lilith kiest haar vergelijkingen zelf

IMG_0960Ik rij ondertussen vier jaar wettig met de auto. Stel u daar niet te veel bij voor. Ik rij voornamelijk rond in groot-Ieper. Elke weekdag, af en toe in het weekend. Boodschappen doen, Dexter naar school of ergens anders brengen, mijn vader bezoeken, dat soort glamoureuze toestandjes. Als ik mezelf zou vergelijken met de duizenden mensen die ik ken, die zonder verpinken naar Brussel en Parijs rijden en met de vingers in de neus parallel parkeren op de Périférique, dan ben ik de grootste sukkelaar die ooit achter een stuur is gekropen.

Gelukkig doe ik dat niet meer.
Ik vergelijk nog wel, maar als ik het doe, dan probeer ik te focussen op mezelf.
Ik vergelijk met de chauffeur die ik vijf jaar geleden was, en die van twee jaar geleden, en een jaar. Als ik me met haar vergelijk, dan kan ik alleen maar blinken in mijn vel.

Aja. Ik laat nooit nog slaap als ik weet dat ik de dag erna moet rijden. Ik rij niet meer verkrampt zoals in het begin, maar vind het vaak zelfs zeer fijn om in het zonnetje ergens naartoe te rijden met de radio aan. Als ik mezelf vergelijk met de Kelly van vijf jaar geleden, die bijna moest overgeven bij de gedachte dat ze ooit zou moeten rijden met een auto waar haar kind inzat, dan denk ik: dikke vette chapeau.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik het verslag van Sofinesse haar Dwars door Brugge las. Ik snap het, ik zou ook niet graag het gevoel hebben dat ik de laatste ben. Tegelijk kun je maar beter goed kiezen met wie je vergelijkt, en haal je het meeste contentement uit de vergelijking die je het meeste eer aandoet. In Sofie haar geval: met zichzelf van een jaar geleden, of toch minstens met iedereen die in de zetel is blijven zitten, of nooit 15 kilometer zou aandurven, zoals ik.

Jammer dat het al maandag is, of het was er eentje voor Cherokee Friday.

lilith speelt de mins game (als een baas)

IMG_7316“Hebben wij die ananassnijder echt nog nodig?”.
“En die kleine confituurpotjes? Gebruiken wij ooit kleine confituurpotjes?”.
“Ben jij van plan om die schoenen die ik je het laatst heb zien dragen in 2004 nog aan te doen?”.
“Waarom heb jij in godsnaam een tennisraket in je auto liggen?”.

De afgelopen weken hadden wij bijzonder boeiende gesprekken in de crib. Dat zit zo: ik verhuis niet graag. Er zit nochtans niet veel anders op, want word is on the street dat ze binnen een kleine maand beginnen met de bouw van de crib van onze dromen. Kijk hier, wij op onze eerste spadesteek, afgelopen weekend.

IMG_7295

In die crib van onze dromen eet ik elke dag zelfgemaakte granola, mediteer ik en heb ik weinig tot geen brol. Er is veel licht, en ruimte. Maar geen ruimte voor dozen met dingen die ik nooit gebruik, zoals tennisraketten en kleine confituurpotjes. Dat is echt zo: de nieuwe crib wordt groter dan deze crib, maar die ruimte wilden we niet allemaal in berging steken. Er is bewust weinig berging. Zodat we niet weer beginnen stapelen.

Ik ben al een hele tijd bezig met minimaliseren. Ik las zoals de rest van de wereld Marie Kondo. In mijn RSS-feed zitten heel wat minimalismebloggers. Declutteren. The Simple Life. Minder dingen, meer ervaringen. Ik ben er vatbaar voor. Wat niet wil zeggen dat mijn zolder er veel leger van werd. Blijkt dat je er niet komt als je om de drie maanden eens een doosje naar de Kringloopwinkel brengt.

Na het zien van de Minimalism documentaire op Netflix ging ik een kleine maand geleden over op drastische systemen. De mins game is een spel waarbij je op de eerste dag één voorwerp weggeeft, verkoopt of op een andere manier uit je huis verwijdert, op dag twee twee voorwerpen, op dag drie drie, en de rest zou je ongeveer moeten kunnen raden. Dertig dingen wegdoen op dag 30 dus, terwijl je op dag negenentwintig al negenentwintig dingen hebt weggedaan. Ik daagde Youri uit om mee te doen, omdat een snelle Google search aangaf dat we samen bijna duizend dingen zouden wegdoen als we het volhielden tot het einde. Waw.

