de drie dingen die ik had willen weten toen ik thuiskwam met baby 1

thuiskomenbaby2

In de crib zijn we amper bekomen van de komst van Flo, of het is al aftellen naar de volgende baby. Gelukkig niet van ons, god sta me bij, maar wel de eerstgeborene van mijn kleine broer, die zich als alles goed gaat al binnen enkele weken laat zien. Mijn kleine broer zal niet kwaad zijn als ik zeg dat hij op dit moment niet ongelooflijk gespecialiseerd is in pasgeboren mensenkinderen. Hij heeft er al wel eens een gezien, maar de echte nuts en bolts zullen zich de komende maanden op natuurlijke wijze aan hem en mijn schoonzus moeten openbaren.

Je kunt jezelf dan wel wat sussen met lijstjes afvinken en geboortelijsten leggen, als puntje bij paaltje komt is er een voor en een na de komst van de baby, en dat krijg je pas uitgelegd aan iemand die die transitie zelf heeft doorgemaakt. Life can only be understood backwards but must be lived forwards en andere Pinterestspreuken, ik weet het, maar toch zijn er een paar zaken die ik ondertussen heb geleerd die de eerste weken met een kersverse baby wat makkelijker kunnen maken. Wat werkt is voor iedereen anders, dat besef ik wel. “Slaap als je baby slaapt” werkt bijvoorbeeld niet voor mij, maar andere zaken hebben wel een en ander vergemakkelijkt. Je weet maar nooit dat ze iemand helpen die met de handen in het haar zit.

Drie dingen die ik had willen weten toen ik thuiskwam met mijn eerste baby:

– hoe goed het nachtelijke shiftensysteem werkt:

Ik weet het, uw man moet gaan werken den duts, en gij moet niet anders doen dan wat in de zetel lummelen met uw pasgeboren baby, dus is het maar normaal dat gij elke nacht opstaat terwijl hij blijft liggen. Gelukkig zijn de jaren vijftig gepasseerd, en mogen mannen ook gerust eens een hand toesteken als het lastig wordt. Zelfs als het niet lastig wordt. Waarom hebben we anders onze bustehouders verbrand, eigenlijk? Youri en ik werken met het systeem van opgesplitste nachtelijke verantwoordelijkheid. Mede omdat er weinig dingen irritanter zijn dan ’s nachts niet weten aan wie het is om op te staan voor een huilende baby of voeding. Als wij uit een diepe slaap komen zijn wij allebei soms zo cranky dat we elkaar zouden kunnen slaan, en om dat te voorkomen doen wij van afspraak. De ene nacht geef ik de laatste voeding (meestal rond tien uur) en ben ik vanaf dan van dienst tot aan de volgende voeding. In het begin was dat een shift van een uur of vier, en als ze in die shift niet wilde slapen dan was het aan mij om dat op te lossen.

Ondertussen slaapt Flo al blokken van een uur of zeven na elkaar (wij zijn dankbaar en hopen het niet gejinxt te hebben nu), dus begint de shift van Youri in dit geval om vijf uur ’s morgens met een voeding. De volgende nacht is het dan omgekeerd. Op die manier weet je altijd dat je toch zeker vier uur kunt slapen, ook al zorgt het kind voor een zware nacht. Helemaal in het begin lieten we Flo de eerste shift beneden slapen en sliep de verantwoordelijke van dienst in de zetel tot aan de aflossing, maar nu loopt alles zo vlot dat we al weer met zijn allen samen slapen. Zij in haar bedje naast ons bed, evenwel. En dat werkt perfect. (ik weet het: als je borstvoeding geeft dan kan de man niet veel doen bij honger, maar een baby is lang niet altijd wakker van de honger. En voor vrouwen die kolven kan dit natuurlijk wel perfect, al is het om wat rust te hebben)

thuiskomenbaby1

dat je het zo klein mogelijk moet maken:

Een gouden raad uit de tijd dat we compleet kapot bij de kinderarts zaten met Dexter de kleine huilbaby. Ook al kun je soms weinig doen om krampen weg te nemen bij een baby, toch kun je het voor hem of haar wel zo klein mogelijk maken. Dat was toen nieuw voor mij, maar ondertussen heb ik al zoveel gelezen dat die theorie bevestigt (zie het werk van de geweldige Harvey Karp, over inbakeren en sussen en wiegen en andere tovermiddeltjes) dat het eigenlijk logisch is: een baby heeft negen maanden krap behuisd in je buik gezeten, en als hij het zwaar heeft, dan is dat meestal omdat zijn omgeving plots te groot is, te imposant en te veel impulsen op hem afvuurt. De oplossing is dan om het weer klein en knus te maken. Inbakeren helpt bij ons geweldig (Flo wordt elke nacht ingebakerd en ondergaat dat ook veel makkelijker dan Dexter destijds, die zich elke nacht als een Houdini los wist te maken. De kans bestaat evenwel ook dat wij toen nog niet zo goed konden inbakeren, maar kom), en een draagdoek waarin de baby dicht tegen je hartslag aanzit is ook fantastisch. Iemand raadde het me aan in de reacties van de vorige post, maar Flo wordt dus al eens gedragen.

Ik volgde deze keer een draagconsult aan huis bij Bieke van Draaggraag (en kan dat iedereen aanraden). Flo wordt of in mijn tricot slen (een rekbare doek zoals deze) gehesen als ze het lastig heeft, of als ik het lastig heb dan kies ik voor de fantastische Bondolino die ik heb van bij Babybij, de draagdoekenshop van Webkim. Het grote voordeel aan die Bondolino is dat je hem niet hoeft te knopen, en je baby dus nog veel sneller in de juiste houding in de drager krijgt. Lees: echt waar op een paar seconden. Ik zou iedereen die wat bang is voor het knopen maar toch wil kiezen voor een ergonomische drager waarin de baby perfect in kikvorshouding zit (en dus niet zoals in de Baby Bjorn carrier die je vaak ziet wat hangt te hangen) de Bondolino aanraden. Fantastisch geboortegeschenk ook, volgens mij, en Webkim is de perfecte vrouw om je alles uit te leggen, zo bewijzen ook haar geweldig populaire filmpjes op Youtube die mij alles geleerd hebben dat je maar over dragen wilt leren.

thuiskomenbaby3

dat vergelijken alle pret wegneemt.

Zeker als je zo’n eeuwige piekeraar bent als biebie hier. De curves van Kind en Gezin. Het aantal voedingen en de hoeveelheden waaraan een baby al vanaf dag één moet zitten. Of de baby al doorslaapt (dat wordt tegenwoordig soms al gevraagd als het kindje twee weken oud is, merkte ik. Met een zorgelijke “ah, oei” als je ontkennend moet antwoorden). Ik kan alleen maar zeggen dat ik me al over van alles zorgen heb gemaakt en dat de meeste dingen gewoon goed komen als je het tijd geeft. Is dat niet zo, ga dan naar een goede kinderarts en ga niet te veel voort op volkswijsheden en internetfora. Allemaal goed bedoeld, maar ik heb vorige week nog meegemaakt dat een veronderstelling rond medicatie die iedereen van elkaar overneemt helemaal nergens op leek te slaan. Altijd best eens checken, dus.

