Category Archives: werk

tijdstress

stress.jpg“Ik geloof dat ik goed nieuws voor jullie heb”, sprak de teamcoach toen ik gisterenmorgen met heel veel tegenzin het kantoor binnenliep. En gelijk had hij, goed nieuws was het. Vanaf dat eigenste moment hoefden we namelijk niet meer te komen werken, en ook de resterende maand opzegperiode viel bij deze helemaal weg.

Een paar jaar geleden zou ik “FEKANTIE!!8!8!!!” geroepen hebben, waarna ik de eerste de beste winkelstraat was ingerend om me de komende weken over te geven aan winkelen, terrasjes doen, boekjes lezen met een zonnebril op mijn neus en op het einde van de dag eens fijn gaan eten met de man van mijn leven.

Maar dat was duidelijk vroeger.
Gisteren zat ik een goed half uur na het goede nieuws al weer achter mijn bureautje artikels te typen.
Want hoe meer tijd ik heb, hoe meer ik van mezelf vind dat ik die tijd moet vullen met dingen waarvan ik al maanden zeg dat ik ze eens zal doen als ik vijf minuten tijd heb.
En dat zijn echt wel heel veel dingen, zoals artikelvoorstellen indienen, mijn foto’s laten afmaken, een poging wagen tot het schrijven van een boek, een hoop telefoontjes doen en dingen regelen die ik al maanden uitstel, mijn favorieten ordenen, mijn agenda weer op punt stellen, de boeken lezen die ik eigenlijk dringend eens moet lezen, ervoor zorgen dat ik een systeem heb voor mijn werkfoto’s, een zeer leuk blogproject uitwerken met mijn leaf, en nog zeker vijftig dingen meer.

Hoe meer tijd ik heb, hoe zenuwachtiger ik word omdat ik vind dat ik net dan heel erg bezig moet zijn met vanalles. Hetzelfde geldt voor vakanties en weekends. Echt ontspannend werkt die ingesteldheid niet.

En zeggen dat ik vroeger zo’n lege fakke kon zijn hÈ maat.

het gazetje

gazetje.jpgErgens tussen de zee en het binnenland verschijnt elke week een krantje waarvan ik en ik alleen de redactionele inhoud bepaal. Meer dan vijfendertigduizend gezinnen krijgen mijn krantje elke week in de bus, en het is een goed krantje want er staan niet alleen soms bonnetjes in om een gratis zak chips te gaan halen, je kunt er ook je patatten op schillen, bijvoorbeeld. In elk geval: feit is dat de twaalfjarige in mij het soms nog steeds een rare ervaring vindt om ergens binnen te komen en mijn volledig zelf volgepende en volgefotografeerde gazetse gedrukt en wel op de respectievelijke salontafel te zien liggen.

In het gazetje verschijnen enkel de artikels die door mijn meedogenloze selectie geraken. Ik ben met andere woorden de persoon bij uitstek die je moet weten te charmeren als je volgende week in het gazetje wil staan met een foto en een verhaal over je vereniging/aankomende LAN-party/verkiezing van Prins of Prinses Hoppescheute. Veel van mijn lokaal nieuws komt uit persberichten die van officiÎle instanties als het stadsbestuur komen, maar veruit het meeste plezier ervaar ik als ik mijn computer ’s morgens een hoop goedbedoelde mailtjes zie binnenhalen van mensen die mij een keer een gunstje willen vragen. Voor die mailtjes hebben ze het woord “priceless” uitgevonden.

Ik probeer meestal zo objectief mogelijk te selecteren, maar toch zijn er enkele zaken die mij net dat ietsje meer charmeren dan andere. Hoe ouder de mailer, hoe smeltender de redactrice, bijvoorbeeld.
Mailtjes die beginnen met “een Goeden namiddag” hebben bij mij telkenmale een serieus streepje voor, net als afsluiten met “Van een oma dit de turnklub een goed hart toe draagt.

Raken bij mij ook steevast een gevoelige snaar:

  • “Onze web is www.turnklukfrinkenflis.be”
  • bijgevoegde word-documenten van 6Mb vol experimentele word-art en .bmp’s waar duidelijk avonden werk in gekropen zijn
  • mailtjes in felgroene Comic Sans met gekleurde achtergronden en clip-arts van coureurs en berggeiten vanwege de koninklijke wielerclub van Vleteren
  • een thumbnailtje van 4 pixels op 4 doormailen met de vraag of ik het op de cover van het gazetje kan plaatsen met een artikel bij
  • overdreven plechtstatigheid als “Hopende dat U hieraan welwillend enig gevolg zou willen geven, tekenen wij met, De meeste hoogachting.Frans Devos. Voorzitter.