Zoals je aan het blad aan onze koelkast kunt zien ben ik Youri kwijtgespeeld omstreeks dag acht. No biggie, dan deed ik wel alleen verder, en liet ik een contract opstellen dat als er met zijn dozen vol brol moest gesleurd worden hij dat zelf mocht doen. Hij is wel voor mij naar de kringloopwinkel gereden, met dozen vol kleren, boeken, servies en keukengerei. En hij heeft mijn oude cursussen bij het oud papier gezet. En afgesproken met heel wat mensen die onze soms al derdehandse babyspullen zijn komen kopen. Ere wie ere toekomt.

Het klinkt allemaal heel zen en glamoureus, niks in je huis hebben dat geen blije vonk bij je ontlokt, maar uiteindelijk komt het toch vooral neer op beseffen dat je in je leven al geweldig veel brol hebt gekocht en dat je die thee die je ooit bij een ontbijtdoos van Smartmat hebt gekregen echt nooit gaat aanraken, want er zit lavendel in en het leven blijkt toch echt te kort voor het drinken van warm water met lavendelsmaak. There, I said it. Het is toegeven aan jezelf dat je ooit een rib uit je lijf hebt betaald voor een fles parfum die je in een bolletje doet kruipen van de migraine als je het draagt. Het is je neerleggen bij het feit dat de kans dat je die tweede weessok alsnog weet te detecteren ongeveer even groot is geworden als de kans dat je ooit iemand wordt die elke dag zelfgemaakte granola eet.

Nog minder dan een week te gaan, en ik heb het gevoel dat ik de dagen heb bereikt die echt het verschil maken. Omdat je niet aan 25 voorwerpen komt zonder eindelijk eens na te denken of je die lelijke lamp echt mee wilt sleuren naar de volgende etappe, en of iemand die fles Grand Marnier liever zou opdrinken dan wij.

We gaan er nog geraken. Al heb ik ook het gevoel dat ik er nog een minsgame achter zou moeten plakken om het pas echt helemaal grondig te doen. Hoe schaamtelijk is dat?

lilith doet even niks

shutterstock_287117135“Wat gaan we doen?”.
“Dat zullen we wel zien, jongen”.
“Maar ik wil het nu weten voor de hele dag”.

Bijna vijf is hij, en hij slaagt er als geen ander in om me een spiegel voor te houden. Alsof ik mezelf bezig hoor. Niet alleen als kind, maar ook als wie ik nog steeds ben. Iemand met een totaal gebrek aan talent voor niets doen, en nog minder voor niets plannen. Ook ik wil namelijk op elk moment weten hoe de planning eruit ziet, altijd en overal. En als er om een of andere onverklaarbare reden niks op die planning blijkt te staan, dan wil ik daar iets aan doen. Tot in den treure.

In bad lees ik een boek. Op de trein organiseer ik brainstorms met mezelf, over mijn werk, of mijn blog. Op het toilet blader ik door mijn Instagramfeed. Ga ik lopen, dan luister ik niet naar de stilte van de natuur, maar wil ik op de hoogte blijven van alle boeiende podcasts die ik volg. Ik kan zo jaloers zijn als ik zie dat anderen een uur door een treinraam kunnen staren. Want ik kan het niet.

Is het stil, dan wil ik praten. Een vreselijke default voor een journalist, want het is net in de stiltes dat het vaak gebeurt. Dat weet ik, maar het wil daarom niet zeggen dat zwijgen makkelijker geworden is. Ergens het belang van inzien betekent niet per se dat je er ook in slaagt om het tot een goed einde te brengen.

Zo zalig als mijn lief een dag niks doen vindt, zo compleet moorddadig word ik ervan. Vlieg me asjeblieft niet naar een zonnige plek waar ik verondersteld word om een week aan een zwembad te liggen, want hoe graag ik ook lees, na ongeveer drie kwartier moet er iets gebeuren. Wil ik iets zien. Iets eten dat ik nog nooit heb gegeten. Iets ontdekken.

Vermoeiend is het.
Uitputtend ook.

En confronterend om zien dat ik die onhebbelijke gewoonte nu al heb doorgegeven aan Dexter. Geen idee of dat via mijn genen was of via hoe ik overkom in de dagelijkse omgang, maar op dat vlak is hij mij, alleen ongeveer zestig centimeter korter.

