Zes maanden Flo

flozesmaanden4U heeft toch niet echt gedacht dat het aan u lag?“.
Natuurlijk heb ik dat gedacht. U wilt niet weten wat ik allemaal heb gedacht“.
De kinderarts keek me aan met een mooi afgemixte mengeling van begrip en compassie.
“Wat jammer dat u dat heeft moeten denken.”

En ik weet het best. Sinds Flo er is weet ik het allemaal nog veel beter, dat er geen twee kinderen gelijk zijn en dat een ander zijn ouderschapservaring met die van jou vergelijken nergens op slaat. Elke keer als ik iemand hoorde zeggen dat ze de babytijd ge-wel-dig vond gingen er messen door mij heen, ooit. Ik vond de babytijd van Dexter een van de ergste ervaringen uit mijn leven. Omdat mensen me verzekerden dat alle baby’s nu eenmaal huilden en ik daardoor ging geloven dat ik simpelweg niet opgebouwd was uit materiaal dat moederen mogelijk maakte. Dat ik misschien minder goed tegen huilende baby’s kon. Dat ik zwakker was dan andere moeders die het wel aankonden en glimlachend met hun baby’s in de buggy over straat liepen, in plaats van dat ze zin hadden om in foetushouding op de grond te liggen wachten tot het voorbij was, dat eeuwige en steeds opnieuw beginnende gekrijs waarvoor geen oorzaak werd gevonden.

Een kennis met een hele makkelijke baby zei ooit dat ze heel goed tegen huilende baby’s kon, dat dat haar nu eens echt niks deed. En daar stond ik dan weer, met mijn amper verwerkte postnatale depressie als een bewijs van teergevoeligheid op mijn CV. Me in stilte af te vragen of het gewoon dat was, dat ik simpelweg niet goed tegen huilende baby’s kon en er dus gewoon misschien beter geen had gekregen. Waardoor ik me dan weer schuldig begon te voelen omdat ik zo lichtvoetig en naïef aan het hele babyavontuur was begonnen. Ondertussen weet ik dat er huilende baby’s zijn en huilende baby’s. Dat wist ik toen ook, maar die avond was het gewoon niet wat ik wilde horen.

flozesmaanden2

En nu is Flo er. Volgende week al zes behoorlijk fantastische maanden. Zes maanden die voorbij zijn gevlogen, terwijl de eerste zes maanden van Dexter jaren leken te duren.

flozesmaanden3

Flo, die sinds de dag dat ze er ineens was opgetrokken lijkt uit zonnestralen. Ze had even wat last van krampjes, wat me deed beseffen dat er een groot misverstand bestaat over ouders van huilbaby’s. Een misverstand dat ik de laatste maanden regelmatig op mijn pad vond: “Jullie hebben al zoveel meegemaakt, nu wordt alles een makkie“. Wel. Tijdens de paar moeilijke dagen (en het waren zelfs geen dagen maar namiddagen, als ik eerlijk ben) besefte ik dat het net het tegenovergestelde is. Ik heb minder draagkracht dan andere ouders. Ik heb in de eerste maanden met Dexter zoveel gehuil doorstaan dat mijn emmer nog steeds vol zit. Misschien wel voor altijd.

Een huiluurtje van Flo bracht direct weer paniek met zich mee die niet evenredig was met de situatie die zich aandiende. Dat ik het niet zou kunnen stoppen. Dat het weer begonnen was. Dat ik er zo geen zin meer in had, ook. Een posttraumatische stress-stoornis, zei mijn psychologe ooit. En ik denk echt dat ik reageer op een huilende baby als een Vietnamveteraan flipt op onverwachte geluiden. Alle alarmen aan. Code rood. Wat een ongelooflijk geluk dus, dat Flo zo goed als nooit niet vrolijk is.

Ik moet daar niet onnozel over doen, en ik wil het ook niet met de mantel der liefde bedekken en doen alsof je zo’n dingen vergeet: tot nu toe was voor Flo zorgen zowat honderd keer simpeler als voor Dexter zorgen, destijds. Alles is makkelijker. Flo’s aanwezigheid en de manieren waarop ze het een walk in the park voor ons maakt doet ons nu nog een keer beseffen hoe vreselijk dat eerste jaar met Dexter was. Ik hou niet zo van terugkijken, maar als ik terugkijk, dan is dat met nog grotere ogen dan voor Flo. Dat wij dat overleefd hebben. Als koppel, als mens. Dat ik er niet met meer blutsen en builen ben uitgekomen. Dat we zoveel pech gehad hebben ook. Natuurlijk niet in vergelijking met mensen met een kindje dat echt ziek is. Dat was tegelijk mijn grootste frustratie dat eerste jaar en het grootste cadeau: Dexter had niks, dus kon er niks aan gedaan worden. Nu ben ik blij dat hij, behalve dat hij zeer gevoelig is, “niks heeft”. Zelfs geen lactose-intolerantie. Helemaal niks dat kan verklaren waarom hij non-stop moord en brand heeft gekrijst in zijn eerste maanden.

Net zoals niks kan verklaren waarom Flo altijd blij is. Het ligt niet aan ons, dat weet ik na zes maanden Flo nog beter dan ervoor. Wij maken geen malcontente kindjes (zoals ik in de eerste maanden met Dexter dacht), en ook geen altijd contente (zoals ik had kunnen denken als Flo mijn eerste was geweest). Ze kunnen niet meer van elkaar verschillen, die twee van ons, op het eerste zicht. Maar ze vinden elkaar wel geweldig, en dat maakt mij dan weer geweldig content.

flozesmaanden1

De komst van Dexter gaf me het gevoel dat ik niet gemaakt was om een kindje te hebben, de komst van Flo geeft me het gevoel dat er niet veel dingen simpeler zijn dan dat. De waarheid ligt ergens in het midden, zoals dat altijd gaat. Maar ik ben zo blij dat ik nog eens de kans heb gekregen om mezelf tegen te spreken. Ik heb alles gedacht, toen Dexter er net was, maar geen enkel moment dat ik een bijzonder geschikte moeder was.

Om dat te geloven moest ik nog eens durven springen, en ik ben elke dag ongelooflijk dankbaar dat iets in mij dat nog heeft gedurfd.

Gelukkige halve verjaardag, lieve Flo.
Het lijkt alsof je er altijd al was, en tegelijk moet ik elke dag een paar keer met mijn ogen knipperen omdat ik niet kan geloven dat je er bent.

Dikke zoen,

je mama

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

I’m a runner, see me run!

imarunner3

Net zoals het jaren heeft geduurd voor ik mezelf een journalist kon noemen zonder me belachelijk te voelen (“Ik schrijf eigenlijk gewoon tekstjes“) vond ik erg lang dat ik geen loper was, ook al liep ik regelmatig. Dat is soms het probleem met een discipline waarin zoveel gradatie zit qua uithouding en moeilijkheidsgraad. Elke keer als ik ongelooflijk trots was dat ik er eindelijk in slaagde om vijf kilometer aan een stuk te lopen zonder dood te vallen zag ik wel ergens een ultrarunner posten dat hij net honderd kilometer door de Alpen had gelopen in een berenpak. Daar sta je dan, met je bijna zestig schamele kilometers van je eigen absolute toploopmaand. Bedankt, berenpakman, en loop ze! (liefst zo ver mogelijk van bij mij vandaan)

Dan maar vergelijken met mensen die nog trager en minder lang konden lopen dan ik, dacht ik. Daarvoor is de couch to 5 K groep op Reddit een godsgeschenk, al was het omdat mensen er durven toegeven dat ze 47 minuten doen over hun eerste 5K, of dat ze eerst een pre-couch to 5K met veel meer wandelen moeten doen omdat hun conditie te slecht is voor de eerste lessen. Zo verfrissend, zo’n groep met verhalen van echte trage stervelingen zoals ik. Andere mensen die paarse selfies online durfden zetten gaven me duizend keer meer moed om door te gaan dan foto’s van mensen die net een marathon hadden uitgelopen. In vergelijking met dat soort patsers lijkt elke kilometer die ik loop zo futiel. Maar in vergelijking met mezelf van drie jaar geleden is het fantastisch wat ik doe. Ik loop. Zie mij lopen, eigenlijk! Ge moet maar mijn Instagramaccount volgen om te weten dat ik niet kan gaan lopen zonder er een foto van te posten. Omdat ik het zelf amper kan geloven, ja. Neem het mij eens kwalijk, na alles van ervoor.

