Categorie archief: cats

bill is alles kwijt

kwijt.jpg“Billtje, kom”, zei ik.
“Kom, Billiewilliebillie!”
“Billie, kom eens naar ze vrouwke”
“Psssskrrrrwpss”, deed ik.

Maar niks hielp.
Vanachter de zetel keek Bill me met gebroken, vreemdstaande ogen aan.
“Het is door de verdoving”, zei mijn moeder.
Maar ik was wel zeker dat het door al zijn esoterische olieÎn was, dat hij ineens niet meer blij was om zijn moeder te zien.

“Billie” zei ik, enigzins teleurgesteld.
“Ze vrouwke komt speciaal een half uur met de auto naar hier gereden om je te zien.”
Weer die gebroken blik.
Een iet of wat verwijtend zuchtje ontsnapte zijn boezem, en toen, ja toen kwam hij ineens wankelend vanachter de zetel vandaan, duidelijk in een rotbui.

“Waar is mijn huis, lilith?” klonk het, met een iets hoger stemgeluid dan normaal.
Hier kon ik duidelijk niet onderuit.
“Het huis is verhuurd aan andere mensen”, zei ik, “maar we hebben al een nieuws huis, een leuker, en we doen ons best om het snel klaar te krijgen. Dan mag je er ook in. Met ons. En het heeft massief parket en alles.”
“En dat hoor ik nu maar of wat?” Misnoegd en trillend op zijn achterpootjes zag ik hem van mij wegstrompelen richting eetbakjes.

“Hij eet bijna niet meer”, sprak mijn moeder, enigzins bezorgd.
Mijn hart brak.

Naast zijn vertrouwde huis, zijn vertrouwde baasjes en zijn vertrouwde zetel is Bill eergisteren ook nog eens al zijn vertrouwde mannelijkheid verloren.

“En denk dus maar niet dat ik het hierbij laat”, aldus een korte reactie van Bill, die het hier duidelijk niet bij zal laten.

het is stil in huis

mooshy.jpgHet was vijf uur ’s morgens, en het was stil. En wat nog veel beter was: het bleef stil. Net als om vijf uur dertig, en kwart voor zes. Het was zodanig stil dat ik eventjes dacht dat de goden vonden dat ik een break had verdiend. Wat helemaal terecht zou geweest zijn ook.

Voor het eerst in maanden wandelde ik van de slaapkamer naar het toilet zonder jengelend haarblok aan mijn been. Ik bereikte de keuken en struikelde niet ÈÈn keer over hetzelfde haarblok dat anders al lang de sprint zou ingezet hebben richting voedingsbakjes. We ontbeten zonder gebruikelijke randanimatie waarbij meestal zetels en aanloopjes richting gordijnen gemoeid zijn, en ik heb al heel de voormiddag meer bureau ter beschikking dan ooit tevoren. Ook leuk: een kaars aansteken zonder een huis dat vijf minuten later naar verbrand haar ruikt.

Bill is lekker een dagje op vakantie bij de oma, en dat zou eigenlijk wel eens meer mogen gebeuren. Heerlijk is het! “Ik heb hem mogen aanraken!” vertelt broerlief op messenger. “Hij slaapt bij de hond, hoor. Hij is lief. “ belt oma door via de telefoon. En ik denk: “En wil die hond hem niet houden zo? Een week of twee? “

Ik ben een slechte poezenmoeder.
Zo, dat is eruit.

Jump, they say

Beste dierendokter,

mijn perzische kater Bill vangt ze sinds vanmorgen volledig.
Telkens hij een vlieg/mot/vlinder localiseert aan de andere kant van ons schuifraam springt hij zonder aanloop recht omhoog, in de hoop om plots aan de andere kant van het raam terecht te komen. Dit lukt natuurlijk nooit, waarna mijn perzische kater Bill het op een mekkeren zet.

Ik hoop dat u mij kunt helpen, al was het maar omdat ik stilletjesaan horendol wordt van het constante op en neer-gespring in mijn linkerooghoek.

Sportieve groeten,

een dierenvriend uit Ieper

jump1_kl.jpg

jump2_kl.jpg

Bill vangt ze

liefheersje.jpg‘Hey Bill!’ zei ik, terwijl ik mijn sleutel nog niet eens uit het slot van de crib had gehaald, ‘je gaat het niet geloven maar ik heb juist een pimpaljoentje gezien! Hier een paar meter verder aan de brug over het water!’

Ik weet dat hij van de natuur houdt, ik weet het gewoon. Dat heeft hij me nog verteld toen hij hier net was ingetrokken en ik hem naar zijn hobbies vroeg. Tuinieren was er ÈÈn van, meen ik me te herinneren. Ik dacht terug aan de vredige tijden vol goede gesprekken om malkander te leren kennen en appreciÎren, enkel en alleen om niet onder ogen te moeten zien hoe Bill me ijzig koud aankeek vanachter het stom belachelijk vegetarisch kookboek dat hij van een Hare Krishna heeft gekocht. Met zijn omhooggevallen blik van ‘Ja whatever pimpaljoentjes mogen wezen, trut’. Bill en ik, wij zijn het spoor van onze herwonnen vriendschap even bijster, geloof ik.

Ik had nochtans enigzins gehoopt dat Bill’s zoektocht naar zijn innerlijke zelf ervoor zou zorgen dat hij hele dagen compleet zen door het huis zou zweven, bloemetjes achter mijn oren zou mikken als ik even niet keek en zou helpen met het legen van de vaatwas, maar dat blijkt dus verre van zo te zijn. Erger nog: hij vervloekt iedereen die hem niet wil volgen in de leer die hij zelf heeft uitgevonden, en hij wast zich alleen nog maar met Evian-water. Ik wil wel meedoen met zijn malligheden, maar hij heeft het me potjandorie ook nog nooit gevraagd, man. Ik ben een zondaar tegen wil en dank!

In een ultieme poging om de banden weer aan te halen vertelde ik Bill over hoe ik als kind pimpaljoentjes verzamelde in de struiken recht tegenover ons huis. Dat ze dan oranje sporen achterlieten op je hand, en dat we dachten dat het pimpaljoentjespipi was. Haha. En dat ze dan probeerden omhoog te kruipen via een stokje dat je in je confiturepotje had gelegd. Dat iedereen gelijk is voor moeder natuur, of ze nu blank, zwart, mens of kat zijn, ongeacht ideologie en religie. Ik herhaalde het nog een paar keer, en ik klopte daarbij bemoedigend op zijn frÍle kattenschoudertjes. Maar het dringt precies niet door ofzo. En gisteren zag ik hem in het geniep brieven adresseren aan de zwerfkatten uit de buurt. Ik begin een verschrikkelijk akelig vermoeden te krijgen dat Bill na zijn uren sekteleider is, en opereert vanuit onze badkamer.

billfreak-kl.jpg

Die ogen, dat is toch complete trance?

The nightmare before Christmas

Ik ritste de kattendraagtas open en keek gloeiend van trots de ruimte in. Tergend traag sleurde hij zich uit de tas en in de woonkamer. Hij zag het niet. Maar hij herinnerde zich de keuken. En dus liep hij ernaartoe. Hij zag het nog altijd niet. Met lichte knipogen en hoofdwenken probeerde ik zijn ogen in de door mij gewenste richting te doen kijken. Knipoog hoofdwenk knipoog. Hij zag het.

‘Mooi hÈ’ zei ik terwijl ik probeerde om te stoppen met knipogen en wenken. *** eens ik een nieuwe vorm van gelaatsexpressie bij mezelf ontdek blijf ik er namelijk altijd veel te lang mee doorgaan, weet ik uit ervaring. Dan zit iedereen al lang weer naar Mooi en Meedogenloos te kijken en blijf ik honderd keer na elkaar mijn wenkbrauw op en neer bewegen als Ridge. Of Eric. Afhankelijk van wie net heeft ontdekt dat Brooke overspel pleegt met zijn vader ofte zoon. ***

‘Het is een kerstboom’ zei ik. Ik keek hem lang aan, tot ik zeker wist dat mijn woorden goed waren doorgedrongen tot zijn kattenhersens. ‘Daarmee vieren mensen dat Jezus geboren is in een stal.’
‘Kan hij praten?’ vroeg Bill. ‘Toch niet als ik erbij ben’ antwoordde ik terwijl ik mijn handen door een bos engelenhaar liet gaan. Vredig keken wij malkander aan onder het gefonkel van de kerstverlichting. Hadden wij toen onder een mistletoe gestaan, ik had hem gekust.

‘Wohow, what the fuck zeg?!’ doorbrak Bill het wondermooie moment. ‘Nee serieus lil, what the fok?! Nog voor ik hem van antwoord kon dienen vatte Bill een geweldige hardlopersaanloop aan, in het midden van de woonkamer zo maar eventjes. ‘Wiiiiiii’ was het laatste dat ik hoorde voor ik hem in een gigantische wolk valse sneeuw zag verdwijnen, die speciaal in onze coca cola-koelbox was gedrapeerd voor de gezellugheid enzo. In de verte hoorde ik hoe een klein kerstballetje het begaf.

Geen engel zong een lied toen ik hem vol ongeloof aanstaarde, noch daalden vurige tongen neder. Met een pels volgeplakt met valse sneeuw stapte hij triomfantelijk de koelbox uit, in een grote berg van nog meer valse sneeuw.
Je kon het niet enorm goed zien ofzo hoor, maar ergens, rechts aan mijn wenkbrauw, kon ik een lichaamsfunctie spastisch voelen samentrekken.

Kuisen

‘Lilith?’
‘Ja?’
‘Wat ben jij daar eigenlijk allemaal aan het doen?’
Terwijl ik verderrommel tussen de dweilen en de Ajax-schoonmaakdoekjes kijkt Bill me met grote ogen vol verwachting aan. ‘Ik ga kuisen’ zeg ik, schouderophalend. ‘YEEEEEHEEEES!!!’ roept Bill, terwijl hij zijn rechtervoorpootje in een zegevierende beweging naar zich toe trekt.

Bill is verzot op kuisen. Of beter: Bill is verzot op mensen die kuisen. Dagen kan hij ernaar zitten uitkijken, en als het grote moment dan is aangebroken stort hij zich als een wildeman op borstels, trekkers en zwabbers. Ondertussen probeert hij ook nog eens vol overgave zijn record ‘om het meest schuim uit een emmer water wegkatapulteren’ te verbeteren. Even later zit hij door het dolle heen vanop de rand van het bad te supporteren als ik de badkamer onder handen neem, en als ik een plekje vergeet is hij de eerste die het ziet. ‘Lilith, de kranen!’ roept hij dan vanuit zijn comfortabele positie op de eerste rij.

Maar de allerleukste plek van het huis om schoon te maken, daar hoeft Bill geen seconde over na te denken. ‘Lilith, lilith!! Wanneer begin je aan de slaapkamer?! Is het nog lang? Hoe lang dan?! Doe de slaapkamer, lilith!!’ Ik hou de slaapkamer altijd voor het laatste, omdat ik weet dat hij er zich zo in kan opwinden. Eens de deur naar this is where the magic happens geopend is er geen houden meer aan. Zingend springt hij van de ene kant van het bed naar de andere, wachtend tot ik eraan kom met het lekker ruikende beddengoed.

Wat dan volgt is een gevecht op leven en dood: ik grijp het dekbed, waarna Bill aan de andere kant begint te trekken. Ik roep dat hij niet mag, hij lacht me vierkant uit terwijl hij al zijn gewicht in de strijd gooit. Als het me dan toch lukt om het dekbed mijn kant uit te trekken maakt hij een vreemdsoortige konijnensprong waarna hij zich plots tussen mij en het dekbed bevindt, en het sleuren helemaal opnieuw kan beginnen. Na tien minuten lukt het me uiteindelijk meestal om verse lakens op het bed te leggen zonder dat er zich een kat tussen de matras en het hoeslaken bevindt.

‘Leuk hÈ, lilith, kuisen’ straalt Bill als ik me uiteindelijk moegestreden in de zetel laat ploffen. ‘Bwah’ zucht ik uitgeput, terwijl ik me bedenk dat een scheiding van drie dagen misschien toch niet zo’n slecht idee was.