lilith wil al haar geld naar de zanger gooien

wannescappelle_yprianaHet was allemaal stomweg gekomen. Ik had Het Zesde Metaal nog eens gezien op een klein festivalletje in mijn stad aan het einde van de vakantie, en voor de zoveelste keer beseft dat ik een überfan ben van Wannes Cappelle en alles dat hij doet. Drie dagen later zag ik een poster in de bibliotheek, en omdat ik geen zin had om weer na te denken over babysits en met de jaren steeds meer kan genieten van dingen alleen doen checkte ik bij mijn lief of hij het zag zitten om de avondshift alleen te draaien. No biggie, aldus mijn lief.

img_2298

En dus bleek ik gisteren zowaar op de eerste rij te zitten, met een vriendin naast mij wiens man ook een ticket voor haar alleen had geboekt en dat toevallig net naast de stoel van mij had gedaan. Wat zijn de kansen? Op schoot bij Wannes en de geweldige harmonie Ypriana had ik een van de beste avonden in lang.

Ik kan er niet over wat een talent die kerel heeft. Hoe hij snaren raakt zonder daar luid voor te moeten roepen. Hoe alles even hard aankomt met een klein gitaartje als onder begeleiding van een enorme harmonie. Al moet ik wel toegeven dat ook die harmonie zo indrukwekkend was, en de arrangementen alleen al voldoende waren om stil achter te blijven. En het hielp ook dat hij begon met het nummer dat al weken in mijn hoofd leeft, mijn persoonlijke anthem voor een mildere herfst.

‘ik e geleerd oe da j’ook kiest
daj soms wind mee et en soms verliest
’t is gin getie da ‘k nie kan keren
toont mie uw foutn en ‘k ga u leren
dat ’t gine mens is die nooit faalt
die zonder blinn’n de mete haalt
och, ge moet da toch nie verduken
aj een kop et kunjem stuken

Het is zo belangrijk in deze tijden, dat er mannen en vrouwen zijn die iets in woorden kunnen gieten op een manier waarop het ons bereikt. Iemand die iets uit kan leggen zodat het aankomt waar het moet aankomen. Echt, in ons erte, zoals Wannes zou zeggen. Niet een beetje, maar als een stomp. Of als een duwtje. Zonder dat alles hopeloos moet zijn, want dat vind ik misschien nog het machtigste, hoe wat hij doet nooit belerend is, en het altijd ook wel hoopvol en sympathiek blijft. Zelfs als hij een ietwat fout mopje maakt over de Eerste Wereldoorlog. Misschien net dan.

Soms heb ik het lastig, als ik post dat ik een artikel heb geschreven voor de krant die die dag in de winkel ligt en mensen bijna in dezelfde seconde vragen “Nergens gratis te lezen online?”. Dan denk ik: maar lieve vriendjes en vriendinnetjes, zo werkt het niet. Dit is mijn job, ik verdien mijn geld doordat jullie betalen om mijn teksten en die van anderen te lezen. Oké, hier gooi ik het er gratis op, en misschien heb ik het zo uitgelokt, maar als jullie niet meer willen betalen voor wat ik schrijf, dan houdt het allemaal zeer snel op.

En dus wilde ik gisteren zeven cd’s kopen van Wannes en Het Zesde Metaal, als het niet was dat ik zijn cd’s al had. Vond ik dat we hem al ons geld zouden moeten toegooien, omdat mannen die naar de stad komen om pleisters op onze harten te plakken in deze tijd veel te ondergewaardeerd zijn.

Hun nieuwe komt in november uit, en nadat ik gisteren de titelsong “Calais” hoorde en mijn keel dichtsnoerde omdat het zo aankwam kan ik eigenlijk niet wachten. Tot dan gaat al de rest van mijn collectie voor de honderdste keer op repeat.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

lilith staat een maand om vijf uur op

wekkeromhalfzesIk schrijf dit stuk om tien na zes. ’s Morgens. Erger nog, ik kom net uit de badkamer waar ik me heb opgefrist na een vroeg ochtendloopje. Dwars door het stadscentrum dat ik bij klaarlichte dag negeer omdat ik vrees oude bekenden te zullen moeten toeknikken met paars aangelopen loophoofd. Bij het ochtendgloren loopt het anders: enthousiast opstijgend zonnetje, verlaten straten, de geur van kraakvers brood, en enkel wat lossende vrachtwagenchauffeurs om naar te knikken. Zelfs dat hoeft niet. Een haast esoterische ervaring.

Dat is niet zo op elk van de andere dertig ochtenden waarop ik voor dit experiment om vijf uur uit bed probeer te komen. De verhevenheid is wel eens zoek. Gedurende een maand schommel ik tussen een haast hysterisch “Tjakkaaaaa!” omdat ik niet kan geloven hoeveel meer ik plots gedaan krijg, en een jammerend “Waarom ik, en niet een ander?” omdat ik niet kan geloven dat ik dit stuk überhaupt heb voorgesteld op de redactievergadering. De ene ochtend voel ik me de koningin van de wereld, de volgende een zielenpoot die doodop is en enkel in haar koffer wil blijven liggen. Maar daarover later meer.

Verander je leven voor het ontbijt

Wat die koningin van de wereld betreft. Het grapje dat Beyonce ook maar vierentwintig uur in haar dagen zitten heeft wordt zo vaak gedeeld op internet omdat het een snaar raakt. Hoe klaren sommige mensen het, om in hetzelfde aantal uren als de rest van ons schijnbaar veel meer gedaan te krijgen? Volgens Laura Vanderkam, de Amerikaanse schrijfster van het boek “What the most succesful people do before breakfast“, hebben sommige mensen echt meer uren in hun dag, omdat ze wat ze ter beschikking hebben minder vaak slapend doorbrengen. “Je ochtenden plukken is het equivalent van dat financiële advies dat zegt dat je jezelf een loon moet uitkeren voor je de rekeningen betaalt. Wacht je tot op het einde van de maand om te werken met wat nog overblijft, dan blijft er doorgaans niets meer over. Hetzelfde geldt voor het uitstellen van belangrijke maar minder urgente bezigheden: als je wacht met sporten, lezen, nadenken over je carrière of het uittekenen van je vakantie tot aan het einde van je dag, dan zal het er vaak gewoon niet meer van komen.” Of zoals een wijs man ooit zei: verlies een uur in de ochtend, en je zult er een hele dag op jagen. Mensen die houden van woorden als kickstart durven zelfs beweren dat je je leven het beste kunt veranderen voor je ontbijt. Tjakkaaa, ja.

Wat er ook van zij: nogal wat zogenaamd succesvolle mensen zijn op de been voor de eerste monniken het ochtendgebed inzetten. “De zon heeft me in geen vijftig jaar in bed kunnen betrappen”, pochte Thomas Jefferson al in zijn tijd, en hij wordt hierin bijgetreden door mensen als Tim Cook, de CEO van Apple die om kwart voor vier uit zijn pyjama schiet, zijn mails beantwoordt om half vijf om daarna aan zijn work-out in de fitness te beginnen. Op dat moment is er wel meer volk aan de slag. Vogue hoofdredactrice Anna Wintour tennist om kwart voor zes, als het licht om half vijf brandt in het Witte Huis dan is dat omdat Michele Obama aan cardio en gewichtstraining staat te doen, exact op hetzelfde tijdstip waarop Gwyneth Paltrow haar asana’s oefent. En het kan nog wilder: acteur Mark Wahlberg staat om twee uur dertig op om twee uur te sporten. Om zes uur werkt hij een ontbijtje weg, om daarna naar de set te vertrekken. Kleine kanttekening: Mark zit wel tegen acht uur in zijn bed, nadat hij eerst drie kwartier heeft gebokst.

