Maken met de kidsters: wormen in aarde

IMG_2605Tijdens de tweede week van de paasvakantie stond ik nog eens in de vakantieopvang. Tijd om mijn Pinterestskills boven te halen. Ik herinnerde me dat ik ooit iets had opgeslagen dat verdacht veel op potjes aarde met wormen lijkt, alleen is de aarde geplette oreo-koek en zijn de wormen van snoep. Doe daar nog wat instant chocomousse van saroma bij, en het is met weinig moeite scoren bij onze toekomst. Zeker als je op het fenomenale idee komt om enkele jongens de opdracht te geven wat ziploc-zakjes met koeken te vermorzelen. Gelijk hoe.

IMG_2580 IMG_2584

De rest is poepsimpel. Maak saromapudding. Strooi er oreo-aarde over. Geniet van hoe geniaal de kinderen je voor de volle zes seconden vinden.

IMG_2606

Einde.

Is de perfecte moeder er altijd voor haar kinderen? (in episode 4 van Werk & Leven zoeken we het uit)

IMG_4044Schoon he, mijn crew? Ik vind het ook. Soms kan ik naar foto’s als die hierboven kijken en niet geloven dat dat allemaal bij mij hoort. Die man en die schone kindertjes.

Over of ik een perfecte moeder ben voor die schone kindertjes maak ik me weinig tot geen illusies. Ik geloof niet in perfecte moeders, en ben al blij als ik een moeder ben die aan het einde van de dag kan zeggen dat ze haar best heeft gedaan. Op de meeste dagen is dat zeker zo. Maar perfect is het allemaal niet. De eeuwige spreidstand tussen de moeder die ik ben en de moeder die ik zou willen zijn is op sommige dagen behoorlijk confronterend. De combinatie tussen werk en leven is ook bij mij een rommeltje. Ik heb vaker een ontploffend hoofd dan ik zou willen, waardoor een omgegooide drinkbeker of een kindje dat hysterisch wordt omdat ik het niet binnen de anderhalve seconde weet te voorzien van wat hij of zij op dat moment nodig heeft soms voor zenuwslopende momenten zorgen.

Werk&Leven_Kelly&Anouck-24_klein

Keeping it real, dat doen Anouck en ik graag in onze podcast Werk & Leven, en oh, dat doen we dus ook in de vierde episode waarin het dogma “De perfecte moeder is er altijd voor haar kinderen” luidt. Ik heb het over hoe ik dan wel zo vaak mogelijk aan de schoolpoort sta, maar hoe dat niet wil zeggen dat de uren die ik met mijn bloedjes spendeer ook uren zijn waarin ik alleen maar met hen bezig ben. En ja, dat zou ik graag wat beter regelen, alleen moet ik nog zien uit te vogelen hoe exact. Anouck heeft het dan weer over hoe zij zelden aan de schoolpoort staat, en de geweldige Anne van Mamavanvijf giet er een serieus sausje relativeringsvermogen overheen.

Kortom: een aflevering die je volgens ons niet mag missen. 
Heb je geluisterd? Laat het zeker weten in de reacties hieronder!

(onderste foto: Ellen van den Bouwhuysen)

[tftc bouwt] Van ruwbouw tot opbouw

IMG_2250Voor ik begon te bouwen dacht ik altijd dat ik nooit wilde bouwen omdat ik al de keuzes die erbij komen kijken niet zou aankunnen. Zeker niet als je dat als koppel doet. Toen Youri en ik destijds gingen samenwonen verschilden wij helemaal van mening over wat “een mooi huis” is.

Bouwen en daarbij zowel moeten beslissen welke klinken je wilt als welke vloer/brievenbus/gevelsteen/afdekplaatjes voor de schakelaars leek mij net iets te veel van het goede. Maar kijk: dat bleek allemaal nog het gemakkelijkste van heel onze bouw. Door de jaren heen zijn Youri en ik volledig naar elkaar toegegroeid qua wat wij een mooi huis vinden. En dus daarover: weinig tot geen discussie of miserie. Elke beslissing die ik wilde doorduwen bleek hij ook al te hebben gemaakt in zijn hoofd. Een mens zou gaan denken dat dat dan eigenlijk een makkie wordt, dat bouwen.

Vergeet het.