Heb jij nog tips voor ouders in spé? Ik lees ze graag in de reacties hieronder!

(Het zijn dit soort blogposts die ervoor zorgen dat ik tegenwoordig vaker aangesproken word met “beste mamablogger,” dan ik op een nuchtere maag aankan hé? Dju toch.)

Acht weken Flo: over luide baby’s en nieuwsbrieven die er geen zijn

flo_achtweken

“Twee dingen”, zei ik tegen de kinderarts terwijl ik de buggy met een tukkende Flo gezwind naast haar bureau parkeerde: “U heeft ons niet van honderd meter ver horen aankomen, en ik heb het volgehouden tot ze zeven en een halve week oud was voor ik haar aan u ben komen voorstellen.” De dokter moest lachen, en ik ook. Het is een bijzonder mooie dag als het moment is aangebroken waarover je ooit radeloos huilend “MAAR OOIT GAAN WE HIERMEE KUNNEN LACHEN!!” hebt gezegd. Want zie: ook om extreme huilbaby’s en de hopeloosheid die ermee gepaard gaat kun je dus ooit lachen. Als er maar genoeg tijd en boterhammen overheen gaan dan kun je volgens mij overal om lachen.

Een bezoek aan dokter kinderarts drong zich evenwel ook deze keer op, omdat Flo last heeft van krampen, soms van bijzonder venijnige. Doordat we het bij haar broer hebben moeten uitzweten ziet ons parcours er deze keer anders uit, zonder tripjes naar osteopaten en winkels vol dingen die toch niet helpen en waarvan we dat nu dus al weten. Er is al enkele keren van voeding veranderd, maar dat haalt even veel/weinig uit als de vorige keer, en dus bracht ik voor de zekerheid toch maar eens een bezoek aan de kinderarts. Dezelfde kinderarts die ons door de eerste maanden van Dexter sleurde door te luisteren en samen met ons te wensen dat het snel zou beteren. Meer kon ook zij niet doen, maar er zijn weinig mensen die in die periode meer voor ons hebben gedaan dan zij. Eeuwig respect dus.

Ze luisterde weer, bevestigde wat ik al dacht (dat ik de afgelopen weken exact had gedaan wat zij me zou hebben aangeraden, en dus alle stappen had doorlopen die maar gezet konden worden), en ik vertrok met de wetenschap dat de tijd er weer over moet gaan en ik mezelf niet kan verwijten niet voldoende te hebben geprobeerd. Meer moet dat soms niet zijn, of kan dat soms niet zijn, weet ik ondertussen

IMG_7935

“Na Dexter is alles relatief zeker voor jullie?” vragen mensen mij soms, maar dat valt tegen. Het is niet omdat je ooit zwaar verbrand bent geweest dat een blaar geen pijn meer kan doen, zo blijkt. Als ik moe ben, en mijn kleuter is lastig, en ik krijg mijn hysterisch huilende dochter maar niet getroost omdat ze krampen heeft/ zwaar geconstipeerd is/ een sprongetje doormaakt, dan denk ik eigenlijk nooit “Chill, want het is niet zo extreem als de eerste keer”. Tegelijk blijven de paniekaanvallen die ik na enkele weken onophoudelijk huilen bij Dexter had tot op heden uit. Er blijkt een vat kalmte in mij te zitten dat ik in de tijd van Dexter maar niet aangeboord kreeg, maar de kans dat iemand mijn manier van moederen ooit met het zenboeddhisme zal vergelijken blijft bijzonder klein. Misschien heeft dat ook te maken met het feit dat ze bijzonder luid en indrukwekkend kan wenen, onze Flo. Een vermoeden dat werd bevestigd toen onze kinderarts fijntjes opmerkte dat wij wel “zeer luide baby’s maken”. Niet een wedstrijd die ik per se wilde winnen, maar kom, een medaille is een medaille.

Aandachtige lezers hebben ondertussen al opgemerkt dat ik geen maandelijkse nieuwsbrief heb geschreven toen Flo een maand oud was. Bezorgde lezers hebben zelfs al laten weten dat ze dat maar jammer vinden voor Flo, en ermee inzitten dat zij me dat ooit kwalijk zal nemen, onder de hashtag ocharmedatkiendje. Ik ben zelf niet zo van de “als uw broer dat krijgt dan gij ook”-cultuur (zie ook: borstvoeding), dus dat is al het probleem niet. Ge kunt uw kindjes allebei graag zien zonder exact hetzelfde te doen, ben ik van mening. Dus neen, er komt deze keer geen perfect getimede maandelijkse nieuwsbrief met een lieflijke aanspreking en een schoon slot, vrees ik. Mocht ze daar evenwel ooit haar beklag over doen gooi ik volgende zaken op tafel: een linkerlichaamshelft die al een week of twee pijn doet van het vele dragen, sussen en rondlopen op krampenmomentjes. Een hoofd dat wazig is van de gebroken nachten. Een kapsel dat op niks trekt omdat ik geen tijd heb om naar de kapper te gaan, laat staan om mijn uitgroei bij te kleuren. En een hart dat elke dag vol is van hoe geweldig leuk en schoon en fantastisch ik mijn dochter en haar broer vind, en dat daardoor soms ontploft van algehele dankbaarheid.

Ha, en gullie maar denken dat ik gevoelloos was geworden.

THINK. AGAIN.

As we speak #9

aswespeak9_1Is het belachelijk om een rubriek op te diepen die je ondertussen reeds meer dan een jaar hebt laten verpieteren in de diepste krochten van deze website? Misschien, maar ik ga het om verschillende redenen toch doen. De ‘As we speak‘ was een wendbaar en daardoor leutig rubriekje, al zeg ik het zelf. Het soort rubriekje waarin ik zaken kwijt kon die geen volledige blogpost waard zijn, maar het ook niet verdienen om hier stiefmoederlijk behandeld te worden. In deze drukke tijden waarin ik soms een week totaal niet aan bloggen toekom (en daar bij momenten best ambetant van word, ik geef het toe) zijn dat soort posts van goud. Ik ga er dus weer mee starten en een poging doen om er wat regelmaat in te steken. We zien wel waar we komen. Wie zin heeft om mee te doen op zijn eigen blog, dat mag nog altijd en ik juich dat zelfs toe.