Niks is verloren, we zijn aan het oefenen. Op zondagen zonder dingen op de planning. Om Dexter te leren dat ook die leuk kunnen zijn. En dus probeer ik te fluisteren als ik rond een uur of tien, ergens na het ontbijt, zo ongemakkelijk begin te worden dat ik niet anders kan dan het vragen aan mijn lief. “Ik weet dat we niks zouden doen, maar gaan we echt niks doen?”.

Waarop hij neen zegt en Dexter komt zeuren of we echt niks gaan doen. “Niks doen kan ook heel fijn zijn hoor, jongen”, hoor ik mezelf dan zeggen.

Een grote leugen, dat ouderschap, maar wel bijzonder goed bedoeld.

Deze column verscheen een tijdje geleden in Femma Magazine.
Ondertussen kan ik het zelfs nog een heel klein beetje beter, dat niks doen. 

Met lilith is alles oké

shutterstock_439360372 (1)Het zegt veel over je gebruik van internet en sociale media als mensen na enkele dagen lieve berichtjes beginnen sturen omdat je er wat te stil op bent. Of toch veel stiller dan anders. Daar zit niet veel meer reden achter dan dat het hier de laatste maanden nogal druk is geweest. Ik wil er niet te veel over zagen, omdat ik het gevoel heb dat ik te vaak kom vertellen hoe druk het is. Ik heb net mijn tweede boek in zes maanden ingediend, en het gaat de max zijn. We gaan bouwen, binnenkort, dat is ook nog iets. Naast een hoop andere zaken die ik door tijdsgebrek nog niet geblogd kreeg, zaten de dagen dus properkes vol.

Ik snak al een tijdje naar een paar dagen vakantie, maar dat zit er op dit moment niet in, laat staan zonder de kindjes. En daarom ben ik mezelf even aan het trakteren op minder dingen die ik van mezelf gedaan moet krijgen op dagelijkse basis.

Het valt niet mee om los te komen uit het tempo van de laatste maanden, maar het lukt. Wat minder Instagrammen en bloggen en wat meer lezen en wandelen blijkt een bijzonder goed idee. Er staan twee dagen verlof gepland voor volgende week. Nood aan, jong, geen zever.

In een vorig leven was ik gewoon blijven doorsjezen tot tegen de muur.
Dat vorig leven is voorbij, merk ik, en daar ben ik zo blij mee.
Net als met de bezorgde berichtjes, die zijn lief.
Maar het gaat dus goed. Beter dan in lang. :)

lilith is geen loper

IMG_6764Ik ben geen loper.
Nooit geweest.
Ook al loop ik al meer dan tien jaar.
Wie mij om de twee drie dagen over het jaagpad langs de vaart Ieper-Diksmuide ziet strompelen ziet korte, dikke beentjes en daarop een lichaam dat afziet. De ene keer harder dan de andere, maar echt zweven wordt het nooit.

Ik denk dat ik eerder een lichaam heb om vijanden tegen te houden of hout te sprokkelen dan om achter schichtige hindes aan te zitten. Mijn botten zijn zwaar, ik weeg altijd veel meer dan mensen me inschatten. Ik sta stevig op de dijk, zoals ze zeggen. Dat had mijn moeder ook al, maar zij ging nooit lopen.
Ik wel, en daardoor weet ik dat ik me zelden vederlicht voel. Als mijn voeten neerkomen dan moeten ze wat opvangen aan gewicht. Net als mijn enkels. En mijn knieën.

Dat eindigt dan regelmatig eens bij weer een andere kinesist.

“Niet iedereen is gemaakt om drie keer per week te lopen”, zei de laatste die me onder handen nam, terwijl ze allemaal naalden in mijn bovenbeen prikte. En dat ik ook minder kilometers kon afleggen, als ik echt niet van plan was om eens te gaan fitnessen of te zwemmen in de plaats.

IMG_6710
Dat was ik niet van plan. Als ik in mijn auto moet kruipen om te gaan zwemmen heb ik al geen zin meer. Als ik nog maar denk aan de overbevolking in het zwembad van Ieper ook niet. Ik moet mijn tegenzin om te vertrekken verdrijven door mijn loopschoenen aan te trekken en de eerste stap over de drempel te zetten. Als ik weg ben, ben ik weg. Dan is het zo stom om nog terug te keren zonder eerst te lopen. En ik ben altijd weer zo blij en trots en zot van contentement als ik geweest ben.

