Category Archives: life in the fat lane

t minus 7 days

operation_05.jpgVoor ik aan een rondje losbarsten in teleurstelling begin: geweldig bedankt aan iedereen die gisteren de moeite heeft genomen om mij een mailtje te sturen of via de commentaren duidelijk te maken dat ze mij geen ongelooflijke tamzak vinden die te leeg is om gezond te eten, ofzo. Ik heb nog niet op iedereen kunnen antwoorden, maar dat wil in geen geval zeggen dat ik het niet enorm heb ge‰pprecieerd.

Aan alle mensen die zelf niet zo goed in hun vel zitten en een gastric bypass of andere operatie overwegen: ik ben gerust bereid om mijn verslag vanaf de operatie pretty gedetailleerd online te zetten, alleen ben ik er nog niet uit of tales from the crib de ideale plaats is voor gewichtstabellen en BMI-berekeningen. Ik weet dat dat boven alles de dingen waren die ik wilde weten van andere mensen die dergelijke operatie hebben ondergaan, en al sta ik niet te popelen om iedereen mijn startgewicht en graad van fatness mee te geven, ik snap dat het andere mensen evenveel kan helpen in hun beslissing als dat bepaalde verhalen en cijfers mij hebben geholpen. Wordt dus zeker nog vervolgd.

Ook grappig: gisteren heeft tales from the crib voor het eerst in de geschiedenis de kaap van de duizend hits per dag overschreden, het heeft dus wel iets gegeven, dat grijs stukje. Waarvoor dank ook, ik ga het zeker inkaderen om te tonen aan mijn kleinkinderen als ik in een oudemanhuis zit en nog maar drie hits per dag scoor via de way back machine.

En dan trek ik nu even het vat van totale teleurstelling open, als het niet geeft.

Alles was klaar om dit weekend te verhuizen. Het enige dat nog moest gebeuren was de loodgieter die het water en sanitair kwam aansluiten, en aangezien die kerel toevallig vorige week in verlof was zou hij dus zeker deze week komen. En als ik zeg zeker, dan was het ook zeker, want hij wist dat wij dit weekend zouden verhuizen. Heel de week heb ik met een knoop in mijn maag gelopen (waarom moet ik me dan eigenlijk nog laten opereren, zeg?! Wahahaa!) omdat ik die afspraken van stielmannen ken, maar hij had het zo erg beloofd dat het toch eigenlijk niet anders kon dan dat hij zou komen. Aangezien we hem maar niet hoorden hebben we vanmorgen zelf gebeld: hij komt dinsdag. Ja kijk, hij is nog bezig op een andere plekke en het gaat echt niet anders kunn’n.

Waaaaaargh! Dinsdag als in de dinsdag die niet meer in deze week valt. Wat is er gebeurd met afspraken die afspraken zijn, en waar je geen wiskundige formule op moet uitoefenen om te weten wanneer hij dan echt komt, joengne?!

Resultaat: we kunnen weer nog niet in ons huis gaan wonen, zodat mijn wilde plannen voor volgende week (nog een hele hoop verse groentjes in soep te laten veranderen zodat ik die na mijn operatie maar uit de diepvries te halen heb, bij voorbeeld) samen met een hoop andere dingen in het water dreigen te vallen. En ik zou toch graag al even in ons nieuw huis hebben geslapen voor ik geopereerd word, zodat het al enigzins bekend terrein is als ik uit het ziekenhuis kom.

Aber nein!

EÈn voordeel aan zoveel dingen aan je hoofd hebben: weinig tijd om te beseffen dat ik volgende week deze tijd al ergens lig te kwijlen op een operatietafel.

en dan nog dit

scales.jpgDe laatste weken is gebleken dat ik veel beter kan zwijgen dan ik van mezelf dacht.

Ik heb jullie de momenten bespaard waarop ik met een krop in mijn keel in de wachtzaal van een ziekenhuis zat, de eerste keer alleen en de volgende keren met Youri aan mijn zijde om af en toe eens in mijn klamme hand te nijpen. Ik heb jullie de nachten vol lange gesprekken en twijfels bespaard, en ook het verslag van een volledige dag ziekenhuis inclusief maag, darm, long, lever, en nog tien andere onderzoeken, de ene al prettiger dan de andere. Hell, ik heb jullie zelfs niet lastiggevallen met het kick-ass verhaal over een camera die in mijn keel richting maag verdween en hoe stoer ik dat heb doorstaan zonder kotsen of flauwvallen.

Toen ik dan weer bijna flauwviel van de zenuwen omdat ik bang was dat ze na de onderzoeken allerhande vreemde ziektes zouden ontdekken ben ik bij jullie komen klagen over loodgieters en chapmannen, en dat hielp. Ik heb jullie niks verteld over de geweldige chirurg die altijd op al onze vragen heeft geantwoord, en ik ben hier maandagmorgen mijn blijdschap niet komen verkondigen over het feit dat ik ondanks mijn overgewicht nog steeds kerngezond uit de resultaten kom. Maar dat dat zo niet zal blijven staat op dit moment redelijk vast.

Ik heb om verschillende redenen gezwegen.
In den beginne wilde ik me zo weinig mogelijk laten beÔnvloeden door de hele resem positieve en negatieve verhalen die iedereen kent van iemand uit zijn omgeving. Ik wilde informatie die zo correct en droog mogelijk was, zodat ikzelf kon beslissen welke oplossing voor mij de beste was. Toen ik die informatie had heb ik het verteld aan de mensen die mij het beste kennen, zijnde mijn ouders en broer, mijn lief en mijn vriendin. Sinds het gesprek met de chirurg maandag weet ik dat alles wel heel dichtbij komt, en dus heb ik gisterenavond de knoop doorgehakt en het verteld aan de ouders van Youri. Gezien zij deze blog ook lezen wilde ik het hen eerst vertellen voor het hier werd gepublished. Nu dat gebeurd is mag heel de wereld wat mij betreft weten dat ik GLEEEDI2006 heb begraven en ervoor kies om volgende week vrijdag (9 juni, that is) een gastric bypass te ondergaan.