Nooit pakken ze het mij nog af.

Helemaal mee

typewriter.jpgNa een interview met een koppel dat een boek heeft geschreven.

Zij is bijna zestig, en hij is het al ruimschoots. Ze zien er allebei erg kunstig uit, net als hun huis, dat de grandeur van lang vervlogen tijden uitstraalt. Ik stel me voor hoe hun boek hier tot stand is gekomen op een oude typmachine, en berg ondertussen mijn schrijfmateriaal weer op in mijn rode apentas. Stiftjes, blok met notities waar ik straks weer wijs uit moet , de documentatie die ik heb meegekregen,..

“Zo’n iPod, dat moet ik me ook eens aanschaffen”, wijst de man met een oudemenerenvinger naar mijn iPod met iTalk. “Werkt dat ook gewoon via USB?”

Gezocht!

Jonge bloggers (18 of jonger) die al langer dan twee maanden op regelmatige basis bloggen, en mij daarover iets willen vertellen.
Ken of ben je, gelieve me dan als de wiedeweerga te contacteren via lilith@fromfrats.com.
Je kan er een exclusieve meet and greet met lilith van tftc mee winnen.
En al!

Morgen

Dingen die ik na morgen niet meer veel zal horen:

* de piep bij het badgen
* het irritante geluid van de deurbel die blijft steken
* termen als UID, TID, ISDN en D-kanaal
* de typische binnen-en buitenlijngeluidjes

Dingen die ik na morgen een stuk minder zal zien:

* taxipost-pakketjes
* japanse betaalkaarten
* telefoonlijnen
* paarse en lichtblauwe toetsen

Zinsnedes die ik nooit meer via de telefoon met de wereld zal delen:

* heeft u al een reset geprobeerd?
* ziet u die dikke ronde zwarte kabel aan de achterkant van uw toestel?
* werkt u met een alternatieve operator?
* zit er een fax of computer op dezelfde lijn?

Zaken die ik toch stiekem zal missen:

* de potten soep van 1 liter van het Kramiekje
* zagen en fretten op het kader
* de rookpauzes om 10 en 3
* de weinige collega’s die het allemaal nog een beetje draaglijk hielden

Voor ik morgen de deur achter me dichttrek krijgt deze laatste groep een url mee naar huis. Zodat ze kunnen volgen wat er na morgen gebeurt. En ik ben al even benieuwd als zij.

Welkom, lilith-newbies. :)

Lilith luistervinkt

‘Ga maar even zitten hoor!’ riep het meisje over het bureau heen. ‘Ik moet nog even iemand bellen, en dan kom ik direct bij jou. Kun je je sim-kaart en je paspoort klaarleggen?’

Ik ging zitten op de stoel, die duidelijk op hipheid uitgekozen was, en niet op gemak. Ik hoorde hoe het meisje begon te bellen. Aan de andere kant van het kantoor begon een ander meisje ook te bellen. Ik switchte van het ene interimbureau-telefoontje naar het andere, terwijl ik mijn sim-kaart maar niet kon vinden. ‘Hoofdhostessen verdienen 13 euro per uur’ zei het blonde meisje aan de ene kant. ‘Jaja, het is echt een heel leuke job, met leuke collega’s en een fantastische bedrijfssfeer’ hoorde ik het meisje vertellen waarmee ik een afspraak had. ‘Je moet een wit bloesje aan, en een zwart rokje, liefst niet te lang, net zoals de andere hostessen.’
‘Je verleent technische assistentie aan mensen die een probleem hebben met hun betaalterminal enzo. Het is echt een heel leuke, interessante job tussen een hoop jonge collega’s’.

Ik spitste mijn oren. Zei ze het echt? Betaalterminals? ‘ Iedereen gaat er heel ongedwongen met elkaar om, ow ja, en je moet ook in het weekend werken, maar dat valt allemaal wel mee’. Ik hoorde hoe er een afspraak werd gemaakt voor morgenochtend. Het meisje haakte in. Ik keek haar grijnzend aan. Ze keek een beetje dwaas terug.