  • Bezig met: zorgen voor Flo en Dexter, proberen te zorgen voor mezelf, en terwijl ik daarmee bezig ben inmiddels in mijn laatste anderhalve maand zwangerschapsverlof zitten. Ten tijde van Dexter was ik nu al zo zwaar aan het crashen dat ik me niet kon inbeelden hoe ik het nog een week of vijf zou volhouden. Dat is nu niet het geval, al moet ik wel weer toegeven dat ik niet gemaakt ben voor langdurig thuisblijven met een baby. Ik doe mijn job veel te graag, denk ik. Ik mis het schrijven, en het onderzoeken, en het rondkijken naar de wereld en me afvragen wat ik kan doen met wat ik zie. Ik mis de inspiratie en het maken van dingen die er eerder nog niet waren, ik mis de volwassen gesprekken en de zuurstof die ik krijg van nieuwe opdrachten en ideeën. Tegelijk zie ik best weer op tegen de week waarin Flo in de crèche start, ook al weet ik dat ze daar goed zal zitten en zie ik dat allemaal vlotter gaan dan bij haar broer. Dubbel, dat ouderschap. Dat wist ik al, en dat weet ik nu opnieuw. Omdat ik ondertussen twee kindjes heb. Ik ga dat vorige zinnetje nog eens herlezen om het te geloven, want soms overvalt die gedachte me en kan ik het bijna niet bevatten.
  • Genieten van: de momenten waarop ik tijd heb om iets te doen waarvoor ik anders nooit de tijd maak. Een documentaire over Janis Joplin onder mijn vel laten kruipen, bijvoorbeeld. (en nu pas ontdekken dat je vanalles moois kunt herbekijken op de site van Canvas) Eindelijk de tijd nemen om te beginnen aan de meer dan twintig afleveringen Alleen Elvis Blijft Bestaan die ik nog op de digicorder bleek te hebben staan. Eens door de tv-gids bladeren en ontdekken dat er series zijn als Five Star Babies, over The Portland, een Londense materniteit waar de rijksten van de hele wereld komen om te bevallen. Zo veel goede dingen, zo weinig tijd. Behalve als er een baby even op je arm in slaap wil vallen en je dus niet anders kunt dan in je zetel blijven zitten. Een beetje zoals in de magistrale nieuwe clip van Kenji Minogue, dus eigenlijk.
aswespeak9_2
  • Lezen: het geweldige boek dat ik aan het lezen was toen ik deze post over zelfzorg schreef is ondertussen uit. Meer dan zevenhonderd pagina’s, en ik was er niet goed van. Nog steeds niet, eigenlijk. Een goed boek kan een fantastisch cadeau voor de ziel zijn, en dit was zo’n fantastisch cadeau.
  • Een beetje gefrustreerd over: mijn kleren die een maat te klein zijn. Of mijn lichaam een maat te groot. Niet beginnen roepen, ik weet dat ik zwanger ben geweest, ik weet dat zes kilo boven mijn startgewicht zitten geweldig goed meevalt, ik weet dat ge uw lichaam negen maanden moet geven om weer op zijn plooi te komen. Maar het steekt tegen dat mijn jas met moeite dicht kan, en ik ben mijn zwangerschapskledij echt wel vreselijk beu, al is het omdat er al twee mensen gevraagd hebben of ik al bevallen ben. Dat moet toch aan mijn jas liggen? HE?! HE?! Ik ben ondertussen wel weer begonnen met gezond eten, maar ik ben dit weekend tot het besef gekomen dat ik ook weer minder zal moeten eten. En dat is minder, vlinder. Ik eet namelijk niet graag minder en heb de neiging om daar geweldig hangry van te worden. Maar goed, van spannende broeken en jassen word ik ook geen blije burger, dus something has got to give. (en ik vrees dat het de kast vol koeken en paaseitjes van Dexter zal zijn, wegens dat die dezelfde uitwerking op mij heeft als de sirenen op een arme zeebonk)
aswespeak9_3
  • Blij met: de start van een Buurderij in Ieper. Een buurderij is een vereniging buren die rechtstreeks aankoopt bij boeren uit de streek, en sinds vorige week kan dat in Ieper. Ik ben daar zo blij mee, dat ik tegelijk melk en boter van de zuivelboer kan gaan ophalen en terwijl een mand groenten van deze fantastische boerderij in de koffer van mijn auto kan laden en ondertussen ook superlekker volkorenbrood mee kan nemen van een bakker in Poperinge waar ik anders door mijn eeuwige tijdsgebrek nooit kom. Echt zo content als een klein katje, ik.
  • Ook blij met: het feit dat het kleuterschooltje van Dexter vanaf 1 september een Freinetschool wordt, en Dexter en Flo ook hun lagere school in het Freinetonderwijs zullen kunnen doen. Mensen die mij kennen weten dat ik geen grote fan van het traditionele zit stil en luister naar de juf-onderwijs ben, en dus kon ik niet contenter zijn.
aswespeak9_4

Zin om mee te doen? Post dan een linkje in de comments, en dan komen we lezen wat jij momenteel aan het uitvreten bent. (de andere as we speaks staan hier)

Dexter spreekt XVIII

IMG_7447

De Dexter waarvan sprake is een grote broer, nu. Daar had hij het in het begin niet al te makkelijk mee, zeker niet toen bleek dat er nogal luid geschreeuw uit zijn zusje kan komen. Het zorgde ervoor dat hij op de dag dat we uit de materniteit kwamen met grote ogen vol paniek “ik vind haar veel te luid” zat te snikken aan de eettafel. Hart in duizend stukjes.

Maar het werd ondertussen beter, gelukkig. Hij is zot van “Flootje” zoals hij haar noemt als hij het niet heeft over “mijn baby”, en hij voert hele gesprekken met haar met het hoogste en meest schattige stemmetje dat hij speciaal voor haar lijkt te hebben bewaard. En dat was niet het enige memorabele dat ik de afgelopen weken hoorde.

