Ik zat tegenover mijn huisdokter en hoorde mezelf geamuseerd lachen om een zin die ik maar voor de helft had begrepen, en ik kon mezelf wel een saflet op mijn bakkes verkopen. De zin ging over de werking van de ziekenkas in dit land, en hoe oubollig, achterlijk en vooral duur die werking was. Wist ik wel hoe duur, eigenlijk??
(euhm, neen)
Zeer duur, zo bleek uit het vervolg van het verhaal dat wel eeuwen leek te duren.
Ik had kunnen zeggen dat het me geen reet interesseert hoe duur een ziekenkas is in vergelijking met wat men uitspaart door de generische geneesmiddelen, maar neen, dat deed ik niet. Integendeel: ik diepte ÈÈn van mijn meest complexe gelaatsuitdrukkingen op om de dokter toch maar het gevoel te geven dat hij zonet het interessantste feit in jaren had verteld: een mengeling van opperste verbazing en monkelend “zo zul je het altijd zien” glimlach werd zijn deel.
Er volgde een nieuwe stroom oninteressante parlÈ die maar niet wilde stoppen. Ik lachtte weer mijn verbaasd lachje en zei crap als “goh, het probleem is dat gewone mensen dat niet weten, zo’n dingen”,alsof ik dat immens hartverscheurend vond, terwijl ik enkel zo snel mogelijk naar huis wilde en pokkejaloers was op die gewone mensen die nu in hun zetel zaten zonder doortaterende dokter. Maar mijn dokter, die had ondertussen een zielsverwant in mij gevonden die luisterde naar zijn verhaaltjes, en nog geÔnteresseerd was ook. Nog even en hij zou me inviteren op een gespreksavond over de CM en de bond Moyson, met een vakbondsafgevaardigde als moderator.
Ik haat het als ik dat doe.
En ik doe het all the frigging time.
Ik ben echt veel te beleefd opgevoed, en daardoor kom ik altijd in situaties terecht waarbij mensen totale crap over mij uitgieten en ik overkom als de meest geÔnteresseerde toehoorder ooit. Nog even en ik begin notities te nemen, zo erg fake ik. Uuuuren heb ik al geluisterd naar saaie mensen die over saaie dingen vertellen waarmee ik niets te maken wil hebben, maar ik vind het te pijnlijk om te zeggen dat ik liever zou hebben dat ze zwijgen. Dat ze beter zouden stoppen als ze geen kick in ze balls willen krijgen.
Het is vooral verontrustend omdat ik er volgens mezelf absoluut niet uit zie als iemand die bij nachte nadenkt over de werking van de ziekenbond en het RIZIV, autobanden of zekeringen. En ik mag dan wel een extreem goede faker zijn in mijn eigen nadeel, toch vraag ik me vaak af hoe mensen met zo bitter weinig mensenkennis erin slagen om toch gewoon mee te draaien in deze maatschappij en al. En daarover praat dan weer niemand met mij, ook al vind ik zo’n vragen wel interessant.
Dat is jammer, maar ik sla er mezelf wel weer door.
Move on.
Vorige week ben ik erin geslaagd om doodleuk een stuk van mijn tand te krijgen, zonder iets te doen.
Soms word ik zo moedeloos van dingen die ik in mijn omgeving opvang dat ik wel kan janken, met grote uithalen en alles. Kan iemand mij vertellen wanneer we gegaan zijn van mijn middelbare school vol supertoffe multiculturele dagen, initiatieven om verdraagzaamheid aan te wakkeren en een sfeer waarin iemand die racistische uitspraken deed een absolute en te mijden uitzondering was naar de dingen die ik de laatste maanden al allemaal heb mogen horen van mensen die ik het absoluut niet zou geven?
Ik, die vroeger bij hoge koorts gemiddeld zo’n 37,4 graden liet optekenen, ben de laatste tijd records aan het breken.
Oke, even serieus nu.
Pisnijdig loop ik.
Sinds ik me niet meer in kringen begeef waarin de grootste gespreksonderwerpen bestaan uit die geschift moeilijk taak van wiskunde en die achterlijke van aardrijkskunde heb ik nog maar weinig voeling met de jeugd. Enkel als ik gedoemd ben om op woensdagmiddag de trein te nemen kan ik niet anders dan de confrontatie aangaan, en dan nog probeer ik zoveel mogelijk iPod-oortjes in mijn oren te duwen en metro-krantjes voor mijn gezicht te houden om het allemaal niet te intensief te moeten beleven. Een half uur tussen de pokdalige acnÈ-gezichten is precies voldoende om mijn voornemens om ze in mijn vrije tijd zoveel mogelijk te mijden nog maar eens te versterken.
Iets waar ik al maanden mee zit is dat ik op de foto van mijn treinabonnement als twee druppels water op Bucky Laplace lijk. Het was me eigenlijk nooit eerder opgevallen, tot ik met mijn broer op een trein belandde en op een bepaald moment toch echt wel mijn abonnement moest bovenhalen van de conducteur. Mijn broer gooide ÈÈn blik op de foto, en mijn wereld stortte in: “wahahaaa! Bucky Laplace!”
Een bejaarde man (ik schat hem 65) zit door het raam te staren, als bij de volgende halte een oudere vrouw tegenover hem gaat zitten. Ze legt haar fake millet-jas op de plaats naast hem. En om de ÈÈn of andere obscure reden is dat het enige dat de bejaarde man nodig heeft om uit te barsten in een erg luide en hevige tirade, waar heel de wagon moet van meegenieten.
In Kortrijk was er vandaag eens een