Maandelijks archief: april 2004

Appels

Jaren geleden, toen computers volop hun intrede begonnen te maken in het Vlaamse land, besefte het gezin lilith (onder druk van de broer van lilith, en.. lilith zelf dus) dat het niet achter mocht blijven.Onze NES had toen al een paar jaar de geest gegeven, en van internet was nog geen sprake, maar we beseften wel dat er toekomst zat in dat ding, en dus moesten we er ÈÈn hebben. Punt.

We hadden nog nooit een muis van dichtbij gezien (behalve ÈÈn met vier pootjes, haha!), en dus was de keuze voor het goede exemplaar totaal geen sinecure. Na het inwinnen van een beetje informatie kwam de moeder van lilith thuis met een belangrijke vraag: “ Wat is Macintosh eigenlijk?“.
Lilith: ‘Macintosh is dat met dat appeltje in het logo. Jeweetwel, die ouderwetse computers.’
Moeder van lilith: ‘Maar wat is het verschil eigenlijk met een normale computer?’
Lilith: ‘Dat je er niks mee kan doen, dat je allemaal speciale programma’s moet kopen omdat de gewone programma’s er niet op draaien, en dat het binnen drie jaar waarschijnlijk niet meer zal bestaan.

Meer wist ik er ook niet vanaf, maar ik genoot van het feit dat iedereen verstomd stond van mijn computerkennis, en ik was god dankbaar dat we een “gewone computer” zouden kopen, zonder appeltje op.

Nu, bijna 10 jaar later, ben ik iemand die van zichzelf durft beweren dat ze serieus haar plan trekt als het op computeren (hoe gay klinkt dat, anyway?) aankomt. Tenminste, als het om Windows gaat. Op mijn werk houden ze van mij omdat ik altijd wel een optie weet zitten in heel dat dekselse computerding, waardoor dingen iets makkelijker kunnen dan de doorsnee computerbrokkelaar ooit had kunnen vermoeden. En ze houden natuurlijk om nog veel meer dingen van mij, maar daarover later ongetwijfeld meer.

Waar dit lange verhaal naartoe gaat, vraagt u? Ik tik deze tekst in op een iBook. Naast mij is een iMac bezig met mp3’s in te laden in iTunes om later af te spelen op mijn iPod. Ik surf met Safari, en ik bekijk mijn foto’s in iPhoto.

Ik heb het nog steeds moeilijk om het toe te geven, en toch is het zo: Apple-dingen zijn mooi en hip, en na een beetje oefenen en verloren lopen in een wereld zonder venstertjes niet eens zo moeilijk als ik dacht.

En toch gebeurt het dat ik ’s nachts badend in het zweet wakker word, radeloos roepend om mijn windows-taakbalk.

Verbrand

‘Je hebt nu 61, jos, en je bent 62 jaar oud. Wat ga je doen?’
‘Laat maar komen, grietje!’
*springen alletwee enthousiast weg*
‘Ooooh jos, het is een vijf… Je bent verbrand!’

Als hij om tien na twaalf ’s nachts begint met Walter’s Verjaardagshowquotes boven te halen weet ik plots weer helemaal waarom ik net met hem ben gaan samenwonen.