‘Ik ben lilith. Ik heb net mijn job opgegeven in het meest fantastische bedrijf ooit, met de tofste sfeer en de leukste collega’s. Het was er super. Iets met betaalterminals enzo’ zei ik zo droog als ik kon. Ze keek me nog dwazer aan, terwijl haar frank begon te vallen. ‘Waarom ben je dan weggegaan?’ vroeg het meisje. ‘Omdat de sfeer ongelooflijk suckte’. Ik keek haar beschuldigend aan.

‘Ow…’ zei het meisje, terwijl ze blozend mijn rijksregisternummer begon over te tikken en ik haar zo argwanend mogelijk bleef aankijken. Ik vertrouwde het meisje voor geen haar, en dat mocht het meisje gerust weten. Dit meisje en ik, het zou nooit meer wat worden. Gegeneerd schoof ze de vacature zo ver mogelijk van zich weg, wanhopig zoekend naar een manier om het gesprek weer interimbureau-vrolijk te krijgen.

lilith heeft het spelletje door

Allemaal goed en wel hoor, dat solliciteren, maar ik begin interimkantoren stilaan te verdenken van het gebruik van een vacature-generator met maar tien termen.

* allround
* duizendpoot
* van A tot Z
* een must
* polyvalente kracht
* vlot
* flexibel
* ingesteldheid
* van nature uit
* woonachtig te

Zo kan ik het ook, natuurlijk.

Lilith krijgt een spuitje

‘Uw naam?’ sprak de dokter strenger dan eigenlijk nodig was.
Daar schrok ik wel een beetje van, want ik had immers geen misdaad begaan, noch had ik een koekje uit de koekjespot gestolen. En toch voelde ik me zo. Ik wist niet precies wanneer, maar ooit had ik alle koekjes van deze dokter opgegeten en daar zou ik vandaag voor boeten.
Nadat ik mijn naam had opgebiecht begon de dokter dubbel zo streng naar haar blad te kijken. Met een gigantische ruk draaide ze haar hoofd in mijn richting. ‘Je naam staat niet op de lijst’ sprak ze venijnig, als was zij Ann Robinson en ik the weakest link die al ooit in haar buurt was gekomen.

‘Fuck’ dacht ik. Niet dat ik echt zoveel zin had in dat anti-griepspuitje van haar, maar ik werd overvallen door het ongemakkelijke gevoel dat ik de kostbare tijd van de boze dokter aan het verspillen was. Ik had niet alleen alle koekjes opgegeten, ik zei ook nog eens een naam die niet op haar lijst stond. ‘Ow’ zei ik dan maar, zo snel mogelijk, zodat het vooruit kon gaan. Oplossingen moesten er komen, nu en wel nu! Vantussen de spleetjes die haar ogen ondertussen waren geworden wierp ze me een blik toe die niet veel goeds voorspelde, en even had ik het gevoel dat ik oog in oog stond met She-who-must-not-be-named. Ik was op consultatie bij dokter Voldemort, en god, wat wilde ik dat ik plots wel op haar lijst zou verschijnen. Een plofje en een wolk, en lettertjes die als uit het niets werden neergepend op haar blad, waarna ze me verontschuldigend zou aankijken, misschien zelfs even lachen.

‘Neen, je staat er niet op’ zei ze terwijl ik haar ogen zag rollen tussen haar spleetjes. Ik had me ingeschreven, dus moest ik er wel op staan, maar op de ÈÈn of andere manier voelde ik dat die mededeling wel eens voor een woedeuitbarsting kon zorgen bij de dokterfiguur. Met snibbige schrijfbewegingen voegde ze mijn naam toe aan haar lijst, duidelijk vervuld van tegenzin. Ik vroeg me even af wat erger was: het vooruitzicht op een paar dagen in bed met griep of een spuitje in je arm geduwd krijgen van een duidelijk ontevreden madam met spleetogen. Twee seconden later had ze mijn mouw al zelf opgestroopt en de spuit in en uit mijn linkerbovenarm bewogen. ‘Als je ziek wordt is het niet van de spuit, maar omdat je al ziek aan het worden was ervoor!’ riep ze me toe, terwijl ze weer achter haar bureau en haar lijst ging zitten. Verbouwereerd keek ik naar mijn arm: het bloedde. Ik keek naar de dokter, en zij naar mij. Het duurde vijf volle seconden van blikken uitwisselen voor ze me zuchtend een pleister aanreikte. ‘Normaal geef ik enkel een pleister aan mannen,’ klonk het kalm, ‘ die denken ook altijd dat ze dood bloeden.’