Dexter spreekt XVII

IMG_9861

Mijn laatste werkweek voor de start van mijn zwangerschapsverlof bleek samen te vallen met de krokusvakantie. Dat zorgde ervoor dat het eigenlijk maar een halve werkweek meer werd, want werken en voor Dexter zorgen blijft een talent dat niet voor deze moeder weggelegd is. Het voordeel van dit alles is dat er behoorlijk wat werd aangevuld in mijn Evernote-documentje met uitspraken van Dexter. En ik ben er de vrouw niet naar om ze u te onthouden, dus ziehier:

  • Waarom heb jij eigenlijk kerstversiering aan?“. Dexter vindt mijn nieuwe halsketting er precies wat over.
  • Je moet hlittertjes aandoen. Dan ga je veel mooier zijn“. Aanwijzingen tijdens het schminken, gratis en voor niks.
  • Ik ga eens meten hoe lang jullie vinger is. Papa, van jou: 35 kielemeter. Mama, jij: één maand“.
  • Ik heb gebeld naar mijn zus. Ze wil naar het ziekenhuis omdat ze eruit wil“. *wijst naar de speelgoedtelefoon in zijn hand*
  • Wat is jouw werk?“. “Dingen schrijven“. “Mijn werk is kapot maken wat niet mooi is.”
  • Haha, ik heb een hik gelaten!“.
  • Ei! Wie laat er hier een toet?“. Een auto claxonneert.
  • Hebben eeliums veel ogen?“. Als in aliens.
  • Zijn je kaka’s langer als je worst gegeten hebt?“.
  • Eten honden knieën van dieren?“.
  • Meisjes hebben een streep, en jongens hebben een poepstreep“.
  • Papa, ik wil eftjes op Youtube en anders snij ik je hoofd af met een heel scherp mes“.
  • “Is die film van in Ieper?”. Als in: is het in het Nederlands?
  • Kijk mama, Jules kijkt naar de televisie!“. “En heeft Jules ook honger?“. *rolt met ogen* “Dadis wel geen echten hé.” Dexter heeft de klaspop mee naar huis.
  • Cookie Monster woont in de Sijselstraat he mama“. Zo ongeveer.
  • Weet je wat dat is, een chocosnoot? Een kokosnoot met choco in! Hahahaha!“.
  • Papa, jij moet mij dragen.” “Omdat je moe bent?“. “Maar neen, omdat ik twee spullen in mijn hand heb“.
  • Papa! Kijk hoeveel ketchup mama op haar boterham doet!“. Ik zweer dat het frambozenconfituur was, meneer de juge.
  • Maar mama, je moet daar toch niet bang voor zijn, dat is toch niet zoals spoken?“. Ik zei dat ik bang was dat hij snel weer honger zou krijgen omdat hij niet veel gegeten had.
  • Maar ik ga dan supersnel mijn tanden poetsen hoor“. Dexter legt uit waarom hij nog een snoep mag.
  • Dat kan gebeuren hoor papa“. Youri laat iets vallen in de keuken.
  • Mama, jij moet dat hier maar allemaal opruimen want jij bent groot“. *mama trekt een wenkbrauw op* “En ook heel sterk“.

Nog meer Dexter spreekt? Hier staan ze allemaal.

lilith geeft weg: #oprechtekaartjes

IMG_5988

Het is een herinnering die ik zowel heb van in de periode dat mijn mama ziek was als dezelfde periode met mijn schoonmama. In beide gevallen wisten zij heel snel hoe de situatie zat. Mijn mama ging na maanden van steeds erger wordende hoofdpijn onder de scanner en bleek uitzaaiingen in haar hersenen te hebben die van een tumor op haar longen kwamen (situatie: niks meer aan te doen), mijn schoonmama kreeg plots kleine zwellingen in haar hals, die uitzaaiingen in de lymfeklieren vanuit een tumor op de longen bleken te zijn (situatie: niks meer aan te doen). Zowel mijn mama als mijn schoonmama beslisten om van in het begin open kaart te spelen en aan hun omgeving te vertellen hoe het zat. Dat genezing geen optie was, de tijd die er nog was zo comfortabel mogelijk maken wel.

In beide situaties waren er kaartjes, en in beide gevallen waren er kaartjes waar “spoedig herstel” of “veel beterschap” opstond. Hoe goedbedoeld ook, die deden pijn. Mijn moeder werd er een beetje opstandig van, had bijna zin om een kaartje terug te sturen met “er komt geen beterschap”. Mijn schoonmama leek er rustiger onder te blijven, maar ik herinner me een gesprek waarin ze zei dat ze dat nog een van de meest vermoeiende dingen vond, voelen dat mensen weigerden om te geloven dat ze echt niet meer beter kon worden, en omgaan met dat soort verwachtingen terwijl ze zelf al afscheid aan het nemen was.

Het was slechts één van de redenen dat ik het een leuk idee vond om tijdens mijn jaar meterschap van ’t Eén en ’t Ander, het cadeauwinkeltje van het Psychiatrisch Ziekenhuis Ieper, aan de slag te gaan met enkele patiënten rond oprechte kaartjes. Kaartjes die het zeggen zoals het is, ook al is zoals het is dat je niet altijd goed weet wat te zeggen. We zaten samen met een paar vrouwen die omwille van psychische kwetsbaarheid in behandeling zijn, dachten na over de kaartjes die ze kregen en hadden willen krijgen, wat dat met hen had gedaan, wanneer ze er iets aan hadden en wanneer net niet. We vertrokken vanuit de gedachte achter de empathy cards van Emily McDowell, maar slaagden er toch in om er onze eigen draai aan te geven. Op de achterkant staat ook telkens een stukje van het verhaal van de maakster van de kaart.

IMG_6003

Gisteren lag het resultaat in de winkel, en ik ben zeer trots op wat we gemaakt hebben, en meer nog: op de vrouwen die er hun schouders onder hebben gezet en zich hard hebben ingespannen om hun verhalen te delen en ermee aan de slag te gaan. Dat was niet makkelijk, maar ze deden het, en ik was dan ook een bijzonder fiere meter gisteren.