100 dingen

1. Ik werd geboren in Veurne, woonde vijf jaar in Duitsland, en ik keerde daarna terug naar BelgiÎ omdat mijn vader hier werd gekazerneerd
2. Ik ben geboren op 20 augustus, net als John Hiatt.
3. Ik heb nog nooit een gitaar kapotgemaakt.
4. Ik zou heel graag piano leren spelen, gebarentaal kennen en een supergoede fotografe/webdesignster worden
5. Het ontvoerde meisje Nathalie Geijsbregts was ooit mijn beste vriendin.
6. Toen ik vijf was heb ik met mijn hoofd tussen de deuren van een rijdende schoolbus gezeten. Mijn moeder was in shock. En ik eigenlijk ook wel een beetje.
7. Toen ik negen was was ik stichtend lid van de pretmakertjesclub.
8. Een jaar later vond ik roken plots stoerder, en werd het clubje opgedoekt.
9. Ik heb nog nooit echt helemaal serieus overwogen om te stoppen met roken.
10. Toch nooit langer dan drie volle dagen.
11. Ik rook nog liever gordijnen dan light sigaretten.
12. Voor de rest kies ik wel altijd voor de lightversie van producten.
13. Ik ben in het bezit van een gehandtekende Helmut Lotti-foto.
14. Ik weet waarvoor afkortingen als NKOTB, TT, RHCP, AC/DC en REM staan.
15. Guido Belcanto is mij nog twee flessen appeljenever verschuldigd.
16. Ik heb nog nooit gevochten in my entire life.
17. Ik heb al vaak willen vechten, maar steeds beseft dat ik me onsterfelijk belachelijk zou maken.
18. Ik word fysisch ziek van geroep, getier en grote massa’s op te kleine plaatsen.
19. Omwille van mijn houtfobie eet ik nooit ijs op een stokje.
20. Mijn favoriete ijssmaak is Ben & Jerry’s Cookie Dough.
21. Ik zou nooit mijn laatste winegum weggeven.
22. Ik ben verslaafd aan cola-light en in staat om er gat in de nacht voor naar de nachtwinkel te crossen.
23. Ik ben een week vegetariÎr geweest, tot mijn moeder spaghetti klaarmaakte.
24. Mijn moeder maakt de beste spaghetti van heel de wereld.
25. Mijn favoriete geuren zijn die van benzine, alcoholstift en kaneel. Liefst niet allemaal tegelijk.
26. Ik haat de geur van gemaaid gras.
27. Ik heb nog nooit gras gemaaid.
28. Ik heb een tongpiercing.
29. Ik ben verschrikkelijk trots op mijn tongpiercing.
30. Ik heb een week blauw haar gehad.
31. Ik zou niet meer kunnen leven zonder mijn digitale camera, mijn computer en internet.
32. Ik ben dan ook heel blij dat ik samenwoon met iemand die ook niet zou kunnen leven zonder zijn digitale camera, zijn computer en internet.
33. Ik verkies internet boven televisie.
34. Ik verkies silly doen met Youri boven internet en al de rest.
35. Soms voel ik me paniekerig zonder te weten waarom.
36. Ik breng never ever ever een boek op tijd terug naar de bibliotheek.
37. Ik ben altijd van plan om mijn boeken op tijd terug te brengen naar de bibliotheek.
38. Ik vind mijn handschrift superoke (vooral mijn k), ook al vinden anderen het moeilijk leesbaar.
39. Ik haat mijn naam, en ik ben niet zo marginaal als ik klink. Ik ben vernoemd naar een Charlie’s Angels personage
40. Lilith is de allereerste nick die ik ooit op Internet heb gebruikt.
41. Ik ben een sucker voor rommelmarkten en tweedehandswinkels.
42. Ik kan geen speelgoedwinkel inlopen zonder naar ‘Tickle-me-Ernie’ en soortgelijke beesten te stormen.
43. Ik win altijd in Trivial Pursuit, en daarom wil niemand het met mij spelen. :(
44. Ik ben gek op Nijntje Pluis en het knijn is overal in mijn omgeving terug te vinden.
45. Ik heb Ome Willem geÔnterviewd.