Ik heb het al geprobeerd, maar het lukt niet: gaan lopen zonder minstens een foto van mijn schoenen te nemen. Niet alleen omdat ik niet kan geloven dat ik het na al die jaren nog steeds vol zie te houden om regelmatig die schoenen aan te trekken, maar ook omdat mijn schoenen zelden het beangstigende rood met paarse vlekken uitslaan dat mijn wangen aannemen na een paar kilometer strompelen. Als de neus van een alcoholieker een pantonekleur heeft, dan hebben mijn wangen die er vlak naast.

Ik ben geen loper, maar deze pluim ga ik op mijn hoed steken: ik loop toch. Ook al kan ik het niet. Ook al weet ik dat het niet mooi is om zien.
Ook al ga ik altijd de laatste en de traagste zijn van iedere loper die ik ken.
Ik ben zo’n loper als Kelly De Ridder.

En damn, wat heb ik massief veel respect voor Kelly De Ridder.

Dexter spreekt XXII

IMG_6732Op de eerste “Flo spreekt” is het nog even wachten, vrees ik, al moet het gezegd dat ik na maanden van alleen maar wijzen de afgelopen week een eerste post had kunnen maken met twee knallers van uitspraken van mijn dochter van 13 maanden.

  • Dada tutje“. Jammer genoeg toen ik met haar in de stad aan het wandelen was en wat ik vreesde dat ze ermee wilde uitdrukken waarheid bleek: dat ze haar tutje ergens had weggegooid en zo lang had gewacht om afscheid te nemen dat ik het nergens meer zag liggen. Ik heb wel vier keer geweldig trots “ZEI JIJ NU DADA TUTJE? MAAR FLO TOCH!” gezegd en me moeten inhouden om niet tegen random voorbijgangers te zeggen dat ze briljant is, die dochter van mij.
  • Aap“. Tegen de pluchen Cookie Monster die in onze living woont. Aap! Het zal wel aan mij liggen, maar ook daar moest ik even van bekomen.
IMG_6532

Al een geluk dat haar broer geen moment stopt met babbelen en het lijstje met zijn uitspraken iets indrukwekkender is. In het dagelijks leven heeft hij het nog altijd het vaakst over allerhande soorten dinosaurussen, monster trucks en Pokémonkaarten. Of over het feit dat we zijn boterhammen verkeerd snijden/hij plots geen boterhammen meer lust/hij onze vriend niet meer is.

IMG_6589

Dit waren mijn favoriete uitspraken van de afgelopen weken:

  • Het is leuk he, Flo, een beetje met de jongens in de keuken zitten?“. Hoor ik -die er duidelijk bij had moeten geweest zijn- vanuit de woonkamer.
  • Sla met wortels en erwtjes. Echt alles dat ik niet graag eet, zo saai!“. Ik vroeg wat hij op school gegeten had.
  • Maar ik bewaak die lolly met mijn mond“. Ik zei dat hij dan moest stoppen met snoepen.
  • Wat een boeltje hier!“. Dexter moet opruimen.
  • Mijn boekentas is een dikzak geworden“. Dexter vindt zijn boekentas te zwaar.
  • Oké, als ik van jou moet opruimen dan ga ik geen kindjes krijgen later en ben jij nooit oma!“. Zijn strafste dreigement tot op heden.
  • Met een toverstaf kan je toch alles toveren wat je wil? Misschien kan jij dan toveren dat ik wat meer flink ben.
  • Ik vind Flo een heel leuk cadeautje“.
  • Ik zie… een hiernalist!“. Dexter kijkt naar mij door zijn verrekijker.
  • Q. ze papa werkt van ’s morgens tot binnen in de nacht!“.
  • Vroeger had ik nog geen vriend thuis he, want Flo was er dan nog niet.
  • Maar eikes, ze heeft allemaal kweeksel op mij gespuwd!“.
  • Maar hoe krijg ik dat schrijvertje eruit?“. Dexter snapt niet hoe je de balpen opent.
  • Papa, jij moet toch eens je baard afsmeren“.
  • Nu ben ik eindelijk niet meer vervelend“. Dexter verveelt zich niet meer.
  • Waarom ga je dat verschuiven?“. Ik spoel de tv door.
  • Ik ga hem omslaan tot Van Avermaet vooraan is“. Tom Boonen komt in beeld tijdens de Ronde van Vlaanderen en dat ontlokt vreemde reacties bij Dexter.
  • Aaaah, spreken die misschien Engels? Daarom versta ik die nooit!“. Dexter kijkt naar de interviews na de koers.
  • Was dat na de oorlog?“. Ik vertel dat ik de mama van een van zijn klasgenootjes ken van vroeger.
  • Waarom klapt die andere burgemeester?“. Dexter ziet Obama klappen voor Trump tijdens de inauguratie.
  • Een orka is zoals een koe, maar dan onder water.”  Mind blown.
  • Weet jij waar de koeien zijn? Misschien zijn ze binnen melk aan het leggen.
  • Ik heb een gitaar, en die is supergroot. Zelfs groter dan een blikje!“. Jij wint, vriend.
  • Ik wil een standbeeldspuiter. Weet jij niet wat dat is? Dat is dat ik spuit en jij in een standbeeld verandert. Sjiek wi.
  • Kijk nu, Flo haar haar is helemaal in spinnekes“. Flo komt met warrig haar uit bed.
  • Flo? Jij bent toch mijn lief schatje he?“.