IMG_1413

Mijn belangrijkste ontdekking was dat ik wel begon te lopen omdat ik een strakker lichaam wilde, maar dat ik ben blijven lopen omdat ik er een rustiger hoofd van krijg. Omdat ik deugd heb van de mooie stukken natuur waarin ik loop, en van de gouden uurtjes en de geluiden bij de opkomende of ondergaande zon. Omdat ik altijd beter terug naar huis keer. Met minder zorgen, minder angsten, minder stress en minder wanhoop. Omdat ik klaarder zie nadat ik een paar kilometer voetje na voetje op een strook asfalt neer heb geplant.

imarunner4

Runner’s high heb ik nog niet veel gehad. Ik zie vaak af, of vind het lastig, en zelden loop ik echt op wolkjes. Ik heb regelmatig last van mijn heup, waar ik een chronische slijmbeursontsteking heb die kan opgelost worden met een cortisone-inspuiting, maar ik durf nog even niet. En dus heb ik de ene keer veel pijn en de andere keer minder, maar nooit echt geen. Maar dat geeft allemaal niet. Ik kan een paar keer per week sporten, en dankzij het looppaadje aan mijn deur ben ik nooit langer dan vijfenveertig minuten weg. Waardoor ik dus ook kan vertrekken als de kindjes in bed zitten of als de wereld nog in bed zit.

imarunner2

En ja, ik ga nog steeds traag. Dat is zelfs bewust. Ik doe gemiddeld zeven en een halve minuut over een kilometer. Soms zeven minuten, maar dat moet ik vaak bekopen, dus ik probeer mezelf systematisch te pushen om niet al te snel te vertrekken. En ik ga toch nog veel sneller dan iedereen die in zijn zetel zit en andere Pinteresttegeltjes. Ik zie het nu als iets dat ik doe. Ik ontbijt. Ik werk. Ik poets mijn tanden. Ik loop, soms drie keer per week, soms twee keer een iets langer stuk. Ik zie mezelf vooruitgang boeken en ik ben trots. Eerst tot aan 5K, nu soms al eens 6, binnenkort vast eens eentje van 7. Daarnaast is het ook zeer fijn meegenomen dat ik kan eten wat ik wil en toch traag afval. In broeken passen die al jaren op het stapeltje “komt niet meer goed” lagen is ook niet slecht voor mijn enthousiasme.

imarunner5

Ik loop niet uitzonderlijk graag, maar vind weinig dingen leuker dan gelopen hebben.
Elke keer opnieuw.
En dus ben ik een loper.
En ik heb er ZO. ONGELOOFLIJK. VEEL. DEUGD. VAN.

Wie nog? En helpt het ook zo voor jullie mentale gezondheid?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd

35voor35Vandaag word ik vijfendertig. Say whut? Wil dat zeggen dat ik mijn crop tops en hot pants vanaf nu echt wel in de kast moet laten hangen en me volwassener moet gaan kleden? Dju toch, dat voelt haast net zo confronterend als op mijn zesentwintigste geen Go-pass meer mogen kopen. En dat, mijn vrienden, is vandaag dus ook alweer negen jaar geleden.
Vrees niet, dit wordt geen zaagpost. Op heel wat vlakken vind ik mijn jaren dertig stukken beter dan de periode ervoor. Niet door een gigantische metamorfose, maar wel door een trage en gestage evolutie die ervoor heeft gezorgd dat ik mezelf beter ken, mijn angsten beter onder controle heb, wat successen op mijn revers heb kunnen spelden (mijn rijbewijs, mijn werk, mijn algemene staat van welzijn, het overwinnen van een postnatale depressie, etc..) en me beter voel in mijn vel dan toen. Er is minder schaamte en gene, er is meer acceptatie, en al is de weg nog lang, als ik achterom kijk zie ik toch ook al een serieuze strook asfalt.

Dit zijn 35 dingen die ik geleerd heb voor ik 35 werd:

