoor het niks was, want weer een etentje organiseren en iedereen zijn agenda op elkaar afstemmen leek soms wat te veel werk.

Gewoon is plots minder gewoon, en dat is zo goed. Het is Dexter zien thuiskomen na zijn eerste vier uur op school, en merken hoeveel deugd een paar uur rond kinderen van zijn leeftijd hem heeft gedaan. Het is mijn dochter horen smachten naar weer spelen met haar vriendin, en dat zo mooi vinden. Zien hoe ze genieten van de zoom-calls waarbij ze maar speelgoed blijven bijhalen om aan de camera van de laptop te tonen.

De hoogmoed is weg. De appreciatie en ontroering zijn terug.
Misschien maar even, maar ik hoop voor veel langer.

Weer mogen, al is het iets kleins.
Hoe speciaal is dat?

Honger is de beste saus, en een semi-lockdown is voetjes op de grond.

Ik merk dat ik dat absoluut kon gebruiken.

#lockdownlessen: over alcohol en mildheid

Kunnen we allemaal overeenkomen om de lat voor wat beschouwd wordt als “een alcoholieker” tijdelijk wat hoger te leggen?“. – komiek Conan O’ Brien, vanuit quarantaine.

Een goeike, gelijk we zeggen, een paar weken geleden op Twitter.

Hell do we feel you, rosse vriend. Als we dan toch voor onbepaalde tijd in semi-lockdown zitten, dan zijn de feiten helder: om dit te doorstaan zullen er shitloads aan drank en eten aan te pas moeten komen. Alles dat drie maanden geleden normaal was, is weg. Verdoven lijkt de enige optie.

Ik snap het.

Een paar jaar geleden had ik knal hetzelfde gedacht. Ik zou die gedachte vol overgave omgezet hebben in actie, en een set nieuwe regels over eten en drinken. Zoals in de luchthaven, waar warm eten en een cocktail om half tien in de ochtend valabele keuzes zijn. It’s always COVID-19 somewhere, dus het ware zeer de vraag geweest of het dan wel nog nodig was om te wachten tot elf uur voor den aperitief.

Het zou gevoeld hebben als een vorm van mildheid. Zelfzorg zelfs. Niet te streng zijn ook, het is per slot van rekening wel een pandemie. Onze eerste. We zijn dat nog niet gewend. Terwijl het natuurlijk het tegenovergestelde van mildheid is.

Om dat te beseffen moet ik bijna vier jaar gestopt zijn met alcohol drinken, zo blijkt.

Ik dronk niet uit mildheid, maar omdat ik een klootzak was tegen mezelf.

Ik dronk omdat ik absoluut niet kon verdragen dat ik het soms lastig had.

Ik dronk omdat ik het zagende en klagende kind in mij wilde verdoven en lamleggen, zodat het zweeg.

En als ik dan gedronken had, dan voelde ik me alleen al daardoor zo slecht, dat ik zo snel mogelijk weer wilde drinken, om er niet te veel over te moeten nadenken.

Het was van alles, maar mildheid was het niet.

Ik dacht dat ik kinderen van vlees en bloed kreeg, maar ze zijn voor een deel ook gemaakt van weerspiegelend materiaal. Het zijn kleine handspiegeltjes die me doen inzien dat het geen zin heeft om hun ambetantigheden te verdoven door er grote hoeveelheden cola of chips in te duwen.

Dat werkt even, en daarna knallen die ambetantigheden als een bal die je onder water probeerde te duwen in je wezen. Eerst moest ik leren om een arm rond mijn kinderen te leggen als ze bang, moe of overprikkeld waren. Ik had dat anders geleerd, dus dat was niet simpel en ik leer het nog elke dag. Om “vertel eens” te zeggen in plaats van “STOP NU MET WENEN HASTEN”.

Stoppen met drinken was leren om een arm rond mezelf te leggen op de momenten dat ik het lastig had, zonder te verdoven of te zeggen dat ik moest stoppen met zagen. Het was me afvragen wat ik nodig had, en dat durven vragen of nemen. Het was voelen en neen leren zeggen. En dat te doen al struikelen en strompelen.