Meer Dexter spreekt? De andere edities staan hier.

Wat lilith las – maart 2017

watiklasAan het einde van elke maand deel ik welke boeken ik heb gelezen, en of ik ze goed vond of niet. 

Over de leesmaand maart kan ik kort zijn: het was een minstens even groot rommeltje als in februari. Ik weet niet zo goed waaraan het ligt. Ik kan me op dit moment niet goed concentreren op fictie, of ik vind geen fictie die me zo boeit dat ik geconcentreerd blijf. Veel non-fictie dus, al is veel ook weer een groot woord.

Het heeft vast ook te maken met het feit dat ik aan een nieuw boek bezig ben dat deze zomer al uitkomt, en waarover ik hier binnenkort eens het fijne vertel. Veel output zorgt bij mij voor weinig ruimte voor input. Het hoofd zit vol. Toch ben ik er op de een of andere manier in geslaagd om deze boeken uit te lezen:

  • De lijst van Yuval Abramovitz: las ik omdat ik Yuval kon interviewen voor een artikel in De Standaard Magazine. Het belangrijkste dat ik uit dit aangename boek oppikte was dat je luidop moet dromen in plaats van in stilte, omdat dat het veel realistischer maakt dat je ze ook echt weet waar te maken. Het boek inspireerde mij tot het maken van een lijst met honderd dromen, en een pagina in mijn bullet journal met “tien dromen voor de volgende honderd dagen”. En daar zijn er al enkele van waargemaakt. Boeiende materie, in elk geval.
  • A Room of One’s Own van Virginia Woolf: vorig jaar las ik “Mrs. Dalloway“. Ik genoot er zo hard van dat ik me toen voornam om me eens op het oeuvre van Virginia Woolf te storten. Dat was er nog niet van gekomen toen ik in de Ieperse bib “A Room of One’s Own” zag liggen. Het is een soort feministisch essay, gevuld met bedenkingen over vrouwen en hun plek binnen de literatuur. In die tijd nog vaak: de ruimte die ze leeg lieten binnen de literatuur, en de stereotiepe manier waarop ze vaak door mannelijke schrijvers in beeld werden gebracht. Ik vond het een ongemeen boeiend boekje, over hoe intellectuele vrijheid vaak te maken heeft met materiële zaken. Mijn respect voor Virginia Woolf is er alleen maar groter door geworden.
  • Gratitude van Oliver Sacks: ik wilde al heel lang iets van Oliver Sacks lezen, en dit boekje met vier essays die hij schreef voor de New York Times nadat hij in 2015 hoorde dat hij ongeneeslijke kanker had leek een boeiend begin. Dat was het ook, alleen was het wel zeer kort, met amper 64 pagina’s. Wat wil zeggen dat het naar meer smaakte. Binnenkort dus graag meer van Oliver Sacks, tips welkom.
  • Mindful Mama@work van Iris Bouwman: zoals zo vaak een van de boekjes die mijn aandacht trokken in de bib. Deze mama is niet zo mindful op dit moment omdat ze zoals altijd een beetje verzuipt in haar werk. Ik werk eraan, echt waar. Denk ik. Dit boekje kwam op het goede moment om me van wat tips te voorzien over ademhalen en neen zeggen en rust vinden in de drukte van elke dag. Geen wereldschokkende inzichten, maar wel graag gelezen.

Op dit moment ben ik Gretchen Rubin’s Better than Before in stukken en brokken aan het herlezen omdat ik het in vertaling zag liggen in de bib. De bib van Ieper, wat zou ik zijn zonder?

Het brengt me op 12 uitgelezen boeken voor 2017. Properkes op schema.

Deze boeken las ik in januari.
Deze boeken las ik in februari.