  1. Het leven is te kort om groenten fijn te snijden die gemixt zullen worden, te strijken of een kapsel te hebben waaraan elke ochtend meer dan vijf minuten werk is. Hetzelfde geldt voor een boek uitlezen dat je niet kan boeien. Leg het weg. Er zijn er veel te veel die wel de moeite zijn.
  2. Ouder worden is confronterend, maar het alternatief is nog veel erger: niet ouder worden. Daarom probeer ik er elk jaar dankbaarder om te zijn dan angstig of gechoqueerd. Er zijn er heel wat die wilden dat ze geraakt waren waar wij nu zijn. Dus hoera voor vijfendertig, begot!
  3. Als het geen “hell yes” is, dan is het meestal beter neen.
  4. Angst, wanhoop en kakdagen horen even hard bij een goed leven als euforie, optimisme en zekerheid. Dirk De Wachter kan dat veel schoner en met een dieper stemgeluid zeggen dan ik, maar we hebben allebei gelijk.
  5. Als het flets smaakt is de kans groot dat er te weinig zout in zit. Voeg meer zout toe.
  6. Vergeet “work more so you can shop harder”. Denk eerder “Make yourself rich by making your wants few“, om het met de woorden van Henry David Thoreau te zeggen. En in dezelfde categorie: minder hebben is veel simpeler dan beter organiseren.
  7. Als iedereen zichzelf graag zou leren zien ligt er een miljardenindustrie op haar gat. Vanuit die richting moeten we dus geen beterschap verwachten, content leren zijn met wie we zijn zal van onszelf moeten komen. En is volgens mij honderd keer belangrijker dan voldoen aan het schoonheidsideaal van het moment.
  8. De tijd nemen om te weten met welke kleren je staat loont zo hard de moeite. Om een persoonlijke stijl te ontwikkelen en niet slaafs de mode te moeten volgen als een kip zonder kop. Het mag dan misschien oppervlakkig klinken, maar hoe je je kleedt verandert hoe je je voelt. Ik kan het weten. Nadat ik mezelf jaren heb weggestoken in wijde grijze dingen ging ik kleur en strak dragen, en maatje, ik ben dezelfde niet meer. Het maakt je keuzes ook zoveel makkelijker. Ik vind sowieso dat we te veel beslissingen moeten nemen op een dag. Weten dat je dat rek met zalmroze kleren gewoon kunt overslaan tijdens het winkelen is al heel wat.
  9. Vroeger lukte het ook. Iets dat ik mezelf inprent als ik een of ander zot snufje wil kopen dat ik echt nodig heb of twijfel aan mijn opvoedingstactieken en of ik wel een goede moeder ben en en en. In de tijd van onze moeders deden ze het met zoveel minder. Mijn schoonmama woonde een tijd in een huisje zonder stromend water met vier kleine kindjes. En het lukte ook. Als zij het kon, dan ik ook.
  10. Hoe zwak het ook voelt om ergens hulp voor te moeten vragen, geen hulp durven vragen is nog zwakker.
  11. Soms is therapie het mooiste cadeau dat je jezelf en je omgeving kunt geven. Een warm bad en een nacht slaap kunnen veel oplossen, maar niet alles. Een wandeling in de natuur doet wel zo goed als altijd ergens deugd.
  12. Je bent nooit helemaal klaar voor kinderen. Andere mensen ook niet.
  13. Boeken zijn van het meest geweldige dat er bestaat. Ik ben ook fan van broodroosters en het internet, zoals je kunt zien, maar boeken, jongens.
  14. Schrap guilty in guilty pleasures. Er is niks guilty of fout aan zot zijn van Bon Jovi of Marco Borsato. Het is niet omdat iemand anders voor een hele groep mensen heeft beslist dat Bon Jovi niet oké is dat hij voor jou niet een gigantische bron van plezier kan zijn in dit aardse bestaan. Own it, zeg ik, die liefde voor John en Marco. Doe jezelf en John en Marco geen oneer aan door het guilty te noemen. ‘Ik leef niet meer voor jou‘ is in mijn wereld op het juiste moment een Pleasure met hoofdletter P. Als ik me daarvoor begin te verontschuldigen ben ik niet eerlijk tegenover mezelf en tegenover Marco.
  15. Zij die het snappen snappen het al lang en zij die het niet snappen gaan het waarschijnlijk ook deze keer niet snappen. Ik ben gestopt met mijn keuzes uit te leggen of in discussies per se mijn gelijk te halen. Al die verloren energie die ik daarmee heb opgestapeld in alle jaren waarin ik het wel deed, ik mag er bijna niet aan denken. Nog zo een: het besef dat niemand al ooit van mening veranderd is door iets dat hij op internet heeft gelezen. Daarom probeer ik me ook niet meer te mengen in eindeloze discussies. Behalve over borstvoeding krijg ik het niet afgeleerd. Maar ik bijt op mijn tong en zit op mijn handen. En faal. Miserabel.
  16. Wie tegen jou roddelt roddelt ook over jou. En op je eerste werkdag is het altijd interessant om te zien wie ook vriendelijk is tegen de poetsvrouw.
  17. Vergelijken is zelden een goed idee. Jij kunt net superveel moeite gestoken hebben om van nooit lopen naar vijf kilometer aan een stuk lopen te geraken, om dan iemand te kruisen die bezig is aan een achterwaartse dubbele marathon met een koelkast op zijn voorhoofd gelijmd.  Het maakt niet uit. Andere mensen, andere verhalen. Boeiend, maar ze mogen nooit een reden zijn om te denken dat jouw weg belachelijk, schaamtelijk of het vermelden niet waard is. We vergelijken allemaal onze rommelige kelder met een ander zijn etalage. Dit. Altijd weer dit.
  18. De beste manier om voor iedereen goed te doen is niks doen, niks zeggen en niks zijn, sprak Aristoteles. Aristoteles was een slimme gast.
  19. De beste manier om je ambetant te voelen is nadenken over het verleden, de beste manier om angstig te worden is nadenken over de toekomst. Het maakt allemaal niks uit.
  20. Hoe vaker je iets doet, hoe minder stress je hebt. Autorijden. Spreken voor publiek. Posten op je blog. Het vliegtuig nemen. Koen Wauters interviewen.
  21. Er zitten maar vierentwintig uren in een dag. En je kunt jezelf wel wijsmaken dat het niet zo is, het blijft zo: voeg er iets aan toe, en er is minder tijd voor iets anders. Overal ja op zeggen is dus een beetje dom. Het goede nieuws is: je moet niet altijd uitleggen waarom je neen zegt. Je mag ook gewoon neen zeggen, zonder meer.
  22. Soep met brood is ook een maaltijd.
  23. Het is nooit te laat om ergens mee te beginnen. Het beste moment om een eik te planten was dertig jaar geleden, maar het tweede beste moment is nu. Hetzelfde geldt voor een blog beginnen, een boek schrijven, sporten of stoppen met roken. We vertellen onszelf zoveel verhalen over wat we nog kunnen doen en wat de moeite niet meer is, maar die verhalen zijn vaak ook niet meer dan dat: verhalen. Die misschien niet kloppen, als je er wat langer over nadenkt.
  24. Iedereen hoort graag dat hij iets goed doet. Ik moet toch nog de eerste tegenkomen die daar niet content mee is. Ik probeer zo vaak mogelijk aan mensen te laten weten dat wat ze doen mij op een aangename manier is opgevallen. Door een mail te sturen naar de schrijver van een blogpost of artikel. Door te zeggen dat ik dankbaar ben voor de snelle dienstverlening. Door een compliment te geven dat ze niet hadden zien komen. Ik doe het nog niet genoeg, maar ik werk eraan. En ik word zelf ook altijd blij van de reacties terug, dus win win.
  25. Een diploma stelt veel minder voor dan ik ooit dacht. Het talent om kansen te zien als ze zich voordoen en de goesting om te ondernemen schat ik tegenwoordig zowat tien keer hoger in. Net als de goesting om te blijven leren.
  26. Een ontbijtbuffet is een van de simpelste manieren om even heel content te zijn.
  27. Niemand anders denkt zoveel na over jou als jijzelf. Er staat geen spotlight op je gericht. Andere mensen zijn vooral bezig met zichzelf. Chill.
  28. Een leven zonder grote problemen of drama’s is geen recht. Het is hoerenchance.
  29. De persoonlijkheidskenmerken waaraan je je stoort bij anderen zijn vaak de dingen waaraan je je het meeste stoort bij jezelf. Serieus. Check het.
  30. Als een zin begint met “ik wil niet zagen maar…” dan volgt er waarschijnlijk gezaag. Hetzelfde met “ik wil me niet moeien maar…” en “ik weet dat het mijn zaken niet zijn maar…“.
  31. Bij een compleet gebrek aan overzicht is even gaan neerzitten met een stylo en een blad papier altijd een goed idee. In dezelfde categorie kan een weekmenu je leven gigantisch vergemakkelijken. Spontaan zijn is top, maar wat het avondeten betreft mag het voor mij ook gewoon wat minder spontaan.
  32. Je moet een emmer zand eten voor je groot bent. Iets dat ik van de oude buurman van mijn oma heb geleerd en nooit ben vergeten. Hij gebruikte het in de jaren tachtig al als mensen fopspeentjes probeerden schoon te maken die op de grond waren gevallen. Ik gebruik het nog altijd als ik geen zin heb om mijn hele huis met Dettol te reinigen of als ik een van mijn kinderen iets van de grond zie oprapen en in hun mond steken. “Je moet e seule zand eetn vo daj growt ziet!“.
  33. Je kunt niet alles oplossen, maar je kunt altijd luisteren.
  34. Geen betere manier om je huis proper te houden dan de ABC-regel. Ofte “Always Be Carrying“. Als ik van de ene ruimte naar de andere moet check ik altijd of ik iets kan meenemen. En meestal is dat het geval.
  35. Mijn waarheid is niet per se een ander zijn waarheid. Het kan dat je dit lijstje gelezen hebt en niet bent gestopt met knikken, en het kan dat je vooral hebt gefronst. Zeer benieuwd naar wat jullie hebben geleerd, ondertussen. Comments of eigen blog, ge weet ze te vinden!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Hoe ik voel dat ik erover ga

IMG_1131Deze maand neem ik op mijn Facebookpagina deel aan de #augustbreak2016 fotochallenge van Susannah Conway. De opdracht van dinsdag was “Red”, en dus postte ik ’s avonds de foto boven dit stukje met onderstaand bijschrift:

RED* Hoe vermoeider de moeder, hoe roder haar maaltijden. Easy one pot pasta met tomatensaus all the way voor zij die de laatste weken een beetje het gevoel heeft niks anders te doen dan pampers te verversen en mee te gaan naar het toilet. ‪#‎respectvoordezorgsector‬ ‪#‎augustbreak2016‬ ‪#‎red‬ ‪#‎withextracheese‬

Therapie volgen heeft mij tot bergen inzicht gebracht. Niet in het minst wat mijn alarmsignalen betreft. Vroeger ging het zo: ik deed en deed en deed maar op, en plots, zonder dat ik het had zien aankomen, stond er een muur voor mij waar ik met een doodsmak tegenaan knalde. Om dan de volgende weken murw voor me uit te zitten staren omdat ik niet kon snappen wat er gebeurd was. Alles ging toch super? Het was toch gewoon druk, maar ook leuk? Waar kwam die muur dan ineens vandaan?

IMG_0659

Ondertussen heb ik geleerd dat ik oog moet hebben voor de kleine struikelblokken die die muur al van ver aankondigen, als ik er maar op let. Regelmatige hoofdpijn is er een van. Mijn doos Dafalgan forte die er snel doorgaat moet dan een belletje doen rinkelen. Rare dromen, nog zo iets. Geen zin meer hebben om na te denken over dingen waarover ik eens een beslissing zou moeten nemen, wegens hardnekkige mist in mijn hoofd. Maar ook en bovenal het verwaarlozen en laten vallen van de activiteiten die me eigenlijk energie geven.

Als ik over mijn grenzen begin te gaan en mezelf begin uit te rekken dan kom ik steeds weer in dezelfde straatjes terecht. Dan heb ik plots totaal geen zin meer in koken, terwijl ik anders zo hard kan genieten van een nieuw recept proberen of gewoon wat groentjes staan snijden in mijn keuken. Dan raak ik geen kookboek meer aan, maar zou ik het liefst elke avond afhaalmaaltijden halen of een blik ravioli opentrekken. Geen fruitsla meer ’s ochtends, maar makkelijke boterhammen of ontbijtgranen of alles waar ik weinig of geen moeite voor moet doen. Geen verse groenten meer, maar bokaals. Of geen groenten. Whatever. Ver weg van hoe ik doorgaans probeer te koken en leven, en net daarom een van de eerste tekenen dat ik mezelf voorbij hol.

Niet meer lezen is er nog zo een. Niet meer bloggen net zo, nu ik erover nadenk, dus dat was al geen goed teken aan het begin van de vakantie. Geen zin meer hebben om te gaan lopen. Bleh denken als iemand vraagt om nog eens af te spreken, omdat ik dan uit mijn huis moet komen en mijn best moet doen om er iets van te maken. Als ik moe ben, en te veel van mezelf heb gevergd, dan begin ik juist alle dingen te schrappen die me erbovenop zouden helpen.