Om de lancering van de kaartjes te vieren mag ik vijf pakketjes met elke keer zes kaartjes verloten onder mijn lezers. Het enige dat je hoeft te doen is hieronder in de reacties zetten naar wie je je eerste kaartje zou willen sturen, en dan verloot ik vrijdag om 12 uur de winnaars. Veel succes! (mocht je niet winnen: ze zijn ook hier te bestellen)

Update: alle winnaars werden verwittigd via mail. Ik probeer straks op enkele vragen in de reacties te antwoorden.

lilith heeft een mening (over af en toe geen mening hebben)

geenmening

Mijn moeder heeft me jaren geplaagd door op de meest idiote momenten het zinnetje “En wat vind jij eigenlijk van de televisie en de telefoon?” op te werpen. Dat zat zo. Toen ik ongeveer vijftien was had ik een soort van occasioneel lief van wie de voornaamste kwaliteiten zijn lang blond haar en zijn uitgesproken meningen over van alles en nog wat waren. Bij elke mening over politiek of religie of een ander ethisch hangijzer zwijmelde ik me te pletter, maar mijn moeder was minder onder de indruk. Toen de jongen waarvan sprake op een nacht aan een toog naast mijn ouders belandde en als openingszin het filosofische “En wat vind jij eigenlijk van de televisie en de telefoon?” gebruikte, toen moest mijn moeder daar zo hard om lachen dat ik het nog jaren heb mogen horen. Dat ik zeker zou trouwen met een wereldverbeteraar met lang haar en sandalen die over alles een tegendraadse mening had. Haha. Kelly toch.

Als ik me bedenk hoe vermoeid ik de laatste tijd word van een overdaad aan meningen dan is dat eigenlijk wel een zotte herinnering om in mijn binnenzak te hebben zitten. Waarschijnlijk stopte ik omwille van die vermoeidheid meer dan een jaar geleden met mijn persoonlijke Twitter- en Facebookaccount. De meningendiarree, die voor de komst van sociale media nog beperkt bleef tot af en toe een vox pop in het journaal of een blogpost (mea culpa!) werd me plots teveel. En het is er niet beter op geworden. Soms lijkt het alsof iedereen over alles een mening heeft. Benito Raman. Vluchtelingen. De turteltaks. Het onderwijs. Eurosong. Dezelfde mensen die iets dringends te verkondigen hebben over een para met een zak van de Rituals in zijn hand menen zich de volgende dag een expert ter zake te mogen noemen wat betreft het oeuvre van David Bowie, de brandstofprijzen en de komst van Uplace. Want oh ja, Uplace. De micro is voor iedereen, als het even kan in 140 tekens en liefst nog minder. De meningen hoeven niet slim of goed uitgewerkt te zijn, er hoeft eigenlijk niet eens langer dan een halve seconde over nagedacht te zijn, ze zijn er gewoon, en dat is al lang goed genoeg.

Ik begrijp het ergens wel. Er was een tijd, niet eens zo gek lang geleden, waarin ik het ook van mezelf verwachtte, dat ik overal een mening over kon formuleren. Dat ik dacht dat het me extra intelligent en capabel maakte, dat ik die en die maar dat en dat vond en die beslissing maar niks en die andere geweldig en over elk krantenartikel wel iets te zeggen had. Ik zat in een journalistieke opleiding waarin dat ook werd gestimuleerd. En wat vind jij daarvan, Kelly? Niet makkelijk om die reflex af te leren, maar ik heb het gevoel dat het me steeds beter lukt.

Het ding is: ik heb op zich niks tegen het hebben van een mening, of tegen kritisch zijn. Alleen is het volgens mij niet mogelijk om over alles een mening te vormen zonder dat je over wat fundament of een vleug expertise beschikt. En als dat niet meteen zo is, dan is het echt geen schande om even te zwijgen of iets te laten passeren. Om het over te laten aan de mensen die er wel iets over te zeggen hebben, die er wel in slagen om iets aan de discussie toe te voegen, die de geschikte man of vrouw op de juiste plaats zijn om eens echt een nagel met koppen te slaan. Ik ben geweldig geïnteresseerd als een expert iets vertelt over iets dat mij interesseert. Ik ben steeds minder geïnteresseerd als weer maar iemand die gisteren nog dertien meningen heeft gegeven over dertien verschillende random onderwerpen vandaag met zijn veertiende komt aanzetten over weer iets compleet anders.

Daarom hou ik zo van Youri. Mijn moeder zou er nogal versteld van staan, over hoe weinig meningen de man waarmee ik uiteindelijk ben getrouwd heeft. En eigenlijk bedoelde ik geeft, maar ik ben een West-Vlaamse, my bad. Het is heerlijk en verfrissend hoe weinig verontwaardiging hij op een dag uit, hoe dikwijls hij “elk verhaal heeft twee kanten” zegt als de ganse wereld zich zot druk maakt over iemand die op Facebook een erg persoonlijk gekruid verhaal viraal laat gaan dat dan inderdaad twee dagen later -sapristi- een andere kant bleek te hebben. Daarom had ik onlangs nog zin om de man van mijn vriendin te knuffelen (ik heb me ingehouden, V., maar het was lastig), omdat ik hoorde dat hij op een feestje een vrouw die over alle genodigden een mening had stil kreeg met de goddelijke woorden “Goh ja, madam, elk huisje heeft zijn kruisje, zekers?“. Ik hou ervan. Elke dag een beetje meer.

Steeds vaker denk ik: dat zijn eigenlijk mijn zaken niet. En ook: ik heb vast nog nooit in mijn leven iemand van gedacht doen veranderen door mijn mening te verkondigen. Laat ons eerlijk zijn: er is gewoon te veel. En het is niet omdat Google een nieuw logo heeft dat je daar per sé iets van moet vinden, laat staan zeggen. Laat het los, let it go, denk ik steeds vaker. Zet een kopje thee. Drink ervan zonder daar per se iets van te vinden. Mindfulness, maar dan zonder mening over mindfulness. De zaligheid van dat alles.