In de praktijk wil dat zeggen dat ik niet alleen een stuk minder zal kunnen eten, maar dat er ook nog eens een stuk minder calorieÎn van dat eten in mijn lichaam terecht zullen komen, met als resultaat dat ik redelijk snel en redelijk veel zal vermageren. Het is best een zware operatie, waarvoor ik vijf dagen in het ziekenhuis zal moeten blijven, en de beslissing om het te doen is dus over meer dan een paar nachten ijs gegaan. In plaats van een gemakkelijkheidsoplossing is het een van de lastigste beslissingen van mijn leven geworden, maar ik ben er voor mezelf uit dat ik dit wil doen wil mijn overgewicht niet de komende vijftig jaar (hoop ik) als een donkere wolk boven mijn fladderige persoonlijkheid hangen. En ik wil natuurlijk eindelijk ook eens gaan winkelen met een maat 38, dat spreekt voor zich.

Mensen die vragen hebben of dingen willen weten mogen mij gerust mailen of iets in de comments zetten, maar ik heb eerlijk gezegd geen zin om de komende dagen door te brengen met verantwoording af te leggen in het echte leven. De mensen die ik het persoonlijk heb verteld weten hoe alles zit, andere mensen zullen mij eventjes gerust moeten laten wat uitleg over gastric en andere bypassen betreft en het met het internet moeten doen. Ik ben van plan om vorderingen en zo hier wel een beetje te gaan bijhouden, maar geen nood: dit wordt geen gastric bypass-blogue.

Ow ja, en dit weekend verhuizen we ook nog eens, geloof ik, dus toch bijna goed geraden!

Open brief aan de fabrikanten van dikkemensenkledij

170UllaPopkenFloral-Print-L.jpgBeste fabrikanten van dikkemensenkledij,

Ergens tijdens het naaien van de gigantisch tentzeilen the size of canada die u “hippe zomerbroek tot maat 56” noemt zijn er een paar dingen serieus misgegaan, en daar wil ik het erg graag even met u over hebben.

Fact: dikke mensen hebben kleren nodig.

Dat weet u, want het is uw gat in de markt geworden. U verdient uw dikke villa en dikke BMW op de dikke ruggen van mensen met dikke billen, buiken en kuiten. En dat is uw goed recht, natuurlijk.
U keek ooit naar een gevuld achterwerk dat de jeans errond bijna aan flarden liet scheuren, en u dacht: dikke mensen passen niet in gewone mensenkleren. U dacht: ik ga dikkemensenkleren maken en die voor dik veel geld verkopen, zodat die malle dikkerdjes eindelijk ook eens iets aankunnen in hun eigen, niet-standaard maat. Ik vind dat een zeer nobel en bewonderenswaardig initiatief. Maar wat ik dan even niet goed snap: waarom dacht u daar ook nog eens achteraan dat dikke mensen absolute mongolen zijn als het aankomt op smaak/stijl/kleurenleer?

Kijk, ik ben me ervan bewust dat dikke mensen vaak aanzien worden als gezellig en goedlachs, en Margriet Hermans heeft daar niet echt veel goed aan gedaan toen ze verscheidene malen bijna in haar blommekesbroek pieste bij “Zeg eens euh”. Maar wij, gewone dikke mensen die niet in tv-shows optreden, zijn geen clowns, beste fabrikant, en dat hoeft u ook niet van ons te maken. Onze hersenen functioneren op modegebied niet anders dan de hersens van mensen met een standaard-kledingmaat, namelijk. Ik kan snappen dat dit hard aankomt, zo ineens, maar voor eens en voor altijd: wij zien dezelfde dingen als mensen die wel slank zijn.

Wij vinden de potsierlijke bloemetjesmotieven die u ons te pas en te onpas wil laten dragen even afschuwelijk als slanke mensen, alleen hebben wij vaak geen andere keuze. Wij houden evenveel van mooie kleuren als om het even welke andere bevolkingsgroep, maar hoe is het mogelijk dat u onze lijven het liefste wil hullen in de meest extreme vadsige combinaties als lila met vaalgroen? Wij zijn al die tijger-en pantermotiefjesbloezen al honderd jaar zo beu als koude pap, en het is niet omdat wij geen maat 38 bezitten dat wij extreme obsessies hebben voor vormeloze tuinbroeken met een bebloemd boordje aan, of strikjes aan de achterkant van onze broekspijpen, of beertjes op onze truien. Het is niet omdat wij niet slank zijn dat wij ons willen aantoortelen als halve wiewies, beste fabrikant van dikkemensenkledij.

En dus vraag ik u, al is het het laatste wat ik doe: wat is er mis met gewone mensenkledij een maat groter maken? Als dat lukt tot aan maat 46, waarom dan niet tot aan 48, wat zeg ik, misschien wel 50? Of missen mijn dikke mensenhersentjes iets hiero?

Stop alstublieft voor eens en altijd met die zotte folietjes, want we houden er niet eens van. Wij haten uw bleekblauwe wijde jeansbroeken en truien waarin niemand onze borsten nog kan of wil onderscheiden van onze knieÎn. We dragen uw brol omdat we vaak niet anders kunnen, niet omdat we ons er onwaarschijnlijk sexy en aantrekkelijk in voelen. Want inderdaad, daar moet je pas echt helemaal marginaal voor zijn, om te denken dat je er goed uitziet in een ensemble dat “fatso coming through” uitschreeuwt naar iedereen die zich in je buurt bevindt.