46. Mijn allereerste interview was met mijn vader onder de titel ‘Mijn vader, de blauwhelm’.
47. Ik ga graag naar de tandarts. En ik ben al veel te lang niet meer geweest.
48. Ik was twee jaar en half een beugelchick.
49. Kussen met een beugel is niet lipvriendelijk.
50. Ik snap niet waarom veel mensen rondlopen met een labbelo-stick.
51. Ik zie daar eigenlijk het nut niet van in.
52. Papieren zakdoekjes, same thing.
53. Ik herinner me nog dat Twix vroeger Raider heette.
54. Love Shack van The B-52’s is mijn favoriete karaoke-song.
55. Ik ben niet van het podium te krijgen tijdens karaoke’s.
56. Ik kan enkel goed zingen in mijn hoofd.
57. Ik heb geen groene vingers. Ik haat bloemen en gardenshops.
58. Muggen vinden me delicious.
59. Ik voel me schuldig als ik muggenspray gebruik.
60. Youri en moi hebben een eigen vocabulaire.
61. Ik lach hem uit met zijn stomme uitdrukkingen, en dat doet hij ook bij mij, maar volledig onterecht.
62. Ik ben een absolute krak in het onthouden van geboortedatums en telefoonnummers.
63. Sinds de komst van de GSM is dat wel heel wat geminderd…
64. Liedjesteksten kan ik onthouden als the allerbeste, en ik erger me dan ook als ik mensen liedjes verkeerd hoor meezingen.
65. Mensen noemden mij in het verleden zowel arrogant, sociaal, ordinair, elitair, vriendelijk, lui, betrouwbaar, moody, mooshy, bitchy en labiel.
66. Wie mij wil straffen moet mij meenemen naar de Wibra, de Zeeman of de Promo 800.
67. Wie mij gelukkig wil maken neemt me mee naar de Fnac, Invito of Christiaensens.
68. Ze mogen mij ’s nachts altijd wakkermaken voor Tiramisu, kijken naar de bliksem of een citytrip naar Barcelona.
69. Ik moest hardop lachen bij Bridget Jones’ Diary.
70. Het boek dan, niet de film.
71. Ik ben niet gelovig.
72. Ik kan wel vertederd zijn door mensen die geloven in een god, maar toch snap ik het niet.
73. Ik ben niet bang voor mijn eigen dood, des te meer voor de dood van mensen die ik graag zie.
74. Er zijn niet heel veel mensen die ik graag zie. Maar als ik ze graag zie, dan wel heel graag.
75. Yes please.
76. Ik heb het woord ‘serieus’ nog nooit in ÈÈn keer correct getypt.
77. Ook nu niet…
78. Ik word gek als ik aan mijn eigen aders denk…
79. Ik zou nog altijd liever dierenarts worden dan anything else.
80. Het enige dat me niet lukte op school was wetenschappen.
81. Ik geloof dat wiskunde uitgevonden is door Hitler.
82. Toen mijn grootvaderd overleed aan longkanker kon ik niet huilen.
83. Toen mijn kat doodging heb ik drie dagen gejankt.
84. Later wil ik een hond die zo groot is als een koe en ik kan niet wachten tot ik er een kan gaan kiezen.
85. Youri heeft het niet zo voor koeien.
86. Ik kan echt helemaal onder de indruk zijn van een gevatte opmerking.
87. Ik haat stomme clichÈ-grappen.
88. Ik heb niet veel contact met mijn familie.
89. Op familiefeestjes ben ik altijd heel blij dat ik geen enig kind ben.
90. Ik kan meepraten over wielrennen als het erop aankomt…
91. Ik verbaas mensen met mijn nutteloze weetjes.
92. Ik heb een video-cassette van de tien om te zien-special uit 1991.
93. Ik heb hem zeker al 10 keer gezien.
94. Mijn favoriete stuk is het levenslijnlied.
95. Mijn favoriete jeugdfilm is Peter en de Draak.
96. Passamaquoddy!
97. Later noem ik mijn dochter Stien. En mijn tweede Niene. En mijn roodharige tweeling Gianni en Morino. *grin*
98. Is anyone out there as inside as me?
99. Ik hou van lijstjes.
100. Maar ik ben toch blij dat dit af is…..