Nachtuil versus vroege vogel

Mensen die vroeger opstaan zouden volgens onderzoek gelukkiger zijn dan mensen die zeventien keer na elkaar de snoozeknop van hun wekker indrukken. Dat is ook weer niet zo gek, ochtendmensen draaien nu eenmaal beter mee in een sociaal systeem dat gemaakt lijkt voor ochtendmensen. De tijdstabel van het bedrijfsleven, waarbij van je wordt verwacht dat je op een acceptabel uur op kantoor verschijnt, een aantal uur werkt om dan ’s avonds tijdig in bed te duiken zodat je de dag erna exact hetzelfde kunt doen, die blijft een dagelijkse helletocht voor hij die liever lang opblijft en een paar uur uitslaapt voor aan zijn dag te beginnen. Van je hele leven vechten tegen een systeem dat zich niet naar je voorkeuren wil buigen word je niet bepaald gelukkiger en productiever. Een mens zou voor minder nog een keer of acht op snooze drukken. “Niet doen!”, zegt Hal Elrod, schrijver van The Miracle Morning. Volgens hem verzet je je elke keer je op snooze drukt tegen je leven, en zeg je neen tegen je dag. Heb je er al eens bij stilgestaan hoeveel negatieve energie dat vergt? Hij dacht het niet.

Voor de nachtuilen hun wekkers naar het irritant wakkere hoofd van arme Hal beginnen kegelen moeten we ons misschien even afvragen of het wel voor iedereen is weggelegd, een productieve ochtend. Zijn er niet gewoon twee groepen mensen? De groep waarvoor half zeven in de ochtend prime time is, en de groep die vindt dat half zeven in de ochtend afgeschaft moet worden? De nachtuilen snappen de leeuweriken niet die de dag zonder morren plukken, en omgekeerd heb ik het als vroege vogel ook moeilijk met mensen die pas op kruissnelheid komen als ik zin krijg om mijn pyjama aan te doen.

Veel inspraak heb je er niet over: de groep waartoe je behoort wordt voor een groot deel genetisch bepaald. De meeste mensen zitten ergens tussen de extremen van de nachtuil en de leeuwerik in, waardoor wat schuiven met uren doorgaans geen gigantisch probleem is. Volgens slaapexperte en klinisch psychologe Jana Maes hangt de mate van succes bij dit soort strategieën van verschillende zaken af: “Iedereen heeft een bepaald aantal uren slaap per nacht nodig. Als je er elke dag twee uur vanaf knabbelt om meer gedaan te krijgen dan kun je roofbouw op je lichaam plegen. Verschuif je je slaappatroon door vroeger in bed te kruipen en die twee uur in de ochtend te winnen zodat je dag wat rustiger verloopt, dan kan het misschien wel werken. Alleen blijft je lichaam uiteindelijk wel de baas: niet iedereen slaagt er praktisch of biologisch in om vroeg te gaan slapen, en als je een nachtuil bent dan is de kans klein dat je erin slaagt om je fris te voelen om vijf uur ’s ochtends. Je kunt het proberen, maar het blijft kwestie van naar je lichaam luisteren.”

Tot het geen pijn meer doet

Maar goed, stel nu dat je zin hebt gekregen om wat vroeger op te staan. Dan zijn er volgens Laura Vanderkam een paar zaken waar je rekening mee kunt houden. Een geslaagde ochtend begint al de avond voordien, met een goede routine en vooral: een plan. Ik merk het ook bij mezelf. Als ik ’s avonds niet heb nagedacht over wat ik met mijn ochtenduren ga doen, dan is mijn enthousiasme om op te staan verwaarloosbaar. Heb ik netjes beslist dat ik aan een tekst ga werken of een paar kilometer ga lopen, dan weet ik waarvoor ik het doe. Nog zo’n tip van vroege vogels: neem geen beslissingen als je met een wazig hoofd de wekker hoort afgaan, maar neem ze al de avond voordien, als je nog helder kunt nadenken over je doelen. En schrijf het op, dat plan, zodat je er ook met wazig hoofd op kunt komen. Op een deftig uur je oor op je hoofdkussen leggen, je schermtijd beperken en niet te veel koffie of alcohol naar binnen gieten helpt ook wat betreft slaaphygiëne. Je wilt uiteindelijk uit bed komen zonder nadenken. Niet “ik wil niet opstaan”, maar ogen open, benen over de rand, en gaan. Elke dag opnieuw tot het geen pijn meer doet. Ook in het weekend, zodat je de routine niet onderbreekt.

Ik heb de routine al eens onderbroken, moet ik eerlijk toegeven. Omdat ik moe was, en vond dat ik dat had verdiend, op een zondagochtend na een week waarin ik een paar uur te lang alleen thuis was geweest met een baby en een weerbarstige kleuter van vier. Op zo’n ochtenden knapte mijn wilskracht wel eens, en was om vijf uur opstaan zowat het laatste waar ik de moed voor kon opbrengen. Op andere dagen ging het opstaan vanzelf en vroeg ik me af waarom niet iedereen zijn wekker vroeg zet. Mijn experiment had immers best wat voordelen. Tijdens de ongestoorde ochtenduren waarin er niet van me werd verwacht dat ik mijn mails beantwoordde had ik het gevoel veel meer gedaan te krijgen dan op een uur kort na de middag, bijvoorbeeld. Blijkt dat niet alle uren van een dag uit hetzelfde hout zijn gesneden. Het werkt ook aanstekelijk. Plots staat mijn lief ook om vijf uur naast me om te gaan lopen, tot mijn grote verbazing, en als hij terug is zegt hij toch zijn eigen verbazing dat hij er zo hard van heeft genoten dat hij het vaker wil doen.

Of ik plannen heb om om vijf uur op te blijven staan? Zeker niet elke dag, omdat ik voel dat het tijdens deze tropenjaren met twee jonge kinderen die zichzelf niet opvoeden misschien net iets te veel van het goede is. Maar een of twee keer per week zet ik mijn wekker nog steeds op een pijnlijk vroeg uur, en merk ik dat ik er steeds meer van begin te houden. Omdat het me een uur of twee lang het gevoel heeft controle over mijn dag en leven te hebben. Toch zeker tot mijn oudste om zeven uur uit bed komt en klokvast zijn kommetje melk over de ontbijttafel omkegelt. Op de dag dat we dat ritueel kunnen overslaan beschouw ik het pas echt een Miracle Morning.

DIT KUN JE DOEN MET JE GEWONNEN UREN:

lichaamsbeweging:

Sommige fitnesscentra en zwembaden openen vroeg voor de moedigste aller sporters, maar ook als dat niet het geval is kun je ’s morgens je loopschoenen aanbinden of je yogamat uitrollen voor een frisse start. Op die manier heb je je marathontraining ook ineens achter de rug voor je goed en wel wakker bent en er te lang over kunt nadenken.

inspiratie:

Sommige vroege opstaanders gebruiken hun extra tijd om de grote klassiekers te lezen, anderen volgen een (online) cursus of luisteren naar podcasts terwijl ze in bad liggen.

administratie:

Het klinkt misschien wat slaapverwekkend, maar je mails bijwerken of eindelijk eens tijd maken om een financieel plan of budget opstellen kan ervoor zorgen dat je wat meer rust in je hoofd hebt op de andere uren van de dag.

Ik kreeg via mail zoveel leuke reacties op dit stuk dat eerder in De Standaard Magazine verscheen dat ik het hier graag ook nog eens deel. Staan jullie graag vroeg op? Of net niet? Share away in de reacties hieronder!

lilith moedert zonder moeder

moederzondermoeder

Dit schreef ik vanmorgen op Instagram, toen ik in alle vroegte besefte welke dag het was:

‘In mijn omgeving zijn spijtig genoeg teveel mensen die hun moeder niet meer hebben. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe zoiets moet zijn. Hoe overleef je als kersverse mama zonder eigen moeder? Hoe moet dat zijn om in het moederhuis of de rare periode die na die materniteit volgt geen moeder in de buurt te hebben? En later, met opgroeiende kinderen?’, schreef Lieselot gisteren op haar blog. Je doet het gewoon, en daarna doe je het nog eens, tot je bijna vergeten bent dat het niet de bedoeling was. Negen jaar moederloos vandaag. Twaalf jaar jonger nog maar dan zij was toen ze stierf. En het gaat goed met mij, beter dan ik negen jaar geleden op deze dag kon denken. Meer kon ik toen niet hopen, dus blijkbaar overleef je het zo. Een dag met een keer en dan nog een, tot je het kunt.