Gelukkig weet ik dat ondertussen, en heb ik het steeds sneller door.

De afgelopen weken waren er van fulltime voor de kinderen zorgen, mijn huishouden proberen te beredderen en me druk maken over de extra maand van geen inkomen vlak na mijn zwangerschapsverlof omdat de crèche een maand bleek te sluiten en ik dat pas laat wist. Lees: de kans bestaat dat ik de avond dat ik het hoorde geweend heb. Niet omdat ik geen maand bij mijn dochter wilde zijn, wel omdat ik gespaard had om drie maanden bij haar te kunnen blijven en niet had gerekend op vier maanden, na amper vier weken van kunnen heropstarten. “If you can not get out of it, get into it”, sprak Gretchen Rubin net voor ik eraan begon in haar geweldig aan te raden Happier podcast, en dus deed deze kleine zelfstandige dat zo goed en kwaad als ze kon. Gelukkig ook met behoorlijk wat hulp van mijn teerbeminde echtgenoot, in de weken dat hij verlof had, en de mogelijkheid om al eens eentje van de twee een paar uur uit te besteden aan een lieve opa of schoonzus.

IMG_0259

Ik heb me erop gesmeten, en het al bij al goed doorstaan, maar ik voel dat ik dringend nood heb aan ademruimte en wat tijd voor mezelf. Tijd om een koffie te drinken zonder dat iemand komt zeggen dat hij honger heeft, pipi moet doen of gevallen is. Tijd om door een tijdschrift te bladeren zonder dat er een volle pamper roept, een yoghurt uit de koelkast moet gehaald worden of iemand mij vraagt waarom de “team rex” de koning van de dino’s is en niet de brachiosaurus, want die is toch groter? Tijd om te schrijven, projecten op te starten waar ik al lang weer aan begonnen diende te zijn, me weer op de arbeidsmarkt te begeven zonder dat ik daar bijna onmiddellijk weer mee moet stoppen.

Nog een goede week, en dan valt alles hier in een vakantieritme waarbij Flo vier dagen per week naar de crèche gaat en Dexter drie dagen naar de opvang en een dagje naar opa. En dan is het in een rechte lijn naar september, de maand waarvoor ik me heb voorgenomen om door middel van naschoolse opvang en andere ingrepen weer wat meer op mijn strepen te staan wat werkuren betreft, zodat er niet nog van alles op me afkomt als de kindjes in bed liggen. Leuk dat het kan, maar mijn schuldgevoelens zorgen er te vaak voor dat ik er vooral zelf keihard het slachtoffer van word.

Bedankt dus aan de alarmsignalen.
Als die er niet waren, dan bleef ik vast weer gaan tot er plots een keiharde verrassingsmuur tegen mijn gezicht knalde. En dat is al net een keer te vaak gebeurd.

Lange disclaimer: ik weet uit ervaring dat dit soort posts vaak verschillende (en doorgaans goedbedoelde) reacties uitlokt. Gaande van ‘geniet toch van je kinderen zolang ze klein zijn, het gaat allemaal zo snel’ over “ik zou willen dat ik thuis KON blijven met mijn kinderen! Stel je voor dat je een baas had!”.  Ik wil het de komende tijd op mijn blog al eens hebben over op de rem staan, durven toegeven dat sommige dagen voelen als maanden, hulp inschakelen waar het kan, en daar niet beschaamd om zijn. En ja, ondertussen geniet ik wel van mijn kinderen als het me uitkomt, maar dat is niet de boodschap die ik met deze posts wil meegeven of het onderwerp dat ik bespreekbaar wil maken

Deze posts zijn er niet om te bewijzen hoeveel zwaarder mijn leven is dan dat van iemand anders. Ik weet zeker dat er alleen al in mijn lezerspubliek heel wat mensen zitten die voor nog veel grotere uitdagingen staan dan ik. Dat neemt niet weg dat ik soms moe ben. Dat neemt niet weg dat veel mensen het soms moe zijn, ook al hebben ze het makkelijker dan heel wat andere mensen. Erover spreken zorgt soms voor opmerkingen als “ge kunt niet alles hebben”. “Ik heb ook geen tijd om te lezen, maar dat komt wel terug”. Allemaal waar, maar sommige mensen verliezen elke vorm van zelfzorg als ze in een nieuwe rol terechtkomen. Het moederschap is er daar een van, en ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat het moment waarop ik mezelf bij Dexter had wijsgemaakt dat ik alleen nog moeder mocht zijn en vooral niet mocht klagen het moment was waarop ik mezelf verloor. Die fout heb ik bij Flo niet meer gemaakt, en daar heeft zij een veel blijere en ook beschikbaardere moeder voor gekregen. Die nu weer dringend wat tijd voor zichzelf moet reserveren als ze dat zo wil houden.

Nog iets dat ik heb geleerd: als het voor jou zwaar is, dan is het zwaar. Los van of iemand anders vindt dat je het wel heel snel zwaar vindt, of dat een ander het veel zwaarder heeft. Als jij vindt dat je een huilbaby hebt, dan heb je een huilbaby, ook al huilt hij volgens anderen niet genoeg om een huilbaby te zijn. Als jij vindt dat je doodop bent, dan ben je doodop, ook al vindt een ander dat je niet te klagen hebt.

Is het iets dat jullie herkennen? Geeft jullie lichaam jullie signalen, en slagen jullie erin om die op tijd op te pikken? En nog interessanter: wat doen jullie als dat het geval is? 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Een rustige comeback en wat dienstmededelingen

zomer2016Het plan was om deze zomer een break te nemen en eens goed na te denken over het hoe en wat van deze blog, om er dan in september keihard in te vliegen met een fris hoofd en kraakverse ideeën. Maar toen ik vorige week besefte dat ik eigenlijk nog altijd compleet geen tijd had gehad om na te denken over mijn blogtoekomst, laat staan over zotte rubrieken of innovatieve projecten, bedacht ik me dat ik een nog veel beter plan heb: er wat minder over nadenken.

De druk niet opbouwen om in september met iets van enig niveau te komen, maar gewoon nu al op het gemak herbeginnen, zonder druk. Mezelf niet opleggen om drie keer per week iets te schrijven, maar bloggen als er iets opborrelt. Dat wil zeggen dat het sommige weken wreed gaat borrelen en andere amper, maar dat geeft niet. Niks geeft, want ik vind het al straf dat ik ertoe kom om nog eens te bloggen, na enkele weken stevig thuisblijfmoederschap in het gezelschap van mijn bloedjes. Het was intensief met heel wat dagen die omstreeks vijf uur ’s morgens uit de startblokken schoten, maar ik heb er ook wel van genoten. Zie de collage hierboven voor de momenten die voldoende idyllisch waren om op de gevoelige plaat vast te leggen .

IMG_0134 blogboekv2IMG_0309 IMG_0319

En qua drukte zitten we alleen maar in stijgende lijn.
Richting een najaar zonder veel gaten.
Wat me naadloos bij wat dienstmededelingen brengt.