De stress kwam niet van kiezen, maar van alles dat op elkaar moet passen en aansluiten en dat in onze geval zeven kansen op tien niet deed. We hoopten dat het na de dikke vette miserie met de ruwbouw zou beteren, en de dag dat de ramen eindelijk konden geplaatst worden nadat de dorpels eerst verkeerd stonden, ja, dat was een euforische dag. Zoals zij die bouwen of gebouwd hebben misschien weten moet je die momenten van euforie keihard bij de ballen grijpen omdat ze zo snel weer kunnen keren. Echt, ik was zo content toen ze erin zaten, was ik niet gestopt met drinken, ik dronk vier flessen Chardonnay van een goed jaar om het te vieren en al de voorgaande miserie te vergeten.

IMG_1764

Het keerde, zoals het altijd deed. Een paar keer ernstig. Een paar keer viel het mee. Er was weer veel stress, die ik jullie zal besparen. Omdat er ook goede dagen waren.

IMG_3799

Dagen vol stof en hard werk en mooie valse plafonds aan het einde.
Dagen waarop de zonnepanelen werden geïnstalleerd en onze Sunny Boy van jolijt achteruit begon te draaien.

IMG_2251

Dagen waarop de plakkers een camping van onze werf maakten en heel mooi werk afleverden.

IMG_2292 IMG_2332

Dagen met houten latjes en ingewerkte voordeuren en zonnestralen.

IMG_1801

En zo gaat dat vooruit, een week met een keer.
De volgende fases zijn het aanbrengen van de buitenpleister (very much looking forward), het installeren van de trap (very, very much looking forward, want ik word dramatisch draaierig op een ladder), dan technieken fase twee, de plinten, de gietvloer (ooooh yes), de keuken, en nog een hoop andere zaken. En verhuizen, dat ook nog.

We zijn ondertussen dag 292. What a ride, eigenlijk.
Wil je de eerste fases lezen? Die vind je hier en hier.

5 beelden, 5 dingen

781100CD-B86D-4E25-A615-7A7CC8265A10 IMG_2386IMG_2404 IMG_2423 IMG_24691. OMG, we hebben een verhuisdatum. En hopen zo hard dat we die deadline halen. Er is een verhuisplan, met dank aan de geweldige Ilse van In Orde. Waarover later meer. Een verhuisdatum voelt als licht aan het einde van een tunnel, maar tegelijk weet ik ook dat het dan nog allemaal moet beginnen. Ik heb er zin in. Ik ben weer graag in dat huis, nadat de hemel recent nog eens op ons hoofd dreigde te vallen. Duimen, zo hard duimen, dat het zo blijft. We hebben ook een bad, ondertussen. Wat meer heeft een mens nodig?

2. Vorige week een fijne dag gepasseerd door eerst met een bende kindjes in de Palingbeek de 600000 beeldjes te gaan bekijken (indrukwekkend!), en daarna in een trek door Croq’odiel te gaan checken, het pas geopende restaurantje van Joke Michiel van Souvenir, dat ondertussen in Gent zit. Binnenkort een review, maar ik kan al zeggen dat het heel gezellig en lekker was. En dat er een Pinterestwaardige speelhoek is waardoor ouders eens even compleet op hun gemak zijn. Voor tien minuten. Zoveel extra punten.

3. Ik heb het gevoel dat ik aan het ontwaken ben uit mijn winterdip. Ik heb weer zin om ver te wandelen, mijn eetpatroon trekt na maanden van brol eindelijk weer op iets dat ik zou durven voorleggen aan mijn dokter, ik drink eindelijk eindelijk geen cola light meer en ik hoop zo hard dat ik het deze keer wel weet vol te houden, want het is de enige verslaving waar ik maar niet vanaf raak. Tot nu, lijkt het, want het lukt en ik geloof erin dat het gaat blijven lukken. Mijn tandarts zal content zijn, en mijn maag ook, want ik hoorde onlangs iemand op tv zeggen dat je net zo goed een blikje verf kunt drinken. Ouch.

4. Zo’n mooi boek gelezen, net. Een kinderboek, dan nog. Lampje van Annet Schaap deed me terugdenken aan de beste kinderboeken die ik las als kleine lilith, ja, zelfs aan Roald Dahl. Maar dan op een hele goede manier, niet op een die denkt ook dat ze Roald Dahl is zekers-manier. Supermooie taal, zot verhaal, alle reviews die het boek bejubelen zijn waar. Ik kan niet wachten tot Dexter oud genoeg is en voldoende geduld heeft voor dit soort verhalen die je helemaal in hun greep kunnen houden.

5. Ik ga Lieve en Aljosja zo missen. Hebben jullie dat ook? Net als mijn Topdokters. Ik kijk al bijna geen tv, en als de enige programma’s die ik dan wel bekijk wegvallen dan doet dat een beetje pijn. De Mol is te moeilijk en inspannend voor deze uitputtende levensfase, vrees ik. Waar moet ik heen?

Gastblog: Talitha van Talitha heeft een blog

garrhet-sampson-178990-unsplashEr zijn mensen die dus die veertig dagen bloggen uitdoen. Echt waar een welgemeende proficiat aan elk van hen, want it takes doorzettingsvermogen, serieuze planning and cojones. Een van die doorzetters is Talitha, wiens blog ik intensiever ben beginnen volgen dankzij deze lijst van deelnemers (waar trouwens een boel toffe blogs op te vinden zijn, voor mensen die leesvoer zoeken).

Waarom ik bij Talitha bleef hangen? De redenen zijn veelvuldig: Talitha schrijft supertof. De naam van Talitha haar blog begint met dezelfde letters als mijn blog. Talitha is afkomstig uit hetzelfde boerendorp als ik, en ging zowel naar dezelfde lagere school als dezelfde middelbare school als ik. Ze heeft van schrijven haar job gemaakt, maar dan niet onder de kerktoren, maar in Amsterdam. Mijn haar was ooit een beetje zoals dat van Talitha. Eigenlijk doet Talitha mij nogal hard aan mezelf van tien jaar geleden denken: ambitieus, kinderloos, zot van taal, en ze eet even graag taart, maar heeft zo te zien in tegenstelling tot mezelf van twaalf jaar geleden geen maagverkleining in het verschiet. Bless her. 

Dat is nog het meest onnozele: hoewel Talitha in dezelfde koffiehuizen wareert als ik en blogt hebben wij elkaar nog nooit ontmoet. We gaan daar eens verandering in brengen, ik voel het aan mij theewater.

Toen zij op het idee kwam om met gastbloggers te werken dacht ik: awel ja. Dus schreef ik deze post. En zij deze, speciaal voor jullie:

—————————————————-

“Je moet je passie vinden.”

“Je moet van je hobby je werk maken.”

“Je kan alles hebben wat je wil, als je er maar hard genoeg voor werkt.”

Uuuugggh. Millennials, amirite? Oké, ik geef toe: ik ben zelf ook zo’n grijp-het-leven-keihard-bij-de-ballen-exemplaar uit het gezegende jaar 1991. Ik ben ‘creative copywriter’ bij een ‘digitaal mediabedrijf en contentmarketingbureau’ enal. Ik typ op een MacBook Air en eet al eens een avocado en hou van ingewikkelde koffies van vijf euro. Toch zat ook ik met mijn ogen te rollen toen Kelly en Anouck in de derde aflevering van Werk & Leven deze welbekende inspirational millennial Pinterest-ellende opdreunden. (Voor alle dertigers onder jullie die nog steeds afgeleid zijn door mijn geboortejaar: ik weet dat het voor u lijkt alsof ik dus 12 ben, maar ik ben 26. Ik heb precies hetzelfde met wettelijk meerderjarigen uit 2000. Geloof me.)

Een heel interessante aflevering, vond ik, over passie in je werk en leven. Daarom duik ik ook graag even in het labo voor een staalafname: hoe gepassioneerd ben ik op dat vlak?

Wat wilde je vroeger worden?

Als kind wilde ik binnenhuisarchitect worden. Lekker specifiek. Omdat ik interieurboekjes leuk vond. En graag tekende. Vooral woonkamers. En oké, omdat er ooit een mevrouw over zo’n tekening had gezegd: “Wauw, zo gedetailleerd, zelfs met stopcontacten! Je zou binnenhuisarchitect moeten worden!” en ik als zevenjarige nu eenmaal bijzonder hard openstond voor carrièreadvies van een volslagen onbekende mevrouw. Op de middelbare school is die droom samen met mijn gebrekkig ruimtelijk inzicht en talent voor meetkunde in het water gevallen.

Hoe gelukkig ben je met je huidige job?

Laatst zei een bloglezer dat ze mij als een workaholic millennial zag. Iemand die lééft voor haar job. Dat beeld was gebaseerd op een momentopname in mijn leven: een periode met een gigantisch werkproject, waardoor ik dagenlang 11 uur op kantoor doorbracht en één snede brood met Nutella als lunch at. Terwijl ik ook privé nog grote projecten oppakte. Met als gevolg dat ik de meest hysterische en mentaal uitgeputte blogposts in de geschiedenis van #40dagenbloggen uit mijn toetsenbord ramde.

Maar dat was een periode. Doorgaans kader ik mijn werkdagen netjes af. Zodra ik thuis kom en – bh uit, chill pants aan – op de bank neerplof, glijden alle werkgerelateerde besoignes bijzonder makkelijk van me af. Ik ben ook faliekant tegen structureel overwerken: voor een belangrijk project wil ik gerust extra uren draaien als het dan af is, en ook goed is, en ik er trots op ben. Sure. Maar ik maak er geen gewoonte van. Daar vind ik mijn huis en mijn Lief en mijn kat en mijn vrije tijd veel te leuk voor, dank je feestelijk.

Wat is je passie?

Goh. Wat maakt iets een passie? Een onstuitbare drang bezitten om datgene te doen? Of dat het allerleukste ter wereld vinden? Of is het zo simpel als iets waar je talent voor hebt?

De rode draad doorheen mijn leven is taal. Ik studeerde literatuurwetenschap. Ik verslind boeken. Mijn werk is schrijven. En ik blog. Ik schrijf af en toe voor Bedrock.nl en Charlie Magazine. Ik heb als columnist gewerkt. Als freelance copywriter. Maar toch durf ik schrijven niet mijn passie te noemen. Ik voel die drang bijvoorbeeld niet. Ik heb niet gevoel dat ik moét schrijven om gelukkig te zijn. Ik leef er niet voor.

En ik vind het niet altijd leuk. Zeker als het een moetje is, kan het uren duren voor ik eraan begin, gewoon, omdat ik écht geen zin heb. Totdat ik ga zitten en m’n laptop openklap en eraan begin en na vijf zinnen al in de flow zit en ja, oké, het toch wel leuk vind. Maar ik begin meestal niet bijzonder enthousiast aan dat schrijven. (Ook niet voor dit stuk.)

Ik durf wel te stellen dat ik goed ben in schrijven. Maar ook niet zó goed dat het mijn ultieme roeping in het leven is.

Dus ja. Is schrijven mijn passie? Ik weet het niet. Maar het lijkt me ook niet zo belangrijk om dat te weten. Wat ik wel weet is dat dit de eerste job is waarbij ik zo hard het gevoel heb dat ik het kán. Een job die ik leuk vind. Eentje die ik niet snel zou verruilen voor iets zonder schrijven. Wat ik weet is dat het woord ‘passie’ heel gewichtig klinkt, maar eigenlijk vrij weinig betekent. Schrijven is niet alles, is niet mijn leven, is niet het enige wat ik kan of leuk vind.

Ik sluit me dan ook aan bij Anouck’s standpunt dat je prima meerdere passies kan hebben. Dat je alles wat je graag doet en goed kan en boeiend vindt kan combineren om iets te doen in je leven dat je écht blij maakt. En ja, misschien is dat dan lastig te definiëren als één duidelijke ‘passie’. Maar dat boeit toch geen ene pepernoot? You do you, girl. En laten we die hele term en alle druk die erbij komt kijken gewoon lekker verbannen naar tegeltjesteksten op de virtuele prikborden van deze wereld, where they belong.  

Typte ze vol passie op haar MacBook Air.

(Maar wel een beetje tegen haar gedacht. Want bleh. Schrijven.)

Wil je meer lezen van Talitha? Allen hierheen!

lilith weet nog altijd niet goed waar haar passie ligt

foto: ellen van den bouwhuysen

foto: ellen van den bouwhuysen

Er zijn een paar termen waar ik stress van krijg.
Moederinstinct. Buikgevoel. Passie. Roeping. In je kracht staan. Ah neen, bij dat laatste geen stress, enkel gefrons.

Maar ik weet dus zelden waar mensen het over hebben bij de eerste vier.
Of ik weet wel waar ze het over hebben, maar ik krijg stress omdat ik zelf niet weet wat of waar dat van mij zich bevindt.

Net daarom vond ik episode 3 van onze podcast Werk & Leven weer zo leuk om maken: die gaat namelijk over al dan niet je passie moeten vinden en volgen.

Je kunt hem hier beluisteren, en als je je abonneert via iTunes, dan krijg je elke keer een update als er een nieuwe podcast is.

Doen zulle!

Dingen die ik deed toen ik geen veertig dagen bleef bloggen

28660973_193804111380004_4878385616150069248_o
  • fruitsla maken
  • groentjes roosteren
  • zwemmen
  • wandelen
  • in bad liggen met een boek
  • naar Blind Getrouwd kijken
  • wenen in mijn auto op de parking van de Aldi
  • naar de muur staren
  • veel cappuccino’s en verrassend lekkere alcoholvrije Gin Tonics drinken in tof gezelschap
  • slapen. En nog slapen. En me nog altijd niet uitgeslapen voelen, maar dat komt vast wel weer
  • neen zeggen op nochtans toffe dingen
  • het niet zo erg vinden dat ik de veertig dagen niet uit zal maken
  • dit stuk over prinses haar lepels lezen, en een en ander herkennen, net als van de vorige keer dat ik bijna door mijn lepels heen zat

Het was leuk, ik heb weer wat dingen geleerd over hoe ik blog (die ik binnenkort eens ga delen), en ik ben blij dat ik ondertussen voel wanneer iets van leuk naar ‘er net te veel aan’ gaat. En besef dat ik dan gewoon mag stoppen van mezelf. Lord knows dat dat ooit heel anders was. Ik hoor die stem van die ene collega bij Flair die ik ooit over mij hoorde roddelen dat ik een opgever ben bijna niet meer in mijn achterhoofd. You know who you are. *wijst*

Dus merci, gij allen, om met zo veel zo enthousiast te komen lezen.
En merci ook voor de warme, lieve, boeiende reacties op mijn vorige post, die deden deugd.
Ik hoop dat jullie dat blijven doen nu ik weer op een iets grilliger en minder voorspelbaar blogpatroon overstap.

(de foto hierboven hoort bij een stuk dat in Femma staat. Ik heb zo hard met die tekening moeten lachen. Ahaha. Geweldig gedaan, Rutger Van Parys!)

lilith voelt haar hart breken boven een potje garnalen

IMG_2271Een tijd geleden overleed de meme van Liese.
Daar schreef ze dit mooie stukje over.
Over de meme die honderd werd.
En hoe hard ze haar zal missen.

Ik las het en was vooral blij dat ik niet kwaad was.

Mijn kwaadheid, die duikt op de gekste momenten op, namelijk.

En ja, al eens als mensen in mijn ogen te lang blijven hangen in verdriet om een hele oude oma die gestorven is. Wat hadden ze dan gedacht, hoor ik mezelf denken, dat hun oma wel voor eeuwig zou blijven leven? Als enige oma ooit? Een paar jaar geleden zat ik zwaar geïrriteerd in mijn auto naar Studio Brussel te luisteren omdat de hele wereld zo’n drama maakte van de dood van David Bowie, een man die ze niet eens persoonlijk hadden gekend. Typisch voor mensen die zelf geen nabije doden hadden te betreuren en zich dan maar wentelden in iets dat in mijn ogen weinig impact op hun leven had. Hoor ik mezelf dan denken.

En dan wil ik wegkruipen onder mijn jas omdat ik ook wel weet dat het niet helpt, en een beetje flauw is om daar mijn kwaadheid op te richten. Omdat die mensen echt aangeslagen zijn door de dood van hun muzikale held. Omdat ik weet dat dat hun goed recht is. En dat oude oma’s verliezen die de negentig hebben gehaald helemaal niet impliceert dat het verdriet minder waard is dan dat van mij.

Zo kan ik kwaad worden op mensen die publiekelijk treuren om hun overleden kat.
Een hamster of kanarie vind ik nog erger.
Dat durf ik haast niet schrijven maar ik doe het toch.
Zo kwaad dat ik daar soms voor kan zijn.

Trots ben ik er nooit op.
Ik weet dat hun verdriet oprecht is.
Dat dat verdriet er ook in duizendvoud mag zijn.

Er schuilt jaloezie in mijn gedachten, en bitterheid.
Ik zei altijd dat het geen zin had om kwaad te zijn, want op wie?
Ik zei dat ik dus niet kwaad was.
Wie had er immers schuld aan, dat mijn kindjes geen oma’s hebben?
Niemand. Niemand had beloofd dat er oma’s zouden zijn.
Neen, ik wist niet op wie ik kwaad moest zijn, dus deed ik het niet.