Ik heb ooit een boek gelezen over moeders zonder moeders, omdat ik plots tot het besef kwam dat ik er een was. En dat dat iets zei over mij, of over het soort moeder dat ik zou gaan worden. Ik had daar nooit echt bij stilgestaan, dat moeders zonder moeders een soort groepje vormden, zoals marathonlopers of mensen met maar één been. Moederloos moederen, het is me uiteindelijk tot nu toe allemaal best meegevallen, ik denk omdat ik het niet anders heb gekend. Mijn moeder was er niet toen ik net bevallen was van Dexter, mijn papa was de eerste die zijn hoofd van achter de deur van de materniteit stak, met zijn vriendin. Toen Flo geboren was was ze er ook al niet, mijn moeder, en dat was ik al gewend, maar toen kwam mijn schoonmoeder ook niet omdat zij er ook niet meer was en moest ik daar weer aan wennen. Maar het ging. En het gaat nog altijd.

Er zijn momenten die mijn ogen onverwacht uitsteken, soms ligt mijn hart in flarden op de vloer.

Grootouderdagen vallen me tegenwoordig veel zwaarder dan moederdagen. Daar heb ik me ondertussen bijna overheen gezet. Dat mijn kinderen geen grootmoeders hebben, daar kan ik nog onverwacht mee sukkelen. Moeders zien die winkelen met hun volwassen dochters, dat vind ik lastig. En het hele praktische aspect van opvang in de vakantie en babysitdiensten die zo goed en zo kwaad mogelijk worden opgevangen door hun achterblijvende mannen, die ik ook niet te zwaar wil belasten en die me tegelijk zo dankbaar maken omdat ze alles doen om ons te helpen als het nodig is. Het tussen de oma’s zitten op de bankjes in de gang na school. En proberen er niet al te hard bij stil te staan, dat ik er in haar plaats zit. En het ook wel oplos.

Ik vind dat ik dat best goed doe, moeder zijn zonder moeder.
Ik wou soms dat ik iemand had om naar te bellen als ik het allemaal niet meer weet, iemand die “Kelly geruststellen en bevestigen in haar pril moederschap” in haar natuurlijk takenpakket heeft zitten en in haar gat zou gebeten zijn als ik niet belde. Iemand die me zou sms’en om te vragen of Dexter nog altijd koorts heeft. Ook al doet mijn papa erg zijn best om die plaats in te nemen, het moet gezegd. Ik wou soms dat ik diegene die ik anders het eerste had gebeld als een van mijn kindjes ziek viel kon bellen, en “hij is ziek” kon zeggen, en zij dan “breng hem maar naar hier”, omdat dat in mijn hoofd bij vriendinnen zo gaat, wat natuurlijk ook niet waar is. Net alsof iedereen in mijn hoofd tijdens de afgelopen vakantie de luxe heeft gehad van grootouders die “breng ze maar een paar dagen naar hier”, hebben gezegd, zodat ze even zalig kinderloos konden zijn. En wij niet. Maar ook dat is niet waar, overal, en ik vind dat ik niet te klagen heb. Maar soms. Maar soms maar soms.

Negen jaar al zeg.
De iPhone moest nog uitkomen, en nu zitten we al aan nummer zeven.
En we doen er nog zeker negen jaar bij, zoals ze dat zo vrolijk zeggen over vrolijker dingen.
Dat is nog het gekste, vind ik na al die tijd.
Dat ze volgend jaar nog altijd niet terugkomt.

Bewaren

Dexter spreekt XX

IMG_1149Een jubileumeditie, hoera!

Dexter is ondertussen bijna vier jaar en drie maanden, en spreekt eigenlijk zoals u en ik, los van hier en daar een creatieve vervoeging. Tegelijk spreekt hij veel leuker dan u en ik, omdat hij druk bezig is om te proberen snappen hoe dingen werken en verbanden te leggen die ons nogal ontgaan. Ik lig soms meermaals op een dag dubbel om de kronkels in zijn hoofd, al probeer ik dat maar beter niet al te vaak te tonen omdat hij dan kwaad is. Ik mag hem niet uitlachen. En ik krijg het niet uitgelegd dat ik niet met hem lach, maar om hem.

In elk geval: deze zinnen vond ik terug in mijn notitieboekje slash Evernotebestand.

  • Me neus werkt nie meer!!!!“. Drie uur ’s nachts, en Dexter roept omdat zijn neus verstopt zit.
  • Zijn je ogen helemaal tot aan het einde van je hoofd?“.
  • Kunnen toekannen nog hoger hun mond opendoen dan mensen?“.
  • Het bakt!“. Dexter kijkt naar een pot kokend water.
  • Mag ik dat santeetje uitknippen?“. Dexter ziet een flesje bier in een folder.
  • Papa, ben jij twaalvendertien jaar?“. Youri: “Neen.” Dexter: “En als je rechtstaat?“.
  • Mag ik Flo kuisen?“. Dexter is in een poetsbui.
  • Is Flo nu zo groot als een lammetje?“.
  • Dat duurt niet snel hoor.”
  • Je moet je stift wel afleggen he mama.”
  • Ooh, zo’n mooie bloemen! Ik ga wel eens kijken of het echte zijn of van plasticine, want soms zijn bloemen gemaakt van plasticine he mama?.” Of plastiek, dat kan ook.
  • Is Australium het verste land? En zeggen ze dan in Australium dat Ieper het verste land is?“.
  • De hulk besta in Amerika en Flash besta in Afrika.”
  • Mama“. Ik vroeg of Dexter wist welk werk ik deed.
  • Elk ons beurt“. Dexter speelt een spelletje met Youri.
  • De brandweer maakt het vuur proper he papa?“.
  • Wel stilletjes zijn he!“. Ik ga naar het toilet terwijl Flo nog ligt te slapen.
  • Waar staat ‘straks’ op de klok?“.
  • Van schoooooooolreis en kracht, Rox komt de wacht!“. Dexter zingt mee met het liedje van Rox. (Van schoonheid en kracht, Rox houdt de wacht)
  • Frins en Frans zijn toch zotjes he?“. Frits en Frats dus.
  • Xavier van Rox is een zotte mie.”
  • Mama jij kan beter zoenen dan papa, maar papa kan beter knuffelen“. Ik stop Dexter in bed.
  • Mama, heb jij in bad met mijn speelgoed gespeeld?“.
  • Papa, als jij niet snel naar mij luistert ga ik weer stout worden.
  • Papa stop nu maar met praten, je stem gaat afgaan.”
  • Jij hebt alles dik hé mama?”. Ik zei dat Flo zo’n mooie dikke billetjes heeft.
  • Ik heb kaka gedaan dat lijkt op een patat“. :aah:

Nog meer Dexter spreekt? Hier staan ze allemaal.

Bewaren

Bewaren

Zes maanden Flo

flozesmaanden4U heeft toch niet echt gedacht dat het aan u lag?“.
Natuurlijk heb ik dat gedacht. U wilt niet weten wat ik allemaal heb gedacht“.
De kinderarts keek me aan met een mooi afgemixte mengeling van begrip en compassie.
“Wat jammer dat u dat heeft moeten denken.”

En ik weet het best. Sinds Flo er is weet ik het allemaal nog veel beter, dat er geen twee kinderen gelijk zijn en dat een ander zijn ouderschapservaring met die van jou vergelijken nergens op slaat. Elke keer als ik iemand hoorde zeggen dat ze de babytijd ge-wel-dig vond gingen er messen door mij heen, ooit. Ik vond de babytijd van Dexter een van de ergste ervaringen uit mijn leven. Omdat mensen me verzekerden dat alle baby’s nu eenmaal huilden en ik daardoor ging geloven dat ik simpelweg niet opgebouwd was uit materiaal dat moederen mogelijk maakte. Dat ik misschien minder goed tegen huilende baby’s kon. Dat ik zwakker was dan andere moeders die het wel aankonden en glimlachend met hun baby’s in de buggy over straat liepen, in plaats van dat ze zin hadden om in foetushouding op de grond te liggen wachten tot het voorbij was, dat eeuwige en steeds opnieuw beginnende gekrijs waarvoor geen oorzaak werd gevonden.