En neen, het is niet zo dat ik vind dat alles ons daarom koud moet laten. Hell no, zelfs. Het is dat ik vind dat ook niet alles ons even vijf seconden het gevoel moet geven dat we in actie treden, door vanachter onze computer even op wat toetsen te rammen en dan weer stil te vallen. Ik ben blij als mensen zich kwaad maken, want kwaad zet in beweging. Zolang we maar niet beginnen geloven dat een mening hebben genoeg is om iets essentieels aan een situatie te veranderen.

Disclaimer: deze blogpost bevat een mening over het wat vaker niet hebben van een mening, en hoe rustgevend dat kan zijn. Dat alleen al is dan weer zo ironisch dat zelfs mijn eigen hoofd er een beetje van ontploft, maar toch. Ik denk steeds vaker dat wat minder meningen hebben ons deugd zou doen. Dat is natuurlijk wel niet meer dan mijn mening. Want uiteindelijk: wat weet ik ervan?

lilith test: de Crock-Pot

IMG_3494

Sinds ik Marie Kondo heb leren kennen (en zeker sinds ik haar tweede boek heb gelezen, en dat nog veel beter en praktischer vond dan haar eerste) ben ik bijzonder weigerachtig om nieuwe voorwerpen de crib binnen te brengen. In de keuken ben ik waarachtig nog strenger: die is zo klein dat zelf een extra lepel in de bestekla me een claustrofobisch gevoel geeft. Geen kastenruimte genoeg, laat staan plek op het aanrecht. Mijn keuken, daar moeten vooral dingen uit, niet in.

Dus neen, ook niet die coole smoothiemachine die ik kreeg aangeboden om aan een test te onderwerpen voor mijn blog. Of die frisdranktap. Of dat ding om cake pops mee te maken, of hoe heetten die dingen weer die we al weer vergeten waren voor we cake pops konden onthouden? Ik bleef volhouden om neen te zeggen tegen alle voorstellen die ik kreeg, tot ik een mail kreeg van Stephanie. Of ik zin had om een Crock Pot te testen. Plots zag ik flashbacks van mezelf in de Walmart en de Target, tijdens een van onze road trips door Amerika, jaren geleden. Ik was toen al gebiologeerd door de toestellen, overwoog een hele tijd om er bij thuiskomst een te kopen, en deed het toen niet, want ik had geen plaats en wist niet of ik hem wel echt zou gebruiken. Ik had ook al een pan van Le Creuset voor stoofpotjes en dergelijke. Maar nu kreeg ik er dus een aan huis geleverd, en Stephanie zou hem komen demonstreren en zelfs eten maken voor ’s avonds. She had me at eten maken voor ’s avonds. Mijn weerstand was gebroken.

IMG_3679

Even voor de duidelijkheid: Crock Pot is een merk van slowcookers. Een slowcooker is een toestel dat je toelaat om op lage temperatuur over een langere tijd een eenpansmaaltijd klaar te maken. Dat doe je in een pot die je in een elektrisch verwarmingselement zet, in mijn geval met drie standen: hoog, laag, en warm houden. De knop ernaast is voor het kiezen van de gaartijd. Kook je op hoog, dan bereikt je pot sneller de maximumtemperatuur dan bij laag. Meestal staat een uur op hoog gelijk aan twee uur op laag.

Dat langzaam koken heeft als je het opzoekt een hoop voordelen: door de lage temperatuur zouden de voedingswaarden intact blijven (hoewel andere onderzoeken dit weer tegenspreken, dus ge hebt het niet van mij), je hebt zeer weinig vet nodig, de smaken krijgen de tijd om zich goed met elkaar te mengen. Allemaal goed en wel, maar het allerbelangrijkste leek voor mij dit: doordat de temperatuur zo laag is en alles zich zo op het gemak voltrekt hoef je niet in de buurt van het toestel te blijven. Meer nog: een slowcooker kun je perfect ’s morgens aanleggen, en als je een werkdag later afgepeigerd thuiskomt is je eten klaar. Kom je later thuis dan gepland, door een file of omdat er drie herfstblaadjes op de treinsporen gewaaid waren, dan springt het ding gewoon op warmhoudstand tot je er bent. “Set and forget“, noemen ze dat in het Engels. Ik was geboeid.

Mijn ervaring met de Crock Pot

Stephanie demonstreerde het toestel door er pulled pork in te maken, dat we dan ’s avonds mochten verorberen met koolsla en wat broodjes. Daar waren niet meer handelingen voor nodig dan het vlees kruiden, wat appelsap erbij in de pot gieten (ja, echt) en een uur of zes laten opstaan.
IMG_3507

Ondertussen ging ik naar een feestje op de school van Dexter, was ik lichtjes zenuwachtig dat mijn huis bij terugkeer tot op de grond zou afgefikt zijn, maar dat bleek nergens voor nodig. En ’s avonds hadden we zoals beloofd lekker eten, zonder dat ik er een moment naar had moeten omkijken. Dat scenario herhaalde zich in de weken die volgden met een heerlijke vegetarische curry, boterzacht stoofvlees, honey glazed worteltjes om duimen en vingers bij af te smikkelen, creamy mac and cheese, soep, spaghettisaus, en zelfs een volledige braadkip. Want je kunt dan wel niet bakken in een Crock Pot, je kunt de pot wel eerst op het vuur zetten om je stoofvlees of kip even een korstje te geven voor je hem terug in de cooker zet om te garen.

Werkt perfect, en het resultaat was altijd: lekker eten, dat heerlijk zacht was, en vooral: waar ik dus echt uren niet naar om moest kijken. Na een tijd had ik door dat het dus helemaal niet gevaarlijk is om je huis te verlaten als het ding opstaat. Er staat trouwens een veiligheid op zodat hij bij kortsluiting gewoon afslaat. En ook aanbranden of overkoken is mij geen enkele keer overkomen. Alles komt er altijd perfect uit zoals ik had gehoopt: zacht, warm, en met veel smaak. (o, en omdat ik weet dat de vraag zal komen: we zijn een tijdje geleden weer overgeschakeld van helemaal vegetarisch in de crib naar af en toe vlees en vis. Het was nodig. Mijn kookgoesting was zo dood na jaren alleen maar pasta met tomaten en champignons dat die beslissing misschien wel mijn huwelijk heeft gered. Nvdr.)

IMG_3731

 

Voordelen van de Crock Pot:

– je hebt een lekkere, warme maaltijd met een minimum aan inspanning. Meestal ben je niet langer dan tien minuten bezig met alles in een pot te doen, en daarna hoef je er niet meer naar om te kijken tot je ’s avonds een hongertje begint te kweken. Dat is echt zo gemakkelijk. Niks roeren, checken of het niet aanbakt of wel goed genoeg doorbakken is. En ben je een uur later klaar om te eten, dan is er ook niks aan de hand. Je eten blijft helemaal oké.

– het toestel verbruikt weinig energie, dus ook goed voor het milieu en je elektriciteitsrekening.

– je kunt er meer mee dan enkel stoofpotjes maken, en dus heb ik nog behoorlijk wat plannen. Als je ’s avonds je havermout opzet heb je ’s ochtends ontbijt, je kunt er brood en brownies in bakken, bonen in wellen en zelfs glühwein in maken, om maar een paar dingen te noemen.

– ik vind hem ook zeer handig in onderhoud, omdat er niks in kan aanbranden en het keramiek gewoon heel snel en simpel schoon te maken is.

Nadelen van de Crock Pot:

– je kunt hem niet gebruiken om je eten opnieuw in op te warmen (wegens te traag en dus niet voedselveilig), dus je moet het soms wel een beetje timen.

– je hebt tijd nodig. Als je binnen twee uur wilt eten en daar nu pas aan denkt dan heeft een slow cooker geen zin en gebruik je beter je gewoon fornuis. Slowcooken vergt een klein beetje meer planning, zeker als je volk hebt. Tegelijk: veel minder inspanning, eens je alles erin hebt gegooid. Dat zei ik zeker al?

– je kunt er niks in aanbakken, behalve als je de keramieken pot even op het vuur zet. Ik doe dat bijvoorbeeld ook om mijn uitjes even glazig te laten worden.

– het toestel neemt wel wat ruimte in, zeker als je er een hebt in het formaat dat ik heb. Zes liter, meerbepaald.

Conclusie na enkele maanden slowcooken:

Ondertussen heb ik mijn Crock Pot een paar maanden, en het moet gezegd: ik gebruik hem regelmatig. Zo regelmatig dat ik er – op de donkere dag waarop ik uit pure lompheid mijn glazen deksel in duizend stukken op de keukenvloer liet vallen- echt het hart van in was. Gelukkig is de service zo geweldig dat ik heel snel werd gedepanneerd, en als een kind zo blij was toen ik weer aan het slowcooken kon slaan. Om maar te zeggen: het is niet zo’n toestel dat ik even leuk vond en toen heel snel weer vergat. Ik vind het echt zeer zeer handig om in huis te hebben, en doordat hij zo groot is kan ik hem bijvoorbeeld ook perfect inschakelen als ik volk heb om te eten. ’s Morgens mijn ingrediënten voor een zalige chili sin of con carne erin, acht uur laten draaien, en als de gasten aankomen nog wat ovenaardappeltjes bakken of rijst koken en ik ben klaar. Machtig gemakkelijk, ook voor als ik binnenkort een diepvrieskookdag inlas om wat eten te hebben zitten voor na de bevalling.

Het internet bulkt ook van de recepten voor slow cookers (vooral Pinterest is een ware goudmijn), en ik zag dat Slow Cooked, het kookboek, binnenkort vertaald wordt uitgegeven bij Good Cook. Dus misschien ook wel eentje om te testen.

Heb jij ervaring met een Crock Pot of andere slowcooker? Of interesse om er een te kopen? Ik ben altijd op zoek naar goede recepten, dus deel zeker in de reacties hieronder!

lilith is bezig aan haar laatste dag

IMG_5420

Je bent zo klaar als je kunt zijn“, sprak mijn therapeute met de glimlach. Ik was het met haar eens. Ik blog er niet altijd over, maar achter de schermen is de laatste maanden hard gewerkt. Niet alleen aan afvinklijstjes met praktische zaken voor de baby, maar ook aan mezelf. Aan angsten, aan onverwerkte akkefietjes en akkefieten, aan dingen waar ik steeds weer tegenaan bleef lopen.

Ik heb wat zaken op poten gezet die ervoor moeten zorgen dat er deze keer wat minder ontreddering en wanhoop is, voor mocht dat nodig blijken. Plannen B die ervoor moeten zorgen dat een eventueel nieuw huilbabyscenario kan opgevangen worden, zodat het niet meer zo ver hoeft te komen als de vorige keer. Is het niet nodig, dan is dat natuurlijk de max. Is het wel nodig, dan zal ik deze keer geen weken en maanden moeten wachten voor ik weet waar in of waar uit. Ik weet waar de alarmbel hangt, en deze keer is dat in mijn blikveld. Dat alleen al is een geruststelling die er de vorige keer niet was.

En ja, ik weet het. Niks is volledig naar je hand te zetten, en er zijn soms maar een paar slapeloze nachten die eeuwen lijken te duren en wat hormonaal gestuurde dieptepuntjes nodig om het plots weer allemaal donkerder te zien dan nodig. Ik besef dat. Het verschil is dat ik deze keer alerter ben, dat ik word opgevolgd, dat ik mezelf en mijn alarmsignalen ondertussen zo veel beter heb leren kennen. Ik heb het in de ogen gekeken, de laatste maanden. Alles dat is gebeurd en alles dat ik heb gevoeld en alle dingen die voor schaamte of schuldgevoel zorgden of waardoor ik aan mezelf heb getwijfeld. De valkuilen waarin ik dan dreig te trappen en waarin ik ook ben getrapt. Ik weet waar ik langs moet, ik weet waar ik naar moet grijpen.

Misschien nog het allerbelangrijkste: ik heb hulp durven vragen, deze keer. Dat is een serieus werkpunt, maar ik merk dat het goed voor me is. Om af en toe mijn handen uit te steken en te zeggen: ik zou het fijn vinden als je me helpt. “Ik doe het nog altijd niet graag“, zeg ik dan tegen de psychologe. “Dat klopt“, zegt zij dan, “maar het grote verschil is dat dat je niet langer tegenhoudt om het te doen“. En ik weet dat ze gelijk heeft.

“Uw laatste maand is uw laatste dag”, zo wordt gezegd over het einde van zwangerschappen, en ik ben daar ondertussen al aan bezig. Dat is gek, maar ik heb het gevoel dat ik zo klaar ben als ik kan zijn. In mijn hoofd dan toch. Voor de laatste praktische zaken heb ik precies toch nog een stamp onder mijn gat nodig.

(meer lezen? Waarom ik nog steeds in therapie ben.)

lilith doet gedichtendag

foto: Chris Van Houts

foto: Chris Van Houts

Gisteren heb ik me nog eens ondergedompeld in de gedichten die ik verslond toen ik in Gent studeerde. De Gedichten, heette de bundel die ik met kerst had gevraagd aan mijn mama, en ze waren allemaal van Herman De Coninck en alleen al het herlezen van enkele van zijn mooiste katapulteerde me helemaal terug naar een periode die ik al lang niet meer heb bezocht in mijn hoofd, om verschillende redenen die maar goed zijn ook. Wazenaarstraat Ledeberg, revisited.

Ik ben eeuwige fan, besefte ik gisteren nog maar eens.
Ik ben nochtans niet zo’n gedichtenmens, maar iemand die zot mooie en toch toegankelijke zinnen schrijft als

“Ze zijn er bijna niet
zoals heel slanke vrouwen
na heel licht verdriet’ (uit ‘Flamingo’s’)

of

‘Luxe is het verschil tussen
in een auto rijden zonder autoradio,
en in een auto rijden mèt een autoradio
die niet aanstaat’ (uit ‘Twee soorten niets’)

ja kijk, daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben. Ik las ooit een interview waarin hij zei dat je het niet moet hebben over het grote verdriet na een liefdesbreuk, maar over de lippenstift die ze achterliet op de laatste sigaret die ze bij je rookte. Die zin is mij altijd bijgebleven. Qua inspiratie kon die tellen. En dus, op deze gedichtendag 2016, een van mijn favoriete gedichten van Herman De Coninck. Het zijn er zoveel. Maar deze vond ik gisteren extra mooi.

Huurcontract

Misschien rust op dit huwelijk geen levenslange zegen,
maar wel het soort zekerheid
van een te hernieuwen huurcontract
drie-zes-negen.
We zijn binnen voor de regen
van melancholie.

Misschien is dat minder passionant
dan vroeger, als je klaarkomt vraag ik ‘wablieft’
en grappen in die trant.
Maar ik heb je meer dan vroeger lief:
er is zoveel meer ‘jou’ nu dat ik ken,
zoals ik ook voor jou meer ikken ben.

En allemaal samen hebben we dat zootje van zes.
(Zoontje bedoel ik, maar de schrijffout mag blijven staan.)
Vaak kan ik niet slapen
van het denken eraan.

En dan denk ik: net een heus gezin.
En ik tast naar jouw hand.
En jij slaapt evenmin.

– Herman De Coninck

Dat was het geluid van mijn brekend hart

IMG_9530

“Is het morgen grootouderfeest? Nog één keer slapen?”.
“Jep! Nog één keer. Heb je er zin in?”.

En dan ineens, dikke vette tranen die over zijn wangen naar beneden rollen. Ik schrik, omdat hij net nog zo enthousiast was, en ik niet weet waar dit plots vandaan komt. En dan: “Ik wil dat mijn oma ook komt naar het feest”. Ergens in mijn borst hoor ik iets breken, en ik denk dat ik kan raden wat het is. “Ik weet het, vriendje”, zeg ik, “Dat zou ik ook heel graag willen.” En ik probeer hem te troosten met het verhaal van de sterrenoma’s, en dat ze hem zullen kunnen zien en supertrots op hem zullen zijn. Het helpt een beetje. Wat later hoor ik bij het afzetten dat hij deze week tegen de juf heeft gezegd dat “je nooit meer kan terugkomen als je dood bent”. Wat een uurtje eerder nog niet gebroken was gaat finaal in twee. Auw auw auw.

Het verdriet om de dood van mijn schoonmama is voor mij van een andere orde geweest dan de dood van mijn mama. Ergens was dat een opluchting, dat het mij wel door elkaar heeft geschud, maar niet heeft doen crashen. Een gegeven dat niks afdoet aan hoe hard ik mijn schoonmama mis en hoe graag ik haar heb gezien, maar een moeder kun je gelukkig maar één keer verliezen. Een moeder die doodgaat is een fundament dat onder je voeten wordt weggeslagen, en ik hoor het mensen die oma’s, schoonmama’s of tantes verliezen graag zeggen (of net niet), dat ze zich nu beter kunnen inbeelden hoe dat voor mij moet gevoeld hebben, maar ik kan niet laten van denken: neen, je kunt het je eigenlijk nog steeds niet inbeelden. Maar goed ook. Een moeder of vader verliezen, dat is van een andere orde. Tegelijk denk ik: verdriet kun je niet vergelijken. Dat doe je ook maar beter niet.