  • Mama, ik vind het heel lief dat jij er een baby hebt uitgeduwd“. Zijn manier om te melden dat hij blij was met de komst van zijn zus. Misschien heeft hij toch meer meegekregen van de bevallingsprogramma’s waaraan ik verslaafd was dan ik dacht.
  • Wat is een okkerhoofd?“. Op school werd gewerkt rond indianen.
  • Waarom is K3 nooit boos?“. Ik vind dat ook verdacht, jongen.
  • Waarom kijkt die eend zo streng?“.
  • Waarom drinkt die superveel theetjes?“. Er zit zich iemand te bezatten aan een toog op tv.
  • Laten pandaberen eitjes?“. Hij is enorm bezig met eitjes of levende wezens eruit duwen, ineens.
  • Als ik een tekening maak, ga jij hem dan sturen naar Kitmit?“. Ketnet, ge zijt gewaarschuwd.
  • Oooo-ooow, de rij is schuim“. Dexter zet al zijn auto’s naast elkaar op de grond, en ik heb een Rainman flashback.
  • De meisjes zijn de slapste he papa?“.
  • Ik vind dat een heel slap idee“. Dexter heeft geen zin om naar de winkel te gaan.
  • Dat is Spider-Man, en dat is Ider-Man“. Iron Man, dus.
  • Mag ik kijken naar Flapvoet?“. Want Platvoet was nog niet erg genoeg, qua fysieke afwijking.
  • Ik moet geen appelmoes meer hebben. Punt.
  • Jah. Dan moeten ze er maar gaan halen naar de markt hé“. Ik zei dat er kindjes zijn die geen centjes hebben om auto’s van Cars te kopen. Dexter gaat soms mee naar de geldautomaat op de markt, dus echt moeilijk is het allemaal niet.
  • Je moet wel kijken waar je je teen zet“. Iemand heeft net keihard op mijn teen getrapt.
  • Ik wil een boterham met pisteloospasta“. Speculoospasta. I die.
  • Je moet het pelleke van de kaas afsmeren.”
  • Lasagna is me lievelingseten.” Vanuit zijn kamer. Om DRIE. UUR. ‘S NACHTS.
  • Slaap lekker, Kelly Deriemaeker“. Met een gigantische grijns, op mijn “slaap lekker, Dexter”.
  • Het is wel onze Flo“. Ik sprak haar aan met “Mijn kleine Flo”.
  • De meisjes zijn slaapkoppen hé papa“. Als Flo en ik vijf minuten langer blijven liggen.
  • En je knie stinkt“. Dexter is boos, en wil me diep raken. Toch even niet goed van.
  • Maar ik weet niet meer hoe ik lief moet zijn.” It shows, bij momenten.
  • Zeg papa, je moet wel je baard een keer afmaaien“.

Nog meer Dexter spreekt? Hier staan ze allemaal.

Supertip voor de vakantie: het dinopark van Middelkerke

dinoparkmiddelkerke2

Wie Dexter kent weet dat hij veel dingen interessant vindt, maar als hij moet kiezen tussen om het even wat en auto’s, dan kiest hij toch auto’s. En dus gaan zijn favoriete uitstapjes meestal richting rally’s en automusea en samenkomsten voor sympathisanten van oude bolides. Al een chance dat de papa daar ook nogal wat fun van inziet, want ik heb ondertussen genoeg spoilers (spoiders, volgens Dexter) gezien voor de rest van mijn dagen.

En toen gebeurde er plots iets. Ik weet niet of het kwam doordat ik dit geweldige boek, dat ik al kocht toen Dexter nog maar enkele weken oud was, systematisch onder zijn neus ben blijven duwen. Misschien was het omdat ik geweldig enthousiast bleef over elke film van Platvoet en zijn vriendjes die er op Netflix te zien was, of door het dolle heen was telkens Dinopoot op Ketnet voorbij kwam. Maar plots was er een vonk, en sindsdien blijven de auto’s steeds vaker in de bakken en zitten we keihard in de dinosaurusfase. Wat ik compleet fantastisch vind, omdat de fase mij doet terugdenken aan mijn eigen kindertijd waarin mijn broer zot was van Jurassic Park en woorden als pterodactylus en allosaurus even courant voorkwamen in ons huis als boekentas en boterham met hespeworst.

Er waren plannen om eens naar het dinomuseum in Brussel te gaan, maar daar waren we nog niet geraakt. En toen stuurde I. van de leesclub me enkele weken geleden een link door met het heuglijke nieuws dat er in de paasvakantie een heus Dinopark de deuren opende in Middelkerke, of all places. Gisteren trokken wij er onder een prachtig lentezonnetje heen. En man, ik heb mijn kind zelden zo enthousiast rond weten stuiteren.

dinoparkmiddelkerke1 dinoparkmiddelkerke3 dinoparkmiddelkerke6

Het park heet Extreem Dinopark Middelkerke en telt een zeventigtal levensgrote dino’s. In deze fase duizend keer indrukwekkender voor Dexter dan geraamtes in een museum, denken we, en dat bleek ook. Eigenlijk zagen we gisteren vooral onderstaand beeld, een Dexter die maar bleef sjezen tussen dino’s die hij anders enkel in boeken of op televisie zag. Het woord van de dag was “WOOOOOOOW”, en hij heeft zeker twintig keer gezegd dat hij het dinopark echt superleuk vond.

dinoparkmiddelkerke4 dinoparkmiddelkerke5 dinoparkmiddelkerke8

Het blijft trouwens niet bij naar plastieken dino’s kijken. Je kunt er ook een dino uitgraven (Dexter wil archeoloog worden, dus hij vond dat compleet geweldig), in zandbakken zoeken naar dinotanden, en ook een dino naar keuze schilderen en meenemen naar huis. Dexter koos een “team rex”. <3

dinoparkmiddelkerke7 dinoparkmiddelkerke9 dinoparkmiddelkerke10 dinoparkmiddelkerke11

Er is ook een groot terras voor de mama’s en de papa’s, en zelfs een kinderboerderij en een kar met ijsjes. De moeite van de trip dus. Naast het Dinopark ligt ook een kartingparcours, dus ook dat was om zot van te worden.

Wij vonden het de max, en ik heb even gecheckt: het park blijft er zeker de komende drie jaar, en er komen zelfs nog dino’s bij. Allen die een hart voor dino’s hebben, daarheen!

Mijn leven in parfum

mijnleveninparfumGeuren kunnen mij in een-twee-drie transporteren naar een vorig bestaan. Ruik ik recent gemaaid gras dan zit ik weer met mijn rugzak behangen met trollen en plastieken tutjes op de speelplaats van de lagere school van het dorpje V., kringelt de geur van allesreiniger langs mijn neusvleugels omhoog dan krijg ik een wee gevoel ter hoogte van mijn maag en flashbacks naar mijn dagen in de detergentenfabriek. Posteer mij achter de uitlaatpijp van een middelgroot voertuig en ik zit met mijn vijfjarig kinderhoofd gekneld tussen de deuren van een wegrijdende Duitse schoolbus. Op de achtergrond het hysterische gegil van mijn moeder. True story. (behalve dat laatste stukje over Dachau dan. Go easy on the komieke sigaretten, lilith uit 2004)

Maar er zijn dus ook odeuren die ik mezelf bewust aandoe.
Onderstaande luchtjes lieten ooit een onuitwisbare indruk na in mijn neus en hoofd.