Een kennis met een hele makkelijke baby zei ooit dat ze heel goed tegen huilende baby’s kon, dat dat haar nu eens echt niks deed. En daar stond ik dan weer, met mijn amper verwerkte postnatale depressie als een bewijs van teergevoeligheid op mijn CV. Me in stilte af te vragen of het gewoon dat was, dat ik simpelweg niet goed tegen huilende baby’s kon en er dus gewoon misschien beter geen had gekregen. Waardoor ik me dan weer schuldig begon te voelen omdat ik zo lichtvoetig en naïef aan het hele babyavontuur was begonnen. Ondertussen weet ik dat er huilende baby’s zijn en huilende baby’s. Dat wist ik toen ook, maar die avond was het gewoon niet wat ik wilde horen.

flozesmaanden2

En nu is Flo er. Volgende week al zes behoorlijk fantastische maanden. Zes maanden die voorbij zijn gevlogen, terwijl de eerste zes maanden van Dexter jaren leken te duren.

flozesmaanden3

Flo, die sinds de dag dat ze er ineens was opgetrokken lijkt uit zonnestralen. Ze had even wat last van krampjes, wat me deed beseffen dat er een groot misverstand bestaat over ouders van huilbaby’s. Een misverstand dat ik de laatste maanden regelmatig op mijn pad vond: “Jullie hebben al zoveel meegemaakt, nu wordt alles een makkie“. Wel. Tijdens de paar moeilijke dagen (en het waren zelfs geen dagen maar namiddagen, als ik eerlijk ben) besefte ik dat het net het tegenovergestelde is. Ik heb minder draagkracht dan andere ouders. Ik heb in de eerste maanden met Dexter zoveel gehuil doorstaan dat mijn emmer nog steeds vol zit. Misschien wel voor altijd.

Een huiluurtje van Flo bracht direct weer paniek met zich mee die niet evenredig was met de situatie die zich aandiende. Dat ik het niet zou kunnen stoppen. Dat het weer begonnen was. Dat ik er zo geen zin meer in had, ook. Een posttraumatische stress-stoornis, zei mijn psychologe ooit. En ik denk echt dat ik reageer op een huilende baby als een Vietnamveteraan flipt op onverwachte geluiden. Alle alarmen aan. Code rood. Wat een ongelooflijk geluk dus, dat Flo zo goed als nooit niet vrolijk is.

Ik moet daar niet onnozel over doen, en ik wil het ook niet met de mantel der liefde bedekken en doen alsof je zo’n dingen vergeet: tot nu toe was voor Flo zorgen zowat honderd keer simpeler als voor Dexter zorgen, destijds. Alles is makkelijker. Flo’s aanwezigheid en de manieren waarop ze het een walk in the park voor ons maakt doet ons nu nog een keer beseffen hoe vreselijk dat eerste jaar met Dexter was. Ik hou niet zo van terugkijken, maar als ik terugkijk, dan is dat met nog grotere ogen dan voor Flo. Dat wij dat overleefd hebben. Als koppel, als mens. Dat ik er niet met meer blutsen en builen ben uitgekomen. Dat we zoveel pech gehad hebben ook. Natuurlijk niet in vergelijking met mensen met een kindje dat echt ziek is. Dat was tegelijk mijn grootste frustratie dat eerste jaar en het grootste cadeau: Dexter had niks, dus kon er niks aan gedaan worden. Nu ben ik blij dat hij, behalve dat hij zeer gevoelig is, “niks heeft”. Zelfs geen lactose-intolerantie. Helemaal niks dat kan verklaren waarom hij non-stop moord en brand heeft gekrijst in zijn eerste maanden.

Net zoals niks kan verklaren waarom Flo altijd blij is. Het ligt niet aan ons, dat weet ik na zes maanden Flo nog beter dan ervoor. Wij maken geen malcontente kindjes (zoals ik in de eerste maanden met Dexter dacht), en ook geen altijd contente (zoals ik had kunnen denken als Flo mijn eerste was geweest). Ze kunnen niet meer van elkaar verschillen, die twee van ons, op het eerste zicht. Maar ze vinden elkaar wel geweldig, en dat maakt mij dan weer geweldig content.

flozesmaanden1

De komst van Dexter gaf me het gevoel dat ik niet gemaakt was om een kindje te hebben, de komst van Flo geeft me het gevoel dat er niet veel dingen simpeler zijn dan dat. De waarheid ligt ergens in het midden, zoals dat altijd gaat. Maar ik ben zo blij dat ik nog eens de kans heb gekregen om mezelf tegen te spreken. Ik heb alles gedacht, toen Dexter er net was, maar geen enkel moment dat ik een bijzonder geschikte moeder was.

Om dat te geloven moest ik nog eens durven springen, en ik ben elke dag ongelooflijk dankbaar dat iets in mij dat nog heeft gedurfd.

Gelukkige halve verjaardag, lieve Flo.
Het lijkt alsof je er altijd al was, en tegelijk moet ik elke dag een paar keer met mijn ogen knipperen omdat ik niet kan geloven dat je er bent.

Dikke zoen,

je mama

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

I’m a runner, see me run!

imarunner3

Net zoals het jaren heeft geduurd voor ik mezelf een journalist kon noemen zonder me belachelijk te voelen (“Ik schrijf eigenlijk gewoon tekstjes“) vond ik erg lang dat ik geen loper was, ook al liep ik regelmatig. Dat is soms het probleem met een discipline waarin zoveel gradatie zit qua uithouding en moeilijkheidsgraad. Elke keer als ik ongelooflijk trots was dat ik er eindelijk in slaagde om vijf kilometer aan een stuk te lopen zonder dood te vallen zag ik wel ergens een ultrarunner posten dat hij net honderd kilometer door de Alpen had gelopen in een berenpak. Daar sta je dan, met je bijna zestig schamele kilometers van je eigen absolute toploopmaand. Bedankt, berenpakman, en loop ze! (liefst zo ver mogelijk van bij mij vandaan)

Dan maar vergelijken met mensen die nog trager en minder lang konden lopen dan ik, dacht ik. Daarvoor is de couch to 5 K groep op Reddit een godsgeschenk, al was het omdat mensen er durven toegeven dat ze 47 minuten doen over hun eerste 5K, of dat ze eerst een pre-couch to 5K met veel meer wandelen moeten doen omdat hun conditie te slecht is voor de eerste lessen. Zo verfrissend, zo’n groep met verhalen van echte trage stervelingen zoals ik. Andere mensen die paarse selfies online durfden zetten gaven me duizend keer meer moed om door te gaan dan foto’s van mensen die net een marathon hadden uitgelopen. In vergelijking met dat soort patsers lijkt elke kilometer die ik loop zo futiel. Maar in vergelijking met mezelf van drie jaar geleden is het fantastisch wat ik doe. Ik loop. Zie mij lopen, eigenlijk! Ge moet maar mijn Instagramaccount volgen om te weten dat ik niet kan gaan lopen zonder er een foto van te posten. Omdat ik het zelf amper kan geloven, ja. Neem het mij eens kwalijk, na alles van ervoor.