  • We hebben een stuk grond gekocht. Een wondermooi stukje Westhoek met uitzicht op weilanden en koeien, op een kilometer of drie van onze huidige crib. Een stuk dat volgens ons ideaal is om de crib zoals wij hem in gedachten hebben uit de grond te doen rijzen. Misschien wordt het hier de komende tijd wel een bouwblog met stukken als “Vijf redenen om te investeren in een warmtepomp (de vierde zal je verbazen!)“. Misschien ga ik hier wel bloggen over hoe ik beter notaris was geworden in plaats van journalist, wegens duizend keer meer betaald per op papier gezet woord. Of misschien wordt het ook niks van dat alles. In elk geval: wij gaan een huis bouwen en zijn zotcontent en een beetje zenuwachtig omdat we er eindelijk aan kunnen beginnen.
  • Er komt een nieuw Blogboek. De vorige druk was al een hele tijd volledig uitgeput (wat voor heel wat wanhopige mailtjes uit Nederland en België zorgde van mensen die hem wilden en echt nergens meer konden krijgen). Keischattig vaneigens, maar ook behoorlijk frustrerend, omdat het mooie papier en de manier van drukken een herdruk erg prijzig maakten. Omdat de vraag bleef ga ik nog dit jaar een nieuwe en verbeterde versie schrijven voor 2017. Met nieuwe hoofdstukken en aanvullingen die ervoor moeten zorgen dat het niet leest alsof er ondertussen twee jaar zijn overgegaan. Ook de lay-out wordt nog eens herbekeken. Suggesties zijn welkom, hieronder of in mijn mailbox. Het Blogboek verschijnt omstreeks maart 2017 bij Uitgeverij Vrijdag, en zal ook veel vlotter te krijgen zijn in Nederland. Hoera!
  • Ik ben nog altijd aan het lopen. En het plan is nog steeds om in oktober deel te nemen aan een urban trail van een kilometer of acht door Ieper. Het zou moeten lukken, ook al sukkel ik weer wat met blessures. Ondertussen liep ik al eens iets meer dan zes kilometer aan een stuk door, een absoluut levensrecord, en hoop ik mijn tempo van drie keer lopen per week te kunnen blijven aanhouden. Ik heb er in elk geval deugd van, en het is ondertussen ook ernstig te zien op de weegschaal dat ik mijn gat een maand of twee geleden van de zetel heb weten te stampen.
  • Ik blijf ondertussen ook gewoon freelancen. Niet dat er ooit sprake was om ermee te stoppen, maar er staan dus ook op dat vlak weer een hoop fijne dingen op stapel waar ik erg naar uitkijk. Ik zou dus maar De Standaard Magazine blijven kopen, en niet enkel omdat het het fijnste magazine ooit is, maar ook omdat ik er van alles voor aan het maken en uitdokteren ben.

Het wordt dus in combinatie met bloggen en mijn kindjes en echtgenoot voldoende aandacht geven vooral kwestie van er niet over te gaan, dit najaar. Ik ga mijn grenzen extra hard moeten bewaken om het allemaal leuk en leefbaar te houden, mezelf kennende, maar je grenzen bewaken en afbakenen is hip, dus there goes.

Waarmee ik dus eigenlijk gewoon lang heb gezegd wat ook heel kort kon: ik blijf gewoon bloggen. Met plezier zelfs. En ik ben bij deze herbegonnen.

Welkom terug!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Vijf heerlijke boeken voor op vakantie (en een aankondiging)

vakantieboeken2016

Hij komt nu wel erg dichtbij, die zomervakantie, dat besefte ik toen ik een mail kreeg van lezeres Emilie om te vragen of ik nog eens een blogpost over vakantieboeken kon doen. En oké, ik besefte het ook toen ik de negen weken in mijn agenda zag staan waar een oplossing voor gevonden moest worden. Maar goed, lezen dus, in de vakantie. Ik vind zelf niet dat een goed vakantieboek van de vederlichte Sophie Kinsella-achtige soort moet zijn. Niks tegen Sophie Kinsella, maar in de vakantie hou ik net als anders van boeken die me in hun greep weten te houden, en niet al te lichtvoetig zijn. U bent dus gewaarschuwd: de boeken in mijn lijstje zijn niet uitgekozen op basis van hun hap-slik-weggehalte. Maar ze zijn wel goed. Om niet te zeggen supergoed, maar dat is een persoonlijke mening waarvan ik besef dat die evenveel waard is als zowat elke persoonlijke mening: weinig.

  • Het Smelt van Lize Spit: ik weet het, uw moeder heeft u gewaarschuwd: wees voorzichtig met hypes etc. Ik heb ook al gemerkt dat mensen die vanuit de hypegedachte aan dit boek beginnen het meestal ernstig vinden tegenvallen. Terwijl je er natuurlijk gewoon aan moet beginnen vanuit de gedachte dat dit het debuut is van een schrijfster die nog een stuk jonger is dan ikzelf (en ik ben nog zo jong!), en wat mij betreft zeer terecht wordt bejubeld. Lize Spit heeft een zeer goed boek geschreven. Ik las het op een weekend uit vlak voor Flo werd geboren, en ik vond het een cadeautje, maar dan zo eentje met een zwart lint rond. Het wringt, en het trekt en het nijpt, en is tegelijk zo herkenbaar. Het dorp waarin het verhaal zich afspeelt ligt in de Kempen, maar voelt bij momenten erg als het dorpje V., waarin ik opgroeide. Misschien omdat het hoofdpersonage Kwakies uit de Aldi eet, en er miniatuurfopspeentjes aan haar rugzak hangen. Misschien omdat er mannen aan de deur komen die haar luchtfoto’s van haar huis proberen aan te smeren. (“Uit de flard die ik opving bleek ons eigendom zelfs in vogelvlucht niet meer dan een verzameling halvelings uitgevoerde plannen”) Ik hield ervan.
  • A Little Life van Hanya Yanagihara: ik kan er niet over zwijgen, het spijt me. Dit is geen boek waar je vrolijk van wordt, maar wat mij betreft is dat geen vereiste, zelfs niet op vakantie. Niet in je koffer stoppen als je alle miserie van de wereld wilt vergeten, wel meenemen als je geraakt wilt worden tot in het diepste van je zwembroek. Ik krijg regelmatig de vraag of je hem in het Engels moet lezen, en neen, natuurlijk niet, niks moet. Ik hoor dat de vertaling ook zeer oké is, dus lees hem gerust in de vorm van “Een klein leven“. En misschien net als Het Smelt best op je e-reader zetten, want meer dan zevenhonderd pagina’s.
  • Us van David Nicholls. Geen nieuwke, maar ook dat is geen voorwaarde voor een goed vakantieboek, vind ik. Ik ben een geweldige fan van David Nicholls en zou geld geven om deze nog eens voor de eerste keer te kunnen lezen aan een zwembad met een palmboom boven mijn hoofd. Deze is dan ook de luchtigste van allemaal, en tegelijk is het verhaal ook weer helemaal niet zo luchtig. (wat raaskal je, vrouw) Maar wel zeer de moeite, zeker als je houdt van kijken naar mensen en dat soms zou willen kunnen tot in hun hersenkokers.
  • Gloed van Sandor Maraj. De meest uitdagende van allemaal, maar ik hield ervan met heel mijn hart. Het is een verhaal uit 1942, dat werd vertaald uit het Hongaars, en gaat over twee vrienden die elkaar eenenveertig jaar lang niet hebben gezien en om een of andere reden hebben afgesproken in een afgelegen kasteel waarin een van de twee woont. Een boek over unfinished business. Dit is zeker geen walk in the park qua leeservaring, maar ik genoot van elke bladzijde en bleef verbijsterd achter.
  • The World According to Garp van John Irving. Een herontdekking, maar wat voor een. Voor iedereen die deze nog niet heeft gelezen: doe uzelf een cadeau en neem het leven van T.S. Garp mee voor aan het zwembad. Ge zult het u niet beklagen, behalve op het moment dat ge afscheid moet nemen van de geweldige personages die het boek bevolken. Dat heb ik bij elk geweldig boek, dus daarvoor moet ge het ook niet laten.

Oh, en dan heb ik nog een kleine, maar niet onbelangrijke mededeling. Deze blog gaat even op zomerretraite. Even, het is te zeggen: een tijdje. Tot 1 september, meer bepaald. Zodat ik wat kan herbronnen, de tijd heb om mijn freelancersbestaan weer met manieren op de rails te krijgen, een paar weken vakantie kan nemen en eens op mijn gemak achterover kan leunen om na te denken over wat nieuwe rubrieken en thema’s.

Dit was dus de laatste post in een voor mijn doen behoorlijk lange tijd.
Ook voor mij is dat gek, maar ik voel dat het me deugd zal doen om even een stap terug te nemen.
So there: geniet van jullie vakantie, als die er is, bedankt voor alle fijne reacties en andere interacties, en heel graag tot in september.

Wie toch benieuwd is naar hoe het ons ondertussen vergaat: ik zit op Instagram en Facebook.
Ge moet er wel tegen kunnen dat ik geweldig veel foto’s van mijn loopschoenen post. Just sayin.