Stoppen met drinken gebeurt vaak in stilte. Het is geen verhaal van grote pieken en festiviteiten omdat je al een jaar bent gestopt, of twee. Ik weet uit ervaring dat wie wat kilo’s afvalt vaak niet weet waar gekropen van het enthousiasme en de complimenten van buitenstaanders, maar dat wie stopt met drinken het eerder met gefrons en bezorgde blikken moet doen.

Ook dat is oké. Ik vier het met mezelf. In mijn hoofd. In hoe ik nu leef.

Af en toe, als ik wakker word na een avond waarop ik mezelf een paar jaar geleden compleet lazarus had gedronken, en zo blij ben met geen kater en geen slecht gevoel over de avond voordien. Als ik besef dat deze lockdown heel anders had kunnen zijn, als ik mezelf nog altijd wijsmaakte dat ik het alleen verdoofd aankon.

Soms is het een flits van contentement en trots, soms overvalt het me harder en zou ik kunnen wenen van blijdschap om de weg die ik heb afgelegd. Ben ik zotcontent met die ene beslissing die duizenden andere wegnam. Wel of niet bezatten vanavond? Niet. Ik ben gestopt. Helder. Ik wens het iedereen die worstelt toe.

Deze pandemie, we hebben hem niet gewild. Hij was er.
Soms zouden we willen doorspoelen, of onder een steen willen kruipen tot het over is.
Soms denken we dat we wat hierna komt niet aankunnen.
Pre-traumatische stress, heet dat.
De gedachte is mij niet vreemd.
Ik heb bijvoorbeeld lang gedacht dat een leven zonder alcohol geen optie kon zijn. Dat ik te veel zou verliezen.
Er waren momenten in mijn leven die zo lastig waren dat ik ze amper dacht aan te kunnen.

Nu weet ik, en ik meen het, dat het mijn meest waardevolle momenten waren. De breuklijnen. De cesuren. Het worstelen en struikelen en soms vier keer na elkaar tegen dezelfde muur knallen.

Ik wilde niet dat mijn moeder en mijn schoonmoeder jong zouden sterven. Ik was liever niet in een post-natale depressie gerold na de geboorte van mijn eerste kind. Als ik had kunnen kiezen aan het begin, dan had ik vast niet voor een burn-out en verschillende verslavingen en een maagverkleining en nog een hoop schijnbare obstakels gekozen. De vraag is of het echt obstakels waren. En zoja: op welke weg dan.

Ik was nooit zo gelukkig geweest in mijn job nu zonder de vele aanpassingen die ik doorheen vele jaren deed na mijn burn-out op mijn 25ste. Het is een werk dat toen begon, en waarmee ik nooit ben gestopt. Het was een startpunt, net als de dood van mijn mama, net als de dag dat ik in therapie ging omdat mijn baby niet stopte met huilen en ik ook niet meer.

Deze pandemie, met al het verdriet dat erbij komt. Alle kwetsbaarheden die worden blootgelegd. Wij hebben dit niet gekozen, maar het is er, voor ons allemaal. Dat is vreselijk, en fascinerend en soms mooi en soms helemaal niet. Dat is van alles door elkaar.

Daar kun je op heel verschillende manieren mee omgaan, zie ik elke dag.
Ik ben erg bezig met het thema van privilege en wat dat nu betekent, waarover later vast nog meer. Je kunt zeggen dat iedereen onder dezelfde omstandigheden leeft en dit beleeft, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Was het maar zo.

Dat heb je lang niet altijd te kiezen.

Ik denk wel dat je altijd kunt kiezen hoe je over iets denkt.

Als iemand als Viktor Frankl, die de Holocaust overleefde, het heeft over dat de ruimte tussen stimulus en respons je vrijheid geeft, ook in de ergste omstandigheden, dan ben ik mee.

Controle is een illusie. Nu, en altijd al.
Chronisch piekeren dan weer een belabberde manier om met angsten om te gaan. Ik heb ondertussen geleerd dat het geen enkel effect heeft op de toekomst, maar wel op het huidige moment. Dat het waar is, ook al klinkt het wat te wollig om iedereen aan te spreken: dat wat je aandacht geeft, groeit.

Dat je kan kiezen om hoopvol te zijn of net niet, los van je omstandigheden.
Ook nu.
Dat het niet strafbaar is om elke dag de slappe lach te hebben tijdens een pandemie. Dat dingen tegelijk rottig en mooi kunnen zijn.