Maar het blijft schrikken, hoe mijn kwetsbaarheid zich naar mijn kind heeft verplaatst. Ik kan zonder huilen babbelen over mijn mama en schoonmama, over wat er is gebeurd, over hoe jong ze waren toen ze wegvielen en wat dat met ons deed. Het lijkt alsof ik me erbij heb neergelegd, voor mezelf. Dat ik ermee weg kan, nog maar weinig kwaadheid voel, zelden of nooit denk: waarom wij, waarom ik? Omdat ik kan focussen op wat ik wel heb, en daar zeer blij en dankbaar om ben. Maar dan wil mijn kind dat zijn oma’s naar zijn eerste grootouderfeestje komen, en dan denk ik: godver, hij is drie en half, zijn ene oma was met moeite 48, de andere in de vijftig, was dat nu echt zo ongelooflijk veel gevraagd? Om het nog niet te hebben over mijn dochter, die ik zo graag die geweldige vrouwen in haar leven had gegund.

“Je mag wenen hoor, als je wilt”, zeg ik, terwijl ik over de rug van mijn zoon wrijf. En ik zeg het net zo goed tegen hem als tegen mezelf.

Een jaar doodgewone dingen: mijn 15 favorieten!

Beelden: Kaat Pype.

Beelden: Kaat Pype.

Vorige week was het exact een jaar geleden dat mijn eerste “Doodgewone Dingen” gepubliceerd werd in De Standaard Magazine. Voor wie de vaste afsluiter niet kent: ik vraag elke week aan een interessante Vlaming naar de ongelooflijk gewone, banale dingen die zijn of haar hart doen zingen. Een jaar al, dat wil zeggen dat ik er ondertussen tientallen heb gemaakt, en toch verveelt het eigenlijk niet. Elke keer weer krijg ik een lijst waar ik zelf vrolijk van word, of waardoor ik kleine zaken meer ga appreciëren, en als ik dan het uiteindelijke resultaat zie in print met een knipoogportret van de übergetalenteerde Kaat Pype erbij, dan denk ik soms: Kelly, ge hebt gij daar iets leutigs bedacht, destijds. En het wordt pas helemaal leuk als ik van toevallige voorbijgangers hoor dat het elk weekend de eerste rubriek is waar ze naar bladeren, omdat het hen net zo vrolijk maakt als het mij doet.

doodgewonedingen_kaatpype2

Om mijn lievelingsrubriek op gepaste wijze te fêteren heb ik een lijst gemaakt van mijn 15 favoriete doodgewone dingen van de laatste tijd, en hun eigenaars. Het is zo onvolledig als de beesten, dat zeg ik erbij, want er waren genoeg ongelooflijk leuke doodgewone dingen om een boekje mee te vullen. Omdat ik dacht dat ge wel een opstootje van positiviteit kon gebruiken op een maandag heb ik toch mijn best gedaan.

doodgewonedingen_kaatpype3

De vijftien doodgewone dingen die mijn hart het meeste deden zingen:

Als mijn zoon tijdens het spelen van een van zijn computerspelletjes vraagt „Moet ik op OK of op KANKEL drukken?” En mijn man en ik in de keuken dubbel liggen van het lachen en ‘KANKEL!’ terugroepen. (Josie Daelemans van Charlie)

– Doen alsof ik mijn eigen assistent ben. Mensen verwachten vaak niet dat ik al eens zelf de telefoon opneem in mijn atelier, en dan vind ik het heerlijk om wat tijd te kopen en te zeggen dat Tim niet in gesprek kan komen, maar het zal bekijken en iets zal laten weten. (modeontwerper Tim Van Steenbergen)

Een West-Vlaamse zegswijze horen die ik al lang vergeten was. Bijvoorbeeld: iemand die een luide scheet laat en zegt “Dju toch, en ’t was juste zo schone genezen”. (Zanger Wannes Cappelle)

– “De mooiste…” intikken als zoekterm op mijn iPad, en me laten inspireren. De mooiste Spaanse deuren, bijvoorbeeld, en me dan zitten vergapen aan supermooie Spaanse deuren. Die dan zelf willen maken. De mooiste gemetste waterputten is ook een goede. (zangeres Els Pynoo)

Mijn Nesquikritueel. Dat gaat als volgt: Ik doe enkele grote lepels in een lang glas, en roer, maar niet goed genoeg, zodat er grote bolletjes Nesquikpoeder bovenaan het glas drijven. Die lepel ik dan eerst uit met een lange lepel, om daarna de slecht geroerde melk met weinig poeder op te drinken en dan aan het einde de bodem waar ook een laag chocoladepoeder aan is blijven kleven leeg te lepelen. (radiopresentatrice Kirsten Lemaire)

Inwendig supporteren voor iemand die nog net de trein probeert te halen. Ik voel de adrenaline die zij tijdens het spurten moeten voelen en heb vaak zin om te applaudisseren als ze het hebben gehaald. (Tom Cole van woonblog en wolf en wolkje)

Mijn oud papier, glas en vuilnisbakken die worden opgehaald. Misschien omdat ik vaak op plaatsen kom waar het systeem niet zo goed functioneert als bij ons. Het is een ongelooflijk privilege om ontdaan te worden van je ballast, en ik besef dat elke keer weer. (fotografe Lieve Blancquaert)

Het Royal Boch-servies van mijn grootmoeder gebruiken. Gegrilde aubergines van Yotam Ottolenghi op een van haar schalen leggen, daar word ik blij van. Op het moment dat mijn lief een bord liet vallen besefte ik dat zo’n dingen onoverkomelijk zijn, en dus heb ik onlangs een hoop identieke verweerde borden in de Kringloopwinkel gekocht. Door origineel en kringloop met elkaar te mixen hoop ik mijn hoofd genoeg voor de gek te houden om de pijn van het breken te verzachten. (radiopresentatrice Linde Merckpoel)

– Balletjes in bliksoep. Als ik een hongertje heb dan kan zo’n tomatensoep uit blik zo smaken naar mijn kindertijd. Het verdelen van die balletjes, ik hou daar nog steeds van. Ik kan ook teleurgesteld zijn als er plots “vernieuwd recept” op die blikken staat. Nergens voor nodig! (tuinman Bartel Van Riet)

Het geluid van brekend glas of porselein. Dat gebeurt wel eens in mijn restaurant, dat ene moment waarop alles plots stilstaat en iedereen zich afvraagt wat er gebeurd is en wat er precies is gebroken. (chef Michael Vrijmoed van Vrijmoed)

