Maandelijks archief: juni 2010

lilith en de drie salto’s

saltoNKSas08.jpgKijk, ik ben doorgaans echt wel meegaand en gehoorzaam en iemand die ervan uitgaat dat mensen die ergens lichtjaren voor hebben gestudeerd het altijd wel beter zullen weten dan een leek als ik. Maar toen ik maandag al heel de dag had liggen wachten op dokter god, in een werkelijk kokend hete kamer waarin ik alle boekjes al had gelezen die er te lezen waren, en daarnaast ook nog eens heel het internet had uitgelezen, toen begon het allemaal toch een klein beetje op mijn systeem te werken.

En op dat van de verpleegsters, die zichtbaar medelijden met me hadden en ook geen idee hadden waar de dokter bleef, en dus al mijn infuus hadden verwijderd want ja, volgens iedereen die de afgelopen vier dagen wel de moeite had genomen om naar mijn kamer te komen mocht ik op maandag natuurlijk gewoon naar huis.

Tot. Dokter god iets na vier uur even de moeite nam om tot mij neder te dalen. Bruingebrand, en volgens mij zelfs nog ruikend naar barbecuevlees. “Alles ziet er goed uit”, sprak dokter god. “Maar ik wil u hier toch nog een nacht houden ter observatie”. Ik -die al aangekleed en infuusloos klaar zat om te vertrekken, sprak: “Excuseer?!”.

“Om echt honderd procent zeker te zijn”, sprak dokter god. Ik staarde alleen maar. En zei toen: “Dat meent u niet.” “Dat meen ik wel”, zei dokter god, die me net iets te veel de indruk gaf dat hij mijn instortende hoop op naar huis gaan zelfs grappig vond. “Maar meneer doktoor, als u wilt kan ik hier een salto voor u maken, zonder problemen. Zelfs drie salto’s. Ik kan al drie dagen drie salto’s maken” probeerde ik. Dit was natuurlijk blufpoker, want zelfs in de beste omstandigheden kan ik niet één salto maken, maar blufpoker was hier zwaar aan de orde. “Ik hou u hier nog een dag, ter observatie”, zei dokter god, waarop hij de kamer verliet, neus in de lucht.

Waarop ik een kwartier later ook de kamer verliet.

Hopend het mij niet te beklagen als blijkt dat ik het toch nog eens opnieuw krijg, allemaal, en dokter god beslist om mij te opereren om me voor eens en voor altijd te tonen wie er hier de baas is, en wie niet.

So far, so good.

lilith ligt daar al vier dagen

baxter.jpgNa vier dagen in het ziekenhuis besef ik meer en meer wat voor een geweldig weirde plek dit is, met regeltjes die ik niet meer voor mogelijk hield in deze eeuw en vragen die mij met een constante frons doen rondlopen.

Dat er op zondagmorgen op mijn deur wordt geklopt en een knap blond meisje mij komt vragen of ik vandaag de communie wil krijgen, bijvoorbeeld. Zo’n zaken slaan mij nogal met verstomming. Zeker omdat ik eerst dacht dat “de communie” ziekenhuisslang was voor iets anders (ik: “de communie?!” zij: “ja, zoals in de kerk” ik: “aah. Neen bedankt”)

Of dat perfect gezonde mensen (zoals ikzelf op dit moment en een meneer iets verder op de gang) heel het weekend niet uit het ziekenhuis ontslagen mogen worden omdat onze behandelende dokter al van donderdagavond op weekend vertrokken is, en hij en alleen hij over ons lot mag beslissen. Ik kus mijn pollekes dat dokter god in eigen persoon niet voor twee weken in Gran Canaria zit, met de beentjes in de lucht.