U had ons kunnen helpen, beste fabrikant van dikkemensenkledij, maar in plaats daarvan duwt u ons nog dieper in de put, gekleed in een oranje bloemetjesponcho met daaronder een legging met roze katjes op. En het ergste van alles is dat u het ook nog eens aandurft om stukken van mensen te vragen voor uw afgrijselijke tenten ook.

Moge u branden in de hel.

lilith (met een beetje geluk maat 48, vaak met iets minder geluk maat 50)

fat girls

BS_R6.jpgIedereen kent haar wel, dus u waarschijnlijk ook: het dikke, geweldig spontane meisje waar het altijd volle bak plezier mee is, anytime, anyplace. Ze klaagt niet over haar dikke billen zoals slanke meisjes dat wel zo goed kunnen, maar ze draagt ze met trots en straalt daarbij een karma uit dat ervoor zorgt dat ze alles van mensen gedaan krijgt. Het dikke meisje steekt zich niet weg omwille van haar gewicht, maar is juist erg aanwezig, en ze neemt zo’n belangrijke plaats in in haar omgeving dat mensen haar echt nooit meer zouden kunnen missen. En dat ze een pak dikker is dan gemiddeld, dat is hen waarschijnlijk al jaren niet meer opgevallen.

Je hebt het dikke meisje dat beslist heeft dat haar rondingen haar niet meer zullen stoppen, integendeel! Ze beweegt zich voort op hieltjes die haar ronde kuiten goed doen uitkomen, ze draagt rokken waarin haar kont goed te zien is, en ze maakt boven alles gebruik van het grootste geschenk dat dikke vrouwen van de schepper hebben gekregen: een D-cup, minstens! Ze hoeft maar een cafÈ binnen te komen en ze trekt blikken naar zich toe, en mannen die nooit met een dikke vrouw gezien zouden willen worden beginnen plots van gedacht te veranderen. Ze straalt zoveel seksuele zekerheid uit dat het wel een avontuur moet zijn om met haar tussen de lakens te belanden. En naar het schijnt is ze een fantastische kusser. Ook nog.

Er is de dikke vriendin, die vanaan de zijlijn mag toekijken hoe haar vriendinnen de wildste avontuurtjes beleven waar zij enkel maar van kan dromen omdat ze nu eenmaal dik is. Zij verzekert haar vriendinnen ervan dat ze er echt wel fantastisch uitzien in die jeansbroek in die winkel waar zij niet eens in rondkijkt omdat ze nog niet met haar enkel in de broeken past. En ja, zij wil vaneigens wel eens polsen bij die knappe jongen of hij iets voelt voor haar vriendin, want vriendinnen vertrouwen haar. Ze is toch geen bedreiging.

Je hebt het dikke maatje, dat geadoreerd wordt door de jongens zolang het maar gaat over samen pinten drinken en vuile praat uitslaan. Zij is meestal het enige meisje dat in een jongensgroep wordt geduld, en zij weet dus perfect hoe mannen denken over borsten en billen en seks en naar het toilet gaan. Ze begrijpt mannen veel beter dan de gemiddelde vrouw, maar ze kan er weinig mee doen, want nooit is ze meer dan one of the guys. Zelfs als ÈÈn van die guys meer in haar begint te zien loopt het gegarandeerd mis: hij zou maar eens gezien moeten worden met een dikke aan zijn hand. Sociale zelfmoord, it would be. Het is niet erg, het is een boodschap die elk dik meisje minstens ÈÈn keer in haar leven in het gezicht krijgt gegooid.

Je hebt het dikke meisje met zorgen. Zal ze wel in die rieten stoel met armleuningen passen? Gaat die weegschaal bij de dokter wel ver genoeg om haar gewicht te meten? Kan die bloeddrukmeter wel helemaal rond haar bovenarm? Kan ik het wel maken om hier een ijsje te eten net als de rest van het gezelschap, zonder dat iedereen mij verwijtend en gedegouteerd aankijkt? Als ik aan dat groepje kinderen passeer, wie zal dan de eerste zijn om een beenharde opmerking te maken over mijn gewicht? Meestal lukt alles wel, maar ze is als de dood dat die designstoel in hard plastiek toch niet rond haar kont zal passen, en ze dat en plein public zal moeten meedelen, waarop gelach om die dikke freak de zaal zou vullen.

Het vergeetachtige dikke meisje is erin geslaagd om zich over haar slechte gevoelens heen te zetten wat haar figuur betreft. Tot ÈÈn collega/toevallige voorbijganger/familielid in tien seconden duidelijk maakt dat er ÈÈn groot nadeel is aan dikzijn: je bent het altijd, je kunt het niet verbergen en iedereen heeft het gezien. En eigenlijk is het een echte schande. Doe er iets aan.

Je hebt het dikker dan-meisje, dat de dikste is in elke wachtzaal en op elke trein. Ze voelt zich minderwaardig aan alles en iedereen, want zij is duidelijk de grootste freak die zichzelf het minste onder controle heeft.

Dan is er het slanker dan-meisje, dat dolgelukkig is als er een nog dikkere persoon binnenkomt in een plaats waar zij aanwezig is. Soms kan ze bijna huilen van opluchting, en wil ze iedereen erop wijzen dat ze toch niet de ergste freak is.

Er is het ooit dikke meisje dat afgevallen is tot mollig, en iedereen die ze ontmoet constant wil vertellen dat ze echt niet mollig en lui is, maar al ooit veel is afgevallen.