IMG_1413

Mijn belangrijkste ontdekking was dat ik wel begon te lopen omdat ik een strakker lichaam wilde, maar dat ik ben blijven lopen omdat ik er een rustiger hoofd van krijg. Omdat ik deugd heb van de mooie stukken natuur waarin ik loop, en van de gouden uurtjes en de geluiden bij de opkomende of ondergaande zon. Omdat ik altijd beter terug naar huis keer. Met minder zorgen, minder angsten, minder stress en minder wanhoop. Omdat ik klaarder zie nadat ik een paar kilometer voetje na voetje op een strook asfalt neer heb geplant.

imarunner4

Runner’s high heb ik nog niet veel gehad. Ik zie vaak af, of vind het lastig, en zelden loop ik echt op wolkjes. Ik heb regelmatig last van mijn heup, waar ik een chronische slijmbeursontsteking heb die kan opgelost worden met een cortisone-inspuiting, maar ik durf nog even niet. En dus heb ik de ene keer veel pijn en de andere keer minder, maar nooit echt geen. Maar dat geeft allemaal niet. Ik kan een paar keer per week sporten, en dankzij het looppaadje aan mijn deur ben ik nooit langer dan vijfenveertig minuten weg. Waardoor ik dus ook kan vertrekken als de kindjes in bed zitten of als de wereld nog in bed zit.

imarunner2

En ja, ik ga nog steeds traag. Dat is zelfs bewust. Ik doe gemiddeld zeven en een halve minuut over een kilometer. Soms zeven minuten, maar dat moet ik vaak bekopen, dus ik probeer mezelf systematisch te pushen om niet al te snel te vertrekken. En ik ga toch nog veel sneller dan iedereen die in zijn zetel zit en andere Pinteresttegeltjes. Ik zie het nu als iets dat ik doe. Ik ontbijt. Ik werk. Ik poets mijn tanden. Ik loop, soms drie keer per week, soms twee keer een iets langer stuk. Ik zie mezelf vooruitgang boeken en ik ben trots. Eerst tot aan 5K, nu soms al eens 6, binnenkort vast eens eentje van 7. Daarnaast is het ook zeer fijn meegenomen dat ik kan eten wat ik wil en toch traag afval. In broeken passen die al jaren op het stapeltje “komt niet meer goed” lagen is ook niet slecht voor mijn enthousiasme.

imarunner5

Ik loop niet uitzonderlijk graag, maar vind weinig dingen leuker dan gelopen hebben.
Elke keer opnieuw.
En dus ben ik een loper.
En ik heb er ZO. ONGELOOFLIJK. VEEL. DEUGD. VAN.

Wie nog? En helpt het ook zo voor jullie mentale gezondheid?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd

35voor35Vandaag word ik vijfendertig. Say whut? Wil dat zeggen dat ik mijn crop tops en hot pants vanaf nu echt wel in de kast moet laten hangen en me volwassener moet gaan kleden? Dju toch, dat voelt haast net zo confronterend als op mijn zesentwintigste geen Go-pass meer mogen kopen. En dat, mijn vrienden, is vandaag dus ook alweer negen jaar geleden.
Vrees niet, dit wordt geen zaagpost. Op heel wat vlakken vind ik mijn jaren dertig stukken beter dan de periode ervoor. Niet door een gigantische metamorfose, maar wel door een trage en gestage evolutie die ervoor heeft gezorgd dat ik mezelf beter ken, mijn angsten beter onder controle heb, wat successen op mijn revers heb kunnen spelden (mijn rijbewijs, mijn werk, mijn algemene staat van welzijn, het overwinnen van een postnatale depressie, etc..) en me beter voel in mijn vel dan toen. Er is minder schaamte en gene, er is meer acceptatie, en al is de weg nog lang, als ik achterom kijk zie ik toch ook al een serieuze strook asfalt.

Dit zijn 35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd:

  1. Het leven is te kort om groenten fijn te snijden die gemixt zullen worden, te strijken of een kapsel te hebben waaraan elke ochtend meer dan vijf minuten werk is. Hetzelfde geldt voor een boek uitlezen dat je niet kan boeien. Leg het weg. Er zijn er veel te veel die wel de moeite zijn.
  2. Ouder worden is confronterend, maar het alternatief is nog veel erger: niet ouder worden. Daarom probeer ik er elk jaar dankbaarder om te zijn dan angstig of gechoqueerd. Er zijn er heel wat die wilden dat ze geraakt waren waar wij nu zijn. Dus hoera voor vijfendertig, begot!
  3. Als het geen “hell yes” is, dan is het meestal beter neen.
  4. Angst, wanhoop en kakdagen horen even hard bij een goed leven als euforie, optimisme en zekerheid. Dirk De Wachter kan dat veel schoner en met een dieper stemgeluid zeggen dan ik, maar we hebben allebei gelijk.
  5. Als het flets smaakt is de kans groot dat er te weinig zout in zit. Voeg meer zout toe.
  6. Vergeet “work more so you can shop harder”. Denk eerder “Make yourself rich by making your wants few“, om het met de woorden van Henry David Thoreau te zeggen. En in dezelfde categorie: minder hebben is veel simpeler dan beter organiseren.
  7. Als iedereen zichzelf graag zou leren zien ligt er een miljardenindustrie op haar gat. Vanuit die richting moeten we dus geen beterschap verwachten, content leren zijn met wie we zijn zal van onszelf moeten komen. En is volgens mij honderd keer belangrijker dan voldoen aan het schoonheidsideaal van het moment.
  8. De tijd nemen om te weten met welke kleren je staat loont zo hard de moeite. Om een persoonlijke stijl te ontwikkelen en niet slaafs de mode te moeten volgen als een kip zonder kop. Het mag dan misschien oppervlakkig klinken, maar hoe je je kleedt verandert hoe je je voelt. Ik kan het weten. Nadat ik mezelf jaren heb weggestoken in wijde grijze dingen ging ik kleur en strak dragen, en maatje, ik ben dezelfde niet meer. Het maakt je keuzes ook zoveel makkelijker. Ik vind sowieso dat we te veel beslissingen moeten nemen op een dag. Weten dat je dat rek met zalmroze kleren gewoon kunt overslaan tijdens het winkelen is al heel wat.
  9. Vroeger lukte het ook. Iets dat ik mezelf inprent als ik een of ander zot snufje wil kopen dat ik echt nodig heb of twijfel aan mijn opvoedingstactieken en of ik wel een goede moeder ben en en en. In de tijd van onze moeders deden ze het met zoveel minder. Mijn schoonmama woonde een tijd in een huisje zonder stromend water met vier kleine kindjes. En het lukte ook. Als zij het kon, dan ik ook.
  10. Hoe zwak het ook voelt om ergens hulp voor te moeten vragen, geen hulp durven vragen is nog zwakker.
  11. Soms is therapie het mooiste cadeau dat je jezelf en je omgeving kunt geven. Een warm bad en een nacht slaap kunnen veel oplossen, maar niet alles. Een wandeling in de natuur doet wel zo goed als altijd ergens deugd.
  12. Je bent nooit helemaal klaar voor kinderen. Andere mensen ook niet.
  13. Boeken zijn van het meest geweldige dat er bestaat. Ik ben ook fan van broodroosters en het internet, zoals je kunt zien, maar boeken, jongens.
  14. Schrap guilty in guilty pleasures. Er is niks guilty of fout aan zot zijn van Bon Jovi of Marco Borsato. Het is niet omdat iemand anders voor een hele groep mensen heeft beslist dat Bon Jovi niet oké is dat hij voor jou niet een gigantische bron van plezier kan zijn in dit aardse bestaan. Own it, zeg ik, die liefde voor John en Marco. Doe jezelf en John en Marco geen oneer aan door het guilty te noemen. ‘Ik leef niet meer voor jou‘ is in mijn wereld op het juiste moment een Pleasure met hoofdletter P. Als ik me daarvoor begin te verontschuldigen ben ik niet eerlijk tegenover mezelf en tegenover Marco.
  15. Zij die het snappen snappen het al lang en zij die het niet snappen gaan het waarschijnlijk ook deze keer niet snappen. Ik ben gestopt met mijn keuzes uit te leggen of in discussies per se mijn gelijk te halen. Al die verloren energie die ik daarmee heb opgestapeld in alle jaren waarin ik het wel deed, ik mag er bijna niet aan denken. Nog zo een: het besef dat niemand al ooit van mening veranderd is door iets dat hij op internet heeft gelezen. Daarom probeer ik me ook niet meer te mengen in eindeloze discussies. Behalve over borstvoeding krijg ik het niet afgeleerd. Maar ik bijt op mijn tong en zit op mijn handen. En faal. Miserabel.
  16. Wie tegen jou roddelt roddelt ook over jou. En op je eerste werkdag is het altijd interessant om te zien wie ook vriendelijk is tegen de poetsvrouw.
  17. Vergelijken is zelden een goed idee. Jij kunt net superveel moeite gestoken hebben om van nooit lopen naar vijf kilometer aan een stuk lopen te geraken, om dan iemand te kruisen die bezig is aan een achterwaartse dubbele marathon met een koelkast op zijn voorhoofd gelijmd.  Het maakt niet uit. Andere mensen, andere verhalen. Boeiend, maar ze mogen nooit een reden zijn om te denken dat jouw weg belachelijk, schaamtelijk of het vermelden niet waard is. We vergelijken allemaal onze rommelige kelder met een ander zijn etalage. Dit. Altijd weer dit.
  18. De beste manier om voor iedereen goed te doen is niks doen, niks zeggen en niks zijn, sprak Aristoteles. Aristoteles was een slimme gast.
  19. De beste manier om je ambetant te voelen is nadenken over het verleden, de beste manier om angstig te worden is nadenken over de toekomst. Het maakt allemaal niks uit.
  20. Hoe vaker je iets doet, hoe minder stress je hebt. Autorijden. Spreken voor publiek. Posten op je blog. Het vliegtuig nemen. Koen Wauters interviewen.
  21. Er zitten maar vierentwintig uren in een dag. En je kunt jezelf wel wijsmaken dat het niet zo is, het blijft zo: voeg er iets aan toe, en er is minder tijd voor iets anders. Overal ja op zeggen is dus een beetje dom. Het goede nieuws is: je moet niet altijd uitleggen waarom je neen zegt. Je mag ook gewoon neen zeggen, zonder meer.
  22. Soep met brood is ook een maaltijd.
  23. Het is nooit te laat om ergens mee te beginnen. Het beste moment om een eik te planten was dertig jaar geleden, maar het tweede beste moment is nu. Hetzelfde geldt voor een blog beginnen, een boek schrijven, sporten of stoppen met roken. We vertellen onszelf zoveel verhalen over wat we nog kunnen doen en wat de moeite niet meer is, maar die verhalen zijn vaak ook niet meer dan dat: verhalen. Die misschien niet kloppen, als je er wat langer over nadenkt.
  24. Iedereen hoort graag dat hij iets goed doet. Ik moet toch nog de eerste tegenkomen die daar niet content mee is. Ik probeer zo vaak mogelijk aan mensen te laten weten dat wat ze doen mij op een aangename manier is opgevallen. Door een mail te sturen naar de schrijver van een blogpost of artikel. Door te zeggen dat ik dankbaar ben voor de snelle dienstverlening. Door een compliment te geven dat ze niet hadden zien komen. Ik doe het nog niet genoeg, maar ik werk eraan. En ik word zelf ook altijd blij van de reacties terug, dus win win.
  25. Een diploma stelt veel minder voor dan ik ooit dacht. Het talent om kansen te zien als ze zich voordoen en de goesting om te ondernemen schat ik tegenwoordig zowat tien keer hoger in. Net als de goesting om te blijven leren.
  26. Een ontbijtbuffet is een van de simpelste manieren om even heel content te zijn.
  27. Niemand anders denkt zoveel na over jou als jijzelf. Er staat geen spotlight op je gericht. Andere mensen zijn vooral bezig met zichzelf. Chill.
  28. Een leven zonder grote problemen of drama’s is geen recht. Het is hoerenchance.
  29. De persoonlijkheidskenmerken waaraan je je stoort bij anderen zijn vaak de dingen waaraan je je het meeste stoort bij jezelf. Serieus. Check het.
  30. Als een zin begint met “ik wil niet zagen maar…” dan volgt er waarschijnlijk gezaag. Hetzelfde met “ik wil me niet moeien maar…” en “ik weet dat het mijn zaken niet zijn maar…“.
  31. Bij een compleet gebrek aan overzicht is even gaan neerzitten met een stylo en een blad papier altijd een goed idee. In dezelfde categorie kan een weekmenu je leven gigantisch vergemakkelijken. Spontaan zijn is top, maar wat het avondeten betreft mag het voor mij ook gewoon wat minder spontaan.
  32. Je moet een emmer zand eten voor je groot bent. Iets dat ik van de oude buurman van mijn oma heb geleerd en nooit ben vergeten. Hij gebruikte het in de jaren tachtig al als mensen fopspeentjes probeerden schoon te maken die op de grond waren gevallen. Ik gebruik het nog altijd als ik geen zin heb om mijn hele huis met Dettol te reinigen of als ik een van mijn kinderen iets van de grond zie oprapen en in hun mond steken. “Je moet e seule zand eetn vo daj growt ziet!“.
  33. Je kunt niet alles oplossen, maar je kunt altijd luisteren.
  34. Geen betere manier om je huis proper te houden dan de ABC-regel. Ofte “Always Be Carrying“. Als ik van de ene ruimte naar de andere moet check ik altijd of ik iets kan meenemen. En meestal is dat het geval.
  35. Mijn waarheid is niet per se een ander zijn waarheid. Het kan dat je dit lijstje gelezen hebt en niet bent gestopt met knikken, en het kan dat je vooral hebt gefronst. Zeer benieuwd naar wat jullie hebben geleerd, ondertussen. Comments of eigen blog, ge weet ze te vinden!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Hoe ik voel dat ik erover ga