– Iets eten dat eigenlijk een paar dagen vervallen is. Yoghurt bijvoorbeeld. Als het niet rot smaakt of vanzelf beweegt, eet ik het op en voelt dat aan als een overwinning op het leven. Soms mail ik wel even een foto naar mijn mama om te vragen of zij het risico nog zou nemen. (schrijfster Nele Reymen)

– Een nieuwe pot Nutella openen. Eerst het krakje dat het deksel geeft, en dan met een mes een perfect rondje uit de dunne gouden sluiting proberen te snijden. Je mes net iets te diep steken zodat er choco aanhangt. (radiopresentatrice Heidi Lenaerts)

Het blauw moment. Dat ene moment vlak voor zonsopgang of ondergang waarop er een diepblauwe gloed in de lucht hangt. Het is iets waar ik elke dag op let, en andere mensen graag op wijs omdat het zo mooi is. (beroepsantwerpenaar Tanguy Ottomer)

Vlaamse woordjes leren aan buitenlandse contacten. Ik heb er mijn persoonlijke missie van gemaakt, en als onze Mexicaanse agent een mail afsluit met het woord “ciao-kes” dan is die voor mij helemaal geslaagd. (muzikant Jef Neve)

Kruisende blikken die blijven hangen. Flirten zonder bijbedoelingen omdat je weet dat er niks van gaat komen, maar tegelijk toch even checken of je nog goed in de markt ligt. (Radiomaker Sam De Bruyn)

Nog meer Doodgewone Dingen? Bij wijze van opstart lanceerde ik een jaar geleden de vraag naar jullie Doodgewone Dingen, en dit was het resultaat: lilith deelt haar Doodgewone Dingen. Meedoen mag nog altijd, en drop dan eens een link in de reacties hieronder, dan komen we lezen!

5 beelden, 5 dingen

IMG_5382 IMG_5487 IMG_5498 IMG_5545 IMG_5561

1. Ik herinner het me nog van de vorige zwangerschap, en het is weer van dat. Hoe harder mijn zwangerschapsverlof nadert, hoe meer ik besef dat dat niet per sé een periode hoeft te zijn waarin je zeeën van tijd hebt om van alles te doen. Het is te zeggen: die tijd is er wel, maar de energie, die bevindt zich dikwijls op een hoogte waar ik met mijn korte pootjes niet meer bij geraak. Ik merk het nu al weer: mijn to do lijst wordt ineens iets overzichtelijker, hier en daar heb ik zelfs een dag waarop ik wat meer tijd heb om een boek te lezen, of te bloggen, of keihard aan het poetsen en nesten te slaan zoals het een hoogzwangere betaamt, maar echt: ik heb meestal net voldoende energie om te denken dat ik daar eigenlijk de fut niet voor heb. Frustrare, wel. Webshoppen lukt nog net, zodat de garderobe van het kleine wondertje ondertussen niet meer te overzien valt.

2. Gelukkig heb ik niet al te veel last van kwaaltjes, al moet ik wel toegeven dat ik minder mobiel aan het worden ben. Wat niet altijd handig is met een kleuter van drie jaar en half rond mij die overal naartoe wil en verwacht dat zijn moeder op haar gemak achter hem aan blijft waggelen. Dat waggelen lijkt er wel voor te zorgen dat mijn zwangerschapskilo’s deze keer geweldig beperkt blijven. Vorige keer klokte ik af op achttien kilo bij, deze keer blijf ik hangen rond plus negen. Ik heb dan ook gemiddeld honderd keer minder in mijn zetel gehangen dan tijdens de vorige zwangerschap, en me al verschillende keren luidop afgevraagd met mijn lief wat wij toen eigenlijk hele dagen deden zo zonder kind. De conclusie was: boekjes lezen en koffietjes drinken. Good times.

3. Het geboortekaartje is klaar, en ik ben er zo zo blij mee dat ik het eigenlijk al aan iedereen zou willen tonen. Wat dus niet mag. Youri vertelde dat de man van de drukkerij de woorden “Als x er dan is, dan …” uitsprak en dat het zo echt leek, dat iemand x luidop zei, en het wordt toch allemaal een beetje emo, dat er ineens een park in onze woonkamer staat en ik al de eerste rompertjes heb gewassen en mensen me succes beginnen te wensen met de bevalling. Ik maar denken dat ik het me een tweede keer beter zou kunnen inbeelden. Niet echt, eigenlijk. Ik vind het weer net zo onwerkelijk als de eerste keer.

4. Ik heb deze keer geen enkel boek gelezen over zwanger zijn of kindjes opvoeden, in tegenstelling tot de vorige keer, toen ik alles dat los en vast zat over bolle buiken en inbakeren wilde lezen. Behalve één. En boy, ben ik content dat ik dat gedaan heb. Het heet “Expecting Better: Why the conventional pregnancy wisdom is wrong- and what you really need to know” en het is geschreven door Emily Oster, een econoom dan nog. Ik las erover bij A Cup of Jo, geloof ik, en was direct geboeid. Dit schreef ik op Goodreads nadat ik het had gelezen:

“Hele dikke liefde voor dit boek. Eén van de meest irritante dingen aan zwanger zijn vind ik namelijk dat iedereen meningen heeft over alles dat je doet of niet doet, en dat die meningen vaak niet gebaseerd zijn op harde wetenschap maar op van horen zeggen, van gelezen in vage krantenartikels die meer click bait zijn dan iets anders, of gewoon, omdat de ene gynaecoloog een andere mening heeft dan de andere.
Dit boek vertrekt vanuit cijfers, relevante onderzoeken en wetenschap, en geeft een antwoord op alle vragen die een zwangere of iemand die zwanger wil worden zich kan stellen. Kan koffie kwaad (zolang je niet meer dan drie à vier koppen per dag drinkt niet), mag sushi (jaaaahaa!), wat met alcohol en hoe zit het met epidurale en salami en het nemen van bepaalde medicatie? Ik vond dit boek een ware verademing, zeer boeiend, en ik zou het cadeau willen doen aan alle vrouwen in mijn omgeving die constant doodsangsten uitstaan omdat ze bang zijn dat elke kleine beslissing hun baby in gevaar kan brengen. Ik werd er in elk geval stukken chiller van.”