Oilily Classic Eau de Parfum

Geen idee wie met het cadeau kwam aanzetten en waarom, maar dat ik het kreeg op een kerstavond in de jaren tachtig doet me vermoeden dat ik niet ouder was dan tien. Mijn eerste parfum was het, en ik ontving er ook een blikken doosje met de lekkerst geurende zeep ooit bij. De fruitige essence brengt me terug naar een tijdperk waarin Gertie van de Babysitters Club mijn spirit animal was, ik ganser dagen naar Hoezo? van Clouseau luisterde op mijn kamer en er nog niet uit was of ik dierenarts wilde worden of toch maar schrijfster. Ik heb al overwogen om nog eens een flesje Oilily te kopen, vanuit onversneden nostalgie en oprukkend oud zot, maar dan bedenk ik me dat ik niet per se wil ruiken naar “meisjes en vrouwen met een jong hart”, zoals de marketingtekst de doelgroep omschrijft op de site van Oilily. En toch: gisteren spoot ik nog eens wat op mijn pols tijdens mijn research in de parfumerie, en ik ben niet meer gestopt met ruiken en “aaaah” denken. Misschien is het in deze woelige tijden waarin beelden van bloed en rampspoed niet verder dan een finger swipe van ons verwijderd zijn wel een troost om weten dat de geur van je ogenschijnlijk simpele kindertijd ook maar zo ver van je af ligt als je pols.

Salvador Dali Vandenaldi

Ik kan geen stukje schrijven over geuren zonder het over de parfums die mijn moeder droeg te hebben. Ik bezit een herinnering waarin mijn vader na zes maanden als blauwhelm in ex-Joegoslavië naar huis terugkeerde met tien flessen clandestien gesmokkelde rum (de feiten zijn verjaard, officer) en een doosje met miniatuurparfumflesjes in de vorm van een neus en lippen. Google leert me dat het er van Salvador Dali kunnen zijn, maar als ik me de geur voor de geest haal denk ik dat het eerder van het minder bekende Joegoslavische merk Sulvidor Dila was. Anyway. Mijn mama had de neiging om zware en bedwelmende parfums te dragen waar mijn hersenen spontaan van verpulverden, genre Angel van Thierry Mugler (BUT WHYYY?!) en Opium van Yves Saint Laurent. De migraines die ze me bezorgden waren zo vernietigend dat ik nog steeds van wagon verander als ik iemand mijn trein ruik binnenkomen die een van beide geuren opheeft.

Patchoeli

Eerst mijn beklag doen over de bedwelmende koppijnparfums van mijn moedertje, en het in het volgende blokje hebben over de jaren waarin ik mezelf en mijn arafatsjaals marineerde in patchoeli, de ironie ontgaat mij niet. Ik haalde mijn hippie-olie en arafatsjaals in de Youskaro in Ieper, een winkeltje van een kleerkast groot dat werd uitgebaat door een moeder en dochter die grossierden in lange blaadjes en vlaggen van Bon Jovi. Er was een tijd dat ik geen enkel kledingstuk in mijn bezit had dat niet meurde naar patchoeli en daar ook nog trots op was. Het was dezelfde tijd waarin ik mijn haar oranje kleurde met Henna, houten vriendschapspoppetjes aan mijn Dr Martens knoopte en protesteerde tegen kernafval en racisme en gaten in de ozonlaag, niet alleen uit overtuiging maar ook omdat die ene kerel van mijn klas waarop ik jaren stiekem verliefd was ook ging protesteren. Zo, dat is eruit.

White Musk van The Body Shop

In de nasleep van mijn “liever een gat in mijn pennenzak dan een gat in de ozonlaag”-periode vertoefde ik tijdens mijn studententijd regelmatig in The Body Shop. Toen het gamma van White Musk daar op mijn pad kwam had ik maar een keer snuffelen nodig om te beseffen dat ik mezelf wilde verzuipen in alles dat ook maar een beetje naar de inhoud van de flesjes rook. Wat ik dan ook deed door de eau de toilette en de olie en het badschuim en de douchegel te kopen, zo veelvuldig dat ik bijna geen geld meer over had voor sigaretten en de belegde broodjes waarmee ik mezelf traag maar zeker richting mijn eerste maagverkleining aan het eten was. White Musk doet me nog steeds vol nostalgie terugdenken aan mijn studentenkot in Ledeberg, en met studentenkot bedoel ik varkensstal van drie verdiepingen die ik deelde met drie vrienden die even hard als ik hoopten dat de beschimmelde en aangekoekte afwas van weken ver plots op magische wijze zou verdwijnen als we er zo vaak mogelijk in bogen bleven rondlopen. Wat ook gebeurde als een van onze moeders het echt niet meer kon aanzien en zich vol walging aan een taak van een paar uren zette. Dat ik terugdenk aan de geur van White Musk en niet die van beschimmelde pannen waarvan de inhoud bijna kon lopen wil zeggen dat de andere penetrante geuren ondertussen of verwerkt of verdrongen zijn. Good for me.

Amazing Grace van Philosophy

Na White Musk beleefde ik op parfumvlak een even losbandige als saaie episode waarin ik Noa van Cacharel afwisselde met Gucci Rush en nog wat andere usual suspects. Ik werd nooit meer halsoverkop verliefd op een geur, tot ik in de Ustated Nights of Amerika kennismaakte met Amazing Grace. Ik bracht een flacon mee, en wist dat ik op een osmologisch klompje goud was gestoten toen ik bij thuiskomst constant werd gevraagd naar de oorzaak en herkomst van mijn welriekendheid. Wat mij betreft ruikt het naar een mengeling van schone lakens en eerste lentedagen. Sinds de complimentjes mij begonnen te overspoelen bracht ik van elke trip naar Amerika wat flesjes mee, en er overviel me een gelijktijdig gevoel van “wahey!” en “dju toch” toen Ici Paris XL het enkele jaren geleden gewoon in België begon te verkopen. Aangezien ik in geen tijden meer in Amerika ben geraakt overheerst wahey wel, ondertussen.

Van alles van Juliette Has a Gun

De laatste parfumcrush in dit rijtje kwam tot stand toen ik Valerie De Booser een jaar of vijf geleden interviewde voor Flair. Zij zat naast me, als onwetende maar glansrijke winnares van een bikkelharde wedstrijd die zich enkel in mijn hoofd had afgespeeld en die we voor het gemak het Grote Concours Mevrouw Koen Wauters noemen. Niet alleen dat, maar ze rook er ook nog eens fenomenaal lekker bij. Omdat ik besefte dat ik nooit dichter zou komen bij het zijn van Mevrouw Koen Wauters dan naar Mevrouw Koen Wauters te ruiken vroeg ik haar welk parfum ze droeg. Dat bleek Lady Vengeance van Juliette Has A Gun te zijn. Nadat ik een fles had aangeschaft ontdekte ik hoe rond de cirkel was: er blijkt patchoeli in te zitten, begot. Eerst moest ik ervoor naar Selfridges in Londen (altijd een goed excuus), maar toen ontdekte ik dat een parfumerie in Ieper ook een groot deel van het gamma stockeert. Op een keer was de Lady Vengeance evenwel op en kocht ik de Miss Charming, en daarna de Not a Perfume en onlangs nog de Anyway. Geen zever: allemaal op hun eigen manier even geweldig. Vooral de Not a Perfume heeft een speciale plek in mijn hart, omdat hij net als Amazing Grace ruikt naar proper, zoals frisse lakens en zeep en schoongeboende oksels in combinatie met een zuchtje wind. Zei ik echt schoongeboende oksels in combinatie met een zuchtje wind? En was dat luidop? Ik durf wedden dat Valerie me ook op vlak van geuromschrijvingen ver achter zich laat, en leg me daar dan maar, als een eervolle verliezer, bij neer.

