Mannekes mannekes, was dat toch iets, de eerste schooldag telkenskere en niet weten naast wie je zou moeten zitten in de klas en wat ze van je nieuwe boekentas van Boys and Girls zouden vinden en of het al direct les zou zijn bij dien van wiskunde of eerst nog van “vertel eens kinders, hoe is jullie vakantie zoal verlopen?”.
Good times, vond ik dat doorgaans, die eerste september, maar toen ik er daarnet een minuut of vijf in het wilde weg over zat te mijmeren kwam ik tot de vaststelling dat ik, sinds ik de schoolpoorten voorgoed vaarwel zei, een hoop handelingen nooit meer heb verricht.
Als daar zijn:
* een kantlijn getrokken
* een vendiagram getekend
* de edele kunstvorm macramé beoefend
* een tintekiller gebruikt
* een gom gekocht
* gedaan alsof ik elke maand drie keer mijn regels heb om niet te moeten meedoen aan de turnles
* briefjes van één zinnetje per keer naar iemand geschreven
* met drie mensen in één toilethokje staan roken
* me paniekerig afgevraagd of ik dit jaar naar het PMS moet, en hoe ik in godsnaam twintig kilo zou kunnen vermageren in één maand
* een fosbury flop uitgevoerd
* mijn vinger opgestoken om naar het toilet te mogen
* iets eerst opgeschreven in potlood, om er daarna over te gaan met vulpen
* een map tussen mij en iemand anders gezet zodat er niet kon afgekeken worden
* gevochten voor de Joepie
* een boek gekaft (daarvoor trouwens ook niet, wegens dat mijn moeder dat deed)
* de bolletjes uit penvullingen verzameld
* lipjes van colablikjes verzameld voor die madam die die rolstoel nodig had daar
* uitgepakt met een agenda waarop zowel Nijntje als Ome Willem te zien waren
Uit 2001, y’all. Ik ga nu een potje huilen van onversneden nostalgie, als ’t niet geeft.
Dat hij naast me in bed kruipt.
Ik heb veel gekregen van moeder natuur, maar een bijzonder aerodynamisch lichaam zat niet mee in het pakket. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat veel mensen een blik op mij werpen, elkaar aanporren en instemmend van “woowjonk, als die aanzet is het waarschijnlijk gelijk een pijl uit een boog!” doen. Allez, ge weet dat natuurlijk nooit, maar toch. Ik zie mezelf toch ook niet rap door de geluidsmuur gaan, eerlijk gezegd.
“Wat zit jij daar eigenlijk hele dagen te typen op dat internet?” was een vraag die mij tien jaar geleden op bijzonder regelmatige basis werd gesteld door mijn bezorgd kijkende moeder. Ik was net afgestudeerd als journalist, iets dat de arbeidsmarkt werkelijk geen reet leek te kunnen schelen, en dus vulde ik mijn dagen met rondhangen op het internetforum van een pas opgestarte Vlaamse televisiezender. Aan een tempo van een post of dertig per dag, onder de nickname lilith, met het prentje van een muis naast mijn naam.
Word on the street in Ieper dat bepaalde mensen zich hier na deze zomer misschien beter even niet zouden vertonen. Of, zoals ik het gisteren toevallig voorbij hoorde komen toen ik door de bijzonder grijze en natgeregende winkelstraat wandelde, op weg naar de kaaswinkel:
Ik had het nooit kunnen vermoeden, dat er nog een foto-app voor iPhone zou komen die mijn liefde voor de Hipstamatic zou weten aan te tasten. En ik ben heel lang niet geplooid, maar het moet gezegd: met Instagram kan je toch ook wel heel fijne foto’s maken. Dat bewijst
Het is best triest, als de zomer waarin je je bevindt nu al, nog voor de jaaroverzichten gemonteerd zijn, de stempel van Zwarte Zomer krijgt. Het begon al niet te bien met het weer, en dan was er Utoya, en het gebrek aan een regering en de crisis en de vreselijke dingen op Pukkelpop, om er maar een paar te noemen. En dan vanmorgen het trieste nieuws over Steve Jobs, en dat ene zinnetje dat mijn hart een beetje deed breken: “I have always said if there ever came a day when I could no longer meet my duties and expectations as Apple’s CEO, I would be the first to let you know. Unfortunately, that day has come.” *krak*
Tot mijn verbazing ken ik nogal wat mensen die geen rijst lusten. Dat hoorde ik in aanloop naar het Mexicaanse feestje dat ik onlangs organiseerde, en waarvoor ik – dat hoort u goed- de zotte uitdaging aanging om te koken voor een man of vijfendertig. Aangezien ik geen zin had om heel de avond bordjes te staan dresseren maakte ik het mezelf voor mijn kookvuurdoop niet te moeilijk: grote kommen chili met en zonder carne (die zonder viel zelfs ongelooflijk goed in de smaak bij mijn bijzonder carnivorisch aangelegde grootvader, moetkeerpeinzen!), veel aardappelsla, veel groentjes en zure room, en een gigantische pot Spaanse rijst. Want neen, ik laat me niet afschrikken door mensen die alleen maar droge witte rijst uit zakjes gewend zijn. O neen! *steekt vuistje in de lucht*
Ik ademde in en uit, met het nodige gevoel voor drama, en ik deed wat ik moest doen. Na het feestgedruis van de laatste weekends en het stoppen met lopen wegens heupen die bij momenten aanvoelen alsof ze zestig jaar ouder zijn dan in werkelijkheid vreesde ik het ergste, en mijn tactiek bij het ergste vrezen is nogal dikwijls in grote bogen rond het probleem lopen. Probleem waarvan sprake: de weegschaal. En ik die er toch dringend nog eens op moest. En dus deed ik het. Ik ademde in en uit, en ik stapte erop.
Een jaar lang elke dag posten, dat vraagt om een paar terugkerende rubrieken, denk ik. Ik heb er al een paar in mijn Evernote zitten, maar ik ben niet van plan om alles een jaar lang vol te houden, dus feel free om mij keihard te bestoken met ideetjes. Dingen gelijk de