Dat het compleet idiote schortje met open rug zo’n eeuwige constante is in deze wereld van ziekte en miserie, en het hier belangrijker lijkt dat iemand het schortje aan heeft dan dat je hem helpt. Aan het doodbloeden? Oke, kan goed zijn, maar eerst het schortje aandoen, meneer. ALTIJD EERST HET SCHORTJE, DAN HET PROBLEEM. :aah:

Nog iets waar ik dit weekend voor het eerst in mijn leven over nadacht: zo’n baxter, mag je daarmee eigenlijk wel in de zon gaan zitten? Wordt die vloeistof dan niet kokend heet, en doet dat niet verschroeiend veel pijn als dat in je aders loopt? Youri en ik zijn voor de zekerheid toch maar in de schaduw gaan zitten, gisterennamiddag, als een oud koppel dat het allemaal toch een beetje té vindt, al die warmte.

Wij leven duidelijk niet bijzonder graag on the edge als het over mijn aders gaat.

Dingen die ik doe in het ziekenhuis

ziekenhuis.jpg* beseffen hoe geweldig mijn leven nog was -een paar dagen geleden, amper- toen ik nog alles kon doen dat ik wilde en niet opgesloten was in een kleine warme kamer. Ik had het beste leven ooit

* van de ene receptenwebsite naar de andere surfen en bijna verdrinken in mijn eigen kwijl

* me inbeelden wat ik allemaal zou kunnen eten als ik mocht. Zelfs een boterham met smeerkaas lijkt na meer dan 48 uur zonder eten of drinken een decadente prinsenmaaltijd

* eindelijk verder kijken naar Desperate Housewives. Ik keek samen met mijn mama, en we vonden het geweldig. Ik ben na haar dood nooit meer herbegonnen, maar nu dus wel. Het is nog altijd geweldig

* me geen vragen proberen te stellen bij alle genante vragen die ik al heb moeten beantwoorden met betrekking tot dingen waar ik anders nooit naar gevraagd word, en al helemaal niet door totale vreemdelingen. Ja, ik heb het over die dingen, ja. Ik heb iets aan mijn darmen, namelijk

* videochatten met mijn leaf. De verpleegsters zouden dat moeten zien, ze worden zot, dunkt mij

* lezen. Op dit moment “Alleen maar nette mensen” van Robert Vuijsje. Ik hou er wel van, geloof ik

On a brighter note: na een scan gisteren bleek dat het scenario al bij al geweldig hard meevalt. Ik moet niet geopereerd worden, het probleem lijkt zich vanzelf te hebben opgelost, en! Ik mag vanaf morgen weer een beetje beginnen eten. Joy!

Als alles goed gaat mag ik maandag naar huis. Ik zal doen alsof ik niet heb gehoord dat het morgen dertig graden wordt, als het niet geeft.

En toen zei ze: “Ik heb niet zo’n goed nieuws”

nijntjeziekenhuis.jpgIk weet niet wat jullie daarvan vinden, maar 1u30 ’s nachts is echt geen uur om in een auto richting spoedgevallen te zitten. Het was dat het nodig was, besefte ik twee uur later, toen de verpleegster me kwam melden dat ze minder goed nieuws had. Ik had geen niersteentje, zoals ik had gehoopt, maar een darmobstructie. Again.

Vanmorgen kreeg ik het verlossende nieuws dat het een andere soort is dan de vorige keer, en ik dus niet moet geopereerd worden. Minder goed nieuws: ik kreeg te horen dat ik een tijdje in het ziekenhuis moet blijven, hoe lang is niet duidelijk.

En dat ik hier niet mag eten, noch drinken. Ook al voor een hoop dagen.

EN HET IS DERTIG GRADEN.

Ik had gelijk plannen met wijn en terrasjes in mijn hoofd voor komend weekend. Baxters en kokend hete ziekenhuiskamers waren het laatste dat ik me had voorgesteld, eigentlik.

lilith staat aan de supermarktkassa

supermarkt.jpgYouri en ik staan aan te schuiven aan de kassa van de supermarkt. We staan gepositioneerd achter een man van laat ons zeggen zestig, compleet met baard en trainingspak. Hij heeft in vergelijking met ons weinig gekocht: een sixpack Oasis vruchtenlimonade, twee stukjes taart, een pakje koeken en een rol keukenpapier. In zijn kar ook nog een kartonnen doos om straks de boodschappen in te steken.