En je hebt het dikke meisje dat die meisjes gedurende verschillende fases in haar leven allemaal wel eens is geweest. Waarbij dat de ene keer beter meeviel dan de andere keer. Zoals ik dus. Op dit moment probeer ik het dikke meisje te zijn dat slim genoeg is om haar leven niet enkel van haar gewicht te laten afhangen.
Er zijn al gemakkelijkere fases geweest, I must say.

[GLEEEDI2006] week 5, zonder al te veel (tefal) progress

scales.jpggesport: ÈÈn povere keer, wegens sportblessure en tijdsgebrek
ging goed: weinig.. Maar ik ben trots dat ik zelfs op mindere momenten nooit zot ongezond heb gegeten, en me altijd heb kunnen herpakken
kon beter: ik heb te veel cola light gedronken en te weinig water en soep, ik had meer moeten sporten en mijn porties ’s avonds zouden best nog wat kleiner mogen
totaal gewichtsverlies: vijf kilo tweehonderd gram

****

So, tefal progress en ikzelf gingen uit elkaar aan het begin van de week, en het gevreesde gebeurde: hoe meer dagen voorbijgingen, hoe meer ik begon te dromen van een plots en ongelooflijk gewichtsverlies. Ik had maandag met succes een zware bodypumples bijgewoond, en ik voelde vooruitgang: mijn buikspieroefeningen gingen vlotter, mijn lunges zagen er minder stuntelig uit dan ooit, en bij momenten waande ik me zelfs serieus goed bezig. Na de les duidde ik meteen twee nieuwe avonden aan in mijn agenda en schreef er in zwierige lessen “PUMP!!!” bij, zo energetisch was ik toen nog. Tot de volgende morgen.

Naast de obligatoire spierpijntjes had ik last van een zeurende pijn in mijn rechterbovenbeen. Die pijn bleef de rest van de dag zeuren, net als de dag daarna. Ik had me ’s morgens nog vol goede moed ingeschreven voor bodypump, maar toen ik tien minuten voor vertrek nog eens door mijn benen probeerde te gaan en daarbij kajietend in de zetel belandde besliste ik dat ik toch beter zou afbellen. Wat ik dan ook deed, net als voor de les van donderdag, terwijl ik toch bezig was. Vijf weken bezig, en mijn eerste sportblessure was een feit.

En ik ben er wel een beetje trots op, want mijn kans op sportblessures is de afgelopen jaren zo nihil geweest dat ik de huidige als een ware trofee voor moed en zelfopoffering met me ronddraag. Soms ben ik zo trots dat ik op straat aan wildvreemden zou willen vragen of ze mijn sportblessure eens willen zien, zodat ze zouden beseffen dat ik geen lui dik wammes ben, maar een zeer actief en zelfopofferend meid die niet terugdeinst voor sportieve beweging.

Doordat de pumplessen uit mijn agenda werden geschrapt en ik het redelijk druk had met vanalles en nog wat huis- en jobrelated dropte de concentratie tot een absoluut dieptepunt. Again. Ik at wel gezond wat hoofdmaaltijden en tussendoortjes op mijn werk betreft, maar elke rol Pringles die voor mijn neus heeft gestaan deze week (want mijn leaf eet Pringles voor mijn neus en alles!) heeft een Pringle of tien/vijftien moeten afgeven. Hey, ik ben al trots dat ik me niet op de hele rol heb gestort, hastn! Ik ben ook trots dat ik mezelf altijd net op tijd heb kunnen stoppen voor ik iets zou doen dat echt geen goed idee was, als snoepen en youri zijn frieten opeten en toch kiezen voor pizza in plaats van gezond. Ik heb hier en daar een steek laten vallen, maar ik ben nooit zover gegaan dat het het einde van GLEEEDI kon betekenen. Zelfs mijn uitspattingen bleven redelijk gezond. En dat is best goed en verstandig en yet menselijk van mezelf.

Dat was ik natuurlijk helemaal vergeten toen ik eind deze week mijn tefal progress terugkreeg, erop sprong vol dromen van een ultralaag gewicht en identiek hetzelfde getal als vorige week zag staan. Ik sprong nog eens, en weer: identiek hetzelfde klotegetal als vorige week. De derde keer weer. Waarna ik met prikkende ogen in mijn bed ben gekropen, en bij het horen van een slaperige youri die “wat is er?” murmelde een potje heb gejankt van het vaderland weg. Neen, het gaat niet om de kilo’s, maar op dit moment zijn ze alles dat ik heb. Ik zie geen verschil, ik voel geen verschil en het zal nog tien kilo duren voor iemand anders zal vragen of ik iets heb gedaan aan mijn haar, want dat ik “lijk veranderd ben”. Ik ken de drill, en op dit moment zijn kilo’s echt alles waaraan ik me kan vastklampen, of net niet, zoals die morgen. Omdat ik zo in- en intriest was mocht ik tefal progress nog eventjes laten staan van youri. Want je wist maar nooit.

En toen, de volgende dag: vijfhonderd gram af! Het is niks om over naar huis te schrijven, maar vanmorgen waren ze er nog steeds af! Wat zorgt voor een verlies van vijf kilo en tweehonderd gram, en het recht om een flesje White Musk te gaan halen en mezelf in te smeren met lagen lentegeur! Huzzah!