Dacht ik.
Tot er dus iemand treurt om een kat op Facebook, of om een hele oude grootouder.
Dan slaan mijn ogen aan het rollen.
Dan voel ik mijn vuisten ballen in mijn zaken.
Dan vind ik dat zij minder recht van spreken hebben, met hun voorspelbaarder verdriet.
Neen, trots ben ik daar niet op.

Net zo min op de momenten waarop ik zou willen roepen dat het allemaal niet zo simpel is als de kindjes even een weekend bij de grootouders doen zodat wij tijd hebben voor onszelf. Soms wil ik roepen dat alle oma’s dood zijn, terwijl ze nog lang geen zestig waren, mijn mama zelfs nog lang geen vijftig, en dat ik dan wel doe alsof dat meevalt, maar dat het dat echt niet altijd doet.

Dat ik denk dat veel van mijn vermoeidheid te maken heeft met al meer dan tien jaar geen moeder meer hebben om op te trommelen of tegen te zagen of dingen van te verwachten. En dat mijn schoonmoeder dat met veel liefde overnam, maar dat zij er ook al een hele tijd niet is. En dat ik zeer blij ben met iedereen die helpt en met de opa’s die keihard hun best doen, maar soms ook gewoon boos ben en vind dat iedereen met dode katten moet zwijgen.

Ik was dan ook opgelucht dat ik het bij de post van de powermeme van Liese niet had.
Ik vond het jammer voor haar, kon ook snappen dat het zeer doet.
En toen vriendin I. onlangs vertelde dat haar oma was gestorven had ik het ook niet.
Was er weer plaats voor empathie.
Gelukkig, dacht ik.
En dat mijn kwaadheid misschien aan het passeren was.

Maar gisteren reed ik voor mijn werk naar de zee en hoorde ik mensen praten met het Koksijds accent van mijn moeder en mijn pepe. Allebei dood.

Ik bracht garnalen mee, vers van de boot, en toonde ’s avonds aan Dexter hoe je die pelt, zoals ik het leerde van mijn ondertussen dode mama en mijn ondertussen dode pepe, waar ik dus geen foto’s als deze meer naar kan sturen.

IMG_2269

En dan ben ik toch soms nog een beetje kwaad.
Ook al weet ik niet op wie.
Dan stuur ik een sms’je naar mijn papa en dan zegt hij dat ze inderdaad trots zouden geweest zijn.
Dan ben ik ook een beetje blij.
Ook al weet ik niet voor wie.

Ik denk dat het erbij hoort.
Maar trots ben ik nu ook weer niet.

Deze post maakt deel uit van de 40 dagen bloggen-challenge. Dit is dag 26/40. Ik heb 2/6 van mijn skipdagen gebruikt. 

[onze bouw] van eerste spadesteek tot ruwbouw

IMG_3092

We kochten dus een lap grond. Toen moest er veel nagedacht worden, want we wilden er een crib op laten bouwen die aan onze goesting voldeed. Geen sleutel op de deur dus. Er werden aannemers gezocht, en een architect, en we deden van eerste spadesteek, waarop de foto hierboven werd genomen.

Toen er plots echt iets begon te gebeuren op ons lapje, vlak voor de zomervakantie van vorig jaar, en toen alles plots snel begon te gaan, toen wilde ik daar eigenlijk een tentje opzetten om te blijven kijken. Zo zot. Zo indrukwekkend. Dat was wel ons huis he. En elke dag werd dat hoger en hoger. Ik zweefde bijna.
4. Op de werf.Alleen duurde de vreugde niet bijzonder lang. Al ergens op dag vier werd er een muur verkeerd gemetst. Wij moesten dat vaststellen, want niemand die het had moeten zien zag dat. Het zou de story van onze bouw worden, die eerste maanden. Fouten, nog fouten, wij die met de meetlat overal op moesten zitten. Waanzin was het. En toen vertrok onze ruwbouwaannemer ook nog eens met de noorderzon. Net nadat onze dorpels verkeerd werden geplaatst, en de ramen daardoor niet konden opgemeten worden. Wat ons gigantisch veel vertraging opleverde.

De ramen die voor het bouwverlof van de zomer zouden opgemeten worden werden uiteindelijk eind november opgemeten. Eind januari zaten ze erin, in plaats van in september, ergens.