Op naar een nieuwe leesmaand! Heb jij leuke dingen gelezen? Deel het dan in de reacties hieronder! 

lilith loves: het second degree dinner

IMG_5789

Een tijdje geleden schreef ik een stuk voor De Standaard Magazine waarin ik op zoek ging naar vrienden. Dit was de inleiding: “Tot u spreekt geen eenzame. Mijn kennissenkring is de afgelopen jaren zelfs ontploft. Door werk, schoolgaand kind, hobby’s en andere onduidelijke activiteiten kan ik amper door mijn stad lopen zonder regelmatig te zwaaien en halt te houden voor een praatje. Als ik zeg dat ik veel mensen ken dan lieg ik niet. Maar echte vrienden, die maak ik niet bij de vleet. Integendeel: sinds mijn dertigste (bijna zes jaar geleden) geen handvol.” 

Het artikel was een goed excuus om een idee uit te testen dat ik enkele maanden eerder voorbij had zien komen op een blog: het second degree dinner, in het Nederlands misschien te vertalen als het tweedegraadsetentje. Wie het volledige idee wil meekrijgen, compleet met tafelopstelling en al, moet zeker eens gaan lezen op de blog van Nat Eliason die het concept bedacht. Kort gezegd ga je als gastvrouw- of heer (in dit geval: yours truly) op zoek naar een collega-gastpersoon die en interessant is, in dezelfde stad woont en een andere vriendenkring heeft dan jij. Dat werd Anouck van Anecdote Anthology, altijd in voor een sociaal experiment.

Anouck en ik mochten telkens nog iemand uitnodigen die ons een interessante toevoeging leek aan het diner. Ik wist niet wie Anouck zou kiezen, maar ik koos voor Louise, iemand die ik amper ken maar wel vaak tegen het lijf loop en waarvan ik dacht: die wil ik wel eens wat beter leren kennen. Louise was onmiddellijk game, dus dat viel ook al mee. Zowel de gast van Anouck als Louise mochten ook elk nog iemand uitnodigen die zij interessant vonden. Liefst allemaal uit Ieper of directe omgeving, dat was ook een voorwaarde. Er werd een doodle opgesteld, er werd een locatie gekozen, en plots had ik een date met vijf vrouwen waarvan ik maar van een zeker wist dat ik haar kende, en van een andere een beetje.

KEISPANNEND.

Met dit soort dingen weet je nooit hoe het zal lopen. Ik was er als eerste, en wist niet op wie ik zat te wachten. Dat wisten de anderen ook niet. Maar we wisten elkaar snel te lokaliseren, en Ieper is zo klein dat sommigen elkaar ook een beetje bleken te kennen.

Het moeilijkste van de hele avond bleek nog de plaatsing aan tafel. Die loopt bij voorkeur volgens een bepaald schema dat ik had afgeprint zodat iedereen aan tafel onmiddellijk kon zien met wat voor een overachiever ze te maken hadden. Ik ben evenwel niet zo goed in plannen lezen (zelfs niet als het maar over een tafel van amper zes personen gaat en ik niet eens heb gedronken), maar na zeven keer missen waren we eruit.

IMG_5787

Het werd een bijzonder memorabele avond.
Er werd al een beetje geweend voor het aperitief.
De vragen die Nat Eliason voorstelde om te beantwoorden tijdens de introducties (waar worstel je mee? Waar ben je enthousiast over?) zorgden ervoor dat er van oppervlakkigheid compleet geen sprake was. Het was een geweldig gezellig etentje met mensen die ik amper kende, en aan het einde werd al direct een nieuwe afspraak gemaakt voor binnen enkele weken.

Ik vond het zo’n fijne manier om nieuwe mensen te leren kennen in mijn eigen stad dat ik het binnenkort nog eens opnieuw wil doen, en ik zelfs een lijstje in mijn bullet journal aan het bijhouden ben met potentiële slachtoffers om uit te nodigen. Nog eens een dikke merci aan alle stoere vrouwen die zonder morren deelnamen aan het sociaal experiment!

Lijkt het jou iets? Of heb je zelf tips om boeiend volk te ontmoeten in eigen streek? Mijn reacties zijn jullie reacties!

lilith past weer in haar broek van tien jaar geleden, en zo deed ze dat

IMG_6655Even een kort overzicht van de statistieken van mijn lichaam, voor de mensen die hier nog geen tien jaar volgen. Ooit was ik morbide obees, met een BMI van 47 om dat te ondersteunen. Toen viel ik door middel van een gastric bypass-operatie 54 kilogram af. Dat was vorig jaar tien jaar geleden. Gemiddeld kom je na die operatie weer tien procent van je afgevallen gewicht bij in de eerste periode. Ik ging naar 75 als laagste gewicht, en strandde uiteindelijk rond de tachtig kilo. Ik heb dus alle regels gevolgd op dat vlak, en was zeer blij met het eindresultaat.

