Het begon als een vaag ideetje, maar ondertussen is kokeneten.be een goed draaiende website vol recepten geworden waar ik eigenlijk geweldig blij mee ben. Omdat de simpelste ideetjes blijkbaar nog altijd de beste zijn. Omdat er mensen zijn die even graag koken en dat even graag delen als ik. En omdat het gewoon fijn is om te zien hoe de databank met lekkere dingen elke week aangroeit dat het geen naam heeft.
Ik kook ondertussen anders.
Niet alleen sta ik vaker met een fotocamera in de keuken dan ever before, ik probeer ook veel meer uit.
Dingen als obsceen lekkere bananencake, die zichzelf in no time in de klassiekers van dit huishouden heeft weten binnen te werken. Of koekiemoon’s overheerlijke frambozenmousse die er veel te professioneel uitziet voor de moeite die het maar kost om te maken. Ik heb al veel geprobeerd, er staat nog veel meer op mijn to cook-lijstje, maar ik moet één ding kwijt:
Sealion’s geroerbakte eend met peultjes is zowat het beste dat ik al ooit heb klaargemaakt, in my entire life. *pinkt traan weg* Het zou zelfs kunnen dat het gerecht tot de beste maaltijden behoort die ik al ooit heb binnengespeeld. Zij heeft het dan weer van Jamie Oliver. Woorden schieten zwaar te kort, meer kan ik er niet over kwijt zonder de peultjes oneer aan te doen.
Om maar te zeggen dat het nog altijd de moeite is, en dat u maar een keer moet afkomen.
Het is veur niet.
Dingen die ik vreemd vond:
Vorige week werd ik tijdens een wandelingetje naar de bancontactautomaat plots overvallen door een mega stortbui. Moedertje natuur, dat is me toch ook een felle, bedacht ik me terwijl ik iedereen hysterisch zag wegstuiven onder afdakjes en moeder’s paraplu. Het was pas toen ik nog de enige levende ziel was in de dorpskern van het anders zo gemoedelijke dorpje V. dat mijn frank viel: het regende alsof de wereld zou vergaan, en ik was blijven wandelen.
Mijn moeder wordt elke dag bestraald in een ziekenhuis dat op een eind rijden van mijn ouderlijk huis ligt. Elke dag rijden mijn moeder en ik mee met de ambulance richting dat ziekenhuis, ik vooral fungerend als buffer tussen de ambulanciers en mijn moeder, die zo al moe genoeg is zonder dat ze al te veel wordt blootgesteld aan babbelzieke sujetten. De voorbije weken heb ik voldoende ambulanciers ontmoet om een aan de ribben hangende analyse te maken van de mannen die dag in dag uit aan ziekenvervoer doen.
Ik sloot mijn mond en ware het niet dat die volzat met speekselzuigende buisjes en ijzeren vormpjes die waarschijnlijk veel geld kosten, ik had mezelf getrakteerd op een vuistslag op mijn tronie. Zelden had ik me zo compleet belachelijk gevoeld als drie seconden daarvoor, toen de tandarts vroeg of het een beetje was meegevallen qua pijn na de vorige afspraak. Ik had ‘ja’ kunnen zeggen. Ik had zelfs ‘neen’ kunnen zeggen. Maar ik zei: ‘Fwa jaaj, alleeb fie gerbovin deeb hohal gaar’. Note to self: als je ooit nog een poging onderneemt om in verdoofde tongen te spreken tegen een ander levend wezen dan zal ik je weten te vinden. En het zal godverdomme je besten dag niet zijn. 
Elke stad zijn stadsgek, zeg ik altijd.
Ook tftc is geen blog waarop u veel politieke analyses moet verwachten, maar ook Youri en ik waren gisterenavond zwaar teleurgesteld. Zo teleurgesteld dat wij nog tot veel te laat hebben liggen van “Maar allez” doen in ons bedde, niet snappend hoe het eigenlijk allemaal mogelijk was. Dat mensen meer geloven in een brulboei uit de judo die komt aandraven met Ulla Werbrouck dan in mensen die al jaren oprecht een goed gefundeerd programma proberen door en uit te voeren. Dat kiezers een geheugen hebben van welgeteld drie seconden. Dat we in een verschrikkelijk conservatief land leven, waarin mensen teren op negativiteit. En dat de meesten blijkbaar bitter weinig kennen van hoe een land werkt, en dus enkel maar stemmen voor zichzelf. En voor slogans. Het is niets nieuws, maar ik word er bij momenten wel een beetje triest van.
Weet u nog, de Shimelle Lain workshop 