Het is aan hem.

“Was die mevrouw voor mij iets vergeten, tè?” vraagt de man aan het kassameisje.
“O, ze was haar portefeuille kwijt, maar het is in orde”, zegt het meisje vriendelijk.
Waarop de man het verhaal nog even op zijn gemak overdenkt, voor hij de boodschappen op de band begint te leggen. Plots grijpt hij ook naar de kartonnen doos in zijn kar, er Youri bijna een oog mee uitstekend omdat hij hem zwierig langs buiten en langs binnen wil tonen aan het kassameisje. Neen, er zit niks in, hij heeft niks gestolen.

“Hoeveel kosten die flessen, eigenlijk?”, vraagt de man.
“2,36 euro per fles”, zegt het meisje.
“Dat is godverdomme bijna honderd fr..!” roept de man, maar hij stopt voor ank eruit komt omdat hij ontdekt dat hij aan onze kar aan het trekken is in plaats van die van hem.
“Ik was aan die jongen zijn kar aan het trekken in plaats van aan die van mij, goho!”, aldus de man. Wij gebaren dat er geen man overboord is.

Het afrekenen is voorbij.
Het is aan ons.
Zo dachten wij.
De man is echter zodanig aan de babbel geweest dat al zijn boodschappen nog aan het uiteinde van de band zijn blijven staan. Alsof hij het wereldrecord traagheid probeert te breken doet hij er twee minuten over om zijn rekening en zijn centen weg te steken. Wij wachten. Achter ons wordt de rij langer.

De man heft zijn hoofd op. Hij maakt een opmerking over het weer, maar verder geen aanstalten om de boodschappen in de kar te doen. Wij wachten. Het kassameisje glimlacht.

Na vier minuten merkt de man dat er ook nog boodschappen op de band staan, en die moeten in de kar. Dat gebeurt, in stukjes van een halve minuut, maal vier. Twee minuten verder beslist de man om -nog altijd op dezelfde plaatsversperrende plaats- alles toch op een andere plaats in de kar te leggen. De man legt de puzzel met vier stukjes opnieuw, kijkt er met een schuin hoofd naar, heft het hoofd op en bemerkt de lange rij die zich heeft gevormd in het kleine kwartier dat hij zich al op dezelfde plaats aan de kassa bevindt.

“Juffrouwtje”, zegt de man tot slot tot het kassameisje, “Jullie zouden op zaterdag toch beter nog een paar extra kassa’s opendoen, hoor.” Achter hem breken tien klompen.

lilith is een facebookpagina

facebookfan.jpgHet begon met een tftc-fanpagina die aangemaakt was door iemand anders, wat ik een beetje genant vond destijds, zodat ik er eigenlijk geen aandacht aan besteedde en deze blog op een jaar tijd een fan of dertig wist te vergaren in een uithoekje van Facebook, in doodse stilte.

En toen herontdekte ik de fanpage en besliste ik dat facebookfanpages retecool zijn. En dat ze ook nog eens de ideale manier zijn om toch vriendjes te worden met alle mensen die mij ooit hebben toegevoegd, en die ik daarna heb afgewezen omdat ik hen niet ken en bang ben dat ik me dat anders ooit ga beklagen, en ook omdat ik niet over de 190 vriendjes durf te gaan.

Zodoende nam ik het beheer van de fanpagina op strakke wijze over. En nu zijn jullie ineens al met 170 op die retecoole fanpagina. En vind ik dat ik er wel eens iets leutigs mee mag beginnen doen. Als daar zijn: foto’s posten die hier niet te zien zijn. Af en toe eens een nieuwtje dat deze blog niet heeft gehaald, misschien. Vraaggesprekken en workshops rond educatieve thema’s. Kan allemaal! Andere suggesties zijn welkom. Ten zeerste.

Vanaf vandaag open ik het geheel in elk geval feestelijk met de restart van project 365, exclusief op de fanpage. Yeah, hastn, yeah!

(op de link staan maar enkele van mijn 365 foto’s uit 2007, wegens dat ik te gierig ben om mijn Flickrabonnement te vernieuwen. Maar ze bestaan, echt.)