Deze blogpost werd ernstig geïnspireerd door deze geweldige blogpost. Zin om mee te doen? Dat mag, in de reacties of op uw eigen blog, vaneigens. 

Mijn tip voor een vlottere kraamperiode: zelfzorg

zelfzorgGisteren stond ik in een pashokje, verheugd omdat ik een jeansbroek en t-shirt had gevonden die de rondingen doen uitkomen die ik wil doen uitkomen en de andere zo goed als mogelijk van het oog onttrekken. Ik zit in de gevreesde nazwangerschapse fase waarin mijn zwangerschapsbroeken te groot zijn, en mijn kleren van voor de bevalling een kledingmaat te klein. Niet dat ik daarover te klagen heb, want ik hou al bij al maar zes kilo over en dat valt me geweldig mee. Niet dat deze post daarover gaat. FOCUS DAN TOCH VROUW.

Flo is ondertussen drie en een halve week oud, en ik stond dus in een pashokje. Dat deed ik terwijl de kraamhulp even op mijn dochter aan het passen was. Een combinatie van zaken die de eerste keer ondenkbaar waren, om niet te zeggen ondenkbaar ondenkbaar. “Je ziet er goed uit“, zegt mijn lief de laatste dagen al eens, en zo voel ik me ook. En dat heb ik dus onder meer te danken aan het feit dat ik al eens in een pashok ga staan, ook al is mijn baby nog geen maand oud. (Ik ga trouwens eens een stuk schrijven over de mindere kantjes van mijn lief, dat jullie niet denken dat ik met de ideale man ben getrouwd. Zo een die enkel wijze dingen zegt en met complimentjes en rozenblaadjes in mijn richting gooit. Laat ons bijvoorbeeld vooral niet vergeten dat hij niks lust, en geloof me, zo zijn er nog wel een paar hoeken af. nvdr.)

zelfzorg2

Flo is een makkelijkere baby dan Dexter, dat is ondertussen duidelijk, maar dat ik me nu veel beter voel dan de vorige keer ligt niet helemaal aan haar. Deze keer ligt mijn eigen focus ook honderd keer meer op zelfzorg. Toen Dexter geboren werd dacht ik maar aan één ding: voor mijn kind zorgen. Ik cijferde mezelf weg, at slecht, zat heel de dag ongewassen in pyjama, kwam amper buiten, deed niks meer. Ik maakte mezelf wijs dat dat nu eenmaal was hoe het ging: je krijgt een baby, je stelt alles in functie van die baby, de rest is niet belangrijk. Je wereld komt met piepende banden tot stilstand, je blijft binnen een eigen bubbel, afgesloten van de rest van de wereld. Lekker samen met je baby in een cocon, klinkt het lieflijk. Allemaal goed en wel, maar mijn cocon werkte alleen maar versmachtend, besefte ik achteraf, toen ik me samen met mijn psychologe afvroeg waar het zoal mis was gelopen. En dus stond ik erop om het deze keer anders aan te pakken.

Dit doe ik deze keer anders:

  • ik roep hulp in:
    In verschillende vormen. Natuurlijk zou ik Flo ’s morgens en in de namiddag in de autostoel kunnen proppen om haar broer naar school te brengen en op te halen, maar het is stress die ik niet nodig heb. En dus werden er afspraken gemaakt zodat ik me daar de eerste weken niks van aan moet trekken. Met dank aan Youri, de opa’s en de kraamhulp, waarover later meer. Ik schakelde naast kraamhulp ook een zelfstandige vroedvrouw in, zodat ik iemand heb die hier af en toe komt checken of ik vragen heb, of Flo goed groeit, en er altijd iemand beschikbaar is om naar te bellen als ik ergens over twijfel. Ik heb geen mama en geen schoonmama, ik moet dus voor mijn eigen gemoedsrust zorgen. En soms is dat door een professional in te schakelen.
  • ik denk bewust na over de functie van de hulp:
    Vorige keer had ik ook kraamhulp, maar toen kwam die vooral neer op iemand die stond te strijken terwijl ik mijn baby suste. Deze keer wilde ik dat de hulp er vooral voor zou zorgen dat ik ademruimte kreeg. En dus ga ik Dexter van school halen terwijl de helpende handen even voor Flo zorgen, ga ik een uur winkelen, vraag ik of de kraamhulp een ovenschotel voor twee dagen kan maken zodat ik in die halve uren die plots beschikbaar worden een bad kan nemen en verder kan lezen in dat geweldige boek dat ik aan een razend tempo van acht pagina’s per dag aan het lezen ben. Acht pagina’s per dag lijkt weinig, maar ze doen me vreselijk veel deugd. Waarover meer in het volgende punt.
  • ik bouw momenten in voor mezelf:
    Lezen, een bad nemen met duur maar heerlijk geurend badschuim, blogstukjes schrijven. “Dat jij daaraan toekomt”, schreef iemand die ook net een kersvers kindje heeft op Instagram, “ik raak mijn zetel met moeite uit”. Ik kom eraan toe omdat ik weet dat ik er zo’n deugd van heb. Net als van alleen naar de supermarkt gaan, wat bij momenten voelt als een vakantie van een half uurtje. Koken. Even over en weer naar een tweedehandsbeurs, terwijl mijn lief op de kindjes past. Vorige keer kwam ik na vier maanden tot het besef dat ik niks meer deed dat me blij maakte. Nu probeer ik elke dag iets te doen dat goed is voor mezelf. Vanuit de gedachte van eerst je eigen zuurstofmasker opzetten in het vliegtuig voor je iemand anders kan helpen. Dexter en Flo hebben niks aan een ongelukkige moeder, en deze keer besef ik dat beter dan ooit. Ik zorg dat mijn basisbehoeftes prioriteit krijgen. Dat ik aan slaap toekom, dankzij een shiftensysteem dat ervoor zorgt dat ik zeker een blok van vier uur ononderbroken slaap per nacht heb. (en Youri dus ook) Toen Dexter er was ben ik in de eerste weken eens een halve dag gaan winkelen, en verzoop ik in het schuldgevoel en de gedachte dat ik een slechte moeder was. Dat een moeder altijd bij haar kind moet zijn. Dat doe ik nu niet meer. Ik zie mijn kinderen doodgraag, maar dat moet ik niet bewijzen door mezelf te laten verwelken.
  • ik maak plannen:
    Toen ik de vorige keer weer moest beginnen met werken leek ik van een andere planeet te komen. Alle fundamenten waren van onder mijn voeten geslagen, en het duurde maanden voor ik weer aan het soort stukken en reportages kon beginnen denken die ik voor het moederschap maakte. Nu voel ik dat de kloof tussen deze periode en weer gaan werken minder groot zal zijn. Omdat ik het al heb gedaan, werken in combinatie met moederen, en weet dat ik het kan. Omdat ik door kranten blader en denk “Damn, als ik weer aan het werk ben dan wil ik daar een stuk over maken. En daar, en daar”. Omdat de ideeën er zijn, en de goesting. Ook voor blogposts, bijvoorbeeld. En vakanties met het gezin, weer gaan sporten binnen een paar weken, en etentjes met mijn lief over de middag, omdat we dan geen babysit nodig hebben en we dat weer eens meer moeten doen.

