Een mens zou dat door vier delen en denken: nog maar een maand te gaan, lilith, dat begint te korten! Ware het niet dat dat telsysteem ingesteld is op tien maanden zwangerschap, krijg dat maar eens uitgelegd aan mensen die in maanden en niet in weken tellen, zoals mijn vent. In elk geval: als alles volgens plan verloopt heb ik nog twee maanden te gaan. Ook dat begint te korten, bedenk ik me soms als ik paniekerig naar mijn to do lijstje kijk. Aangezien ik er volgens de meeste mensen nog altijd in de verste verte geen meer dan dertig weken zwanger uitzie maak ik mezelf wijs dat ik wel nog wat extra tijd heb. Aber toch.
Ondertussen….
* is de babykamer geschilderd, staat er een bedje in, hebben wij een buggy (gekregen van een ongelooflijk lieve bloglezeres, waarvoor supermerci), die ik met behulp van een Youtubevideo en een half uur tijd uit elkaar heb weten te klappen zonder hulp, een maxi-cosi, een sitter, een ververstafel, en genoeg kleertjes voor de komende vijf jaar
* ben ik nog altijd keihard aan het werk, en heb ik nog een hoop opdrachten af te werken tegen mijn zwangerschapsverlof, maar voel ik dat het toch allemaal lastiger begint te worden. Die vermoeidheid waarvan ik dacht dat ik ervan af was, dat was precies allemaal maar om te lachen. Misschien wel omdat ik, als ik slaap, geflipte dromen heb waarin ik omringd word door mensetende maxi-cosi’s. EN IK HAAT MENSETENDE MAXI-COSI’S! :aah:
* word ik soms bijna onnozel van de rugpijn. Schijnt normaal te zijn, volgens de gynaecoloog, alleen jammer dat normaal zoveel pijn doet, maat
* zitten wij met de handen in het haar omdat die ene kleerkast die we graag zien en praktisch lijkt voor de babykamer blijkbaar stiekem gemaakt is van goud. Net zoals alle andere meubels die leuk zijn, trouwens. Zijn wij de enigen die ons straatarm voelen in de gemiddelde meubelwinkel of hoe zit dat hier eigenlijk?
* zit kind 1 nog altijd goed op schema, en is hij volgens de fruitcharts al een beetje groter dan een ananas. Wat hij laat merken door me soms zo’n stampen te verkopen dat ik bijna de lucht inga. Behalve als ik zeg: “BOLLIE! VOEL EENS!”. Dan doet hij niks meer. Nooit
* heb ik een snotvalling en keelontsteking met koorts te pakken waarvoor ik alleen dafalgan mag nemen. Heb ik ontdekt dat dafalgan even veel doet tegen keelontstekingen met koorts als M&M’s. En M&M’s zijn lekkerder
* drink ik fruitsap op feestjes in champagnebars #fml
* google ik de zotste dingen eerst, zoals “hoe slaapt een baby?” (onder dekentjes? In een slaapzak? Allebei? Of in aluminiumfolie? WHAT DO I KNOW? :aah:) en “borstvoeding en jezelf keihard bezatten”
* verknal ik de kostbare tijd die ik nog nodig heb om een hoop dingen in orde te brengen met het spelen van Draw Something. De papa ook
Maar het komt goed.
Wedden?
Als ik in de frituur de optie frietjes met vol-au-vent zie staan. Als ik iets over Baantjer voorbij zie komen. Als ik haar rijstsalade met stukjes paprika en een geheime kruidenmengeling probeer na te maken voor bij de barbecue. En faal. Als ik een bordeaux handtas van Kipling zie, of paarse dokter Martens. Als ik in het Kruidvat rondloop. Of door Koksijde wandel. Als ik Opium van Yves Saint Laurent ruik, of monoi olie. Als ik Thunderstruck van AC/DC hoor, en me herinner dat ze zich daar zo hard op kon smijten in de spinningles.
Die
Tweehonderdentwaalf dagen, dat lijkt niet eens op 365, ik weet het. Het neemt niet weg dat het net zeven maanden is, dat ik elke dag een stukje heb gepleegd. Ik weet niet of ik aan het begin van dit hele gekke idee heb gedacht dat ik het zo ver en lang zou volhouden. Al valt alleen al uit de ambitieuze naam af te leiden dat ik keihard zeker was dat ik het 365 dagen na elkaar zou doen.
Als het allemaal een beetje had meegezeten stond ik komende zaterdag in Gent op een geweldig coole
Ik herinnerde me vaag dat het vorige keer erg tof was, die
Als ik de lilith van nu vergelijk met de lilith van twintig jaar geleden, dan is de conclusie duidelijk: ik kan mezelf mijn eigen grenzen over duwen like a boss. Ik ben van mijn eigen een doodsbange, vreselijk onzekere muis, namelijk. Ziekelijk bijna. Ik was het kind dat, als alle andere kinderen zonder nadenken met de go-cart gingen rijden op de dijk, bang aan de kant bleef zitten “omdat ze dat niet kon”. Dat niet mee ging op bosklassen omdat ze niet durfde. Dat na een week op kamp bij de scouts huilend en slingerziek van heimwee thuis kwam en nooit meer is willen gaan. Ik ben nog altijd dat kind, als ik dat toelaat. Niet eens zo diep vanbinnen vind ik nog altijd veel te dikwijls dat ik niks kan. Dat ik niet veel waard ben ook. Tot grote ergernis van hij die vindt dat ik vanalles en nog veel meer waard ben, trouwens. Which is really nogal geweldig.
“Als je alleen maar afgaat op je blog dan lijkt het wel alsof jij helemaal geen vrienden hebt”, zei de man die ik tot een half uur eerder enkel van op internet kende, en waarmee ik om professionele redenen koffie zat te drinken. “Er is vriendin J.”, zei ik, beseffend dat ook zij al een hele tijd haar opwachting niet meer heeft gemaakt in een blogpost. En dat hij voor de rest gelijk had: als je afgaat op mijn blog, dan ben ik een betrekkelijk eenzaam mens.
OOIT…
Het zal vast vreemd klinken uit de mond van iemand die een