IMG_1131Deze maand neem ik op mijn Facebookpagina deel aan de #augustbreak2016 fotochallenge van Susannah Conway. De opdracht van dinsdag was “Red”, en dus postte ik ’s avonds de foto boven dit stukje met onderstaand bijschrift:

RED* Hoe vermoeider de moeder, hoe roder haar maaltijden. Easy one pot pasta met tomatensaus all the way voor zij die de laatste weken een beetje het gevoel heeft niks anders te doen dan pampers te verversen en mee te gaan naar het toilet. ‪#‎respectvoordezorgsector‬ ‪#‎augustbreak2016‬ ‪#‎red‬ ‪#‎withextracheese‬

Therapie volgen heeft mij tot bergen inzicht gebracht. Niet in het minst wat mijn alarmsignalen betreft. Vroeger ging het zo: ik deed en deed en deed maar op, en plots, zonder dat ik het had zien aankomen, stond er een muur voor mij waar ik met een doodsmak tegenaan knalde. Om dan de volgende weken murw voor me uit te zitten staren omdat ik niet kon snappen wat er gebeurd was. Alles ging toch super? Het was toch gewoon druk, maar ook leuk? Waar kwam die muur dan ineens vandaan?

IMG_0659

Ondertussen heb ik geleerd dat ik oog moet hebben voor de kleine struikelblokken die die muur al van ver aankondigen, als ik er maar op let. Regelmatige hoofdpijn is er een van. Mijn doos Dafalgan forte die er snel doorgaat moet dan een belletje doen rinkelen. Rare dromen, nog zo iets. Geen zin meer hebben om na te denken over dingen waarover ik eens een beslissing zou moeten nemen, wegens hardnekkige mist in mijn hoofd. Maar ook en bovenal het verwaarlozen en laten vallen van de activiteiten die me eigenlijk energie geven.

Als ik over mijn grenzen begin te gaan en mezelf begin uit te rekken dan kom ik steeds weer in dezelfde straatjes terecht. Dan heb ik plots totaal geen zin meer in koken, terwijl ik anders zo hard kan genieten van een nieuw recept proberen of gewoon wat groentjes staan snijden in mijn keuken. Dan raak ik geen kookboek meer aan, maar zou ik het liefst elke avond afhaalmaaltijden halen of een blik ravioli opentrekken. Geen fruitsla meer ’s ochtends, maar makkelijke boterhammen of ontbijtgranen of alles waar ik weinig of geen moeite voor moet doen. Geen verse groenten meer, maar bokaals. Of geen groenten. Whatever. Ver weg van hoe ik doorgaans probeer te koken en leven, en net daarom een van de eerste tekenen dat ik mezelf voorbij hol.

Niet meer lezen is er nog zo een. Niet meer bloggen net zo, nu ik erover nadenk, dus dat was al geen goed teken aan het begin van de vakantie. Geen zin meer hebben om te gaan lopen. Bleh denken als iemand vraagt om nog eens af te spreken, omdat ik dan uit mijn huis moet komen en mijn best moet doen om er iets van te maken. Als ik moe ben, en te veel van mezelf heb gevergd, dan begin ik juist alle dingen te schrappen die me erbovenop zouden helpen.