Over volgende week maak ik me weinig illusies. De verhuisdeadline komt nu wel erg dichtbij (nog een twintigtal dagen), ik heb veel werk te verzetten en mijn dagen en avonden zijn volgende week al volledig gevuld met zaken die niet naar de ronkende naam “bodypump” luisteren. Maar ik ga wel veel groenten eten, beloofd! Op naar min zes, en een wereld waarin ik sterk genoeg ben om me niet meer te laten doen door een weegschaal die me constant in het ootje wil nemen.

fosbury

180px-Fosbury.jpgHet zag er naar uit dat het just another hour at bodypump zou worden. Ik nam mijn stang, knalde er wat gewichtjes tegenaan, koos een matje uit en legde het zo ver mogelijk achterin de zaal, zodat niemand mijn achterwerk zou checken tijdens het maken van de vreemde neerwaartse bewegingen die nu eenmaal bij bodypump horen. Als het zou kunnen, ik zou in een andere zaal gaan staan, zo erg voel ik mij verwant met de andere bodypumpers met hun strakke spieren en kostelijke sportkledij, en hun blikken van subtiel medelijden als ze naar mij en mijn kleine gewichtjes kijken, terwijl zij elke halve seconde veertig kilo omhoog duwen. Met hun pink, ahahaa.

Bodypumpleraar L. sprong gespierd en wel zijn podium op om aan de les te beginnen, en snel nam ik nog even de aanwezige pumpers in me op. Een geblondeerde huismoeder met een te modern fitness/speelpakje knoopte nog even de veters van haar lelijke resoorbaskets dicht, die ooit eens hip moeten geweest zijn net na de jaren tachtig. Naast haar een zelfuitgeroepen babe van 1 meter 35 met siliconenborsten, vierkante valse nagels en maatje 176. Een donkerharige man met een koersbroekje in lycra die niks aan het toeval overliet deed een redelijk obscene stretchbeweging voor de spiegel. Geschrokken draaide ik mijn hoofd weg.
Naast mij…
De vrouw waarvan ik had gehoopt dat ik haar nooit meer zou hoeven terug te zien. En daar was ik de laatste zes jaar glansrijk in geslaagd, ook. Maar daar stond ze dus, gehuld in een blinkende driekwartbroek en een spannend t-shirtje dat mij een blik gaf op haar nog steeds strakke buikspieren: T., mijn ex-lerares lichamelijke opvoeding.

Ik trok wit weg en werd onmiddellijk teruggekatapulteerd naar het einde van de jaren negentig.

T. die op een blaadje de punten noteert voor de miserabele Fosbury Flop die ik net, onder het oog van mijn klasgenoten en die van de handel, ten berde heb gebracht. T. die me toesnauwt dat ik mijn achterwerk moet intrekken, wat nogal moeilijk is als je een achterwerk hebt dat zelfs volledig ingetrokken nog niet in staat is tot een atletisch verantwoorde Fosbury Flop. T. met chronometer aan de schoolpoort, omringd met wachtende klasgenootjes die hun twee kilometer al drie minuten hebben afgewerkt, en ik die samen met die andere dikke van de handel rood en puffend kom aangehobbeld. T. die mijn tijd afroept, die een veelvoud is van de tijd van die dwaze maar rappe van Latijn-Wiskunde, die later sportlerares is geworden. T. die maar weinig empathie toont als ik mijn voet omsla bij hordenlopen, en me nooit zo hartelijk heeft toegelachen en aangemoedigd als ze dat deed bij haar leerlingen die wel vooruitgingen als ze een sprintje inzetten. Die T. stond nu op dertig centimeter van mij verwijderd, en ik moest beginnen aan oefeningen die zij zou kunnen zien en waarop ze zeker een opmerking zou sissen, als “lilith, die voeten recht! Buik intrekken! Kont intrekken! Kwabben intrekken!” en alles.

Gedurende een uur was ik zo ongemakkelijk als de pest. Ik deed keihard mijn best om Èn mijn oefeningen goed te doen, Èn zoveel mogelijk buiten haar blikveld te blijven, waardoor mijn gewoonlijk leuke bodypumples veranderde in een herbeleving van al mijn LO-trauma’s samen. Ik beleefde er geen enkele fun aan, maar wilde weg. Weg van mijn bezweet voorhoofd en mijn rode wangen, weg van buikspieroefeningen en spierpijn, weg van T. die drie keer zo oud was als ikzelf en er nog steeds strakker uitzag dan ik ooit was en zou worden.

Na een marteling die maar bleef duren gingen we stretchen, en toen was het klaar.
T. kwam mijn richting uit, met nog steeds dezelfde arendsblik en het sluike zwarte haar dat nu toch hier en daar grijs begon te vertonen. Mijn adem stokte, zoals dat vroeger ook vaak ging. Deze keer liep ze helemaal langs me heen om haar matje te gaan wegleggen. Ze had me niet eens herkend.

Great.

[GLEEEDI2006] week 4, you wanna hear about my new obsession?

scales.jpgkeer gesport: twee keer een uur intensieve bodypump
ging goed: soep en water drinken
kon beter: ik had gerust wat meer verse groenten mogen eten, eigentlik
totaal gewichtsverlies: vier kilo zevenhonderd gram

****

Deze crib is niet langer groot genoeg voor mij en mijn weegschaal.
Na deze week werd het duidelijk: ofwel vertrekt de weegschaal, ofwel vertrek ik.

Ik woon hier al een pak langer, dus werd beslist dat diegene die het huis moet verlaten *camera zoomt in op lilith en de weegschaal* … de…*lilith neemt handje van de weegschaal vast* … weegschaal is! *een duidelijk ontroostbare lilith snuit haar neus in een kussen*

Aangezien mijn relatie met de weegschaal redelijk maniakale proporties begint aan te nemen ben ik al na welgeteld drie seconden teruggekomen op de staalharde “weegschaal has got to go!”- beslissing, om ze in te wisselen voor een nieuwe, iets minder radicale beslissing: vanaf morgen wordt de weegschaal op bijzonder vakkundige wijze verstopt door youri, die het zelf nog niet weet en mij volledig insane gaat verklaren als ik hem vraag om een weegschaal te verstoppen. Maar verstoppen gaat hij, en snel wat!