Duuuus! Fan worden! Het gaat rocken, ik voel het.

Aeneas, Ovidius en andere toffe kerels

i-claudius-derek-jacobi.jpgIk herinner me het klaslokaal dat gedurende de zes jaar en vele uren dat ik er sleet nooit helemaal ophield met naar de oudheid te ruiken, of toch minstens naar oude boeken. Dat had hoogst waarschijnlijk te maken met de oude foto’s die aan de muren waren opgehangen, met beeldjes op van Romulus, en Remus, en andere namen die ik me nu waarschijnlijk nog zou moeten herinneren. Wat niet het geval is. Zo zie je maar weer.

Ik herinner me dat ik zes jaar tegen mijn ouders heb gezaagd dat ik wilde stoppen met Latijn, en dat ze me zes jaar hebben beloofd dat dat het jaar dat volgde zeker zou mogen. Ze kwamen uiteindelijk hun belofte na: na het zesde jaar mocht ik stoppen, want er was geen zevende jaar Latijn. Moehaha! (echt, sommige latinisten zouden dit grapje ongelooflijk grappig vinden. Neen maar echt, breek mijn muile niet open over sommige latinisten..)

Anyway. Ik herinner me ablatieven en genitieven en kadertjes met vervoegingen van rosa en lupus en bladzijden vol Latijnse woorden die we uit onze jonge hoofden moesten leren. Wat ik nooit deed. Ik haalde al mijn buizen op met de klassieke laatste opdracht van het jaar: de verhandeling. Ooit honderd op honderd voor gekregen, trouwens, en niet eens iets vies moeten doen met de leraar of nieten!

Ik herinner me veel, en tegelijkertijd ook bitter weinig, als je weet dat ik zes jaar van mijn leven met Latijn ben bezig geweest, op de één of andere manier. Dat we moesten scanderen. Dat ik de verhalen van Ovidius wel mooi vond, en dat die over Caesar en triumviraten me dan weer tot waanzin dreven van saaiheid. Dat we uren moesten kijken naar “I, Claudius”, in een donkere klas terwijl het buiten dertig graden was en onze jeugd aan ons voorbij trok.

Dat er geen geld was bij ons thuis om mee te gaan op de Romereis waarmee we zes jaar lang rond de oren werden geslagen, en dat ik dat eigenlijk niet zo erg vond omdat ik er niet mocht aan denken een hele paasvakantie lang naar kerken te moeten gaan kijken. Dat ik ondertussen nog steeds niet in Rome ben geweest.

Wat me eraan doet denken dat ik ooit twee jaar Grieks heb gevolgd. Nog zotter, dadde. Ik kan nog altijd het hele alfabet schrijven. Iemand enig idee of daar nog ergens vraag naar is, op de arbeidsmarkt?

(en dat alles, omdat Latijn nu eenmaal weer geweldig hip is, volgens de gazetten)

lilith is een vroege vogel

bird_worm.jpgJe hebt van die mensen die standaard de longen uit hun lijf moeten lopen om de trein te halen die ze nodig hebben om ergens te geraken. Ik weet dat, want ik zie ze lopen door het raampje van dezelfde trein. Waar ik dan al gemiddeld een kwartier opzit, te wachten tot hij vertrekt. Dat is het verschil tussen mij en die mensen. Zij lopen daar en ik zit hier. In mijn raampje.

Ik ken ze maar al te goed, die mensen. Ik heb er namelijk heel wat rondlopen in mijn omgeving. Ik weet dat ze, nadat ze bijna hun trein hebben gemist, toch nog te laat zullen komen op hun afspraak, omdat ze alles net iets te slordig hebben getimed en alles daardoor in het honderd begint te lopen. Omdat de trein vertraging heeft. Omdat de bus daarna niet komt opdagen. Waarop hun afspraak beslist om dan maar te vertrekken.

Waardoor alles echt helemaal voor niets is geweest. Waardoor de wereld en de rest van het universum compleet naar de haaien gaat en alle vlinders opeens sterven in een park in Japan.