Gelukkig weet ik dat ondertussen, en heb ik het steeds sneller door.

De afgelopen weken waren er van fulltime voor de kinderen zorgen, mijn huishouden proberen te beredderen en me druk maken over de extra maand van geen inkomen vlak na mijn zwangerschapsverlof omdat de crèche een maand bleek te sluiten en ik dat pas laat wist. Lees: de kans bestaat dat ik de avond dat ik het hoorde geweend heb. Niet omdat ik geen maand bij mijn dochter wilde zijn, wel omdat ik gespaard had om drie maanden bij haar te kunnen blijven en niet had gerekend op vier maanden, na amper vier weken van kunnen heropstarten. “If you can not get out of it, get into it”, sprak Gretchen Rubin net voor ik eraan begon in haar geweldig aan te raden Happier podcast, en dus deed deze kleine zelfstandige dat zo goed en kwaad als ze kon. Gelukkig ook met behoorlijk wat hulp van mijn teerbeminde echtgenoot, in de weken dat hij verlof had, en de mogelijkheid om al eens eentje van de twee een paar uur uit te besteden aan een lieve opa of schoonzus.

IMG_0259

Ik heb me erop gesmeten, en het al bij al goed doorstaan, maar ik voel dat ik dringend nood heb aan ademruimte en wat tijd voor mezelf. Tijd om een koffie te drinken zonder dat iemand komt zeggen dat hij honger heeft, pipi moet doen of gevallen is. Tijd om door een tijdschrift te bladeren zonder dat er een volle pamper roept, een yoghurt uit de koelkast moet gehaald worden of iemand mij vraagt waarom de “team rex” de koning van de dino’s is en niet de brachiosaurus, want die is toch groter? Tijd om te schrijven, projecten op te starten waar ik al lang weer aan begonnen diende te zijn, me weer op de arbeidsmarkt te begeven zonder dat ik daar bijna onmiddellijk weer mee moet stoppen.

Nog een goede week, en dan valt alles hier in een vakantieritme waarbij Flo vier dagen per week naar de crèche gaat en Dexter drie dagen naar de opvang en een dagje naar opa. En dan is het in een rechte lijn naar september, de maand waarvoor ik me heb voorgenomen om door middel van naschoolse opvang en andere ingrepen weer wat meer op mijn strepen te staan wat werkuren betreft, zodat er niet nog van alles op me afkomt als de kindjes in bed liggen. Leuk dat het kan, maar mijn schuldgevoelens zorgen er te vaak voor dat ik er vooral zelf keihard het slachtoffer van word.

Bedankt dus aan de alarmsignalen.
Als die er niet waren, dan bleef ik vast weer gaan tot er plots een keiharde verrassingsmuur tegen mijn gezicht knalde. En dat is al net een keer te vaak gebeurd.

Lange disclaimer: ik weet uit ervaring dat dit soort posts vaak verschillende (en doorgaans goedbedoelde) reacties uitlokt. Gaande van ‘geniet toch van je kinderen zolang ze klein zijn, het gaat allemaal zo snel’ over “ik zou willen dat ik thuis KON blijven met mijn kinderen! Stel je voor dat je een baas had!”.  Ik wil het de komende tijd op mijn blog al eens hebben over op de rem staan, durven toegeven dat sommige dagen voelen als maanden, hulp inschakelen waar het kan, en daar niet beschaamd om zijn. En ja, ondertussen geniet ik wel van mijn kinderen als het me uitkomt, maar dat is niet de boodschap die ik met deze posts wil meegeven of het onderwerp dat ik bespreekbaar wil maken

Deze posts zijn er niet om te bewijzen hoeveel zwaarder mijn leven is dan dat van iemand anders. Ik weet zeker dat er alleen al in mijn lezerspubliek heel wat mensen zitten die voor nog veel grotere uitdagingen staan dan ik. Dat neemt niet weg dat ik soms moe ben. Dat neemt niet weg dat veel mensen het soms moe zijn, ook al hebben ze het makkelijker dan heel wat andere mensen. Erover spreken zorgt soms voor opmerkingen als “ge kunt niet alles hebben”. “Ik heb ook geen tijd om te lezen, maar dat komt wel terug”. Allemaal waar, maar sommige mensen verliezen elke vorm van zelfzorg als ze in een nieuwe rol terechtkomen. Het moederschap is er daar een van, en ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat het moment waarop ik mezelf bij Dexter had wijsgemaakt dat ik alleen nog moeder mocht zijn en vooral niet mocht klagen het moment was waarop ik mezelf verloor. Die fout heb ik bij Flo niet meer gemaakt, en daar heeft zij een veel blijere en ook beschikbaardere moeder voor gekregen. Die nu weer dringend wat tijd voor zichzelf moet reserveren als ze dat zo wil houden.

Nog iets dat ik heb geleerd: als het voor jou zwaar is, dan is het zwaar. Los van of iemand anders vindt dat je het wel heel snel zwaar vindt, of dat een ander het veel zwaarder heeft. Als jij vindt dat je een huilbaby hebt, dan heb je een huilbaby, ook al huilt hij volgens anderen niet genoeg om een huilbaby te zijn. Als jij vindt dat je doodop bent, dan ben je doodop, ook al vindt een ander dat je niet te klagen hebt.

Is het iets dat jullie herkennen? Geeft jullie lichaam jullie signalen, en slagen jullie erin om die op tijd op te pikken? En nog interessanter: wat doen jullie als dat het geval is? 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Een rustige comeback en wat dienstmededelingen

zomer2016Het plan was om deze zomer een break te nemen en eens goed na te denken over het hoe en wat van deze blog, om er dan in september keihard in te vliegen met een fris hoofd en kraakverse ideeën. Maar toen ik vorige week besefte dat ik eigenlijk nog altijd compleet geen tijd had gehad om na te denken over mijn blogtoekomst, laat staan over zotte rubrieken of innovatieve projecten, bedacht ik me dat ik een nog veel beter plan heb: er wat minder over nadenken.

De druk niet opbouwen om in september met iets van enig niveau te komen, maar gewoon nu al op het gemak herbeginnen, zonder druk. Mezelf niet opleggen om drie keer per week iets te schrijven, maar bloggen als er iets opborrelt. Dat wil zeggen dat het sommige weken wreed gaat borrelen en andere amper, maar dat geeft niet. Niks geeft, want ik vind het al straf dat ik ertoe kom om nog eens te bloggen, na enkele weken stevig thuisblijfmoederschap in het gezelschap van mijn bloedjes. Het was intensief met heel wat dagen die omstreeks vijf uur ’s morgens uit de startblokken schoten, maar ik heb er ook wel van genoten. Zie de collage hierboven voor de momenten die voldoende idyllisch waren om op de gevoelige plaat vast te leggen .

IMG_0134 blogboekv2IMG_0309 IMG_0319

En qua drukte zitten we alleen maar in stijgende lijn.
Richting een najaar zonder veel gaten.
Wat me naadloos bij wat dienstmededelingen brengt.