Fat Club

Ik, die altijd heb geweigerd om mee te doen aan gesprekken over te dik zijn en diÎten, ik, die mezelf altijd heb voorgehouden dat ik niet zou veranderen in iemand die haar leven zou laten leiden door wat er op de weegschaal staat, net ik ben tot het besef gekomen dat ik niet kan bloggen zoals het moet zonder de wereld te vertellen over mijn gewicht, en de constante struggle ermee.
Al klinkt dat dan weer te zwaar. Fact is: al sinds ik me kan herinneren ben ik dikker dan al de rest. Dat heb ik niet altijd even erg of belangrijk gevonden, integendeel zelfs. Ik heb me jaren heel goed gevoeld met hoe ik eruitzag, en geweigerd om mezelf uit te hongeren om eruit te zien als iedereen. Want ik was niet als iedereen, en dat vond mijn 16-jarige zelf stiekem wel oke. Toch had mijn 16-jarige zelf maar ÈÈn goedgeplaatste opmerking over haar gewicht nodig om zich een week lelijk en belabberd en belachelijk te voelen. De redenen daarvoor zijn al een verhaal op zich, en nu even niet zo relevant.

IK heb me nooit echt goed gevoeld als ik at. Mijn moeder stuurde me al naar een diÎtiste toen ik negen was, ik viel toen 10 kilo af, was supertrots, en toen knalde mijn diÎtiste met haar auto tegen een boom en was het voorbij. Mijn leven als slanke tiener was niet meant to be, ofzo. Vanaf dat moment was ik me veel te bewust van hoeveel calorieÎn er in een snickers gingen, of in een boterham met salami, of in een klein zakje chips. Ik at ze wel, maar ik voelde me achteraf ALTIJD schuldig.

Toen ik in Gent ging studeren was ik mijn haat-liefderelatie met eten zo beu geworden, dat ik besliste om er alleen nog maar van te houden. En blij te zijn met mezelf. En dat lukte. Tot ik in mijn laatste jaar tijdens een routine-onderzoek bij de dokter plots de vraag kreeg of ik eventjes op de weegschaal wilde gaan staan. De weegschaal! Het toestel waar ik meer dan drie jaar lang met een grote boog omheen was gelopen. Ik werd wit en rood tegelijk, en toen ik mezelf eindelijk zover had gekregen om erop te gaan staan, duizelde het toen ik het cijfer zag. Ik was nog nooit zo dik geweest in my entire life. Ik had ook nooit verwacht dat ik ooit zo zwaar zou kunnen worden. Ik had meer zin om te janken dan om de schijn hoog te houden, en na een lang en vermoeiend gesprek met de dokter besefte ik dat er twee mogelijkheden waren: mezelf voor blijven houden dat ik wel gelukkig was en blijven doen waarmee ik bezig was, en als gevolg daarvan stilletjesaan in een walvis veranderen, of eindelijk eens onder ogen zien dat ik mezelf dingen wijsmaakte en dat er dringend iets moest veranderen. En ik koos voor het tweede.

Iets minder dan een jaar later was ik bijna 25 kilo afgevallen, en ik voelde me pretty damn on top of the world. En lucky ducky die ik was, net op dat moment leerde ik Youti kennen in Disneyland Parijs en life was biejoetifoel indeeders. Een beetje te mooi zelfs, en ik had het zodanig druk met verliefd worden en etentjes en strandwandelingen dat ik vergat om ook nog eens op mijn eten te letten. Weegschalen verloren mijn interesse beetje bij beetje, want hell, hij zag mij graag en dus kon ik er niet zo hidious uitzien, toch?

Kilo per kilo kwamen ze terug, de bastards, en nu, een jaar later heb ik er weer genoeg van. Ik was zo fucking trots op mezelf, iedereen was in awe, en ik heb gewoon gedaan wat wel te verwachten was: ik heb het niet volgehouden. Hoewel. Dankzij mijn allersupportiveste vriendje die mij ondanks mijn ‘ik ben te dihik!’-gekriep nog altijd graag ziet, ben ik er weer aan begonnen. Ik ben op een jaar tijd een kleine 10 kilo bijgekomen, en dat is bij momenten een redelijke domper op mijn feestvreugde.
Ik kijk weer minder graag in spiegels dan een jaar geleden. Ik vind het al een stuk minder geestig om foto’s van mezelf te zien. En ik moet gigantisch veel moeite doen om te geloven dat Youti mij wel leuk en mooi en oke vindt.