Schermafdruk 2017-03-23 12.24.48

En toen werd ik zwanger. Bij Dexter kwam ik geloof ik 18 kilogram bij. Na zijn geboorte sloeg ik weer aan het sporten en gezonder eten, en ik was net weer wat op gang toen ik zwanger werd van Flo. Ik deed niet al te zot tijdens die zwangerschap (tijdens die van Dexter eigenlijk ook niet), maar ik was niet al mijn kilo’s kwijtgespeeld tegen dat ik weer zwanger was, waardoor het feit dat ik maar tien kilogram aankwam er deze keer voor zorgde dat ik op hetzelfde gewicht strandde op dag dat ik moest bevallen: 97 kilogram. Akelig dicht bij dat getal met drie cijfers dat ik liefst nooit meer wilde zien.

IMG_5935

Ondertussen is Flo een jaar oud.
Ik, die in mijn leven alle diëten heb gevolgd die er bestaan (Montignac, dat vreselijke koolsoepdieet, Weight Watchers, nog eens Weight Watchers, weet ik veel wat nog ..) en al op mijn negende wekelijks bij de diëtiste zat, had er in het begin absoluut geen goed oog op. Youri zal bevestigen dat ik zo goed als een jaar aan een stuk heb geklaagd dat ik er maar niet in slaagde om gezonder te leven. Hij zal ook bevestigen dat hij toen systematisch heeft gezegd: doe gewoon verder. En ik zal bij deze bevestigen dat dat achteraf gezien de enige truc bleek.

Ik ben bijna zesendertig moeten worden om te beseffen dat de zin “Zie je wel, ik kan dat toch niet”, mij nog nooit in dit leven ergens heeft gebracht. En dat dat nochtans de zin is die ik het vaakst tegen mezelf heb uitgesproken. “Ik ga geen suiker meer eten!”. *eet suiker* “Zie je wel, ik kan dat toch niet.” *eet vijf dagen alleen nog maar suiker* “Ik ga nooit nog brood eten!”. *ziet brood en kan er niet afblijven* “Zie je wel, ik kan dat toch niet! Zeven koffiekoeken, bakker, en geef de rest ook iets!”. En ga zo maar door.

Op dit punt in mijn leven, met twee jonge kindjes, een meer dan fulltime job in de uren van een stuk minder dan een vier vijfden, en heel wat extracurriculaire bezigheden zou ik bijna zot moeten zijn om dat te doen op 1200 calorieën per dag. En toch heb ik het ernstig overgewogen. Ik heb het zelfs geprobeerd, en ik heb mezelf in mijn hoofd bijna afgemaakt, want zie je wel, zelfs dat kon ik ook weer niet. Net als stoppen met suiker. Net als stoppen met koolhydraten. Ik ben nochtans geen domme, en toch laat ik me meeslepen door de gedachte dat het alleen maar alles of niets kan zijn.

Maar het afgelopen jaar was er dus een verschil. Ik deed de dingen meestal redelijk doordacht, en vaak ook niet. Ik at op de meeste dagen redelijk gezond, op zeldzame dagen heel gezond, en op regelmatige dagen deed ik dingen die Pascale Naessens zeven bomen tegelijk in zouden jagen. So be it. Het verschil is dat ik geen “zie je wel, ik kan dat toch niet” als excuus mocht gebruiken van mezelf. Iets doen dat niet perfect was mocht niet meer zijn dan dat: iets doen dat niet perfect was. Daarna deed ik gewoon weer verder. Omdat het niks zei over mijn persoonlijkheid. Ik heb ook geweigerd om nog ooit over mezelf na te denken als een dikke koe, of een mislukkeling, of iets anders negatiefs. Waarom zou ik? Ik ben een toffe en ik doe mijn best.