  • We hebben een stuk grond gekocht. Een wondermooi stukje Westhoek met uitzicht op weilanden en koeien, op een kilometer of drie van onze huidige crib. Een stuk dat volgens ons ideaal is om de crib zoals wij hem in gedachten hebben uit de grond te doen rijzen. Misschien wordt het hier de komende tijd wel een bouwblog met stukken als “Vijf redenen om te investeren in een warmtepomp (de vierde zal je verbazen!)“. Misschien ga ik hier wel bloggen over hoe ik beter notaris was geworden in plaats van journalist, wegens duizend keer meer betaald per op papier gezet woord. Of misschien wordt het ook niks van dat alles. In elk geval: wij gaan een huis bouwen en zijn zotcontent en een beetje zenuwachtig omdat we er eindelijk aan kunnen beginnen.
  • Er komt een nieuw Blogboek. De vorige druk was al een hele tijd volledig uitgeput (wat voor heel wat wanhopige mailtjes uit Nederland en België zorgde van mensen die hem wilden en echt nergens meer konden krijgen). Keischattig vaneigens, maar ook behoorlijk frustrerend, omdat het mooie papier en de manier van drukken een herdruk erg prijzig maakten. Omdat de vraag bleef ga ik nog dit jaar een nieuwe en verbeterde versie schrijven voor 2017. Met nieuwe hoofdstukken en aanvullingen die ervoor moeten zorgen dat het niet leest alsof er ondertussen twee jaar zijn overgegaan. Ook de lay-out wordt nog eens herbekeken. Suggesties zijn welkom, hieronder of in mijn mailbox. Het Blogboek verschijnt omstreeks maart 2017 bij Uitgeverij Vrijdag, en zal ook veel vlotter te krijgen zijn in Nederland. Hoera!
  • Ik ben nog altijd aan het lopen. En het plan is nog steeds om in oktober deel te nemen aan een urban trail van een kilometer of acht door Ieper. Het zou moeten lukken, ook al sukkel ik weer wat met blessures. Ondertussen liep ik al eens iets meer dan zes kilometer aan een stuk door, een absoluut levensrecord, en hoop ik mijn tempo van drie keer lopen per week te kunnen blijven aanhouden. Ik heb er in elk geval deugd van, en het is ondertussen ook ernstig te zien op de weegschaal dat ik mijn gat een maand of twee geleden van de zetel heb weten te stampen.
  • Ik blijf ondertussen ook gewoon freelancen. Niet dat er ooit sprake was om ermee te stoppen, maar er staan dus ook op dat vlak weer een hoop fijne dingen op stapel waar ik erg naar uitkijk. Ik zou dus maar De Standaard Magazine blijven kopen, en niet enkel omdat het het fijnste magazine ooit is, maar ook omdat ik er van alles voor aan het maken en uitdokteren ben.

Het wordt dus in combinatie met bloggen en mijn kindjes en echtgenoot voldoende aandacht geven vooral kwestie van er niet over te gaan, dit najaar. Ik ga mijn grenzen extra hard moeten bewaken om het allemaal leuk en leefbaar te houden, mezelf kennende, maar je grenzen bewaken en afbakenen is hip, dus there goes.

Waarmee ik dus eigenlijk gewoon lang heb gezegd wat ook heel kort kon: ik blijf gewoon bloggen. Met plezier zelfs. En ik ben bij deze herbegonnen.

Welkom terug!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Vijf heerlijke boeken voor op vakantie (en een aankondiging)

vakantieboeken2016

Hij komt nu wel erg dichtbij, die zomervakantie, dat besefte ik toen ik een mail kreeg van lezeres Emilie om te vragen of ik nog eens een blogpost over vakantieboeken kon doen. En oké, ik besefte het ook toen ik de negen weken in mijn agenda zag staan waar een oplossing voor gevonden moest worden. Maar goed, lezen dus, in de vakantie. Ik vind zelf niet dat een goed vakantieboek van de vederlichte Sophie Kinsella-achtige soort moet zijn. Niks tegen Sophie Kinsella, maar in de vakantie hou ik net als anders van boeken die me in hun greep weten te houden, en niet al te lichtvoetig zijn. U bent dus gewaarschuwd: de boeken in mijn lijstje zijn niet uitgekozen op basis van hun hap-slik-weggehalte. Maar ze zijn wel goed. Om niet te zeggen supergoed, maar dat is een persoonlijke mening waarvan ik besef dat die evenveel waard is als zowat elke persoonlijke mening: weinig.

  • Het Smelt van Lize Spit: ik weet het, uw moeder heeft u gewaarschuwd: wees voorzichtig met hypes etc. Ik heb ook al gemerkt dat mensen die vanuit de hypegedachte aan dit boek beginnen het meestal ernstig vinden tegenvallen. Terwijl je er natuurlijk gewoon aan moet beginnen vanuit de gedachte dat dit het debuut is van een schrijfster die nog een stuk jonger is dan ikzelf (en ik ben nog zo jong!), en wat mij betreft zeer terecht wordt bejubeld. Lize Spit heeft een zeer goed boek geschreven. Ik las het op een weekend uit vlak voor Flo werd geboren, en ik vond het een cadeautje, maar dan zo eentje met een zwart lint rond. Het wringt, en het trekt en het nijpt, en is tegelijk zo herkenbaar. Het dorp waarin het verhaal zich afspeelt ligt in de Kempen, maar voelt bij momenten erg als het dorpje V., waarin ik opgroeide. Misschien omdat het hoofdpersonage Kwakies uit de Aldi eet, en er miniatuurfopspeentjes aan haar rugzak hangen. Misschien omdat er mannen aan de deur komen die haar luchtfoto’s van haar huis proberen aan te smeren. (“Uit de flard die ik opving bleek ons eigendom zelfs in vogelvlucht niet meer dan een verzameling halvelings uitgevoerde plannen”) Ik hield ervan.
  • A Little Life van Hanya Yanagihara: ik kan er niet over zwijgen, het spijt me. Dit is geen boek waar je vrolijk van wordt, maar wat mij betreft is dat geen vereiste, zelfs niet op vakantie. Niet in je koffer stoppen als je alle miserie van de wereld wilt vergeten, wel meenemen als je geraakt wilt worden tot in het diepste van je zwembroek. Ik krijg regelmatig de vraag of je hem in het Engels moet lezen, en neen, natuurlijk niet, niks moet. Ik hoor dat de vertaling ook zeer oké is, dus lees hem gerust in de vorm van “Een klein leven“. En misschien net als Het Smelt best op je e-reader zetten, want meer dan zevenhonderd pagina’s.
  • Us van David Nicholls. Geen nieuwke, maar ook dat is geen voorwaarde voor een goed vakantieboek, vind ik. Ik ben een geweldige fan van David Nicholls en zou geld geven om deze nog eens voor de eerste keer te kunnen lezen aan een zwembad met een palmboom boven mijn hoofd. Deze is dan ook de luchtigste van allemaal, en tegelijk is het verhaal ook weer helemaal niet zo luchtig. (wat raaskal je, vrouw) Maar wel zeer de moeite, zeker als je houdt van kijken naar mensen en dat soms zou willen kunnen tot in hun hersenkokers.
  • Gloed van Sandor Maraj. De meest uitdagende van allemaal, maar ik hield ervan met heel mijn hart. Het is een verhaal uit 1942, dat werd vertaald uit het Hongaars, en gaat over twee vrienden die elkaar eenenveertig jaar lang niet hebben gezien en om een of andere reden hebben afgesproken in een afgelegen kasteel waarin een van de twee woont. Een boek over unfinished business. Dit is zeker geen walk in the park qua leeservaring, maar ik genoot van elke bladzijde en bleef verbijsterd achter.
  • The World According to Garp van John Irving. Een herontdekking, maar wat voor een. Voor iedereen die deze nog niet heeft gelezen: doe uzelf een cadeau en neem het leven van T.S. Garp mee voor aan het zwembad. Ge zult het u niet beklagen, behalve op het moment dat ge afscheid moet nemen van de geweldige personages die het boek bevolken. Dat heb ik bij elk geweldig boek, dus daarvoor moet ge het ook niet laten.

Oh, en dan heb ik nog een kleine, maar niet onbelangrijke mededeling. Deze blog gaat even op zomerretraite. Even, het is te zeggen: een tijdje. Tot 1 september, meer bepaald. Zodat ik wat kan herbronnen, de tijd heb om mijn freelancersbestaan weer met manieren op de rails te krijgen, een paar weken vakantie kan nemen en eens op mijn gemak achterover kan leunen om na te denken over wat nieuwe rubrieken en thema’s.

Dit was dus de laatste post in een voor mijn doen behoorlijk lange tijd.
Ook voor mij is dat gek, maar ik voel dat het me deugd zal doen om even een stap terug te nemen.
So there: geniet van jullie vakantie, als die er is, bedankt voor alle fijne reacties en andere interacties, en heel graag tot in september.

Wie toch benieuwd is naar hoe het ons ondertussen vergaat: ik zit op Instagram en Facebook.
Ge moet er wel tegen kunnen dat ik geweldig veel foto’s van mijn loopschoenen post. Just sayin.

Tips voor andere fijne vakantieboeken zijn trouwens zoals steeds erg welkom in de reacties onder deze post. Lees ze!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren