Categorie archief: gastlogger

Fun runs wild

Goeiemiddag allen.

Sinds begin deze maand ben ik vijf dagen per week te bewonderen als attractie-operator (lees: knopjesduwer en kindjestemmer) in Bellewaerde Park, net zoals de vorige twee jaar overigens. De laatste keer dat ik als kind het park heb bezocht moet eind jaren ’80 geweest zijn, maar ik meen me nog te herinneren dat het allemaal geweldig was. Groot is dan ook de cultuurschok wanneer je plots elke dag moet gaan arbeiden in een plaats die grotendeels is opgetrokken uit vage jeugdherinneringen en in primaire kleuren geschilderde gezelligheid.

Ik ben nu immers zelf de Meneer (of bij uitbreiding, le Monsieur). Ik mag graag denken dat de Meneer voor sommige kinderen een soort mythologisch figuur is, een indrukwekkende verschijning in een bijzonder foute groen-en-oranje bermuda-en-polo combinatie die niet enkel gezag heeft over hen, maar ook over hun ouders. De Meneer die met een mysterieuze glimlach het ingangspoortje van de attractie benadert, opgewacht door glinsterende kinderoogjes en nerveus gefluister, een groepje binnenlaat, dan verdwijnt in zijn bedieningscabine en met een simpel handgebaar de attractie in werking zet. De Meneer die, door zoveel routineuze elegantie en zwijgzame behulpzaamheid, het respect wint van iedereen die zijn pad kruist.

De realiteit is jammer genoeg iets minder poÎtisch. De job van een Meneer komt neer op twee dingen: geduwd en geschopt worden door kinderen en ouders alike, en proberen te overleven in een hok van anderhalf vierkante meter waar het ofwel vriest ofwel warm genoeg is om schoenzolen te doen smelten.

Nog mooier wordt het wanneer ouders je aanwezigheid proberen te gebruiken als drukkingsmiddel. Genre “Willem, kom daaraf, de Meneer zegt dat het moet”, gevolgd door een vette knipoog in mijn richting en complete onverschilligheid van mijn kant. De Fransen doen er vaak nog een schepje bovenop. “Guillaume ! Le Monsieur va se facher !”, waarbij ik dan word verondersteld me boos te maken op een vijfjarig kind om een reden die ik meestal zelf niet ken. Gelukkig ben ik gezegend met een bijzonder boosaardig oog, wat volstaat om de meeste kleuters twee keer te doen nadenken. Pogingen om collega’s deze skill aan te leren hebben tot nog toe weinig vruchten afgeworpen.

michel.jpg

Blijven proberen, Michel!

Emoties faken. Ik kan het niet. Nu niet, vroeger niet, nooit niet. Het idee alleen dat ik mijn gezicht in een lach moet plooien, of mijn stem verheffen zonder dat het oprecht is. Laat staan bulderlachen om de zoveelste bezoeker die voor de honderdduizendste keer dezelfde dwaze grap maakt. Het zal wel een soort sociale handicap zijn, maar dan wel ÈÈn waarop ik bijwijlen een soort vreemde trots over voel. Iemand onder jullie die zich hierin herkent ? Misschien kunnen we wel een zelfhulpgroep oprichten, genre Fight club, elke vrijdagavond samenkomen en gezellig niet om elkaars grappen lachen. Of neen, laat maar.

Ik denk dat ik het hierbij laat voor vandaag – immers, morgen komen Kelly en Youri terug van hun avontuur in het Brugge van het Zuiden. En geen doordeweeks verhaal over vakantiewerk kan op tegen de stortvloed van schitterende foto’s en ditto verhalen die ons allen te wachten staat. AdiÛs, ik vond Blogpop geweldig dit jaar (afsluiter was wat lauwjtes, maar soit) en ik hoop van u hetzelfde.

RTT

rtt.jpg

Een beetje in de traditie van het huis blijven: abandoned places. Dit keer het voormalige RTT-gebouw in Oostduinkerke. En daarmee geef ik het stokje voor deze blogpop door aan El Mystica.

Grazie

Titicaca moet weer gebeld hebben terwijl we nog lagen te slapen. Of de stoedie nog vrij was en of ze eens kon komen kijken. Ik ga het kind maar ‘ns terugbellen want ik wil koste wat het kost mijn stoedie kwijtgeraken. En ja – ondertussen wakker. In tegenstelling tot de trippers in VenetiÎ zijn de omstandigheden hier iets minder gunstig:

- stinkende bakken frieten op de hoek van de straat
- een stropdragende, vals zingende Gentenaar op een terrasje
- veel te veel volk langs het water
- huilend kind (met tomantenroomsaus) langs de andere kant van de Korenmarkt.

Mijn liefje dringt erop aan dat ik met hem naar Samoerai Jack moet kijken op Cartoon Network… Ik groet u!

Goeiemorgen, België

Ze zullen hem niet te… Sorry, verkeerde plaat. Oh dierbaar België, oh heilig land der vaderen! Het is woensdagochtend 10 voor vijf en slapen zit er helaas nog niet meteen in. Mijn lijf is de voorbije uren gestoomd geweest in de Concertzaal van de Vooruit. 2 Many DJ’s. Nogal een contrast met een in wit pak gehulde Eddy Wally op het Sint-Baafsplein. Dochter Marina mocht er de spits afbijten. Note to self: waar blijven de reruns van de Wally’s? Ik wijk af. Vijf uur ondertussen. Het schrijven gaat wat traag des ochtends, maar de plicht roept. Moeder hullabaloo moet straks naar de luchthaven gebracht worden. Ik duik erna zes uur in bed en tegen dan zal het wel middag zijn, u hoort me dan terug. Tot straks :)

Lief

Katten zijn eigenlijk helemaal niet leuk. Ik vraag me wel eens af waarom ik er twee heb.