Ik moet opletten dat dit soort blogstukjes vanuit mijn enthousiasme niet als een vingerwijzing overkomen, heb ik gemerkt. Dat is helemaal niet de bedoeling. All hail aan de mama’s die genieten van hun cocon en net energie halen uit de exclusieve zorg voor hun kind. Voor zij die de eerste maanden geen seconde willen en kunnen missen van de zorg voor hun dropje, en er niet aan mogen denken om hen een uur achter te laten om in een pashok te gaan staan. Ik weet dat zij er zijn, en ik snap hen. Maar ik voel dat ik een betere en blijere moeder ben als ik zelfs van in het begin af en toe durf loslaten.

Ik wil trouwens ook de indruk niet wekken dat alles hier gesmeerd loopt. Gisteren dacht ik bijvoorbeeld “moh, ze heeft melkkorstjes“, en toen bleken het kruimels te zijn van een inderhaast boven haar hoofd naar binnen geslokte wafel die als middagmaal had gefungeerd.

Hoe ging dat bij jou? Bleef jij voor jezelf zorgen in de periode met een pasgeboren kindje, of had je dat minder hard nodig? Leken je kraamperiodes op elkaar, of leerde je dingen na de eerste of tweede keer? Benieuwd naar jullie ervaringen, die zoals altijd welkom zijn in de reacties hieronder.

Over filters, en Brussel.

aanslagenbrussel

Mensen zouden veel vaker lang en op het gemak met elkaar moeten babbelen“, sprak mijn slim lief terwijl we deze uitzending aan het bekijken waren, gisterenavond. Ik had me heel de namiddag bewust wat weggehouden van extra journaals en updates na een ochtend waarin het vreselijke nieuws over de aanslagen in Brussel maar bleef binnenstromen via het internet en de radio. Omdat ik me bedacht dat ik niemand hielp met mezelf plat te laten bombarderen door wat vaak toch vooral neerkomt op informatie die vooral snel moet en daardoor niet per se correct. Of zoals ik het Faroek tegen Stef hoorde zeggen: “Maar we zijn hier natuurlijk zwaar aan het speculeren“. Ik vraag me soms af of dat allemaal helpt, uren journaals met eigenlijk niet echt veel extra info, waardoor we dus een paar uur extra moeten gaan speculeren over van alles en nog wat om zendtijd gevuld te krijgen. En dus ging ik een grote wandeling maken met mijn dochter, in de zon. Zonder constant mijn telefoon te checken op zoek naar meer nieuws. Omdat ik zuurstof nodig had, in plaats van een overdosis aan info die de zuurstof uit mijn longen sloeg.

Toen de aanslagen in Parijs gebeurden waren we net in Gran Canaria aangekomen. Het internet in het hotel lag die dag plat, dus ik had lang geen idee tot ik naar mijn vader belde om de palmbomen te bestoefen en toen de vraag kreeg of ik het al had gehoord. Ik had niks gehoord. Het was toen al tien uur ’s morgens, en ik had geen benul wat voor nacht het was geweest. En ik koos er toen, net zoals nu, voor om me in de mate van het mogelijke wat af te schermen tegen de overvloed aan informatie. Niet omdat ik een struisvogel ben, maar wel omdat ik er niet beter van word, van elke bloederige foto of video met eigen ogen te zien, en er niemand mee help. Ik blogde er toen ook niet over, omdat ik het een hele moeilijke oefening blijf vinden, en dit er eigenlijk ook de plaats niet voor vind. Tegelijk probeer ik in andere gevallen moeilijke zaken niet uit de weg te gaan, en is het misschien ook gek om hier te doen alsof er niks is gebeurd. Moeilijke oefening, dus, al jaren, omdat ik altijd denk: moet ik wel zeggen hoe hard dit me raakt? Zou het niet gek zijn als het niet zo was? En in hoeverre heeft dat iets mij raakt ook maar iets van meerwaarde in een vreselijk en gecompliceerd verhaal?

Maar ik ben er natuurlijk net zo goed mee bezig. En vind het bijvoorbeeld net zo boeiend als zorgwekkend, dat we zo begaan zijn met de vraag hoe we onze jonge kinderen kunnen afschermen en weghouden van alle vreselijke informatie, maar van onszelf niet echt lijken te vinden dat we een beetje beschermd moeten worden. We lijken collectief betikketakt om het allemaal zoveel mogelijk en in grote porties mee te krijgen via de kranten en allerhande supersnelle internetkanalen, vaak geweldig ongefilterd door die snelheid, en ik vraag me dan af wat dat met ons en onze hoofden doet. Op lange en op korte termijn.

Daarom vond ik dat mijn lief gelijk had, gisteren. Deze kalme, respectvolle gesprekken vanuit verschillende standpunten en belevingen waren van het beste dat ik gisteren hoorde en zag. Van het meest hoopvolle, ook. En ik vind echt dat we dat nu nodig hebben, oren om te luisteren naar mensen die weten waarover ze het hebben (zelfs al komen hun standpunten niet per se overeen met die van jou), die als een soort filter fungeren in de chaotische en constante stroom aan informatie, in plaats van monden die vooral om ter luidst roepen waardoor we niks meer horen. Laat staan leren. Ook al snap ik het natuurlijk, dat ze willen roepen, uit onmacht en kwaadheid en alle emoties die erbij komen. Maar stilte is soms nog beter, denk ik, net als echte gesprekken onder echte mensen zonder dat daar computerschermen tussen zitten. Of zonder dat er per se en snel een kamp moet gekozen worden. Zonder dat het helemaal zwart is, of helemaal wit. Dat, en ogen die het mooie willen blijven zien.