Tips voor andere fijne vakantieboeken zijn trouwens zoals steeds erg welkom in de reacties onder deze post. Lees ze!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

As we speak #11

IMG_9385
  • Lezen: ik ben weer in een hoop verschillende boeken bezig, wel allemaal non-fictie dus het is in principe niet zo erg, want geen verhaallijnen die vergeten kunnen worden of personages waarvan ik begot niet meer weet wat hun functie in de historie ook weer was. Op dit moment liggen op mijn imaginair nachtkastje: Telling true stories: a nonfiction writers’ guide from the Nieman foundation at Harvard University (fan-fucking-tastic), Deep work, rules for focused success in a distracted world van Cal Newport, en uit de bib nam ik Nooit meer te druk van Tony Crabbe mee. De laatste twee hebben een beetje hetzelfde thema, en dat heeft te maken met hoe beu ik het ben om aan mijn smartphone vast te hangen zoals ik doe. Ik zit niet meer op Facebook (behalve voor mijn blog, maar ik volg bijna niemand meer), heb Twitter weer verwijderd omdat ik er krakjorem van werd, maar ik heb genoeg aan Instagram om betikketakt te blijven van dat spel. En ik ben dat toch beu. Inspirerend zijn de boeken zeker, of ze zoden aan de dijk zullen brengen is weer een ander verhaal.
  • Eten: ik zal het maar zeggen zoals het is, ik vind dat ik goed bezig ben. Mijn weegschaal is het daar niet altijd mee eens, maar ik heb al zeven keer gezworen dat ik dat ding op zolder ga zetten, en misschien is de tijd wel gekomen om het daadwerkelijk te doen. Mijn kleren zitten in elk geval losser, ik ben wat afgestapt van 5:2 maar eet nog altijd gezond en verstandig, en vooral: ik voel me goed. Dat heeft ook te maken met drie keer per week lopen. Zoveel deugd dat ik daarvan heb, niet in het minst voor mijn hoofd dat soms in overdrive gaat. Als ik me gefrustreerd voel of zin heb om te janken, dan ga ik tegenwoordig vaker lopen dan dat ik een zak chips opentrek. In the long run (ejem) ga ik daar dankbaar voor zijn, denk ik. En ik ben het nu eigenlijk ook al. Best trots op mezelf. Of neen: zeer trots op mezelf. Omdat ik aan het leren ben om terug te plooien en mezelf wat marge te geven. En niet zoals vroeger al lang had opgegeven omdat ik een totale mislukkeling ben als ik chips eet. Of boterhammen met americain. Deze keer doe ik gewoon voort. Serieus, watch me.
IMG_9304 IMG_9626
  • Trots op: ik ben geen heilig boontje, maar ik vond het wel geweldig grappig om mezelf vorige week in die gedaante afgebeeld te zien in het Huis van de Stad in Ieper, een bijzonder fijn participatietraject in aanloop naar het nieuwe stadsmuseum. Voor mensen van de streek: de tentoonstelling die op dit moment loopt in de oude loketten van het stadhuis is echt de moeite. Als is het omdat je er live mijn vlammetje van “Inspirerende Ieperling” (I know, could it BE any more flattering?) kunt gaan aansteken. Zeker doen, zulle!
  • Werken aan:  het vinden van uren om te werken. Het hielp niet dat Flo deze week twee dagen thuis was van de crèche, maar gelukkig kon ik rekenen op mijn man, lieve opa’s die op woensdagnamiddag en vandaag voor Dexter zorgden en een crèche die met wat uren kon wisselen waardoor ik toch nog een en ander gedaan heb gekregen. Ik heb trouwens iets nieuws geïntroduceerd in mijn agenda: het gedaanlijstje. Omdat een to do lijst allemaal goed en wel is, maar toch altijd blijft groeien waardoor je nooit een echt voldaan gevoel hebt. Nu schrijf ik ook gedurende de hele week op wat ik gedaan heb en welke vorderingen ik heb gemaakt. Het zorgde ervoor dat ik ging van “MAAAAAAT, IK MOET NOG ZOVEEEEEEL DOEHOEHOEN!” naar “Amai zeg, ik heb echt wel behoorlijk veel gedaan in de tijd die ik had.” Als niemand mij een speekmedaille geeft, dan geef ik er een aan mezelf. Soms zelfs twee.
IMG_9258IMG_9606
  • Onder de indruk van: de open brief van Alicia Keys over make-up. Die raakte een serieuze snaar, omdat het een onderwerp is waar ik op dit moment zelf mee bezig ben. Jezelf accepteren zoals je bent. Je niet schamen omdat je er niet uitziet zoals de boekjes het je voorschrijven. Ophouden met je te verstoppen achter een masker. “Het is makkelijk om zoiets te zeggen als je eruit ziet als Alicia Keys” is dikke bullshit, vind ik. Alicia is een moedige vrouw, en ik vind haar bijzonder inspirerend. Of zoals ik ergens las: self love is the greatest middle finger of all time. Hell yes.
  • Graag gezien: de laatste aflevering van mijn geliefde Topdokters, waarbij ik mijn televisiecrush op dokter Lannoo echt niet langer kon ontkennen. Over televisiecrushes gesproken: ook heel graag gekeken naar A Different Brain van Louis Theroux, mijn televisiecrush tot in het einde der tijden. Hashtag laminated list. Voor de rest de volle twintig minuten van de eerste match van de Belgen (maar ik geloof dat ik niet veel heb gemist) en dat zal het zowat zijn.

Zin om mee te doen? Post dan een linkje in de comments, en dan komen we lezen wat jij momenteel aan het uitvreten bent. (de andere as we speaks staan hier)

Hoe Flo een Flo werd

naamkeuze

Ach, een naam kiezen voor je toekomstig kind, het is toch elke keer weer wat. Ik wist al van de vorige zwangerschap dat ik bij Youri niet zou moeten afkomen met mijn indrukwekkende namenlijstje in Evernote voor we het geslacht wisten. Op de echo op veertien weken lag kind twee met de beentjes dicht, dus neen, hij moest het niet weten. Youri is er de man niet naar om tijd te steken in een discussie over een naam voor een jongen als het dan een meisje blijkt te zijn of omgekeerd. En dus beet ik op mijn tanden tot aan de echo op twintig weken. Waarop ze gelukkig wel het geslacht konden zien, en maar goed ook, want anders hadden ze me daar vast moeten houden voor een severe case van onhoudbare nieuwsgierigheid.

“We moeten het dan maar eens over de naam hebben”, sprak ik voorzichtig bij thuiskomst.
Maar daar moest de man des huizes toen nog niet van weten. Hij zou eerst eens goed nadenken over een lijstje van vijf namen (neen, DAT HAD HIJ NOG NIET GEDAAN :aah:), en dan moest ik ook maar mijn favoriete meisjesnamen oplijsten en dan zouden we nog wel zien. Ja echt, zijt daarmee getrouwd. Maar goed, op die manier was het bij Dexter ook gelukt en ik was gewonnen, dus ik ging mee in het verhaal. Door elke avond die daarop volgde te vragen of hij zijn lijstje al had gemaakt. Nog niet, zei hij, maar hij was ermee bezig. U begrijpt dat mijn dochter ondertussen in mijn hoofd al een naam, tweede en derde naam en al wat de hemel geven kan had. En neen, dat was niet Flo, maar ik zou toch winnen. Al was het omdat ik er al zo ongeveer duizend keer langer mee bezig was geweest dan hij en dus dat recht wel mocht opeisen. Dacht ik.

“Oké, ik heb een lijstje”, zei Youri op een avond.
“Lieve hemel eindelijk!!”, riep ik.Waarna de stress me toch een beetje om het hart sloeg, want wat als we er deze keer niet uit zouden geraken?

Of neen, zei hij toen.
Ik heb eigenlijk een naam die ik al heel lang heel erg mooi vind. Er is alleen een probleem mee.
De naam bleek Flo te zijn, het probleem dat mijn ex-collega Lien -waarmee ik lang en veelvuldig bij Story en later Flair heb samengewerkt- een Flo had, die iets jonger is dan Dexter. Meteen ook de reden dat Dexter Dexter werd en geen Jack, want ik had destijds een collega bij Story die Kelly heette en al een Jack had. Waardoor Youri ervan uit ging dat een Flo nu ook out of the question zou zijn. (Kelly kreeg niet zo lang geleden trouwens een Eliott, een naam die ook al in mijn top vijf zou gestaan hebben als kind twee een jongen was geweest)

Maar Flo stond dus ook in mijn Evernote document. Al lang.
Alleen niet in mijn top vijf, door Lien haar Flo.
Maar tegelijk: Lien en ik zien elkaar maar zelden meer, door veranderende werkomstandigheden in de boekjesmakerijwereld. En zij woont in de Kempen en ik in de Westhoek.

“Lien…”, vroeg ik haar dus op een dag. “Hoe erg zou jij het vinden als mijn kind twee een Flo zou worden?”.
“Ik zou vereerd zijn”, sprak Lien.

En zo werd onze Flo een Flo.
Werd dat ook nog eens op een goede drie minuten en half beslist, zonder discussie.
En het staat haar als gegoten.

(Met als bijzonder grappig neveneffect dat Dexter even in de war was, omdat er in Cars een auto zit die Flo heet. En hij zijn zus in het begin soms aansprak met Ramone, want aja, er zit ook een auto in Cars die Ramone heet. (“Papa, ik denk dat Ramone honger heeft“. <3))

Deze blogpost werd geïnspireerd door een vraag van Kleine Atlas in de comments. Benieuwd naar jullie verhalen over de naamkeuze van jullie kindjes. Deel ze gerust hieronder of in een blogpost die ook gelinkt mag worden in de reacties, en dan komen we lezen!

5 beelden, 5 dingen

IMG_2293IMG_9495 IMG_9511 IMG_9602 IMG_9612
  1. Het is niet meteen een romantisch verhaal van hij viel op een knie voor het volledige restaurant en droeg een zelfgeschreven gedicht voor op de tonen van een instrumentale versie van Hello van Adele, maar omdat ons huwelijk in Las Vegas nooit rechtsgeldig is gemaakt in België en wij ondertussen in zonde leefden met twee kindjes trokken Youri en ik vrijdag richting Iepers stadhuis om geniepig te trouwen. En omdat je daar getuigen voor nodig hebt lokten we onze vaders in de val met een smoesje. Lang verhaal kort: het was gezellig, we zijn eens lekker gaan eten, en de meeste mensen vonden het fijn voor ons en wij vonden het ook fijn voor onszelf. Geslaagd dus. Topdag. En als er een man is met wie ik wel wil blijven trouwen, dan is het die van mij.
  2. De dag na ons huwelijk werd Dexter vier. Wij dus verder feesten. Hij genoot zeer hard van alle cadeautjes en het feestje voor de familie en de dag erna met de vriendjes. Zo hard dat hij even leek te vergeten dat hij in een hardnekkige fase van testen en neen zeggen en nog eens testen zit. We hebben ervan genoten zolang het duurde, want zo gaat dat, als je kindjes hebt. Even met je ogen knipperen en de fase is voorbij. Behalve als het een lastige fase is. Dan mag je op je kop staan, dertig keer met je ogen knipperen en een driedubbele salto doen en hij blijft toch duren.
  3. Kleine domper op de feestvreugde: na twee weken crèche had het zonnetje van de crib het al vlaggen. Ziek. Slechte nachten. Weinig drinken. Hoesten alsof het haar hoofdberoep is. Tussen alle miserie in blijft Flo wel lachen, af en toe, maar ik was vergeten hoe zielig zieke baby’s zijn. Mijn werkendag werd vanmorgen dus een thuis met zieke babydag, en straks is het richting kinderarts.
  4. Positiever nieuws van mijn weegschaal: ik ontdekte gisteren dat ik al twee kilo minder weeg dan vlak voor mijn zwangerschap. Daar heb ik wel voor gewerkt, dus zo verbazingwekkend is het niet, maar ik vind wel dat ik een goede manier heb gevonden om vol te houden. Ondertussen is 5:2 weer een beetje naar de achtergrond verschoven omdat ik eigenlijk niet genoeg profiteerde van mijn niet-vastendagen om het nog zo te noemen. Ik probeer gewoon op te letten op wat in mijn mond verdwijnt (en daar was 5:2 een zeer goede start voor, met dat calorieën tellen op vastendagen en je daardoor bewuster worden van wat goed is en wat minder), genoeg te bewegen, en vooral: mezelf momenten toe te laten om met vriendinnen in de wijn te vliegen of zoals afgelopen weekend op zaterdag een stukje taart mee te eten en op zondag een pannenkoek met choco. Ik ben geen nonnetje en ik zal er nooit een worden, maar vergevingsgezindheid goes a long way. Net als de dag erna gewoon opnieuw beginnen met verstandige keuzes maken. Volgens mij doe ik stiekem een mengeling van 5:2 en low carb en paleo en het wijndieet, en het werkt behoorlijk. Ik ben in elk geval zeer content en voel het al aan mijn kleren. Hoezee!
  5. Voor de rest is het hier nog altijd behoorlijk kalm naar mijn zin, maar opstarten met een zieke baby en weken waarin er verlof moet genomen worden om te trouwen blijken ervoor te zorgen dat ik wat uren te weinig heb. No biggie, komt wel weer goed, en wees vooral content dat mijn blog lezen niet impliceert dat ge moet helpen met mijn achterstallig huishouden weer op poten te krijgen. De was en de onbestaande strijk zijn ontploft, en alle onderbroeken zijn op, ik zal het maar toegeven. Real life enal.

Fijne werkweek, allen!

zeven dingen die ik niet wist voor ik mijn maag liet verkleinen

zevendingenmaagverkleining2Tien jaar geleden is het vandaag, de dag waarop ik het ziekenhuis binnen ging om te ondergaan wat op dat moment niet langer uit te stellen viel. Morgen is het dag op dag tien jaar geleden dat ik uit narcose kwam met een omgebouwd spijsverteringsstelsel. Het is onwerkelijk, en ook nog steeds gek om aan terug te denken. Aan hoe diep ongelukkig en verslagen ik was, in de maanden voor ik de beslissing nam die mijn leven zou veranderen. Aan hoe kalm en zen ik werd eens de beslissing was genomen, omdat er eindelijk, na een gevecht dat mijn volledige leven leek te beslaan, een oplossing in zicht leek. En er honderd kilo van mijn schouders viel. Pun intended. Ik zal niet al jullie vragen van onder de vorige post kunnen beantwoorden in deze post, al zal ik mijn best doen, maar ik beloof nog een afsluitende post binnenkort, waarin ik op de meeste zaken die jullie nog wilden weten zal ingaan. Niet allemaal, omdat sommige dingen te persoonlijk zijn, of in mijn ogen minder relevant voor het grote verhaal.

zevendingen_maagverkleining

In elk geval.

Dit zijn zeven dingen die ik niet wist voor ik mijn maag liet verkleinen:

* dat het leven een pak makkelijker is zonder vooroordelen

Had je me voor mijn maagverkleining verteld dat sommige kansen mij ontnomen werden door mijn overgewicht, dan had ik daar eens mee gelachen. Dat ik bepaalde jobs niet kreeg had volgens mij niks met mijn uiterlijk te maken, wel met het feit dat iemand anders gewoon beter was dan ik. Dacht ik dus, tot één van mijn opdrachtgevers (hij weet wie hij is) een dikke foto van mij onder ogen kreeg en zei: “Ik weet dat het fout is, maar als je zo was geweest toen ik je leerde kennen had ik je nooit aangenomen.” Met de nadruk op ‘zo’. “Ik zou geconcludeerd hebben dat je lui was”, voegde hij eraan toe, “labiel ook, en niet in staat om je gewicht onder controle te krijgen, laat staan je leven of je job.” Als dat het geval was, dan was ik nu nog minstens even labiel en lui en niet in staat om mijn leven of job naar behoren uit te voeren, zei ik hem toen. Je opereert een obesitaspatiënt immers onder het middenrif, en niet tussen de oren. Ik besef nu wel dat het feit dat ik een ongelooflijke pleaser ben geworden ook te maken heeft gehad met mijn gewicht. Ik zal maar goed mijn best doen, en niet te veel pruttelen of zagen, want ik ben al dik, en mag eigenlijk content zijn dat ik de job überhaupt mag doen. Ik zal maar niet te veel praten want dan zien ze dat ik dik ben. Als ik mijn mening laat gelden, dan roept er vast iemand “dikzak” naar mijn hoofd. Als iemand me ziet, dan zien ze ineens hoe dik ik ben. Alles is goed voor mij, en sorry dat ik zo degoutant dik ben. Baha en boehoe. Met ouder worden gaat dat er gelukkig ook beetje bij beetje weer uit.

* hoe minder plaats je inneemt, hoe zichtbaarder je wordt

Voor mannen bijvoorbeeld, en op je werk, en in heel wat andere situaties waarin je plots niet meer over het hoofd wordt gezien. Nagefloten worden door bouwvakkers of aangesproken worden op café, dat overkwam mij zelden of nooit voor mijn operatie. Als er op kantoor iets werd gevraagd over de teamsportdag of om iets te organiseren, dan werd het dikke meisje toch vaak overgeslagen. Ik heb gemerkt dat je als dik meisje vooral zichtbaar bent als je ergens iets aan het eten bent. Als ik heel het terras naar me zag kijken terwijl ik ergens een croque monsieur zat te eten, met een blik van ‘zou je niet beter stoppen met eten, je bent al dik genoeg’, had ik altijd zin om een bordje op te houden met “Dikke mensen moeten ook eten. Anders gaan ze dood.”