Alleen al daarvoor wil ik mijn butt weer into gear krijgen. Samen met het super pointsplan van Weight Watchers waarmee het me vorige keer is gelukt. En met mijn keukenweegschaal waarmee ik alles afweeg dat ik in mijn mond steek, om het daarna gedetailleerd op te schrijven en mezelf niet te bedriegen.
Dit wordt geen dieetlog, daarvan zijn er al teveel supergoede voorbeelden vol foto’s en statistieken en lijstjes met wat er op een dag wordt naar binnengewerkt. Maar ik kan ook niks vertellen over mijn wacky adventures zonder in beschouwing te nemen dat alles dat ik doe gebeurt op een gezonde, dieetverantwoorde wijze. En dat ik afzie soms. En dat ik wel eens zou durven janken als het niet lukt. En zagen. Het spijt me. ;)

Over bloemen en stoomstrijkijzers

Binnenkort is het weer moederdag. Toch voor de moeders die niet in Antwerpen wonen. En zoiets kan je onmogelijk over het hoofd zien. Blokker, Casa, Krefel, … ze brengen er allemaal hele catalogi vol mogelijke kadootjes voor uit. Want daar gaat het toch om. Welk kadootje je dit jaar weer moet kopen voor je moeder. En het wordt ieder jaar moeilijker. Een stoomstrijkijzer heeft ze al, bloemen zijn clichÈ en je kan ze ook niks geven om op de kast te zetten want dan moet ze alle stukken van de vorige jaren (die ze waarschijnlijk afschuwelijk vindt) nog wat meer samen schuiven om het nieuwste pronkstuk er bij te krijgen.
Je moet ook opletten met dingen waar, meestal zonder het zelf te beseffen, verborgen boodschappen in zitten. Een weegschaal of een stofzuiger zijn dus redelijk riskant. Je kan ook hints als “ik ga toch eens een nieuwe vuilbak voor de blauwe zakken moeten kopen” opvolgen, maar dat heeft dan weer te weinig charme. Moeder, waarom ben je zo?

Ik denk dat ik dit jaar voor de klopboormachine ga.

Om ter blogst

Waar ben ik aan begonnen? Dat heb ik mij de laatste dagen al meer afgevraagd. De hele wereld is aan het bloggen, dus kunnen twee internet-addicts met een brand new iMac toch niet achterblijven. Voila, het idee was er. Nu de rest nog …

Een blog online zetten leek zo simpel. Waarom is het dat dan niet? Ik denk dat als je “trial and error” intypt in Google, de site van Movable Type bovenaan zal terugvinden. Cgi-bugs, halve templates, een supportforum die op verkeerde vragen antwoord geeft, daar had ik helemaal geen rekening mee gehouden. Een simpele “klik op OK om te bloggen” was wel goed geweest.

Anyway, het komt goed, en smilies hebben we al :k:

To do voor het winter is

* een superfoto nemen vanop een brug in VenetiŒ
* beginnen aan mijn autorijlessen
* nog eens 15 kilo vermageren, en zo mijn totaal op 30 brengen
* strutten langs de Amsterdamse grachten
* mijn record Rock ’n Rollercoasteren breken in Disneyland Resort Parijs
* van een duin naar beneden rollen met Y (l)

En jij?

Rood

Haar ogen worden groter het moment dat ze me aankijkt. Ze probeert zo onopvallend mogelijk blikken uit te wisselen met haar geblondeerde vriendin, die net op dat moment de kaart van de tea-room zit te doorbladeren. Haar blik schreeuwt keihard “kijk dan toch!”, maar ze voelt dat ik haar verbaasd blijf aankijken, en kijkt gegeneerd weg. Pas op het moment dat ik haar tussen haar tanden “Kijk naar die haar haar!” hoor sissen, besef ik weer dat ik zaterdag naar de kapper ben geweest.