(Dit vond ik trouwens ook een mooi en oprecht stuk. Over niet bang willen zijn, en het toch zijn)

Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan …

flo_eerstekind
  • had ik me vast niet zo’n waardeloze moeder gevoeld. Dan hadden gedachten als “Waarom kan iedereen dit en ik helemaal niet?” waarschijnlijk niet zo vaak de kop op gestoken, net als de vraag waarom ik zo nodig kinderen wilde en of ik dan niet gelukkig genoeg was zonder. Dan zou ik me vast niet op bijzonder regelmatige basis afgevraagd hebben of er mensen zijn die nu eenmaal niet gemaakt zijn om zich voort te planten, en of ik dan zo’n mens was. Of ik er niet beter wat langer over had nagedacht, terwijl ik al de dertig gepasseerd was toen ik zwanger werd.
  • was er vast sneller een tweede gekomen, en was de vraag of die er überhaupt wel zou komen en of dat niet een gigantisch risico was voor mijn mentale gezondheid waarschijnlijk zelfs niet gevallen. Terwijl die vraag deze keer erg lang en prominent boven onze hoofden is blijven hangen. Misschien zelfs tot na de bevalling.
  • was ik veel minder geld kwijt geweest. Aan osteopaten, aan tien verschillende soorten flesjes en speentjes, aan die ene stinkend dure vibrerende kinderstoel waarover ik op internet las dat hij kolieken wegnam als sneeuw voor de zon (nog nooit zo snel een bom geld uitgegeven voor iets dat niks bleek te doen, behalve vibreren), aan homeopatische (say what Kelly, say what?) krampenwatertjes, astronautenvoeding die ook al niet hielp en herhaaldelijke bezoeken aan de kinderarts. Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan had ik dat allemaal op mijn spaarboek kunnen zetten, maat. Het resultaat zou hetzelfde zijn gebleven.
  • was ik veel meer geld kwijt geweest. Aan kleertjes en uiterlijkheden en dingen die mij bij Dexter niet boeiden, omdat er geen tijd en energie over was en ik vooral probeerde te overleven. Het was uiteindelijk dus vast toch op een nuloperatie uitgedraaid.
  • zou ik gedacht hebben dat een huilbaby een kindje is dat drie uur per dag weent, en zou ik ook gedacht hebben dat dat verschrikkelijk moet zijn. Terwijl ik bij Dexter op mijn blote knietjes in een paar houten klompen zou hebben gezeten voor een dag met maar drie uur wenen.
  • was ik nu vast ook al met haar naar de osteopaat geweest, en had ik vast gevonden dat ze veel weende. De laatste week is de eeuwig contente baby die nooit weent er wat af, wegens op gang komende spijsvertering en al wat daar bijhoort. Nu denk ik: het gaat wel over, en ‘ze hebben allemaal krampjes’. Honderd keer kalmer dan toen ben ik nu, en ik kan ook veel meer hebben. Tegelijk moet ik niet zoveel kunnen hebben, want door wat we met Dexter hebben meegemaakt stellen een paar lastige uurtjes bijzonder weinig voor.

Maar Flo was mijn eerste kind niet, en eerlijk? Het moederschap had mij ook met een makkelijkere baby overweldigd, daar ben ik van overtuigd. Ook met Flo zou ik geschrokken zijn van hoe het krijgen van zo’n kindje je leven overhoop haalt. Hoe je van iemand die elke nacht gewoon slaapt en elke dag gewoon invult naar believen gaat naar iemand die flink wat extra werk heeft aan moederen en heel wat controle over dag- en nachtinvullingen moet opgeven. Ik zou ook geschrokken zijn van hoe vaak je zo’n klein wormpje moet verschonen, voeden en van TLC moet voorzien. Omdat ik niet zo’n moeder ben bij wie zo’n dingen compleet vanzelf gaan en zonder nadenken. Alleen zou het niet in een klimaat van constante moordende stress zijn geweest, met het eeuwige gekrijs op de achtergrond.

Als Flo mijn eerste kind was geweest, dan zou ik alles zeker niet als zo ontspannen ervaren hebben als nu, met Flo als mijn tweede kind en tien jaar extra ervaring in mijn mouw. Want zo voelt het echt: in het eerste jaar met Dexter ben ik niet alleen tien jaar ouder geworden wat rimpels en grijze haren betreft, maar ook op vlak van persoonlijke ontwikkeling. En dat is niet alleen een gigantisch cadeau gebleken voor mezelf, maar ook voor Flo en Dexter. Nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar ja echt, ik ben dankbaar voor hoe de dingen gegaan zijn. Hoe gek dat ook is, en hoe pikdonker het ook was. Als mensen die nog steeds op deze pagina’s stranden na het intikken van “huilbaby niet meer aankunnen” of “hoe lang tot huilbaby stopt met huilen?” zich daar ook maar een klein beetje aan kunnen optrekken, dan ben ik door het delen en blijven delen van een verhaal dat mij nog steeds pijn doet in mijn opzet geslaagd.

lilith op een ander: over bloggen, freelancen en prikklokken #zekervanhaarzaak

zekervanhaarzaakkellyderiemaekerHet is een beetje gek dat ik best graag blogs lees over werken en ondernemen, maar er hier zelden over schrijf. Er was eens een How I Work-blogpost, waar vreselijk veel fijne reacties en blogposts uit ontstonden, maar verder vind ik het vaak wat vreemd om over mijn werk als freelancer te bloggen. Misschien omdat veel van mijn opdrachtgevers meelezen, of omdat ik denk dat het een beetje saai is, ik weet het zelf niet goed. Vlak voor mijn zwangerschapsverlof kwam ex-collega Katrien langs voor een interview voor Zeker Van Haar Zaak, het netwerk voor vrouwelijke ondernemers (hoe zot dat ik dat überhaupt ben), en het resultaat daarvan staat deze week online, samen met een podcast van bijna een uur. Zeker doorklikken op de links onderaan als je hier de laatste maanden soms niet aan je trekken kwam als het gaat over werken, journalistiek en media, bloggen voor niks en voor geld, en andere onderwerpen.

Wat die podcast betreft: vooral daar heb ik zoveel fijne reacties op gehad. Mijn leaf luisterde in de auto en kwam thuis met de woorden “waarom begin jij eigenlijk niet met die podcast die je zo graag wil maken?”. Tegelijk kreeg ik op een dag wel drie voorstellen van mensen die samen met mij een podcast willen maken. En ja, ik wil heel graag, maar damn: vierentwintig uur in een dag en geen uur meer. Elk uur dat naar de podcast zou gaan zou een uur minder zijn om te bloggen/ iets leuks met mijn kinderen (waha, kinderen, zei ze!) te doen/ binnen een paar weken weer te werken. Hoe graag ik het ook zou doen en hoeveel ideeën er ook opborrelen als ik er nog maar aan denk, ik weet niet waar ik een extra uur zou halen, en volgens mij is een uur niks als het over podcasten gaat. Dju toch.

Maar dus, wie mij een uur wil horen ratelen met een bij momenten behoorlijk slordig West-Vlaams accent moet hier zijn, en het interview over freelancen staat hier. Ondertussen ben ik benieuwd of dat een thema is dat boeit, ook voor deze blog. Zijn er mensen die meer willen weten over zelfstandig zijn, schrijven als job of journalistiek? Ik lees graag in de reacties of ik daar in de toekomst al eens meer rond moet doen, misschien, eventueel.