* dat het leven zoveel zorgelozer kan zijn

Alles was moeilijk toen ik dik was: als we een terrasje gingen doen met collega’s was ik bang dat mijn achterwerk niet in de rieten terrasstoeltjes zou passen. Was er een verrassingsuitstapje, dan vreesde ik voor een death ride, muur moeten klimmen, karten of iets anders waarvan ik met een rood hoofd zou moeten zeggen dat ik niet kon meedoen, doordat ik te dik was. Moest ik een studentenjob doen, en zag ik alle andere jongeren moeiteloos hun fabrieksuniform aantrekken, dan was ik diegene die na twintig minuten zweten en alle maten uitproberen moest toegeven dat zelfs de grootste mannenmaat een verloren zaak was. En dat hadden ze dan meestal in al hun jaren jobstudenten nog nooit meegemaakt, dus hoe schaamtelijk ver was het dan wel niet met mij gekomen? Letterlijk alles wordt een probleem als je broekmaat 52-54 hebt. Zelfs leuke dingen, zoals winkelen met vriendinnen of naar de sauna. Omdat je het altijd met jezelf moet doen, en je gewicht nooit even af kunt leggen.

* dat je het meisje wel minder dik kan maken, maar het vanbinnen altijd een dik meisje blijft

Je mag dan wel ineens een pak slanker worden, twintig jaar van zwaarlijvigheid wis je niet zomaar uit je hoofd. Niet alleen voel ik me nu nog dikwijls dikker dan ik ben, ik zal ook nooit vergeten hoe mensen naar je kunnen kijken omwille van je overgewicht. Alsof je een vieze ziekte hebt, of eruit ziet als een afgrijselijk monster. En dat het je eigen schuld is, moest je maar wat minder eten. Fijn was het niet, maar mijn ervaringen hebben me wel gewapend. Als er iemand rond me komt hangen waarvan ik weet dat die tien jaar geleden niet eens in dezelfde ruimte als ik gespot had willen worden, dan valt het me bijzonder makkelijk om nu zelf de andere kant op te kijken.

* dat mensen weinig begrip hebben voor maagverkleiningen en gewichtsproblemen

Soms doen vragen me nog altijd pijn, merk ik. Of misschien eerder de manier waarop die worden geformuleerd, want iedereen mag mij in principe alles vragen. Het zijn de vragen als “Hoe heb je het in godsnaam zo ver kunnen laten komen?”. De vragen die in mijn hoofd impliceren dat ik iets verkeerds gedaan moet hebben, terwijl ik gewoon het product ben van mijn genen, opvoeding en ervaringen die op mijn pad zijn gekomen. Het is soms hard om aan te voelen dat ik nog steeds word veroordeeld, alsof ik een moord heb gepleegd of iets vreselijk beschamend heb gedaan. “Als het allemaal zo moeilijk blijft, ook na een maagverkleining, had je dan niet beter gewoon minder gegeten en gesport?” is er nog zo een die pijn doet. Ik besef dat de vraagsteller -doordat die nooit mijn pad heeft bewandeld en zich niet kan inbeelden hoe zwaar die wandeling moet geweest zijn- oprecht niet kan begrijpen hoe het allemaal mogelijk is. En dus ergens diep vanbinnen denkt dat ik dan wel een freak moet zijn. Zo iemand die maar opdoet, zonder na te denken over de implicaties. Dat ik zo iemand ben die zich laat gaan. Vier keer een bord opschept en nog niet genoeg heeft. Na een tijd ben je het moe om jezelf te verdedigen, en leg je je erbij neer dat dat is wie je als hele dikke vrouw bent, in de ogen van “de mensen”. Lelijk. Labiel. Geen karakter. Lui. Vies. Na een tijd ga je dat zelf ook geloven. Ik woog 72 kilogram toen ik mijn plechtige communie deed, en ik ben een heel kleintje. Ik kan daar een hele uitleg over geven, maar daar heb ik geen zin in. Ik wil alleen zeggen: zoiets gebeurt niet zomaar. De meeste dingen gebeuren niet zomaar, en de meeste zaken zijn niet zo simpel als reacties van toevallige omstaanders doen vermoeden. En ja, dat kan allemaal nog steeds nijpen en wringen, merk ik. Deel van het verwerkingsproces, waarschijnlijk, en ik ben al lang blij dat ik nu wel voor mezelf weet dat ik geen mislukkeling ben door mijn verleden als heel dik meisje. Integendeel. Ik vind dat ik een zeer indrukwekkende weg heb afgelegd, en ik ben daar bijzonder trots op. Steeds trotser, ook.

Medemenselijkheid is zo belangrijk in dit verhaal. Daarom zat ik ook ineens te janken toen de obesitasdokter in Topdokters niet zoals zovelen een negatief oordeel velde over het meisje van 25 dat doodverlegen 125 kilogram zat te wegen in zijn kabinet, maar achteraf tegen de camera zei dat hij zo trots was op dat meisje. Waterlanders, maat, en nog geen beetje. Er zijn weinig mensen die trots zijn op dikke meisjes van 25, en zijzelf meestal nog het minst van allemaal. Net daarom was het zo ongelooflijk mooi, van dokter Lannoo.

* dat je leven niet perfect wordt als je een normale broekmaat hebt

Voor mijn operatie dacht ik dat er engelenkoren zouden nederdalen op de dag dat ik minder dan tachtig kilogram zou wegen. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat ik die dag in een ziekenhuis zou zitten met mijn zevenenveertigjarige mama die terminaal ziek was. Om maar te zeggen: mijn leven is niet perfect geworden door af te vallen, maar dankzij mijn operatie was mijn gewicht niet nog eens een extra probleem in de periode dat mijn mama ziek was. En dat is het nu ook niet. Ik ben nog steeds niet slank, en soms droom ik van een maatje 36, maar eerlijk: dat er soms maanden voorbij gaan zonder dat ik de wanhoop nabij ben omdat ik mijn gewicht totaal niet meer onder controle krijg, dat is eigenlijk nog het allermooiste cadeau dat ik gekregen heb van mijn chirurg.

* dat het een blijvend gevecht is met eten en kilo’s

Eerlijk? De angst om ooit weer zo dik te worden als ik was zal me altijd blijven achtervolgen in mijn dromen. Ik, die toen ik dik was altijd alles kapot minimaliseerde en beweerde dat het allemaal wel meeviel, wil echt nooit meer terug naar toen. Hoe meer tijd er tussen nu en de operatie zit, hoe meer ik begin te vergeten waarom het destijds mijn enige optie was. Maar af en toe zie ik nog eens een jong meisje lopen dat even dik is als ik was, of kom ik een foto tegen van mezelf in mijn dikste periode. Dan voel ik plots weer heel even de totale wanhoop die ik toen voelde. Die van ’s morgens wakker worden en denken: alles dat ik vandaag moet doen zal ik doen als dikke vrouw. Het gevoel van rond te kijken in een grote ruimte, en beseffen dat je dubbel zo dik bent als alle andere mensen. Op een bus stappen, en de andere passagiers verschrikt zien kijken en hopen dat die dikke niet naast hen zal komen zitten en al hun plaats innemen.

Het blijft ook een groeiproces. Toen ik mijn laagste gewicht bereikte was er maar een grote complicatie: dat ik mezelf nog steeds niet graag zag. Dat is doodjammer, maar jezelf graag leren zien is ook vreselijk moeilijk als je van kindsbeen af hebt gehoord dat je niet mooi bent, en altijd iets dat niet goed is. Te dik. Te lelijk. Te brutaal. Te verlegen. Te jongensachtig. Er is veel hard werk nodig om dat ook maar een beetje te doen keren. Maar dat werk heb ik de laatste jaren wel gedaan, in de vorm van therapie die in mijn ogen best wel mee in het pakket zou mogen zitten, bij veel obesitasoperaties. Als ik eens de tijd vind, dan wil ik het heel graag eens hebben over jezelf graag leren zien. Herinner me daar eens aan binnen een paar weken, want hell, wat heb ik daar ondertussen een weg in afgelegd en wat is die weg tegelijk nog lang.

Maar goed, lang verhaal kort. Ik wil niet meer terug. Al was het maar omdat ik nooit meer gedwongen wil worden om te veel geld neer te tellen voor een lelijke legging met een katjesmotief op, omdat dat nu eenmaal de enige legging is die ze hebben in maat 52-54.

Nooit meer.