IMG_5622

Het resultaat? Ik ben twaalf kilo kwijt op net geen jaar. Sinds de dag van de bevalling zelfs zeventien.
Ik pas weer in de broek die ik tien jaar geleden kocht toen ik net bijna al mijn kilo’s kwijt was. Hij spant niet eens. Tachtig kilo, als het aan mij ligt duik ik daar tegen de zomer nog eens onder. Niet omdat ik denk dat ik dan leuker ben, of grappiger, of zelfs mooier. Ik ben een even toffe als ik meer dan honderd kilo weeg, dat heb ik ondertussen ook door. Maar als ik mezelf geen geweldige pijn moet doen om iets geruster te zijn over mijn gewicht en gezondheid, dan graag, eigenlijk. En dat dus enkel en alleen omdat ik eens wat minder hard en bitchy tegen mezelf ben geweest. Who knew?

Ik noem het het DUEND-dieet. Het Doet Uzelf Eens Niet Dood-dieet.
Echt, ge moet het eens proberen.
Het is eigenlijk niet eens een dieet.
En het grote voordeel is: als het niet direct lukt, is het ook geen ramp.
Maar de kans dat het dus lukt is niet onbestaande.

lilith moet het nog even over het vernieuwde Blogboek hebben

blogboek_versie2
Fjoew, wat een avontuur! Als alles volgens plan loopt ligt het volledig vernieuwde appelblauwzeegroene Blogboek ergens rond 5 april in de boekhandel. Dit keer niet enkel in België, maar ook in Nederland. Jullie kunnen het dus in het echt doorbladeren in plaats van af te moeten gaan op bol.com, lieve Noorderburen.

Maar goed, dat nieuwe Blogboek. De cover is lang niet het enige dat anders is. Ik was van plan om wat minor aanpassinkjes te doen in de nieuwe versie, en toen begon ik Blogboek 1 te herlezen en kon ik niet geloven hoe snel zo’n boek dateert. Holy guacamole. Daarnaast moet ik mezelf natuurlijk al lang kennen en had ik moeten weten dat ik overal nog dingen zou zien die ik voor verbetering vatbaar vond. Het resultaat is dat ik er veel meer werk in heb gestoken dan ik had gepland, en er zo maar even vijftig pagina’s extra Blogboek zijn. Nieuwe interviews, nieuwe hoofdstukken, ook over vloggen, stukken die ik helemaal heb herschreven omdat ik er nu anders tegenover sta, zoals dat over geld verdienen met je blog. Laat ons zeggen dat het enthousiasme daar lichtjes is afgenomen. 

Ik ben wat ouder en wijzer geworden, en het Blogboek met mij. Dat wil ik toch graag geloven.

Of het de moeite is om Blogboek 2 te kopen als je Blogboek 1 al in huis hebt? Ik spreek tegen mijn eigen winkel, maar het is geen nieuw Blogboek. Ook geen vervolg. Het is een herziene uitgave. Dus die-hard fans die alles wat ik schrijf in huis moeten hebben, die moeten het zeker kopen. Zij die het al tien keer hebben ontleend in de bib absoluut ook. Net als alle mensen die me de afgelopen tijd wanhopig hebben gemaild omdat het al heel lang nergens meer te krijgen was. En iedereen die het nog niet heeft en geïnteresseerd is in bloggen of vloggen of schrijven voor het web: jullie moesten het al besteld hebben! Waarom? Omdat Anna me in de reacties vroeg om haar in 25 woorden te overtuigen:

Het Blogboek is een boek vol inspiratie en tips om je blogplezier terug te vinden of om die blog te beginnen waar je over nadenkt.

Als het nog wat extra woorden mogen zijn: er staan lijstjes in vol tips voor je volgende blogpost, ik heb al mijn positieve en negatieve ervaringen uit veertien jaar bloggen gedeeld, ik heb heel wat bloggers gevraagd naar hun beste tips rond een publiek opbouwen, zorgen dat ze reageren, tijd vinden om te bloggen, en nog heel veel meer.

Ik denk niet dat ik er zelf nog eens 24,95 voor zou neertellen als ik boek 1 al had, daarvoor zijn er te veel zaken gelijk gebleven en ben ik te gierig.

Maar het is die 24,95 euro volgens mij nog steeds helemaal waard. Meer nog, want het is dikker. Deze keer is het pas echt een koopje, want nog meer materiaal voor hetzelfde geld. En beter ook. Nog altijd even mooi, want weer vormgegeven door Leen, die ook versie 1 deed.

Ik hoop zo hard dat de reacties even enthousiast zijn als de eerste keer.
En dat jullie nog eens langskomen op de Boekenbeurs, zoals de vorige keer.
Ik ben al een beetje aan het popelen, ik hoop jullie ook.

Het Blogboek is dood, leve het nieuwe Blogboek!
En als jullie een al dan niet gesigneerd exemplaar willen, dan valt dat hier te bestellen.