Dat je niet verplicht bent om te ondergaan en te reageren. Ik weet dat ik geen leuker mens ben door heel de dag doom en gloom te lezen, dus doe ik het niet.

Dat wat je je hoofd voedt, minstens even belangrijk is als wat je eet en drinkt.

Dat dingen vaak lastig zijn door de woorden en de taal die we eraan geven.

Dat de vraag “hoe is dit zonder woorden?” veel weghaalt, waardoor alleen wat er is overschiet. Dat dat soms verrassend is, als je vastzit in je eigen hoofd.

Dat het oké is om je niet oké te voelen.

Dat het kan dat je meer doodsangsten uitstond voor het gewone leven van een paar jaar geleden, toen de baby niet stopte met huilen, dan nu, zoveel jaar verder temidden van een pandemie. Dat je niet naar andere mensen moet kijken om te beslissen of je nu in paniek wilt zijn of niet. Dat je dat zelf kan kiezen.

Dat het in het leven niet draait om je altijd dolletjes voelen en al de rest wegduwen, zo hard je kan. Met verdoving als alcohol of eten. Dat het juist gaat om te leren dat het oké is om je niet oké te voelen.

En dat radicaal te accepteren. Dat we misschien denken dat we afgelopen paasvakantie in Italië hadden moeten zitten op vakantie, en dat het door dat stomme virus niet kon zijn. Hetzelfde met de scholen en de educatie van onze kinderen. Maar dat we nooit in Italië hadden gezeten. Dat onze kinderen nooit op school zouden gezeten hebben.

We dachten het, maar we hadden altijd al in quarantaine gezeten nu, alleen wisten we dat toen nog niet. Er is geen “zoals het had moeten zijn”, er is alleen zoals het is.

Wie zich verzet tegen de realiteit, verliest niet alleen honderd procent van de keren, hij wordt er vaak ook niet bepaald gelukkiger van.

Dat geldt voor nu, en voor de rest van ons leven.

Je kunt denken dat je veel gaat reizen na je pensioen. Dat je daar recht op hebt. Misschien dacht mijn mama dat wel. Ze stierf toen ze 47 was. Nog jaren verwijderd van dat waar ze misschien recht op dacht te hebben.
Ook dat is het leven.
Het is deel van de deal.

Ik ben elke dag blij dat ik mezelf niet lam moet leggen met alcohol, en ook dit mag meemaken.

Net als al de rest.

Als ik zou moeten kiezen, ik koos hiervoor. Als ik mijn geld zou willen terugvragen, dan had ik niet eens een been om op te staan.

En dat is helemaal oké.

I’ll take it, met alles dat erbij komt.

Disclaimer: Ik ga de komende tijd wat thema’s delen die bij mij spelen, tijdens de lockdown en anders. Ik hoop dat mensen die worstelen steun vinden, en na het lezen van mijn ervaring beseffen dat er een weg terug is. Dat hulp vragen het moedigste is dat je in sommige omstandigheden kan doen. En dat je niet alleen bent, al voelt dat misschien zo. Vraag hulp. Begin klein. Erken. Schaam je niet. Zeg eens wat vaker “vertel eens” tegen jezelf, en wees bereid om echt te luisteren.

De psychologie van een pandemie

Deze pandemie heeft me al veel geleerd. Over mezelf en over anderen. Over hoe mensen leven in verhalen, waardoor een ervaring die misschien ietwat gelijkend is (als dat ooit al echt zo is), voor de ene een hel is, en voor de ander een welgekomen pauze.

Als ik terugga doorheen de dagen van mijn eigen leven, zie ik die frank echt vallen nadat mijn mama en die van Youri overleden waren. Hoe wij daarmee omgingen, hoe anderen daarmee omgingen, daar zat verschil op.

Met het verstrijken der jaren wordt het effect van dat verschil duidelijker. Alleen al de invloed van keuzes in woorden en taal. Die keuzes tekenen zich uitgesprokener af met de tijd die over dingen heen gaat, als lijnen die almaar verder uit elkaar lopen.

Ik hoed me voor het aanwijzen van juiste manieren om iets te doen, want die bestaan volgens mij niet in een wereld waarin iedereen vertrekt vanuit zijn eigen menselijkheid en ervaringen.