Mij niet gezien. Ik behoor tot de groep mensen die altijd te vroeg is. De groep die al deze bovenstaande mogelijkheden incalculeert, samen met de optie dat ik wel eens zeven keer verloren zou kunnen lopen voor ik er ben. Mijn rekensom is: reëele rittijd + alles gaat fout + ik loop zeven keer verloren + ik heb nog tijd om vooraf een koffietje te gaan drinken.

In een stationsbuffet, bijvoorbeeld, zoals vanmorgen het geval was.

Een stationsbuffet alwaar ik – die per definitie een minuut te vroeg op het rempedaal begint te duwen voor een kruispunt en doorgaans al een halve werkdag achter de rug heb als u zich nog eens omdraait, ja u daar!- naar mijn medebuffetgangers keek en me de bedenking maakte dat dat toch wel extreem vroeg is, grote pinten en blonde Leffes drinken om negentien na acht ’s morgens.

Altijd veel te vroeg en ook nog eens extreem judgemental, zo kennen we me wel.
Yup, zo kennen we me zeker.

Vier jaar, in twee dolle voor en na’s

4.jpgVier jaar. Zo lang wonen wij vandaag in onze crib.

Dat wil zeggen dat ik vandaag exact vier jaar en vijf dagen geleden mijn maagverkleining kreeg. (toch een gemak qua dingen onthouden, zo’n weblog. Ik kan dat iedereen aanraden.)

Na vier jaar kan ik kort zijn: alles gaat nog altijd heel goed. Ik kan nog altijd geen enorme hoeveelheden eten, maar dat stoort me zelden of nooit. Ik kan nog altijd geen bak frieten of een stuk taart eten zonder zo mottig te worden als een aap, maar af en toen drie frieten of een half stukje taart lukken perfect. Ik weeg nu 52 kilogram minder dan vier jaar geleden, wat eigenlijk feitelijk niet minder is dan een gigantesk succes. Ik vergeet dat soms eens, hoe fantastisch dat allemaal is.

Ik ging in die vier jaar van kledingmaat 52-44 naar 40-42.
Dat wil zeggen van winkels voor hele grote maten naar heel normale winkels.
Ik eet op dit moment gezonder dan ooit, en ik loop. IK LOOP, met mijn benen!
Ik heb zelfs plannen om te beginnen zwemmen. Ik, die jaren in grote bogen rond zwembaden heb gelopen omdat ik bang was voor aangespoelde walvis-opmerkingen en mezelf moeten vertonen in badpak op plaatsen waar andere mensen komen. Ik heb een zwembril gekocht. I KNOW.

Even voor de lol, twee voren en na’s. Eén van de crib, één van mezelf.

crib2006.jpg

De crib, in de bijzonder donkere en koude winter van 2006.

crib2010.jpg

De crib, op een gemiddelde zondagnamiddag in 2010.

2006.jpg

Ik in 2006, met het enige t-shirt waarvan ik het bijzonder jammer vind dat het ondertussen alleen nog maar kan dienen als tent voor een middelgroot gezin.

na2010.jpg

Ik een week of twee geleden, duidelijk nog steeds niet vies van koekjesdeeg.

Aan beiden nog werk, maar toch: ferm content, al bij al.

Mooiheid

heartje.jpgIk zie graag mooie dingen, ik. Zo graag dat ik ze opsla in mapjes op mijn computer, en er af en toe eens naar kijk. Verder doe ik er niet veel mee. Vanaf nu dus wel. Af en toe eens een lijstje met mooie dingen posten kan mijn blog volgens mij alleen maar mooier maken.

Zodus, ik hou hiervan:

balloons.jpg

Ballons. (via toujoursdimanche)

gekleurdglas.jpg

Gekleurd glas.

retronaai.jpg

Retro naaimachines. Groene. (allebei via pinterest.com)

meyou.jpg

Coole muurverlichting. I want. (via apartmenttherapy)

loft.jpg

Dit huis. Ik wil er wonen. Nu.