Dat is niet eens zo veel gevraagd, want youri was diegene die mij een jaar geleden de meest geweldige weegschaal ooit cadeau deed, na een huilbui van mijnentwege die ontsproten was uit het alweer opgeven van een halfslachtige dieetpoging, genre: het gaat niet, het gaaaat nooooit gaan en ik heb geeeen ziiihiiin om heeel mijn leven karoten te eeeeeten, en boontjes ook nieeeehieet. Youri, die mij pretty door en door kent en weet dat ik verzot ben op knopjes en statistiekjes en elektronische vernuftjes schonk mij toen, tot mijn grote vreugde, de Tefal Progress, de eerste personenweegschaal die u begeleidt en motiveert, aldus de reclame.

En ooo, die verwachtingen werden ruimschoots ingelost. All of a sudden werd elk grammetje gewichtsverlies in een grafiekje gegoten, kon ik targets ingeven voor mezelf en bij elke weegbeurt nagaan of ik al dan niet goed op weg was om die te halen. Geweldig leuk als je effectief gewicht verliest, moordend frustrerend als je bijkomt, en die grafiek naar omhoog ziet schieten dat het geen naam heeft. Na een sterke periode die weer eens gevolgd werd door een zwakke periode begon ik met een grote boog rond de Tefal Progress te lopen. Hij mocht zijn grafieken houden, ik was het beu.

Nu ik weer op mijn voeding probeer te letten heb ik de Tefal opnieuw moederlijk in mijn armen gesloten, want wat kwatongen ook mogen beweren: ik hou zielsveel van mijn Tefal Progress. Teveel zelfs. Zoveel dat ik er minstens twee keer per dag opspring, en vaak zelfs drie keer. Opstaan: op de weegschaal. Om 10 uur op terugkeer van het toilet: toch eens uit nieuwsgierigheid op de weegschaal. Na het sporten: op de weegschaal. De ene keer spring ik er dolenthousiast af omdat ik ben afgevallen, om dan vijf uur later met een triest hoofd uit de badkamer te slenteren omdat er wat bij is. En ging GLEEEDI niet per definitie om gezond leven, veel meer dan om kilo’s?

Vandaar: morgen verwacht ik van mijn geliefde dat hij het ding op een plaats zet waar ik met mijn 1m65 niet bijkan, om hem pas volgende week weer op zijn oude vertrouwde plaatsje in de badkamer te zetten. Alwaar ik hopelijk zie dat ik nogmaals driehonderd gram ben afgevallen en mijn totaal op vijf kilo gewichtsverlies breng. Ik weet het: het is niet zo belangrijk, maar ik begin toch echt te verlangen naar mijn flesje penisvocht van muskusratten, y’all.

Zee routine

story_4412_photo.jpgHet begint meer en meer duidelijk te worden dat heel mijn toekomst van gewichtsverlies staat of valt bij “The routine”. Ik ben dik geworden bij gebrek aan routine, en ik zal vermageren dankzij de routine, and that’s all there is to it. Als de routine goed en wel in mijn hoofd zit dan is er geen probleem, herval ik in mijn routineloos leven, dan is er wel een probleem.

Ik heb een geweldige haat-liefde verhouding met systemen, patronen en routines, al mijn hele leven lang. In de lagere school al was ik groen van jaloezie op alle (I must say, meestal tuttige) klasgenootjes met hun perfecte systeempjes voor cursusbladen (ook wel mappen genoemd), hun pennendoosjes waarin alles op alfabetische volgorde zat, hun agenda dat met een kleurcode aan elkaar hing en dag na dag perfect werd bijgehouden, zodat ze bij wijze van spreken statistieken konden trekken uit het aantal herhalingsbeurten van Frans. Ikzelf ben meer van het type steek alle bladen los achteraan in een cursusblok, geen onderscheid tussen cursus Frans en cursus wiskunde, en vis de cursus aardrijkskunde op het einde van het jaar gekreukt en besmeurd met uitgelopen yoghurt op uit je tas, bij voorkeur als niemand kijkt. Ja, ik besef dat deze bekentenis meer pijn kan doen dan die keer dat u hoorde dat ik geen slanke godin was, maar het is even nodig qua duiding.

Nu ik groot ben is het nog steeds dezelfde routineloze leute. Lees: chaos in mijn hoofd, chaos in mijn frigo, geen systeem whatsoever wat huishoudelijke taken betreft, en honderd verschillende manieren om pasta te koken, onder het motto: “ik doe maar wat”. En dus steek ik al mijn problemen daarop: ik ben dik door gebrek aan routine, mijn huis is een mess bij gebrek aan routine, mijn boekhouding zit zeven maanden achter bij gebrek aan routine, und so fucking weiter.