Katten haren je hele huis onder. Ze haren op de stoelen, op de bank en op het dekbed. Ze haren zelfs op zichzelf, wat bij het wassen op zich nog geen problemen geeft, maar wat enige tijd later resulteert in prachtige haarballen. Die dan weer op je net gedweilde vloer terecht kunnen komen.

Katten mauwen je de oren van je kop. Zodra je thuiskomt zetten meneer en mevrouw Kat het op een gillen, omdat ze vinden dat ze eten moeten. En niet over een uurtje, niet over een kwartier of vijf minuten. Neehee. Direct graag, en vlug een beetje. Als ze de buit dan binnen hebben doen ze geen enkele moeite om enige dankbaarheid te tonen. In plaats daarvan gaan ze lekker buiten spelen en doen ze alsof je niet bestaat. Dat houden ze dan soms vol tot aan de volgende maaltijd, wanneer het hele circus weer opnieuw begint.

Katten hebben ook een bijzonder talent voor in de weg lopen. Ik weet niet of ooit een verband is aangetoond tussen huiselijke ongevallen en het hebben van een kat, maar het zou me niets verbazen als dat verband bestaat. Ook al is je huis nog zo groot, de helft van de tijd loopt je kat precies voor jouw voeten. En dan maar beledigd zijn over je afwezigheid als je in het ziekenhuis ligt.

Maar toch. EÈn blik van die twee harige monsters van me is genoeg om ze alles te vergeven. En wie de Gelaarsde Kat in Shrek2 heeft gezien, begrijpt wat ik bedoel. Lief!

Winnaars zijn saai

Hoofdschuddend klikte ik eergisteren ik de televisie uit. Ullrich en Basso bakken er niets van, in de Tour (om van dat stelletje loosers van een Mayo, Zulbeldia, Hamilton en Heras nog maar te zwijgen). Of in elk geval te weinig om het meneer Armstrong zÛ lastig te maken dat in Parijs eindelijk eens een ander op het hoogste treetje mag staan. De Tour is er de afgelopen vijf jaar niet opwindender op geworden.

Het is saai als je van tevoren al weet wie er wint. In de Tour is dat elke keer weer die eeuwige Texaan. Elke keer hoopt iedereen dat het eindelijk eens Armstrong is die valt, op achterstand wordt gereden of moet lossen in de bergen. Maar niks hoor. Het zijn altijd de anderen. Alsof er een engeltje meerijdt op Armstrong zijn stuur.

In mijn vriendenkring gaan weer voorzichtig stemmen op om volgend jaar de Tour weer te bezoeken, bij voorkeur op Alpe díHuez. Maar ik weet niet of ik daar nog wel zin in heb. Misschien ga ik liever ergens kijken waar het nog spannend is.

Tennis bijvoorbeeld. Noem mij maar eens ÈÈn tennisser die zes jaar achtereen Wimbledon heeft gewonnen. Of een EK voetbal, waar je je geld net zo goed kunt zetten op een favoriet land als Frankrijk als op een complete outsider als Griekenland. En won in 1992 Denemarken het EK niet, terwijl dat land alleen maar mocht meedoen omdat de Joegoslaven het te druk hadden met oorlog voeren?

Er zijn zat evenementen te noemen die duizendmaal spannender zijn dan de Tour. De Ronde der Rondes wordt in saaiheid eigenlijk alleen maar overtroffen door de Formule 1. Daar hoef je ook niet naar te kijken, want ëSchumií wint toch altijd. Bovendien is er geen touw aan het wedstrijdverloop vast te knopen.

Toch weet ik nu al dat ik volgend jaar gewoon weer voor de bijl ga. Ook dan zal ik gewoon weer meedoen aan minstens twee wielrenpoules, ook dan zal ik zo veel mogelijk van de Tour op tv willen zien. Vooral de bergritten. Want de Tour, dat blijft iets magisch. Zelfs als je bij voorbaat al weet dat Armstrong wint.

En misschien komt het dit jaar vÛÛr Parijs toch allemaal goed, qua spanning, als Armstrong een dezer dagen uit de Tour wordt gezet vanwege dopingÖ

Blauw Oog bijt de spits af

De spits afbijten is altijd het moeilijkst. De wielrenner die als eerste aan de proloog begint, eindigt zelden als eerste in Parijs. Een eerste liefde eindigt zelden in een lang en gelukkig leven samen. En de band die als eerste op moet, heeft altijd te maken met een nog niet opgewarmde zaal, de hele sfeer moet nog worden opgebouwd.

Dat is bij blogpop niet anders. Geen idee hoe veeleisend het publiek hier is. Maar ik maak vast geen goede indruk als ik hier alles angstvallig stil laat. Vandaar vanuit Utrecht een welgemeend Goedemorgen. En aangenaam. Ik ben Blauw Oog en ik houd je favoriete weblog vandaag scherp in de gaten.

Kortom: het is tijd om te beginnen. Bij deze. Ik hoop dat ik in de smaak val. En dat de wederzijdse kennismaking jullie net zo goed mag bevallen als mij. Ook al ben ik dan de eerste van het stel popbloggers.