Als er al iets fascinerend is aan een pandemie (hell, is er iets niet fascinerend aan een pandemie?), dan is het dat heel veel mensen voor hetzelfde staan, en toch allemaal hun eigen narratief toekennen aan de situatie.

Neem nu die quarantaine. Je kunt vastzitten in je huis, of je kunt veilig in je huis zitten. Je kunt dankbaar zijn voor het feit dat slimme mensen voor je op zoek gaan naar een plan van aanpak, of je kunt je zo beknot voelen in je vrijheid dat je de weg naar het ziekenhuis verspert met je SUV waarop je een “LAND OF THE FREE”-karton hebt gelegd. (ik ken de nuances, ik weet dat ik hier wat met de voeten aan het treden ben, maar je vangt vast mijn drift)

Je kunt knal in de risicogroep zitten en elke dag kinderen en kleinkinderen bij je thuis ontvangen en als je ernaar wordt gevraagd antwoorden met een verbaasd “maar het is toch familie?”. Je kunt blij zijn en nooit meer terug willen naar hiervoor. Je kunt doodsangsten uitstaan en het nooit meer goed zien komen. Je kunt je uit je lood laten slaan door elke verandering. Je kunt beseffen dat niemand je iets had beloofd.

Gisteren wandelde ik naar huis na mijn wekelijkse wandeling op anderhalve meter met vriendin J. die ik nu meer zie dan hiervoor, en alleen al dat zet mij aan het denken. Ik hoorde Esther Perel – de relatietherapeute wiens podcast “Where should we begin” ik nu nog meer kan aanraden dan anders- iets zo omschrijven dat ik naar adem hapte: “the entitlement of the deprived“. Een zo’n zin, en mijn hoofd wordt gevoed voor dagen.

Je kunt aftellen en je bedenken hoeveel dagen je al opgesloten zit.
Je kunt dit zien als een kans om eens deftig na te denken.
Je kunt dankbaar zijn voor wat je hebt, of kwaad om wat ze je hebben afgepakt.
Je kunt niet doodgaan, of je kunt leven.
Je kunt lachen met de absurditeit van een briefje in de etalage van het stoffenwinkeltje, en lachen voelt nog altijd goed, ik heb het voor u getest.

Je mag kiezen.
Niet het virus, wel hoe je omgaat met de omstandigheden.
Niet iedereen heeft op dat vlak even veel keuze, ik weet goed hoe geprivilegieerd ik en heel wat mensen rondom mij zijn, dat ze dat scala wel hebben. Dat wil niet zeggen dat het niet lastig kan zijn. Ik blijf me ervan bewust dat wat ik denk, en de woorden die ik hier in mijn hoofd aan geef (is het een ramp?), invloed hebben op het collectieve, omdat het mijn gedrag bepaalt. Dus vind ik het de moeite om erbij stil te staan, elke dag opnieuw.

P.S: ik blijf het lonend vinden om een licht te schijnen op wat er in mijn eigen hoofd gebeurt, en dat doe ik nog het liefst door naar andere mensen te luisteren via podcasts, te lezen en dingen op te schrijven. Dat voelt voor mij, nu nog meer dan anders, als een cadeau waarvan ik smul. Schoonheid in taal en boekvorm doet mij belachelijk goed.

Journaliste Hade Wouters heeft een corona-cursus gemaakt die ik kan aanraden. Doorheen verschillende (schrijf)oefeningen zorgt ze voor creatieve benaderingen die voor perspectief en ademruimte zorgen. Zo vraagt ze je om na te denken over de eerste dingen die je opnieuw wilt doen, als dat weer kan. Maar ook om je voor te stellen dat je 104 bent, en over deze tijd vertelt tegen je nakomelingen. Over wat je leerde. Wat het gekste was dat je overkwam. Hade laat je stapjes terugzetten, en dingen tegen het licht houden.

Ik heb heel vaak zitten glimlachen toen ik de opdrachten van Hade invulde, maar ook serieus nagedacht en mijn leven van hiervoor eens op de rooster gelegd. Dat voelde bijzonder en als iets dat ik absoluut kon gebruiken. Wat Hade heeft gemaakt, voelt als een pleister op pijnlijke plekken, en gaf mij goesting en hoop.

Ik volgde zelf de basisversie van de cursus, de verschillende mogelijkheden vind je hier. Lezers van mijn blog krijgen 20 procent korting met de code ‘crib’ in kleine letters.