In het GLEEEDI2006-pakket zit zoveel mogelijkheid tot systeempjes dat het gewoon goed komt als ik me eraan hou. Een geweldig positieve gedachte voor een chaoot als moi, die al weer vergeet welk eten ze allemaal heeft gekocht op het moment dat ze het in de frigo steekt. En het lukt: ik leef van systeempje tot systeempje, en routine tot routine. En erzonder gaat alles kapot. Here goes:

  • het winkelen: nooit ga ik nog onvoorbereid een supermarkt in, so help me god, want dan gaat alles zo hard mis. Zonder voorbereiding heb in in de Delhaize altijd last van zodanig grote black-outs dat ik plots maar ÈÈn hoofdmaaltijd meer kan bedenken. En hoe ik mijn hoofd ook breek, verder dan twee kipfilets en een hele kar vol brol kom ik gemiddeld niet. Sinds GLEEEDI doe ik aan uitermate strakke voorbereidingswerken. Ik blader voor vertrek door mijn weight watchers-kookboek, snuister door smulweb.nl en noteer alle ideetjes voor voedsel trouw in mijn Moleskine notebook, onder de categorieÎn “nodig”, “froenten en gruit” en “ideetjes”, jawel. Er is geen categorie chocolade en snoep, en dat is goed!
  • de frigo: menig kroppen sla zijn reeds een stille dood gestorven aan de achterkant van mijn frigo, omdat ook daar sprake was van schandalig weinig organisatie. Dat gold ook voor de voorkant van mijn frigo, laten we elkaars frigo geen liesbeth noemen. Sinds kort zit er zowaar organisatie in: kaas bij kaas, froenten bij froenten, minute maid bij minute maid. Geen rocket science, maar het werkt: als de kaas bijna op is zie ik het gewoonweg! Wat een wonder der techniek, dat in samenwerking met het weekmenu gewoon perfection is.
  • soep! wil ik er ooit in slagen om gezond en slank te zijn, dan moet ik elke zondag soep maken. Punt. Geen soep betekent hongeraanvalletjes tijdens de rest van de week die niet kunnen weggedronken worden met soep, en strooptochten doorheen de berging op zoek naar snoep, die er niet is, net als chocolade. En dus eet ik fucking volkorenbrood, dik tegen mijn gedacht, en dat is… goed! Volkorenbrood is altijd goed.
  • water: ik begin mijn dag met een liter water, ik neem water mee naar mijn werk en verplicht mezelf om er zo goed als constant van te drinken, ik zit met een fles water aan mijn computer en ik drink water als ik tv kijk. Het gaat er hem niet eens om dat het gezond is, het gaat er me om dat ik geconcentreerd blijf door water te drinken. Het herinnert me aan het feit dat ik GLEEEDI2006, wat goed is.
  • sporten: ik ben redelijk lui van inborst, en verkies een avond in mijn zetel altijd boven een avond op de crosstrainer. Ik barst elke week van de goede sportvoornemens, tot ik na een dag werken besef dat ik ook nog eens in mijn apepakkie in de vrieskou richting fitness zou moeten vertrekken, in plaats van knus met poes en hubbie binnen te blijven. Dan is de goesting volledig over. Als ik mijn sportavonden op vooravond in mijn agenda plan en alles afstem op het aantrekken van het apepakkie, dan wil het wel eens lukken.

Nu enkel nog een systeem vinden om de systemen niet beu te raken, en we zijn gelanceerd.

[GLEEEDI2006] week 3, whining the kilo’s away

scales.jpgWell kids, ik had gehoopt dat ik het positieve GLEEEDI2006 yeah!yeah!yeah!-gevoel had kunnen aanhouden tot aan de foto waarin ik twee keer in mijn huidige jeansbroek pas, but I failed. Miserably.

De roes van de eerste twee weken was plots met de noorderzon verdwenen, en aangezien dat moment net samenviel met een drukkere periode wat interviews en artikels betreft was het resultaat als volgt: ik heb deze week geen fitnesstoestel van dichtbij gezien, ik ben er twee keer in geslaagd om geen tijd te vinden om een volkorenbrood te gaan kopen, waardoor ik voor het eerst dit jaar bij de Panos ben beland (voor een broodje met enkel groentjes, but still), en ik heb wel verse soep gemaakt, maar ik heb ze mogen weggieten omdat ze om de ÈÈn of andere reden nooit in mijn werk-thermos is geraakt. Slabakken noem ik dat, slabakken!

Nu had ik natuurlijk twee mogelijkheden: ik had mezelf kunnen prijzen om alle andere dingen die ik deze week wel goed heb gedaan (gezonde avondmalen met veel groentjes! Erg weinig cola en erg veel water! Geen snoep/ongezonde tussendoortjes op mijn werk! En al!) of ik kon gewoon lastig zijn op mezelf, en trunten, en vinden dat ik nu al suckte in GLEEEDI en dat na amper twee weken en een beetje. Ik zou mezelf niet zijn als ik niet voor de laatste optie koos, vaneigens.

Ik weet uit dieetervaring dat mijn slaagkansen volledig afhangen van concentratie, motivatie en waanvoorstellingen van mijn hoofd op het lichaam van Veronique De Kock. En net die eerste twee factoren laten het afweten als ik van mezelf vind dat ik niet goed genoeg mijn best heb gedaan. Als ik me concentreer op wat gezond is en wat niet, dan is er geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om een stuk chocolade te eten. Als ik vind dat ik te weinig sport en al mijn energie steek in mezelf daarom slecht bezig vinden, dan kan een stuk zero-chocolade er gerust ook nog bij. En als ik zo’n stukje chocolade ongeconcentreerd binnenspeel, dan geniet ik er niet eens van, en als ik er niet van geniet dan is het alsof het niet gebeurd is en dan kan een stukje cake van een jarige collega de volgende dag ook niet zoveel kwaad. Vicieus is het.

Al bij al vielen mijn ongeconcentreerde snoepmomenten best mee, en al helemaal in vergelijking met wat ik eet als ik niet GLEEEDI, maar ik heb moeite om mezelf daarvan te overtuigen, blijkbaar. Ik heb een plan nodig, en voornemens op korte termijn. En het besef dat er nog veel mindere momenten gaan komen, probably nog erger dan een stukje zero-chocolade, en dat het niet helpt om dat je motivatie te laten afbrokkelen. Dat je moet voortdoen lilith, potverdorie, en focussen en alles!