Het is trouwens niet de bedoeling om hieronder de discussie aan te gaan als uw gynaecoloog u duizend procent zeker heeft verzekerd dat koffie zeker een miskraam of ernstige misvorming gaat opleveren, en het is ook niet nodig om me voor andere zaken te waarschuwen. Ik probeer me gewoon te informeren en mijn gezond verstand te gebruiken, en vind voor de rest dat elk vooral het zijne moet doen met zijn buik en zijn kinderen.

5. Een vijfde punt lijkt me net iets te veel energie te kosten, en zoals gezegd: op dit moment moet ik daar wat spaarzamer mee omgaan. Laat me het dus houden bij: geweldig fijn weekend, en hopelijk tot volgende week, in een plotse opflakkering van werklust en vuur en vlam. Ge weet immers maar nooit, met die hormonen.

Hoe YNAB ervoor zorgt dat ik klaar ben voor mijn zwangerschapsverlof (financieel dan toch)

ynab_zwangerschapsverlof

Ik ben een trage loslater. Vanavond gaat Dexter voor het eerst sinds de start van zijn schoolcarrière naar de naschoolse opvang, en dat dat zo lang heeft geduurd ligt helemaal aan mij. Sommige weken heb ik me in duizend bochten gewrongen om mijn deadlines te combineren met om half vier aan de schoolpoort staan, of ervoor te zorgen dat iemand anders daar kon staan, maar ik vond hem nog zo klein. Zo kapot ook, van de lange schooldagen. En dus duurde het tot nu voor ik hem de stap wilde laten zetten. Hij zag het helemaal zitten, vanmorgen, en ik deed alsof ik dat ook deed. Komt goed.

Ik heb dan ook bakken vol respect voor de andere freelancers en zelfstandige moeders die erin slagen om die stap eerder te zetten. Net zoals voor de mama’s die een paar weken na de bevalling al weer aan de slag gaan, al weet ik dat dat lang niet altijd een keuze is die met veel plezier wordt gemaakt, en besef ik na het lezen van een post als deze hoeveel geluk ik heb dat ik überhaupt de keuze kan maken om er wat langer mee te wachten. Ik wist ook al bij Dexter dat snel weer beginnen werken niet voor mij weggelegd is. Het zou financieel natuurlijk makkelijker zijn, maar emotioneel helemaal niet. Als freelancer die op veel minder systemen kan rekenen dan iemand in vast dienstverband betekende dat dat ik me vorige keer in aanloop naar zwangerschap en bevalling kapot werkte om ervoor te zorgen dat ik kind 1 pas op drie maanden naar de onthaalmoeder zou moeten brengen. Dat zorgde toen voor stress, ik kan het u verzekeren, en ook op drie maanden vond ik hem nog ongelooflijk klein. Maar we hebben het overleefd.

IMG_5304

Ik had gedacht dat dat deze keer net zo zou zijn, wat stress over geld betreft. Maar neen, deze keer heb ik YNAB. Ik heb de voordelen van het budgetteringsprogramma al bezongen, maar om eens concreet aan te geven waarom het zo geweldig is. Vanaf het moment dat ik wist dat we voor een tweede kindje wilden gaan was er een nieuwe budgetcategorie: kind 2. Daar dropte ik elk maand een vast bedrag in, dat ik dus nergens anders voor kon gebruiken. Liever de maanden die volgden wat spaarzamer dan helemaal gestresseerd over geld met een pasgeboren baby op mijn schoot. Als ik aan het einde van de maand iets overhield, dan ging dat ook in het potje voor kind 2. Na een paar maanden zat er dankzij onze spaarzaamheid al behoorlijk wat in, zodat ik kon beginnen onderverdelen in potjes voor “opvang”, “kleren”, “meubels” en zelfs “pampers”. En nu, drie weken voor ik in bevallingsrust ga, zit er in elk van die potjes voldoende geld om mij te voorzien van een gemoedsrust die mij compleet vreemd was toen ik vier jaar geleden in zwangerschapsverlof ging. En dat is onwaarschijnlijk fijn.

Dit artikel vond ik dan ook zo waar: vier jaar geleden wist ik amper hoeveel er op mijn rekening stond. Dat lijkt chill, maar het niet weten/willen weten zorgde in mijn geval voor doodsangsten. Hadden we genoeg? Zouden we de opvang wel kunnen betalen? Was het wel slim om twaalf weken thuis te willen blijven met mijn kindje, als freelancer? Zou dat niet mijn financiële ondergang betekenen?

Nu weet ik heel duidelijk: neen. Het komt in orde. Ik weet wat ik heb, ik weet wat ik nog moet uitgeven, ik weet hoeveel boodschappen ons kosten en wat wij er gemiddeld doordraaien aan vaste en minder vaste kosten. Ik weet dat we er- zeker op financieel vlak- moeten komen als we ons verstand een beetje gebruiken. Het verschil met de vorige keer is zo gigantisch dat ik met mijn ogen moet knipperen om het te geloven. En het is niet dat we ze hier maar te scheppen hebben. Sterker nog: ik denk dat ik nu minder verdien dan vier jaar geleden. En toch voelt het helemaal anders.

De laatste maanden kreeg ik zo veel mails van de mensen die mijn kortingscode voor YNAB (die nu jammer genoeg niet meer werkt omdat er een nieuwe versie van het programma is) hebben gebruikt met gelijkaardige verhalen dat ik dacht, ik ga het nog eens delen. Omdat het misschien in het begin moeilijk en lastig lijkt, dat budgetteren, maar voor ons en heel wat anderen echt een verademing is gebleken. Ge weet nooit dat ik die ervaring nog kan doorgeven aan mensen die even hard sukkelen met hun angst voor alles dat met geld te maken heeft als ik ooit.