“Billtje, kom”, zei ik.
“Kom, Billiewilliebillie!”
“Billie, kom eens naar ze vrouwke”
“Psssskrrrrwpss”, deed ik.
Maar niks hielp.
Vanachter de zetel keek Bill me met gebroken, vreemdstaande ogen aan.
“Het is door de verdoving”, zei mijn moeder.
Maar ik was wel zeker dat het door al zijn esoterische olieÎn was, dat hij ineens niet meer blij was om zijn moeder te zien.
“Billie” zei ik, enigzins teleurgesteld.
“Ze vrouwke komt speciaal een half uur met de auto naar hier gereden om je te zien.”
Weer die gebroken blik.
Een iet of wat verwijtend zuchtje ontsnapte zijn boezem, en toen, ja toen kwam hij ineens wankelend vanachter de zetel vandaan, duidelijk in een rotbui.
“Waar is mijn huis, lilith?” klonk het, met een iets hoger stemgeluid dan normaal.
Hier kon ik duidelijk niet onderuit.
“Het huis is verhuurd aan andere mensen”, zei ik, “maar we hebben al een nieuws huis, een leuker, en we doen ons best om het snel klaar te krijgen. Dan mag je er ook in. Met ons. En het heeft massief parket en alles.”
“En dat hoor ik nu maar of wat?” Misnoegd en trillend op zijn achterpootjes zag ik hem van mij wegstrompelen richting eetbakjes.
“Hij eet bijna niet meer”, sprak mijn moeder, enigzins bezorgd.
Mijn hart brak.
Naast zijn vertrouwde huis, zijn vertrouwde baasjes en zijn vertrouwde zetel is Bill eergisteren ook nog eens al zijn vertrouwde mannelijkheid verloren.
“En denk dus maar niet dat ik het hierbij laat”, aldus een korte reactie van Bill, die het hier duidelijk niet bij zal laten.
Het was vijf uur ’s morgens, en het was stil. En wat nog veel beter was: het bleef stil. Net als om vijf uur dertig, en kwart voor zes. Het was zodanig stil dat ik eventjes dacht dat de goden vonden dat ik een break had verdiend. Wat helemaal terecht zou geweest zijn ook.






‘Hey Bill!’ zei ik, terwijl ik mijn sleutel nog niet eens uit het slot van de crib had gehaald, ‘je gaat het niet geloven maar ik heb juist een pimpaljoentje gezien! Hier een paar meter verder aan de brug over het water!’ 