Mijn voornemens voor volgende week zijn: minstens twee keer intensief gaan sporten; mezelf verplichten om eerst een goede reden te vinden voor ik iets van snoep/chocolade in mijn mond steek; meer groenten eten en soep drinken; en van mezelf vinden dat ik geweldig goed bezig ben.

Oe, en ik heb nog een tip voor iedereen die even weinig tijd heeft om de goede huismoeder te spelen als ik, en tegen de namiddag altijd met de handen in het haar zit over wat er vanavond op tafel komt. Ingevoerd sinds GLEEEDI2006 in the crib, en uitermate fantastisch bevonden: het weekmenu!

menubord_kl.jpg

Men neme een whiteboard en een stifte, men gaat ÈÈn keer per week uitgebreid winkelen en stelt het menu voor de rest van de week samen. Het is eventjes werk (al wordt het al gauw een gewoonte), en het heeft tons of voordelen:

  • je moet maar ÈÈn keer per week je hoofd breken over voedsel, en alle andere dagen is het gewoon geen issue
  • je moet de helft van je frigo niet rottend in je vuilbak gooien omdat je vergeten was dat je het had gekocht, want je verwerkt alles elke week in je menu
  • je geeft minder uit als je ÈÈn keer naar de supermarkt gaat in plaats van drie keer per week
  • je kunt een hele week uitkijken naar je lievelingsmaaltijd
  • er zijn geen discussies meer over eten
  • moet je onverwacht ergens blijven eten, dan schuif je alles gewoon door

Van lifehacking gesproken, quoi!

Hoe ik een Afrikaans sekssymbool werd – 1991 en omgeving

rauwkostsaladeschotel.jpgEÈn herinnering aan de lagere school is mij altijd bijgebleven:
ik kan net schrijven, en naar aanleiding van moederkensdag moet ik een opstelletje schrijven over mijn mama. “Mijn mama is lief, mijn mama is een goede huisvrouw, mijn mamma doet goed de wast”, die stijl. Ik schrijf mijn stukje ’s avonds aan de eettafel, ik lever het braaf de volgende morgen in, en na de middagpauze (kroketten! varkensgebraadjes en pudding!) roept de juf me met grote ogen apart. Er was duidelijk iets niet pluis.

“Of ik wel wist wat ik geschreven had?!” vroeg de juf, compleet met vuisten in de zij en al. Euhm, neen. Ik had iets gedaan dat niet hoorde, en ze wees een beetje kwaad naar de krullerige zin waarmee mijn opstel begon: “Mijn mama is dik”. En ik, ik snapte er niks van. Ik had absoluuuuut geen idee wat het probleem was. “Jouw mama is helemaal niet dik“, zei de juffrouw op een je-moest-je-schamen-toontje. Dat was ze wel, en dat zei ik ook. Dat had ze zelf gezegd, trouwens. En zij kon het weten, want zij was mijn moeder zelf. En moeders zelf liegen niet.
“Ik ken jouw mama, en je mama is niet dik. Dat mag je nooit meer zeggen, je doet je mama verdriet”, zei de juffrouw.
Dat was de eerste keer dat ik doorkreeg dat dik niet gewoon iets is als klein en groot.

Aangezien ik het nageslacht vertegenwoordig van een familie die nooit heeft staan springen om een bord sla teveel te eten, ook wel “moederskant” genoemd, vond mijn moeder het een goed idee om mij al jong te leren wat gezond eten is. Eens ik dat doorhad zou ik misschien niet terechtkomen in de cirkel waar zij toen, volgens de foto-albums, al een tijdje inzat: van mollig op de eerste foto’s met mijn vader, naar adembenemend slank op mijn eerste communie, naar zelfverklaard dik twee jaar later. Dus gingen mijn mama en ik naar de diÎtiste. Een echte diÎtiste, in een echt ziekenhuis. Die me in mijn onderbroek op de weegschaal zette en me uitlegde wat veel calorieÎn bevatte, en wat weinig. Tot op dat punt was het eigenlijk nog best fijn en spannend, alsof ik meedeed aan een medisch experiment, ofzo!

Maar tien jaar zijn en een dieet volgen is niet bepaald simpel: de verlokkingen zijn niet enkel onoverkomelijk groot in de eetzaal, ook op de speelplaats wordt elke seconde wel ergens een zak chips opengetrokken en is het tevergeefs zoeken naar de eerste tienjarige die zich voedt met rauwe worteltjes en radijsjes. Tot ik die rol op mij nam. Ik at yoghurtjes in plaats van chips, dronk water en geen cola meer, en als ik eens echt zin had in een koek dan waren het van die droge petit beurtjes. En boven alles: ’s middags at ik boterhammetjes op school, in plaats van zevengangenmenu’s met overvloedige desserts. Tof kon je het niet echt noemen, maar ’s avonds kookte mijn mama gezond voor ons beiden, en elke week kregen we complimentjes bij de diÎtiste omdat we het zo goed deden. Dat, en het feit dat ik in enkele maanden wel tien kilogram afviel en er op foto’s van toen echt wel stralend uitzie, maakten erg veel goed.

Het zag ernaar uit dat ik een toonbeeld van gezondheid en hete, slanke billen zou worden tegen mijn twaalfde, en toen ging het volledig mis. Op de weg tussen Ieper en Veurne verongelukte onze diÎtiste in een dom ongeval. In ÈÈn klap stortte mijn carriËre van slanke babe met dikke borsten als een kaartenhuis ineen.