15. de werf

Al mijn vertrouwen in de goede afloop was weg.
Er waren weken waarin ik al misselijk werd als ik nog maar aan ons bouwproject dacht.
Zat ik in de eerste weken constant rond de crib te hangen, dan werd deze periode getypeerd door “ik wil er niks meer over horen”. En veel wenen. En niet kunnen slapen.
En vreselijk kwaad zijn. Op mensen die hun werk niet deden.
Op mezelf, omdat ik me had laten wijsmaken bij de bespreking van de offerte dat ze dat wel zouden doen.

Omdat er stenen loszaten.
Omdat elk bezoek aan de werf een nieuwe fout leek op te leveren.
Omdat diegenen die het moesten oplossen niet meer bereikbaar waren.
Omdat we van bepaalde mensen zo veel meer hadden verwacht.
Omdat het suckte.
KEIHARD.
Veel harder dan ik me had ingebeeld, en ik had me best wel bouwmiserie ingebeeld.
Maar niet zoveel miserie, bij elke stap.
Niet zoveel onkunde en boertigheid.
Ik heb me in mijn leven nog maar weinig zo in het zak gezet gevoeld.

Het is gelukkig ook weer beginnen keren.
Waarover meer in deel drie.

Deze post maakt deel uit van de 40 dagen bloggen-challenge. Dit is dag 25/40. Ik heb 2/6 van mijn skipdagen gebruikt. 

5 beelden, 5 dingen

IMG_2250IMG_2243IMG_223928783618_1762174030528621_8235449225706471424_nIMG_2256
  1. Sinds ik niet meer op Instagram zit neem ik veel minder foto’s. Dat is eigenlijk maar goed ook, want ik verzoop in de foto’s. Nu maak ik aan het einde van de maand zelfs een selectie van de beste, en die loopt met moeite in de tientallen, terwijl dat niet eens zo lang geleden over honderdtallen ging. Good riddance, vind ik.
  2. Na drie nachten van bijna twaalf uur slapen voel ik dat ik er nog niet ben. Ik blijf moe, en voel me een beetje uitgewrongen. Mijn rechterschouder zit vast en ik heb hoofdpijn. Gelukkig heb ik ondertussen wel een week verlof ingepland, op een moment waarvan ik anders zou vinden dat het compleet niet uitkomt want dicht tegen de paasvakantie en een hoop verplichte brugdagen aan, maar kijk, het zal echt moeten om mijn hoofd even te laten rusten. Geen zin om nog eens twee weken te zitten wenen zonder stoppen. Been there, done that, bought the t-shirt.
  3. Op dat vlak weet ik ook nog niet wat ik met de veertig dagen bloggen challenge ga doen. Het is tof enal, en het is ook niet dat ik het tegen mijn zin doe, maar tegelijk is het toch ook iets dat er nog eens bijkomt. Ik word er wel blij van, maar ik voel dat ik de laatste dagen weinig zin heb om ideeën te bedenken en wat vooruit te werken. Met een drukke week voor mij en weinig zin om een uur van deze zondag te spenderen aan mijn blog zou het kunnen dat ik ergens ga stranden. Geen ramp, maar het kan ook dat het zover niet komt en ik morgen fris en monter opsta met een hoop goesting en inspiratie.
  4. Ik heb de laatste dagen meer tv gekeken dan in de zes maanden ervoor. Omdat ik ook als ik niks doe het gevoel heb altijd te zitten inhalen in de vorm van het volgen van online cursussen en podcasts en blogposts. Dit weekend was het wat “Comedians in Cars Getting Coffee” op Netflix (love love love) afgewisseld met wat “Call the midwife“. Niet dat ik er mijn aandacht geweldig bij weet te houden, maar ik probeer tenminste om ondertussen niks anders te doen.
  5. Hoe tof is het uitzicht in de nieuwe crib? Vanmorgen heb ik me eventjes met de kindjes op onze poep op de nieuwe chape gezet en geluisterd naar de geluiden. Die er niet waren, behalve die van vogels en als je heel goed luisterde die van een boer die stille voort ploegde. Maar jongens toch, wat een zaligheid, eigenlijk.

Deze post maakt deel uit van de 40 dagen bloggen-challenge. Dit is dag 24/40. Ik heb 2/6 van mijn skipdagen gebruikt.